Ga naar de inhoud

Arbitrage voor geschillen

Inhoudsopgave

Arbitrage is een populaire vorm van geschillenbeslechting. Het arbitragerecht is eenvoudig en gemakkelijk te gebruiken. Het wordt momenteel ontwikkeld om alle nieuwste kenmerken van internationale arbitrage te weerspiegelen. Met de komende wijzigingen biedt de wet een nuttig aanvullend juridisch mechanisme om ervoor te zorgen dat arbitrages snelle en uitvoerbare uitspraken opleveren. Onze arbitrage advocaten hebben de ervaring die u nodig heeft met arbitrage en staan u graag bij.

Waarom kiezen voor arbitrage bij een geschil?

Partijen kunnen kiezen voor arbitrage bij een geschil om verschillende redenen. Een belangrijke reden is de vrijheid om arbiters van eigen keuze te benoemen, wat een grotere flexibiliteit biedt dan de reguliere rechtspraak. Arbitrage staat bekend om de mogelijkheid om eigen procesregels vast te stellen, te wijzigen en aan te vullen, wat kan leiden tot een snellere afhandeling van zaken. Daarnaast wordt de vertrouwelijkheid van arbitrage vaak gewaardeerd, hoewel deze in Nederland niet wettelijk is vastgelegd. Een nadeel dat soms wordt genoemd, is dat arbitrage kostbaarder kan zijn dan een procedure bij de rechter, omdat arbiters per procedure worden gehonoreerd, meestal op basis van aan de zaak bestede uren.

Arbitrage wordt voornamelijk gebruikt in:

  • Commerciële geschillen die speciale branchekennis vereisen (bijvoorbeeld scheepvaartgeschillen).
  • Het geval dat partijen het geschil of het contract waaronder het is ontstaan vertrouwelijk willen houden.
  • Bouwgeschillen.

Lijst van arbitrage-instituten

De meeste van deze arbitrages worden gehouden bij arbiters zoals het:

Sommige arbitrages kunnen ook worden uitgevoerd als ad-hocarbitrages (wat betekent dat ze worden uitgevoerd volgens regels tussen de partijen en zonder de betrokkenheid of supervisie van een gevestigd arbitrage-instituut).

Model arbitrageclausules

Een arbitrageovereenkomst is essentieel om geschillen aan arbiters voor te leggen. Het maakt vaak deel uit van de Nederlandse arbitrageclausule in een contract, die aangeeft dat toekomstige geschillen aan arbitrage moeten worden onderworpen.

Het NAI (Nederlands Arbitrage Instituut) geeft hiervoor een specifieke arbitrageclausule:

“Alle geschillen die ontstaan in verband met de onderhavige overeenkomst, of nadere overeenkomsten die daarvan het gevolg zijn, zullen worden beslecht overeenkomstig het Arbitragereglement van het Nederlands Arbitrage Instituut. De plaats van arbitrage is Amsterdam. De procedure wordt gevoerd in de Engelse taal. Consolidatie van het arbitraal geding met andere arbitrale gedingen, zoals voorzien in artikel 1046 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is uitgesloten.”

De NCC adviseert deze modelclausule te gebruiken voor arbitrage in de Nederlandse taal:

Alle geschillen die ontstaan in verband met de onderhavige overeenkomst, of nadere overeenkomsten die daarvan het gevolg zijn, zullen worden beslecht overeenkomstig het arbitragereglement van [arbitrage-instituut]. De plaats van arbitrage is Amsterdam (Nederland). De procedure wordt gevoerd in de Engelse taal. Eventuele gerechtelijke procedures in Nederland voor, tijdens of na de arbitrage zullen – voor zover wettelijk toegestaan – uitsluitend worden behandeld door de Rechtbank Amsterdam of het Gerechtshof Amsterdam, al naar gelang welke bevoegd is, na een procedure in het Engels voor de Kamers Internationale Handelszaken (Netherlands Commercial Court, die bestaat uit de Rechtbank NCC, de Voorzieningenrechter NCC en het Gerechtshof NCC). Het NCC Reglement (zie www.ncc.gov.nl) is van toepassing op deze procedure. Deze clausule is niet bedoeld om hoger beroep bij de Hoge Raad uit te sluiten.

Arbitrage advocaat

Als u op zoek bent naar een arbitrage advocaat, neem dan contact op met onze advocaat voor arbitrage, Remko Roosjen. Remko heeft de kennis en ervaring die u zoekt als arbitrage advocaat en helpt u graag met al uw vragen over arbitrage.

+31 (0)20 – 210 31 38
remko.roosjen@maakadvocaten.nl

Is geschillenbeslechting door middel van arbitrage een veelgebruikt alternatief?

Een schikking kan zowel buiten als binnen de rechtszaal worden bereikt. Arbitrage is een alternatieve geschillenbeslechting methode die wordt gebruikt in internationale handelszaken. Arbitrage is een populaire methode om geschillen buiten de rechtbank om op te lossen, vooral in de maritieme sector, de bouwsector en de effectenhandel. Arbitrage is sneller, informeler en biedt de mogelijkheid om arbiters te kiezen. Omdat Nederland bijzonder arbitragevriendelijk is, is het niet ongebruikelijk dat commerciële geschillen naar arbitrage worden verwezen.

Wat zijn de arbitrageregels?

De nieuwe arbitragewet is op 1 januari 2015 in werking getreden en heeft de arbitragewet uit 1987 vervangen. Hoewel de Nieuwe Wet 2015 in boek 4 (art. 1020-1077) van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering blijft staan, zijn de bepalingen geactualiseerd. De arbitragewet is ontworpen om de efficiëntie en flexibiliteit van de procedures te verbeteren en tegelijkertijd een kosteneffectieve manier te bieden om binnenlandse en internationale geschillen te beslechten. Deze wet zal internationale arbitrage aantrekkelijker maken door een neutraal forum te bieden. Deze wet is geïnspireerd, maar niet gebaseerd op de UNCITRAL Model Law (2006) en in overeenstemming met de Europese richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (93/13/EE).

Wat is een geldige arbitrageovereenkomst?

Een arbitrageovereenkomst moet geldig zijn. Er moet een rechtsbetrekking aan ten grondslag liggen, contractueel of buitencontractueel. De arbitrageovereenkomst moet schriftelijk zijn. De arbitrageovereenkomst kan worden opgenomen in algemene voorwaarden. In bepaalde situaties kan een arbitrageclausule in de algemene voorwaarden als onredelijk bezwarend en vernietigbaar worden beschouwd als de consument niet de mogelijkheid krijgt om de arbitrage aan een rechter voor te leggen (tenzij de partijen anders zijn overeengekomen). Je kunt dit voorkomen door de arbitrageclausule in een aparte overeenkomst op te nemen, die de consument de mogelijkheid biedt om voor arbitrage te kiezen of de consument ten minste een maand de tijd geeft om de bevoegde burgerlijke rechter te kiezen.

Arbitrageovereenkomsten kunnen niet worden gebruikt om de juridische gevolgen te bepalen van zaken die onder de bevoegdheid van nationale rechtbanken vallen of die betrekking hebben op kwesties van openbare orde die niet alleen rechtsgevolgen hebben voor de partijen, maar ook voor derden. Dit zijn onder andere kwesties met betrekking tot vennootschapsrecht, faillissementsaanvragen en de rechtspositie van personen.

Wat is de plaats van arbitrage onder de arbitragewetgeving?

Arbitrage wordt beslecht door een overeenkomst tussen de partijen of door het scheidsgerecht. De arbitragewet en de regels voor tenuitvoerlegging en herroeping van een arbitraal vonnis zijn van toepassing.

Dit betekent niet dat het scheidsgerecht niet elders kan vergaderen, bijvoorbeeld voor het houden van zittingen, het horen van getuigen of deskundigenonderzoeken.

Wat is de bevoegdheid van het scheidsgerecht?

Artikel 1052 BW bepaalt dat het scheidsgerecht bevoegd is zijn eigen bevoegdheid te bepalen. Er zijn verschillende redenen waarom de bevoegdheid van het scheidsgerecht kan worden aangevochten, bijvoorbeeld als er geen arbitrageovereenkomst is of als de samenstelling van het scheidsgerecht niet in overeenstemming is met de toepasselijke regels (artikel 1052 lid 2 en 3 BW).

Deze gronden van onbevoegdheid moeten eerst door de partij worden opgeworpen voordat zij een verweer ten gronde kan voeren. Partijen die dit niet doen, kunnen de onbevoegdheid niet opwerpen in een arbitrageprocedure of een andere procedure voor de rechtbank.

Als het scheidsgerecht zich onbevoegd verklaart, kan de rechtbank de zaak behandelen, tenzij de partijen anders overeenkomen.

Hoe benoem je arbiters?

De artikelen 1026-1029 BW gaan over de benoeming van arbiters. Om tot arbiter benoemd te worden, moet men (1) onpartijdig en (2) onafhankelijk zijn. Er moet minimaal één arbiter worden benoemd, met een gelijk aantal als er meer zijn.

Elke procedure die door de partijen is overeengekomen voor de benoeming van arbiters moet worden gevolgd. Deze taak kan ook aan een derde worden toevertrouwd. Arbiters kunnen in overleg tussen de partijen worden benoemd als er geen protocol is overeengekomen.

Tenzij de arbiters al benoemd zijn, is de termijn voor het benoemen van arbiters drie jaar vanaf de datum van arbitrage. Nieuw is dat alleen als er binnen drie maanden geen benoeming heeft plaatsgevonden, de voorzieningenrechter de arbiter benoemt.

Hoe kun je arbiters wraken?

De wet staat toe dat arbiters worden gewraakt, volgens de artikelen 1033-1035 BW. Als de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van arbiters kan worden aangevochten, kunnen zij met succes worden aangevochten. Artikel 1034 lid 3 staat nu toe dat arbiters tijdens de gehele procedure worden gewraakt. Dit komt bovenop de mogelijkheid om hen pas te wraken nadat ze zijn benoemd. Artikel 1075, lid 7, is toegevoegd om institutionele wraking mogelijk te maken. Een derde kan de arbiter wraken, niet alleen de voorzieningenrechter.

Hoe start je een arbitrageprocedure?

Een arbitrageprocedure wordt in het algemeen gestart na ontvangst van een schriftelijke mededeling van een van beide partijen waarin de andere partij wordt geïnformeerd dat arbitrage wordt gestart en waarin de geschillen worden vermeld die moeten worden beslecht.

Hoe verloopt een arbitrageprocedure?

De partijen moeten overeenstemming bereiken over de procedure. Als er geen overeenstemming is, beslist het scheidsgerecht. Artikel 1036 BW bevat de algemene procedureregels. Het bepaalt dat elke partij gelijk moet worden behandeld en de gelegenheid moet krijgen om op haar zaak te reageren en deze toe te lichten. Het bepaalt ook dat het scheidsgerecht ervoor moet zorgen dat er geen onredelijke vertragingen zijn en dat elke partij verplicht is om onredelijke vertragingen te voorkomen.

De artikelen 1038a en 1038d zijn onlangs ingevoerd. Dit verwijst naar de schriftelijke fase van arbitrage onder de arbitragewetgeving. Partijen kunnen een verklaring of vordering en een verweerschrift indienen, evenals een wijziging van of aanvulling op een vordering.

Wat zijn de bewijsregels in arbitrageprocedures?

De artikelen 1039-1043 BW gaan over bewijs. Deze wetten bepalen dat het scheidsgerecht de bevoegdheid heeft om te beslissen over de bewijsregels, waaronder productie, toelaatbaarheid en gewicht. Artikel 1046 BW bepaalt dat derden (een arbitrage-instelling) een verzoek kunnen indienen tot voeging van arbitrale procedures (ook bekend als consolidatie of arbitrages). Hierdoor kunnen procedures die in andere landen aanhangig zijn, worden gevoegd met de Nederlandse procedure. Artikel 1048a van de nieuwe wet voorziet in een algemene regel die een ruimer verval van recht mogelijk maakt. Dit artikel bepaalt dat elke partij onmiddellijk en onverwijld bezwaar moet maken tegen elke handeling of nalatigheid die in strijd is met het arbitragereglement. Als dit niet tijdig gebeurt, verliest de partij het recht om de schending in te roepen om te voorkomen dat de arbitrageprocedure wordt geannuleerd of uitgevoerd. Deze bepaling is bedoeld om de tenuitvoerlegging van Nederlandse vonnissen in derde landen te verbeteren. De nieuwe wet creëert een elektronisch arbitragekader. Elektronische documenten, handtekeningen en correspondentie kunnen elektronisch worden verzonden om een snellere en efficiëntere communicatie in arbitrageprocedures mogelijk te maken. Dit zal ook de administratieve lasten verminderen. Behoudens een overeenkomst tussen de partijen hoeft het arbitraal vonnis niet te worden gedeponeerd bij een arrondissementsrechtbank.

Vertrouwelijkheid van arbitrageprocedures

De nieuwe wet regelt niet de vertrouwelijkheid van arbitrageprocedures, hoewel dit wel in het oorspronkelijke ontwerp was opgenomen. Arbitrage wordt over het algemeen als vertrouwelijk beschouwd. Partijen moeten dit echter overeenkomen in arbitrageovereenkomsten om de vertrouwelijkheid te beschermen.

Voorlopige voorzieningen in arbitrageprocedures

De nieuwe wet voorziet in voorlopige voorzieningen voor arbitrageprocedures. Dit kan in de vorm van voorlopige voorzieningen die tijdens het geding worden toegekend of voorlopige voorzieningen die in een afzonderlijk arbitraal of kort geding worden toegekend. Deze bepalingen zijn te vinden in artikel 1043b lid 1, 1043b lid 2. De arbitragewet staat het scheidsgerecht echter niet toe om conservatoire maatregelen te treffen zoals conservatoir beslag. Tenzij het scheidsgerecht anders bepaalt, wordt de voorlopige voorziening beschouwd als een uitvoerbaar vonnis.

Hoe worden arbitragekosten verdeeld?

De arbitragewet gaat, in tegenstelling tot de wet hiervoor, niet in op het verhalen van juridische kosten of honoraria. De verdeling van de kosten kan ook in een arbitrageovereenkomst worden vastgelegd. Arbiters zullen meestal beslissen dat de verliezende partij de arbitragekosten en de advocaatkosten betaalt. Het bedrag dat de verliezende partij moet betalen is in werkelijkheid beperkt. Dit betekent dat het mogelijk is dat de winnende partij niet alle kosten terugkrijgt.

Kunnen partijen afzien van de onderbouwing en motivering van het vonnis?

Als de arbitrageprocedure valt, staat artikel 1057 lid 5 BWCP partijen toe om schriftelijk overeen te komen dat een arbitraal vonnis niet hoeft te worden onderbouwd of gemotiveerd (afstand). Deze clausule vergroot in feite de autonomie van de partijen in de gehele procedure en geniet de voorkeur omdat het de efficiëntie en tijdsbesparing bevordert.

Kun je een arbitraal hoger beroep instellen?

De arbitragewet bevat een apart artikel over arbitraal hoger beroep (artikelen s1061a-1061l BW). Als partijen dit in hun arbitrageovereenkomst hebben afgesproken, is hoger beroep toegestaan. Als partijen dit overeenkomen, kunnen zij binnen drie maanden na de datum van verzending van het vonnis in hoger beroep gaan. Hoger beroep is niet toegestaan tegen eindvonnissen of gedeeltelijke eindvonnissen, tenzij anders overeengekomen.

Wat moet er in een arbitraal vonnis staan om het ten uitvoer te kunnen leggen?

Een arbitraal eindvonnis, deelvonnis of tussenvonnis moet worden opgenomen in een arbitraal vonnis om de overeenkomst ten uitvoer te leggen.

Procedure voor tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis

Artikel 1062 bepaalt dat de voorzieningenrechter van de rechtbank verlof (“exequatur”) moet verlenen voordat een arbitraal vonnis ten uitvoer kan worden gelegd. Meestal gaat het om een ex parte procedure, waarbij de partijen niet voor de voorzieningenrechter hoeven te verschijnen. Voor de tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis moet de verzoeker een verzoekschrift indienen. Ook moet hij de voorzieningenrechter originele en gewaarmerkte afschriften van het vonnis, vertalingen en een kopie van de arbitrageovereenkomst verstrekken.

Directe uitvoerbaarheid van een arbitraal vonnis

Zowel arbitrale vonnissen in kort geding als vonnissen in eerste aanleg zijn direct uitvoerbaar.

Weigering van tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis

De wet, artikel 1062 lid 1 BW, verruimt de gronden waarop de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis kan weigeren. Als de voorzieningenrechter na een summier onderzoek tot de conclusie komt dat het vonnis hoogstwaarschijnlijk op één van deze gronden zal worden vernietigd, dan kan er sprake zijn van een weigering.

  1. De artikelen 1065 lid 1 sub a t/m e zijn een van de gronden voor vernietiging
  2. Een van de gronden voor herroeping (artikel 106, lid 1),
  3. Als de wet voorziet in een sanctie voor niet-naleving,

Tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale vonnissen in Nederland

Arbitrale vonnissen uit het buitenland worden ten uitvoer gelegd volgens artikel 1075 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 1076, die voorzien in tenuitvoerlegging bij verdrag of zonder verdrag.

Tenuitvoerleggingen van buitenlandse arbitrale vonnissen op grond van verdragen

Het Verdrag van New York is het belangrijkste executieverdrag voor de erkenning van buitenlandse arbitrale vonnissen. Het Verdrag van New York 1958 inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken is onderdeel van het Nederlandse rechtssysteem. Nederland heeft dit verdrag in 1964 ondertekend en geratificeerd. Buitenlandse arbitrale vonnissen moeten ten uitvoer worden gelegd. Alleen onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld als het arbitraal vonnis niet binnen de reikwijdte van de arbitrageovereenkomst valt) kan het vonnis ten uitvoer worden gelegd. Het Verdrag van New York kent een voorbehoud dat alleen van toepassing is op arbitrale vonnissen uit andere landen (het reciprociteit voorbehoud).

Wat zijn de vereisten voor tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis?

De Wet en het Verdrag van New York bevatten bepalingen over tenuitvoerleggingsprocedures. De bepalingen van het Verdrag van New York prevaleren echter altijd boven die van de Nederlandse Wet.

Art. 1075 BW bepaalt dat om buitenlandse vonnissen ten uitvoer te leggen, de verzoeker verlof moet krijgen van het Hof van Beroep. Net als bij de tenuitvoerlegging van binnenlandse vonnissen moet de verzoeker een verzoekschrift indienen. Artikel IV van het Verdrag van New York bepaalt ook dat de verzoeker originele scheidsrechterlijke uitspraken en de originele arbitrageovereenkomst moet overleggen. Indien nodig zijn vertalingen vereist.

Weigering van tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis onder de verdragen

Artikel V van het Verdrag van New York kent verschillende gronden waarop een buitenlands arbitraal vonnis niet ten uitvoer kan worden gelegd.

  1. Onbekwaamheid van de partijen of het ontbreken van een bindende arbitrageovereenkomst.
  2. Schending van een eerlijk proces
  3. Het gezag van het scheidsgerecht is overschreden;
  4. Inconsistentie in de samenstelling van het scheidsgerecht of in de procedure.
  5. De uitspraak is niet bindend of is geannuleerd.
  6. Het onderwerp van het vonnis is niet toerekenbaar.
  7. Het vonnis is in strijd met de openbare orde.

Procedurele vereisten voor tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale vonnissen zonder verdragen

Als er geen internationaal verdrag van toepassing is voor de erkenning en tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen, kan het in het buitenland gewezen vonnis in Nederland worden erkend en ten uitvoer gelegd als het originele exemplaar van de arbitrageovereenkomst is overgelegd.

Gronden tot weigering van tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale vonnissen zonder verdragen

Artikel 1076 BW bevat ook de gronden voor tenuitvoerlegging of weigering van buitenlandse arbitrale vonnissen waarop geen verdragen van toepassing zijn.

  1. Er is geen geldige arbitrageovereenkomst
  2. De regels voorzien niet in de benoeming van een scheidsgerecht.
  3. Buitensporige bevoegdheid van het scheidsgerecht
  4. Beroep bij een tweede scheidsgerecht of een rechtbank in dat land is mogelijk.
  5. Een bevoegde autoriteit in het land waar het vonnis is gewezen heeft het vonnis vernietigd.
  6. Dit vonnis is in strijd met de openbare orde.

Vernietiging, herroeping en kwijtschelding van arbitrale vonnissen

Arbitrale vonnissen kunnen worden vernietigd vanwege fouten of nalatigheden van arbiters tijdens de procedure. Dit wordt geregeld in artikel 1064 en 1065 BW. Deze artikelen bepalen dat de vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis moet worden ingesteld bij het gerechtshof van een relevante rechtbank binnen drie maanden na de datum waarop het arbitraal vonnis is gewezen.

Artikel 1064a lid 5 BW geeft de consument de mogelijkheid om af te zien van hoger beroep in zowel internationale als nationale arbitrages. Dit is echter niet mogelijk als een van de partijen een consument is.

Artikel 1065 BW geeft een uitgebreide lijst van redenen op grond waarvan een arbitraal vonnis kan worden vernietigd. Deze zijn:

  1. Ongeldige arbitrageovereenkomsten zijn niet geldig
  2. De samenstelling van het scheidsgerecht was niet in overeenstemming met de regels
  3. De strekking van de voorlegging was niet gedekt door het scheidsgerecht
  4. Het vonnis is niet ondertekend in overeenstemming met artikel 1057 of is niet gemotiveerd.
  5. De openbare orde is in strijd met het vonnis of de wijze waarop het is gewezen.

De nieuwe wet bepaalt dat de arbitrageovereenkomst van kracht blijft totdat de beslissing tot vernietiging van het arbitrale vonnis onherroepelijk is geworden.

Herroeping van arbitrale vonnissen

Herroeping is een uitzonderlijk rechtsmiddel dat betrekking heeft op een onjuiste voorstelling van zaken door de partijen en niet op fouten of vergissingen van de arbiters. Een arbitraal vonnis kan alleen worden herroepen volgens de bepalingen van artikel 1068 BW.

  1. Fraude
  2. Vervalsing van documenten
  3. Documenten niet achterhouden

Drie maanden vanaf de datum dat fraude of valsheid in geschrifte is ontdekt of wanneer de partij de nieuwe stukken heeft ontvangen, is de uiterste termijn voor het indienen van een verzoek tot herroeping.

Remissie van arbitrale vonnissen

Remissie heeft betrekking op de situatie waarin de zaak wordt terugverwezen naar het scheidsgerecht. Dit valt onder artikel 1065a BW. Deze nieuwe bepaling is in de wet opgenomen en zorgt ervoor dat het laatste rechtsmiddel de vernietiging van de procedure is.

Het gerechtshof kan in dit geval de vernietiging schorsen. Hierdoor kan het scheidsgerecht de redenen voor vernietiging van een vonnis teniet doen door de arbitrageprocedure te heropenen of een andere passende actie te ondernemen. Nadat beide partijen zijn gehoord, kan het scheidsgerecht een nieuw vonnis wijzen en daarmee het eerdere vonnis vervangen. Het Hof van Beroep doet dan uitspraak met inachtneming van het gewijzigde vonnis.

E-arbitrage

De nieuwe arbitragewet maakt elektronische communicatie mogelijk. Elektronische documenten, handtekeningen en correspondentie kunnen zorgen voor een snellere en efficiëntere communicatie in arbitrageprocedures. Dit minimaliseert ook de administratieve lasten. Behoudens een overeenkomst tussen de partijen hoeft het arbitraal vonnis niet te worden gedeponeerd bij een arrondissementsrechtbank.

Partijautonomie en consumentenbescherming in arbitrage

De arbitragewet geeft partijen meer controle over het verloop van de arbitrageprocedure. Dit maakt het proces flexibeler omdat veel bepalingen eerder regelend dan dwingend zijn. De niet-verplichte bepalingen bevatten de zinsnede “tenzij anders overeengekomen door partijen” of iets dergelijks. Verplichte bepalingen kunnen niet worden gewijzigd.

Een zwarte lijst kan ook helpen om consumenten te beschermen. Een arbitrageclausule in de algemene voorwaarden wordt als onredelijk en vernietigbaar beschouwd als de consument de arbitragezaak niet mag voorleggen aan een staatsrechtbank. Je kunt dit voorkomen door de arbitrageclausule in een aparte overeenkomst op te nemen. Hierdoor kan de consument kiezen voor arbitrage of krijgt hij minimaal een maand de tijd om voor de burgerlijke rechter te kiezen.

Internationale uitvoerbaarheid van Nederlandse arbitrale vonnissen: het Verdrag van New York

Nederland heeft het Verdrag van New York inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken uit 1958 ondertekend. Nederland heeft dit verdrag in 1964 ondertekend en geratificeerd. Buitenlandse arbitrale vonnissen moeten ten uitvoer worden gelegd. Alleen onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld als het arbitraal vonnis niet binnen de reikwijdte van de arbitrageovereenkomst valt) kan het vonnis ten uitvoer worden gelegd. Het Verdrag van New York kent een voorbehoud van Nederland dat alleen van toepassing is op arbitrale vonnissen uit andere landen (het ‘reciprociteit voorbehoud’).

Wat zijn arbitrage-instituten?

Het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) is het belangrijkste arbitrage-instituut. Nederland heeft ook de Stichting Scheidsgerecht voor de Grafische Industrie, de Raad van Arbitrage voor de Bouw, de Stichting Geschillen Oplossing Automatisering en de Internationale Kamer van Koophandel.

Nederland is een populair land voor institutionele arbitrages. Hiervoor gelden eigen regels. Hiertoe behoren het Scheidsgerecht voor de Grafische Industrie Stichting en de Raad van Arbitrage voor de Metaalindustrie en Metaalhandel Stichting.

Neem contact op met ons arbitrage advocatenkantoor

Mocht u nog vragen hebben over arbitrage? Aarzel dan niet om contact op te nemen met ons arbitragerechtkantoor, Remko Roosjen.

+31 (0)20 – 210 31 38

remko.roosjen@maakadvocaten.nl

Remko Roosjen

Remko Roosjen

Als partner van MAAK en advocaat commercial law geeft Remko leiding aan aan het team Commerciële Geschillen en Contractenrecht. Remko is een gespecialiseerde advocaat contractenrecht en heeft een ruime ervaring in het voeren van procedures, waaronder voor de civiele rechter, in arbitrage en mediation. Remko is verbonden aan de specialisatievereniging voor Distributie, Franchise en Agentuur en doceert regelmatig over het snijvlak van commerciële contracten en productregelgeving. Lees meer over Remko op zijn persoonlijk profiel of op LinkedIn .