Een kort geding biedt binnen enkele weken een voorlopige rechterlijke beslissing wanneer spoedeisend belang dit vereist. Een advocaat gespecialiseerd in kort gedingen stelt met spoed een dagvaarding op en vraagt direct (met nagenoeg altijd inachtneming verhinderdata wederpartij) een zittingsdatum aan. Daarna volgt doorgaans snel een zitting De voorzieningenrechter oordeelt op basis van artikel 254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en spreekt binnen in de regel 2 weken vonnis, met behandeling meestal binnen 4-6 weken na dagvaarding. Wanneer er hele grote spoed is, kan deze procedure nog veel sneller. Maar wat zijn nu de belangrijkste aspecten bij spoedprocedure bij de rechter, waar moet u allemaal op letten?
Ondernemers en particulieren gebruiken deze spoedprocedure voor acute juridische situaties zoals dreigende schade, werkstakingen, publicatieverboden of executiemaatregelen. De Nederlandse rechtspraak toont dat 65% van de kortgedingvonnissen nooit leidt tot een bodemprocedure, waardoor deze voorlopige voorzieningen in de praktijk vaak als definitief gelden.
Wanneer start u een kort geding bij de rechtbank?
Een kort geding komt in aanmerking bij een spoedeisend belang dat geen uitstel duldt tot een reguliere bodemprocedure. De voorzieningenrechter bepaalt tijdens de behandeling of het gevorderde spoedeisend genoeg is voor deze procedure, terwijl tegelijkertijd het belang van gedaagde wordt afgewogen.
Spoedeisendheid manifesteert zich bijvoorbeeld bij nakende bedrijfsschade door een concurrent, dreigende betalingsonmacht van een schuldenaar, aangekondigd ontslag of een onrechtmatige publicatie. De Rechtbank Amsterdam behandelt jaarlijks vele kortgedingzaken, waarbij de gemiddelde termijn tussen dagvaarding en zitting 3 weken bedraagt.
U beoordeelt vooraf of uw situatie past bij deze spoedprocedure. Daarom analyseren advocaten juridische urgentie aan de hand van concrete dreigingen, tijdkritische ontwikkelingen en onherstelbare gevolgen. Bovendien weegt de rechter mee of alternatieve rechtsmiddelen beschikbaar zijn die even effectief maar minder ingrijpend zijn voor de tegenpartij.
Typische kortgedingsituaties voor ondernemers
Opheffen van een gelegd beslag is een veelvoorkomend onderwerp bij een kort geding. Ook leveranciers starten vaker een kort geding wanneer een afnemer betalingen stopzet terwijl faillissement dreigt. Maar denk ook aan potentiële negatieve publicaties, nieuwsuitzettingen of het abrupt beëindigen van een samenwerking, zoals een distributieovereenkomst tussen een leverancier en distributeur. Tevens zetten merkeigenaren deze procedure in tegen namaakproducten of onrechtmatige merkgebruiken die directe omzetverlies veroorzaken.
Verhuurders eisen spoedontruiming bij contractbreuk met aanzienlijke huurachterstanden. Daarnaast vorderen opdrachtgevers nakoming van kritieke leveringen die productieprocessen stilleggen. De rechtspraak erkent in 82% van deze gevallen het spoedeisend belang, waardoor de procedure doorgang vindt naar een inhoudelijke behandeling.
Welke advocaat dient de kortgedingdagvaarding in?
Voor een kort geding bij de civiele rechter (sector handel of sector civiel) is advocaatbijstand verplicht voor de eiser volgens artikel 79 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De gedaagde mag zelf verweer voeren zonder advocaat, hoewel juridische bijstand sterk wordt aanbevolen vanwege de complexiteit.
Uw advocaat stelt de inleidende dagvaarding op met de juridische grondslag, feitelijke onderbouwing en concrete vorderingen. Vervolgens dient de advocaat deze eerst in concept in bij de rechtbank, die binnen enkele werkdagen een zittingsdatum vaststelt. Daarna betekent een gerechtsdeurwaarder de dagvaarding aan gedaagde, minimaal 3 dagen voor de zitting volgens de wettelijke termijn.
De procespartij zonder advocaat loopt risico op formele gebreken die tot niet-ontvankelijkheid leiden. Daarom schakelen ondernemers direct juridische expertise in bij complexe geschillen over intellectueel eigendom, aansprakelijkheid of contractuele verplichtingen. Echter zijn kortgedingzaken bij de kantonrechter (vorderingen tot € 25.000) toegankelijk zonder advocaatplicht voor beide partijen.
Kosten van een kortgedingprocedure
Het griffierecht 2026 bedraagt€ 735 zaken voor niet-natuurlijke personen en voor zaken met een onbepaalde waarde. Advocaatkosten variëren afhankelijk van zaakcomplexiteit, voorbereidingstijd en zittingsduur. Bovendien brengt de deurwaarder € 150 tot € 300 in rekening voor betekening van de dagvaarding.
De verliezende partij betaalt doorgaans de griffierechten van de winnende partij. Echter worden slechts liquidatietarieven vergoed volgens het Besluit proceskosten burgerlijke zaken, vaak een fractie van de werkelijke advocaatkosten. Desondanks rechtvaardigt de snelheid bij acute bedrijfsschade deze investering, omdat uitstel tot een bodemprocedure hogere schade veroorzaakt.
Hoe verloopt de voorbereiding tot de zitting?
Na betekening van de dagvaarding heeft gedaagde op grond van het procesreglement tot 24 uur voor de zitting tijd om schriftelijk verweer in te dienen. Beide partijen verstrekken relevante stukken zoals contracten, correspondentie, facturen of bewijsmateriaal rechtstreeks aan de rechtbank en de wederpartij.
Eiser formuleert de vordering in de dagvaarding met juridische onderbouwing, bewijsstukken en getuigenverklaringen. Daarom bevat dit document de exacte eis (bijvoorbeeld betaling van € 45.000, staking van activiteiten of levering binnen 5 dagen) met juridische grondslag volgens Nederlands recht. Tevens specificeert de dagvaarding waarom uitstel tot een bodemprocedure onaanvaardbare schade veroorzaakt.
Gedaagde analyseert de dagvaarding en verzamelt tegenbewijzen, alternatieve feiten of juridische verweren. Vervolgens stelt een advocaat een conclusie van antwoord op die het standpunt van gedaagde uiteenzet met eventuele tegeneis. Bovendien kunnen beide partijen getuigenverklaringen op schrift verstrekken, omdat mondelinge getuigenverhoren in kortgeding zeldzaam zijn vanwege tijdsdruk.
Procesreglement kortgeding rechtbanken
Het Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken regelt formele aspecten zoals termijnen, stukwisseling en zittingsprotocol. Partijen dienen processtukken minimaal 24 uur voor de zitting in volgens dit reglement. Daarnaast bepaalt de voorzieningenrechter of nadere stukken noodzakelijk zijn voor een zorgvuldige beslissing.
Nieuwe informatie die pas tijdens de zitting naar voren komt, krijgt beperkt gewicht omdat de wederpartij geen voorbereidingstijd had. Desondanks accepteert de rechter acute ontwikkelingen die de spoedeisendheid versterken of het geschil materieel beïnvloeden. Echter worden procedurele verrassingen negatief beoordeeld als onzorgvuldig procesgedrag.
Wat gebeurt er tijdens de kortgedingzitting?
De mondelinge behandeling duurt doorgaans 30 tot 90 minuten waarin beide partijen hun standpunten toelichten. De voorzieningenrechter stelt verduidelijkende vragen, beoordeelt de spoedeisendheid en probeert partijen te bewegen tot een schikking.
U presenteert tijdens de zitting uw juridische argumenten, feitelijke onderbouwing en concrete verzoeken aan de rechter. Daarom voeren advocaten het woord via gestructureerde pleidooien die de kernpunten systematisch behandelen. Vervolgens krijgt de tegenpartij gelegenheid te reageren en eigen argumenten naar voren te brengen.
De rechter onderzoekt of voldoende bewijs voorhanden is voor een voorlopig oordeel. Bovendien weegt hij belangenafweging toe: veroorzaakt toewijzing van de vordering onevenredige schade aan gedaagde vergeleken met afwijzing voor eiser? Tevens beoordeelt de voorzieningenrechter of de gevorderde voorziening proportioneel is bij het gestelde belang.
Schikkingsonderhandelingen ter zitting
In 40% van de kortgedingzaken bereiken partijen een schikking tijdens of vlak na de zitting. De rechter schetst zijn voorlopige oordeel waardoor partijen realistisch inschatten wie waarschijnlijk gelijk krijgt. Daarom ontstaat onderhandelingsruimte wanneer beide partijen concessies doen om een definitief vonnis te vermijden.
Een vastgelegde schikking in het proces-verbaal bindt beide partijen zoals een vonnis. Echter biedt dit maatwerk dat vaak praktischer uitpakt dan een rechterlijke uitspraak met strikte voorwaarden. Desondanks gaan partijen bij fundamentele geschillen zonder compromisbereidheid door naar het vonnis.
Welke uitspraak doet de voorzieningenrechter?
Het vonnis in kort geding bevat altijd een voorlopige voorziening volgens artikel 254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, geen definitief oordeel. De rechter wijst de vordering toe, wijst deze af of wijst gedeeltelijk toe, meestal binnen 2 weken na de zitting.
De voorzieningenrechter baseert zijn oordeel op een globale beoordeling van stellingen en bewijzen, zonder uitvoerig bewijsonderzoek zoals in een bodemprocedure. Daarom vermeldt het vonnis expliciet dat dit een voorlopig oordeel betreft dat in een latere bodemprocedure anders kan uitvallen. Echter komt een bodemprocedure in slechts 35% van de gevallen voor, waardoor de kortgedingvoorziening vaak de facto definitief is.
Bij toewijzing specificeert het vonnis concrete maatregelen: betaling binnen bepaalde termijn, staken van activiteiten, levering van goederen of publicatie van rectificatie. Bovendien koppelt de rechter vaak een dwangsom aan het bevel: gedaagde betaalt bijvoorbeeld € 1.000 per dag bij niet-nakoming, met een maximum van € 50.000. Tevens veroordeelt de rechter de verliezende partij in de proceskosten volgens het liquidatietarief.
Onmiddellijke uitvoerbaarheid van het vonnis
Kortgedingvonnissen zijn direct uitvoerbaar bij voorraad volgens artikel 233 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De winnende partij kan executiemaatregelen starten voordat een eventueel hoger beroep is afgerond. Daarom heeft een kortgedingvonnis sterke handhavingskracht: deurwaarders leggen beslag of dwingen nakoming af ongeacht een lopende spoedappèlprocedure.
Gedaagde die een executoriale titel wil voorkomen, moet schorsingsvonnis aanvragen bij het gerechtshof tijdens het spoedappèl. Echter slaagt dit zelden omdat de rechter zware eisen stelt aan opschorting van een uitvoerbaar vonnis. Desondanks bestaat deze mogelijkheid bij evident onredelijke gevolgen van onmiddellijke executie.
Kan een partij in hoger beroep tegen het kortgedingvonnis?
Binnen 4 weken na het vonnis kan elke partij spoedappèl instellen bij het gerechtshof volgens artikel 337 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het gerechtshof behandelt de zaak opnieuw volgens dezelfde spoedprocedure met mondelinge behandeling binnen enkele weken.
Het hoger beroep richt zich op dezelfde feiten en omstandigheden als in eerste aanleg, tenzij nieuwe acute ontwikkelingen zijn ontstaan. Daarom herhalen partijen grotendeels hun eerdere argumenten, aangevuld met specifieke kritiek op de motivering van de voorzieningenrechter. Vervolgens wijst het hof een nieuw voorlopig vonnis dat het eerdere vonnis bevestigt, vernietigt of aanpast.
Spoedappèl kent in de regel geen schorsende werking: het vonnis van de voorzieningenrechter blijft uitvoerbaar tijdens de hogerberoepsprocedure. Echter kan het hof op verzoek schorsing verlenen bij onevenredige gevolgen van executie. Bovendien duurt de spoedappèlprocedure 6 tot 12 weken, waardoor partijen relatief snel zekerheid krijgen over de definitieve voorlopige voorziening.
Welke vervolgstappen volgen na het kortgedingvonnis?
Na het vonnis hebben partijen drie opties: acceptatie als einduitspraak, start van een bodemprocedure of instellen van spoedappèl. In 65% van de gevallen wordt het kortgedingvonnis als definitief geaccepteerd zonder vervolg.
De winnende partij kan executiemaatregelen starten via een gerechtsdeurwaarder wanneer de verliezende partij het vonnis niet vrijwillig nakomt. Daarom legt de deurwaarder beslag op bankrekeningen, voorraden of onroerend goed om betaling af te dwingen. Bovendien incasseert de deurwaarder dwangsommen wanneer gedaagde niet-nakoming van bevelen voortzet.
De verliezende partij die een definitief oordeel wil, start een bodemprocedure bij dezelfde rechtbank. Vervolgens behandelt een bodemrechter (geen voorzieningenrechter) de zaak uitgebreid met volledige bewijsvoering, getuigenverhoren en deskundigenrapporten indien nodig. Echter kost deze procedure 12 tot 24 maanden en aanzienlijk hogere proceskosten tussen € 10.000 en € 50.000.
Strategische overwegingen na het vonnis
Ondernemers wegen kosten en baten af van een bodemprocedure versus acceptatie van het kortgedingvonnis. Daarom analyseren advocaten de kans op een afwijkend oordeel in bodemprocedure, de commerciële relatie met de wederpartij en de reputatierisico’s van voortgezette juridische strijd. Bovendien speelt mee of het voorlopige oordeel voldoende juridische zekerheid biedt voor toekomstige bedrijfsvoering.
Bij gedeeltelijke toewijzing overwegen beide partijen of een bodemprocedure meerwaarde biedt. Echter leidt procesrisico ertoe dat een partij die gedeeltelijk gelijk kreeg, kan verliezen in bodemprocedure. Desondanks starten partijen een bodemprocedure bij fundamentele geschillen over contractinterpretatie of aansprakelijkheid met langetermijnimplicaties.
Wat zijn de verschillen tussen kortgeding en bodemprocedure?
Een kort geding levert binnen 2 tot 6 weken een voorlopige voorziening op met beperkt bewijsonderzoek, terwijl een bodemprocedure 12 tot 24 maanden duurt met uitgebreid onderzoek en een definitief eindvonnis.
Kortgeding richt zich op spoedeisende situaties waar voorlopige maatregelen noodzakelijk zijn. Daarom accepteert de voorzieningenrechter een lager bewijsniveau: een aannemelijke onderbouwing volstaat waar bodemprocedure volledig bewijs vereist. Vervolgens mag de rechter in bodemprocedure getuigen horen, deskundigen benoemen en uitgebreid schriftelijk bewijs onderzoeken.
De proceskosten in kortgeding bedragen gemiddeld € 3.000 tot € 8.000 totaal voor beide partijen, terwijl bodemprocedures € 15.000 tot € 75.000 kosten door langere doorlooptijd en intensievere processtappen. Bovendien kent kortgeding doorgaans één zitting, waar bodemprocedures meerdere comparities, schriftelijke rondes en tussenuitspraken hebben.
Rechtskracht van beide procedures
Het kortgedingvonnis bindt partijen voorlopig maar kan in bodemprocedure worden herzien. Daarom heeft een eindvonnis in bodemprocedure gezag van gewijsde: dit oordeel is definitief en onherroepelijk (na afloop beroepstermijnen). Echter vormt het kortgedingvonnis vaak voldoende juridische basis voor commerciële beslissingen zonder bodemprocedure.
Ondernemers gebruiken kortgeding strategisch om snelle duidelijkheid te krijgen die onderhandelingsruimte creëert. Tevens zet een gewonnen kort geding de tegenpartij onder druk om tot een definitieve schikking te komen. Desondanks blijft een bodemprocedure de enige weg naar volledige juridische zekerheid bij complexe geschillen met hoge financiële belangen boven € 250.000.
Hoe bereidt u zich optimaal voor op een kort geding?
Effectieve voorbereiding vereist binnen enkele dagen complete documentatie, heldere feitenvaststelling en juridische strategie. Verzamel alle contracten, correspondentie, facturen, betalingsbewijzen en relevante communicatie die uw standpunt ondersteunen.
U formuleert een concrete, uitvoerbare vordering die de rechter direct kan toewijzen. Daarom vermijdt u vage verzoeken zoals “herstel de situatie” en specificeert u exact wat gedaagde moet doen: betalen van € 42.350 binnen 5 dagen, staken van gebruik van merknaam X, leveren van 500 producten binnen 10 dagen. Vervolgens onderbouwt u waarom uitstel onaanvaardbare schade veroorzaakt met concrete voorbeelden en cijfermatige onderbouwing.
Schriftelijke getuigenverklaringen versterken uw positie wanneer directe getuigen de feiten bevestigen. Bovendien toont u proactieve pogingen tot minnelijke regeling: de rechter waardeert partijen die eerst overleg zochten voordat ze rechtsmiddelen inzetten. Echter mag u niet te lang wachten met dagvaarden, omdat dit de spoedeisendheid ondermijnt.




