Met een voorlopig getuigenverhoor laat je getuigen onder ede horen door de rechter voordat je een procedure begint. Zo weet je vooraf hoe sterk je bewijs is en of een claim kansrijk is. Sinds 1 januari 2025 is het verhoor een van de voorlopige bewijsverrichtingen (artikel 196 Rv). De rechter wijst het verzoek toe, tenzij een wettelijke afwijzingsgrond geldt.
Wanneer is bewijs door getuigen toegelaten?
Procederen is kostbaar, kost tijd en de uitkomst is nooit zeker. Daarom is het vaak lastig te beslissen of je een procedure begint, zeker als je niet weet hoe sterk je staat. Met een voorlopig getuigenverhoor krijg je vooraf meer duidelijkheid over de kans van slagen. Getuigenbewijs is in beginsel toegelaten: bewijs kan worden geleverd door alle middelen, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 152 lid 1 Rv). Een getuigenverklaring telt alleen als bewijs voor feiten die de getuige zelf heeft waargenomen (artikel 163 Rv).
Sinds 1 januari 2025 staat het voorlopig getuigenverhoor in artikel 196 Rv. Je kunt het verzoek doen voordat een zaak aanhangig is, of als de zaak al aanhangig is gemaakt maar nog niet op de rol staat. Daarna loopt bewijslevering via de rechter in de procedure zelf (artikel 166 lid 1 Rv). Ook de wederpartij kan na jouw verzoek zelf voorlopige bewijsverrichtingen vragen; de rechter kan die samen behandelen (artikel 196 lid 1 Rv).
Hoe vraag je een voorlopig getuigenverhoor aan?
Je dient een verzoekschrift in bij de rechter die vermoedelijk bevoegd is als de zaak later wordt aangebracht. Je kunt ook kiezen voor de rechter van de woonplaats van de getuigen, of van de meeste van hen. Hoort de zaak bij de kantonrechter, dan doe je het verzoek daar (artikel 197 lid 1 Rv).
Je hoeft je vordering nog niet volledig uit te werken. Het verzoekschrift moet wel een kernachtige omschrijving van het geschil en de gronden van het verzoek bevatten; ontbreekt die, dan wordt je verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Verder vermeld je de aard en het beloop van de vordering, de wederpartij en de getuigen die je wilt horen (artikel 197 lid 2 en 3 Rv).
De rechter beslist pas na een mondelinge behandeling waarvoor jij en de wederpartij worden opgeroepen. Die behandeling kan alleen achterwege blijven als de wederpartij onbekend is, bij onverwijlde spoed of als de wederpartij schriftelijk laat weten geen bezwaar te hebben (artikel 198 lid 1 Rv). Wijst de rechter het verzoek toe, dan bepaalt hij plaats, dag en uur van het verhoor (artikel 201 lid 1 Rv). Tegen de beslissing staat in beginsel geen hoger beroep open, tenzij de rechter anders bepaalt (artikel 200 lid 2 Rv).
Wanneer wijst de rechter het verzoek af?
De drempel voor toewijzing is laag. De rechter wijst het verzoek toe, tenzij hij van oordeel is dat (artikel 196 lid 2 Rv):
- de informatie die je verlangt niet voldoende bepaald is;
- er onvoldoende belang bij het verhoor bestaat;
- het verzoek in strijd is met de goede procesorde;
- sprake is van misbruik van bevoegdheid; of
- andere gewichtige redenen zich tegen het verhoor verzetten.
Daarbij mag geen sprake zijn van de zogeheten ‘fishing expedition’.
Wat is een fishing expedition?
Er is geen vaste definitie van het begrip fishing expedition, hoewel de term al wel duidelijkheid lijkt te scheppen. De mogelijkheid voor het instellen van een voorlopig getuigenverhoor strekt niet om te vissen naar informatie waarop helemaal geen recht bestaat. Indien er geen rechtstreeks verband bestaat tussen feiten waarover de getuigen zou moeten worden gehoord en de vordering van de verzoeker, en de verzoeker informatie zoekt die nog niet bekend is, is sprake van een fishing expedition. De verzoeker heeft dan oneigenlijke bedoeling en probeert op hoop van zege informatie te vinden die in haar voordeel uit kan pakken. Een verzoek dat daarop neerkomt, kan onder meer stranden op de grond dat de verlangde informatie niet voldoende bepaald is of dat er onvoldoende belang is (artikel 196 lid 2 onder a en b Rv).
Wat is het doel van een voorlopig getuigenverhoor?
Een voorlopig getuigenverhoor is dus een procedure waarin de rechter getuigen onder ede hoort voordat de eigenlijke rechtszaak loopt (artikel 196 lid 1 Rv). Het kan verschillende doelen dienen, waaronder:
- Opheldering krijgen over feiten in een vroeg stadium van een geschil.
- De haalbaarheid van een mogelijke rechtszaak beoordelen.
- Een schikking voorbereiden: na afloop kan de rechter een nieuwe mondelinge behandeling bevelen om een schikking te beproeven (artikel 199 lid 2 Rv).
Het verzoekschrift bevat in elk geval (artikel 197 lid 2 en 3 Rv):
- Een kernachtige omschrijving van het geschil of de gebeurtenis en de gronden van het verzoek (anders volgt niet-ontvankelijkheid)
- De aard en het beloop van de vordering
- De naam en woonplaats van de wederpartij (of waarom die onbekend is) en de namen en woonplaatsen van de getuigen
Hoe verloopt de zitting?
Na toewijzing bepaalt de rechter een zitting. De verzoeker roept de getuigen ten minste tien dagen voor het verhoor op bij exploot of aangetekende brief (artikel 170 lid 1 Rv, van toepassing via artikel 201 lid 1 Rv). Een getuige die op de juiste wijze is opgeroepen, is verplicht te getuigen, behalve als hij een verschoningsrecht heeft (artikel 165 lid 1 Rv; zie hieronder). Voordat de getuige verklaart, legt hij de eed of belofte af de gehele waarheid te zeggen (artikel 177 lid 2 Rv). Een getuige jonger dan zestien jaar wordt niet beëdigd (artikel 177 lid 3 Rv). Wie opzettelijk een valse verklaring onder ede aflegt, pleegt meineed en is strafbaar (artikel 207 Wetboek van Strafrecht).
De verklaring wordt vastgelegd in een proces-verbaal. Dat wordt aan de getuige voorgelezen; hij mag nog wijzigingen en aanvullingen aanbrengen en ondertekent daarna zijn verklaring (artikel 180 lid 2 en 3 Rv).
Partijen en hun advocaten mogen tijdens het verhoor vragen stellen aan de getuigen (artikel 179 lid 2 Rv). Verschijnt de wederpartij bij het verhoor, dan bepaalt de rechter op haar verzoek wanneer en waar zij een voorlopig getuigenverhoor voor tegenbewijs kan houden, de zogeheten contra-enquête (artikel 201 lid 3 Rv).
Wie kan zich op het verschoningsrecht beroepen?
In een aantal gevallen mag een opgeroepen getuige weigeren te verklaren: het verschoningsrecht (artikel 165 lid 2 Rv). Dat geldt voor de (vroegere) echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel van een partij en voor bloed- en aanverwanten van een partij tot en met de tweede graad. Het geldt ook voor wie uit hoofde van ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht is, voor wat hem in die hoedanigheid is toevertrouwd, zoals een advocaat, notaris of arts. Daarnaast mag een getuige weigeren een bepaalde vraag te beantwoorden als hij daarmee zichzelf of een naast familielid blootstelt aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf (artikel 165 lid 3 Rv).
Wat gebeurt er als een getuige niet verschijnt?
De opgeroepen getuige is verplicht te verschijnen en, tenzij hij zich mag verschonen, te verklaren (artikel 165 lid 1 en 2 Rv). Verschijnt een getuige die per aangetekende brief is opgeroepen niet, dan kan hij opnieuw worden opgeroepen, dan bij exploot (artikel 171 Rv). Blijft hij ook dan weg, dan kan de rechter bevelen dat de politie hem voorbrengt (artikel 172 Rv). Weigert een getuige te verklaren, dan kan de rechter op verzoek gijzeling van ten hoogste een jaar bevelen (artikel 173 Rv). Een getuige die niet verschijnt of weigert te verklaren, kan ook worden veroordeeld in de vergeefs gemaakte kosten (artikel 178 Rv).
Het is belangrijk dat je de getuigen op de juiste wijze oproept. Verschijnt een getuige niet, dan vraagt de rechter in de regel hoe hij is opgeroepen. De wet eist oproeping bij exploot of aangetekende brief, ten minste tien dagen voor het verhoor, met vermelding van dag, uur en plaats, de feiten waarover bewijs moet worden geleverd en de gevolgen van niet verschijnen (artikel 170 lid 1 en 2 Rv).
Hoe stel je de procedure in bij de rechter?
Na het voorlopig horen van getuigen kan een weloverwogen beslissing worden gemaakt over de kansen van een (bodem)procedure. Nu meer duidelijkheid is verkregen over de feiten en omstandigheden en er mogelijk bewijs voor is verkregen kan de rechtspositie stukken beter worden ingeschat. Natuurlijk geeft dit nog geen 100% garantie dat de procedure ook daadwerkelijk gewonnen zal worden, maar het geeft een vorm van zekerheid.
Veelgestelde vragen over het voorlopig getuigenverhoor
Kun je een voorlopig getuigenverhoor vragen als de procedure al loopt?
Alleen zolang de zaak nog niet op de rol staat (artikel 196 lid 1 Rv). Daarna vraag je de rechter in de procedure zelf om getuigen te horen (artikel 166 lid 1 Rv).
Kun je in hoger beroep als het verzoek wordt afgewezen?
In beginsel niet: tegen de beslissing op een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor staat geen hogere voorziening open, tenzij de rechter anders bepaalt. In dat geval is de termijn vier weken (artikel 200 lid 2 Rv).
Moet een getuige verschijnen bij een voorlopig getuigenverhoor?
Ja. Wie op de juiste manier is opgeroepen, is verplicht te getuigen (artikel 165 lid 1 Rv). Verschijnt een getuige na een oproeping bij exploot niet, dan kan de rechter hem laten voorbrengen (artikel 172 Rv). Ook kan hij worden veroordeeld in de vergeefs gemaakte kosten (artikel 178 Rv).
Welke getuigen mogen weigeren te verklaren?
De (vroegere) partner en familieleden van een partij tot en met de tweede graad, en wie uit hoofde van ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht is (artikel 165 lid 2 Rv). Een getuige mag ook een vraag weigeren te beantwoorden als hij zichzelf of naaste familie daarmee blootstelt aan een strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf (artikel 165 lid 3 Rv).
Kan de wederpartij ook eigen getuigen laten horen?
Ja. Verschijnt de wederpartij bij het verhoor, dan kan zij een voorlopig getuigenverhoor voor tegenbewijs vragen (artikel 201 lid 3 Rv). Zij kan ook direct na jouw verzoek zelf voorlopige bewijsverrichtingen verzoeken, die de rechter dan samen kan behandelen (artikel 196 lid 1 Rv).
Primaire bronnen
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: artikel 152, 163, 165, 166, 170, 171, 172, 173, 177, 178, 179, 180, 196, 197, 198, 199, 200 en 201 (bewijsrecht zoals geldend sinds 1 januari 2025)
- Wetboek van Strafrecht: artikel 207 (meineed)
Wanneer schakel je een advocaat in?
MAAK Advocaten behartigt graag je belangen en onze advocaten hebben de kennis en ervaring die je zoekt. Door cliënten worden we aanbevolen vanwege onze daadkrachtige, to-the-point en praktische oplossingen. Voor al je vragen rondom het voorlopig getuigenverhoor staan we je dan ook graag bij met advies en juridische ondersteuning. Onze ervaren advocaat commercial law, Remko Roosjen, sta je graag als eerste te woord en hij bespreekt met je de zaak en de uitdagingen die voorliggen.
Nederlands procesrecht
Meer weten over het Nederlandse procesrecht, lees dan ook onze andere informatieve blogs over procederen in Nederland:
Deel I: Bewijslast
Deel II: Voorlopig getuigenverhoor
Deel III: Voorlopig deskundigenbericht
Deel IV: Exhibitieplicht
Deel V: Bewijsbeslag