Toepasselijk recht

Gepubliceerd · bijgewerkt

Bij een internationaal contract bepaalt in de eerste plaats de rechtskeuze van partijen welk recht geldt (artikel 3 Rome I-verordening). Ontbreekt die keuze, dan wijst artikel 4 het recht aan, bijvoorbeeld het recht van het land waar de verkoper of dienstverlener zijn gewone verblijfplaats heeft. Voor schade buiten een contract, zoals een onrechtmatige daad, geldt de Rome II-verordening.

Welk rechtsstelsel is van toepassing?

Toepasselijk recht, oftewel het toepasselijke recht, verwijst naar het rechtsstelsel dat van toepassing is op een overeenkomst of juridisch geschil, vooral in internationale situaties. Dit concept is belangrijk bij onder meer grensoverschrijdende transacties. Hier zijn de belangrijkste punten om te begrijpen:

  1. Definitie en doel
    Toepasselijk recht bepaalt welke wetten en regels gelden voor een specifieke overeenkomst of situatie. Het doel is om duidelijkheid te scheppen over welk rechtssysteem moet worden toegepast bij het interpreteren van de overeenkomst en het oplossen van eventuele geschillen.
  2. Rechtskeuze
    Partijen kunnen zelf het toepasselijke recht kiezen. Die keuze is uitdrukkelijk of blijkt duidelijk uit de bepalingen van het contract of de omstandigheden, en kan ook voor een deel van het contract gelden (artikel 3 lid 1 Rome I-verordening). Vaak staat de keuze in de algemene voorwaarden of in een aparte clausule. Of zo’n keuze geldig is overeengekomen, beoordeel je naar het gekozen recht (artikel 3 lid 5 en artikel 10 lid 1). Een partij kan zich voor het bewijs dat zij niet heeft ingestemd wel beroepen op het recht van haar eigen gewone verblijfplaats, als het onredelijk zou zijn haar gedrag naar het gekozen recht te beoordelen (artikel 10 lid 2).
  3. Beperkingen op rechtskeuze
    Er zijn beperkingen aan deze keuzevrijheid. Bij een arbeidsovereenkomst mag de rechtskeuze de werknemer niet de bescherming ontnemen van de dwingende bepalingen van het recht dat zonder keuze zou gelden (artikel 8 lid 1 Rome I-verordening). Voor consumenten geldt hetzelfde als de ondernemer zijn activiteiten op het land van de consument richt (artikel 6 lid 1 en 2; zie voor uitzonderingen lid 4). En liggen alle andere elementen van de situatie in één ander land, dan blijven de dwingende bepalingen van dat land gelden (artikel 3 lid 3).
  4. Objectief toepasselijk recht
    Hebben partijen geen rechtskeuze gemaakt, dan bepalen de regels van internationaal privaatrecht welk recht geldt. Een Nederlandse rechter past daarvoor de Rome I-verordening toe, ook als die naar het recht van een land buiten de EU verwijst (artikel 2). De verordening geldt voor overeenkomsten die op of na 17 december 2009 zijn gesloten (artikel 28); voor oudere overeenkomsten geldt haar voorganger, het EVO-verdrag (zie artikel 24).
  5. Specifieke regels voor arbeidsovereenkomsten
    Voor arbeidsovereenkomsten gelden speciale regels. Zonder rechtskeuze geldt het recht van het land waar, of bij gebreke daarvan van waaruit, de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht. Lukt dat niet, dan geldt het recht van het land van de vestiging die de werknemer in dienst heeft genomen. Is de overeenkomst nauwer verbonden met een ander land, dan geldt het recht van dat land (artikel 8 lid 2-4 Rome I-verordening).
  6. Voorrangsregels
    Sommige bepalingen gelden ongeacht het recht dat op het contract van toepassing is. Dat zijn bepalingen die een land zo cruciaal acht voor zijn openbare belangen, zoals zijn politieke, sociale of economische organisatie, dat ze altijd gelden binnen hun toepassingsgebied (artikel 9 lid 1 Rome I-verordening). De rechter past de voorrangsregels van zijn eigen land toe (lid 2), en kan gevolg geven aan die van het land waar het contract wordt uitgevoerd als die de uitvoering onwettig maken (lid 3). Daarnaast kan de rechter een bepaling van het aangewezen recht weigeren als die kennelijk onverenigbaar is met zijn openbare orde (artikel 21).
  7. Internationale verdragen
    Voor de internationale koop van roerende zaken geldt vaak het Weens Koopverdrag (CISG). Dat wijst geen recht aan maar bevat zelf de regels voor de koop. Het geldt tussen partijen die in verschillende verdragsstaten zijn gevestigd, of als het internationaal privaatrecht naar het recht van een verdragsstaat verwijst (artikel 1 lid 1 CISG). Valt de koop onder het verdrag, dan verandert een keuze voor Nederlands recht daar in beginsel niets aan; partijen kunnen het verdrag wel uitsluiten (artikel 6 CISG). Koop voor persoonlijk gebruik valt er in beginsel buiten (artikel 2 onder a).

Het is belangrijk om bij internationale transacties of arbeidsrelaties zorgvuldig na te denken over het toepasselijke recht en dit duidelijk vast te leggen in de overeenkomst. Regel daarnaast apart welke rechter bevoegd is: een forumkeuze is een ander beding dan een rechtskeuze en valt niet onder de Rome I-verordening (artikel 1 lid 2 onder e). Dit kan latere onduidelijkheden en geschillen voorkomen. Bij twijfel is het raadzaam om juridisch advies in te winnen, omdat de gevolgen van de keuze voor een bepaald rechtsstelsel verstrekkend kunnen zijn.

Wat regelen Rome I en Rome II?

Voor overeenkomsten geldt de Rome I-verordening (Verordening (EG) nr. 593/2008). Dat is geen verdrag maar een Europese verordening, die het EVO-verdrag van 1980 heeft vervangen. Voor verbintenissen buiten overeenkomst, zoals onrechtmatige daad, geldt de Rome II-verordening (Verordening (EG) nr. 864/2007). Beide verordeningen passen ook het recht van een land buiten de EU toe als zij daarnaar verwijzen (artikel 2 Rome I, artikel 3 Rome II). Valt een verbintenis buiten hun werkingssfeer, dan past de Nederlandse rechter ze in beginsel overeenkomstig toe (artikel 10:154 en 10:159 BW).

Welk recht geldt bij een onrechtmatige daad?

Hoofdregel van Rome II is het recht van het land waar de schade intreedt, ongeacht waar de schadeveroorzakende gebeurtenis plaatsvond (artikel 4 lid 1 Rome II-verordening). Hebben de aansprakelijke persoon en de benadeelde hun gewone verblijfplaats in hetzelfde land, dan geldt het recht van dat land (lid 2). Is de onrechtmatige daad kennelijk nauwer verbonden met een ander land, bijvoorbeeld door een bestaand contract tussen partijen, dan geldt dat recht (lid 3). Partijen kunnen ook een rechtskeuze maken: na de schadeveroorzakende gebeurtenis, of al vooraf als zij allemaal een commerciële activiteit uitoefenen en de keuze vrijelijk is onderhandeld (artikel 14 lid 1). Internationale verdragen met verwijzingsregels waarbij lidstaten al partij waren toen Rome II werd vastgesteld, gaan voor, behalve verdragen die alleen tussen lidstaten zijn gesloten (artikel 28).

Welk recht geldt voor een vennootschap?

Vennootschapsrechtelijke vragen vallen buiten Rome I en Rome II (artikel 1 lid 2 onder f Rome I, artikel 1 lid 2 onder d Rome II). Naar Nederlands internationaal privaatrecht wordt een vennootschap beheerst door het recht van de staat waar zij is opgericht, als zij volgens haar oprichtingsakte of oprichtingsovereenkomst daar bij de oprichting haar zetel heeft, of bij gebreke daarvan haar centrum van optreden naar buiten (artikel 10:118 BW). Dat recht beheerst onder meer de oprichting, de interne organisatie, de vertegenwoordiging en de aansprakelijkheid van bestuurders tegenover de vennootschap (artikel 10:119 BW). Voor arbeidsovereenkomsten kan Nederlands recht gelden als de werknemer gewoonlijk in Nederland werkt (artikel 8 lid 2 Rome I-verordening; voor oudere contracten de vergelijkbare regel in het EVO).

Wat regelt de Rome I-verordening precies?

De Rome I-verordening bepaalt welk recht van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst in burgerlijke en handelszaken bij een conflict van wetten (artikel 1 lid 1). De hoofdregel is dat partijen vrij zijn het recht te kiezen dat op hun overeenkomst van toepassing is (artikel 3 lid 1). Liggen alle andere elementen van de situatie in een ander land dan het land waarvan het recht is gekozen, dan blijven de dwingende bepalingen van dat andere land gelden (artikel 3 lid 3). Zonder rechtskeuze wijst artikel 4 lid 1 voor een aantal overeenkomsten rechtstreeks het recht aan: bij koop van roerende zaken het recht van de verkoper, bij dienstverlening dat van de dienstverlener, bij franchise dat van de franchisenemer en bij distributie dat van de distributeur, telkens naar hun gewone verblijfplaats. Voor andere overeenkomsten geldt het recht van de partij die de kenmerkende prestatie verricht (artikel 4 lid 2).

Er is een uitzondering als uit alle omstandigheden blijkt dat de overeenkomst kennelijk nauwer verbonden is met een ander land; dan geldt het recht van dat land (artikel 4 lid 3). Kan het recht niet zo worden bepaald, dan geldt het recht van het land waarmee de overeenkomst het nauwst verbonden is (artikel 4 lid 4). Voor arbeidsovereenkomsten zonder rechtskeuze geldt het recht van het land waar, of van waaruit, de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht. Als dat niet vast te stellen is, geldt het recht van het land van de vestiging die de werknemer in dienst heeft genomen, tenzij de overeenkomst nauwer verbonden is met een ander land (artikel 8 lid 2-4). De verordening regelt ook het recht dat geldt voor het bestaan en de materiële geldigheid van de overeenkomst (artikel 10), de vormvereisten (artikel 11), handelingsonbekwaamheid (artikel 13), cessie en subrogatie (artikelen 14 en 15), hoofdelijkheid (artikel 16), verrekening (artikel 17) en bepaalde bewijskwesties (artikel 18). Zij bevat bovendien regels over voorrangsregels (artikel 9), sluit terugverwijzing (renvoi) uit (artikel 20) en kent een openbare orde-exceptie (artikel 21). Buiten de verordening vallen onder meer de staat en bevoegdheid van natuurlijke personen, familie- en erfrechtelijke verhoudingen, verplichtingen uit wissels, cheques en andere verhandelbare waardepapieren, arbitrage- en forumkeuzebedingen en vennootschapsrecht (artikel 1 lid 2).

Veelgestelde vragen over toepasselijk recht

Welk recht geldt als er geen rechtskeuze is gemaakt?

Dat bepaalt in de regel artikel 4 van de Rome I-verordening; voor vervoer, consumenten, verzekeringen en arbeidsovereenkomsten gelden eigen regels (artikelen 5-8). Bij koop van roerende zaken geldt het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft, bij dienstverlening dat van de dienstverlener. Voor andere overeenkomsten geldt het recht van de partij die de kenmerkende prestatie verricht, tenzij de overeenkomst kennelijk nauwer verbonden is met een ander land (artikel 4 lid 2 en 3).

Kun je een rechtskeuze maken in algemene voorwaarden?

Ja. De keuze moet uitdrukkelijk zijn of duidelijk blijken uit het contract of de omstandigheden (artikel 3 lid 1 Rome I-verordening). Of de voorwaarden en de keuze geldig zijn overeengekomen, beoordeel je naar het gekozen recht (artikel 10 lid 1), met de uitzondering van artikel 10 lid 2 voor een partij die stelt niet te hebben ingestemd. Let op: tussen bedrijven die niet allebei in Nederland zijn gevestigd, gelden de Nederlandse regels over algemene voorwaarden niet, ook niet als Nederlands recht is gekozen (artikel 6:247 lid 2 BW).

Geldt het Weens Koopverdrag als je Nederlands recht kiest?

In beginsel wel. Bij een koop van roerende zaken tussen partijen in verschillende verdragsstaten geldt het verdrag rechtstreeks (artikel 1 lid 1 onder a CISG), en een keuze voor Nederlands recht verandert dat niet. Wil je het verdrag niet, dan moet je het uitsluiten (artikel 6 CISG).

Mag een werkgever met een rechtskeuze de bescherming van de werknemer omzeilen?

Nee. Een rechtskeuze mag de werknemer niet de bescherming ontnemen van de dwingende bepalingen van het recht dat zonder keuze zou gelden, meestal het recht van het land waar hij gewoonlijk werkt (artikel 8 lid 1 en 2 Rome I-verordening).

Welk recht geldt bij schade door een onrechtmatige daad in het buitenland?

In de regel het recht van het land waar de schade intreedt (artikel 4 lid 1 Rome II-verordening). Hebben beide partijen hun gewone verblijfplaats in hetzelfde land, dan geldt het recht van dat land (artikel 4 lid 2).

Primaire bronnen

Wanneer schakel je een advocaat internationaal contracteren in?

Ons advocatenkantoor helpt je graag verder bij al je vragen rondom internationaal contracteren en vragen naar toepasselijk recht. Wanneer je juridisch advies wilt inwinnen, dan biedt ons kantoor daartoe mogelijkheden. Wij zijn in heel Nederland actief en bieden ook support bij internationale vraagstukken. Ons team van advocaten staat je hierin graag bij. Onze advocaat commercial law Remko Roosjen geeft leiding aan dit team en we horen graag hoe we je het beste kunnen ondersteunen. Ben je op zoek naar andere praktijkgebieden, dan kunnen onze advocaten in Amsterdam je mogelijk ook ondersteunen, of aan een geschikte partner doorverwijzen. Je belang staat bij ons te allen tijde voorop en we zoeken graag naar praktische oplossingen en snel resultaat. Neem contact op met onze advocaat contractenrecht in Amsterdam en ontdek je mogelijkheden.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?