Gebruik van ‘niet-medische’ mondmaskers in het openbaar vervoer

In het kader van bestrijding van COVID-19 heeft de overheid besloten dat het vanaf 1 juni 2020 verplicht is in het openbaar vervoer ‘niet-medische’ mondmaskers te dragen. Onduidelijk is wat de overheid precies bedoelt met een ‘niet-medisch’ mondmasker. Onze advocaat productregelgeving (CE-markering) geeft tekst en uitleg.

Zoals in onze eerdere blog over mondkapjes toegelicht, zijn mondneusmaskers er in verschillende soorten. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft in een persbericht nu nader toegelicht wat de overheid onder een ‘niet-medisch’ mondmasker begrijpt.

WAT IS EEN ‘NIET-MEDISCH’ MONDMASKER?

De ‘niet-medische’ mondmaskers die vanaf 1 juni 2020 in het openbaar vervoer gebruikt moeten worden, moeten niet de drager zelf, maar de personen in de omgeving van de drager beschermen.

Voor deze maskers gelden geen wettelijke eisen over de kwaliteit en de bescherming die ze bieden. In tegenstelling tot andere maskers die of onder de Verordening betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen of de Richtlijn betreffende medische hulpmiddelen vallen, staat op deze ‘niet-medische’ maskers geen CE-markering of medische claim op de verpakking of een tekst die verwijst naar een (geharmoniseerde) norm.

Voor deze maskers bestaat derhalve geen officiële aanduidingen. Wel moet worden medegedeeld dat de maskers alleen bedoeld zijn voor civiel gebruik en dus juist niet voor persoonlijke bescherming of medische doeleinden.

Belangrijk is dat ook deze maskers ondanks het ontbreken van specifieke eisen over kwaliteit en bescherming als gebruiksartikel onder de Warenwet vallen. Dat betekent in de kern dat het voor deze maskers gebruikte materiaal geen gevaar mag opleveren. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit houdt daarop toezicht.

HOE KUNNEN ‘NIET-MEDISCHE’ MASKERS BESCHERMING BIEDEN?

Volgens de overheid dienen de maskers waarvoor vanuit productregelgeving eisen gelden en het niveau van bescherming wettelijk is geregeld niet in het openbaar vervoer, maar alleen door zorgpersoneel worden ingezet. Hierdoor ontstaat wel de vraag hoe een ‘niet-medisch’ masker kan worden gemaakt dat ook bescherming biedt tegen COVID-19, zonder dat eisen over kwaliteit en het niveau van bescherming gelden. Uiteraard moet de situatie worden voorkomen dat maskers worden gebruikt die helemaal geen bescherming bieden.

De Rijksoverheid en de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) hebben specificaties gepubliceerd voor ontwerp, maakproces, gebruik en onderhoud van dergelijke ‘niet-medische’ maskers. Deze specificaties kunt u hier en hier downloaden.

MINDER STRENGE REGELGEVING BIEDT KANSEN

Op basis van deze specificaties is het – kort samengevat – mogelijk dat iedereen deze maskers zelf kan maken. Wel bieden deze specificaties ook kansen voor bedrijven die maskers willen aanbieden die wel een bepaalde bescherming bieden, maar niet meteen onder de strenge regelgeving voor medische hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen vallen.

TOEZICHTHOUDERS OP MEDISCHE HULPMIDDELEN

Belangrijk is dat op alle soorten maskers ook toezicht door de aangewezen toezichthouder wordt gehouden. Op medische hulpmiddelen wordt toezicht door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gehouden, op persoonlijke beschermingsmiddelen door de Inspectie SZW en op de ‘niet-medische’ maskers door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Het is derhalve juist in deze bijzondere tijden van belang de op een product toepasselijke productregelgeving in de gaten te houden en daarvoor te zorgen dat de producten die op de markt worden gebracht hieraan voldoen.

nv-author-image

Remko Roosjen

Remko Roosjen is als advocaat / partner contractenrecht verbonden aan MAAK Advocaten. Een belangrijk deel van zijn werk ziet op het adviseren en procederen over commerciële overeenkomsten. Remko treedt op voor zowel fabrikanten, distributeurs, resellers en internationaal opererende handelspartijen. Remko is een bevlogen advocaat die snel schakelt.