Bewijsrecht

Gepubliceerd · bijgewerkt

Het bewijsrecht in het burgerlijk procesrecht bepaalt wie welke feiten moet bewijzen en met welke middelen. Hoofdregel: wie zich beroept op de rechtsgevolgen van feiten die hij stelt, moet ze bewijzen, tenzij een bijzondere regel of de redelijkheid en billijkheid anders meebrengt (artikel 150 Rv). Bewijs mag met alle middelen worden geleverd en de rechter waardeert het vrij, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 152 Rv).

Het civiel recht speelt een belangrijke rol bij het oplossen van geschillen tussen partijen, of het nu individuen of bedrijven zijn. Wanneer partijen niet tot een gemeenschappelijk akkoord komen, kunnen ze een juridische procedure starten waarbij de rechtbank een besluit neemt. Een belangrijk aspect van dit proces is het aangeleverde bewijs. Hier bij MAAK Advocaten bieden we een diepgaand inzicht in het bewijsrecht en de bewijsvoering in het civiel recht.

De regels staan in de negende afdeling (“Bewijs”) van titel 2 van Boek 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de artikelen 149 tot en met 207 Rv. Dat deel is per 1 januari 2025 vernieuwd. Zo is de oude exhibitieplicht van artikel 843a Rv vervallen; je hebt nu onder voorwaarden recht op inzage, afschrift of uittreksel van gegevens (artikel 194 Rv).

Hoe past het bewijsrecht in het civiele procesrecht?

Wanneer geschillen voor de rechtbank komen, beslist de rechter op basis van de feiten die in de procedure vaststaan. Bewijs is alleen nodig voor feiten die de wederpartij voldoende betwist. Stelt de ene partij een feit en betwist de andere dat niet of niet voldoende, dan moet de rechter dat feit als vaststaand aannemen. Dat geldt niet als het zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat; dan kan de rechter toch bewijs verlangen (artikel 149 lid 1 Rv). Partijen moeten de feiten die van belang zijn volledig en naar waarheid aanvoeren (artikel 21 Rv). Hoe de bewijslast is verdeeld, lees je hieronder en op onze pagina over bewijslast.

Welke bewijsmiddelen zijn toelaatbaar?

Het uitgangspunt is vrij bewijs: bewijs kan worden geleverd door alle middelen, en de rechter bepaalt zelf hoeveel waarde hij eraan hecht, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 152 lid 1 en 2 Rv). Een uitzondering is dwingend bewijs, bijvoorbeeld bepaalde verklaringen in een akte: dan moet de rechter de inhoud als waar aannemen, maar tegenbewijs blijft in beginsel mogelijk (artikel 151 Rv).

In beginsel gaat de rechter niet zelf op zoek naar feiten. Hij mag zijn beslissing alleen baseren op feiten die in de procedure zijn gesteld of aan hem ter kennis zijn gekomen en die volgens de regels van het bewijsrecht vaststaan, tenzij uit de wet anders voortvloeit (artikel 149 lid 1 Rv). Wel kan hij ook zonder verzoek getuigen laten oproepen (artikel 166 Rv), deskundigen benoemen (artikel 186 Rv) of een plaats of zaak bezichtigen (artikel 193 Rv). Ook kan hij partijen bevelen bepaalde stellingen toe te lichten of gegevens over te leggen (artikel 22 Rv).

Sommige feiten hoeven niet bewezen te worden. Feiten of omstandigheden van algemene bekendheid en algemene ervaringsregels mag de rechter aan zijn beslissing ten grondslag leggen, ook als geen van de partijen ze heeft gesteld (artikel 149 lid 2 Rv).

Wie draagt de bewijslast en wanneer keert die om?

Volgens artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van feiten of rechten die zij stelt, die feiten of rechten bewijzen:

“De partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, draagt de bewijslast van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit.”

Er zijn uitzonderingen. Een voorbeeld van een bijzondere regel is de consumentenkoop. Openbaart een afwijking zich binnen één jaar na aflevering, dan wordt vermoed dat de zaak al bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. Dat geldt niet als de verkoper anders aantoont, of als de aard van de zaak of van de afwijking zich daartegen verzet (artikel 7:18a lid 2 BW). De consument hoeft dan niet te bewijzen dat het gebrek er vanaf het begin was; de verkoper moet het tegendeel aantonen.

Welke bewijsmiddelen gebruik je in de praktijk?

De rechtbank accepteert binnen het bewijsrecht een breed scala aan bewijzen. Bij MAAK Advocaten hebben we vaak te maken met:

Schriftelijk bewijs: denk aan contracten, brieven, e-mails, facturen en rapporten. Een akte is een ondertekend geschrift dat bestemd is om tot bewijs te dienen (artikel 156 Rv); een onderhandse akte kan ook elektronisch worden opgemaakt (artikel 156a Rv). Een akte levert tussen partijen dwingend bewijs op van wat een partij daarin ten behoeve van de wederpartij verklaart, tenzij dat zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat (artikel 157 lid 2 Rv). Andere stukken waardeert de rechter vrij.

Plaatsopneming en bezichtiging: de rechter kan op verzoek of ambtshalve een plaats bekijken of zaken bezichtigen die niet of moeilijk naar de zitting kunnen worden meegenomen (artikel 193 lid 1 Rv).

Getuigenverklaringen: een getuige vertelt de rechter wat hij heeft gezien of gehoord. Een getuigenverklaring telt alleen als bewijs voor zover zij gaat over feiten die de getuige uit eigen waarneming kent (artikel 163 Rv). Ook partijen kunnen als getuige optreden (artikel 164 lid 1 Rv). Wie op wettige wijze is opgeroepen, moet getuigen. Bepaalde personen kunnen zich verschonen, zoals de partner en naaste familieleden van een partij en wie uit hoofde van ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht is (artikel 165 Rv). Een getuigenverhoor vindt plaats als een partij bewijs heeft aangeboden van betwiste feiten die tot de beslissing van de zaak kunnen leiden (artikel 166 lid 1 Rv). Van een verhoor op een afzonderlijke zitting wordt in de regel een proces-verbaal opgemaakt (artikel 180 Rv). Een schriftelijke verklaring van een getuige, bijvoorbeeld in een e-mail, is geen getuigenverhoor, maar kan wel als bewijs dienen; de rechter bepaalt zelf welke waarde hij eraan hecht (artikel 152 Rv).

Deskundigen: de rechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve een bericht of verhoor van deskundigen bevelen (artikel 186 lid 1 Rv). Partijen kunnen de rechter ook vragen om eigen deskundigen te laten horen (artikel 192 Rv).

Hoe reageer je op bewijs van de tegenpartij?

Het gewicht dat aan elk bewijsstuk wordt gegeven, is ter beoordeling van de rechter, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 152 lid 2 Rv). Wanneer een partij bewijs presenteert ter ondersteuning van haar standpunt, kan de tegenpartij daarop reageren en tegenbewijs leveren, bijvoorbeeld met eigen getuigen. Tegenbewijs staat vrij, ook tegen dwingend bewijs, tenzij de wet het uitsluit (artikel 151 lid 2 Rv).

Professioneel juridisch advies over bewijsrecht kan enorm helpen bij het verzamelen van overtuigend bewijs. Als je juridische vertegenwoordiging of assistentie in een civiele zaak nodig heeft, staan wij bij MAAK Advocaten klaar om je gedurende het hele proces te begeleiden en te ondersteunen.

Hoe verzamel je bewijs vóór of tijdens een procedure?

Het herziene bewijsrecht geeft je verschillende middelen om aan bewijs te komen:

  • Inzage, afschrift of uittreksel: als partij bij een rechtsbetrekking heb je recht op inzage in bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking, als je daarbij voldoende belang hebt. Degene die de gegevens heeft, mag weigeren bij een verschoningsrecht of als gewichtige redenen zich ertegen verzetten (artikel 194 Rv). De rechter kan de wederpartij bevelen of een derde veroordelen de gegevens te verstrekken (artikel 195 en 195a Rv).
  • Voorlopige bewijsverrichtingen: voordat een zaak aanhangig is, kan de rechter op verzoek bijvoorbeeld een voorlopig getuigenverhoor, een voorlopig deskundigenbericht of een plaatsopneming bevelen. De rechter wijst het verzoek toe, tenzij een van de weigeringsgronden van de wet zich voordoet (artikel 196 Rv).
  • Bewijsbeslag: met verlof van de voorzieningenrechter kun je beslag leggen op gegevens of zaken om bewijs te beschermen. In het verzoek moet je onder meer de feiten en omstandigheden vermelden waaruit gegronde vrees voor verduistering of verlies van die gegevens of zaken blijkt (artikel 205 Rv). Je krijgt pas kennis van de in beslag genomen gegevens nadat de rechter daarover in de hoofdzaak heeft beslist (artikel 206 lid 1 Rv). Meer hierover lees je op onze pagina over bewijsbeslag.

Veelgestelde vragen over bewijsrecht

Wie draagt de bewijslast in een civiele procedure?

In beginsel de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de feiten die zij stelt. Een bijzondere wettelijke regel of de redelijkheid en billijkheid kan tot een andere verdeling leiden (artikel 150 Rv). Bewijs is alleen nodig als de wederpartij die feiten voldoende betwist (artikel 149 lid 1 Rv).

Wat betekent vrij bewijs?

Vrij bewijs betekent dat je bewijs mag leveren met alle middelen, zoals stukken, getuigen en deskundigen, en dat de rechter zelf bepaalt hoeveel waarde hij eraan hecht, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 152 Rv). Tegenover vrij bewijs staat dwingend bewijs, zoals bepaalde verklaringen in een akte, waarvan de rechter de inhoud als waar moet aannemen; tegenbewijs blijft dan in beginsel mogelijk (artikel 151 Rv).

Telt een e-mail of WhatsApp-bericht als schriftelijk bewijs?

Ja, je mag het als bewijs gebruiken, want bewijs kan door alle middelen worden geleverd (artikel 152 lid 1 Rv). Is het bericht geen akte in de zin van artikel 156 Rv, dan waardeert de rechter het vrij. Zorg dat je kunt laten zien van wie het bericht komt en wanneer het is verstuurd.

Wat gebeurt er als je geen bewijs hebt?

Betwist de wederpartij een feit dat jij moet bewijzen en slaag je niet in dat bewijs, dan gaat de rechter in de regel niet van dat feit uit. Je vordering of verweer kan dan op dat punt stranden. Kijk daarom vroeg welke middelen je hebt om bewijs te verzamelen, zoals een verzoek om inzage (artikel 194 Rv) of een voorlopig getuigenverhoor (artikel 196 Rv).

Wat is bewijsbeslag?

Bewijsbeslag is beslag op gegevens of zaken om bewijs veilig te stellen. Je hebt verlof van de voorzieningenrechter nodig. In je verzoek vermeld je onder meer de feiten en omstandigheden waaruit gegronde vrees voor verduistering of verlies van het bewijs blijkt (artikel 205 lid 2 onder d Rv). De voorzieningenrechter beoordeelt summierlijk of je recht hebt op die gegevens (artikel 194 lid 1 Rv) en of zich geen weigeringsgrond van artikel 196 lid 2 Rv voordoet (artikel 205 lid 1 Rv). De beslaglegger krijgt pas kennis van de gegevens nadat de rechter daarover heeft beslist (artikel 206 lid 1 Rv).

Primaire bronnen

Wanneer schakel je een advocaat bewijsrecht in?

Begrip van bewijs in het civiel recht is belangrijk voor een succesvolle uitkomst van de zaak. Of je nu bewijs presenteert of de claims van de tegenpartij weerlegt, goed geïnformeerd en voorbereid zijn kan een groot verschil maken.

Wanneer je advies wilt inwinnen over een procesrechtelijke vraag, dan biedt ons advocatenkantoor in Amsterdam daartoe mogelijkheden. Wij zijn in heel Nederland actief en bieden ook support bij bewijsrechtelijke vragen. Ons team van advocaten richt zich op procesrecht, waaronder bewijsrecht. Bij MAAK Advocaten zetten we ons in om ervoor te zorgen dat onze cliënten gedurende hun juridische reis de best mogelijke vertegenwoordiging en begeleiding krijgen. Onze procesrecht advocaat Remko Roosjen geeft leiding aan dit team en we horen graag hoe we je het beste kunnen ondersteunen bij je vraag over het bewijsrecht.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?