Bij inbreuk op auteursrecht kan de rechthebbende civielrechtelijk een verbod eisen, schadevergoeding vorderen en proceskosten verhalen. Bij ernstige inbreuken op het auteursrecht legt het Openbaar Ministerie strafrechtelijk een geldboete op tot € 90.000 of een gevangenisstraf tot vier jaar, vooral bij opzettelijke en grootschalige commerciële inbreuken.
Auteursrechtinbreuk leidt tot verschillende juridische consequenties die zowel via de civiele als strafrechtelijke weg kunnen worden opgelegd. De rechthebbende beschikt over meerdere instrumenten om zijn rechten te handhaven, terwijl de overheid bij ernstige overtredingen strafrechtelijk kan optreden. De aard en hoogte van de sancties hangen af van de ernst, opzet en commerciële omvang van de inbreuk.
Welke civielrechtelijke sancties kan de rechthebbende vorderen?
De rechthebbende start meestal met een civiele procedure om zijn schade te verhalen en verdere inbreuk te voorkomen. Deze route biedt diverse mogelijkheden om financiële en praktische herstelmaatregelen te verkrijgen.
Verbod via kort geding
De rechthebbende vordert vaak via een kort geding dat de inbreukmaker stopt met het onrechtmatig gebruik. Deze voorlopige voorziening werkt snel: binnen enkele dagen kan een rechter uitspraak doen. De rechter verbindt hieraan meestal een dwangsom per overtreding of per dag dat de inbreuk voortduurt. Bij een spoedeisend belang legt de rechter ex parte beslag zonder de inbreukmaker vooraf te horen, wat onherstelbare schade voorkomt. Na de kortgedingprocedure moet de rechthebbende binnen redelijke termijn een bodemprocedure starten, anders vervalt het verbod.
Schadevergoeding en winstafdracht
De rechthebbende kan in een bodemprocedure volledige schadevergoeding eisen. De schade bestaat uit gederfde winst, gemiste licentie-inkomsten of reputatieschade. Daarnaast mag de rechthebbende kiezen voor winstafdracht: de inbreukmaker staat dan de door hem gemaakte winst af. Deze beide vorderingen zijn echter niet cumulatief – de rechthebbende kiest tussen gederfde winst óf winstafdracht om dubbele betaling te vermijden. Een belangrijk uitgangspunt blijft dat de rechthebbende in dezelfde economische positie komt als wanneer er wel om toestemming zou zijn gevraagd.
De hoogte van schadevergoeding hangt af van diverse factoren: het formaat van de gebruikte afbeelding, de duur van het gebruik, het type gebruik (offline/online), naamsvermelding en eventuele bewerkingen. Fotografen hanteren vaak tarieven tussen 25% en 100% extra voor ontbrekende naamsvermelding. Bij wijziging of verminking van het werk – een schending van persoonlijkheidsrechten – vordert de rechthebbende eveneens een extra vergoeding.
Proceskosten en praktische maatregelen
Bij intellectuele eigendomsrechtenkwesties geldt een bijzondere kostenvergoeding. De verliezende partij betaalt namelijk de volledige proceskosten van de winnende partij, inclusief alle advocaatkosten. Deze kunnen in eenvoudige zaken oplopen tot € 8.000, waardoor procederen risicovol blijft. Daarnaast kan de rechter bevelen dat de uitspraak op kosten van de inbreukmaker wordt gepubliceerd, zodat het publiek kennis neemt van de inbreuk.
De rechthebbende mag verder vorderen dat de inbreukmaker informatie verstrekt over herkomst en distributiekanalen van inbreukmakende goederen. Ook kan de rechter opeising of vernietiging bevelen van inbreukmakende producten en gebruikte materialen. Beslag op inbreukmakende goederen blijft mogelijk, waarbij de deurwaarder betrokken wordt. Bij consumenten die goederen alleen voor eigen gebruik verkregen, geldt echter een uitzondering – tenzij zij zelf actief inbreuk maakten.
Hoe werkt de strafrechtelijke handhaving van auteursrecht?
Het Openbaar Ministerie vervolgt strafrechtelijk bij opzettelijke, grootschalige en commerciële auteursrechtinbreuken. Deze aanpak richt zich op ernstige overtredingen waarbij maatschappelijk belang speelt.
Geldboetes voor natuurlijke en rechtspersonen
De maximale geldboete bedraagt € 90.000 voor natuurlijke personen. Rechtspersonen riskeren een boete tot € 900.000. Deze bedragen gelden voor misdrijven waarbij de inbreukmaker bewust en systematisch auteursrechten schendt. Het Hof Amsterdam veroordeelde recent een verdachte die met een spybril theorie-examenvragen filmde en deze in zijn verkeersschool gebruikte. Het enkele filmen vormde al een verveelvoudiging volgens artikel 13 Auteurswet, wat leidde tot zowel celstraf als taakstraf.
Gevangenisstraffen bij ernstige overtredingen
Bij opzettelijke inbreuk legt de rechter een gevangenisstraf op tot maximaal één jaar. Deze straf loopt bij recidive of zeer ernstige gevallen op tot vier jaar. De strafrechtelijke vervolging vereist echter wel aangifte van de auteursrechtinbreuk bij het Openbaar Ministerie. De opsporingsdienst voor auteursrechtinbreuken valt onder de FIOD-ECD en treedt op bij bedrijfsmatige, grootschalige piraterij.
In de meeste gevallen handhaven rechthebbenden hun rechten civielrechtelijk. Strafrechtelijke vervolging blijft voorbehouden aan situaties waarin een maatschappelijk belang gemoeid is en waar grootschalige commerciële schending plaatsvindt. De rechter weegt daarbij de opzet, schaal en commerciële impact van de inbreuk.
Wat gebeurt er voordat een procedure start?
Voordat rechthebbenden een gerechtelijke procedure beginnen, sturen zij meestal een sommatiebrief. Deze waarschuwing biedt de inbreukmaker de kans om de inbreuk te stoppen en schade te vergoeden zonder procederen.
Sommatiebrief en onderhandelingsfase
De rechthebbende stuurt aangetekend een brief met het verzoek tot staken en gestaakt houden van inbreukmakende handelingen. Deze brief bevat vaak een gespecificeerde schadevergoeding gebaseerd op normale licentietarieven, vermeerderd met opsporingskosten. Echter, een sommatiebrief bevat géén boete – dat woord suggereert een straf uit een contract. De inbreukmaker heeft immers geen contract met de rechthebbende. Facturen bij zo’n brief zijn eveneens onzin, aangezien er geen product of dienst werd afgenomen.
Reageren op de sommatiebrief blijft echter verstandig. Als de inbreukmaker niet reageert, riskeert hij een dagvaardingsprocedure met aanzienlijk hogere kosten. De advocaat van de rechthebbende kan al tijdens onderhandelingen juridische kosten vorderen, die later bij een procedure eveneens worden toegewezen. Onderhandelen over de schadevergoeding loont meestal: beide partijen moeten water bij de wijn doen om een kostbare procedure te vermijden.
Beslag en rechtsmiddelen
Bij dreigende inbreuk kan de rechthebbende auteursrechtelijk beslag leggen op werken en materialen via een deurwaarder. Dit gebeurt vaak parallel aan een kort geding om bewijs veilig te stellen. Ex parte beslag ter bescherming van bewijs werkt snel en effectief wanneer onherstelbare schade dreigt.
Welke factoren bepalen de hoogte van schadevergoeding?
De normale licentievergoeding vormt het uitgangspunt voor schadevergoeding. Daarbij tellen factoren zoals gebruiksduur, medium, naamsvermelding en bewerkingen mee.
Normale licentievergoeding als basis
Fotografen en auteursrechthebbenden bepalen zelf hun tarieven en berekeningswijze. Relevante factoren zijn: formaat van de afbeelding, bewerkingen, naamsvermelding, gebruiksduur, offline versus online gebruik, en bereik (eigen website of social media). Bij een royalty-free licentie betaalt de gebruiker eenmalig en mag het werk onbeperkt in tijd gebruiken. Beeldbanken en fotografen publiceren soms hun tarieven openbaar, wat verificatie van gevorderde bedragen vergemakkelijkt.
Sommige rechthebbenden verstrekken prijslijsten op aanvraag. Als de inbreukmaker twijfelt aan de hoogte van de vordering, vraagt hij om onderbouwing. Voor ontbrekende naamsvermelding geldt vaak een toeslag van 25% tot 100% van de licentievergoeding. Dit komt omdat fotografen belang hechten aan naamsvermelding voor hun reputatie en zichtbaarheid.
Schattingsmogelijkheden door rechter
Wanneer de schade onduidelijk blijft, start de rechthebbende een schadestaatprocedure. Ook kan hij de rechter verzoeken de schade te schatten. De gederfde winst van de rechthebbende dient daarbij als aanknopingspunt. Reputatieschade telt mee in de totale schadebegroting, vooral wanneer persoonlijkheidsrechten werden geschonden door wijziging of verminking van het werk.
Hoe voorkom je een kostbare procedure?
Onderhandelen en schikken voorkomt procedurekosten die vaak hoger uitvallen dan de schadevergoeding zelf. Beide partijen lopen risico’s bij procederen.
Schikkingsonderhandelingen
Een schikking is een overeenkomst waarin partijen het geschil eigenhandig oplossen. Beide partijen bepalen zelf de voorwaarden. Als één partij zich niet aan de schikkingsovereenkomst houdt, komt alsnog een rechter aan te pas. Voor de inbreukmaker geldt: bij zekerheid over de inbreuk loont het om de werkelijke schade te achterhalen en deze aan te bieden. Procederen brengt namelijk voor beide partijen onzekerheid – de rechter kan een lager bedrag toewijzen maar tegelijk (een deel van) de proceskosten opleggen.
Fotografen en rechthebbenden maken eveneens een kosten-batenafweging. Een schikking biedt zekerheid over de vergoeding en bespaart tijd. De afweging tussen principe en financiële gevolgen bepaalt of partijen tot een vergelijk komen. Meestal leveren beide partijen iets in om het risico van een onvoorspelbare procedure te vermijden en het geschil sneller te beëindigen.
Voorkom valkuilen in onthoudingsverklaringen
Onderteken nooit een onthoudingsverklaring zonder juridische controle. Deze verklaring bevat vaak verstrekkende verplichtingen en hoge dwangsommen bij toekomstige overtredingen. Juridisch advies inwinnen voorkomt dat u akkoord gaat met onredelijke voorwaarden. Stilzitten blijft echter geen optie – negeren van een sommatiebrief leidt vrijwel zeker tot een dagvaarding met aanzienlijk hogere kosten.
Waarom loopt procederen in intellectuele eigendom anders?
Procedures over auteursrecht kennen bijzondere kostenregels en hoge financiële risico’s. De volledige proceskostenvergoeding maakt deze zaken kostbaar.
Volledige proceskostenvergoeding
In IE-procedures mag de winnende partij alle gemaakte advocaatkosten van de verliezende partij eisen – zowel eigen kosten als die van de wederpartij. Dit bedrag loopt al snel op tot vele duizenden euro’s. De rechter toetst wel of de gevorderde kosten redelijk zijn aan de hand van indicatietarieven en kan deze matigen. Toch blijft het risico aanzienlijk: verlies betekent betaling van eigen juridische kosten plus die van de tegenpartij.
Deze kostenregeling geldt uitsluitend voor intellectuele eigendomsrechten. Voor andere rechtsgebieden geldt het liquidatietarief op basis van een puntensysteem, dat nooit de werkelijke proceskosten dekt. De bijzondere IE-kostenvergoeding dwingt partijen tot zorgvuldige afweging voordat zij procederen. Vaak leidt deze drempel tot schikkingen omdat beide partijen de financiële onzekerheid willen vermijden.
Wat gebeurt er na een vonnis in eerste aanleg?
Tegen een vonnis in een bodemprocedure staat hoger beroep open bij het Gerechtshof. De bodemprocedure leidt tot een eindoordeel over definitieve vorderingen.
Bodemprocedure versus kort geding
Een bodemprocedure behandelt de zaak tot in detail en duurt gemiddeld twee jaar tot eindvonnis. Hierin vordert de rechthebbende definitieve zaken zoals volledige schadevergoeding, winstafstand en permanente verboden. Het is niet noodzakelijk om eerst een kort geding te voeren – de rechthebbende start direct met een bodemprocedure als hij dat wenst.
Na een kort geding waarbij voorlopige voorzieningen werden getroffen, moet binnen redelijke termijn een bodemprocedure volgen. Anders komen de opgelegde verboden te vervallen. Het kort geding dient immers als tijdelijke oplossing in afwachting van definitieve uitspraak. De combinatie van beide procedures biedt optimale bescherming: snelle tussentijdse maatregelen gevolgd door definitieve rechtsherstel.
Heeft u vragen over een auteursrechtinbreuk of ontving u een sommatiebrief? Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren uw situatie en adviseren over de beste strategie. Neem contact op met ons advocatenkantoor voor persoonlijk juridisch advies.
Hoe verschilt opzettelijke van niet-opzettelijke inbreuk?
Opzet bepaalt of strafrechtelijke vervolging mogelijk is en beïnvloedt de hoogte van schadevergoeding. Bij bewuste inbreuk gelden strengere sancties.
Opzet als voorwaarde voor strafrecht
Strafrechtelijke vervolging vereist opzettelijke inbreuk. De inbreukmaker moet zich bewust zijn geweest van het bestaan van het auteursrecht of had dat moeten zijn. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het systematisch kopiëren en commercieel exploiteren van beschermd materiaal. Het Hof Amsterdam oordeelde dat het filmen van examenvragen met een spybril en het verwerken daarvan in lesmateriaal opzettelijke verveelvoudiging vormde volgens de Auteurswet.
Bij civielrechtelijke schadevergoeding geldt eveneens een toerekenbaarheidseis. Er moet causaal verband bestaan tussen de inbreukmakende handeling en ontstane schade. Bovendien moet het ontstaan van schade aan de inbreukmaker kunnen worden toegerekend – hij moet zich bewust zijn geweest of had zich bewust moeten zijn van het auteursrecht. Deze voorwaarde voorkomt dat iemand aansprakelijk wordt voor inbreuk waarvan hij redelijkerwijs geen kennis kon hebben.
Grootschalige piraterij
Grootschalige, commerciële inbreuk leidt doorgaans tot strafrechtelijke vervolging. Stichting BREIN treedt namens rechthebbenden op tegen piraterij: het systematisch illegaal verspreiden of verveelvoudigen van beschermde werken. Bij bedrijfsmatige exploitatie van illegale kopieën en aanzienlijke schade aan de industrie start het Openbaar Ministerie strafrechtelijk onderzoek. De FIOD-ECD voert opsporingen uit en legt bewijsmateriaal vast.
Welke procedures gelden voor persoonlijkheidsrechten?
Naast vermogensrechten beschermt de Auteurswet persoonlijkheidsrechten van makers. Schending hiervan leidt tot extra schadevergoeding.
Recht op naamsvermelding
Ook wanneer het auteursrecht is overgedragen aan een ander, behoudt de maker zijn persoonlijkheidsrechten. Hij mag optreden tegen handelingen die deze rechten schenden. Het ontbreken van naamsvermelding vormt een schending van persoonlijkheidsrechten en rechtvaardigt een toeslag op de schadevergoeding van 25% tot 100%. Fotografen hechten doorgaans groot belang aan naamsvermelding voor hun professionele reputatie en zichtbaarheid in de markt.
Wijziging en verminking
Aanpassingen aan het werk zonder toestemming schenden eveneens persoonlijkheidsrechten. Bij beperkte wijzigingen vordert de rechthebbende extra schadevergoeding. Verregaande aanpassingen die het werk ernstig aantasten, gelden als verminking en leiden tot hogere vergoedingen. De rechter weegt daarbij de aard en omvang van de wijziging, het effect op de integriteit van het werk en de reputatieschade voor de maker.
Rectificatie biedt herstel van reputatieschade. De rechter beveelt publicatie van een verklaring of naamsvermelding om de schade aan de professionele reputatie te herstellen. Deze maatregel combineert met schadevergoeding en dient als rehabilitatie van de maker in het publieke domein.
Wilt u zekerheid over uw juridische positie bij een auteursrechtkwestie? Ons advocatenkantoor in Amsterdam beschikt over uitgebreide expertise in intellectuele eigendomsrechten. Wij beoordelen uw situatie, berekenen redelijke schadevergoeding en onderhandelen met de wederpartij. Neem vandaag nog contact op voor een analyse van uw zaak.


