T: +31 (0)20 – 210 31 38
E: mail@maakadvocaten.nl

Wet Franchise en franchiseovereenkomsten

Op 30 juni 2020 heeft de Eerste Kamer de Wet Franchise geaccordeerd. Deze wet zal een belangrijke rol gaan spelen bij bestaande en te sluiten franchiseovereenkomsten. Zoals de zaken er nu voorstaan zal deze wet op 1 januari 2021 in werking treden. De dwingendrechtelijke aard van deze nieuwe Wet Franchise (tenminste als u als franchisenemer in Nederland gevestigd bent) schept nieuwe rechten en verplichtingen, voor zowel de franchisegever als franchisenemer. Onze advocaat franchiseovereenkomsten bespreekt de belangrijkste punten uit de nieuwe Wet Franchise.

Wat is een franchiseovereenkomst?

Een franchiseovereenkomst is een overeenkomst waarbij de franchisegever aan een franchisenemer tegen vergoeding het recht verleent en de verplichting oplegt om een franchiseformule op de door de franchisegever aangewezen wijze te exploiteren voor de productie of verkoop van goederen dan wel het verrichten van diensten.  Denk bijvoorbeeld aan Jumbo, Subway, Grapedistrict of McDonald’s. Partijen sluiten daarvoor een overeenkomst waarin ze hun rechten over en weer vastleggen, de franchiseovereenkomst.

Doel van de Wet Franchise

De Wet Franchise heeft de strekking de relatie tussen de franchisegevers en franchisenemers meer in balans te brengen. Op thema’s zoals goodwill, het afgeven van prognoses en het doorvoeren van wijzigingen binnen de bestaande formules, bestond in de praktijk soms een verstoord evenwicht, dat nu (dwingendrechtelijk) meer gelijk wordt getrokken.

Geldt de Wet Franchise ook voor bestaande franchiseovereenkomsten?

Vanzelfsprekend zullen bestaande franchiseovereenkomsten nog voor een aantal zaken een overgangsregime kennen. Denk hierbij aan afspraken over de goodwill vergoeding, non-concurrentie en het instemmingsvereiste (dat wil onder meer zeggen dat een een zogeheten drempelbedrag moet worden afgesproken voor het realiseren van wijzigingen binnen overeenkomst, dan wel de formule).

Burgerlijk Wetboek 7 en Wet Franchise

De Wet Franchise zal worden ondergebracht in ‘Boek 7’ van het Burgerlijk Wetboek. Het wetsvoorstel voorziet in regels omtrent de (precontractuele) uitwisseling van informatie, de tussentijdse wijziging van een lopende overeenkomst, beëindiging van de overeenkomst en een instemmingsrecht van de franchisenemer of een meerderheid daarvan bij wijzigingen in de franchiseformule of de exploitatie van een afgeleide formule. Het oogmerk daarbij is de positie van de franchisenemer te versterken.

Wet Franchise en Goodwill

Onder de nieuwe Wet Franchise bepaalt de franchiseovereenkomst in ieder geval de wijze waarop wordt vastgesteld of goodwill aanwezig is in de onderneming van de franchisenemer en zo ja, welke omvang deze heeft. Ook wordt vastgesteld in welke mate deze aan de franchisegever is toe te rekenen.

In dit kader wordt bij een beëindiging ook bepaald op welke wijze goodwill redelijkerwijs is toe te rekenen aan de franchisenemer (en daaraan moet worden vergoed bij een overname door franchisegever, of bij een overdracht aan een nieuwe franchisenemer door franchisegever).

Internationale franchiseovereenkomst sluiten?

Wanneer de franchiseovereenkomst een internationaal karakter heeft, dan is het van belang te weten dat wanneer de franchisenemer in Nederland is gevestigd, nooit ten nadele van de Wet Franchise mag worden afgeweken. Een andersluidende afspraak is nietig (zelfs wanneer onder een ander recht, bijvoorbeeld Duits recht, wordt gecontracteerd). Hierbij moet u dus rekening houden wanneer internationaal wordt gecontracteerd.

Advocaat gespecialiseerd in Wet Franchise en Franchiseovereenkomsten

Wilt u een nieuwe franchiseovereenkomst sluiten en voorsorteren op de nieuwe Wet Franchise, dan helpen we u graag verder. U doet er goed aan de regels die gaan gelden alvast in acht te nemen en mede te inventariseren of de bestaande overeenkomsten straks herzien moeten worden.

Neem contact met ons op

Wet Franchise: de wettekst

TITEL 16. FRANCHISE

Artikel 911

1. De franchiseovereenkomst is de overeenkomst waarbij de franchisegever aan een franchisenemer tegen vergoeding het recht verleent en de verplichting oplegt om een franchiseformule op de door de franchisegever aangewezen wijze te exploiteren voor de productie of verkoop van goederen dan wel het verrichten van diensten.

2. In deze titel wordt verstaan onder:

a. franchiseformule: operationele, commerciële en organisatorische formule voor de productie of verkoop van goederen dan wel het verrichten van diensten, die bepalend is voor een uniforme identiteit en uitstraling van de franchiseondernemingen binnen de keten waar deze formule wordt toegepast, en die in ieder geval omvat:

1°. een handelsmerk, model of handelsnaam, huisstijl of tekening, en

2°. knowhow, zijnde een geheel van niet door een intellectueel eigendomsrecht beschermde praktische informatie, voortvloeiend uit de ervaring van de franchisegever en uit de door hem uitgevoerde onderzoeken, welke informatie geheim, wezenlijk en geïdentificeerd is;

b. afgeleide formule: operationele, commerciële en organisatorische formule die
1°. bepalend is voor een uniforme identiteit en uitstraling van de ondernemingen waar deze formule wordt toegepast;

2°. in een of meer voor het publiek kenbare, onderscheidende kenmerken overeenstemt met een franchiseformule, en die

3°. rechtstreeks of via derden door een franchisegever wordt gebruikt voor de productie of verkoop van goederen dan wel het verrichten van diensten, die geheel of grotendeels hetzelfde zijn als de goederen of diensten waarop de onder 2° bedoelde franchiseformule ziet;

c. franchisegever: natuurlijke persoon of rechtspersoon die rechthebbende is op of gebruiksgerechtigde is van een franchiseformule en in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf anderen het recht verleent deze formule mede te exploiteren;

d. franchisenemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf voor eigen rekening en risico een franchiseformule exploiteert.

Artikel 912

De franchisegever en de franchisenemer gedragen zich jegens elkaar als een goed franchisegever en een goed franchisenemer.

Artikel 913

1. De beoogd franchisenemer verstrekt aan de franchisegever tijdig informatie over zijn financiële positie, voor zover deze redelijkerwijs van belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst.

2. De franchisegever verstrekt aan de beoogd franchisenemer tijdig:

a. het ontwerp van de franchiseovereenkomst, inclusief bijlagen;

b. een weergave van inhoud en strekking van voorschriften betreffende door de franchisenemer te betalen vergoedingen, opslagen of andere financiële bijdragen of betreffende de van hem verlangde investeringen;

c. informatie over:
1°. de wijze waarop en de frequentie waarmee het overleg tussen de franchisegever en de franchisenemers plaatsvindt, alsmede, indien aanwezig, de contactgegevens van het vertegenwoordigende orgaan van de franchisenemers;

2°. de mate waarin en de wijze waarop de franchisegever, al dan niet via een afgeleide formule, in concurrentie kan treden met de franchisenemer, en

3°. de mate waarin, de frequentie waarmee en de wijze waarop de franchisenemer kennis kan nemen van omzetgerelateerde gegevens die de franchisenemer betreffen of voor zijn bedrijfsvoering van belang zijn.

3. De franchisegever verstrekt aan de beoogd franchisenemer daarnaast tijdig de volgende informatie, voor zover deze bij hem, bij een dochtermaatschappij als bedoeld in artikel 24a van Boek 2, of bij een aan hem verbonden groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 beschikbaar is, en redelijkerwijs van belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst:

a. informatie over zijn financiële positie, en

b. financiële gegevens met betrekking tot de beoogde locatie van de franchiseonderneming, of, bij gebreke daaraan, financiële gegevens van een of meer door de franchisegever vergelijkbaar geachte onderneming of ondernemingen, waarbij de franchisegever duidelijk maakt op welke gronden hij deze vergelijkbaar acht. De franchisegever verstrekt aan de beoogd franchisenemer alle overige informatie waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze van belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst.

Artikel 914

1. De verstrekking van de informatie, bedoeld in artikel 913, tweede, derde en vierde lid, geschiedt ten minste vier weken voor het sluiten van de franchiseovereenkomst.

2. Tijdens deze termijn gaat de franchisegever niet over tot:

a. wijziging van het ontwerp van de franchiseovereenkomst, tenzij deze wijziging tot voordeel van de franchisenemer strekt;

b. het sluiten met de franchisenemer van de franchiseovereenkomst of enige daarmee onlosmakelijk verbonden te achten overeenkomst, met uitzondering van een overeenkomst tot geheimhouding door de beoogd franchisenemer van de vertrouwelijke informatie die de franchisegever met het oog op het sluiten van de franchiseovereenkomst heeft verstrekt, of

c. het aanzetten tot het doen van betalingen of investeringen door de beoogd franchisenemer die samenhangen met de nog te sluiten franchiseovereenkomst.

3. Het eerste en tweede lid gelden niet ten aanzien van:

a. het sluiten van een volgende franchiseovereenkomst tussen dezelfde partijen inzake dezelfde franchiseformule;

b. het sluiten van een volgende franchiseovereenkomst als bedoeld in onderdeel a, als deze wordt gesloten tussen dezelfde franchisegever en een dochtermaatschappij als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van de franchisenemer of een aan hem verbonden groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 24b van Boek 2.

Artikel 915

De beoogd franchisenemer treft binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid de nodige maatregelen om te voorkomen dat hij onder de invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst.

Artikel 916

1. De franchisegever verstrekt aan de franchisenemer tijdig:

a. informatie over voorgenomen wijzigingen van de overeenkomst;

b. informatie over door hem van de franchisenemer verlangde investeringen;

c. een kennisgeving van een besluit tot gebruik, rechtstreeks door de franchisegever of via derden, van een afgeleide formule, met inbegrip van een duiding van de inhoud en de strekking van de desbetreffende afgeleide formule, en

d. overige informatie waarvan de franchisegever weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze van belang is met het oog op het uitvoeren van de franchiseovereenkomst door de franchisenemer.

2. De franchisegever informeert de franchisenemer jaarlijks in hoeverre de opslagen of andere financiële bijdragen die de franchisenemer in het voorafgaande boekjaar conform de eis van de franchisegever heeft gedaan, de kosten of investeringen dekken die de franchisegever met deze bijdragen beoogt of heeft beoogd te dekken.

3. Er vindt ten minste eenmaal per jaar overleg plaats tussen de franchisegever en de franchisenemer.

Artikel 917

1. Het verstrekken van de informatie, bedoeld in de artikelen 913 en 916, geschiedt op een wijze die deze informatie ongewijzigd toegankelijk maakt voor toekomstige raadpleging gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de informatie is verstrekt.

2. De informatie die de franchisegever verstrekt op grond van de artikelen 913 en 916, is zodanig geformuleerd en vormgegeven, dat een beoogd franchisenemer redelijkerwijs een weloverwogen besluit kan nemen over het sluiten van de franchiseovereenkomst, respectievelijk een franchisenemer kan bepalen of en in hoeverre het nodig is om zijn bedrijfsvoering aan te passen of feitelijke maatregelen te treffen.

Artikel 918

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de aard, de inhoud en de wijze van verstrekking van de in de artikelen 913 en 916 bedoelde informatie.

Artikel 919

1. De franchisegever verleent de franchisenemer de bijstand alsmede de commerciële en technische ondersteuning die redelijkerwijs en in relatie tot de aard en de strekking van de franchiseformule verwacht mag worden met het oog op de exploitatie van de franchiseformule door de franchisenemer.

2. Indien de franchisenemer een bepaalde vorm van bijstand of ondersteuning als bedoeld in het eerste lid nodig acht, maakt hij dit kenbaar aan de franchisegever en treden de franchisegever en de franchisenemer hierover met elkaar in overleg.

Artikel 920

1. De franchiseovereenkomst bepaalt in ieder geval:

a. de wijze waarop wordt vastgesteld:

1° of goodwill aanwezig is in de onderneming van de franchisenemer;

2° zo ja, welke omvang deze heeft, en

3° in welke mate deze aan de franchisegever is toe te rekenen;

b. op welke wijze goodwill die redelijkerwijs is toe te rekenen aan de franchisenemer bij beëindiging van de franchiseovereenkomst aan de franchisenemer wordt vergoed, indien de franchisegever de franchiseonderneming van de betreffende franchisenemer overneemt om deze onderneming zelfstandig voort te zetten, danwel over te dragen aan een derde met wie de franchisegever een franchiseovereenkomst sluit.

2. Een beding dat de franchisenemer beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de franchiseovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn, is slechts geldig als:

a. het op schrift is gesteld;

b. de beperking tot uitoefening van werkzaamheden enkel betrekking heeft op goederen of diensten die concurreren met de goederen of diensten waarop de franchiseovereenkomst betrekking heeft;

c. de beperking onmisbaar is om de door de franchisegever aan de franchisenemer overgedragen knowhow te beschermen; d. het de duur van een jaar na het einde van de franchiseovereenkomst niet overschrijdt, en e. de geografische reikwijdte niet ruimer is dan het gebied waarbinnen de franchisenemer de franchiseformule op grond van de betreffende franchiseovereenkomst heeft geëxploiteerd.

Artikel 921

Indien de franchisegever voornemens is met gebruikmaking van een in de franchiseovereenkomst opgenomen bepaling een wijziging in de franchiseformule door te voeren danwel voornemens is rechtstreeks of via derden een afgeleide formule te doen exploiteren zonder hiertoe de franchiseovereenkomst te wijzigen, en de franchisegever met het oog op dit voornemen:

a. een investering van de franchisenemer verlangt,

b. een verplichting van de franchisenemer tot betaling van een vergoeding, opslag of andere financiële bijdrage, anders dan de in onderdeel a bedoelde investering, invoert of wijzigt ten nadele van de franchisenemer,

c. van de franchisenemer verlangt andersoortige kosten voor zijn rekening te nemen, of

d. redelijkerwijs kan voorzien dat uitvoering van het voornemen leidt tot een derving van de omzet van de onderneming van de franchisenemer, en deze investering, vergoeding, opslag of andere financiële bijdrage of verwachte omzetderving uitstijgt boven een in de franchiseovereenkomst bepaald niveau, heeft de franchisegever de voorafgaande instemming met de uitvoering van het betreffende voornemen nodig van:
1°. een meerderheid van de in Nederland gevestigde franchisenemers met wie de franchisegever een franchiseovereenkomst heeft gesloten betreffende de franchiseformule, of

2°. elk van de in Nederland gevestigde franchisenemers die op de in onderdeel a, b, c of d bedoelde wijze geraakt wordt door het voornemen van de franchisegever.

2. Indien de bepaling van het niveau, bedoeld in het eerste lid, ontbreekt in de franchiseovereenkomst, is de in het eerste lid bedoelde voorafgaande instemming steeds vereist, ongeacht de omvang van de verlangde investering, de financiële bijdrage respectievelijk de kosten of de omzetderving, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b, c, respectievelijk d.

Artikel 922

Ten aanzien van in Nederland gevestigde franchisenemers geldt dat van het bepaalde bij deze Titel niet ten nadele van hen kan worden afgeweken en dat een beding in strijd met artikel 920 nietig is, ongeacht het recht dat de franchiseovereenkomst beheerst.