De ‘Wet versterking auteurscontractenrecht’ is op 1 januari 2026 in werking getreden. Op 28 oktober 2025 stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel, dat de positie van makers – zoals schrijvers, ontwerpers, fotografen, videomakers, engineers en andere creatieve professionals – verder versterkt wanneer zij hun auteursrechten overdragen of licenties verlenen aan derden.
Deze aanscherping van het auteurscontractenrecht heeft directe impact op bedrijven in de maakindustrie. In elke fase van het ontwikkelen en op de markt brengen van producten wordt immers gebruik gemaakt van auteursrechtelijk beschermde werken. In deze blog lees je welke veranderingen de wet met zich mee brengt en wat dit betekent voor bedrijven in de maakindustrie die samenwerken met externe partijen, zoals zzp’ers, ontwerpbureaus of productiestudio’s.
Wat is het auteursrecht?
Het auteursrecht is het exclusieve recht van de maker van een origineel werk om dat werk te exploiteren. Het kan betrekking hebben op uiteenlopende creaties, zoals teksten, ontwerpen, broncode van software, tekeningen, foto’s en andere werken van letterkunde, wetenschap en kunst. Zonder toestemming van de rechthebbende mag een derde het werk niet gebruiken, kopiëren, verspreiden of bewerken.
Het auteursrecht is bedoeld om te voorkomen dat anderen ongeoorloofd profiteren van de creatieve prestaties van een ander. Het biedt de maker juridische bescherming en het exclusieve recht om te bepalen op welke wijze en door wie zijn of haar werk wordt gebruikt en geëxploiteerd. Daarmee stimuleert het auteursrecht creativiteit en innovatie.
Zodra een origineel werk wordt gecreëerd, ontstaat het auteursrecht automatisch. Er zijn daarvoor geen formaliteiten nodig, zoals een aanvraag of registratie. Het recht komt in eerste instantie toe aan de maker, die dat dan in licentie kan geven of de eigendom daarvan kan overdragen. Bij overdracht verkrijgt de nieuwe rechthebbende – de ‘auteursrechthebbende’ – het exclusieve recht om het werk te exploiteren, in plaats van de oorspronkelijke maker.
Verschil tussen licentie en overdracht
De Nederlandse Auteurswet kent werken die door werknemers zijn gemaakt in de uitoefening van hun functie toe aan hun werkgever.
Wanneer het gaat om werken die in opdracht zijn gemaakt door derden, zoals freelancers of externe bureaus, ligt dat anders. De opdrachtgever wordt dan geen eigenaar: in die gevallen blijft het auteursrecht bij de betreffende maker. Wil een bedrijf dergelijke werken zakelijk gebruiken, dan moet het daarvoor juridisch een recht verkrijgen. Dat kan op twee manieren: via overdracht of via licentie.
- Bij een overdracht wordt het recht tot exploitatie van het auteursrecht volledig overgedragen aan het bedrijf, dat dan de nieuwe rechthebbende wordt.
- Bij een licentie krijgt het bedrijf slechts toestemming om het werk onder bepaalde voorwaarden te gebruiken, terwijl het auteursrecht bij de oorspronkelijke maker blijft, die het werk eventueel ook aan anderen in licentie kan geven.
Het auteurscontractenrecht anno nu
De Auteurswet kent dwingende regels die ingrijpen in het gewone contractenrecht. Dit auteurscontractenrecht heeft – kort gezegd – tot doel machtsongelijkheid te beperken, bijvoorbeeld tussen een individuele maker en een grote exploitant. Dit zijn een aantal voorbeelden van regels die al golden:
- Een overdracht van een auteursrecht en de verlening van een licentie hierop moeten schriftelijk worden vastgelegd, in de vorm van een door beide partijen ondertekende akte.
- De maker heeft recht op een in de overeenkomst vast te stellen ‘billijke vergoeding’ voor de verlening van exploitatiebevoegdheid, zowel bij overdracht als bij licentie.
- Als een oorspronkelijk overeengekomen vergoeding onevenredig is in verhouding tot de opbrengst van de exploitatie, kan de maker een aanvullende billijke vergoeding vorderen (de ‘bestsellerbepaling’).
- De maker heeft een ontbindingsmogelijkheid (non‑usus) wanneer de exploitant het werk onvoldoende exploiteert. Op die wijze kan de maker zijn rechten terughalen en deze eventueel aan een ander overdragen of licentiëren.
Vier belangrijke wijzigingen volgens de ‘Wet versterking auteurscontractenrecht’
De nieuwe wet brengt een aantal belangrijke wijzigingen met zich mee. Onderstaande wijzigingen zijn wat ons betreft de vier belangrijkste voor de maakindustrie.
Schriftelijke vastlegging verplicht, aktevereiste vervalt
Met de invoering van de Wet versterking auteurscontractenrecht is het nu verplicht om afspraken over de overdracht of exclusieve licentie van auteursrechten altijd schriftelijk vast te leggen. De wet laat daarmee het eerdere vereiste van een formele akte los, een schriftelijk stuk dat aan specifieke vormvereisten moest voldoen, waaronder ondertekening door beide partijen. Het nieuwe schriftelijkheidsvereiste is daarmee een lichtere en beter bij de bestaande rechtspraktijk aansluitende eis. Het is nu voldoende dat de afspraken in een (digitaal) schriftelijk document staan. Dat document hoeft niet te voldoen aan alle strengere vormvereisten die de wet aan akten stelt.
Het eerdere aktevereiste leverde in de praktijk vaak problemen op, mede omdat veel partijen in de branche zich niet bewust waren van deze formele eis. De nieuwe regels sluiten beter aan bij de moderne manier van samenwerken tussen bedrijven en makers. Let op: mondelinge afspraken zijn niet geldig. Voor de overdracht of exclusieve licentieverlening van auteursrechten zijn alleen schriftelijke overeenkomsten rechtsgeldig.
Alleen wat uitdrukkelijk is overeengekomen, wordt overgedragen
De nieuwe wet bepaalt dat alleen die rechten worden overgedragen of in licentie gegeven die “uitdrukkelijk” in de overeenkomst zijn vastgelegd. Daarnaast gaan ook rechten mee over die noodzakelijk uit de aard van de samenwerking voortvloeien, maar dat was onder het huidige auteurscontractenrecht al zo. Met andere woorden: alleen de bevoegdheden die zwart-op-wit in het contract staan, of die logisch en onmisbaar zijn voor de uitvoering van de opdracht, gaan over naar de andere partij.
Collectief onderhandelde vergoedingen gelden als ‘billijk’
Met de nieuwe wet worden vergoedingen die collectief zijn afgesproken tussen een vereniging van makers en (een vereniging van) exploitanten voortaan vermoed ‘billijk’ te zijn. Dit betekent dat collectieve tariefafspraken binnen een sector als uitgangspunt gelden voor wat als een eerlijke vergoeding wordt beschouwd. Belangrijk voor bedrijven is dat ook zelfstandige makers (zoals zzp’ers) zich kunnen beroepen op deze collectief overeengekomen tarieven. Hierdoor wordt het lastiger om in individuele onderhandelingen lagere vergoedingen af te dwingen en ontstaat er meer duidelijkheid en gelijkheid in de markt.
Door dit vermoeden van billijkheid krijgen makers een sterkere onderhandelingspositie. Voor bedrijven betekent dit dat hogere minimumvergoedingen mogelijk zijn en dat er minder flexibiliteit zal zijn in onderhandelingen met freelance makers.
Voor filmwerken geldt: vergoeding moet proportioneel zijn
Ook voor filmwerken – zoals speelfilms, instructievideo’s en reclames – worden vergoedingen die tot stand komen na onderhandelingen tussen een vereniging van makers en een producent of een vereniging van producenten vermoed ‘billijk’ te zijn. Dit vermoeden geldt echter alleen als de vergoeding passend is en rekening houdt met het daadwerkelijke gebruik van het werk. Met andere woorden: de collectief afgesproken vergoeding wordt als eerlijk beschouwd zolang deze aansluit bij het bereik en de exploitatie van het filmwerk. Hoe groter het publiek of het succes van de film, hoe hoger de vergoeding voor de maker in beginsel moet zijn om als ‘billijk’ te gelden.
Wat betekent dit voor bestaande overeenkomsten?
Met de inwerkingtreding van de wet zijn de bepalingen daarin niet alleen van toepassing op overeenkomsten die na dat moment worden gesloten, maar ook op reeds bestaande contracten en lopende samenwerkingen. Dit houdt in dat zowel bedrijven als makers vanaf de ingangsdatum 1 januari 2026 aan de nieuwe wettelijke eisen moeten voldoen, ongeacht het moment waarop hun overeenkomst oorspronkelijk tot stand is gekomen. Het is echter van belang dat de nieuwe regels uitsluitend betrekking hebben op situaties en handelingen die plaatsvinden na de inwerkingtreding van de wet. Gebeurtenissen en exploitatiehandelingen die vóór deze datum hebben plaatsgevonden, blijven onder het oude recht vallen.
Deze onmiddellijke werking betekent dat bedrijven in de maakindustrie hun bestaande contracten en samenwerkingen kritisch moeten herzien. De nieuwe wet stelt namelijk strengere eisen aan de manier waarop rechten worden overgedragen of in licentie gegeven. Hierdoor zullen bedrijven hun overeenkomsten met ontwerpers, ontwikkelaars, fotografen, bureaus en andere externe makers moeten aanpassen. Nu alleen de rechten overgaan die uitdrukkelijk in het contract zijn vastgelegd (of die noodzakelijk uit de aard van de opdracht voortvloeien), wordt het essentieel om zeer nauwkeurig te omschrijven welke rechten worden overgedragen of in licentie worden gegeven. Daarbij moet niet alleen worden vastgelegd waarvoor het werk mag worden gebruikt, maar ook hoe, waar en voor welke duur.
Voor alles wat niet expliciet wordt genoemd, bestaat het risico dat de rechten bij de maker blijven. Daardoor lopen bedrijven het risico dat cruciale auteursrechten ontbreken of dat aanvullende vergoedingen moeten worden betaald. Veel bestaande overeenkomsten zullen nu brede, maar juridisch onhoudbare IE-clausules bevatten die niet langer effectief zijn. Het is daarom noodzakelijk om modelovereenkomsten (en idealiter ook al getekende overeenkomsten) te actualiseren en te toetsen op mogelijke nietigheden, leemtes en onduidelijkheden.
Hoe MAAK Advocaten bedrijven in de maakindustrie helpt
De invoering van de Wet versterking auteurscontractenrecht maakt het voor bedrijven in de maakindustrie essentieel om hun contractpraktijk te herzien. Veel bedrijven werken met ontwerpers, freelancers en bureaus, die bijdragen aan de totstandkoming van intellectuele eigendomsrechten. MAAK Advocaten ondersteunt deze bedrijven bij het opstellen en actualiseren van overdrachts- en licentieovereenkomsten die volledig aansluiten bij de nieuwe wettelijke eisen. Wij zorgen ervoor dat contractuele afspraken over gebruik, reikwijdte, duur, toekomstige toepassingen en distributie zowel juridisch sluitend als praktisch uitvoerbaar zijn. Daarnaast staan wij bedrijven bij wanneer makers aanvullende vergoedingen claimen of wanneer discussie ontstaat over de omvang van een licentie of de proportionaliteit van een vergoeding.
MAAK Advocaten beschikt over een gespecialiseerd IE-team dat bedrijven helpt hun intellectuele eigendom strategisch en duurzaam te beschermen. Onze ervaren advocaten intellectueel eigendomsrecht zijn gespecialiseerd in het auteursrecht, merkenrecht, modellenrecht, handelsnaamrecht en contractenrecht. Wij staan bekend om onze gedegen en pragmatische aanpak in zowel adviestrajecten als procedures en behandelen nationale en internationale zaken. Daarbij ondersteunen wij bedrijven bij het voorkomen van IE-inbreuken, het veiligstellen en vastleggen van IE-rechten, het onderhandelen over overdrachts- en licentieovereenkomsten en het voeren van procedures bij de civiele rechter of arbitrage-instituten. Onze IE-specialisten hebben een sterke focus op de maakindustrie en de technologische sector, waar innovatie, ontwerp en IE-bescherming nauw met elkaar verweven zijn.


