Wie een ander schade toebrengt door een onrechtmatige daad die hem kan worden toegerekend, moet die schade vergoeden (artikel 6:162 lid 1 BW). Daarvoor moeten vijf vereisten zijn vervuld: onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, schade, causaal verband en relativiteit (artikelen 6:162 en 6:163 BW). Ondernemers en bestuurders krijgen hiermee te maken bij schade buiten een contract.
Wanneer is een gedraging onrechtmatig?
Er is sprake van onrechtmatigheid (artikel 6:162 lid 2 BW) wanneer er:
- Een inbreuk wordt gemaakt op een recht van een ander
- Gehandeld wordt in strijd met een wettelijke plicht
- Gehandeld wordt in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt
Een gedraging is niet onrechtmatig als er een rechtvaardigingsgrond is (artikel 6:162 lid 2 BW), zoals noodweer, overmacht, een wettelijk voorschrift of een ambtelijk bevel. Een inbreuk op een recht of een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht is in beginsel onrechtmatig; opzet is daarvoor niet nodig. Bij de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm weegt de rechter de omstandigheden van het geval. Schep je een gevaarlijke situatie, dan let hij onder meer op de waarschijnlijkheid dat anderen niet oplettend zijn, de kans dat daardoor ongevallen ontstaan, de ernst van de gevolgen en hoe bezwaarlijk veiligheidsmaatregelen zijn (HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079 (Kelderluik)).
Wanneer is de daad toerekenbaar?
De onrechtmatige daad moet aan de dader kunnen worden toegerekend. Dat kan als de daad te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak die krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt (artikel 6:162 lid 3 BW). In sommige gevallen kan een onrechtmatige daad worden toegerekend, zelfs als er geen sprake is van verwijtbaarheid, zoals bij een doen van iemand van veertien jaar of ouder onder invloed van een geestelijke of lichamelijke tekortkoming (art. 6:165 BW).
Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking?
Er moet schade zijn geleden door de benadeelde. Dat kan vermogensschade zijn of ander nadeel (immateriële schade), dit laatste alleen voor zover de wet daarop recht geeft (artikel 6:95 lid 1 BW). Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst (artikel 6:96 lid 1 BW). Immateriële schade, zoals smartengeld bij letsel, wordt vergoed in de gevallen van artikel 6:106 BW, bijvoorbeeld als de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen of in zijn eer of goede naam is geschaad.
Wanneer is er causaal verband?
Er moet een causaal verband zijn tussen de onrechtmatige daad en de schade. Dat gaat in twee stappen. Eerst de vraag of de schade zonder de onrechtmatige daad ook zou zijn ontstaan: het condicio-sine-qua-non-verband. Daarna de vraag welke schade aan de dader kan worden toegerekend. Voor vergoeding komt alleen schade in aanmerking die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg daarvan kan worden toegerekend (artikel 6:98 BW).
Wat houdt het relativiteitsvereiste in?
De geschonden norm moet strekken ter bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden. Dit relativiteitsvereiste is vastgelegd in art. 6:163 BW.
Als aan al deze vereisten is voldaan, kan er sprake zijn van aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad, tenzij er een rechtvaardigingsgrond aanwezig is die de onrechtmatigheid wegneemt.
Welke verweren kun je voeren?
De verweerder kan zich mogelijk verweren door:
– Het aanvoeren van een rechtvaardigingsgrond die de onrechtmatigheid wegneemt
– Het betwisten van de causaliteit tussen de handeling en de schade
– Een beroep op eigen schuld van de benadeelde, waardoor de vergoedingsplicht wordt verminderd en in uitzonderlijke gevallen geheel vervalt (artikel 6:101 lid 1 BW)
– Een beroep op verjaring: een schadevordering verjaart vijf jaar nadat de benadeelde met de schade en de aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval twintig jaar na de schadeveroorzakende gebeurtenis; bij letsel en overlijden geldt die termijn van twintig jaar niet (artikel 3:310 lid 1 en 5 BW)
Het is belangrijk op te merken dat de exacte gevolgen kunnen variëren afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval en de aard van de onrechtmatige daad.
Wat zijn de gevolgen als onrechtmatige daad vaststaat?
Staat een onrechtmatige daad vast, dan moet de dader de schade vergoeden die de ander daardoor lijdt (artikel 6:162 lid 1 BW). Dat is vermogensschade en, in de gevallen van artikel 6:106 BW, immateriële schade. Daarnaast kan de benadeelde een verklaring voor recht vorderen dat de handeling onrechtmatig was (artikel 3:302 BW), en een verbod op herhaling of een bevel om de onrechtmatige situatie te beëindigen (artikel 3:296 lid 1 BW).
Als de partijen er onderling niet uitkomen, kan de zaak voor de rechter worden gebracht. Meestal is dat de burgerlijke rechter. Gaat het om schade door een onrechtmatig besluit van een bestuursorgaan, dan kun je ook de bestuursrechter om schadevergoeding vragen (artikel 8:88 lid 1 Awb). Dat kan in de regel tot een bedrag van € 25.000, inclusief rente tot de dag van het verzoek (artikel 8:89 lid 2 Awb). Voor hogere bedragen en voor ander overheidshandelen is de burgerlijke rechter bevoegd, behalve bij besluiten waarover de Centrale Raad van Beroep of de Hoge Raad oordeelt: daar is de bestuursrechter altijd bij uitsluiting bevoegd (artikel 8:89 lid 1 Awb).
Veelgestelde vragen over onrechtmatige daad
Wat is het verschil tussen een onrechtmatige daad en wanprestatie?
Bij wanprestatie schiet iemand tekort in de nakoming van een verbintenis, meestal uit een overeenkomst (artikel 6:74 lid 1 BW). Een onrechtmatige daad staat los van een overeenkomst: het gaat om een inbreuk op een recht of een gedraging in strijd met een wettelijke plicht of met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (artikel 6:162 lid 2 BW).
Binnen welke termijn moet ik een schadeclaim instellen?
Een vordering tot schadevergoeding verjaart vijf jaar nadat je zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend bent geworden, en in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis die de schade veroorzaakte (artikel 3:310 lid 1 BW). Bij schade door letsel of overlijden geldt alleen de termijn van vijf jaar; was je minderjarig, dan loopt die termijn vanaf de dag na je meerderjarigheid (artikel 3:310 lid 5 BW). Voor milieu- en bodembewegingsschade en schade door een strafbaar feit gelden langere termijnen (artikel 3:310 lid 2 en 4 BW). Je kunt de verjaring stuiten met een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin je je recht op nakoming ondubbelzinnig voorbehoudt (artikel 3:317 lid 1 BW).
Kan ik ook een verbod vorderen in plaats van schadevergoeding?
Ja. Wie verplicht is iets na te laten, kan daartoe door de rechter worden veroordeeld (artikel 3:296 lid 1 BW). Je kunt zo een verbod vorderen op een (dreigende) onrechtmatige daad. Bij spoed kan dat in kort geding.
Is een werkgever aansprakelijk voor een fout van een werknemer?
Ja, als de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van de taak is vergroot en de werkgever zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout lag (artikel 6:170 lid 1 BW). De werknemer hoeft in de onderlinge verhouding in de regel niet bij te dragen, tenzij de schade het gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid (artikel 6:170 lid 3 BW).
Krijg ik smartengeld bij een onrechtmatige daad?
Alleen in de gevallen die de wet noemt, onder meer als je lichamelijk letsel hebt opgelopen, in je eer of goede naam bent geschaad of op andere wijze in je persoon bent aangetast, of als de dader het oogmerk had je zulk nadeel toe te brengen (artikel 6:106 BW). Het bedrag stelt de rechter naar billijkheid vast.
Primaire bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 3: artikelen 3:296, 3:302, 3:310 en 3:317
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikelen 6:74, 6:95, 6:96, 6:98, 6:101, 6:106, 6:162, 6:163, 6:165 en 6:170
- Algemene wet bestuursrecht: artikelen 8:88 en 8:89
- HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079 (Kelderluik)
Wanneer schakel je een advocaat onrechtmatige daad in?
MAAK Advocaten behartigt graag je belangen en onze advocaten hebben de kennis en ervaring die je zoekt. Door cliënten worden we aanbevolen vanwege onze daadkrachtige, to-the-point en praktische oplossingen. Voor al je vragen rondom onrechtmatige daad staan we je dan ook graag bij met advies en juridische ondersteuning. Onze ervaren advocaat commercial law, Remko Roosjen, sta je graag als eerste te woord en hij bespreekt met je de zaak en de uitdagingen die voorliggen.
Wat kan ons advocatenkantoor betekenen bij onrechtmatige daad?
Heb je schade geleden buiten een contract om, of word je aansprakelijk gesteld? Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam. Wij staan ondernemers, bestuurders en organisaties bij in zaken over onrechtmatige daad: van schade door een concurrent of een adviseur tot aansprakelijkheid voor gedragingen van medewerkers.
Een vordering staat of valt bij vijf vereisten die alle vijf moeten zijn vervuld. In de praktijk sneuvelen claims zelden op de onrechtmatigheid, maar op het causaal verband en op relativiteit: is de geschonden norm wel geschreven ter bescherming van de schade die je lijdt? Wij toetsen je zaak op elk vereist onderdeel voordat je kosten maakt.
Word je aangesproken, dan onderzoeken wij welke verweren openstaan. Een rechtvaardigingsgrond, het ontbreken van toerekenbaarheid of een geslaagd beroep op verjaring kunnen een claim doen stranden. Eigen schuld van de benadeelde vermindert de vergoeding. Ook de omvang van de gevorderde schade is vaak vatbaar voor gemotiveerde betwisting.
Loopt de zaak naar de rechter, dan behartigen onze procesadvocaten je belangen. Daarnaast beperken wij risico’s vooraf, door in je contracten en algemene voorwaarden vast te leggen waar je aansprakelijkheid ophoudt en hoe die zich verhoudt tot je verzekering.
Wil je weten of je claim of je verweer standhoudt? Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam voor een gesprek met een specialist aansprakelijkheidsrecht.