Email  |   +31 20 – 210 31 38  |    DE    |    EN

Geschillen en procedures

blokje-maak-1-1.png

Kan je in hoger beroep tegen een kort geding?

Hoger beroep tegen een kort geding vonnis is mogelijk binnen vier weken na de uitspraak. U dient hiervoor een advocaat in te schakelen die een appeldagvaarding opstelt bij het gerechtshof. Het hoger beroep wordt niet automatisch spoedig behandeld, waardoor een expliciet verzoek tot spoedbehandeling noodzakelijk is indien uw zaak urgent blijft.

De mogelijkheid om hoger beroep in te stellen tegen een kort geding uitspraak biedt partijen een cruciale rechtswaarborg. Echter, de praktijk wijkt op wezenlijke punten af van een regulier hoger beroep. Binnen het Nederlandse procesrecht gelden specifieke regels voor het aanvechten van voorzieningen die een voorzieningenrechter heeft getroffen. Deze regels bepalen niet alleen de termijnen en formaliteiten, maar ook de wijze waarop het gerechtshof uw zaak beoordeelt.

Welke termijn geldt voor hoger beroep tegen een kort geding?

De hoger beroepstermijn bedraagt vier weken vanaf de dag van de uitspraak volgens artikel 339 lid 2 Rv. Deze termijn is aanzienlijk korter dan de gebruikelijke drie maanden bij bodemprocedures. Wanneer de voorzieningenrechter mondeling of verkort vonnis wijst, begint deze termijn direct te lopen. Het moment waarop u de schriftelijke uitwerking ontvangt, speelt daarbij geen rol.

Deze korte termijn vereist direct handelen. Neem daarom binnen enkele dagen na de uitspraak contact op met een gespecialiseerde advocaat in Amsterdam die het hoger beroep voor u kan voorbereiden. De advocaat stelt een appeldagvaarding in de kortgedingprocedure op, een formele processtuk waarmee het hoger beroep wordt ingeleid. Zonder advocaat kunt u geen hoger beroep instellen – dit vormt een absolute vereiste onder Nederlands recht.

Bij het verstrijken van de vierweekse termijn verliest u definitief uw recht op hoger beroep. Rechtbanken en gerechtshoven hanteren deze termijn strikt, waarbij uitzonderingen vrijwel uitgesloten zijn. Laat u daarom niet misleiden door de ogenschijnlijk ruime termijn van vier weken. Tussen het moment van uitspraak en het daadwerkelijk indienen van een deugdelijke appeldagvaarding ligt namelijk substantieel juridisch voorbereidingswerk.

Hoe start u een spoedappel bij het gerechtshof?

Een spoedappel vraagt u aan wanneer uw zaak na het kort geding vonnis nog steeds grote urgentie kent. Het gerechtshof behandelt een kort geding in hoger beroep namelijk niet automatisch met voorrang. Zonder expliciet verzoek tot spoedbehandeling kan uw zaak maanden op behandeling wachten, waardoor de oorspronkelijke spoedeisendheid wegvalt.

Voor een succesvol verzoek tot spoedappel formuleert uw advocaat de grieven direct in de appeldagvaarding of betekent deze gelijktijdig daarmee. U krijgt dus geen gelegenheid om de grieven later bij memorie van grieven uit te werken. Deze procedure vereist directe juridische precisie – uw advocaat moet in één keer alle klachten tegen het vonnis helder verwoorden met onderbouwing waarom spoedbehandeling geboden is.

Het gerechtshof kent verschillende niveaus van spoed:

  • Regulier spoedappel: behandeling binnen enkele weken, met termijnen van twee weken voor processtukken in plaats van de gebruikelijke vier weken
  • Turbospoedappel: behandeling binnen dagen, toegepast in uiterst urgente situaties zoals dreigende executie, ontruiming of onomkeerbare situaties

Bij turbospoedappel contacteert u het gerechtshof voorafgaand aan het aanbrengen van de zaak met een schriftelijk en gemotiveerd verzoek. Het hof kan dit verzoek echter afwijzen indien de spoedeisendheid onvoldoende wordt aangetoond. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarbij een aangekondige ontruiming van bedrijfspanden binnen 48 uur moet worden voorkomen, of waarbij de executie van een vonnis tot onomkeerbare schade leidt.

Waarom kan het spoedeisend belang in hoger beroep wijzigen?

Het gerechtshof beoordeelt ambtshalve of u op het moment van het wijzen van arrest nog spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. Tijdsverloop na de uitspraak in kort geding kan de feitelijke situatie zodanig wijzigen dat de oorspronkelijke voorziening niet langer relevant of uitvoerbaar is.

Stel dat u in kort geding een verbod heeft verkregen op de verkoop van specifieke bedrijfsinventaris door uw schuldenaar. Indien deze inventaris inmiddels is verkocht voordat het hoger beroep dient, ontbreekt spoedeisend belang bij een verbod dat niet meer kan worden uitgevoerd. Het gerechtshof vernietigt dan mogelijk de uitspraak van de voorzieningenrechter, ondanks het feit dat u inhoudelijk gelijk zou kunnen hebben.

De afstemmingsregel speelt hierbij een cruciale rol. Wanneer een bodemrechter reeds vonnis heeft gewezen in de hoofdzaak, moet het hof in beginsel zijn oordeel afstemmen op dat bodemoordeel. Dit geldt ongeacht of het bodemoordeel in een tussentijds of eindvonnis staat vermeld, en zelfs wanneer tegen dat bodemoordeel nog hoger beroep loopt. Deze regel kan ertoe leiden dat een kort geding in hoger beroep strandt, terwijl u mogelijk sterke grieven tegen het oordeel in eerste aanleg had.

Welke procesregels gelden in hoger beroep van een kort geding?

In hoger beroep blijven verschillende bijzondere regels van kort geding van toepassing. Het gerechtshof is evenmin als de voorzieningenrechter gebonden aan de wettelijke bewijsregels. Desondanks bestaat in hoger beroep doorgaans meer ruimte voor bewijslevering dan in eerste aanleg, vooral wanneer geen sprake meer is van groot spoedeisend belang.

Vanaf 1 april 2021 gelden beperkingen voor de omvang van processtukken bij gerechtshoven. Een memorie van grieven of memorie van antwoord mag maximaal 25 pagina’s omvatten, terwijl andere memories of aktes beperkt blijven tot 15 pagina’s. Deze beperkingen gelden zowel in reguliere hoger beroepsprocedures als in kort geding procedures. Juridische precisie en beknoptheid worden hiermee afgedwongen – uw advocaat moet binnen de gestelde grenzen alle relevante argumenten en wettelijke grondslagen presenteren.

De Hoge Raad heeft deze beperkingen recent bekrachtigd en geoordeeld dat zij een toereikende wettelijke basis hebben. Bovendien tasten ze het recht op toegang tot de rechter en het beginsel van hoor en wederhoor niet ontoelaatbaar aan. Overschrijding van deze limieten kan ertoe leiden dat het gerechtshof overtollige pagina’s buiten beschouwing laat.

Naast de paginabeperkingen gelden verkorte termijnen. Voor het nemen van een memorie van grieven of antwoord geldt een termijn van vier weken in plaats van zes weken. Voor andere processtukken bedraagt de termijn twee weken in plaats van vier weken. Ook eventueel door het hof te verlenen uitstel is ingekort van vier naar twee weken.

Kan nieuw bewijs worden ingebracht in hoger beroep?

Hoewel in kort geding de normale bewijsregels niet gelden, accepteert het gerechtshof wel nieuw bewijs in hoger beroep. Dit geldt vooral wanneer in eerste aanleg een voorziening werd afgewezen wegens ontbrekend bewijs of een ontbrekend deskundigenoordeel. De vrijheid van de kortgedingrechter om tot een voorlopig oordeel te komen is weliswaar groot, maar nieuw bewijs kan tot een ander oordeel in hoger beroep leiden.

Getuigenverhoren of deskundigenbenoemingen blijven in kort geding ongebruikelijk, zelfs in hoger beroep. Partijen kunnen echter wel informanten meebrengen naar de zitting die door de advocaten worden ondervraagd. Tevens kunnen schriftelijke verklaringen, deskundigenrapporten of andere bewijsstukken worden overgelegd die in eerste aanleg nog niet beschikbaar waren.

Bewijs van gewijzigde omstandigheden vormt een belangrijk aandachtspunt. Indien de feitelijke situatie na het kort geding vonnis wijzigt, documenteert u deze wijzigingen zorgvuldig. Fotomateriaal, correspondentie, facturen of verklaringen van betrokken partijen kunnen aantonen dat de oorspronkelijke voorziening niet langer passend is, of juist dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn geworden.

Wat gebeurt er met een uitgevoerd kort geding vonnis?

Een vonnis in kort geding blijft uitvoerbaar tenzij u in hoger beroep een schorsingsverzoek indient. Dit verzoek dient u vaak op eigen risico in, waarbij het gerechtshof beoordeelt of schorsing gerechtvaardigd is. Indien de uitspraak niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, schorst het instellen van hoger beroep automatisch de tenuitvoerlegging. Bij een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis moet u echter een expliciet schorsingsverzoek indienen.

Executie van een kort geding vonnis gebeurt altijd op eigen risico van de partij ten gunste van wie de uitspraak is gewezen. Wanneer het gerechtshof het vonnis in hoger beroep vernietigt, vervalt het recht op tenuitvoerlegging of invordering van verbeurde dwangsommen met terugwerkende kracht. Alle gevolgen van het vonnis dienen dan ongedaan gemaakt te worden alsof de uitspraak nooit heeft bestaan.

Dwangsommen die reeds zijn verbeurd en betaald, moeten worden terugbetaald na vernietiging van het vonnis. Het gerechtshof hoeft geen rekening te houden met het wegvallen van een geldig vonnis en de financiële consequenties daarvan. Bij een totale schadeclaim van € 50.000 die via dwangsommen is voldaan, riskeert de eisende partij terugbetaling van dit volledige bedrag plus eventuele wettelijke rente wanneer het hof het vonnis vernietigt.

Deze risico’s maken het essentieel om voorafgaand aan executie de slagingskans van mogelijk hoger beroep te laten beoordelen door een gespecialiseerde advocaat. In bepaalde gevallen kan het verstandiger zijn om executie uit te stellen tot na afloop van de hoger beroepstermijn of tot na behandeling van het hoger beroep.

Hoe verhoudt hoger beroep zich tot een bodemprocedure?

Het vonnis in kort geding bevat altijd een voorlopige voorziening. Deze voorziening eindigt door een uitspraak in de bodemprocedure, ook wel hoofdzaak genoemd. Na de uitspraak in kort geding kunnen beide partijen nog een bodemprocedure starten. De bodemrechter mag afwijken van het oordeel van de voorzieningenrechter, aangezien in een bodemprocedure volledige bewijslevering plaatsvindt en de rechter tot een definitief oordeel komt.

U heeft dus twee mogelijkheden na een ongunstig kort geding vonnis:

  • Hoger beroep instellen binnen vier weken, gericht op vernietiging van de voorlopige voorziening
  • Bodemprocedure starten, waarin u volledige bewijslevering kunt verrichten en een definitief oordeel verkrijgt

In de praktijk blijken beide routes vaak parallel te worden bewandeld. U stelt hoger beroep in om de onmiddellijke gevolgen van het kort geding vonnis te bestrijden, terwijl tegelijkertijd een bodemprocedure loopt waarin fundamentele juridische vragen worden beantwoord. Echter, in ongeveer 75% van de gevallen gaan partijen niet meer naar de bodemrechter nadat een vonnis in kort geding is gewezen. De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt dan feitelijk als definitief beschouwd.

Proceskosten vormen een belangrijk aandachtspunt. In kort geding veroordeelt de rechter de verliezende partij tot betaling van een proceskostenvergoeding, inclusief griffierecht en advocaatkosten volgens het liquidatietarief. Bij een hoger beroep kunnen opnieuw proceskosten worden toegewezen. Verliest u in hoger beroep, dan betaalt u zowel uw eigen advocaatkosten als een proceskostenvergoeding aan de wederpartij. Bij een gemiddeld kort geding in hoger beroep bedragen de totale proceskosten al snel € 3.000 tot € 6.000.

Wanneer vernietigt het gerechtshof een kort geding vonnis?

Het gerechtshof vernietigt het vonnis wanneer het hoger beroep slaagt. Vernietiging betekent dat alle gevolgen van het kort geding vonnis met terugwerkende kracht worden opgeheven. In plaats van volledige vernietiging kan het hof de getroffen voorziening ook wijzigen, bijvoorbeeld door een dwangsom te verlagen of een termijn te verlengen.

Het hoger beroep kan leiden tot drie uitkomsten:

  • Bekrachtiging: het gerechtshof handhaaft de uitspraak van de voorzieningenrechter volledig
  • Vernietiging: het hof vernietigt het vonnis en wijst de oorspronkelijke vordering alsnog toe of af
  • Gedeeltelijke bekrachtiging/vernietiging: het hof bevestigt bepaalde onderdelen en vernietigt andere delen van de uitspraak

Bij vernietiging beoordeelt het gerechtshof de zaak opnieuw. Het hoger beroep in kort geding functioneert daarmee als volledige herbeoordeling van de zaak, waarbij het hof niet gebonden is aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Grieven vormen het uitgangspunt – uw advocaat formuleert specifieke klachten tegen de uitspraak, waarna het hof per grief beoordeelt of deze gegrond is.

Veelvoorkomende grieven in hoger beroep richten zich op:

  • Onjuiste juridische interpretatie van contractbepalingen of wettelijke normen
  • Onvoldoende motivering van het oordeel door de voorzieningenrechter
  • Onjuiste waardering van het spoedeisend belang
  • Ontbreken van belangenafweging tussen partijen
  • Onjuiste toewijzing of afwijzing van dwangsommen

Het gerechtshof beoordeelt deze grieven ambtshalve op merites. Tevens controleert het hof of ten tijde van het arrest nog sprake is van spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. Ontbreekt dit belang, dan wijst het hof de vordering in hoger beroep af, ook wanneer de grieven inhoudelijk gegrond zouden zijn.

Welke kosten brengt hoger beroep met zich mee?

Griffierecht voor hoger beroep in kort geding bedraagt enkele honderden euro’s, afhankelijk van de aard van de procedure. Daarnaast betaalt u advocaatkosten voor het opstellen van de appeldagvaarding, het verschijnen op de zitting en eventuele memories. Bij een gemiddelde kort geding procedure in hoger beroep kunt u rekenen op advocaatkosten tussen € 2.500 en € 5.000, exclusief griffierecht en eventuele reiskosten.

De proceskosten die u bij verlies aan de wederpartij moet betalen, worden vastgesteld volgens het liquidatietarief. Dit tarief ligt aanzienlijk lager dan de werkelijke advocaatkosten. Bij een financiële vordering van € 25.000 bedraagt de proceskostenveroordeling ongeveer € 1.800. U betaalt dus eigen advocaatkosten van mogelijk € 4.000, terwijl u bij winst slechts € 1.800 vergoed krijgt van de wederpartij.

Een kosten-batenanalyse voorafgaand aan het instellen van hoger beroep is daarom essentieel. Bespreek met uw advocaat in Amsterdam de reële slagingskans, de te verwachten kosten en de potentiële opbrengsten van een succesvol hoger beroep. In sommige gevallen kan een schikking voordeliger uitpakken dan een langdurige juridische strijd in meerdere instanties.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten voor succesvol hoger beroep?

Wilt u zekerheid over uw juridische positie na een kort geding vonnis? Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren uw situatie en adviseren over de beste strategie. Een grondige analyse van het vonnis, het identificeren van juridische zwakke punten en het inschatten van de slagingskans in hoger beroep vereisen specifieke expertise in procesrecht en kort geding procedures.

Succesvol hoger beroep begint met tijdig handelen. De vierweekse termijn laat weinig ruimte voor twijfel. Directe actie binnen enkele dagen na de uitspraak voorkomt dat u tegen termijnoverschrijding aanloopt. Schakel daarom onmiddellijk een advocaat in die ervaring heeft met kort geding procedures en hoger beroepszaken.

Let bij de voorbereiding van het hoger beroep op de volgende cruciale aspecten:

  • Spoedeisend belang: documenteer waarom uw zaak nog steeds urgentie kent en waarom spoedbehandeling noodzakelijk is
  • Gewijzigde omstandigheden: verzamel bewijs van veranderingen in de feitelijke situatie sinds het kort geding vonnis
  • Grieven: formuleer concrete, juridisch onderbouwde klachten tegen het vonnis, met verwijzing naar relevante wetgeving en jurisprudentie
  • Nieuw bewijs: vergaar aanvullende bewijsstukken die in eerste aanleg ontbraken en die uw stellingen ondersteunen
  • Procesregels: zorg dat alle processtukken binnen de gestelde termijnen en paginabeperkingen vallen

De uitspraak in hoger beroep blijft een voorlopige voorziening. Overweeg daarom of een bodemprocedure noodzakelijk is om definitieve rechtszekerheid te verkrijgen. In complexe geschillen waarbij fundamentele juridische vragen spelen, biedt een bodemprocedure de mogelijkheid tot uitgebreide bewijslevering en een definitief oordeel dat niet meer kan worden aangevochten via hoger beroep.

Advocaten met een focus op geschillen en procedures

Ons Team Geschillen en Procedures bestaat uit ervaren procesadvocaten in Amsterdam die gespecialiseerd zijn in het bieden van op maat gemaakte oplossingen voor uw situatie. In iedere fase van een civiel geschil kunt u terugvallen op onze kennis en expertise. Of het nu gaat om een sommatiebriefconservatoir beslag, kort gedingbodemprocedurehoger beroep, of de executie van een vonnis, wij staan voor u klaar. 

Aarzel niet en neem vandaag nog contact met ons op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Samen zetten we de volgende stap naar een oplossing.

+31 (0)20 – 210 31 38
mail@maakadvocaten.nl

Anderen zochten recent ook op:

Wat is een kort geding en hoe zet u het in?
Hoe leg je conservatoir beslag en wat houdt dit in?
Hoe start ik een procedure tegen een bedrijf?
Hoe stel je hoger beroep in?
Hoe legt een advocaat bewijsbeslag?
Wat moet je doen als je gedagvaard bent?
Wanneer is arbitrage een goed alternatief voor geschillen?
Wanneer ben je aansprakelijk bij afgebroken onderhandelingen?
Schadevergoeding vorderen: hoe werkt dat?
Wat kost een civiele procedure?
Wat is een voorlopig getuigenverhoor?
Het vorderen van een boete in kort geding


De informatie op deze pagina vormt geen juridisch advies. Er wordt geen aansprakelijkheid geaccepteerd. Voor advies, neem contact op met ons kantoor.

Waar bent u naar op zoek?