Portretrecht is het recht van iemand die herkenbaar is afgebeeld om zich te verzetten tegen openbaarmaking van dat portret. Is het portret in zijn opdracht gemaakt, dan mag wie het auteursrecht heeft (meestal de maker) het alleen met zijn toestemming openbaar maken, tenzij anders is afgesproken (artikel 20 Auteurswet). Is het zonder opdracht gemaakt, dan kan hij publicatie tegenhouden als hij daar een redelijk belang bij heeft (artikel 21 Auteurswet).
Portretrecht beschermt je privacy en commerciële belangen wanneer anderen je afbeelding willen gebruiken. Dit juridische concept speelt vandaag een grotere rol dan ooit door de snelle verspreiding van beeldmateriaal via internet en sociale media. Als ondernemer of particulier moet je precies weten wanneer je je kunt verzetten tegen publicatie van je portret en welke rechten je hebt volgens de artikelen 19 tot en met 21 van de Auteurswet.
Wanneer spreekt men van een portret in juridische zin?
Een portret is elke herkenbare afbeelding van een persoon. De gelaatstrekken vormen daarbij het meest voor de hand liggende herkenningsmiddel, maar de juridische definitie reikt verder. Ook een typerende lichaamshouding, specifieke kledingkeuze, karakteristieke attributen of de directe omgeving kunnen iemand identificeerbaar maken.
Zelfs wanneer het gezicht onherkenbaar is gemaakt met een zwart balkje over de ogen, kan nog steeds sprake zijn van een portret. Rechtbanken beoordelen of andere aspecten van de afbeelding de identiteit van de persoon onthullen. Ook een lookalike of karikatuur kan onder het portretrecht vallen als die duidelijk naar een bepaalde persoon verwijst.
De techniek waarmee het portret wordt gemaakt speelt geen rol. Fotografie vormt veruit de meest voorkomende vorm, maar ook een schilderij, tekening, driedimensionaal beeldhouwwerk of digitale creatie geniet bescherming. Echter, juridische discussies ontstaan voornamelijk rond foto’s en videomateriaal, daar deze zich makkelijker laten verspreiden.
Wat bepaalt het portretrecht bij opdrachten?
De Auteurswet regelt in de artikelen 19 en 20 het portret dat is gemaakt in opdracht van of namens de geportretteerde, of ten behoeve van hem (artikel 19 lid 4 Auteurswet). Denk aan een fotograaf die je inhuurt voor portfoliofoto’s, een bruidsreportage of een zakelijk portret. Bij zo’n portret beslist de geportretteerde over openbaarmaking, tenzij jullie iets anders hebben afgesproken (artikel 20 lid 1 Auteurswet).
De fotograaf houdt het auteursrecht, maar mag het portret niet openbaar maken zonder toestemming van de geportretteerde. Na diens overlijden is tien jaar lang de toestemming van de nabestaanden nodig (artikel 20 lid 1). Staan meer personen op hetzelfde portret, dan is de toestemming van allen nodig (artikel 20 lid 2). Omgekeerd maakt de geportretteerde geen inbreuk op het auteursrecht als hij het portret verveelvoudigt of laat verveelvoudigen (artikel 19 lid 1). De wet beperkt dat niet tot een paar kopieën voor familie en vrienden. Staan er meer personen op hetzelfde portret, dan mag ieder van hen de portretten van de anderen alleen met hun toestemming (of, gedurende tien jaar na hun overlijden, die van hun nabestaanden) verveelvoudigen (artikel 19 lid 2). Een fotografisch portret mag de geportretteerde ook in een krant of tijdschrift laten plaatsen, mits de naam van de maker wordt vermeld als die op of bij het portret staat (artikel 19 lid 3).
Wil een ander het portret openbaar maken, bijvoorbeeld een tijdschrift of een adverteerder, dan heeft die in beginsel toestemming nodig van de auteursrechthebbende (artikel 1 Auteurswet; voor een fotografisch portret in een krant of tijdschrift geldt de uitzondering van artikel 19 lid 3). Die mag het portret op zijn beurt niet zonder toestemming van de geportretteerde openbaar maken. In de praktijk vraag je dus beiden om toestemming.
Toestemming voor het maken van een portret is niet automatisch toestemming voor publicatie. Bij bedrijfsfotografie gaat dat vaak mis. Stemt een werknemer in met een foto, dan betekent dat nog niet dat je die foto vrij mag gebruiken in reclame. Leg daarom vast waarvoor en hoe lang je de foto mag gebruiken.
Hoe werkt portretrecht bij niet-opdrachtfoto’s?
Artikel 21 Auteurswet regelt portretten die niet in opdracht zijn gemaakt. Deze situatie doet zich dagelijks voor: straatfotografie, nieuwsfotografie, foto’s tijdens evenementen of toevallige afbeeldingen in de openbare ruimte. Het uitgangspunt is dat voor openbaarmaking niet steeds voorafgaande toestemming nodig is. Publicatie is wel ongeoorloofd voor zover een redelijk belang van de geportretteerde zich ertegen verzet. Die norm geldt niet alleen voor de maker, maar ook voor derden die het portret publiceren (HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA2788 (Cruijff/Tirion), r.o. 3.4 onder a en 3.5).
Of je een redelijk belang hebt, beslist de rechter na een afweging tussen het recht op eerbiediging van je persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM) en de vrijheid van meningsuiting en informatievrijheid (artikel 10 EVRM). Geen van beide gaat bij voorbaat voor: de rechter gaat na welk belang in het concrete geval het zwaarst weegt. Hij kijkt onder meer naar wie je bent, waar en hoe de foto is gemaakt, hoe intiem de afbeelding is, de context van de publicatie en de nieuwswaarde (Cruijff/Tirion, r.o. 3.4 onder d).
Een redelijk belang kan een privacybelang zijn, maar ook een commercieel belang (Cruijff/Tirion, r.o. 3.4 onder b). Een typisch voorbeeld van een privacyschending is een naaktfoto die zonder toestemming wordt gepubliceerd. Voor zover het om privacybelangen gaat, hoeft vooral wie geen publieke bekendheid geniet openbaarmaking van zijn portret in beginsel niet te dulden (r.o. 3.6.2). Bij iemand die door zijn beroep bekend is en die bij die beroepsuitoefening op een openbare plaats is gefotografeerd, krijgen nieuwswaarde en informatie aan het publiek in de regel groot gewicht (r.o. 3.6.2). Ook bekende personen mogen wel legitieme verwachtingen van privacy hebben (r.o. 3.4 onder e).
Maakt de openbaarmaking inbreuk op je persoonlijke levenssfeer, dan heb je in beginsel een redelijk belang om je ertegen te verzetten. De Hoge Raad verwijst daarvoor naar onder meer het Vondelpark-arrest uit 1988 (Cruijff/Tirion, r.o. 3.4 onder c). Dat een foto in de openbare ruimte is gemaakt, rechtvaardigt dus niet automatisch elke publicatie: de plaats en wijze van totstandkoming en de context van de publicatie wegen mee. Portretrechtgeschillen draaien vaak om niet in opdracht gemaakte portretten waarbij context en belangen sterk uiteenlopen.
Welke rol speelt privacy bij portretrecht?
Privacy vormt het meest voorkomende redelijke belang waarmee geportretteerden zich verzetten tegen publicatie. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) versterkt deze bescherming door persoonsgegevens te reguleren. Wanneer een herkenbaar portret verwerkt wordt als persoonsgegeven, gelden zowel portretrecht als AVG-bepalingen.
Een voorbeeld is de zaak over de voorpaginafoto “Is Schiphol nog veilig?” in de Volkskrant. Daarop stond een automobilist herkenbaar in beeld tijdens een controle door de marechaussee. Hij voerde aan dat hij als moslim door de combinatie van foto en kop in verband werd gebracht met onveiligheid op Schiphol. De krant beriep zich op de persvrijheid. De voorzieningenrechter oordeelde dat zijn privacybelang zwaarder woog: de krant had het nieuws ook kunnen brengen zonder hem herkenbaar af te beelden. Hij kreeg een voorschot op immateriële schadevergoeding van € 1.500 (Rb. Amsterdam 14 september 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:5786, r.o. 4.6-4.8). Het hof bekrachtigde dat vonnis (Hof Amsterdam 15 augustus 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3247).
Rechtbanken wegen het privacybelang van de geportretteerde af tegen het maatschappelijke belang van de publicatie. Nieuwswaarde rechtvaardigt regelmatig publicatie, zelfs tegen de wens van de geportretteerde. Commercieel gebruik zonder nieuwswaarde daarentegen schiet vaak tekort.
De associatie die een portret creëert speelt een belangrijke rol. Wanneer je portret verschijnt in een reclame-uiting, suggereert dit dat je het bewuste product of de dienst steunt. Het publiek kan dat opvatten als steun of toestemming. Ontbreekt die toestemming, dan raak je ongewild geassocieerd met een commerciële uiting. Dat kan een redelijk belang opleveren om je tegen de publicatie te verzetten.
Wat betekent financieel belang voor portretrecht?
Bekende personen kunnen vaak geld verdienen met hun portret. Influencers, atleten, acteurs en andere publieke figuren exploiteren hun imago commercieel. Wanneer anderen hun portret zonder toestemming gebruiken voor commerciële doeleinden, schaadt dit hun financiële belangen.
Volgens de Hoge Raad hoeft een geportretteerde niet toe te laten dat de populariteit die hij in zijn beroep heeft verworven commercieel wordt geëxploiteerd door openbaarmaking van zijn portret, zonder dat hij daarvoor een vergoeding ontvangt (Cruijff/Tirion, r.o. 3.4 onder f). Een t-shirt verkopen met een concertfoto van een popster gaat daarom in de regel niet zonder toestemming of vergoeding. Speelt alleen zo’n commercieel belang, dan kan het een belangrijke rol spelen of een redelijke vergoeding is aangeboden (r.o. 3.6.3).
Een bekende persoon kan dus meedelen in de opbrengst van commercieel gebruik van zijn portret: dat is een redelijk belang in de zin van artikel 21 Auteurswet. De belangenafweging verschilt van die bij privacy. Bij financiële belangen staat niet de persoonlijke levenssfeer centraal, maar de economische waarde van iemands bekendheid.
Ondernemers moeten zich realiseren dat het gebruiken van portretten van bekende personen in marketing zonder licentie juridische risico’s met zich meebrengt. Gebruik je zo’n portret zonder toestemming of licentie, dan loop je een reëel risico op een verbod en een schadevergoeding.
Hoe bescherm je portretrechten in arbeidsrelaties?
Werkgevers gebruiken regelmatig portretten van medewerkers voor commerciële doeleinden: bedrijfsbrochures, websites, recruitmentcampagnes of promotievideo’s. Deze situatie vereist zorgvuldige juridische aandacht. Toestemming voor het maken van foto’s impliceert niet automatisch toestemming voor commercieel gebruik.
Leg afspraken over portretgebruik vast, bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst of in een aparte toestemmingsverklaring. De wet eist geen schriftelijke clausule, maar zonder duidelijke afspraak is toestemming later lastig aan te tonen. Van toestemming is alleen sprake als de geportretteerde uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft ingestemd met de manier waarop de foto wordt gepubliceerd. Wie de foto gebruikt, moet zich daarvan, afhankelijk van de omstandigheden, voldoende vergewissen (Rb. Noord-Nederland 3 november 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3807, r.o. 4.1).
In die zaak had een verkoopmedewerkster meegewerkt aan een fotoshoot voor de brochure van haar werkgever. De kantonrechter vond dat zij daarmee had ingestemd met gebruik tijdens haar dienstverband, maar dat de werkgever zich bij haar vertrek had moeten vergewissen of zij ook instemde met voortgezet gebruik. Dat had de werkgever niet gedaan, en daarmee was het portretrecht geschonden. Zij kreeg € 500 schadevergoeding (r.o. 4.2 en 4.4).
Regel daarom vooraf voor welke uitingen je de foto’s gebruikt en wat er gebeurt als de werknemer vertrekt. Houd er rekening mee dat de AVG eigen eisen stelt aan toestemming, zeker in een arbeidsrelatie (zie hieronder bij het verschil tussen portretrecht en AVG).
Wanneer bestaat geen beroep op portretrecht?
Afgezien van openbaarmaking door of vanwege justitie in het belang van de openbare veiligheid of ter opsporing van strafbare feiten (artikel 22 lid 1 Auteurswet) noemt de wet geen vaste uitzonderingen. Bij een portret dat niet in opdracht is gemaakt, volgt uit de belangenafweging van artikel 21 Auteurswet of je je tegen publicatie kunt verzetten. Die vraag is niet in zijn algemeenheid te beantwoorden (Cruijff/Tirion, r.o. 3.6.1). In een aantal situaties valt de afweging meestal uit in het voordeel van de publicatie.
Nieuwswaarde rechtvaardigt regelmatig publicatie. Foto’s bij nieuwsberichten, journalistieke reportages of maatschappelijk relevante documentaires genieten bescherming via de vrijheid van meningsuiting. Het algemene belang van vrije nieuwsgaring weegt vaak zwaarder dan individuele bezwaren. Rechtbanken beoordelen per geval of de nieuwswaarde het privacybelang overstijgt.
Geportretteerden die deel uitmaken van een mensenmassa kunnen zich doorgaans niet verzetten tegen publicatie. Straatfotografie, foto’s van evenementen of manifestaties vallen onder deze categorie. De individuele geportretteerde staat niet centraal maar vormt onderdeel van een groter geheel. Toch blijft voorzichtigheid geboden: een close-up van één persoon uit de menigte kan alsnog portretrecht activeren.
Onherkenbare afbeeldingen vallen buiten het portretrecht. Wanneer gelaatstrekken, lichaamshouding en andere identificeerbare kenmerken ontbreken, bestaat geen herkenbaar portret. Fotografen gebruiken deze techniek door gezichten te blurren of uit beeld te houden. De foto moet echter werkelijk onherkenbaar zijn; kennissen die de geportretteerde herkennen via kleding of context kunnen alsnog tot herkenning leiden.
Hoe handhaaf je portretrechten effectief?
Portretrechten handhaven (maar overigens ook de handhaving van andere IE-rechten) begint natuurlijk met bewustwording van je rechten. Constateer eerst of sprake is van een in opdracht gemaakt portret of een niet-opdrachtportret. Bij de eerste categorie beschik je over uitgebreide controle; bij de tweede moet je een redelijk belang aantonen.
Reageer snel wanneer je portret ongeoorloofd gepubliceerd wordt. De Auteurswet kent geen termijn waarbinnen je tegen een portretrechtschending moet optreden. Wel verjaart een vordering tot schadevergoeding vijf jaar na de dag volgend op die waarop je zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend bent geworden, en in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis (artikel 3:310 lid 1 BW). Wacht je lang, dan kan bovendien het spoedeisend belang ontbreken dat voor een kort geding nodig is.
Stuur een formele aanmaning naar de publicerende partij. Beroep je bij een portret dat niet in opdracht is gemaakt op artikel 21 van de Auteurswet en onderbouw je redelijk belang; bij een portret in opdracht beroep je je op artikel 20. Specificeer of het om privacy-overwegingen gaat, financiële schade of associatie met ongewenste uitingen. Documenteer het ongeoorloofde gebruik met screenshots en datum-tijdstempels.
Reageert de wederpartij niet of weigert zij, dan kun je een kort geding overwegen bij de voorzieningenrechter (artikel 254 Rv; in zaken die de kantonrechter behandelt ook bij de kantonrechter, lid 5). Bevoegd is in de regel de rechter van de woonplaats van de gedaagde (artikel 99 Rv). Bij een onrechtmatige daad is ook de rechter bevoegd van de plaats waar het schadebrengende feit zich voordeed (artikel 102 Rv). Je kunt een verbod op (verdere) openbaarmaking vorderen (artikel 3:296 BW in verbinding met artikel 6:162 BW of artikel 21 Auteurswet), verwijdering van bestaand materiaal en schadevergoeding (artikel 6:162 BW; Cruijff/Tirion, r.o. 3.4 onder g). In kort geding gaat het bij schadevergoeding om een voorschot. Of de rechter je vordering toewijst, hangt af van de belangenafweging.
Een fictief voorbeeld: een ondernemer ziet zijn portret in een online advertentie voor een product waar hij niets mee te maken heeft. Hij stuurt binnen enkele dagen een sommatie met een beroep op artikel 21 Auteurswet en vraagt om verwijdering en een vergoeding. Zo’n snelle sommatie leidt in de praktijk vaak tot een oplossing buiten de rechter om.
Welke verschillen bestaan tussen portretrecht en AVG?
Portretrecht en de Algemene Verordening Gegevensbescherming overlappen maar verschillen fundamenteel in uitgangspunten. Portretrecht beschermt controle over publicatie van afbeeldingen; de AVG reguleert verwerking van persoonsgegevens. Een herkenbaar portret kwalificeert als persoonsgegeven, waardoor beide regelingen kunnen gelden. Gaat het om verwerking voor uitsluitend journalistieke doeleinden, dan zijn grote delen van de AVG niet van toepassing (artikel 43 Uitvoeringswet AVG). Het portretrecht blijft dan wel gelden.
De AVG vereist een rechtmatige grondslag voor verwerking van persoonsgegevens. Toestemming vormt één mogelijke grondslag, maar ook gerechtvaardigd belang kan verwerking rechtvaardigen. Bij portretrecht ligt de nadruk op het redelijke belang van de geportretteerde om publicatie te verbieden. Deze verschillende benaderingen kunnen tot verschillende conclusies leiden.
Privacyrechtelijke toestemming volgens de AVG moet specifiek, geïnformeerd en vrijelijk gegeven zijn. Deze vereisten zijn strenger dan portretrechtelijke toestemming. Een algemene clausule in een arbeidsovereenkomst voldoet mogelijk wel aan portretrechtelijke eisen maar niet aan AVG-vereisten. Werkgevers moeten daarom beide juridische kaders naleven.
De handhaving verschilt eveneens. Portretrechtschendingen leiden tot civielrechtelijke aansprakelijkheid en mogelijke schadevergoeding via de rechter. Daarnaast is het onbevoegd openbaar maken van een portret strafbaar met een geldboete van de vierde categorie (artikel 35 Auteurswet). AVG-overtredingen kunnen leiden tot boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens tot maximaal € 20 miljoen of 4% van de wereldwijde jaaromzet. Deze dubbele dreiging verhoogt de noodzaak van compliance.
Neem contact op met gespecialiseerde advocaten in Amsterdam voor persoonlijk juridisch advies over je specifieke situatie. Portretrecht en privacy-wetgeving vereisen maatwerk; algemene richtlijnen kunnen je individuele belangen onvoldoende beschermen.
Wat zijn veel voorkomende valkuilen bij portretrecht?
Ondernemers en particulieren maken regelmatig vergelijkbare fouten bij portretrecht. De veronderstelling dat toestemming voor fotograferen automatisch toestemming voor publicatie inhoudt, vormt de meest voorkomende misvatting. Deze twee aspecten zijn juridisch gescheiden; duidelijke afspraken over publicatie zijn daarom verstandig.
Het onderschatten van contextinvloed leidt eveneens tot problemen. Een portret gebruikt in een neutraal personeelsoverzicht verschilt fundamenteel van hetzelfde portret in een reclame-uiting. De context bepaalt mede of het privacybelang geschonden wordt. Werkgevers moeten bij elke nieuwe toepassing opnieuw toestemming overwegen.
Het verzuim om portretrechten schriftelijk te regelen creëert onzekerheid. Mondelinge afspraken zijn juridisch afdwingbaar maar lastig te bewijzen. Een schriftelijke overeenkomst, licentieovereenkomst of arbeidsovereenkomst-clausule voorkomt discussies achteraf. Deze documentatie beschermt beide partijen en verduidelijkt de reikwijdte van toegestaan gebruik.
Inactiviteit bij portretrechtschending schaadt je positie. Er geldt geen vaste termijn waarna je je recht kwijt bent, maar je schadevordering verjaart wel (artikel 3:310 lid 1 BW), en na lang wachten is een kort geding minder kansrijk. Tijdig optreden blijft dus belangrijk.
Hoe voorkom je portretrechtgeschillen als fotograaf?
Fotografen en andere makers van portretten dragen een eigen verantwoordelijkheid. Transparantie over beoogd gebruik voorkomt misverstanden. Communiceer vooraf waarvoor je het portret wenst te gebruiken: persoonlijk portfolio, commerciële exploitatie, redactionele doeleinden of nieuwsgaring.
Modelrelease-overeenkomsten formaliseren toestemming. Deze contracten leggen vast waarvoor de geportretteerde toestemming geeft. Het auteursrecht op de foto ligt bij de maker; de geportretteerde draagt dus geen auteursrecht over, maar stemt in met het gebruik van zijn portret. Standaardformulieren zijn verkrijgbaar, maar maatwerk blijft aanbevolen. Een modelrelease regelt publicatierechten, gebruiksduur, geografische reikwijdte en eventuele vergoeding.
Respecteer bezwaren van geportretteerden. Wanneer iemand aangeeft niet gefotografeerd te willen worden of bezwaar maakt tegen publicatie, weeg dan zorgvuldig af of je belang opweegt tegen het zijne. Nieuwswaarde rechtvaardigt soms publicatie tegen de wens van de geportretteerde. Bij commercieel gebruik heeft de geportretteerde vaak een redelijk belang, zoals ongewenste associatie of een vergoeding bij verzilverbare populariteit. Vraag dan dus toestemming.
Documenteer toestemming grondig. Bewaar e-mails, getekende overeenkomsten of andere bewijsstukken waarin de geportretteerde instemt met gebruik. Deze documentatie beschermt je bij latere geschillen. Wie zich op toestemming beroept, moet die bij betwisting in beginsel bewijzen (artikel 150 Rv).
Veelgestelde vragen over portretrecht
Wat is portretrecht?
Portretrecht is het recht van iemand die herkenbaar is afgebeeld om zich onder voorwaarden te verzetten tegen openbaarmaking van dat portret. Het staat in de artikelen 19, 20 en 21 van de Auteurswet en geldt voor foto’s, video’s, tekeningen en andere afbeeldingen waarop je herkenbaar bent.
Mag je een foto van iemand zonder toestemming publiceren?
Bij een portret dat niet in opdracht is gemaakt, is voorafgaande toestemming niet steeds vereist. Publicatie is wel ongeoorloofd voor zover een redelijk belang van de geportretteerde zich ertegen verzet (artikel 21 Auteurswet; HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA2788, r.o. 3.5). Is het portret in opdracht van de geportretteerde gemaakt, dan is zijn toestemming nodig, tenzij anders is afgesproken (artikel 20 lid 1 Auteurswet).
Wat is een redelijk belang bij portretrecht?
Een redelijk belang kan een privacybelang zijn, bijvoorbeeld bij een intieme afbeelding of een ongewenste associatie, of een commercieel belang, zoals de verzilverbare populariteit van een bekende persoon (Cruijff/Tirion, r.o. 3.4 onder b en f). De rechter weegt dat belang af tegen de vrijheid van meningsuiting en informatievrijheid.
Geldt het portretrecht ook na overlijden?
Ja. Bij een portret in opdracht is gedurende tien jaar na het overlijden de toestemming van de nabestaanden nodig (artikel 20 lid 1 Auteurswet). Bij een portret dat niet in opdracht is gemaakt, kan na het overlijden ook een nabestaande zich op een redelijk belang beroepen (artikel 21 Auteurswet).
Wat is het verschil tussen portretrecht en de AVG?
Het portretrecht gaat over de openbaarmaking van een herkenbare afbeelding en geeft de geportretteerde een vordering bij de rechter. De AVG gaat over de verwerking van persoonsgegevens, waaronder een herkenbare foto, met de Autoriteit persoonsgegevens als toezichthouder. Beide kunnen tegelijk gelden. Voor uitsluitend journalistieke doeleinden zijn grote delen van de AVG niet van toepassing (artikel 43 Uitvoeringswet AVG).
Primaire bronnen
- Auteurswet (tekst geldend vanaf 1 januari 2026): artikel 1, 19, 20, 21 en 35
- Burgerlijk Wetboek: artikel 3:296, 3:310 en 6:162
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: artikel 99, 102, 150 en 254
- Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, artikel 43
- Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, artikel 8 en 10
- HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA2788 (Cruijff/Tirion)
- HR 1 juli 1988, ECLI:NL:HR:1988:AB7688 (Vondelpark), aangehaald in Cruijff/Tirion
- Rb. Amsterdam 14 september 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:5786
- Hof Amsterdam 15 augustus 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3247
- Rb. Noord-Nederland 3 november 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3807
Advocaten gespecialiseerd in portretrecht
Wil je zekerheid over je juridische positie bij portretrecht? Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren je situatie en adviseren over de beste strategie voor het beschermen van je belangen of het rechtmatig gebruiken van portretten in commerciële context.