Je start een rechtszaak tegen een bedrijf in de regel met een dagvaarding die een gerechtsdeurwaarder uitbrengt (artikel 111 Rv); daarna dien je die in bij de griffie (artikel 125 Rv). Gaat het om ten hoogste € 25.000, of om onder meer huur, arbeid, agentuur of consumentenkoop, dan behandelt de kantonrechter de zaak en mag je zelf procederen. Anders is een advocaat verplicht (artikel 93 en 79 Rv).
Een juridische procedure tegen een bedrijf begint altijd met een zorgvuldige voorbereiding. Voordat je naar de rechter stapt, moet je bepalen of je conflict onder het civiel recht valt. Geschillen over contractbreuk, onbetaalde facturen, productaansprakelijkheid of geleverde diensten horen hierbij. Verzamel vanaf het begin alle relevante documentatie: contracten, facturen, e-mailcorrespondentie, betalingsbewijzen en andere bewijsstukken die je claim ondersteunen.
Welke rechter behandelt je zaak tegen een bedrijf?
De bevoegde rechter hangt af van het bedrag en de aard van je vordering. In eerste aanleg komt je zaak bij de rechtbank. Daar behandelt ofwel de kantonrechter, ofwel de civiele rechter van de rechtbank je zaak. Dat zijn dus geen twee instanties, maar twee soorten rechters in dezelfde eerste aanleg. Deze verdeling bepaalt zowel de procedure als of je verplicht een advocaat moet inschakelen.
Kantonrechter: procedures tot € 25.000
De kantonrechter behandelt zaken over vorderingen van ten hoogste € 25.000, inclusief de rente tot de dag van dagvaarding. Dat geldt niet als de rechtstitel, bijvoorbeeld de overeenkomst, boven dat bedrag uitgaat en die rechtstitel wordt betwist. Ook zaken van onbepaalde waarde gaan naar de kantonrechter als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vordering niet meer dan € 25.000 waard is. Daarnaast behandelt de kantonrechter, ongeacht het bedrag, onder meer zaken over een arbeidsovereenkomst, een agentuur-, huur- of consumentenkoopovereenkomst en consumentenkrediet (artikel 93 Rv). Bij de kantonrechter mag je zelf procederen (artikel 79 lid 1 Rv), hoewel juridische bijstand vaak verstandig is. Het griffierecht is lager dan bij de civiele rechter, en het bedrijf betaalt als gedaagde bij de kantonrechter geen griffierecht (artikel 4 lid 1 onder b Wgbz).
Civiele rechter: complexe zaken en hogere bedragen
Valt je zaak niet onder de kantonrechter, bijvoorbeeld een vordering van meer dan € 25.000, dan behandelt de civiele rechter van de rechtbank de zaak. Denk ook aan het ontbinden van contracten, overlast door een bedrijf of geschillen over het wel of niet bestaan van een overeenkomst, als die zaken niet onder artikel 93 Rv vallen. Bij de civiele rechter kun je alleen met een advocaat procederen (artikel 79 lid 2 Rv). Het griffierecht is hoger, en ook het bedrijf betaalt griffierecht zodra het in de procedure verschijnt (artikel 3 lid 1 Wgbz).
Wat zijn realistische alternatieven voor een rechtszaak?
Voordat je een procedure start, onderzoek eerst of het conflict buiten de rechtbank op te lossen is. Nederlandse rechtbanken moedigen partijen actief aan om eerst te onderhandelen of mediation te proberen. Deze aanpak bespaart tijd, geld en vaak ook de zakelijke relatie.
Direct onderhandelen met het bedrijf vormt de eerste stap. Leg schriftelijk vast wat je eist en waarom, bijvoorbeeld via een aangetekende brief of e-mail met leesbevestiging. Veel bedrijven reageren alsnog positief wanneer zij begrijpen dat je juridische stappen overweegt. Een formele ingebrekestelling heeft vaak al effect: een schriftelijke aanmaning waarin je het bedrijf een redelijke termijn geeft om alsnog na te komen. Blijft nakoming binnen die termijn uit, dan is het bedrijf in verzuim (artikel 6:82 lid 1 BW). Zolang nakoming niet blijvend onmogelijk is, heb je verzuim in de regel nodig voordat je schadevergoeding kunt vorderen (artikel 6:74 lid 2 BW).
Mediation biedt een neutrale bemiddelaar die beide partijen helpt tot een oplossing te komen. Dit verloopt sneller dan een rechtszaak en de kosten zijn afhankelijk van de complexiteit. Bij geschillen met bedrijven in bepaalde sectoren kun je terecht bij een erkende Geschillencommissie, die bindend advies geeft tegen relatief lage kosten.
De regelrechter vormt een tussenvorm: deze rechter praat met beide partijen om een oplossing te zoeken zonder formele procedure. Deze optie is sneller, laagdrempeliger en goedkoper dan een volledige dagvaardingsprocedure.
Hoe stel je een dagvaarding op tegen een bedrijf?
Een inleidende dagvaarding is het formele document waarmee je de procedure start. Dit juridische stuk moet de gegevens bevatten die het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorschrijft (artikel 45 en 111 Rv). Een slordige of onvolledige dagvaarding schaadt je kansen en kan leiden tot vertraging of zelfs afwijzing.
Verplichte onderdelen van je dagvaarding
Je dagvaarding moet de volgende elementen bevatten:
- De gegevens van het exploot: de datum, de naam en woonplaats van jou en van het bedrijf, en de gegevens van de deurwaarder (artikel 45 lid 3 Rv). Controleer de juiste naam en rechtsvorm van het bedrijf (bv, nv, vof) in het handelsregister.
- Je eis en de gronden daarvan: de feiten en de juridische grondslag, zoals een geschonden overeenkomst (artikel 111 lid 2 onder d Rv).
- De rechter die de zaak behandelt, het adres van de zittingsplaats en de roldatum waartegen je het bedrijf dagvaardt (onder e en f).
- Bij de civiele rechter: de naam en het kantooradres van je advocaat (onder c).
- Wat er gebeurt als het bedrijf niet op de juiste wijze verschijnt, en informatie over het griffierecht dat het bedrijf moet betalen (onder i en k).
- Het verweer dat het bedrijf al heeft gevoerd, met de gronden, en je bewijsmiddelen en getuigen (artikel 111 lid 3 Rv).
Gebruik specifieke juridische terminologie om je claim kracht bij te zetten. Verwijs naar relevante wetsartikelen zoals artikel 6:74 BW voor schadevergoeding bij een toerekenbare tekortkoming (wanprestatie), of artikel 6:248 BW over de redelijkheid en billijkheid. Concrete bedragen, data en termijnen maken je dagvaarding sterker dan vage beweringen.
De rol van de deurwaarder
Alleen een gerechtsdeurwaarder mag een dagvaarding officieel uitbrengen: dagvaarding gebeurt bij exploot, en een exploot doet een bevoegde deurwaarder (artikel 111 lid 1 en artikel 45 lid 1 Rv). Je kunt de dagvaarding dus niet zelf geldig bezorgen, ongeacht hoe goed je relatie met het bedrijf is. Wat de deurwaarder rekent, verschilt per kantoor; vraag vooraf een prijsopgave.
Vanaf de dag van dagvaarding is de procedure aanhangig. Daarna moet de dagvaarding namens jou uiterlijk op de laatste dag dat de griffie open is vóór de roldatum bij de griffie worden ingediend. Gebeurt dat niet, dan vervalt de aanhangigheid, tenzij binnen twee weken na de roldatum een geldig herstelexploot wordt uitgebracht (artikel 125 Rv). Tussen de dagvaarding en de roldatum moet in de regel ten minste een week zitten (artikel 114 Rv). Heeft het bedrijf alleen een bekend adres in het buitenland, dan is de termijn ten minste vier weken of drie maanden, tenzij in Nederland aan het bedrijf in persoon of op een gekozen woonplaats wordt betekend (artikel 115 Rv). De voorzieningenrechter of de kantonrechter kan de termijnen op verzoek verkorten (artikel 117 Rv).
Welke bewijsstukken versterken je zaak?
Sterk bewijs maakt het verschil tussen winnen en verliezen. De rechter beoordeelt je claim op basis van feiten, niet op emoties of veronderstellingen. Wie zich beroept op feiten, moet die in beginsel ook bewijzen, tenzij een bijzondere regel of de redelijkheid en billijkheid tot een andere verdeling leidt (artikel 150 Rv). Verzamel daarom zoveel mogelijk objectieve documentatie die je standpunt onderbouwt.
Belangrijke documenten in procedures tegen bedrijven
Contracten en algemene voorwaarden vormen de basis van je claim. Bewaar altijd de volledige overeenkomst inclusief bijlagen en latere wijzigingen. Beroept het bedrijf zich op zijn algemene voorwaarden, bewaar dan ook hoe en wanneer je die hebt gekregen. Een beding is vernietigbaar als het bedrijf je geen redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de voorwaarden kennis te nemen (artikel 6:233 onder b en 6:234 BW). Niet iedereen kan zich daarop beroepen. Dat kunnen niet: een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:360 BW die bij het sluiten van de overeenkomst laatstelijk zijn jaarrekening openbaar had gemaakt (of waarop toen laatstelijk artikel 2:403 lid 1 BW was toegepast), een andere partij bij wie op dat moment vijftig of meer personen werkzaam waren of bij wie dat bleek uit een opgave aan het handelsregister, en een partij die zelf meermalen dezelfde of nagenoeg dezelfde algemene voorwaarden gebruikt (artikel 6:235 BW).
E-mailcorrespondentie toont communicatie, afspraken en eventuele waarschuwingen aan. Facturen en betalingsbewijzen documenteren financiële claims. Bij schade door geleverde producten of diensten zijn foto’s, video’s en technische rapporten waardevol bewijs. Expert-rapporten van onafhankelijke deskundigen wegen zwaar, vooral bij technische geschillen.
Getuigenverklaringen kunnen je zaak ondersteunen. Ook iemand met een belang bij de uitkomst, zelfs een partij, mag als getuige optreden (artikel 164 lid 1 Rv). De rechter bepaalt hoeveel waarde hij aan een verklaring hecht (artikel 152 lid 2 Rv). Vraag getuigen direct na het incident om een schriftelijke verklaring. Details vervagen snel en consistente verklaringen zijn geloofwaardiger.
Organisatie van je bewijsmateriaal
Sorteer alle documenten chronologisch en per onderwerp. Maak digitale back-ups en bewaar originelen op meerdere locaties. De rechter waardeert overzichtelijk gepresenteerd bewijs met duidelijke data en context. Een goed georganiseerd dossier toont professionaliteit en versterkt je geloofwaardigheid.
Wat kost een procedure tegen een bedrijf?
Proceskosten bestaan uit meerdere componenten die snel oplopen. Een realistische kostenraming voorkomt financiële verrassingen en helpt bij de beslissing of een procedure de investering waard is.
Hoeveel griffierecht betaal je in 2026?
De griffierechten zijn een bijdrage in de kosten van de rechtspraak. De bedragen staan in de tabel bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken en kunnen elk jaar per 1 januari worden aangepast aan de consumentenprijsindex (artikel 2 Wgbz). Sinds 1 januari 2026 gelden in eerste aanleg deze tarieven bij de kantonrechter en de civiele rechter:
| Waarde van de vordering | Niet-natuurlijke personen (bijv. bv, nv) | Natuurlijke personen (ook eenmanszaak) | Onvermogenden |
|---|---|---|---|
| Kantonrechter | |||
| Onbepaalde waarde of niet meer dan € 500 | € 139 | € 93 | € 93 |
| Meer dan € 500 tot en met € 1.500 | € 350 | € 233 | € 93 |
| Meer dan € 1.500 tot en met € 2.500 | € 397 | € 265 | € 93 |
| Meer dan € 2.500 tot en met € 5.000 | € 529 | € 265 | € 93 |
| Meer dan € 5.000 tot en met € 12.500 | € 559 | € 265 | € 93 |
| Meer dan € 12.500 | € 1.504 | € 753 | € 93 |
| Civiele rechter (rechtbank) | |||
| Onbepaalde waarde | € 735 | € 341 | € 93 |
| Niet meer dan € 100.000 | € 3.083 | € 1.414 | € 93 |
| Meer dan € 100.000 tot en met € 1.000.000 | € 7.062 | € 2.803 | € 93 |
| Meer dan € 1.000.000 | € 10.487 | € 2.803 | € 93 |
Bij de kantonrechter betaalt alleen de eiser griffierecht. Is een natuurlijke persoon partij in een zaak van meer dan € 1.000.000, dan geldt het tarief van de categorie daaronder (artikel 3 lid 6 Wgbz).
Wie betaalt het griffierecht?
Bij de civiele rechter betalen de eiser en het bedrijf als gedaagde ieder griffierecht; het bedrijf zodra het in de procedure verschijnt (artikel 3 lid 1 Wgbz). Bij de kantonrechter betaalt alleen de eiser (artikel 4 lid 1 onder b Wgbz). De hoogte hangt af van de waarde van de vordering, zoals hierboven weergegeven. Rechtspersonen, zoals een bv of nv, betalen het tarief voor “niet-natuurlijke personen”, dat bij de civiele rechter ruim twee tot bijna vier keer zo hoog is en bij de kantonrechter anderhalf tot ruim twee keer. Heb je een eenmanszaak, dan procedeer je als natuurlijke persoon en betaal je het lagere tarief.
Heb je een laag inkomen, dan betaal je het griffierecht voor onvermogenden. Daarvoor moet je bij het heffen van het griffierecht een afschrift van een besluit tot toevoeging overleggen, of een verklaring van de Raad voor Rechtsbijstand dat je inkomen onder de wettelijke grens blijft (artikel 16 lid 1 Wgbz).
Wat kost een advocaat bij een procedure tegen een bedrijf?
Advocaatkosten vormen meestal de grootste kostenpost. Nederlandse advocaten rekenen uurtarieven, afhankelijk van hun specialisatie en ervaring.
Sommige advocatenkantoren werken met vaste prijsafspraken voor specifieke procedures. Dit geeft financiële zekerheid, hoewel complexe zaken toch op uurbasis worden afgerekend. Vraag altijd vooraf om een inschatting van de totale kosten en bespreek een betalingsregeling.
Verhaal van proceskosten op de verliezer
Wanneer de rechter je in het gelijk stelt, veroordeelt hij het bedrijf in de proceskosten (artikel 237 lid 1 Rv). Zijn jullie over en weer op enkele punten in het ongelijk gesteld, dan kan de rechter de kosten compenseren. Bij een kostenveroordeling krijg je een deel van je kosten terug: het griffierecht en een forfaitaire vergoeding voor advocaatkosten volgens het liquidatietarief. Deze forfaitaire bedragen liggen echter vaak lager dan je werkelijke advocaatkosten.
Hoe reageert het bedrijf op je dagvaarding?
Na ontvangst van de dagvaarding heeft het bedrijf verschillende opties. Hun reactie bepaalt grotendeels hoe de procedure verloopt en hoeveel tijd deze in beslag neemt.
Mogelijke reacties van de gedaagde partij
Het bedrijf kan proberen alsnog tot een schikking te komen voordat de zaak dient. Onderhandelingen op dit punt kunnen beide partijen tijd en geld besparen. Veel civiele zaken eindigen in een schikking vóór de eerste zitting.
Als het bedrijf de dagvaarding betwist, dient het een conclusie van antwoord in bij de rechtbank. Dit document bevat hun verweer, tegenargumenten en eventuele bewijsstukken. Soms stelt het bedrijf ook een tegeneis in (een eis in reconventie, artikel 136 Rv), waarbij het juist iets van jou eist. Bij de civiele rechter is hiervoor een advocaat verplicht.
Verschijnt het bedrijf niet op de roldatum, stelt het bij de civiele rechter geen advocaat of betaalt het daar het griffierecht niet op tijd? Dan verleent de rechter verstek, als de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen (bij het griffierecht: als de betaling bij dagvaarding was aangezegd), en wijst hij je vordering toe, tenzij die hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). Het bedrijf kan daartegen verzet doen binnen vier weken nadat het vonnis aan het bedrijf in persoon is betekend, of nadat het bedrijf iets heeft gedaan waaruit blijkt dat het het vonnis of de executie kent. Anders loopt de termijn vanaf de dag van de tenuitvoerlegging. Heeft het bedrijf geen bekend adres in Nederland maar wel in het buitenland, dan is de termijn acht weken (artikel 143 Rv).
De mondelinge behandeling ter zitting
Tijdens de zitting presenteren beide partijen hun standpunten. De rechter stelt vragen om helderheid te krijgen en probeert soms partijen tot een schikking te bewegen. Bij de kantonrechter verloopt de procedure vaak informeler dan bij de civiele rechter, waar strikte formele regels gelden.
Na de conclusie van antwoord beveelt de rechter in beginsel een mondelinge behandeling, tenzij hij de zaak daarvoor niet geschikt vindt (artikel 131 Rv). Is er geen mondelinge behandeling, dan krijgen partijen gelegenheid voor nog een schriftelijke ronde: repliek en dupliek (artikel 132 lid 1 Rv).
Hoeveel tijd neemt een procedure in beslag?
De doorlooptijd varieert sterk per procedure en rechtbank. Realistische verwachtingen voorkomen frustratie en helpen bij het plannen van je strategie.
Spoedprocedures: kort geding
Een kort geding levert sneller een voorlopige beslissing op dan een bodemprocedure: op verzoek kan de voorzieningenrechter de dag en het uur van de zitting bepalen (artikel 254 lid 2 Rv). Deze spoedprocedure past bij urgente situaties zoals onbetaalde salarissen, dreigende schade of acute contractbreuk. De rechter geeft een tijdelijk oordeel dat geldt totdat er eventueel een bodemprocedure volgt.
Voor een kort geding moet de zaak spoedeisend zijn en moet, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad nodig zijn (artikel 254 lid 1 Rv). Zaken die veel bewijsonderzoek vragen, zijn in de regel minder geschikt. Bij de rechtbank heeft de eiser in kort geding een advocaat nodig; het bedrijf mag als gedaagde ook zelf procederen, maar niet via een gemachtigde die geen advocaat is (artikel 255 lid 1 Rv). In zaken die de kantonrechter behandelt, kan ook de kantonrechter een kort geding behandelen (artikel 254 lid 5 Rv), en daar mag je zelf procederen.
Reguliere dagvaardingsprocedures
Een standaard dagvaardingsprocedure bij de kantonrechter duurt gemiddeld zes tot twaalf maanden. Bij de civiele rechter reken je op acht maanden tot anderhalf jaar voor een eenvoudige zaak. Complexe geschillen met deskundigenonderzoek of uitgebreide bewijsvoering kunnen twee tot drie jaar duren.
Nederlandse rechtbanken werken relatief snel vergeleken met andere Europese landen. Desondanks kunnen proceduretechnische vertragingen optreden: volle agenda’s, ziekte van rechters, verzoeken om uitstel of aanvullend bewijs. Na de uitspraak hebben beide partijen drie maanden om in hoger beroep te gaan, in kort geding vier weken (artikel 339 Rv). Dat verlengt de totale doorlooptijd verder.
Wanneer heb je juridische bijstand nodig?
Een advocaat verhoogt je slagingskans aanzienlijk, zelfs wanneer deze niet verplicht is. Juridische expertise maakt het verschil tussen een goed onderbouwde claim en een zwakke zaak die de rechter afwijst.
Verplichte advocaat bij de civiele rechter
Bij procedures voor de civiele rechter van de rechtbank kun je niet zelf procederen, maar alleen bij advocaat (artikel 79 lid 2 Rv). Dat geldt voor alle zaken die niet bij de kantonrechter horen, ook als het niet om geld gaat. In kort geding bij de rechtbank heeft de eiser een advocaat nodig; de gedaagde mag ook zelf procederen, maar niet via een gemachtigde die geen advocaat is (artikel 255 lid 1 Rv). In hoger beroep bij het gerechtshof heb je altijd een advocaat nodig (artikel 353 lid 1 Rv).
Vrijwillige bijstand bij de kantonrechter
Hoewel je bij de kantonrechter zonder advocaat mag procederen, is professionele hulp zeer verstandig. Een advocaat kent de procedureregels, weet hoe de rechter argumenten waardeert en voorkomt procedurefouten die je zaak schaden. Veel eisers kiezen bij de kantonrechter toch voor juridische bijstand.
Wil je meer zekerheid over je juridische positie voordat je een procedure start? Gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren je situatie en adviseren over de beste strategie. Zij beoordelen je kans op succes en de te verwachten kosten.
Alternatieve juridische ondersteuning
Rechtsbijstandverzekeringen dekken vaak juridische bijstand bij geschillen met bedrijven. Check je polis voordat je kosten maakt. Sommige verzekeraars hebben eigen advocaten, andere vergoeden een zelfgekozen advocaat tot een maximumbedrag.
Het Juridisch Loket biedt gratis advies voor eenvoudige juridische vragen. Voor complexe procedures tegen bedrijven is dit echter onvoldoende. Zij kunnen je wel doorverwijzen naar gespecialiseerde advocaten of bemiddelingsinstanties.
Wat gebeurt er na de uitspraak?
De rechter doet uitspraak na afronding van de procedure. Deze beslissing heet een vonnis bij dagvaardingsprocedures en een beschikking bij verzoekschriftprocedures. Het vonnis vermeldt welke partij gelijk krijgt en wat de proceskosten zijn.
Executie van het vonnis
Krijg je gelijk, dan moet het bedrijf het vonnis nakomen. Doet het bedrijf dit niet vrijwillig, dan schakel je een deurwaarder in voor gedwongen tenuitvoerlegging. Daarvoor moet het vonnis eerst aan het bedrijf worden betekend (artikel 430 lid 3 Rv). Daarna kan de deurwaarder bijvoorbeeld beslag leggen op het banksaldo van het bedrijf of op vorderingen die het op anderen heeft (beslag onder derden, artikel 475 Rv). Ook beslag op roerende zaken, zoals voorraad of inventaris, is mogelijk, na een bevel om binnen twee dagen te betalen (artikel 439 Rv).
Beslaglegging kost extra geld; vraag de deurwaarder vooraf om een opgave. Bij hardnekkige weigeraars kan dit proces maanden duren, vooral als het bedrijf zijn vermogen probeert te versluieren.
Hoger beroep en cassatie
Ben je het niet eens met het vonnis van de kantonrechter of de civiele rechter? Dan kun je in hoger beroep bij het gerechtshof, tenzij de vordering niet meer dan € 1.750 beloopt. Bij een vordering van onbepaalde waarde geldt die grens als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vordering niet meer waard is. Dit alles geldt tenzij de wet anders bepaalt (artikel 332 lid 1 Rv). De termijn is drie maanden vanaf de dag van de uitspraak, in kort geding vier weken (artikel 339 Rv).
Hoger beroep betekent een nieuwe procedure met bijbehorende kosten en doorlooptijd. Het gerechtshof behandelt de zaak opnieuw en doet een eigen uitspraak. Gemiddeld duurt een hoger beroep anderhalf tot twee jaar. Tegen het arrest van het hof kun je eventueel nog in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad vernietigt een uitspraak alleen wegens schending van het recht of wegens verzuim van bepaalde vormen (artikel 79 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie).
Hoe bereid je een rechtszaak tegen een bedrijf goed voor?
Goede voorbereiding bepaalt voor een groot deel je succes. Deze praktische aanbevelingen helpen je een sterke zaak op te bouwen en onnodige fouten te voorkomen.
Documenteer alles vanaf het eerste contact met het bedrijf. Bewaar e-mails, noteer telefoongesprekken met datum en tijd, en leg afspraken schriftelijk vast. Deze papieren trail vormt de ruggengraat van je bewijs.
Verstuur belangrijke communicatie altijd aangetekend met ontvangstbevestiging. Bij procedures telt alleen wat je kunt bewijzen, niet wat je je herinnert. Een eenvoudige e-mail met leesbevestiging heeft al juridische waarde.
Blijf zakelijk en emotieloos in alle communicatie. Dreigementen, scheldwoorden of emotionele uitbarstingen schaden je geloofwaardigheid bij de rechter. Feiten en juridische argumenten overtuigen, emoties niet.
Veelgestelde vragen over een procedure tegen een bedrijf
Wat kost een dagvaarding?
Je betaalt de deurwaarder voor het uitbrengen van de dagvaarding; dat tarief verschilt per kantoor. Daarnaast betaal je als eiser griffierecht. In 2026 is dat bij de kantonrechter € 93 tot € 753 voor een natuurlijke persoon en € 139 tot € 1.504 voor een rechtspersoon, afhankelijk van de vordering. Bij de civiele rechter is dat bij een geldvordering tot € 100.000 € 1.414 of € 3.083 (tabel bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken). Daar komen dan ook de kosten van je advocaat bij.
Kun je zonder advocaat procederen bij een vordering boven € 25.000?
In de regel niet. Een vordering van meer dan € 25.000 hoort bij de civiele rechter van de rechtbank, en daar kun je alleen bij advocaat procederen (artikel 79 lid 2 Rv). Uitzondering zijn zaken die de kantonrechter ongeacht het bedrag behandelt, zoals arbeids-, agentuur-, huur- en consumentenkoopzaken (artikel 93 onder c Rv). Daar mag je zelf procederen.
Hoe start je een zaak bij de kantonrechter?
Je laat een deurwaarder een dagvaarding uitbrengen met de verplichte gegevens uit artikel 111 Rv. Tussen de dagvaarding en de roldatum moet in de regel ten minste een week zitten (artikel 114 Rv); heeft het bedrijf alleen een bekend adres in het buitenland, dan meestal langer (artikel 115 Rv). Daarna wordt de dagvaarding uiterlijk op de laatste griffiedag vóór die roldatum bij de griffie ingediend (artikel 125 Rv). Je mag zelf procederen (artikel 79 lid 1 Rv) en je laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde (artikel 80 lid 1 Rv).
Wie betaalt de kosten van hoger beroep?
Elke partij betaalt eerst zelf haar advocaat en het griffierecht; in hoger beroep is een advocaat verplicht (artikel 353 lid 1 Rv). Bij het gerechtshof is het griffierecht in 2026 bijvoorbeeld € 851 voor een rechtspersoon en € 373 voor een natuurlijke persoon bij een vordering van onbepaalde waarde of tot € 12.500. Aan het einde veroordeelt het hof in de regel de partij die in het ongelijk wordt gesteld in de proceskosten (artikel 237 jo. 353 Rv). Die vergoeding is forfaitair en dekt meestal niet alle kosten.
Welke stappen zet je voordat je gaat procederen?
Stel het bedrijf eerst schriftelijk in gebreke met een redelijke termijn om alsnog na te komen (artikel 6:82 lid 1 BW). Verzamel je bewijs, want wie zich op feiten beroept, moet die in beginsel bewijzen (artikel 150 Rv). Maak een kostenraming (deurwaarder, griffierecht, advocaat) en kijk of je rechtsbijstandsverzekering dekking geeft. Schakel een advocaat in als de zaak bij de civiele rechter komt, want dan is dat verplicht, of als er veel op het spel staat.
Primaire bronnen
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: artikel 45, 79, 80, 93, 111, 114, 125, 131, 132, 136, 139, 143, 150, 152, 164, 237, 254, 255, 332, 339, 353, 430, 439 en 475 (geldend vanaf 14 juli 2026)
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikel 6:74, 6:82, 6:233, 6:234, 6:235 en 6:248
- Wet griffierechten burgerlijke zaken: artikel 2, 3, 4 en 16, en de tabel bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken (geldend vanaf 1 januari 2026)
- Wet op de rechterlijke organisatie: artikel 79
De genoemde griffierechten zijn de wettelijke bedragen die sinds 1 januari 2026 gelden. Wat een concrete zaak verder kost, hangt af van de omvang, de complexiteit en het verloop van de procedure. Over onze kosten maken wij vooraf een prijsafspraak.