Een verbeurde contractuele boete kun je in kort geding vorderen als je voldoende aannemelijk maakt dat de boete verschuldigd is en je een spoedeisend belang hebt bij een onmiddellijke voorziening (artikel 254 lid 1 Rv). Bij een geldvordering is de voorzieningenrechter terughoudend. Laat daarom vooraf toetsen of een kort geding of een bodemprocedure de betere route is.
Ook in kort geding kan de wederpartij vragen de boete te matigen. De rechter kan dat op verlangen van de schuldenaar doen als de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, maar hij kan niet minder toekennen dan de schadevergoeding op grond van de wet (artikel 6:94 lid 1 BW). Volgens de Hoge Raad mag de rechter pas matigen als toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Hij let daarbij niet alleen op de verhouding tussen de werkelijke schade en de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen (HR 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638, r.o. 5.3). Een boete die in verhouding tot de schade buitensporig is, kan aan die maatstaf voldoen (HR 11 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4779, r.o. 3.5). De voorzieningenrechter beoordeelt voorlopig of de bodemrechter de boete zal matigen. Meer over de maatstaf lees je bij het matigen van een boete in een contract en het aanvechten van een onredelijk hoge boeteclausule.
Een boete in kort geding vorderen is niet vanzelfsprekend. In een kort geding bij de kantonrechter in Zwolle wees de rechter de ontruiming van een huurwoning toe, maar de gevorderde contractuele boete af. De verhuurder had onvoldoende onderbouwd waarom zij de bodemprocedure niet kon afwachten (ECLI:NL:RBOVE:2021:3611, r.o. 4.11-4.12). Spoed kan wel bestaan als jarenlang procederen, bijvoorbeeld vanwege verhaalsrisico’s, niet kan worden afgewacht. Onze advocaat contractenrecht beoordeelt of je zaak zich voor kort geding leent. Andere procedures vind je bij geschilbeslechting.
Wat is een kort geding?
Een kort geding is een snelle procedure waarin de voorzieningenrechter in spoedeisende zaken een onmiddellijke voorziening bij voorraad kan geven (artikel 254 lid 1 Rv). Die beslissing brengt geen nadeel toe aan de zaak ten principale (artikel 257 Rv).
De regels staan in de artikelen 254 tot en met 259 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. In zaken die de kantonrechter ten gronde behandelt, is ook de kantonrechter bevoegd (artikel 254 lid 5 Rv); zie ook de uitleg op rechtspraak.nl over het kort geding. De eiser heeft bij de voorzieningenrechter een advocaat nodig, behalve in kantonzaken (artikel 79 Rv); de gedaagde kan in de andere zaken ook in persoon procederen (artikel 255 lid 1 Rv). Hoger beroep tegen een vonnis in kort geding stel je in binnen vier weken (artikel 339 lid 2 Rv).
Kun je een contractuele boete in kort geding vorderen?
Dat kan, als het contract een boetebeding bevat, de wederpartij is tekortgeschoten en de boete dus is verbeurd (artikel 6:91 BW). De voorzieningenrechter beoordeelt dat voorlopig en wijst de vordering alleen toe als daarnaast een spoedeisend belang bestaat.
Je kunt niet zowel de boete als nakoming van de verbintenis vorderen waaraan de boete is verbonden (artikel 6:92 lid 1 BW). Kan de tekortkoming de wederpartij niet worden toegerekend, dan kun je de boete niet vorderen (artikel 6:92 lid 3 BW). Een aanmaning of ingebrekestelling is nodig in dezelfde gevallen als bij een wettelijke schadevergoeding (artikel 6:93 BW); kijk ook wat het contract daarover zegt. Lees meer over wanneer een contractuele boete verschuldigd is.
Wat zijn de voorwaarden voor een boete in kort geding?
Voor toewijzing van een boete in kort geding moet je twee dingen aantonen: dat het voldoende waarschijnlijk is dat de bodemrechter de boete zal toewijzen, en dat je bij betaling nu een spoedeisend belang hebt. Bij geldvorderingen is de rechter terughoudend:
- Spoedeisend belang: je moet feiten en omstandigheden aanvoeren waaruit blijkt dat betaling uit hoofde van onverwijlde spoed geboden is. Dat belang moet bestaan bij de geldvordering zelf; een spoedeisend belang bij een andere vordering, zoals een verbod, is niet genoeg (HR 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5519, r.o. 3.2).
- Aannemelijkheid: het moet voldoende waarschijnlijk zijn dat de bodemrechter de boete tot het gevorderde bedrag zal toewijzen; dat onderzocht het hof in de zaak die leidde tot HR 14 april 2000 (r.o. 3.3.1). Verwacht de voorzieningenrechter dat de bodemrechter de boete zal matigen, dan wijst hij in de regel hooguit het lagere bedrag toe. Ook het risico dat je het geld later moet terugbetalen, kan meewegen; lees daarover meer bij het restitutierisico bij een kort geding.
Rol van de voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter beoordeelt of de vordering voldoende aannemelijk is en of er een spoedeisend belang is. Zijn vonnis kan uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, ook ambtshalve (artikel 258 Rv), zodat je het direct kunt laten uitvoeren. De bodemrechter is niet aan het oordeel gebonden (artikel 257 Rv).
Een uitspraak van een voorzieningenrechter is er vooral op gericht om snel een “voorziening” te treffen in een zaak waarin een (met meer waarborgen omklede) bodemprocedure niet langer kan worden afgewacht. Dat kan bijvoorbeeld in situaties zijn waar de schade te snel oploopt, dan wel wanneer een onomkeerbare situatie dreigt te ontstaan.
Mogelijkheden en beperkingen
Hoewel een kort geding een snelle uitkomst kan bieden, zijn er ook beperkingen:
- Complexiteit van de zaak: vindt de voorzieningenrechter de zaak niet geschikt om in kort geding te beslissen, bijvoorbeeld omdat uitgebreide bewijslevering nodig is, dan weigert hij de voorziening (artikel 256 Rv). Een bodemprocedure is dan de betere route.
- Matiging van de boete: op verlangen van de schuldenaar kan de rechter de boete matigen als de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, maar niet tot onder de wettelijke schadevergoeding (artikel 6:94 lid 1 BW).
Praktische voorbeelden
Kort gedingen worden vaak ingezet in verschillende contexten, zoals:
- Contractuele Boetes: Bijvoorbeeld bij overtreding van een concurrentiebeding, waar een boete is gekoppeld aan het niet naleven van de voorwaarden van het beding.
- Onbetaalde facturen: ook voor een incassokortgeding geldt de maatstaf voor geldvorderingen; je moet het spoedeisend belang bij betaling onderbouwen. Een duidelijke sommatie helpt om te laten zien dat de vordering opeisbaar is en niet wordt betwist. Zie ook de juridische aspecten van een incassokortgeding.
Kan een geldvordering in kort geding worden gevraagd?
Een geldvordering kan in kort geding worden toegewezen, maar de rechter is terughoudend. Je moet feiten en omstandigheden aanwijzen waaruit blijkt dat betaling uit hoofde van onverwijlde spoed geboden is (HR 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5519, r.o. 3.2).
Een kort geding is geen verkapte incassoprocedure. Het enkele feit dat een boete opeisbaar is, maakt de vordering nog niet spoedeisend. Denk eerder aan een onderneming die door het uitblijven van betaling in financiële problemen komt, of aan een wederpartij die vermogen dreigt weg te maken. Is de vordering complex of sterk betwist, dan is de kans groot dat de rechter haar afwijst.
Twijfel je of je vordering spoedeisend genoeg is? Laat dat beoordelen voordat je dagvaardt, want een afgewezen kort geding kost tijd en levert in de regel een proceskostenveroordeling op (artikel 237 lid 1 Rv).
Wat doet de voorzieningenrechter in een kort geding over een boete?
De voorzieningenrechter geeft een voorlopige voorziening: hij veroordeelt de wederpartij bijvoorbeeld tot betaling van de boete of van een voorschot daarop. Hij beslist op basis van de stukken en de mondelinge behandeling, zonder uitgebreide bewijslevering.
Tijdens de zitting zitten partijen weer samen aan tafel, en een kort geding eindigt soms in een schikking. Procedeer niet in een zaak met te weinig kans van slagen: wie verliest, wordt in de regel in de proceskosten veroordeeld (artikel 237 lid 1 Rv), en je verliest tijd om een executoriale titel te krijgen. Onze advocaten contractenrecht wegen die kansen vooraf met je af.
Kun je een kort geding starten voor onbetaalde facturen?
Voor onbetaalde facturen kun je een kort geding starten, maar ook dan moet je een spoedeisend belang bij betaling onderbouwen. Is de vordering onbetwist en duidelijk, dan is de kans op toewijzing groter dan bij een vordering waarover partijen inhoudelijk strijden.
Met het leggen van beslag kun je je verhaal veiligstellen, maar executie door een deurwaarder kan pas als er een executoriale titel is, zoals een vonnis. Het incassokortgeding is daarvoor vaak de snelste route, mits de voorzieningenrechter de spoed aanneemt.
Wanneer kies je beter voor een bodemprocedure?
Kies voor een bodemprocedure als de wederpartij betwist dat de boete is verbeurd, als de boete hoog is en een matigingsverweer kans maakt, of als je geen spoedeisend belang kunt onderbouwen. Een bodemvonnis geeft een definitief oordeel.
Een boete in kort geding vorderen is dus niet altijd de beste keuze. Wijst de voorzieningenrechter de vordering af omdat de zaak te complex is (artikel 256 Rv), dan kun je alsnog een bodemprocedure starten. Krijg je wel een veroordeling, dan kan de wederpartij in een bodemprocedure alsnog haar gelijk halen (artikel 257 Rv) en loop je het risico het ontvangen bedrag terug te moeten betalen.
Veelgestelde vragen over een boete in kort geding
Wat zijn de voorwaarden voor een kort geding?
De voorzieningenrechter kan in spoedeisende zaken een onmiddellijke voorziening bij voorraad geven als de belangen van partijen dat vereisen (artikel 254 lid 1 Rv). Je moet dus een spoedeisend belang hebben en je vordering voldoende aannemelijk maken. Vindt de rechter de zaak niet geschikt voor kort geding, dan weigert hij de voorziening (artikel 256 Rv).
Wanneer wordt een geldvordering in kort geding toegewezen?
Als het voldoende waarschijnlijk is dat de bodemrechter de vordering zal toewijzen en je feiten en omstandigheden aanvoert waaruit blijkt dat betaling uit hoofde van onverwijlde spoed geboden is. De rechter is bij geldvorderingen terughoudend (HR 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5519, r.o. 3.2). Ook het restitutierisico kan meewegen.
Kan de rechter een boete in kort geding matigen?
Dat kan op verlangen van de schuldenaar, als de billijkheid dit klaarblijkelijk eist en niet tot onder de wettelijke schadevergoeding (artikel 6:94 lid 1 BW). In kort geding beoordeelt de voorzieningenrechter voorlopig of de bodemrechter de boete zal matigen. Hij wijst dan hooguit het bedrag toe dat de bodemrechter waarschijnlijk zal toewijzen.
Wat zegt ECLI:NL:HR:2007:AZ6638 over het matigen van een boete?
In dit arrest van 27 april 2007 oordeelde de Hoge Raad dat de rechter pas mag matigen als toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. De rechter moet daarbij letten op de verhouding tussen schade en boete, de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen (r.o. 5.3).
Wat gebeurt er na de uitspraak in kort geding?
De voorzieningenrechter kan zijn vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zodat je het direct kunt laten uitvoeren (artikel 258 Rv). Hoger beroep moet binnen vier weken worden ingesteld (artikel 339 lid 2 Rv). De uitspraak is voorlopig: in een bodemprocedure kan de rechter anders beslissen (artikel 257 Rv), en dan moet een ontvangen bedrag mogelijk worden terugbetaald.
Primaire bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikel 6:91, 6:92, 6:93 en 6:94
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldend vanaf 14 juli 2026): artikel 237, 254, 255, 256, 257, 258 en 339
- Hoge Raad 11 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4779 (matiging bij buitensporige boete, r.o. 3.5)
- Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5519 (geldvordering in kort geding, r.o. 3.2 en 3.3.1)
- Hoge Raad 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638 (maatstaf matiging, r.o. 5.3)
- Rechtbank Overijssel (kantonrechter, kort geding) 27 september 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:3611 (boete afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang, r.o. 4.11-4.12)
Wanneer schakel je een advocaat in voor een boete in kort geding?
Schakel een advocaat in zodra de wederpartij een verbeurde boete niet betaalt en je wilt weten of een kort geding kans maakt. Bij de voorzieningenrechter heb je als eiser een advocaat nodig, behalve in kantonzaken (artikel 79 Rv).
Ons advocatenkantoor helpt je bij vragen over contractuele boetes en het kort geding, in heel Nederland en bij internationale vraagstukken. Ons team richt zich op contractenrecht; onze advocaat commercial law Remko Roosjen geeft leiding aan dit team. Ben je op zoek naar andere praktijkgebieden, dan kunnen onze advocaten in Amsterdam je mogelijk ook ondersteunen of doorverwijzen. Neem contact op met onze advocaat contractenrecht in Amsterdam voor een beoordeling van je zaak.