Schade vorderen in een arbitrageprocedure verschilt fundamenteel van een procedure bij de gewone rechter. Arbitrage biedt partijen een bindende geschilbeslechting door onafhankelijke arbiters, waarbij specifieke regels gelden voor het claimen van kosten, vertragingsschade en contractuele verliezen. De beslissing van arbiters heeft dezelfde kracht als een rechterlijk vonnis volgens artikel 1059 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Schadevordering in arbitrage kent unieke procedurele vereisten. Daarom is juridische kennis van zowel het arbitragerecht als het verbintenissenrecht essentieel voor een succesvolle claim.
Wat zijn de juridische grondslagen voor schadevergoeding in arbitrage?
De juridische grondslagen voor schadevergoeding in arbitrage zijn identiek aan die in reguliere procedures: artikel 6:74 Burgerlijk Wetboek voor contractuele schade en artikel 6:162 BW voor onrechtmatige daad. Arbiters toetsen schadeclaims aan dezelfde materiële rechtsnormen als de gewone rechter, maar volgen de procedureregels uit het arbitragereglement.
De schadevergoedingsplicht ontstaat wanneer een contractspartij tekortschiet in nakoming van verplichtingen. Bij contractuele geschillen vormt artikel 6:74 BW de basis: de schuldeiser kan vergoeding vorderen van alle schade die hij lijdt doordat de schuldenaar tekortschiet. Artikel 6:74 BW bepaalt dat geleden verlies en gederfde winst voor vergoeding in aanmerking komen, mits causaal verband bestaat tussen tekortkoming en schade.
Arbiters beoordelen of aan vijf cumulatieve voorwaarden is voldaan:
- Tekortkoming in de nakoming: De schuldenaar komt de verbintenis niet, niet tijdig of gebrekkig na.
- Toerekenbaarheid: De tekortkoming moet de schuldenaar kunnen worden toegerekend (schuld of risico), tenzij sprake is van overmacht.
- Schade: Er moet daadwerkelijk schade zijn geleden door de schuldeiser.
- Causaal verband: De schade moet het gevolg zijn van de tekortkoming.
- Verzuim: Indien nakoming niet blijvend onmogelijk is, moet de schuldenaar in verzuim zijn, meestal door een ingebrekestelling.
Welke soorten schade kunt u vorderen via arbitrage?
Via arbitrage kunt u alle schadeposten vorderen die ook bij de gewone rechter mogelijk zijn: directe materiële schade, gederfde winst, rente, buitengerechtelijke kosten en executiekosten. Arbiters hebben volledige bevoegdheid om over financiële vorderingen te beslissen binnen de grenzen van het arbitragebeding.
Binnen zes weken na indiening van het verzoekschrift moet de eisende partij een gespecificeerde schadeopgave overleggen. Deze systematische benadering voorkomt vertragingen.
De meest voorkomende schadeposten omvatten:
Directe materiële schade ontstaat door de tekortkoming zelf. Bijvoorbeeld: kosten voor herstel van gebrekkig uitgevoerd werk, aankoopkosten van vervangende goederen of kosten voor het inhuren van derden om contractuele verplichtingen alsnog na te komen. In 73% van bouwgeschillen vormt deze categorie de hoofdmoot van de vordering.
Gederfde winst verwijst naar inkomsten die u misloopt door de tekortkoming. Deze post vereist substantieel bewijs: concrete offertes van klanten, aantoonbaar verloren orders of omzetdervingen die direct samenhangen met de contractbreuk. Arbiters hanteren strikte bewijsvereisten omdat toekomstige winst inherent onzeker is.
Rente en vertragingsschade compenseert de financiële impact van betalingsachterstand. Vanaf de vervaldatum tot het moment van betaling geldt de wettelijke handelsrente van 8% per jaar voor handelstransacties. Bij consumentenzaken bedraagt dit 2% boven de beleningsrente van De Nederlandsche Bank.
Buitengerechtelijke incassokosten dekken advocaatkosten en andere redelijke kosten die noodzakelijk waren om tot betaling te komen. Arbiters kennen deze kosten toe volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, met staffels van € 40 tot € 6.775 afhankelijk van het hoofdbedrag.
Hoe verschilt kostenvergoeding tussen arbitrage en gewone rechter?
Bij arbitrage draagt de verliezende partij doorgaans alle kosten: arbitersvergoeding, administratiekosten van het arbitrage-instituut én de advocaatkosten van beide partijen. Dit wijkt af van procedures bij de gewone rechter, waar kostenvergoeding beperkter is.
De arbiters bepalen in hun eindvonnis de kostenverdeling volgens artikel 1057 Rv. Dit biedt meer financiële zekerheid dan gewone procedures.
Kostenstructuur in arbitrage
Arbitersvergoeding vormt de substantiële kostenpost. Arbiters ontvangen uurtarieven tussen € 200 en € 450, afhankelijk van ervaring en specialisatie. Bij een arbitraal college van drie arbiters lopen kosten snel op tot € 15.000-€ 50.000 voor complexe geschillen. Een procedure duurt gemiddeld zes maanden.
Administratiekosten variëren per arbitrage-instituut. Het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) hanteert bijvoorbeeld een registratiekosten van € 750 plus variabele kosten op basis van het geschilbedrag. Bij geschillen tot € 50.000 bedraagt dit ongeveer € 3.000, oplopend tot € 15.000 bij vorderingen boven € 500.000.
Advocaatkosten worden bij arbitrage volledig vergoed aan de winnende partij, conform artikel 1057 Rv. De arbiters beoordelen of de gemaakte kosten redelijk en proportioneel zijn. In reguliere procedures vergoedt de rechter slechts liquidatietarieven: maximaal € 1.578 in eerste aanleg bij vorderingen tot € 25.000.
Procedurele kostenbesparing
Arbitrage voorkomt hoger beroep, waardoor totale proceskosten beheersbaar blijven ondanks hogere initiële kosten. Bij de gewone rechter kan een zaak zich uitstrekken over twee tot vier jaar bij doorprocederen tot cassatie. In arbitrage staat na zes tot twaalf maanden het eindvonnis vast, met slechts beperkte mogelijkheid tot vernietiging wegens procedurele gebreken.
Wilt u zekerheid over uw juridische positie bij een arbitrageprocedure? Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren uw schadeclaim en adviseren over de meest effectieve strategie voor het vorderen van uw schade via arbitrage.
Wat zijn de procedurele stappen voor schadevergoeding in arbitrage?
Een schadeprocedure in arbitrage begint met het indienen van een verzoekschrift bij het overeengekomen arbitrage-instituut, gevolgd door benoeming van arbiters, schriftelijke ronden voor eisvermeerdering en verweer, eventuele mondelinge behandeling en ten slotte het eindvonnis met kostenveroordeling binnen gemiddeld zes tot negen maanden.
Artikel 1025 Rv bepaalt dat het verzoekschrift een omschrijving bevat van de vordering en de gronden waarop deze rust. Deze wettelijke basis garandeert procedurele duidelijkheid.
Stap 1: Initiëren van arbitrage
U dient een verzoekschrift in bij het arbitrage-instituut dat vermeld staat in het arbitragebeding. Dit document bevat minimaal:
- Identificatie van contractspartijen met NAW-gegevens
- Verwijzing naar het arbitragebeding in het contract
- Gedetailleerde omschrijving van de vordering inclusief schadebedragen
- Juridische grondslag met verwijzing naar relevante contractbepalingen
- Overzicht van bewijsstukken: contracten, correspondentie, facturen
Stap 2: Benoeming arbiters
Beide partijen benoemen elk één arbiter binnen vier weken na ontvangst van het verzoekschrift. Deze twee arbiters kiezen gezamenlijk een voorzitter, waarmee het college compleet is. Bij geschillen over benoeming beslist de voorzitter van de rechtbank Amsterdam volgens artikel 1027 Rv. Partij-arbiters waarborgen specialistische kennis: in bouwgeschillen bijvoorbeeld constructeurs of architecten naast juridisch geschoolde voorzitters.
Stap 3: Schriftelijke behandeling
De gedaagde partij ontvangt zes weken voor het indienen van een verweerschrift. Hierin bestrijdt zij de vordering, werpt zij eventueel eigen tegenvordering op en reageert zij op bewijsstukken. Vervolgens volgen vaak nog een of twee aanvullende schriftelijke ronden voor replica en dupliek. Deze fase duurt gemiddeld drie tot vier maanden.
Stap 4: Mondelinge behandeling
Arbiters plannen een zitting waarin beide partijen hun standpunten toelichten. Getuigen en deskundigen kunnen worden gehoord. Tijdens deze bijeenkomst, die doorgaans één tot twee dagen duurt, krijgen advocaten de kans voor direct debat. In 85% van arbitrageprocedures vindt een mondelinge behandeling plaats, vergeleken met 60% bij kantonrechters.
Stap 5: Eindvonnis
Na sluiting van het onderzoek delibereren arbiters. Binnen zes weken volgt het gemotiveerde eindvonnis. Dit bevat: beoordeling van feiten en geschilpunten, juridische overwegingen, beslissing over hoofdvordering en rente, en kostenveroordeling. Het arbitrale vonnis heeft volgens artikel 1059 Rv dezelfde executoriale kracht als een rechterlijk vonnis na verlof tot tenuitvoerlegging.
Welke bewijslast geldt voor schadeclaims in arbitrage?
De eisende partij draagt volledige bewijslast voor zowel aansprakelijkheid als omvang van de schade volgens artikel 150 Rv. Dit betekent dat u moet aantonen dat de wederpartij tekortschoot, causaal verband tussen tekortkoming en schade bestaat en dat de gevorderde bedragen reëel zijn via facturen, expertiserapporten of andere objectieve stukken.
Bij gebrekkige bewijsvoering wijzen arbiters vorderingen af of matigen deze. Daarom is grondig bewijs essentieel.
Primair bewijs voor aansprakelijkheid
Contractuele documentatie vormt de basis. Overleg het getekende contract, algemene voorwaarden, offertes en orderbevestigingen die de overeengekomen verplichtingen vastleggen. Bij mondelinge overeenkomsten dient bevestigende e-mailcorrespondentie of andere schriftelijke communicatie als bewijs.
Correspondentie over tekortkomingen toont aan dat u de wederpartij in gebreke hebt gesteld. Dit omvat ingebrekestelling per aangetekende brief, e-mails waarin u wijst op contractbreuk en andere communicatie die de tekortkoming documenteert. Zonder ingebrekestelling is schadevergoeding beperkt tot directe schade exclusief vertragingsschade.
Secundair bewijs voor schadebegroting
Facturen en betaalbewijzen onderbouwen directe kosten. Lever originele facturen van derden die u moest inschakelen, betaalde bedragen aan vervangende leveranciers en kosten voor herstel van gebreken. Arbiters accepteren alleen gedocumenteerde uitgaven met duidelijke relatie tot de tekortkoming.
Deskundigenrapporten zijn onmisbaar bij technische geschillen. Een onafhankelijke expert beoordeelt gebreken, taxeert herstelkosten en bepaalt causaal verband. In bouwgeschillen bijvoorbeeld laat 78% van eisers een bouwkundig rapport opstellen. Kosten hiervan bedragen € 2.500 tot € 15.000 afhankelijk van complexiteit.
Financiële administratie onderbouwt gederfde winst. Presenteer jaarrekeningen, omzetcijfers voor en na de tekortkoming, concrete offertes van gemiste opdrachten en calculaties van winstderving. Arbiters matigen vaak gederfde winstclaims vanwege inherente onzekerheid – verwacht maximaal 60-70% toewijzing zonder hard bewijs.
Praktijkvoorbeeld uit Amsterdam: Een metaalrecyclingbedrijf vorderde € 250.000 schadevergoeding van de gemeente Groningen wegens jarenlange vertraging van verplaatsing. De arbiters kenden € 180.000 toe op basis van aantoonbare omzetderving door verloren klanten, gedocumenteerde extra huurkosten en gemaakte voorbereidingskosten. De lagere toewijzing volgde uit onvoldoende bewijs voor een deel van de gestelde gederfde winst.
Kan een arbitragebeding de verjaring van uw schadeclaim stuiten?
Een arbitragebeding heeft stuitende werking wanneer het een voldoende duidelijke waarschuwing inhoudt aan de schuldenaar volgens artikel 3:317 BW. De Hoge Raad oordeelde dat het overeenstemmen van arbitrage in een contract kan gelden als stuitingshandeling, mits de context en omstandigheden van het geval duidelijk maken dat de schuldenaar rekening moet houden met aanspraken ook na verstrijken van de verjaringstermijn.
Binnen vijf jaar na het opeisbaar worden van de vordering treedt verjaring in volgens artikel 3:306 BW. Zonder stuiting verliest u het recht op betaling.
Voorwaarden voor stuiting door arbitragebeding
De rechtspraak hanteert drie criteria voor geldige stuiting:
Schriftelijke vastlegging is vereist. Het arbitragebeding moet expliciet in het contract staan met duidelijke verwijzing naar de mogelijkheid van arbitrage bij geschillen. Mondelinge afspraken voldoen niet aan artikel 3:317 lid 1 BW.
Voldoende duidelijke waarschuwing betekent dat de schuldenaar kan begrijpen dat de schuldeiser zijn rechten handhaaft. Een algemeen arbitragebeding zonder specifieke vermelding van het geschil stuit niet. Daarentegen stuit een nadere overeenkomst waarin partijen bevestigen dat het eerdere arbitragebeding van toepassing blijft op specifieke schade.
Redelijke termijn voor arbitrage moet gelden. Indien het arbitragebeding bepaalt dat arbitrage mogelijk is tot een datum vóór contractsluiting, kan stuiting problematisch zijn. De Hoge Raad overwoog dat partijen bij contractsluiting niet bedoelden dat arbitrage op dat moment al onmogelijk was.
Situatie bij onderhandelingen
Actieve onderhandelingen kunnen het verjaringsberoep naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maken volgens artikel 6:2 BW. Wanneer partijen gedurende de verjaringstermijn te goeder trouw onderhandelen over een schikking, mag de schuldenaar zich achteraf niet plotseling op verjaring beroepen. Een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen vanaf het moment waarop de onderhandelingen definitief worden afgebroken.
Dit biedt bescherming tegen partijen die onderhandelingsbereidheid veinzen terwijl ze wachten op verjaring. Voorwaarde is wel dat de schuldeiser direct na afbreking van onderhandelingen actie onderneemt door dagvaarding of arbitrageverzoek in te dienen.
Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam voor persoonlijk juridisch advies over uw specifieke situatie bij arbitrageprocedures en schadeclaims.
Welke executiemogelijkheden heeft u na een arbitraal vonnis?
Na verkrijging van een arbitraal vonnis moet u verlof tot tenuitvoerlegging aanvragen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank voordat executie mogelijk is volgens artikel 1062 Rv. Dit verlof maakt het arbitrale vonnis executorabel, waarna u reguliere executiemiddelen kunt inzetten: beslag op banksaldi, loonbeslag of executoriale verkoop van goederen via een gerechtsdeurwaarder.
Binnen twee maanden na het wijzen van het arbitrale vonnis dient u het verlofverzoek in. Deze termijn bewaakt executiemogelijkheden.
Stap 1: Verkrijgen executoriale titel
De voorzieningenrechter toetst marginaal of het arbitrale vonnis executorabel is. Hij beoordeelt of:
- De arbiters bevoegd waren volgens het arbitragebeding
- Fundamentele procesregels zijn gerespecteerd
- Het vonnis niet in strijd is met openbare orde
Bij toewijzing ontvangt u een executoriale titel. Griffierecht bedraagt € 127 voor verlofverzoeken. In 95% van gevallen wordt verlof verleend binnen vier weken.
Stap 2: Inschakelen gerechtsdeurwaarder
Met de executoriale titel schakelt u een gerechtsdeurwaarder in voor daadwerkelijke inning. Deze stuurt eerst een laatste betalingsherinnering. Bij uitblijven van betaling volgen dwangmiddelen:
Beslaglegging op bankrekeningen is het meest effectieve middel. De deurwaarder legt derdenbeslag volgens artikel 475 Rv, waardoor de bank het saldo blokkeert tot het verschuldigde bedrag. Kosten bedragen circa € 300 tot € 600 per beslagrekening.
Loonbeslag is mogelijk bij een schuldenaar in loondienst. Maximaal 90% van het loon boven de beslagvrije voet van € 1.420 per maand kan worden ingehouden. Dit biedt periodieke aflossing bij onvoldoende vermogen.
Executoriale verkoop van roerende of onroerende zaken gebeurt wanneer andere middelen ontoereikend zijn. De deurwaarder organiseert een openbare verkoop volgens artikel 3:248 BW. Opbrengst dekt de vordering en executiekosten.
Internationale erkenning
Arbitrale vonnissen genieten brede internationale erkenning dankzij het Verdrag van New York uit 1958. Dit verdrag bindt ruim 140 landen, waardoor executie in het buitenland aanzienlijk eenvoudiger is dan bij gewone rechterlijke uitspraken. Voor internationale handelstransacties vormt dit een cruciaal voordeel van arbitrage boven reguliere procedures.
Wat zijn voordelen en risico’s van schadeclaims via arbitrage?
Arbitrage biedt snellere geschilbeslechting binnen gemiddeld zes tot negen maanden, specialistische kennis van arbiters in complexe materies, vertrouwelijkheid van procedures en internationale erkenning van vonnissen. Nadelen zijn aanzienlijk hogere kosten dan gewone rechtspraak, beperkte mogelijkheden tot hoger beroep en afhankelijkheid van medewerking van de wederpartij voor het starten van arbitrage bij ontbreken van een arbitragebeding.
Kosten van arbitrage bedragen gemiddeld € 25.000 tot € 75.000 voor beide partijen samen bij middelgrote geschillen. Dit vergt zorgvuldige afweging.
Strategische voordelen
Snelheid van procedures vormt het primaire voordeel. Waar bodemprocedures bij de gewone rechter gemakkelijk één tot twee jaar duren in eerste aanleg, ronden arbiters zaken af in zes tot twaalf maanden inclusief eindvonnis. Geen hoger beroep voorkomt jarenlange juridische onzekerheid. Patstellingen en oplopende irritaties worden sneller doorbroken.
Specialistische expertise waarborgt kwaliteit. In technische geschillen over bijvoorbeeld bouwprojecten of ICT-contracten benoemen partijen arbiters met specialistische kennis: bouwkundigen, constructeurs, IT-experts. Deze inhoudelijke deskundigheid verhoogt de kans op een juiste beoordeling vergeleken met generalistische rechters.
Vertrouwelijkheid beschermt bedrijfsbelangen. Arbitrage vindt plaats achter gesloten deuren. Dagvaardingen, conclusies en vonnissen worden niet publiekelijk geregistreerd zoals bij de gewone rechter. Bij mediagevoelige zaken voorkomt dit reputatieschade en beschermt het concurrentiegevoelige informatie.
Flexibele procesregels zijn maatwerk. Partijen bepalen gezamenlijk toepasselijke arbitrageregels, voertaal en procesgang. Deze autonomie past procedures aan specifieke behoeften aan. Internationale geschillen kunnen bijvoorbeeld in het Engels worden gevoerd zonder verplichte vertaling.
Belangrijke risico’s
Hoge kosten vormen het primaire bezwaar. Arbiters rekenen € 200 tot € 450 per uur. Bij een gemiddelde arbitrage van 60 tot 120 uur per arbiter en een driekoppig college bereiken alleen de arbitersvergoedingen al € 36.000 tot € 162.000. Daar komen administratiekosten (€ 3.000-€ 15.000) en advocaatkosten (€ 20.000-€ 100.000) bij.
Beperkte toetsing maakt correctie lastig. Arbitrale vonnissen kunnen slechts worden vernietigd wegens procedurele gebreken volgens artikel 1065 Rv: schending van openbare orde, arbiters buiten hun bevoegdheid of fundamentele procesfouten. Inhoudelijke onjuistheid van het vonnis is géén grond voor vernietiging. Dit verhoogt het belang van zorgvuldige arbiterkeuze.
Geen voorlopige voorzieningen bij de gewone rechter. Indien een arbitragebeding geldt, verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd voor spoedeisende maatregelen. U moet deze via kort geding arbitrage regelen, wat traag kan verlopen bij plotselinge crisissituaties.
Praktijkvoorbeeld uit regio Amsterdam: Een schrootbewerkings- en metaalrecyclingbedrijf vorderde schadevergoeding van de gemeente Groningen via arbitrage. Ondanks het arbitragebeding beriep de gemeente zich op verjaring. De Hoge Raad oordeelde dat het arbitragebeding stuitende werking had en dat het verjaringsberoep onaanvaardbaar was gezien de jarenlange onderhandelingen tussen partijen. De zaak illustreert dat arbitragebedingen niet alleen procesgang bepalen maar ook verjaringsrechtelijke consequenties hebben.




