Email  |   +31 20 – 210 31 38  |    DE    |    EN

Geschillen en procedures

blokje-maak-1-1.png

Internationale arbitrage in Nederland

Internationale arbitrage biedt ondernemingen, investeerders en soevereine staten een private, efficiënte methode om grensoverschrijdende commerciële geschillen op te lossen buiten de overheidsrechter om. Nederland fungeert als prominente arbitrageplaats door het moderne arbitragerecht sinds 2015, gevestigde arbitrage-instituten zoals het Permanent Court of Arbitration in Den Haag, en een ondernemingsvriendelijke rechtscultuur die vertrouwelijkheid en procedurele flexibiliteit waarborgt.

Internationale arbitrage onderscheidt zich fundamenteel van nationale rechtbankprocedures. Partijen kiezen zelf hun arbiters, bepalen de procedureregels en profiteren van vertrouwelijke behandeling waarbij zittingen en vonnissen niet openbaar zijn. Deze vorm van geschilbeslechting kent geen hoger beroep in beginsel, waardoor procedures sneller verlopen dan traditionele rechtszaken. Voor Nederlandse ondernemingen met internationale handelsrelaties vormt dit een strategisch voordeel.

Wat is internationale arbitrage volgens Nederlands recht?

Internationale arbitrage volgens Nederlands recht is een bindende vorm van privaatrechtelijke geschilbeslechting waarbij partijen uit verschillende landen hun geschil voorleggen aan een of meer onafhankelijke arbiters in plaats van aan de overheidsrechter. De procedure wordt beheerst door de Nederlandse Arbitragewet uit 2015, opgenomen in Boek 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Ook arbitrage-instituten kennen hun eigen reglementen, zoals het NAI.

Nederland maakt bewust geen onderscheid tussen nationale en internationale arbitrages om discussies over de kwalificatie te voorkomen. De wet geldt voor alle arbitrages met zetel in Nederland, ongeacht de nationaliteit van partijen. Nederland is sinds 1964 verdragspartij bij het Verdrag van New York uit 1958 betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale vonnissen.

Toepassingsgebied van de Nederlandse Arbitragewet

De Nederlandse Arbitragewet is van toepassing op arbitrages die op of na 1 januari 2015 zijn gestart. Boek 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bestaat uit twee titels: Titel Een regelt arbitrage in Nederland, Titel Twee behandelt arbitrage buiten Nederland. De wet bevat tien secties die alle aspecten van arbitrage dekken, van de arbitrageovereenkomst tot de tenuitvoerlegging en vernietiging van arbitrale vonnissen.

Anders dan de arbitragewetgeving van landen zoals Frankrijk onderscheidt de Nederlandse wet niet tussen nationale en internationale procedures. Deze aanpak voorkomt procedurele discussies over de internationale aard van een geschil. Hoewel de Nederlandse wet niet direct is gebaseerd op de UNCITRAL Model Law, vertoont deze wel overeenkomsten op bepaalde punten, met specifiek Nederlandse afwijkingen zoals het ontbreken van een standaard aantal arbiters.

Welke arbitrage-instituten zijn gevestigd in Nederland?

Nederland herbergt drie toonaangevende internationale arbitrage-instituten met eigen procedurereglementen en specialisaties. Het Permanent Court of Arbitration werd opgericht in 1899 en heeft zijn zetel in het Vredespaleis in Den Haag. Dit instituut hanteert de PCA Arbitration Rules uit 2012 en behandelt vooral geschillen tussen staten en investeerders, waaronder spraakmakende investeringsarbitrages.

Het Nederlands Arbitrage Instituut ontstond in 1949 en paste zijn reglement recentelijk aan met de NAI Arbitration Rules 2024. Dit instituut richt zich primair op commerciële geschillen tussen ondernemingen binnen en buiten Nederland. De herziene regels bieden partijen meer flexibiliteit bij de inrichting van hun procedure.

De Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen kan worden aangezocht bij specifieke bouwgeschillen. Tijdens een bouwproject kunnen spanningen en onduidelijkheden ontstaan. De RvA kan het aangewezen forum zijn bij conflicten tijdens de bouw. De RvA biedt verschillende mogelijkheden voor begeleiding. Zo is er de Adviesraad, die gedurende een groot bouwproject “meeloopt”.

Yukos-arbitrages en de rol van Nederlandse rechtbanken

De Yukos-arbitrages illustreren de prominente rol van Nederland in internationale investeringsarbitrages. In 2014 resulteerden drie parallelle arbitrages in vonnissen ten gunste van drie grote aandeelhouders van Yukos, waarbij Rusland werd veroordeeld tot betaling van circa USD 50 miljard aan schadevergoeding wegens het failliet laten verklaren van Yukos en onteigening van de belangen van eisers.

Nederlandse rechtbanken speelden een cruciale rol toen Rusland de bevoegdheid van de arbitrale tribunalen aanvocht. De Rechtbank Den Haag oordeelde aanvankelijk in het voordeel van Rusland, maar het Gerechtshof Den Haag herriep deze beslissing in februari 2020 en herstelde alle drie arbitrale vonnissen. Deze zaak toont aan hoe Nederlandse rechters fungeren als toezichthouder bij vernietigingsprocedures van internationale arbitrale vonnissen waarbij Nederland de plaats van arbitrage is.

Hoe werkt een arbitrageovereenkomst onder Nederlands recht?

Een arbitrageovereenkomst onder Nederlands recht is geldig wanneer deze voldoet aan één van drie rechtstelsels: het door partijen gekozen recht, het recht van de zetel van de arbitrage, of bij gebreke van rechtskeuze het recht dat van toepassing is op de onderliggende rechtsverhouding volgens artikel 10:166 van het Burgerlijk Wetboek.

Deze bepaling volgt een soortgelijke benadering als artikel 178 lid 2 van de Zwitserse Private International Law Act. De flexibiliteit voorkomt dat arbitrageovereenkomsten ongeldig worden verklaard louter omdat één rechtsstelsel niet wordt nageleefd, terwijl een ander wel wordt gevolgd. Voor ondernemers betekent dit een robuuste bescherming van hun arbitrage-afspraken.

Vormvereisten voor arbitrageclausules

Artikel 1021 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vereist dat een arbitrageclausule schriftelijk wordt vastgelegd. Dit kan door opname in een contract, maar ook door verwijzing naar statuten of reglementen waarin een arbitrageclausule is opgenomen. Artikel 1020 lid 5 bepaalt dat een arbitrageclausule in bindende statuten of reglementen eveneens geldt als arbitrageovereenkomst.

Partijen genieten vrijheid bij het opstellen van arbitrageclausules. U kunt specifieke instituten aanwijzen zoals het ICC of NAI, de zetel van arbitrage bepalen, het aantal arbiters vaststellen en procedureregels kiezen. Een zorgvuldig opgestelde arbitrageclausule voorkomt latere discussies over bevoegdheid en procedure wanneer een geschil ontstaat.

Wat is het separabiliteitsbeginsel in arbitrage?

Artikel 1053 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering erkent de separabiliteit van de arbitrageovereenkomst. Dit betekent dat de arbitrageclausule juridisch losstaat van het contract waarin deze is opgenomen. Wanneer een partij stelt dat het onderliggende contract nietig is, blijft de arbitrageclausule geldig en kunnen arbiters hun eigen bevoegdheid toetsen.

Het separabiliteitsbeginsel voorkomt dat partijen zich aan arbitrage kunnen onttrekken door de geldigheid van het contract te betwisten. De arbiters beoordelen zelf of het contract geldig is en of zij bevoegd zijn, zonder dat een overheidsrechter eerst uitspraak moet doen. Deze regel versterkt de autonomie van arbitrage en bevordert efficiënte geschilbeslechting.

Competence-competence beginsel

Artikel 1052 lid 1 codificeert het internationaal erkende beginsel van competence-competence. Dit houdt in dat het arbitraal tribunaal bevoegd is te oordelen over zijn eigen bevoegdheid. Wanneer een partij de bevoegdheid van arbiters betwist, kunnen de arbiters deze kwestie zelf beslissen zonder tussenkomst van een rechter.

In de praktijk betekent dit dat arbiters eerst toetsen of een geldige arbitrageovereenkomst bestaat voordat zij inhoudelijk oordelen. Partijen kunnen nadien bij de overheidsrechter een vernietigingsprocedure starten als zij menen dat het tribunaal ten onrechte bevoegdheid heeft aangenomen. Deze tweestapsaanpak bevordert voortgang van arbitrages zonder procedurele obstakels.

Hoe wordt een arbitraal tribunaal samengesteld?

Het arbitraal tribunaal wordt benoemd volgens de tussen partijen overeengekomen methode conform artikel 1027 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Indien partijen geen benoemingsmethode zijn overeengekomen, benoemen zij gezamenlijk de arbiter(s). De benoeming moet plaatsvinden binnen drie maanden na aanvang van de arbitrage, tenzij partijen anders overeenkomen.

De Nederlandse wet schrijft geen standaard aantal arbiters voor, anders dan de UNCITRAL Model Law die uitgaat van drie arbiters. Indien partijen geen aantal overeenkomen en ook geen overeenstemming bereiken over het aantal, bepaalt de voorzieningenrechter van de rechtbank het aantal arbiters volgens artikel 1026 lid 2. In de praktijk kiezen partijen vaak voor één arbiter bij kleinere geschillen en drie arbiters bij complexere zaken.

Benoeming voorafgaand aan zetelkeuze

Artikel 1073 lid 2 staat toe dat arbiters worden benoemd voordat vaststaat dat de zetel in Nederland ligt. Indien partijen de zetel niet hebben bepaald, kunnen arbiters worden benoemd conform artikelen 1023-1035a wanneer ten minste één partij woonplaats of werkelijke verblijfplaats in Nederland heeft. Deze praktische regel faciliteert snelle start van arbitrageprocedures.

Arbiters moeten onafhankelijk en onpartijdig zijn. Nederlandse institutionele reglementen zoals het NAI-reglement bevatten uitgebreide bepalingen over wraking en vervanging van arbiters. Partijen kunnen specifieke kwalificaties eisen, zoals expertise in bouwrecht, energierecht of financiële dienstverlening, afhankelijk van de aard van hun geschil.

Welke fundamentele beginselen gelden voor arbitrageprocedures?

Artikel 1036 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat vier fundamentele procesrechtelijke beginselen: de procedure verloopt volgens partij-afspraken met inachtneming van dwingendrechtelijke bepalingen, gelijke behandeling van partijen, het recht te worden gehoord, en voortvarende behandeling zonder onredelijke vertraging.

Partijen genieten aanzienlijke vrijheid bij het inrichten van arbitrageprocedures. U kunt afspraken maken over de taal van de procedure, de locatie van zittingen, de wijze van bewijsvoering en de termijnen voor processtukken. Deze flexibiliteit onderscheidt arbitrage van rechtbankprocedures met hun strikte procedureregels. Beide partijen hebben wederzijds de plicht vertragingen te voorkomen.

Vertrouwelijkheid in Nederlandse arbitrage

De Nederlandse Arbitragewet bevat geen expliciete bepaling over vertrouwelijkheid. Niettemin zijn arbitrages in Nederland over het algemeen vertrouwelijk als beginsel van ongeschreven Nederlands arbitragerecht. Vertrouwelijkheid kan voortvloeien uit drie bronnen: de toepasselijke arbitrageregels, expliciete afspraken tussen partijen, of een beslissing van het arbitraal tribunaal.

Bijvoorbeeld het LCIA-reglement 2020 maakt arbitrages standaard vertrouwelijk volgens artikel 30, terwijl het ICC-reglement 2021 geen standaard vertrouwelijkheid kent. Indien partijen niets overeenkomen, kan het arbitraal tribunaal in een procedurebevel beslissen over vertrouwelijkheid rekening houdend met de omstandigheden van het geval. Het tribunaal kan ook de reikwijdte van vertrouwelijkheid afbakenen voor schriftelijke stukken, bewijsmateriaal, procesbesluiten, zittingen en vonnissen.

Welke geschillen zijn arbitrabel onder Nederlands recht?

Artikel 1020 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt in algemene bewoordingen dat de arbitrageovereenkomst niet mag strekken tot het vaststellen van rechtsgevolgen waarover partijen niet vrij kunnen beschikken. De bepaling specificeert echter niet welke typen geschillen niet-arbitrabel zijn. Vanwege openbare orde-overwegingen zijn geschillen op het gebied van familierecht zoals echtscheiding of voogdij en faillissement doorgaans toevertrouwd aan overheidsrechters.

Commerciële geschillen tussen ondernemingen zijn vrijwel altijd arbitrabel. Dit geldt voor geschillen voortvloeiend uit internationale joint ventures, overnames, licentieovereenkomsten, managementcontracten, financieringsovereenkomsten, bouwcontracten en handelsovereenkomsten. Ook geschillen over intellectuele eigendom, verzekeringen en herverzekeringen vallen binnen de reikwijede van arbitreerbare onderwerpen.

Investeringsarbitrages en staatsentiteiten

Nederland speelt een belangrijke rol in investeringsarbitrages tussen buitenlandse investeerders en staten. Het land is verdragspartij bij het ICSID-verdrag uit 1965 dat geschillenbeslechting tussen staten en buitenlandse investeerders faciliteert. Nederlandse ondernemingen kunnen arbitrage starten tegen buitenlandse staten die hen onrechtvaardig behandelen, bijvoorbeeld door onteigening van eigendommen zoals raffinaderijen of intrekking van vergunningen.

Nederland heeft bilaterale investeringsverdragen gesloten met diverse landen. Na het Achmea-arrest van het Europese Hof van Justitie, dat bepaalde dat investeerder-staat arbitrageclausules in bilaterale investeringsverdragen tussen EU-lidstaten onverenigbaar zijn met EU-recht, heeft Nederland samen met andere EU-lidstaten een overeenkomst ondertekend om intra-EU bilaterale investeringsverdragen te beëindigen. Voor geschillen met niet-EU-staten blijft investeringsarbitrage volledig beschikbaar.

Hoe werken multi-party arbitrages in Nederland?

Artikelen 1045 en 1046 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bieden procedurele mechanismen voor betrokkenheid van meerdere partijen in arbitrageprocedures. Deze bepalingen maken een uitgebreidere, efficiëntere en kostenbewuste oplossing van geschillen mogelijk door gerelateerde vorderingen en partijen samen binnen dezelfde procedure te behandelen.

Volgens artikel 1045 lid 1 kan het arbitraal tribunaal op schriftelijk verzoek van een derde die belang heeft bij de arbitrage toestaan dat deze deelneemt als partij of interveniënt, mits dezelfde arbitrageovereenkomst van toepassing is of in werking treedt tussen de partijen en de derde. Voeging betreft situaties waarin een derde het standpunt van een bestaande partij wil ondersteunen, bijvoorbeeld een derde aandeelhouder in een joint venture die zich aansluit bij één van twee andere aandeelhouders.

Tussenkomst en voeging van derden

Tussenkomst daarentegen betreft situaties waarin een derde een vordering wil instellen tegen een of meer bestaande partijen. Een derde kan bijvoorbeeld tussenkomen om eigendomsrechten op bepaalde goederen te claimen tegen één of beide partijen in een arbitrage. Artikel 1045a lid 1 bepaalt dat op schriftelijk verzoek van een partij het arbitraal tribunaal kan toestaan dat deze partij een derde oproept, mits dezelfde arbitrageovereenkomst van toepassing is of in werking treedt.

Een aannemer die aansprakelijk wordt gehouden door een opdrachtgever kan bijvoorbeeld de onderaannemer die het werk uitvoerde oproepen. Deze mogelijkheden voorkomen dat dezelfde juridische kwesties in meerdere afzonderlijke procedures moeten worden behandeld, wat tijd en kosten bespaart voor alle betrokkenen.

Consolidatie van arbitrageprocedures

Artikel 1046 lid 1 maakt consolidatie van arbitrages mogelijk. Indien arbitrageprocedures in Nederland aanhangig zijn, kan een partij verzoeken dat een door partijen aangewezen derde persoon opdracht geeft tot consolidatie met andere arbitrageprocedures die binnen of buiten Nederland aanhangig zijn, tenzij partijen anders zijn overeengekomen. Bij ontbreken van zo’n aangewezen persoon kan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam worden verzocht consolidatie te gelasten.

Consolidatie mag alleen worden bevolen voor zover dit geen onredelijke vertraging in de aanhangige procedures veroorzaakt, ook gelet op het stadium waarin zij verkeren, en de arbitrageprocedures zodanig nauw verband houden dat een goede rechtsbedeling meebrengt dat zij tezamen worden behandeld en beslist teneinde het risico van onverenigbare beslissingen te vermijden volgens artikel 1046 lid 2. Een onderneming met meerdere geschillen over hetzelfde project kan zo efficiënt één gezamenlijke procedure voeren.

Wanneer wijst het arbitraal tribunaal zijn vonnis?

De Nederlandse Arbitragewet schrijft geen termijn voor waarbinnen het tribunaal het eindvonnis moet wijzen. Artikel 1048 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering laat de bepaling van de datum waarop het vonnis wordt gewezen ter exclusieve discretie van het arbitraal tribunaal. Deze benadering komt overeen met andere toonaangevende arbitragewetten zoals de English Arbitration Act 1996 en arbitragereglementen zoals de LCIA Arbitration Rules 2020 en ICC Arbitration Rules 2021.

Het ontbreken van een wettelijke termijn betekent niet dat arbitrages onbeperkt kunnen duren. Arbitrage-instituten hanteren eigen richtlijnen. Het ICC-reglement bijvoorbeeld vermeldt dat de duur van een arbitrage ongeveer 18-24 maanden bedraagt van benoeming tot eindvonnis. Partijen kunnen ook specifieke termijnen overeenkomen in hun arbitrageovereenkomst of in overleg met het tribunaal tijdens de procedure.

Arbitraal hoger beroep in Nederland

Sectie Drie A, artikelen 1061a tot 1061l van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering regelen arbitraal hoger beroep. Arbitraal hoger beroep is in beginsel niet toegestaan in arbitrages, wat een van de belangrijke redenen is waarom partijen voor arbitrage kiezen in plaats van rechtbankprocedures waarbij beslissingen van rechtbanken in eerste aanleg gewoonlijk kunnen worden aangevochten bij gerechtshoven.

Partijen kunnen expliciet overeenkomen arbitraal hoger beroep toe te staan volgens artikel 1061b, en deze overeenkomst moet schriftelijk worden vastgelegd. Sectie Drie A bevat beperkte bepalingen over de feitelijke voortgang van arbitrale hoger beroep procedures, die aan partijen worden overgelaten om te bepalen. Partijen zijn vrij de reikwijdte van het beroep te bepalen en ook de samenstelling van het arbitraal appelinstituut.

Arbitraal hoger beroep kan worden ingesteld tegen een eindvonnis en een laatste deel-eindvonnis volgens artikel 1061d lid 1, of andere deel-eindvonnissen tenzij partijen anders zijn overeengekomen. Tenzij partijen anders overeenkomen moet arbitraal hoger beroep volgens artikel 1061c binnen drie maanden worden ingesteld nadat het vonnis aan partijen is verzonden. Het arbitraal hoger beroep resulteert in een appelinstituut arbitraal vonnis dat het eerstelijns arbitraal vonnis bevestigt of herroept. Vanwege de tijd, kosten en inspanning voor arbitraal hoger beroep wordt partijen over het algemeen afgeraden hiermee in te stemmen.

Welke gronden bestaan voor vernietiging van arbitrale vonnissen?

Een arbitraal vonnis kan worden vernietigd op vijf limitatieve gronden volgens artikel 1065 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: ontbreken van geldige arbitrageovereenkomst, strijdige samenstelling van het tribunaal, niet-nakoming van instructies door arbiters, ondeugdelijke ondertekening of motivering, of strijd met openbare orde van het vonnis of de wijze waarop dit tot stand kwam.

Het vernietigingsverzoek moet in beginsel binnen drie maanden na verzending van het vonnis aan partijen worden ingediend volgens artikel 1064a lid 2. Deze korte termijn waarborgt rechtszekerheid en voorkomt dat arbitrale vonnissen jarenlang kunnen worden aangevochten. De Nederlandse rechter toetst terughoudend en grijpt alleen in bij ernstige procedurele gebreken of schending van fundamentele rechtsbeginselen.

Herroeping van arbitrale vonnissen

Artikel 1068 lid 1 bevat de uitputtende gronden waarop een arbitraal vonnis kan worden herroepen: geheel of gedeeltelijk gebaseerd op bedrog in de arbitrage, geheel of gedeeltelijk gebaseerd op documenten die na het vonnis vervalst blijken, of wanneer een partij na het vonnis beschikt over documenten die invloed zouden hebben gehad op de beslissing van het tribunaal en die werden achtergehouden door toedoen van de wederpartij.

Een herroepingsvordering moet worden ingesteld binnen drie maanden nadat het bedrog of de vervalsing van documenten bekend werd of de partij de nieuwe documenten verkreeg volgens artikel 1068 lid 2. Vernietiging of herroeping schort de tenuitvoerlegging van een vonnis in beginsel niet op. De rechter kan echter op verzoek van een partij de tenuitvoerlegging schorsen tot definitieve beslissing op het vernietiging- of herroepingsverzoek indien daarvoor gronden zijn.

Hoe wordt een buitenlands arbitraal vonnis in Nederland erkend?

Nederland is sinds 1964 verdragspartij bij het Verdrag van New York uit 1958 betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale vonnissen. Dit verdrag vergemakkelijkt de internationale executie van arbitrale vonnissen aanzienlijk. Een arbitraal vonnis gewezen buiten Nederland kan in Nederland worden erkend en ten uitvoer gelegd volgens de bepalingen van dit verdrag.

De verjaringstermijn voor het starten van gerechtelijke procedures voor erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale vonnissen bedraagt 20 jaar vanaf de dag volgend op die van de beslissing, of indien voorwaarden zijn gesteld voor tenuitvoerlegging waarvan de vervulling niet afhankelijk is van de wil van degene die de beslissing verkreeg, vanaf de dag volgend op die waarop deze voorwaarden zijn vervuld volgens artikel 3:324 van het Burgerlijk Wetboek.

Praktijkvoorbeeld: executie in Nederland

Een Zwitserse onderneming behaalde in 2019 een arbitraal vonnis van € 2,4 miljoen tegen een Nederlandse handelspartner voor contractbreuk. Het arbitraal tribunaal zetelde in Zürich volgens het reglement van de Zwitserse Kamers van Koophandel. Na het vonnis weigerde de Nederlandse partij vrijwillig te betalen en verplaatste activa naar Nederland.

De Zwitserse onderneming verzocht de Nederlandse rechtbank om erkenning en tenuitvoerlegging op grond van het Verdrag van New York. De rechtbank honoreerde het verzoek binnen twee maanden, omdat het vonnis voldeed aan alle formele vereisten en geen verweren zoals schending van openbare orde werden aangetoond. Vervolgens legde een deurwaarder beslag op bankrekeningen en inventaris van de Nederlandse partij, waardoor het volledige bedrag inclusief rente en kosten binnen zes maanden werd geïncasseerd.

Wat zijn de voordelen van Nederland als arbitrageplaats?

Nederland combineert een moderne arbitragewet met gevestigde arbitrage-instituten en een internationaal georiënteerde rechtscultuur. De hervorming uit 2015 bracht het Nederlandse arbitragerecht in lijn met internationale best practices. De wet biedt partijen maximale autonomie bij inrichting van procedures en bevat duidelijke regels over multi-party arbitrages die geschillen met meerdere betrokken partijen efficiënt maken.

Nederlandse rechtbanken passen een restrictieve benadering toe bij toetsing van arbitrale vonnissen. In 75% van de vernietigingsprocedures handhaven rechters het arbitrale vonnis. Deze terughoudendheid geeft partijen zekerheid dat hun arbitraal vonnis in stand blijft. Nederlandse rechters zijn vertrouwd met complexe internationale geschillen en beschikken over expertise in diverse rechtsgebieden van bouw tot financiële dienstverlening.

Infrastructuur en toegankelijkheid

Amsterdam en Den Haag beschikken over uitstekende infrastructuur voor internationale arbitrages. Moderne gehoorzalen, digitale voorzieningen en internationale bereikbaarheid via Schiphol maken Nederland praktisch aantrekkelijk. De aanwezigheid van het Permanent Court of Arbitration in het Vredespaleis versterkt de reputatie als neutral venue voor geschillen waarbij staatsbelangen betrokken zijn.

Nederlandse advocaten combineren expertise in common law procedurevoering met kennis van Nederlands en Europees recht. In 85% van de internationale arbitrages in Nederland werken Nederlandse advocaten samen met buitenlandse collega’s, hetzij als co-counsel hetzij als local counsel. Deze collegiale samenwerking waarborgt dat partijen profiteren van lokale kennis en internationale ervaring.

Welke rol spelen getuigen en deskundigen in Nederlandse arbitrage?

De procesvoering in internationale arbitrage is sterk beïnvloed door de Angelsaksische rechtscultuur. Aan getuigenverklaringen en aan de zitting komt grote waarde toe. Getuigen leggen doorgaans schriftelijke verklaringen af voorafgaand aan de zitting, waarna zij tijdens de zitting worden ondervraagd door de advocaten van partijen en het tribunaal. Deze cross-examination stelt partijen in staat de geloofwaardigheid van getuigen te testen.

Deskundigen spelen eveneens een cruciale rol. Partijen benoemen vaak hun eigen deskundigen die rapporten uitbrengen over technische vraagstukken zoals schade-omvang, bouwkundige gebreken of financiële waarderingen. In Australië ontstond hot tubbing, waarbij deskundigen van beide partijen ter zitting met elkaar worden geconfronteerd om sneller tot de kern van geschilpunten te komen. Nederlandse arbitrages passen deze methode steeds vaker toe.

Bewijsgaring met Nederlands recht

Nederlandse advocaten kunnen bij internationale arbitrages ondersteuning bieden voor bewijsgaring wanneer getuigen of bewijsmiddelen zich in Nederland bevinden. Artikel 1073 bevat specifieke bepalingen voor deze rechtshulp. Partijen in internationale arbitrages met zetel buiten Nederland kunnen Nederlandse rechtbanken verzoeken om getuigenverhoren of overlegging van documenten die zich in Nederland bevinden.

Daarnaast stellen Nederlandse advocaten legal opinions op over vraagstukken van Nederlands recht ter informatie van internationale arbitrale panels. Wanneer Nederlands recht van toepassing is op de onderliggende overeenkomst maar de arbitrage buiten Nederland plaatsvindt, kunnen deze juridische adviezen het tribunaal helpen het toepasselijke recht correct toe te passen.

Hoe werkt beslaglegging bij internationale arbitrage?

Beslaglegging in internationale arbitrages vergt specialistische kennis van zowel arbitragerecht als executierecht. Tijdens de arbitrageprocedure kunnen partijen conservatoir beslag leggen om te voorkomen dat de wederpartij vermogen aan executie onttrekt. Na het arbitraal vonnis volgt executoriaal beslag om het vonnis daadwerkelijk ten uitvoer te leggen en betaling af te dwingen.

Wanneer een buitenlands arbitraal vonnis in Nederland moet worden geëxecuteerd, moet eerst exequatur worden verkregen van de Nederlandse rechter. Dit is de formele erkenning dat het vonnis in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd. Vervolgens legt een deurwaarder beslag op vermogensbestanddelen van de schuldenaar in Nederland zoals bankrekeningen, onroerend goed, voorraden of vorderingen op derden.

Immuniteit van staten

Bij arbitrages tegen soevereine staten rijst vaak de vraag of arbitrale vonnissen ten uitvoer kunnen worden gelegd. Staten genieten in beginsel immuniteit van executie voor hun vermogen. Echter, artikel 14 van het Verdrag inzake immuniteit van staten uit 2004 bepaalt dat geen executie-immuniteit bestaat voor vermogen dat wordt gebruikt voor commerciële doeleinden, zoals handelsactiviteiten van staatsbedrijven.

Nederlandse rechtbanken hebben meerdere procedures gevoerd tot aan de Hoge Raad over de vraag wanneer staatsvermogen wel of niet executabel is. In 2020 oordeelde het Gerechtshof Den Haag dat diplomatieke panden en culturele eigendommen onder absolute immuniteit vallen, maar commercieel gebruikte bankrekeningen en investeringen wel executabel zijn. Deze rechtspraak creëert duidelijkheid voor investeerders die arbitrale vonnissen tegen staten willen executeren.

Heeft u een grensoverschrijdend geschil waarbij arbitrage een overweging is? Gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren uw situatie en adviseren over de optimale arbitragestrategie, inclusief selectie van arbiters, keuze van arbitrage-instituut en procedurele tactiek om uw belangen effectief te beschermen.

Welke sectoren maken gebruik van internationale arbitrage?

Internationale arbitrage vindt toepassing in vrijwel alle sectoren waarin grensoverschrijdende contracten worden gesloten. Bouwgeschillen vormen een substantiële categorie, waarbij internationale bouwconsortia geschillen over vertragingen, kostenoverschrijdingen of gebreken aan het werk voorleggen aan arbiters met bouwkundige expertise. In 60% van de grote internationale infrastructuurprojecten is arbitrage overeengekomen.

Energiegeschillen betreffen vaak complexe langlopende contracten voor levering van olie, gas of elektriciteit, of geschillen over de exploitatie van energieprojecten. De modernisering van het Energy Charter Treaty dat investeringsbescherming biedt in de energiesector beïnvloedt de toekomst van investeringsarbitrages. Financiële dienstverlening kent gespecialiseerde arbitrage via instituten zoals P.R.I.M.E. Finance voor geschillen over derivaten, financieringen en beursgenoteerde producten.

Maritieme en luchtvaartgeschillen

De scheepvaart- en luchtvaartindustrie hanteert al decennialang arbitrage voor geschillenbeslechting. Maritieme arbitrage behandelt geschillen over charterpartijen, vervoerscontracten, aanvaringen en bergingsoperaties. Luchtvaartzaken betreffen leasecontracten voor vliegtuigen, onderhoudsdiensten en luchtvervoersovereenkomsten. Nederlandse advocaten beschikken over specifieke expertise in deze sectoren dankzij de maritieme traditie en de aanwezigheid van Schiphol.

Technologie en intellectuele eigendom genereren toenemend arbitragezaken over licentiecontracten, patent- en merkgeschillen en softwareontwikkeling. Arbitrage biedt vertrouwelijkheid die vooral bij technologiegeschillen cruciaal is om bedrijfsgeheimen te beschermen. In 70% van internationale softwarecontracten met waarde boven € 5 miljoen staat een arbitrageclausule.

Hoe verhouden arbitragekosten zich tot rechtbankprocedures?

Arbitragekosten bestaan uit honoraria van arbiters, institutionele kosten en advocaatkosten. Arbiters ontvangen doorgaans tussen € 300 en € 600 per uur afhankelijk van hun ervaring en de complexiteit van de zaak. Bij drie arbiters tellen deze kosten snel op. Institutionele arbitrage bij ICC of NAI brengt administratieve kosten met zich mee van enkele duizenden tot tienduizenden euro’s gebaseerd op de geschilwaarde.

Advocaatkosten in internationale arbitrages liggen hoger dan bij nationale rechtbankprocedures door de intensiteit van voorbereiding, getuigenverhoren en internationale coördinatie. Een middelgrote internationale arbitrage met geschilwaarde van € 5 miljoen kost gemiddeld € 500.000 aan advocaathonoraria per partij. Deskundigenkosten voor technische of financiële analyses voegen daaraan toe.

Kosteneffectiviteit en procesfinanciering

Ondanks hogere initiële kosten kan arbitrage kosteneffectiever zijn dan meerjarige rechtbankprocedures met meerdere instanties. Zonder hoger beroep bespaart arbitrage de kosten van appelrechters en een tweede advocatenprocedure. De gemiddelde doorlooptijd van ICC-arbitrages bedraagt 18-24 maanden, terwijl een rechtbankprocedure met hoger beroep en cassatie vijf tot zeven jaar kan duren.

Procesfinanciering door derden wint terrein in internationale arbitrages. Gespecialiseerde fondsen financieren de juridische kosten in ruil voor een percentage van de verkregen schadevergoeding. Dit stelt ondernemingen in staat kostbare arbitrages te voeren zonder liquiditeit aan te tasten. Nederland staat voorop in alternatieve honoreringsafspraken zoals success fees en vaste bedragen per fase.

Wilt u duidelijkheid over de haalbaarheid en kosten van een internationale arbitrageprocedure? Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam voor een gedetailleerde analyse van uw geschil, inclusief een reële kostenbegroting en strategisch procesplan afgestemd op uw commerciële doelstellingen.

Advocaten met een focus op geschillen en procedures

Ons Team Geschillen en Procedures bestaat uit ervaren procesadvocaten in Amsterdam die gespecialiseerd zijn in het bieden van op maat gemaakte oplossingen voor uw situatie. In iedere fase van een civiel geschil kunt u terugvallen op onze kennis en expertise. Of het nu gaat om een sommatiebriefconservatoir beslag, kort gedingbodemprocedurehoger beroep, of de executie van een vonnis, wij staan voor u klaar. 

Aarzel niet en neem vandaag nog contact met ons op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Samen zetten we de volgende stap naar een oplossing.

+31 (0)20 – 210 31 38
mail@maakadvocaten.nl

Anderen zochten recent ook op:

Wat is een kort geding en hoe zet u het in?
Hoe leg je conservatoir beslag en wat houdt dit in?
Hoe start ik een procedure tegen een bedrijf?
Hoe stel je hoger beroep in?
Hoe legt een advocaat bewijsbeslag?
Wat moet je doen als je gedagvaard bent?
Wanneer is arbitrage een goed alternatief voor geschillen?
Wanneer ben je aansprakelijk bij afgebroken onderhandelingen?
Schadevergoeding vorderen: hoe werkt dat?
Wat kost een civiele procedure?
Wat is een voorlopig getuigenverhoor?
Het vorderen van een boete in kort geding


De informatie op deze pagina vormt geen juridisch advies. Er wordt geen aansprakelijkheid geaccepteerd. Voor advies, neem contact op met ons kantoor.

Waar bent u naar op zoek?