T: +31 (0)20 – 210 31 38
E: mail@maakadvocaten.nl

Expertise

Huurprijsvermindering horecabedrijfsruimte door coronavirus?

Op 27 mei 2020 heeft de rechtbank Noord-Nederland in kort geding een belangrijke uitspraak gedaan voor horecaondernemers die een horecabedrijfsruimte huren. Over een huurprijsvermindering van een bedrijfsruimte heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat in de omstandigheden van deze zaak de huurder aanspraak heeft op huurprijsvermindering als gevolg van de maatregelen in verband met het coronavirus.

Dit kan goed nieuws zijn voor de horecaondernemers die ook aanspraak willen maken op huurprijsvermindering. Onze advocaat Jacco Bruinsma van onze helpdesk Coronavirus (COVID-19) geeft verdere uitleg.

Huurprijsvermindering bedrijfsruimte vorderen in kort geding?

De wereldwijd opererende brouwerijketen Inbev Nederland NV huurt van de kleine vastgoedbelegger Sigismund BV een horecabedrijfsruimte, een bruin café. Als gevolg van de overheidsmaatregelen in verband met het coronavirus was Inbev, althans haar onderhuurder, genoodzaakt het café te sluiten.

Inbev wilde 1/3 deel huurprijsvermindering voor de maanden dat het café niet open kon en de ruimte dus ook niet werd gebruikt.

Een beroep op huurprijsvermindering zal echter niet zomaar slagen. Hiervoor is een gebrek vereist in de zin van artikel 7:204 van het Burgerlijk Wetboek. Een gebrek houdt in: een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft.

Huurprijsvermindering horecabedrijfsruimte werd toegestaan

De rechter in kort geding oordeelde dat er in deze zaak inderdaad sprake is van een gebrek. Van belang hierbij is dat de gehuurde bedrijfsruimte uitsluitend was bestemd voor het gebruik als cafébedrijf.

De overheid heeft in maart 2020 bepaald dat cafébedrijven in verband met het coronavirus voorlopig gesloten moeten blijven. Het staat dus vast dat Inbev en haar onderhuurder daardoor het huurgenot missen.

Uit de parlementaire behandeling van de gebrekenregeling volgt dat een sluiting van het gehuurde als gevolg van een overheidsmaatregel zoals die hier aan de orde is, een gebrek vormt in de zin van artikel 7:204 BW. De huurder kan daarom met terugwerkende kracht aanspraak maken op huurprijsvermindering.

Advocaat over huurprijsvermindering van bedrijfsruimte

Het is mogelijk dat in de huurovereenkomst een beroep op huurprijsvermindering is uitgesloten. Dat was in deze zaak niet het geval, omdat een ouder ROZ-model huurovereenkomst van toepassing is, waarin een dergelijke uitsluiting niet is opgenomen. De meeste recente ROZ-modellen bevatten echter wel een dergelijke uitsluiting.

Het is nog niet uitgemaakt of de huurder met een contractueel uitgesloten huurprijsvermindering ook aanspraak kan maken op huurprijsvermindering op deze grond. Dit zal moeten blijken uit uitspraken die hierna zullen volgen en waarover de bodemrechter zal moeten beslissen.

Op 29 mei 2020 oordeelde de rechtbank Gelderland op het verzoek van Vitesse om huurprijsvermindering van het voetbalstadion de Gelredome. In die zaak geldt een huurovereenkomst met de algemene ROZ-voorwaarden die een beroep op huurprijsvermindering uitsluit. De rechtbank overweegt dat deze bepaling op grond van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW), maar vooral op grond van onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW) opzij kan worden gezet en gewijzigd kan worden. Daarvoor is nodig dat ongewijzigde instandhouding van de huurovereenkomst op dit punt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Of en op welke wijze de huurovereenkomst gewijzigd moet worden, moet aan de hand van alle omstandigheden van het geval worden beoordeeld. Voor Vitesse heeft deze grond evenwel geen soelaas geboden: de rechtbank oordeelde dat Vitesse haar vordering onvoldoende inhoudelijk heeft onderbouwd.

Corona en huurprijsvermindering: belangrijkste (voorlopige) conclusies

  • De gedwongen horecasluiting is een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW en kan leiden tot een aanspraak op huurprijsvermindering over de betreffende periode.
  • Een uitsluiting van een beroep op huurprijsvermindering in de huurovereenkomst kan opzij worden gezet op grond van de onvoorziene omstandigheden, dan wel de redelijkheid en billijkheid.
  • Of een beroep op huurprijsvermindering zal slagen is altijd afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
  • Met deze uitspraken in de hand is het in ieder geval zeker de moeite waard om de verhuurder (opnieuw) te verzoeken om een vermindering van de huurprijs.
Neem contact met ons op

Advocaten gespecialiseerd in huurprijsvermindering

Heeft u vragen over een horecabedrijfsruimte en de vraag of u in aanmerking komt voor huurprijsvermindering bedrijfsruimte ? Dan helpen we u graag verder op weg. We hebben een uitstekende reputatie als advocatenkantoor om u hierin bij te staan.

Onze contactgegevens

T: +31 (0)20 – 210 31 38
E: mail@maakadvocaten.nl