Gepubliceerd op · Laatst bijgewerkt op

Wat is een kort geding en wanneer zet je het in?

Gepubliceerd · bijgewerkt

Een kort geding is een spoedprocedure waarin de voorzieningenrechter een voorlopige maatregel treft, zoals een verbod, een gebod, een voorschot of de opheffing van beslag. Dat kan in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening nodig is (artikel 254 lid 1 Rv). De uitspraak volgt in beginsel twee weken na de zitting (Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken, artikel 12.2) en bindt de bodemrechter niet (artikel 257 Rv).

Op deze pagina lees je wat je in kort geding kunt vorderen, hoe de procedure verloopt, wanneer je zaak spoedeisend genoeg is, hoe je een vonnis afdwingt, wat het kost en wat je na het vonnis kunt doen. Wil je de procedure stap voor stap doorlopen, lees dan hoe je een kort geding start. De regels van de rechtbanken staan in het nieuw landelijk procesreglement kort gedingen bij rechtbanken. Over het vervolg lees je meer bij hoger beroep in kort geding. Onze kort geding advocaat beoordeelt vooraf of je zaak zich hiervoor leent.

Wat kun je in een kort geding vorderen?

De voorzieningenrechter kan in een spoedeisende zaak de voorlopige maatregel geven die nodig is (artikel 254 lid 1 Rv). Wie verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, kan daartoe door de rechter worden veroordeeld, tenzij uit de wet, de aard van de verplichting of een rechtshandeling iets anders volgt (artikel 3:296 lid 1 BW). In kort geding gebeurt dat voorlopig. Veelvoorkomende vorderingen zijn:

Beslissingen die de rechtsverhouding definitief vastleggen, zoals de ontbinding of vernietiging van een overeenkomst, vraag je in de regel in een bodemprocedure. Kun je de uitkomst daarvan niet afwachten, dan vraag je in kort geding een maatregel die je in de tussentijd beschermt. Zie ook onze uitleg over de spoedprocedure naar Nederlands recht.

Hoe start je een kort geding bij de rechter?

Je start een kort geding door de voorzieningenrechter om een zittingsdatum te vragen en de wederpartij tegen die datum te dagvaarden (artikel 254 lid 2 Rv). Bij de rechtbank doe je dat via een advocaat (artikel 79 lid 2 Rv). De gedaagde mag in kort geding ook in persoon procederen, maar niet vertegenwoordigd door een gemachtigde die geen advocaat is (artikel 255 lid 1 Rv). Valt de zaak onder de kantonrechter, dan is ook de kantonrechter bevoegd om het kort geding te behandelen; breng je het daar aan, dan heb je geen advocaat nodig (artikel 254 lid 5 en artikel 79 lid 1 Rv). Je moet aantonen dat je zaak spoedeisend is, bijvoorbeeld omdat reputatie-, omzet- of vermogensschade dreigt. De rechter doet in beginsel twee weken na de zitting uitspraak; in bijzonder spoedeisende gevallen kan dat sneller, ook mondeling (Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken, artikel 12.2 en 12.4).

Het verloop ziet er in hoofdlijnen zo uit:

  • Aanvraag: je dient een aanvraagformulier in met een (concept)dagvaarding. In handels- en familiezaken doet een advocaat dat. Bij grote spoed buiten de openingstijden van de griffie kan de aanvraag mondeling bij de kortgedingrechter (Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken, artikel 2.1).
  • Dagbepaling: de voorzieningenrechter bepaalt dag en uur van de zitting, zo nodig ook op zondag (artikel 254 lid 2 Rv). De gewone dagvaardingstermijn is ten minste een week (artikel 114 Rv), maar de rechter kan die verkorten (artikel 117 Rv). Ligt de zitting zo snel dat die termijn niet haalbaar is, dan geldt de dagbepaling als verkorting (procesreglement, artikel 4.3).
  • Dagvaarding: de deurwaarder betekent de dagvaarding aan de wederpartij. Een afschrift met de producties dien je zo spoedig mogelijk in, maar uiterlijk drie werkdagen vóór de zitting, tenzij de griffier anders bepaalt (procesreglement, artikel 5.2 en 5.3).
  • Mondelinge behandeling: beide partijen lichten hun standpunt toe; de gedaagde voert daar zijn verweer.
  • Vonnis: in beginsel twee weken na de zitting. In bijzonder spoedeisende gevallen kan de rechter een verkorte uitspraak doen, ook mondeling (procesreglement, artikel 12.2 en 12.4; artikel 29a lid 5 Rv).

Lees meer over de voorbereiding bij hoe je een kort geding start.

Wat is het verschil met een bodemprocedure?

Een kort geding verschilt fundamenteel van een bodemprocedure. De rechter spreekt geen definitief oordeel uit, maar treft een voorlopige maatregel. Die beslissing brengt geen nadeel toe aan de zaak ten principale: de bodemrechter is er niet aan gebonden (artikel 257 Rv). In kort geding is in de regel geen ruimte voor uitgebreide bewijslevering, zoals een getuigenverhoor. Is de zaak daardoor niet geschikt om in kort geding te beslissen, dan weigert de voorzieningenrechter de voorziening (artikel 256 Rv). Volledige bewijslevering hoort in de bodemprocedure; lees daarover meer bij de wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht.

Na een kort geding ben je niet verplicht een bodemprocedure te beginnen, en de wet kent daarvoor geen algemene termijn. Wie het met het vonnis oneens is, kan hoger beroep instellen of zelf een bodemprocedure beginnen. Er zijn uitzonderingen. Bij een voorlopige voorziening over intellectuele eigendom bepaalt de voorzieningenrechter een redelijke termijn voor de eis in de hoofdzaak. Wordt die niet op tijd ingesteld, dan verliest de voorziening haar kracht zodra de gedaagde daarover een verklaring bij de griffie indient (artikel 1019i lid 1 Rv). Bij conservatoir beslag moet de eis in de hoofdzaak binnen de termijn van het beslagverlof worden ingesteld (ten minste acht dagen na het beslag), tenzij die eis al aanhangig was (artikel 700 lid 3 Rv). Dat gaat over het beslag, niet over het kort geding.

Wanneer is er sprake van spoedeisend belang?

De voorzieningenrechter is bevoegd in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad nodig is (artikel 254 lid 1 Rv). In de praktijk komt dat erop neer dat je de uitkomst van een bodemprocedure redelijkerwijs niet kunt afwachten. Onherstelbare schade eist de wet niet; de rechter weegt de belangen van beide partijen af. Voorbeelden zijn reputatieschade door negatieve media-uitingen, schending van intellectuele eigendomsrechten of dreigend bedrijfsverlies. Heb je na het ontstaan van het probleem lang gewacht, dan kan dat afdoen aan de spoedeisendheid. Ontbreekt het spoedeisend belang, of is de zaak niet geschikt voor kort geding, dan krijg je de voorziening niet (artikel 254 lid 1 en artikel 256 Rv). Bij een geldvordering gelden extra eisen (zie hieronder).

Hoe hef je een conservatoir beslag op?

Legt een schuldeiser conservatoir beslag op je vermogen, zoals je bankrekening of vastgoed, dan kun je in een opheffingskortgeding vragen het beslag op te heffen. Dat kan bij de voorzieningenrechter die het verlof voor het beslag gaf, onverminderd de bevoegdheid van de gewone rechter; elke belanghebbende kan die vordering instellen (artikel 705 lid 1 Rv). Een voorbeeld: een toeleverancier legt beslag op de bankrekening van je onderneming, waardoor je salarissen en leveranciers niet meer op tijd kunt betalen. De voorzieningenrechter heft het beslag onder meer op als summierlijk blijkt dat de vordering van de beslaglegger ondeugdelijk is of dat het beslag onnodig is, als vormen zijn verzuimd die op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven, of als je bij een geldvordering voldoende zekerheid stelt, zoals een bankgarantie (artikel 705 lid 2 Rv). Omdat de wet “onder meer” zegt, kun je ook aanvoeren dat de gevolgen van het beslag onevenredig zwaar uitpakken. Onze advocaten behandelen ook Een schuld innen en Massaclaims.

Kun je in kort geding een geldvordering innen?

Je kunt in kort geding een geldvordering instellen, bijvoorbeeld een voorschot op een onbetaalde factuur. De rechter onderzoekt dan niet alleen of je vordering voldoende aannemelijk is en of je een spoedeisend belang hebt, maar betrekt bij de afweging van de belangen van partijen ook het restitutierisico (HR 28 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0263, r.o. 3.5.1). Een financiële noodsituatie van de eiser kan juist het spoedeisend belang opleveren; zij maakt een geldvordering niet zonder meer ontoewijsbaar (HR 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0660, r.o. 3.6). Hoe dat bij onbetaalde facturen uitpakt, lees je bij het incassokortgeding.

Het restitutierisico kan daarbij zwaar wegen. Wijst de bodemrechter je vordering later alsnog af, dan moet je wederpartij het betaalde kunnen terugkrijgen. Is jouw eigen financiële positie zwak, zodat de wederpartij het betaalde mogelijk niet terugkrijgt, dan kan de geldvordering daarop stranden. Weegt dat risico zwaar, dan biedt conservatoir beslag vaak een betere route: je bevriest verhaal zonder dat er al hoeft te worden betaald.

Wat is het restitutierisico?

Wanneer een toegewezen voorziening later onterecht blijkt, loopt de wederpartij het risico dat zij de gelden niet kan terugvorderen. Dit heet het restitutierisico. De gedaagde partij kan de rechter hierop wijzen. De voorzieningenrechter kan zijn vonnis ook ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren (artikel 258 Rv), maar kan daaraan de voorwaarde verbinden dat eerst zekerheid wordt gesteld, bijvoorbeeld met een bankgarantie (artikel 233 lid 3 Rv). Weegt het restitutierisico zwaar, dan kan de rechter een geldvordering ook afwijzen. Een garantie dat het geld terugkomt, is echter geen voorwaarde: het restitutierisico is één van de factoren in de afweging, en de rechter kan een vordering ook gedeeltelijk toewijzen om het risico te beperken (HR 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0660, r.o. 3.4 en 3.5).

Hoe dwing je een vonnis in kort geding af?

Een vonnis in kort geding kun je ten uitvoer leggen, maar pas nadat de deurwaarder het aan de wederpartij heeft betekend (artikel 430 lid 3 Rv). Heeft de voorzieningenrechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, dan kun je ook executeren als de wederpartij hoger beroep instelt (zie hieronder).

Bij een gebod of verbod vraag je meestal een dwangsom: een geldsom die de wederpartij aan jou verbeurt als zij de veroordeling niet nakomt (artikel 611a lid 1 Rv). Bij een veroordeling tot betaling van een geldsom kan geen dwangsom worden opgelegd. De rechter stelt de dwangsom vast op een bedrag ineens, per tijdseenheid of per overtreding, en kan in de laatste twee gevallen een maximum bepalen (artikel 611b Rv). Een dwangsom kan niet worden verbeurd vóór de betekening van het vonnis, en de rechter kan bepalen dat zij pas na een bepaalde termijn kan worden verbeurd (artikel 611a lid 3 en 4 Rv). Een verbeurde dwangsom kun je innen op basis van hetzelfde vonnis (artikel 611c Rv).

Ontstaat tijdens de executie een geschil, bijvoorbeeld over de vraag of een dwangsom is verbeurd, dan kan elke partij dat in kort geding voorleggen (artikel 438 lid 2 Rv). De voorzieningenrechter kan dan onder meer de tenuitvoerlegging schorsen of bepalen dat die alleen tegen zekerheidstelling mag doorgaan (artikel 438 lid 3 Rv).

Hoe stel je hoger beroep in tegen een kort geding?

Als je je niet kunt verenigen met het vonnis van de voorzieningenrechter, kun je binnen vier weken na de uitspraak hoger beroep instellen (artikel 339 lid 2 Rv). In hoger beroep heb je altijd een advocaat nodig (artikel 353 lid 1 Rv). Is de zaak nog steeds urgent, vraag het gerechtshof dan om een spoedappel. Je neemt de grieven dan al in de appeldagvaarding op en vermeldt gemotiveerd dat je spoedbehandeling vraagt; acht het hof de zaak spoedeisend genoeg, dan krijgt de wederpartij twee weken voor haar memorie van antwoord (Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, artikel 9.1.2 en 9.1.3). Hoger beroep schorst de tenuitvoerlegging alleen als het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard (artikel 350 lid 1 Rv); anders kan het hof de tenuitvoerlegging op vordering schorsen (artikel 351 Rv). Tegen het arrest van het hof kun je binnen acht weken in cassatie (artikel 402 lid 2 Rv). Meer hierover lees je bij hoger beroep tegen een kort geding.

Wat kost een kort geding?

Elke eiser en elke verschenen gedaagde betaalt griffierecht; in kort geding wordt dat geheven op de eerste zitting (artikel 3 lid 1 Wet griffierechten burgerlijke zaken). De gedaagde in een zaak bij de kantonrechter betaalt geen griffierecht (artikel 4 lid 1 onder b Wgbz). De hoogte hangt af van de waarde van de vordering en van de vraag of je een natuurlijk persoon bent. Bij de rechtbank (buiten kantonzaken) is het griffierecht sinds 1 januari 2026 voor een vordering van onbepaalde waarde, zoals een verbod, € 735 voor een niet-natuurlijk persoon (zoals een bv, maar ook een vof) en € 341 voor een natuurlijk persoon. Bij een geldvordering tot € 100.000 is dat € 3.083 respectievelijk € 1.414 (bijlage bij de Wgbz).

Daarnaast betaal je je eigen advocaat en de deurwaarder. De partij die in het ongelijk wordt gesteld, wordt in de proceskosten veroordeeld, maar de rechter kan de kosten onder meer compenseren als partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld (artikel 237 lid 1 Rv). De rechter stelt het bedrag in het vonnis vast (artikel 237 lid 3 Rv); dat dekt niet altijd alle advocaatkosten die je werkelijk maakt. In zaken over intellectuele eigendom wordt de verliezer desgevorderd veroordeeld in de redelijke en evenredige kosten van de winnaar, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet (artikel 1019h Rv). In hoger beroep betaal je opnieuw griffierecht, volgens de tarieven voor het gerechtshof.

Kun je een kort geding voeren tegen een buitenlandse partij?

Ja, als de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering regelt dat, onverminderd wat verdragen en EU-verordeningen bepalen; die gaan dus voor (artikel 1 Rv). Volgens het Wetboek heeft de Nederlandse rechter onder meer rechtsmacht als de gedaagde in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft (artikel 2 Rv), als de verbintenis uit een overeenkomst waarom het gaat in Nederland is of moet worden uitgevoerd, of als bij een onrechtmatige daad het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of kan voordoen (artikel 6 onder a en e Rv). Ook een forumkeuze voor de Nederlandse rechter geeft rechtsmacht, tenzij daarvoor geen redelijk belang aanwezig is; die keuze bewijs je met een geschrift (artikel 8 lid 1 en 5 Rv). Voor een voorlopige maatregel kan de bevoegdheid van de Nederlandse rechter bovendien niet worden betwist op de enkele grond dat hij in de hoofdzaak geen rechtsmacht heeft (artikel 13 Rv).

Een arbitrageovereenkomst belet niet dat je een kort geding begint bij de voorzieningenrechter (artikel 1022a Rv; bij arbitrage buiten Nederland artikel 1074a Rv). Beroept de wederpartij zich vóór alle weren op het arbitragebeding, dan is de rechter alleen bevoegd als de gevraagde voorziening niet of niet tijdig in arbitrage kan worden verkregen. Dat geldt bij arbitrage in Nederland (artikel 1022c Rv) en bij arbitrage buiten Nederland (artikel 1074d Rv). Dat speelt bij urgente commerciële conflicten waarin een arbitrale procedure te traag is om direct in te grijpen.

Heeft de gedaagde geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland, maar wel een bekende woonplaats of bekend verblijf in het buitenland, dan gelden voor de betekening van de dagvaarding de regels voor het buitenland (artikel 55 en 56 Rv). Dat kost tijd; houd daar rekening mee bij de zittingsdatum. Heb je zelf als eiser geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland, dan kan de gedaagde vorderen dat je zekerheid stelt voor de proceskosten en de schadevergoeding. Dat geldt niet in de gevallen van artikel 224 lid 2 Rv, bijvoorbeeld als een verdrag of EU-verordening dat uitsluit, als de kostenveroordeling in je woonland ten uitvoer kan worden gelegd of als verhaal in Nederland redelijkerwijs mogelijk is (artikel 224 Rv).

Welke paginalimiet geldt voor processtukken?

In kort geding bij de rechtbank geldt geen vast maximum. De omvang van een processtuk moet passen bij de aard, de complexiteit en het belang van de zaak. Een processtuk van meer dan 10 pagina’s begint met een samenvatting, en bij meer dan 25 pagina’s licht je kort toe waarom die omvang nodig is. Is een stuk onnodig lang, dan kan de kortgedingrechter een korter, vervangend processtuk bevelen (Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken, artikel 3.12). In hoger beroep gelden strengere grenzen.

Sinds 1 april 2021 mogen bij de gerechtshoven de memorie van grieven en de memorie van antwoord ieder niet meer dan 25 bladzijden beslaan (Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, artikel 2.13.1). Een te lang stuk zonder toestemming wordt geweigerd; je krijgt dan twee weken voor een stuk dat binnen de grens blijft. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat zulke beperkingen zijn toegestaan, zolang de essentie van het recht op toegang tot de rechter en van hoor en wederhoor niet wordt aangetast (HR 3 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:824). Je procesadvocaat moet dus kernachtig formuleren en alleen relevante informatie aandragen.

Veelgestelde vragen over het kort geding

Wat is een kort geding?

Een kort geding is een spoedprocedure waarin de voorzieningenrechter, of in kantonzaken ook de kantonrechter, een voorlopige maatregel treft als de zaak spoedeisend is (artikel 254 lid 1 en 5 Rv). Denk aan een verbod, een gebod, een voorschot op een betaling of de opheffing van beslag. De beslissing is voorlopig en brengt geen nadeel toe aan de bodemzaak (artikel 257 Rv).

Wanneer is er spoedeisend belang bij een kort geding?

Als, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening nodig is (artikel 254 lid 1 Rv). Onherstelbare schade is niet vereist; de rechter weegt de belangen af. Bij een geldvordering kan een financiële noodsituatie het spoedeisend belang opleveren, maar weegt de rechter ook het restitutierisico mee (HR 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0660). Is de zaak niet geschikt voor kort geding, dan weigert de rechter de voorziening (artikel 256 Rv).

Hoe vraag je een kort geding aan?

Je dient bij de rechtbank een aanvraagformulier met een (concept)dagvaarding in. In handels- en familiezaken doet een advocaat dat; bij de kantonrechter kun je ook zelf procederen (procesreglement kort gedingen, artikel 2.1; artikel 79 lid 1 en 254 lid 5 Rv). De voorzieningenrechter bepaalt dag en uur van de zitting, waarna de deurwaarder de dagvaarding betekent (artikel 254 lid 2 Rv). Zie ook hoe je een kort geding start.

Hoe lang heb je voor hoger beroep tegen een kort geding?

Vier weken, te rekenen van de dag van de uitspraak (artikel 339 lid 2 Rv). In hoger beroep procedeer je altijd bij advocaat (artikel 353 lid 1 Rv). Het hoger beroep schorst de tenuitvoerlegging niet als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard (artikel 350 lid 1 Rv). Tegen het arrest van het hof kun je binnen acht weken in cassatie (artikel 402 lid 2 Rv). Meer lees je bij hoger beroep tegen een kort geding.

Moet je na een kort geding een bodemprocedure starten?

Nee, de wet verplicht daar in het algemeen niet toe en kent er geen algemene termijn voor. Wie het oneens is met het vonnis, kan wel een bodemprocedure beginnen; de bodemrechter is niet aan het kortgedingvonnis gebonden (artikel 257 Rv). Uitzonderingen zijn een voorlopige voorziening over intellectuele eigendom, waarbij de rechter een termijn voor de bodemzaak stelt (artikel 1019i Rv), en conservatoir beslag (artikel 700 lid 3 Rv).

Primaire bronnen

Wanneer schakel je een kort geding advocaat in?

MAAK Advocaten in Amsterdam ondersteunt bedrijven en zakelijke dienstverleners met gespecialiseerde procesadvocaten die strategisch adviseren en daadkrachtig optreden in kort geding procedures. Onze advocaten beschikken over diepgaande sectorkennis en jarenlange ervaring in het begeleiden van ondernemingen bij urgente juridische geschillen. Of het nu gaat om het veiligstellen van contractuele rechten, het opheffen van conservatoir beslag of het stoppen van schadelijke publicaties: wij zorgen voor snel, doeltreffend en commercieel verantwoord optreden.

In zeer spoedeisende zaken kan de voorzieningenrechter de zitting op korte termijn bepalen, zo nodig ook op zondag (artikel 254 lid 2 Rv). Wij zorgen dat je aanvraag dan direct klaarligt. Neem vandaag nog contact op voor een verkennend adviesgesprek met een van onze kort geding specialisten.

Wil je snel schakelen en juridische actie ondernemen? Neem dan direct contact met ons op. Onze kort geding advocaten staan voor je klaar.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?