Conservatoir beslag leggen: verlof, termijnen en beslagtypen

Gepubliceerd · bijgewerkt

Met conservatoir beslag zet je als schuldeiser vermogen van je debiteur vast voordat de rechter over je vordering heeft beslist, zodat het niet kan verdwijnen terwijl de procedure loopt. Je hebt daarvoor verlof nodig van de voorzieningenrechter, dat je met een verzoekschrift aanvraagt (artikel 700 Rv). Loopt de procedure over je vordering nog niet, begin die dan binnen de termijn uit het verlof; anders vervalt het beslag. Onze advocaten procesrecht behandelen hieronder de regels per beslagtype, mede aan de hand van de Beslagsyllabus van de Rechtspraak.

Welke wettelijke regels gelden bij conservatoir beslag?

De regels staan in titel 4 van boek 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De algemene bepalingen (artikel 700 tot en met 710a Rv) gelden voor elk conservatoir beslag. Daarna volgen afdelingen per soort beslag: roerende zaken onder de schuldenaar (artikel 711-713), aandelen op naam (714-717), beslag onder derden (718-723), onroerende zaken (725-727), schepen (728-728b), luchtvaartuigen (729-729e) en beslag tot afgifte of levering (730 en verder). Voor zover de wet niets anders bepaalt, leg je een conservatoir beslag volgens de regels voor executoriaal beslag op hetzelfde soort goed. In plaats van een executoriale titel vermeldt het beslagexploot dan het verlof (artikel 702 lid 1 Rv).

Hoe krijg je verlof van de rechter?

Voor elk conservatoir beslag heb je vooraf verlof nodig van de voorzieningenrechter van de rechtbank. Bevoegd is de rechter van de plaats waar de zaken zich bevinden of, als het beslag niet op zaken betrekking heeft, waar de schuldenaar of de derde onder wie beslag wordt gelegd woont. In het verzoekschrift (beslagrekest) vermeld je de aard van het beslag en van je recht en, bij een geldvordering, het bedrag of het maximumbedrag daarvan. De rechter beslist na summier onderzoek en stelt bij een geldvordering het bedrag vast waarvoor je beslag mag leggen, inclusief de kosten. Tegen een verleend verlof is geen hoger beroep mogelijk (artikel 700 lid 1 en 2 Rv).

Wanneer moet je de hoofdzaak starten?

Loopt er nog geen procedure over je vordering (de hoofdzaak), dan geeft de rechter verlof onder de voorwaarde dat je die begint binnen een termijn die hij bepaalt, van ten minste acht dagen na het beslag. Hij kan de termijn verlengen als je dat vraagt voordat die verstrijkt. Bij beslag op aandelen op naam en bij derdenbeslag moet je de verlenging binnen acht dagen na het oorspronkelijke einde van de termijn schriftelijk meedelen aan de vennootschap of de derde. Begin je de hoofdzaak te laat, dan vervalt het beslag (artikel 700 lid 3 Rv). Bij derdenbeslag moet je bovendien binnen acht dagen nadat je de procedure hebt ingesteld een afschrift van de dagvaarding aan de derde laten betekenen, op straffe van nietigheid van het beslag (artikel 721 Rv). Is het beslag op een onroerende zaak vervallen omdat je de hoofdzaak te laat begon, dan moet je de inschrijving in de openbare registers onverwijld laten doorhalen; anders ben je schadeplichtig (artikel 727 Rv).

Wanneer moet je zekerheid stellen?

De rechter kan het verlof afhankelijk maken van zekerheid, bijvoorbeeld een bankgarantie, tot een door hem bepaald bedrag voor de schade die het beslag kan veroorzaken (artikel 701 lid 1 Rv). Je biedt die zekerheid aan vóór of bij de betekening van het beslagexploot (artikel 701 lid 2 Rv). Of de rechter zekerheid vraagt, hangt af van de omstandigheden, zoals het risico dat het beslag onterecht blijkt. Bij beslag door de houder van een geprotesteerde wissel of cheque is artikel 701 Rv niet van toepassing (artikel 711 lid 2 Rv).

Wat zijn de gevolgen van een gelegd beslag?

Een conservatoir beslag is een bewarende maatregel: de beslagene kan niet meer vrij over de beslagen goederen beschikken, maar er volgt geen executieverkoop zolang je geen executoriale titel hebt. Krijg je in de hoofdzaak een uitvoerbare titel, dan gaat het conservatoir beslag over in een executoriaal beslag zodra die titel aan de beslagene en, bij derdenbeslag, ook aan de derde is betekend. Een nieuw beslag is dan niet nodig. Wordt je eis definitief afgewezen, dan vervalt het beslag (artikel 704 Rv). De beslagene wordt vóór het verlof in de regel niet gehoord; bij beslag op loon en andere periodieke betalingen wel (zie hieronder). In je verzoekschrift moet je alle relevante feiten volledig en naar waarheid aanvoeren (artikel 21 Rv). Dit hangt nauw samen met Factuurfraude door vervalste facturen.

Hierna worden alle vormen van conservatoir beslag afzonderlijk behandeld, met de specifieke bepalingen uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en eventuele andere voorschriften per beslagtype. We behandelen dit uitgebreid in Wanneer is wettelijke rente verschuldigd.

Hoe leg je beslag op roerende zaken?

Dit betreft bewarend beslag op roerende zaken van de schuldenaar die geen registergoed zijn (bijv. inventaris, voertuigen, voorraden). Naast de algemene regels (verlof, termijn hoofdzaak, etc.) gelden enkele bijzondere eisen en verwijzingen:

  • Vrees voor verduistering: Voor conservatoir verhaalsbeslag op roerende niet-registergoederen (ten behoeve van een geldvordering) eist de wet dat de schuldeiser gegronde vrees voor verduistering aantoont (art. 711 lid 1 Rv). Dit betekent dat redelijkerwijs te vrezen is dat de schuldenaar anders de goederen aan verhaal zal onttrekken (bijv. verbergen of wegmaken). Deze eis geldt ook voor rechten aan toonder of order. In het beslagrekest moet die vrees onderbouwd worden. NB: “Verduistering” in deze context is civielrechtelijk bedoeld, niet hetzelfde als het strafrechtelijke begrip.
  • Uitzondering wissel/cheque: De vrees voor verduistering hoeft niet gesteld te worden wanneer de beslaglegger houder is van een wisselbrief, orderbiljet of cheque die via protest of verklaring wegens non-betaling is vastgesteld. In dat geval mag dus zonder vrees-aannemelijkmaking beslag worden gelegd voor wat de houder te vorderen heeft op de trekker, endossant, etc. (art. 711 lid 2 Rv). Ook de verplichting tot zekerheidstelling (art. 701 Rv) is dan uitgesloten.
  • Aandelen op naam: voor conservatoir beslag op aandelen op naam en op effecten op naam die geen aandelen zijn, gelden de eisen van artikel 711 lid 1 en 2 Rv overeenkomstig, dus ook de vrees voor verduistering (artikel 714 Rv). Artikel 711 lid 3 Rv verklaart de eerste twee leden daarnaast van toepassing op rechten waarvan de executie niet elders is geregeld (artikel 474bb Rv). In het verzoekschrift omschrijf je het goed dat je in beslag wilt nemen.
  • Uitvoering beslag: na het verlof legt een deurwaarder het beslag. Het verlof en het verzoekschrift worden samen met het beslagexploot aan de beslagene betekend (artikel 702 lid 2 Rv). Een aantal regels van het executoriale beslag op roerende zaken is van overeenkomstige toepassing (artikel 712 Rv). Zo kan beslag alleen worden gelegd voor een vordering waarvan het geldelijk beloop bepaalbaar is (artikel 441 lid 1 Rv). De deurwaarder beschrijft de in beslag genomen zaken in een proces-verbaal (artikel 443 Rv) en heeft toegang tot elke plaats voor zover dat redelijkerwijs nodig is (artikel 444 Rv). Gereed geld dat hij aantreft, geeft hij in gerechtelijke bewaring (artikel 445 Rv). Op de inboedel van de woning, kleding, levensmiddelen en zaken voor de dagelijkse levensbehoeften mag in beginsel geen beslag worden gelegd, tenzij het om bovenmatige zaken gaat; op gezelschapsdieren en de zaken voor hun verzorging in het geheel niet (artikel 447 Rv). Een uitzondering geldt voor een vordering wegens de verkoop, vervaardiging of het herstel van zo’n zaak of de verkoop of verzorging van het dier (artikel 448 Rv). Een vervreemding, bezwaring of verhuring na het beslag kan niet tegen jou worden ingeroepen, behalve door een derde die zijn recht anders dan om niet verkreeg, de zaak in handen kreeg en toen te goeder trouw was (artikel 453a Rv). Ligt de zaak onder een derde die het beslag betwist, dan gelden de regels van het derdenbeslag (artikel 461d Rv).
  • Na vonnis: krijg je een uitvoerbare executoriale titel voor je geldvordering, dan gaat het conservatoir beslag over in een executoriaal beslag zodra de titel aan de beslagene is betekend (artikel 704 lid 1 Rv). Daarna kan de deurwaarder de zaken openbaar verkopen volgens de executieregels (artikel 463 Rv en verder). Wordt je eis definitief afgewezen, dan vervalt het beslag van rechtswege (artikel 704 lid 2 Rv).

(Opmerking: Conservatoir beslag op roerende zaken die wel registergoederen zijn (zoals bepaalde schepen of luchtvaartuigen) valt niet onder art. 711 Rv maar onder de speciale afdelingen daarvoor, zie beneden.)

Hoe leg je beslag op onroerende zaken?

Dit is conservatoir beslag op registergoederen zoals onroerende zaken (bijv. grond, huis). De regeling is in Afdeling 6, Titel 4, Boek 3 Rv (art. 725–727 Rv). Belangrijkste aandachtspunten:

  • Voorwaarden en specifiek object: Ook voor onroerend goed gelden de eisen van artikel 711 lid 1 en 2 Rv: je moet gegronde vrees voor verduistering aantonen, tenzij je houder bent van een geprotesteerde wissel, orderbiljet of cheque. Artikel 725 Rv bepaalt: “Indien is voldaan aan de eisen die in artikel 711, eerste en tweede lid, voor het verlof worden gesteld, kan ook verlof verleend worden om beslag te leggen op een of meer bepaald aan te wijzen onroerende zaken.” De beslagene moet dus eveneens dreigen het onroerend goed aan verhaal te onttrekken (bijv. spoedige verkoop) voor verlof wordt gegeven. In de praktijk wordt vrees bij onroerend goed minder snel aangenomen gezien onroerend goed moeilijk te verduisteren is, maar de wet stelt het formeel wel als eis. Het verlof moet het specifieke registergoed benoemen; een algemeen beslag op “alle onroerende goederen” is niet toegestaan.
  • Inschrijving in de openbare registers: de deurwaarder legt het beslag bij een proces-verbaal (artikel 504 Rv, van toepassing via artikel 702 Rv) dat wordt ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. Een afschrift wordt op straffe van nietigheid uiterlijk drie dagen na de inschrijving aan de schuldenaar betekend (artikel 505 lid 1 Rv, van toepassing via artikel 726 Rv), samen met het verlof en het verzoekschrift (artikel 702 lid 2 Rv). Door de inschrijving wordt het beslag openbaar. Blokkerende werking: een vervreemding, bezwaring, verhuring of verpachting na de inschrijving kan niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen, met een uitzondering voor bepaalde verhuur van woonruimte (artikel 505 lid 2 Rv). Een vervreemding of bezwaring op grond van een akte die vóór de inschrijving van het beslag is verleden, werkt wel als die akte uiterlijk op de eerstvolgende openingsdag van het Kadaster wordt ingeschreven (artikel 505 lid 3 Rv).
  • Overeenkomstige executieregels: artikel 726 lid 1 Rv verklaart artikel 504a lid 1, 505, 506, 507a, 507b en 513a Rv van overeenkomstige toepassing. Daarin staat onder meer dat het beslag alleen kan worden gelegd voor een vordering waarvan het geldelijk beloop bepaalbaar is (artikel 504a lid 1), dat de schuldenaar de zaak in goede staat moet houden en de rechter een gerechtelijke bewaarder kan aanstellen (artikel 506), dat vorderingen tot vergoeding die na de inschrijving in de plaats van de zaak treden ook onder het beslag vallen (artikel 507a), dat een beslag na een ingeschreven koop na tijdige levering rust op het deel van de koopprijs dat de notaris voor de verkoper onder zich houdt (artikel 507b), en hoe de inschrijving wordt doorgehaald (artikel 513a). Volgens artikel 726 lid 2 Rv begint de termijn van artikel 508 Rv (betekening van het beslag aan hypotheekhouders) pas te lopen als je een uitvoerbare executoriale titel hebt en die aan de schuldenaar is betekend.
  • Doorhalen bij verval: Art. 727 Rv verplicht de beslaglegger om, indien de eis in de hoofdzaak niet binnen de gestelde termijn is ingesteld, onverwijld de inschrijving in het kadaster te laten doorhalen op straffe van schadevergoeding. Deze plicht zorgt ervoor dat derden niet langer onnodig gehinderd worden door een beslaginschrijving als het beslag van rechtswege is vervallen. Ook als het beslag om andere redenen ophoudt te bestaan (bijvoorbeeld door opgeheven te worden door de voorzieningenrechter op verzoek van de wederpartij ex art. 705 Rv), kan de inschrijving worden doorgehaald op grond van een verklaring van de deurwaarder of een ingeschreven rechterlijke uitspraak (artikel 513a Rv, van toepassing via artikel 726 Rv).
  • Na vonnis: heb je een uitvoerbare executoriale titel, zoals een vonnis, dan gaat het conservatoir beslag over in een executoriaal beslag zodra je de titel aan de schuldenaar hebt laten betekenen (artikel 704 lid 1 Rv). Een onherroepelijk vonnis is daarvoor niet nodig. De executoriale verkoop van de onroerende zaak gebeurt ten overstaan van een notaris (artikel 514 lid 1 Rv). Wordt je eis definitief afgewezen, dan vervalt het beslag van rechtswege (artikel 704 lid 2 Rv).

Hoe werkt bankbeslag onder een derde?

Bij derdenbeslag wordt beslag gelegd op vorderingen die de schuldenaar op een derde heeft. Een veelvoorkomend voorbeeld is bankbeslag: de vordering van de schuldenaar op de bank tot uitbetaling van zijn rekeningtegoed wordt in beslag genomen. De wettelijke basis is art. 718 Rv e.v. (Afdeling 4). Enkele kernpunten:

  • Rechtsgrond en object: artikel 718 Rv bepaalt: “Een schuldeiser kan onder derden conservatoir beslag leggen op de in artikel 475 bedoelde goederen.” Artikel 475 lid 1 Rv noemt vorderingen die de schuldenaar op derden heeft of rechtstreeks zal verkrijgen uit een al bestaande rechtsverhouding, en roerende zaken die onder derden berusten en geen registergoederen zijn. Bij bankbeslag gaat het om de vordering van de schuldenaar op de bank tot uitbetaling van zijn saldo. De deurwaarder legt het beslag door een exploot aan de bank te betekenen met een bevel om het verschuldigde onder zich te houden (artikel 475 lid 1 Rv, van toepassing via artikel 702 Rv). Het exploot vermeldt ook het verlofbedrag en waar de hoofdzaak loopt of binnen welke termijn die moet worden ingesteld, en de bank krijgt een afschrift van het verlof en het verzoekschrift (artikel 719 Rv). Binnen acht dagen na het beslag moet het exploot aan de schuldenaar worden betekend (artikel 475i lid 1 Rv, van toepassing via artikel 720 Rv).
  • Geen vreesvereiste: anders dan bij beslag op roerende zaken onder de schuldenaar hoef je bij conservatoir beslag onder derden niet aan te tonen dat de schuldenaar zijn goederen zal verduisteren. Het vereiste van artikel 711 lid 1 Rv geldt voor roerende zaken die geen registergoederen zijn, rechten aan toonder of order, aandelen en effecten op naam (artikel 714 Rv) en onroerende zaken (artikel 725 Rv); de afdeling over derdenbeslag (artikel 718-723 Rv) kent zo’n eis niet. De rechter toetst wel summier of je vordering voldoende aannemelijk is (artikel 700 lid 2 Rv).
  • Verplichtingen van de derde (bank): de bank moet het beslagen tegoed onder zich houden en verklaren welke vorderingen en zaken door het beslag zijn getroffen (derdenverklaring). Die plicht ontstaat zodra twee weken na het beslag zijn verstreken. Vraagt de schuldenaar de bank binnen die twee weken schriftelijk om uitstel, dan verklaart zij zodra vier weken zijn verstreken (artikel 476a lid 1 Rv, van toepassing via artikel 720 Rv). In de verklaring staan onder meer de getroffen tegoeden, andere beslagen en bekende pandrechten (artikel 476a lid 2 Rv). Verklaart de bank niet, dan kan zij worden veroordeeld tot betaling alsof zij zelf de schuldenaar is (artikel 477a lid 1 Rv). Bij conservatoir beslag kan dat pas vier weken nadat de executoriale titel aan de bank is betekend (artikel 723 Rv).
  • Gevolg voor de schuldenaar: door het beslag kan de schuldenaar niet meer vrij over het getroffen banktegoed beschikken. De bank blokkeert in de praktijk het tegoed tot het in het beslagexploot genoemde maximum. Opnames en overboekingen ten laste van het beslagen deel zijn niet mogelijk. Is de schuldenaar een natuurlijk persoon, dan is het beslag op zijn banktegoed alleen geldig voor zover het tegoed per maand hoger is dan (bij een schuldenaar zonder woonadres in Nederland en zonder vaste woon- of verblijfplaats in het buitenland: de helft van) de bedragen uit artikel 475da lid 1 Rv (artikel 475a lid 5 Rv, van toepassing via artikel 720 Rv). Voor een alleenstaande is dat € 2.208,48 per maand (stand oktober 2026). De bedragen worden per 1 januari en 1 juli aangepast (artikel 475da lid 8 Rv). Voor een bv of andere rechtspersoon geldt dit niet. De schuldenaar hoort van het beslag via de betekening van het exploot.
  • Na vonnis, omzetting in executoriaal beslag: krijg je in de hoofdzaak een uitvoerbare executoriale titel, dan gaat het conservatoire derdenbeslag over in een executoriaal beslag zodra je de titel aan de schuldenaar en aan de bank hebt laten betekenen (artikel 704 lid 1 Rv). De betekening aan de bank moet gebeuren binnen een maand nadat de titel is verkregen en uitvoerbaar is geworden. Gebeurt dat niet, dan zijn betalingen die de bank intussen aan de schuldenaar doet geldig (artikel 722 Rv). De plicht van de bank om het beslagen bedrag aan de deurwaarder te betalen (artikel 477 Rv) gaat pas in vier weken na die betekening (artikel 723 Rv).
  • Bijzondere gevallen: Bepaalde rechten tegenover de bank, zoals een kredietruimte die nog niet is opgenomen, zijn niet vatbaar voor beslag (HR 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4504, r.o. 3.5, 3.6 en 3.10; beslag treft alleen vorderingen die de schuldenaar al heeft of rechtstreeks zal verkrijgen uit een al bestaande rechtsverhouding, artikel 475 lid 1 Rv; een nog onbenutte kredietlimiet is geen vorderingsrecht van de schuldenaar). Een verzoek om verlof voor beslag op niet-benutte kredietruimte wijst de voorzieningenrechter daarom af (Beslagsyllabus, versie augustus 2026, G.4.4). Wel kan de ontvanger der belastingen een bank of andere betaaldienstverlener verplichten belastingaanslagen te betalen uit krediet dat in samenhang met een rekening is verstrekt (artikel 19 lid 4 Invorderingswet 1990). Voor gemeentelijke belastingen heeft de gemeentelijke invorderingsambtenaar die bevoegdheid ook (artikel 231 lid 2 onder c en artikel 251 Gemeentewet).

Wanneer leg je loonbeslag of beslag onder derden?

Loonbeslag is een bijzonder soort derdenbeslag, namelijk op het loon of een andere periodieke uitkering van de schuldenaar (bijvoorbeeld salaris, pensioen, uitkering). De wet stelt hier extra waarborgen omdat dit het levensonderhoud van de schuldenaar raakt. Naast de regels van art. 718-722 Rv gelden de volgende speciale bepalingen:

  • Horen van de schuldenaar (art. 720 Rv): Bij conservatoir beslag op vorderingen tot periodieke betalingen (zoals loon) moet de voorzieningenrechter eerst de schuldenaar horen of op zijn minst de gelegenheid geven om gehoord te worden. Dit is een uitzondering op de gebruikelijke ex-parte behandeling. Art. 720 Rv bepaalt expliciet dat verlof voor loonbeslag slechts wordt verleend na horen van de schuldenaar (of als hij niet reageert op de oproep). In de praktijk betekent dit dat de rechter een zitting belegt of een reactie van de wederpartij afwacht voordat hij beslist. Verschijnt de schuldenaar niet, of overtuigt zijn verweer de rechter niet, dan kan het verlof alsnog worden verleend. Deze bijzondere hoorplicht geldt alleen voor de in art. 475c Rv genoemde periodieke inkomsten (loon, bepaalde uitkeringen, alimentatie, etc.). NB: Voor eenmalige vorderingen of beslag onder banken is er géén hoorplicht, daar wordt het verlof doorgaans zonder wederhoor verleend.
  • Beslagvrije voet: bij beslag op loon en andere periodieke betalingen uit artikel 475c Rv blijft de beslagvrije voet buiten het beslag. Het beslag is alleen geldig voor zover een betaling de beslagvrije voet overtreft (artikel 475b lid 1 Rv, van toepassing via artikel 720 Rv). De beslagvrije voet wordt berekend op basis van het belastbaar inkomen van de schuldenaar en, als hij gehuwd is, zijn echtgenoot (artikel 475d Rv). De formule gaat uit van 95% van de bijstandsnorm, met correcties die samenhangen met de zorgtoeslag en de huurtoeslag (artikel 475da lid 2 Rv). De wet noemt ook maximumbedragen (artikel 475da lid 1 Rv, stand oktober 2026): € 2.208,48 voor een alleenstaande, € 2.543,75 voor een alleenstaande ouder, € 2.905,79 voor gehuwden zonder kinderen en € 3.179,68 voor gehuwden met een of meer kinderen. Deze bedragen worden per 1 januari en 1 juli aangepast (artikel 475da lid 8 Rv). De werkgever of uitkeringsinstantie houdt alleen het meerdere boven de beslagvrije voet in.
  • Uitvoering door derde: De werkgever of uitkeringsinstantie die het loonbeslag ontvangt, zal, na verlofverlening en betekening, gehouden zijn toekomstige loonbetalingen gedeeltelijk in te houden. Feitelijk bevriezt hij telkens het deel boven de beslagvrije voet en reserveert dit voor de beslaglegger. Ook hier moet de derde een derdenverklaring afleggen (art. 720 Rv jo. 476a Rv) waarin hij verklaart welk bedrag periodiek verschuldigd is en dat hij dit onder beslag houdt. Bij loonbeslag strekt de verklaring zich vaak uit over ieder toekomstig loon zolang het beslag loopt, zodat duidelijk is welk bedrag per betaling wordt ingehouden.
  • Duur en overgang na vonnis: het conservatoir loonbeslag blijft op de inkomensstroom liggen totdat het vervalt, wordt opgeheven of overgaat in een executoriaal beslag. Dat laatste gebeurt zodra je een uitvoerbare titel hebt die aan de schuldenaar en aan de werkgever of uitkeringsinstantie is betekend (artikel 704 lid 1 Rv). De betekening aan de derde moet binnen een maand na het verkrijgen van de uitvoerbare titel; anders zijn betalingen van de derde aan de schuldenaar geldig (artikel 722 Rv). De plicht om de ingehouden bedragen af te dragen gaat pas in vier weken na die betekening (artikel 723 Rv).
  • Samenloop: liggen er meer beslagen onder dezelfde werkgever of uitkeringsinstantie, dan geeft het eerste beslag geen voorrang. Schuldeisers worden voldaan naar evenredigheid van hun vorderingen, behoudens wettelijke redenen van voorrang (artikel 3:277 lid 1 BW). De deurwaarder die het oudste executoriale beslag heeft gelegd, int in beginsel als coördinerende deurwaarder voor alle beslagleggers (artikel 478 lid 1 Rv). Liggen beslagen op verschillende periodieke betalingen, dan wordt de beslagvrije voet in bepaalde gevallen omgeslagen naar verhouding van die betalingen (artikel 475c lid 5 Rv). Een conservatoir beslag levert dus geen voorrangspositie op.

Hoe leg je conservatoir beslag op een schip?

Voor conservatoir beslag op schepen gelden aparte bepalingen (afdeling 6A, artikel 728 tot en met 728b Rv). Bij zeeschepen kunnen daarnaast verdragen een rol spelen. Samengevat:

  • Bevoegde rechter: naast de gewone bevoegde voorzieningenrechter kunnen ook de voorzieningenrechter van de rechtbank in het rechtsgebied waar het schip wordt verwacht en de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam verlof geven (artikel 728 lid 1 Rv). Zo kun je beslag voorbereiden op een schip dat nog onderweg is naar een Nederlandse haven. De afdeling geldt voor schepen in het algemeen; voor schepen die in de openbare registers te boek staan, geldt een extra regel over de inschrijving (artikel 728b Rv).
  • Verdrag Brussel 1952: Nederland is partij bij het Verdrag tot unificatie van bepalingen inzake conservatoir beslag op zeeschepen, Brussel 1952. Dit verdrag beperkt de mogelijkheden tot beslag op zeeschepen die onder het verdrag vallen. Kort gezegd mag een zeeschip van een verdragspartij alleen conservatoir worden aangehouden ter verzekering van maritieme vorderingen zoals opgesomd in het verdrag (bijv. vorderingen wegens schade door aanvaring, bergloon, leverantie scheepsbenodigdheden, etc.). Wordt beslag verzocht op een zeeschip dat onder het verdrag valt voor een niet-maritieme vordering, dan zal het verlof in beginsel worden geweigerd. Binnenvaart- en Nederlandse schepen kunnen ruimer voor beslag in aanmerking komen, maar ook daar zal de rechter toetsen of de vordering het beslag rechtvaardigt. Vaak moet in het verzoek expliciet worden aangegeven of het schip onder de Verdragsregels valt (nationaliteit van het schip).
  • Geen vreesvereiste: voor schepen is artikel 711 lid 1 Rv uitdrukkelijk niet van toepassing, dus je hoeft geen gegronde vrees voor verduistering aan te tonen (artikel 728 lid 1 Rv). Volgens de Beslagsyllabus wordt vrees voor verduistering in verband met de mobiliteit van schepen verondersteld (versie augustus 2026, G.7.3). De rechter toetst de vordering summier en kan zekerheid verlangen (artikel 701 Rv). De wederpartij kan opheffing van het beslag vorderen door voldoende zekerheid te stellen, bijvoorbeeld een bankgarantie (artikel 705 lid 2 Rv).
  • Uitvoering en register: staat het schip te boek in de openbare registers, dan wordt het proces-verbaal van inbeslagneming daarin ingeschreven. Een vervreemding, bezwaring, verhuring of vervrachting na de inschrijving kan dan niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen (artikel 566 Rv, van toepassing via artikel 728a Rv). Bij een schip dat niet te boek staat, geldt die blokkerende werking vanaf de betekening van het beslag (artikel 567 Rv). De deurwaarder legt het beslag aan boord. Hij kan een bewaarder aan boord stellen en de nodige maatregelen nemen om het vertrek van het schip te beletten (artikel 564 lid 1 en 3 Rv, van toepassing via artikel 702 lid 1 Rv).
  • Overeenkomstige toepassing van executieregels: artikel 728a lid 1 Rv verklaart artikel 708 lid 2 Rv niet van toepassing (de plicht het beslag te betekenen aan een ander aan wie het goed toebehoort) en de artikelen 566, 567 en 513a Rv wel. Artikel 711 lid 1 Rv geldt niet, en artikel 712 Rv alleen bij de niet te boek staande schepen als bedoeld in artikel 576 Rv (artikel 728 lid 1 Rv). De termijn van artikel 508 in verbinding met artikel 568 Rv begint pas te lopen als je een uitvoerbare titel hebt en die aan de schuldenaar is betekend (artikel 728a lid 2 Rv).
  • Na vonnis: met een uitvoerbare executoriale titel gaat het conservatoir beslag over in een executoriaal beslag zodra de titel aan de beslagene is betekend (artikel 704 lid 1 Rv). De executoriale verkoop van een schip gebeurt in de regel ten overstaan van een notaris en wordt vooraf bekendgemaakt; bij een buitenlands zeeschip zo mogelijk ook in nieuwsbladen van het land waartoe het schip behoort (artikel 570 Rv en 571 Rv). Begin je de hoofdzaak niet op tijd en staat het schip te boek, dan moet je de waardeloosheid van de inschrijving van het beslag onverwijld laten inschrijven; anders ben je schadeplichtig (artikel 728b Rv).
  • Bijzondere categorieën: op goederen bestemd voor de openbare dienst mag geen conservatoir beslag worden gelegd (artikel 703 Rv). Voor luchtvaartuigen geldt een apart regime (hierna). Ook kleine, niet te boek staande schepen vallen onder deze afdeling; bij een executoriale verkoop worden zij verkocht als andere roerende zaken (artikel 576 Rv).

Hoe leg je conservatoir beslag op een luchtvaartuig?

Luchtvaartuigen (vliegtuigen) kennen een eigen regeling (afdeling 6B, artikel 729 tot en met 729e Rv). Die afdeling geldt voor luchtvaartuigen die in de openbare registers te boek staan en voor buitenlandse luchtvaartuigen waarvoor het op 29 mei 1933 te Rome gesloten verdrag over conservatoir beslag op luchtvaartuigen geldt (artikel 729 lid 1 Rv). De hoofdlijnen:

  • Bevoegdheid: naast de gewone bevoegde voorzieningenrechter kan ook de voorzieningenrechter van de rechtbank in het rechtsgebied waar het luchtvaartuig wordt verwacht verlof geven (artikel 729d lid 1 Rv). Zo kun je beslag leggen op een toestel dat in Nederland gaat landen.
  • Voorwaarden en beslagverboden: artikel 711 lid 1 en artikel 712 Rv zijn niet van toepassing, dus vrees voor verduistering hoef je niet aan te tonen (artikel 729d lid 1 Rv). Wel zijn sommige luchtvaartuigen niet vatbaar voor beslag: toestellen die uitsluitend bestemd zijn voor de dienst van een vreemde staat, toestellen die daadwerkelijk worden ingezet op een geregelde luchtlijn van openbaar vervoer (en de onmisbare reservetoestellen), en andere toestellen voor betaald vervoer die klaarstaan om te vertrekken. Bij die laatste groep geldt een uitzondering voor een schuld voor de reis die het toestel gaat maken en voor een vordering die tijdens de reis is ontstaan (artikel 729a lid 1 Rv). Deze verboden gelden niet bij terugvordering van een ontvreemd luchtvaartuig (artikel 729a lid 2 Rv). De verlofrechter kan zekerheid verlangen (artikel 701 Rv).
  • Uitvoering: de deurwaarder legt het beslag bij een proces-verbaal ter plaatse waar het luchtvaartuig zich bevindt, en neemt de nodige maatregelen om vertrek te beletten. Hij mag het toestel in gerechtelijke bewaring geven (artikel 584c Rv). Artikel 708 lid 2, tweede zin, Rv geldt niet; de artikelen 584c tot en met 584e en 513a Rv zijn van overeenkomstige toepassing (artikel 729d lid 2 Rv).
  • Zekerheid en schade: er mag geen beslag op een luchtvaartuig worden gelegd als ter voorkoming daarvan voldoende zekerheid is gesteld, en een gelegd beslag wordt onmiddellijk opgeheven als voldoende zekerheid wordt gesteld. De zekerheid is voldoende als zij de vordering en de kosten dekt, of de waarde van het toestel als die lager is (artikel 729b Rv). Wie in strijd met deze afdeling of zonder goede grond beslag legt, moet de schade vergoeden (artikel 729c lid 1 Rv).
  • Na vonnis: heb je een uitvoerbare executoriale titel voor de hoofdvordering, dan ga je over tot executie volgens artikel 584f Rv (artikel 729e Rv). Daarvoor vraag je de rechtbank onder meer een rechter-commissaris te benoemen en plaats, dag en uur van de verkoop vast te stellen (artikel 584f lid 2 Rv). Stelt de schuldenaar voldoende zekerheid, dan wordt het beslag opgeheven (artikel 729b lid 1 Rv).
  • Doorhaling in het register: staat het luchtvaartuig te boek en begin je de hoofdzaak niet op tijd, dan moet je de inschrijving van het beslag in de openbare registers onverwijld laten doorhalen; anders ben je schadeplichtig (artikel 729d lid 3 Rv). Het register van luchtvaartuigen wordt bijgehouden op grond van de Kadasterwet (artikel 584f lid 1 Rv).

Wanneer leg je beslag tot afgifte of levering?

Naast beslag tot verhaal van een geldvordering kent de wet ook bewarend beslag tot afgifte/levering, bedoeld om een recht op een specifiek goed veilig te stellen. Dit is geregeld in Afdeling 7 (art. 730–736 Rv). Kenmerken van dit beslagtype:

  • Doel en toepassingsgebied: Artikel 730 Rv bepaalt: “Ieder die recht heeft op afgifte van een roerende zaak of levering van een goed of die zodanig recht door een rechterlijke uitspraak tot vernietiging of ontbinding kan verkrijgen, kan deze zaak of dit goed ter bewaring van dit recht in beslag nemen.” Dit beslag dient dus niet om een geldvordering veilig te stellen, maar om te voorkomen dat een bepaalde zaak aan de rechthebbende zal worden onthouden. Voorbeelden: een eigenaar vordert een roerende zaak terug (revindicatie) of men heeft recht op levering van een specifiek goed bij koop. Beslag tot afgifte legt de zaak vast zodat deze bij toewijzing daadwerkelijk geleverd kan worden.
  • Geen vreesvereiste: In tegenstelling tot verhaalsbeslag op roerende zaken eist de wet hier niet dat “vrees voor verduistering” wordt gesteld. Art. 734 lid 4 Rv bepaalt expliciet dat in het verzoekschrift wel de te beslagene zaak moet worden omschreven, maar dat vrees voor verduistering niet behoeft te worden aangetoond. De ratio is dat de beslaglegger al een specifiek recht op dat goed claimt; het beslag is gericht op zekerstelling daarvan ongeacht of de wederpartij kwade opzet heeft om het weg te maken. Uiteraard kan in de feitelijke beoordeling een risico dat de zaak verdwijnt wel reden zijn om het beslag te willen leggen, maar juridisch is het geen conditie sine qua non.
  • Verlof en procedure: De voorzieningenrechter beslist na summier onderzoek (artikel 700 lid 2 Rv); je moet aannemelijk maken dat je recht hebt op afgifte of levering van het goed, of dat je zo’n recht kunt verkrijgen door een rechterlijke uitspraak tot vernietiging of ontbinding (artikel 730 Rv). Wel moet duidelijk worden gemaakt op welk concreet goed het recht wordt geclaimd en op welke rechtsgrond (eigendom, recht op levering uit overeenkomst, etc.). In het verlof vermeldt de rechter het goed of de goederen die in beslag genomen mogen worden. De beslagene wordt meestal niet gehoord (geen speciale hoor-plicht als bij loonbeslag, tenzij uitzonderlijk). Na verlof legt de deurwaarder beslag door betekening aan de beslagene. Vaak zal de deurwaarder de betreffende zaak feitelijk in beslag nemen en in gerechtelijke bewaring geven (art. 709 Rv kan worden ingeroepen). Bijvoorbeeld, bij beslag op een schilderij of machine zal de deurwaarder deze fysiek meenemen of laten opslaan bij een derde (sekwester) om te voorkomen dat de wederpartij het goed gebruikt of verplaatst; dit kan de voorzieningenrechter op verzoek bevelen, in de regel nadat de beslagene is gehoord (artikel 709 lid 1 en 3 Rv, van toepassing via artikel 734 lid 1 Rv).
  • Samenloop met verhaalsbeslag: ligt op hetzelfde goed ook een ander beslag, dan kan de meest gerede partij zich tot de rechter wenden, afhankelijk van het andere beslag via een executiegeschil (artikel 438 Rv) of een opheffingskortgeding (artikel 705 Rv) (artikel 736 lid 1 Rv). Wordt op een goed zowel afgiftebeslag als beslag tot verhaal van een geldvordering gelegd, dan geldt het afgiftebeslag zo nodig ook als conservatoir verhaalsbeslag voor de vervangende schadevergoeding als afgifte of levering uitblijft (artikel 736 lid 2 Rv). Een verhaalsbeslag voor die vervangende schadevergoeding kan niet worden ingeroepen tegen degene die afgiftebeslag op dezelfde zaak heeft gelegd, als die andere goederen van de beslagene aanwijst die voldoende verhaal bieden (artikel 736 lid 3 Rv).
  • Toepasselijke regels: artikel 734 lid 1 Rv verklaart de voorschriften over conservatoir verhaalsbeslag van overeenkomstige toepassing op afgiftebeslag, behalve voor zover dat zou leiden tot toepassing van de artikelen 447, 448 en 505 lid 3 Rv. De regels over niet-beslagbare zaken gelden dus niet: een zaak waarop je voor een geldvordering geen beslag mag leggen (bijvoorbeeld kleding of een huisdier), kun je wél in afgiftebeslag nemen als je recht hebt op juist die zaak. De blokkerende werking van artikel 453a Rv geldt wel: een vervreemding na het beslag kan niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen, behalve door een derde die zijn recht anders dan om niet verkreeg, de zaak in handen kreeg en toen te goeder trouw was. Dit beschermt het recht van de beslaglegger op die zaak.
  • Duur van het beslag: een conservatoir beslag ter verkrijging van levering van een goed blijft van kracht totdat de levering heeft plaatsgevonden of zes maanden zijn verstreken nadat in de hoofdzaak een beslissing is verkregen die een executoriale titel oplevert en in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 735 lid 1 Rv). Binnen die periode moet je de levering dus daadwerkelijk afdwingen.
  • Omzetting in executoriaal beslag: Wanneer de eisende partij in de hoofdzaak een uitspraak krijgt die het recht op afgifte bevestigt (een veroordeling tot afgifte/levering), dan gaat het conservatoire afgiftebeslag, na betekening van de titel, over in een executoriaal beslag (artikel 704 lid 1 Rv) ten uitvoerlegging van die veroordeling. Art. 735 lid 2 Rv verbindt hieraan dat het afgiftebeslag op een roerende zaak niet-registergoed doorgroeit tot een executoriaal beslag als bedoeld in art. 492 Rv. Art. 492 Rv betreft executoriaal beslag tot afgifte (deurwaarder zal dan het goed uitwinnen en overgeven aan de winnaar). De deurwaarder kan daartoe zo nodig dwangmiddelen toepassen, zoals ontruiming of machtiging tot betreding (afhankelijk van de zaak). Voor onroerende zaken of registergoederen is afgifte/levering een kwestie van registrale levering; na inschrijving van het beslag kan een vervreemding of bezwaring niet meer tegen de beslaglegger worden ingeroepen (artikel 505 lid 2 Rv, van toepassing via artikel 726 en 734 lid 1 Rv).
  • Voorbeelden: Bewarend afgiftebeslag wordt bijvoorbeeld toegepast in intellectuele eigendom-zaken (beslag op inbreukmakende goederen ter afgifte aan een gerechtelijk bewaarder), bij eigendomsvorderingen (kunstwerken, voertuigen), of bij verdeling van een boedel: art. 733 Rv laat bijvoorbeeld een deelgenoot beslag leggen op een gemeenschapsgoed dat bij verdeling aan hem zou kunnen toevallen. Dat beslag vervalt als het goed aan een ander wordt toebedeeld.

Wat houdt bewijsbeslag in?

Bewijsbeslag is conservatoir beslag waarmee je gegevens of zaken laat veiligstellen die als bewijs kunnen dienen, voordat de wederpartij ze kan laten verdwijnen. Sinds 1 januari 2025 staat het algemene bewijsbeslag in artikel 205 en 206 Rv. Voor intellectuele eigendom bestaat een eigen regeling. Enkele belangrijke punten:

  • IE-zaken (artikel 1019b en 1019c Rv): de voorzieningenrechter kan verlof geven voor voorlopige maatregelen ter bescherming van bewijs, waaronder conservatoir bewijsbeslag, als je voldoende aannemelijk maakt dat er inbreuk op je recht van intellectuele eigendom is gemaakt of dreigt (artikel 1019b lid 1 Rv). Verlof wordt niet gegeven als de bescherming van vertrouwelijke informatie niet is gewaarborgd (artikel 1019b lid 4 Rv). Het beslag wordt gelegd volgens de regels voor conservatoir beslag, behalve artikel 709 lid 3 Rv, en vervalt zodra de beslissing in de hoofdzaak in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 1019c Rv).
  • Van rechtspraak naar wet: vóór 2025 was bewijsbeslag buiten het IE-recht gebaseerd op rechtspraak. De Hoge Raad oordeelde in een prejudiciële beslissing dat bewijsbeslag ook in andere zaken mogelijk is, op grond van het toen geldende artikel 843a in verbinding met artikel 730 Rv en met overeenkomstige toepassing van de IE-regels (HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9958). Artikel 843a Rv is per 1 januari 2025 vervallen. Nu toetst de voorzieningenrechter summierlijk of is voldaan aan de voorwaarden van artikel 194 lid 1 Rv en of zich geen afwijzingsgrond uit artikel 196 lid 2 Rv voordoet (artikel 205 lid 1 Rv). Een verzoek dat neerkomt op een fishing expedition wordt afgewezen als de verlangde informatie niet voldoende bepaald is (artikel 196 lid 2 onder a Rv).
  • Verzoekschrift en uitvoering: in het verzoekschrift omschrijf je nauwkeurig de gegevens of zaken en waar die zich bevinden, de rechtsbetrekking waarop je je beroept, je belang en de feiten waaruit gegronde vrees voor verduistering of verlies van het bewijs blijkt (artikel 205 lid 2 Rv). De wederpartij wordt in de regel niet gehoord, tenzij de rechter anders beslist (artikel 205 lid 3 Rv). Verlof wordt niet verleend als de bescherming van vertrouwelijke gegevens niet is gewaarborgd (artikel 205 lid 5 Rv). De deurwaarder legt het beslag, zo nodig bijgestaan door een deskundige bij elektronisch opgeslagen gegevens. Jij mag daarbij in beginsel niet aanwezig zijn, en wie het beslag ondergaat, moet meewerken (artikel 206 lid 2 Rv).
  • Hoofdzaak en kennisneming: van de in beslag genomen gegevens of zaken krijg je geen kennis voordat de rechter daarover afzonderlijk in de hoofdzaak heeft beslist (artikel 206 lid 1 Rv). Wil je het materiaal inzien, dan vorder je inzage, afschrift of uittreksel op grond van artikel 194 Rv. De wederpartij kan in kort geding opheffing van het beslag vorderen (artikel 705 Rv) of dat doen in de procedure waarin de eis in de hoofdzaak is ingesteld (artikel 206 lid 4 Rv).
  • Termijnen en verval: loopt er nog geen procedure, dan geeft de rechter verlof onder de voorwaarde dat je binnen een door hem bepaalde termijn een eis in de hoofdzaak instelt; overschrijding doet het beslag vervallen (artikel 205 lid 4 Rv). Beslist de rechter dat je geen recht hebt op kennisneming, dan vervalt het beslag zodra die beslissing onherroepelijk is. Heb je dat recht wel, dan vervalt het zodra de uitspraak in de procedure waarin het materiaal als bewijs kan dienen onherroepelijk is (artikel 206 lid 3 Rv). Tegen het verlof is geen hogere voorziening toegelaten (artikel 205 lid 6 Rv).
  • Conclusie: bewijsbeslag is sinds 1 januari 2025 wettelijk geregeld in artikel 205 en 206 Rv, en voor IE-zaken in artikel 1019b en 1019c Rv. Kern zijn een nauwkeurige omschrijving van het bewijs, een rechtsbetrekking waarbij je partij bent, voldoende belang en gegronde vrees voor verduistering of verlies. De rechter kan in het verlof nadere voorwaarden stellen en aanwijzingen geven (artikel 205 lid 4 Rv).

Veelgestelde vragen over conservatoir beslag leggen

Moet je voor conservatoir beslag altijd vrees voor verduistering aantonen?

Nee. Die eis geldt bij beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn en op rechten aan toonder of order (artikel 711 lid 1 Rv), bij aandelen en effecten op naam (artikel 714 Rv) en bij onroerende zaken (artikel 725 Rv). Bij beslag onder derden, zoals bankbeslag, en bij beslag tot afgifte of levering (artikel 734 lid 4 Rv) hoeft het niet. Voor schepen en luchtvaartuigen is artikel 711 lid 1 Rv uitdrukkelijk niet van toepassing (artikel 728 lid 1 en artikel 729d lid 1 Rv).

Binnen welke termijn moet je na conservatoir beslag de hoofdzaak beginnen?

Binnen de termijn die de voorzieningenrechter in het verlof bepaalt, als de hoofdzaak nog niet loopt. Die termijn is ten minste acht dagen na het beslag en kan worden verlengd als je dat vraagt voordat hij verstrijkt. Begin je te laat, dan vervalt het beslag (artikel 700 lid 3 Rv). Bij derdenbeslag laat je bovendien binnen acht dagen na het instellen van de eis een afschrift van de dagvaarding aan de derde betekenen (artikel 721 Rv).

Hoeveel blijft beslagvrij bij conservatoir beslag op loon of een bankrekening?

Bij loon en uitkeringen is het beslag alleen geldig boven de beslagvrije voet (artikel 475b lid 1 Rv). Die bedraagt ten hoogste € 2.208,48 voor een alleenstaande, € 2.543,75 voor een alleenstaande ouder, € 2.905,79 voor gehuwden zonder kinderen en € 3.179,68 voor gehuwden met een of meer kinderen (artikel 475da lid 1 Rv, stand oktober 2026). Bij een natuurlijk persoon is beslag op het banktegoed alleen geldig voor zover dat per maand hoger is dan diezelfde bedragen (artikel 475a lid 5 Rv). De bedragen worden per 1 januari en 1 juli aangepast (artikel 475da lid 8 Rv).

Wanneer wordt conservatoir beslag een executoriaal beslag?

Zodra je in de hoofdzaak een executoriale titel hebt die uitvoerbaar is, en die aan de beslagene en, bij derdenbeslag, ook aan de derde is betekend (artikel 704 lid 1 Rv). De betekening aan de derde moet binnen een maand; anders zijn betalingen van de derde aan de schuldenaar geldig (artikel 722 Rv). Wordt je eis definitief afgewezen, dan vervalt het beslag van rechtswege (artikel 704 lid 2 Rv).

Kun je in hoger beroep gaan tegen een verlof tot conservatoir beslag?

Nee, tegen een verleend verlof is geen hogere voorziening toegelaten (artikel 700 lid 2 Rv). Elke belanghebbende kan wel in kort geding opheffing vorderen bij de voorzieningenrechter die het verlof gaf. De rechter heft het beslag onder meer op bij vormverzuim, als summierlijk blijkt dat de vordering ondeugdelijk of het beslag onnodig is, of als voldoende zekerheid wordt gesteld (artikel 705 Rv).

Primaire bronnen

Advocatenkantoor voor conservatoir beslag

Conservatoir beslag bevriest verhaalsmogelijkheden, zodat je daadwerkelijk verhaal kunt halen zodra je een executoriale titel hebt. Onze advocaat conservatoir beslag stelt het verzoekschrift op, onderbouwt waar nodig de vrees voor verduistering en bewaakt vervolgens de termijn voor de hoofdzaak. Wordt er juist beslag tégen je gelegd, dan vorderen wij opheffing van het beslag in kort geding.

Twijfel je of beslag in je situatie proportioneel is? Leg je zaak dan voor voordat je verlof vraagt, want een onterecht of onnodig beslag kan leiden tot aansprakelijkheid. Wij wegen daarbij tevens af of een kort geding of een bodemprocedure de snelste route naar resultaat is.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?