Vrijwaring: een derde oproepen in je procedure

Gepubliceerd · bijgewerkt

Met een oproeping in vrijwaring betrek je een derde bij je rechtszaak omdat hij volgens jou de gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak moet dragen, zoals een onderaannemer of medeaansprakelijke. Jij bent de gewaarborgde, de derde de waarborg. Als gedaagde vraag je dit in de regel bij incidentele conclusie vóór alle weren (artikel 210 Rv). Beide zaken worden zo mogelijk samen beslist (artikel 215 Rv). Ons team adviseert ook over oproeping vrijwaring.

Wat houdt oproepen in vrijwaring in?

Bij vrijwaring betrekt een procespartij, meestal de gedaagde (B), een derde (C) bij de rechtszaak. B vordert dat C hem vergoedt wat B aan de eiser (A) moet betalen als B wordt veroordeeld. Dat bespaart tijd en kosten: de rechter behandelt de hoofdzaak en de vrijwaringszaak in de regel samen, zodat je niet achteraf een tweede procedure tegen C hoeft te beginnen. Ook de eiser kan iemand in vrijwaring oproepen (artikel 210 lid 2 Rv). De beslissing op de vordering tot oproeping is in de regel een tussenvonnis. Daartegen kun je in beginsel pas hoger beroep instellen samen met het eindvonnis, tenzij de rechter anders bepaalt (artikel 337 lid 2 Rv).

Op grond van artikel 210 Rv is een vordering tot oproeping van een derde in vrijwaring toewijsbaar indien genoegzaam wordt gesteld dat die derde krachtens een rechtsverhouding tot een gedaagde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak te dragen. De eiser in de hoofdzaak kan verweer voeren tegen de gevorderde vrijwaring. Hij kan daartoe aanvoeren dat in de door de gedaagde, tevens eiser in het incident, gestelde feiten niet een verplichting tot vrijwaring ligt besloten. Ook kan hij stellen dat sprake is van een processuele ondoelmatigheid ingeval van een gevoegde behandeling van de hoofdzaak en de vrijwaring; in het bijzonder wegens vrees voor onredelijke vertraging.

Wat dit laatste betreft geldt echter dat het belang van de eiser in het incident bij gevoegde behandeling doorgaans evident is, terwijl het belang van gedaagde in het incident bij voortvarende behandeling van de hoofdzaak kan worden gediend door afsplitsing van de hoofdzaak en de vrijwaring indien de vrees voor vertraging bewaarheid wordt (artikel 215 Rv). Een betwisting door de gedaagde in het incident van de feitelijke grondslag van de beoogde vordering tot vrijwaring, leidt in de regel niet tot afwijzing van de gevorderde vrijwaring, omdat het al dan niet bestaan van de gestelde verplichting tot vrijwaring niet een zaak is tussen de partijen in het incident, maar tussen de eiser in het incident en derde (de waarborg). Dit is anders als sprake is van een evidente onjuistheid van de feitelijke grondslag van de vordering tot vrijwaring (Rb. Rotterdam 6 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5525, r.o. 4.1-4.2).

In artikel 210 van het wetboek van Burgerlijke rechtsvordering is de vrijwaring als volgt opgenomen:

1. Indien de gedaagde meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen en hij die oproeping niet heeft gedaan vóór de dag waarop de hoofdzaak moet dienen, neemt hij zijn daartoe strekkende, met redenen omklede conclusie vóór alle weren op de voor het nemen van de conclusie van antwoord bepaalde roldatum.

2. Indien de eiser meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen, neemt hij zijn daartoe strekkende, met redenen omklede conclusie uiterlijk op de roldatum, op zijn verzoek bepaald bij de verschijning van partijen ter terechtzitting op de voet van artikel 131. Vindt geen verschijning van partijen op de voet van artikel 131 plaats, dan neemt de eiser zijn conclusie uiterlijk op de voor het nemen van de conclusie van repliek bepaalde datum.

3. Indien de vordering wordt toegewezen, bepaalt de rechter de dag waarop zowel de hoofdzaak als de zaak in vrijwaring weer op de rol zullen komen. Betreft de zaak in vrijwaring een vordering die ongeacht het beloop of de waarde door de kantonrechter moet worden behandeld, dan verwijst de rechter beide zaken daarbij zo nodig, met overeenkomstige toepassing van artikel 71, naar de kantonrechter.

4. Het vonnis waarbij de dagvaarding in vrijwaring is toegestaan, behoeft aan de waarborg niet betekend te worden. De dagvaarding moet de in het vonnis vermelde beslissing behelzen; bij die dagvaarding moet de dagvaarding in de hoofdzaak in afschrift worden betekend.

5. Indien de vordering wordt afgewezen, bepaalt de rechter bij die beslissing de dag waarop de zaak weer op de rol zal komen of beveelt hij een verschijning van partijen ter terechtzitting.

Hoofdzaak en vrijwaringszaak hangen nauw samen: of de waarborg moet betalen, hangt meestal af van de uitkomst van de hoofdzaak. Daarom moet de waarborg procederen bij de rechter waar de hoofdzaak aanhangig is, ook als hij ontkent waarborg te zijn (artikel 216 Rv), en beslist de rechter beide zaken gelijktijdig als zij tegelijk in staat van wijzen zijn. Is dat niet zo, dan beslist de rechter de hoofdzaak op vordering van de oorspronkelijke eiser of gedaagde afzonderlijk (artikel 215 Rv). Vrijwaring kan ook proceseconomische voordelen bieden, zoals het gezamenlijk behandelen van de hoofdzaak en de vrijwaringszaak om onnodige vertraging te voorkomen en de procesvoering doelmatig te laten verlopen.

De rechter moet hierbij een afweging maken van de belangen van partijen en de eisen van een doelmatige procesvoering. Een voorbeeld van een rechterlijke uitspraak waarin vrijwaring werd toegestaan, is de zaak, waarin de rechtbank Limburg de vordering tot oproeping in vrijwaring toestond en benadrukte dat de belangen van de gewaarborgde en een doelmatige procesvoering in acht moeten worden genomen. Vrijwaring is dus een belangrijk juridisch instrument in het civiel recht dat partijen de mogelijkheid biedt om derden bij een rechtszaak te betrekken en zo de verantwoordelijkheid voor eventuele schade te delen of over te dragen.

Vrijwaring moet je in eerste aanleg regelen. Een derde kan niet voor het eerst in hoger beroep in vrijwaring worden opgeroepen, omdat de waarborg dan een instantie zou verliezen (HR 14 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB7189). Twijfel je of je een derde wilt aanspreken, beslis dat dus vóór je conclusie van antwoord.

Waarom oproepen in vrijwaring?

Het oproepen van een derde in vrijwaring kan voordelig zijn voor de gedaagde omdat het de mogelijkheid biedt om de financiële verantwoordelijkheid voor een schadeclaim door te schuiven naar een andere partij. Dit is vooral nuttig in situaties waar de gedaagde van mening is dat de aansprakelijkheid bij een andere partij ligt, zoals een onderaannemer of een verzekeraar. Het doel van oproeping in vrijwaring is dan ook dat de gedaagde bij een eventuele veroordeling direct de schade kan verhalen op een derde partij. Dit creëert een parallelle procedure naast de hoofdzaak, waarbij:

  • De gedaagde in de hoofdzaak de eiser wordt in de vrijwaringszaak
  • De opgeroepen derde partij de gedaagde wordt in de vrijwaringszaak

Wie kun je in vrijwaring oproepen?

Je kunt iemand in vrijwaring oproepen als je voldoende stelt dat die persoon op grond van een rechtsverhouding met jou verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk te dragen. Of die verplichting echt bestaat, beoordeelt de rechter pas in de vrijwaringszaak zelf. Veelvoorkomende voorbeelden:

  • een onderaannemer of leverancier die het gebrek heeft veroorzaakt waarvoor jij wordt aangesproken;
  • een medeaansprakelijke: zijn twee of meer personen aansprakelijk voor dezelfde schade, dan zijn zij hoofdelijk verbonden (artikel 6:102 lid 1 BW). Betaal jij meer dan het deel dat jou in de onderlinge verhouding aangaat, dan moet de ander voor het meerdere bijdragen (artikel 6:10 BW);
  • een verzekeraar die op grond van de polis de schade moet dekken;
  • de verkoper van wie je een goed kocht, als een ander dat goed of een recht daarop opeist (vrijwaring wegens uitwinning). De waarborg mag dan de hoofdzaak van jou overnemen, terwijl jij partij blijft (artikel 212 Rv). In de andere gevallen, de zogenoemde eenvoudige vrijwaring, kan de waarborg zich alleen in de hoofdzaak voegen (artikel 214 Rv).

De opgeroepen derde moet procederen bij de rechter waar de hoofdzaak loopt, ook als hij ontkent waarborg te zijn (artikel 216 Rv).

Hoe werkt de vrijwaringsprocedure?

  • Dagvaarding of incidentele vordering: je kunt de derde al vóór de eerste roldatum van de hoofdzaak zelf in vrijwaring dagvaarden. Doe je dat niet, dan vorder je de oproeping met een met redenen omklede incidentele conclusie, vóór alle weren, op de roldatum voor de conclusie van antwoord (artikel 210 lid 1 en artikel 208 lid 1 Rv). Ben je te laat, dan wordt zonder uitstel in de hoofdzaak doorgeprocedeerd (artikel 211 Rv).
  • Toestemming van de rechter: na de eerste roldatum beslist de rechter of je de derde mag oproepen. Hij wijst de vordering in de regel toe als je voldoende stelt dat de derde de gevolgen van een veroordeling moet dragen, tenzij oproeping tot een ondoelmatige procesvoering leidt. Wil de eiser een derde oproepen, dan doet hij dat uiterlijk op de roldatum die op zijn verzoek bij de mondelinge behandeling is bepaald, en anders op de datum voor de conclusie van repliek (artikel 210 lid 2 Rv).
  • Parallelle procedures: de hoofdzaak en de zaak in vrijwaring zijn twee zaken die meestal samen worden behandeld. Zijn ze tegelijk in staat van wijzen, dan beslist de rechter ze gelijktijdig. Is dat niet zo, dan kan de oorspronkelijke eiser of gedaagde vorderen dat de hoofdzaak afzonderlijk wordt beslist (artikel 215 Rv).
  • Uitspraak en gevolgen: Als de rechter de vordering tot vrijwaring toewijst, kan de in vrijwaring opgeroepen derde partij uiteindelijk worden veroordeeld om de schade te betalen die de gedaagde aan de eiser moet voldoen. Dit biedt de gedaagde zekerheid over wie uiteindelijk de schade moet dragen.

Vereisten

Om een derde partij in vrijwaring te mogen oproepen, moet de gedaagde voldoende stellen dat er een rechtsverhouding bestaat tussen hem en de derde partij. Bewijzen hoeft hij dat in het incident niet. Op basis hiervan zou de derde partij verplicht zijn de nadelige gevolgen van een veroordeling (mede) te dragen.

Gevolgen

Als de vrijwaring wordt toegestaan:

  • Er ontstaan twee aparte procedures: de hoofdzaak en de vrijwaringszaak
  • Deze worden vaak gezamenlijk behandeld vanwege hun samenhang
  • De rechter streeft ernaar in beide zaken gelijktijdig uitspraak te doen.

Voordelen

Het belangrijkste voordeel van oproeping in vrijwaring is dat de gedaagde direct weet of hij het eventueel te betalen bedrag kan verhalen op een derde partij. Dit biedt zekerheid over de uiteindelijke draagplicht en voorkomt een aparte procedure achteraf.

Veelgestelde vragen over vrijwaring

Betaal je griffierecht voor een vrijwaringszaak?

Niet als je in de hoofdzaak al griffierecht verschuldigd bent geworden: de partij in een zaak in vrijwaring die in de hoofdzaak al griffierecht verschuldigd is, betaalt geen tweede keer (artikel 4 lid 1 onder e Wgbz). De opgeroepen derde is geen partij in de hoofdzaak. Verschijnt hij als gedaagde in de vrijwaringszaak, dan is hij in beginsel wel griffierecht verschuldigd (artikel 3 lid 1 Wgbz), behalve bij de kantonrechter (artikel 4 lid 1 onder b Wgbz).

Kun je in hoger beroep nog iemand in vrijwaring oproepen?

Nee. Volgens de Hoge Raad kan een derde niet voor het eerst in hoger beroep in vrijwaring worden opgeroepen, omdat de waarborg anders een instantie zou verliezen (HR 14 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB7189). Je moet de oproeping dus in eerste aanleg doen.

Stuit een dagvaarding in vrijwaring de verjaring?

Ja. Met de dagvaarding in vrijwaring stel je een eis in tegen de waarborg, en dat stuit de verjaring van je vordering op hem (artikel 3:316 lid 1 BW). Wordt de eis niet toegewezen, dan geldt de stuiting alleen als je binnen zes maanden na het einde van het geding een nieuwe eis instelt die wel wordt toegewezen (artikel 3:316 lid 2 BW).

Wat is het verschil tussen eenvoudige en formele vrijwaring?

Bij vrijwaring wegens uitwinning van een goed, of wegens een recht waarmee het goed niet belast had mogen zijn, mag de waarborg de hoofdzaak overnemen; de gewaarborgde blijft partij (artikel 212 Rv). In alle andere gevallen, de eenvoudige vrijwaring, mag de waarborg zich alleen in de hoofdzaak voegen zonder de zaak over te nemen (artikel 214 Rv).

Kun je een medeaansprakelijke in vrijwaring oproepen?

Ja. Zijn twee of meer personen aansprakelijk voor dezelfde schade, dan zijn zij hoofdelijk verbonden (artikel 6:102 lid 1 BW). Word jij voor het geheel aangesproken, dan kun je de ander oproepen voor het deel dat hem in jullie onderlinge verhouding aangaat (artikel 6:10 BW). Zo hoef je je regres niet in een aparte procedure te halen.

Primaire bronnen

Wanneer schakel je een advocaat in bij vrijwaring?

MAAK Advocaten behartigt graag je belangen en onze advocaten hebben de kennis en ervaring die je zoekt. Door cliënten worden we aanbevolen vanwege onze daadkrachtige, to-the-point en praktische oplossingen. Voor al je vragen rondom het oproepen in vrijwaring staan we je dan ook graag bij met advies en juridische ondersteuning. Onze ervaren advocaat commercial law, Remko Roosjen, sta je graag als eerste te woord en hij bespreekt met je de zaak en de uitdagingen die voorliggen.

Heb je een andere juridische vraag of een ander, dan kunnen onze advocaten in Amsterdam je mogelijk ook ondersteunen, of aan een geschikte partner doorverwijzen. Je belang staat bij ons te allen tijde voorop en we zoeken graag naar praktische oplossingen en snel resultaat. Neem contact op met onze advocaat contractenrecht in Amsterdam en ontdek je mogelijkheden. Loopt de hoofdzaak nog, dan bepaalt de fase waarin je zit of oproeping nog kan; die volgorde zetten wij uiteen bij een procedure starten bij de Nederlandse rechter.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?