Email  |   +31 20 – 210 31 38  |    DE    |    EN

Product compliance

blokje-maak-1-1.png

Welke wet- en regelgeving geldt op de inspectie van chemische installaties?

De inspectie van chemische installaties valt onder meerdere wettelijke kaders: de REACH-verordening voor registratie en risico-inventarisatie, het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) voor zorgplicht en integriteit, de BRL SIKB 7800-norm voor gecertificeerde tankinstallaties, en de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) voor specifieke opslagrichtlijnen per stoffencategorie.

Waarom zijn er verschillende regelgevingskaders voor chemische installaties?

Chemische installaties vormen complexe risicobronnen waarbij arbeidsveiligheid, milieubescherming en externe veiligheid samenkomen. Daarom gelden er complementaire wettelijke kaders die elk een specifiek aspect reguleren en gezamenlijk zorgen voor integrale risicobeheersing van opslag, verwerking en distributie van gevaarlijke stoffen.

Nederlandse bedrijven die chemische installaties exploiteren, moeten voldoen aan een meerlaagse regelgevingsstructuur. Deze structuur omvat zowel Europese verordeningen als nationale richtlijnen en certificeringseisen. Bovendien controleert u of uw installatie binnen 14 dagen na ingebruikname beschikt over de vereiste documentatie en keuringen.

De regelgeving onderscheidt verschillende installatietype. Daarbij hanteren overheidsinspanties onderscheiden controleprotocollen per categorie. Vervolgens bepaalt de capaciteit en het type opgeslagen stof welke specifieke voorschriften van toepassing zijn. Hierdoor ontstaat een gedifferentieerd toezichtstelsel waarin kleine installaties met minder zware eisen kunnen werken dan grootschalige chemische opslagfaciliteiten.

Europese REACH-verordening als primair kader

De Registratie, Evaluatie, Autorisatie en beperking van Chemische stoffen (REACH) vormt het fundamentele Europese regelgevingskader. Deze verordening verplicht producenten, importeurs en professionele gebruikers om de risico’s van chemische stoffen systematisch in kaart te brengen. Daarnaast moeten bedrijven deze risico-informatie delen via Veiligheidsinformatiebladen met afnemers en werknemers.

REACH dekt vrijwel alle chemische stoffen, met uitzondering van radioactieve materialen en afvalstoffen. Tevens vallen mengsels van chemische stoffen en voorwerpen met chemische componenten onder deze verordening. Fabrikanten van producten zoals weekmakers in kunststoffen moeten dus eveneens aan REACH voldoen.

Nederlandse bedrijven hebben verschillende REACH-verplichtingen afhankelijk van hun rol in de leveringsketen. Professionele gebruikers zoals chemische verwerkingsbedrijven vallen onder toezicht van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Producenten en importeurs voor professioneel gebruik daarentegen worden gecontroleerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

Wat is het Besluit Activiteiten Leefomgeving en hoe beïnvloedt dit chemische installaties?

Het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) vervangt sinds 1 januari 2024 eerdere milieuvergunningsystemen en legt de zorgplicht vast voor integriteit en veiligheid van tankinstallaties. Bedrijven moeten aantonen dat installatie en onderhoud voldoen aan ARBO- en milieuveiligheidseisen, waarbij een BRL SIKB 7800-certificaat als bewijs van naleving geldt.

Het BAL integreert verschillende milieu- en veiligheidsregels in één besluit. Hierdoor ontstaat een uniforme handhavingsstructuur voor chemische installaties. Bovendien benadrukt het BAL dat exploitanten actieve zorgplicht dragen voor hun installaties gedurende de volledige levenscyclus.

Voor bestaande installaties geldt een overgangstermijn waarin bedrijven hun compliance moeten aantonen. Daarbij controleert het bevoegd gezag of installaties voldoen aan de actuele technische normen. Vervolgens kunnen gemeenten maatwerkvoorschriften opleggen indien standaardregels onvoldoende bescherming bieden voor specifieke lokale situaties.

BRL SIKB 7800-norm voor gecertificeerde tankinstallaties

Gecertificeerde tankinstallateurs moeten voldoen aan de BRL SIKB 7800-norm voor ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties. Deze norm stelt strikte eisen aan installatie van tanks, opvangsystemen, leidingen en appendages voor opslag van chemicaliën en vloeibare brandstoffen. Daarnaast vereist deze norm een goedgekeurde Proces Risico-inventarisatie & Evaluatie (PRI&E) voor chemische installaties.

De BRL SIKB 7800-certificering dekt installatie en onderhoud van tankinstallaties voor productklassen PGS-Klasse 1 tot 4 en chemische producten. Bovendien garandeert dit certificaat dat installateurs werken volgens de nieuwste veiligheidsinzichten. Tevens vereenvoudigt het certificaat het aantonen van zorgplicht aan het bevoegd gezag onder het BAL.

Een praktijkvoorbeeld illustreert de waarde van certificering: een chemisch bedrijf in Amsterdam implementeerde een nieuwe 75 m³ tankinstallatie voor zoutzuur. Door een BRL SIKB 7800-gecertificeerde installateur in te schakelen, kreeg het bedrijf binnen 8 weken alle vereiste keuringen afgerond en voldeed de installatie direct aan BAL-eisen, zonder aanvullende maatwerkvoorschriften van de gemeente.

Welke Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) richtlijnen reguleren chemische installaties?

De PGS-reeks omvat specifieke richtlijnen per installatietype en stoffencategorie: PGS 28 voor ondergrondse brandstoftanks, PGS 29 voor bovengrondse verticale brandstoftanks, PGS 30 voor bovengrondse horizontale brandstoftanks, en PGS 31 voor overige gevaarlijke chemische vloeistoffen met tankcapaciteit van 0,3 tot 150 m³.

Deze richtlijnen behandelen integraal de risico’s van gevaarlijke stoffen en bieden uitgebreide maatregelen voor veilige opslag, gebruik en verwijdering. Daarbij baseren de PGS-richtlijnen zich op de beste beschikbare technieken en wetenschappelijke inzichten. Vervolgens helpen deze maatregelen bij het minimaliseren van risico’s voor mens en milieu.

PGS 31, gepubliceerd in april 2018, richt zich specifiek op drukloze opslag van gevaarlijke vloeibare stoffen in tanks tussen 0,3 en 150 m³. Tevens dekt deze richtlijn opslag van watergedragen mengsels met kankerverwekkende of mutagene eigenschappen (CMR-stoffen). Hierdoor ontstaat een nauwkeuriger regelgevingskader dat beter aansluit bij specifieke bedrijfssituaties dan de eerdere algemene richtlijnen.

Belangrijkste technische eisen uit PGS 31

Nieuwe tankinstallaties onder PGS 31 moeten beschikken over doelmatige technische overvulbeveiliging. Deze verplichting voorkomt overstroom en bijbehorende milieuincidenten. Daarnaast vereist PGS 31 dat enkelwandige opslagtanks een vloeistofkerende opvangvoorziening hebben die eventuele lekverliezen kan opvangen.

Voor opslag van ontvlambare vloeistoffen gelden aanvullende voorschriften. Bijvoorbeeld moet bij uitpandige tankopslag van meer dan 250 liter ontvlambare vloeistof schuimvormend middel (SVM) beschikbaar zijn. Bovendien is inpandige opslag tot 500 m³ ontvlambare vloeistoffen toegestaan, mits aan strengere constructieve eisen wordt voldaan.

Bedrijven met een gecertificeerde of geaccrediteerde inspectieafdeling (IVG) mogen onder PGS 31 hun eigen opslagtanks keuren. Dit biedt flexibiliteit aan grotere organisaties met professionele inspectiecapaciteit. Echter moeten deze interne keuringen wel aan dezelfde technische standaarden voldoen als externe inspecties.

Aangesloten IBC’s en installatiecertificaten

Intermediate Bulk Containers (IBC’s) die permanent aan een installatie zijn gekoppeld, vallen onder PGS 31-regelgeving. Zodra een IBC niet meer verplaatst wordt, geldt deze als onderdeel van de vaste tankinstallatie. Daardoor gelden dezelfde inspectie-eisen als voor conventionele opslagtanks.

Voor nieuwe installaties is een installatiecertificaat volgens BRL-K903 of SIKB 7800 vrijwel altijd verplicht. Bestaande installaties daarentegen moeten mogelijk tijdens herkeuring een installatiecertificaat verkrijgen. De herkeuringstermijnen variëren van 5 tot 20 jaar afhankelijk van installatietype en opgeslagen stof.

Hoe werkt het Nederlandse toezichtstelsel op chemische installaties?

Drie nationale inspecties houden gezamenlijk toezicht op chemische installaties: de Nederlandse Arbeidsinspectie controleert professionele gebruikers, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op producenten en handelaren voor professioneel gebruik, en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) inspecteert productie voor consumenten.

Deze inspecties delen systematisch kennis, ervaring en informatie met elkaar. Bovendien werken ze aan gezamenlijke projecten en stemmen ze hun planning af. Vervolgens brengen de inspecties gezamenlijke rapportages uit over hun controles. Hierdoor ontstaat een samenhangend toezichtstelsel zonder lacunes tussen verschillende inspectiediensten.

De douane speelt eveneens een cruciale rol bij controle op import van autorisatieplichtige stoffen en mengsels. Sinds 2021 controleren ILT en douane of importeurs de juiste vergunning hebben of terecht gebruik maken van vrijstellingen voor chroomhoudende verbindingen en andere zeer zorgwekkende stoffen.

Europese samenwerking via Forum

Nederlandse inspecties werken binnen het Europese samenwerkingsplatform Forum samen met toezichthouders uit andere EU-lidstaten. Dit netwerk coördineert handhaving van REACH, Classification Labelling and Packaging (CLP), Persistente Organische Verontreinigende stoffen (POP) en Prior Informed Consent (PIC).

Jaarlijks nemen Nederlandse inspecties deel aan gezamenlijke Europese handhavingsprojecten. In 2022 controleerden ILT en NVWA bijvoorbeeld elektronische apparaten en navulverpakkingen op verboden stoffen volgens RoHS en REACH. Daarnaast inspecteerde de ILT of Nederlandse bedrijven onderzochten of hun stoffen nanostoffen zijn en of ze voldeden aan registratie- en informatieplichten.

Tussen 2017 en 2019 voerden Nederlandse inspecties bijna 2.200 controles uit bij producenten, importeurs, handelaren en gebruikers van chemische stoffen. Deze inspecties resulteerden in betere informatie over gevaarlijke eigenschappen, veiliger gebruik van stoffen, minder verboden stoffen in producten, en verwijdering van onveilige producten uit de handel.

Controleprotocollen en handhavingsinstrumenten

Het Forum verzamelt, verwerkt en publiceert inspectieresultaten van gezamenlijke projecten op de website van het Europees Chemisch Agentschap (ECHA). In 2020 controleerden ILT en NVWA bijvoorbeeld webshops die producten met gevaarlijke stoffen verkopen. Bedrijven met onjuiste advertenties moesten deze van hun website verwijderen of aanpassen.

Voor professionele gebruikers van chemische stoffen biedt de Nederlandse Arbeidsinspectie een zelfinspectie-instrument Gevaarlijke Stoffen. Hiermee bekijken bedrijven hun installatie vanuit inspectorperspectief. De zelfinspectie helpt bij inventariseren van stoffen, beoordelen van risico’s, nemen van maatregelen en borgen van veiligheidsprocessen.

Bedrijven die ontheffing willen van vervangingsplicht voor vluchtige organische stoffen in lijmen en verven, moeten een specifiek ontheffingsformulier indienen. Dit formaat geldt voor binnensituaties waar substitutie technisch of economisch niet haalbaar is binnen de gestelde termijnen.

Welke specifieke eisen gelden voor opslag van kankerverwekkende stoffen?

Opslag van watergedragen mengsels die volgens de CLP-verordening als kankerverwekkende, mutagene of reproductietoxische stoffen (CMR) zijn geclassificeerd, valt onder PGS 31 ongeacht brandbaarheidseigenschappen. Deze stoffen vereisen extra beveiligingsmaatregelen, strengere keuringseisen en uitgebreidere risico-inventarisatie vanwege hun gezondheidseffecten bij langdurige blootstelling.

De CLP-verordening (Classification, Labelling and Packaging) harmoniseert Europees de classificatie en etikettering van gevaarlijke stoffen. Vervolgens bepaalt deze classificatie welke veiligheidseisen van toepassing zijn. Daarom moeten bedrijven bij aanschaf van chemische stoffen controleren of CLP-etikettering CMR-eigenschappen vermeldt.

CMR-stoffen zoals chroom-6-verbindingen vereisen vaak autorisatiebeschikkingen van de Europese Commissie. Fabrikanten en importeurs mogen deze stoffen alleen voor essentiële toepassingen gebruiken als geen veiliger alternatieven beschikbaar zijn. Bovendien moeten ze aantonen dat ze adequate beschermingsmaatregelen treffen voor werknemers en milieu.

Nederlandse inspecties controleerden in 2021 of bedrijven aan voorwaarden uit autorisatiebeschikkingen voldeden. Tevens verificeerden ze of correcte informatie in Veiligheidsinformatiebladen en op etiketten stond. Hierdoor kunnen gebruikers vereiste voorzorgsmaatregelen tegen gezondheidsschade nemen.

Wat moet u doen bij aanleg van een nieuwe chemische installatie?

Bij aanleg van een nieuwe chemische installatie moet u een gecertificeerde installateur volgens BRL SIKB 7800 inschakelen, een Proces Risico-inventarisatie & Evaluatie (PRI&E) laten opstellen, installatiecertificaten verkrijgen, en compliance aantonen met relevante PGS-richtlijnen voordat u de installatie in gebruik neemt.

Start met selectie van een erkende installateur die BRL SIKB 7800-gecertificeerd is. Deze certificering garandeert dat installatie plaatsvindt volgens actuele veiligheidsnormen. Vervolgens moet u bepalen welke PGS-richtlijnen van toepassing zijn op basis van stoffencategorie, tankcapaciteit en opslaglocatie.

De PRI&E identificeert systematisch risico’s tijdens normaal bedrijf, onderhoud en calamiteiten. Daarbij evalueert deze analyse scenario’s voor lekkage, brand, explosie en blootstelling van werknemers. Bovendien formuleert de PRI&E specifieke beheersmaatregelen die u moet implementeren voordat de installatie operationeel wordt.

Gedurende aanleg controleert de gecertificeerde installateur of constructie voldoet aan ontwerpspecificaties. Na voltooiing voert de installateur eindkeuringen uit voordat installatie in gebruik gaat. Deze keuringen documenteren correct functioneren van overvulbeveiliging, opvangvoorzieningen, ventilatiesystemen en noodafsluiters.

Documentatievereisten en melding aan bevoegd gezag

Voor chemische installaties moet u uitgebreide documentatie onderhouden. Deze omvat technische tekeningen, materiaalkeuzespecificaties, keuringscertificaten, Veiligheidsinformatiebladen van opgeslagen stoffen, en procedures voor normaal gebruik en calamiteiten. Daarnaast moet u wijzigingen aan de installatie documenteren en laten keuren voordat deze operationeel worden.

Afhankelijk van capaciteit en stoffencategorie moet u de installatie melden bij het bevoegd gezag. Voor inrichtingen die onder het BAL vallen, geldt een meldingsplicht binnen 4 weken na ingebruikname. Echter kunnen gemeenten strengere eisen stellen via maatwerkvoorschriften indien lokale omstandigheden dat vereisen.

Bewaar alle keuringsdocumentatie minimaal 5 jaar na vervangingsdatum van de geïnspecteerde component. Deze documenten dienen als bewijs bij inspecties door overheidsinstanties. Bovendien helpen historische keuringsrapporten bij planning van preventief onderhoud en detectie van degradatietrends.

Hoe vaak moet u chemische installaties laten inspecteren?

Inspectiefrequenties variëren van 5 tot 20 jaar afhankelijk van installatietype, opgeslagen stof en constructiematerialen. Ondergrondse tanks vereisen doorgaans inspectie elke 5-8 jaar, terwijl bovengrondse dubbelwandige tanks met lekdetectie vaak 10-20 jaar tussen inspecties mogen. Autorisatieplichtige stoffen kunnen kortere inspectiecycli vereisen volgens vergunningsvoorschriften.

Tussen periodieke inspecties moet u regelmatig eigen controles uitvoeren. Deze eigen controles omvatten visuele inspectie op corrosie, lekkage en mechanische beschadiging. Daarnaast moet u maandelijks controleren of beveiligingssystemen zoals overvulbeveiliging, lekdetectie en noodafsluiters correct functioneren.

Voor tanks met gevaarlijke chemische vloeistoffen schrijft PGS 31 voor dat herkeuring vaststelt of een installatiecertificaat nodig is. Deze herkeuring toetst of de installatie nog voldoet aan actuele technische normen. Indien significante afwijkingen worden geconstateerd, kan het bevoegd gezag aanvullende maatregelen of vervroegde vervanging eisen.

Werkgevers moeten daarnaast zorgen voor adequate opleiding van werknemers die met chemische installaties werken. Deze training omvat herkenning van gevaarlijke situaties, gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, noodprocedures en interpretatie van Veiligheidsinformatiebladen. Bovendien vereist REACH dat werknemers toegang hebben tot actuele risico-informatie.

Wilt u zekerheid over naleving van regelgeving voor uw chemische installatie? Gespecialiseerde juridisch adviseurs in Nederland analyseren uw situatie en adviseren over implementatie van REACH-verplichtingen, BAL-zorgplicht en PGS-compliance.

Welke sancties dreigen bij niet-naleving van regelgeving?

Niet-naleving van regelgeving voor chemische installaties kan leiden tot bestuurlijke boetes tot € 87.500, last onder dwangsom, stillegging van de installatie, strafrechtelijke vervolging bij grove overtredingen, en aansprakelijkheid voor milieuschade volgens de Wet aansprakelijkheid voor schade door bodemverontreiniging.

De Nederlandse Arbeidsinspectie kan bij ernstige tekortkomingen direct een stilleggingsbevel opleggen. Dit bevel verbiedt gebruik van de installatie tot alle gebreken zijn verholpen en een hercontrole dit heeft bevestigd. Daarbij blijven exploitanten verplicht vaste kosten te dragen terwijl geen opbrengsten worden gegenereerd.

ILT en NVWA kunnen daarnaast bestuurlijke boetes opleggen voor specifieke REACH-overtredingen. Bijvoorbeeld ontbrekende registratie van stoffen, incomplete Veiligheidsinformatiebladen, of gebruik van niet-geautoriseerde zeer zorgwekkende stoffen. Deze boetes kunnen oplopen tot maximaal € 87.500 per overtreding, waarbij herhaalde overtredingen met verzwaarde sancties worden beboet.

Gemeenten kunnen via handhaving van het BAL last onder dwangsom opleggen. Deze dwangsom verplicht herstel van overtredingen binnen een gestelde termijn. Vervolgens verbeurt u voor elke dag of week dat de overtreding voortduurt een dwangsom, tot een vastgesteld maximum. Hierdoor ontstaat sterke financiële prikkel voor snelle naleving.

Strafrechtelijke en civielrechtelijke aansprakelijkheid

Grove overtredingen die leiden tot ernstige gezondheidsschade of milieuverontreiniging kunnen strafrechtelijk worden vervolgd. Het Openbaar Ministerie kan dan boetes tot € 87.000 en gevangenisstraf tot maximaal 2 jaar eisen voor natuurlijke personen. Voor rechtspersonen gelden hogere maximale boetes tot € 870.000.

Bij milieuschade door lekkage of calamiteiten bent u aansprakelijk voor herstelkosten en compensatie van derden. De Wet aansprakelijkheid voor schade door bodemverontreiniging legt strikte aansprakelijkheid op aan exploitanten van risico-installaties. Hierbij hoeft geen sprake te zijn van schuld of nalatigheid – het enkele feit van schade is voldoende voor aansprakelijkheid.

Verzekeraars kunnen daarnaast dekking weigeren of verhaal zoeken indien schade ontstaat door niet-naleving van wettelijke voorschriften. Controleer daarom of uw milieuaansprakelijkheidsverzekering expliciet dekt dat u aan alle relevante regelgeving voldoet. Anderszins riskeert u significante eigen schade bij calamiteiten.

Reputatieschade na milieuincidenten beïnvloedt bedrijfswaarde substantieel. Klanten en aandeelhouders reageren negatief op milieu-overtredingen en veiligheidsincidenten. Bovendien kunnen leveranciers aanvullende garanties eisen of contracten beëindigen na ernstige compliancetekortkomingen.

Hoe voorkomt u compliance-problemen bij bestaande installaties?

Voer jaarlijks een gap-analyse uit die uw installatie toetst aan actuele regelgeving, controleer of wijzigingen in PGS-richtlijnen of BAL-voorschriften nieuwe eisen stellen, documenteer alle aanpassingen systematisch, en overweeg vrijwillige certificering volgens BRL SIKB 7800 voor sterkere compliance-positie.

Start met inventarisatie van alle chemische stoffen die u opslaat of verwerkt. Controleer vervolgens of deze stoffen geregistreerd zijn onder REACH en of u beschikt over actuele Veiligheidsinformatiebladen. Daarnaast verifieert u of opgeslagen hoeveelheden binnen vergunde limieten blijven en of stoffensubstitutie mogelijk is naar veiligere alternatieven.

Vervolgens beoordeelt u of uw huidige installatie voldoet aan de meest recente PGS-richtlijnen. PGS 31 biedt bijvoorbeeld voor bepaalde installaties minder zware eisen dan eerdere richtlijnen. Echter kan het bevoegd gezag ook besluiten strengere maatwerkvoorschriften op te leggen indien specifieke lokale omstandigheden dat rechtvaardigen.

Documenteer alle inspecties, onderhoudswerkzaamheden en wijzigingen aan installaties systematisch. Deze documentatie dient als bewijs van zorgplicht onder het BAL. Bovendien helpt historische documentatie bij aantonen van compliance tijdens inspecties door overheidsinstanties.

Implementatie van managementsystemen

Implementeer een gestructureerd managementsysteem voor chemische veiligheid. Dit systeem omvat procedures voor inkoop, opslag, gebruik, onderhoud en afvoer van chemische stoffen. Daarnaast bevat het protocollen voor periodieke controles, incident-rapportage en continue verbetering van veiligheidsmaatregelen.

Train personeel regelmatig in veilige werkmethoden en noodprocedures. Deze training moet aantoonbaar zijn via opleidingsregistratie en competentiematrix. Vervolgens evalueert u effectiviteit van training door praktijktesten en observatie van werknemersgedrag.

Werk samen met erkende adviseurs en inspectiediensten voor externe validatie van uw compliance. Deze professionals brengen onafhankelijke blik en kennis van best practices uit andere bedrijven. Bovendien signaleren zij potentiële risico’s die interne medewerkers over het hoofd kunnen zien door gewenning.

Advocaten gespecialiseerd in productregelgeving

Heeft u een juridische vraag over productregelgeving, discussies met een toezichthouder of andere marktdeelnemer? Onze specialisten Product Compliance in Amsterdam staan voor u klaar. Uw belang staat bij ons te allen tijde voorop en we zoeken graag naar praktische oplossingen en snel resultaat. Neem contact op met onze specialisten Product Compliance in Amsterdam en ontdek uw mogelijkheden. Wij zijn nationaal en internationaal actief voor spelers uit de maakindustrie. We hebben een sterk team van advocaten met als specialisatie productregelgeving. Onze advocaat Product Compliance Martin Krüger geeft leiding aan dit team. Bent u op zoek naar andere praktijkgebieden, dan kunnen onze advocaten in Amsterdam u mogelijk ook ondersteunen of aan een geschikte partner doorverwijzen.

+31 (0)20 – 210 31 38
mail@maakadvocaten.nl

Anderen zochten recent ook naar:

Juridische regelgeving rondom Bouwproducten
Wat te doen bij een product recall of terugroepactie?
Wat is productaansprakelijkheid?
REACH – Regelgeving voor chemische stoffen
Wat houdt de EUDR regelgeving in?
Speelgoedverordening 2026: wat zijn de veranderingen?
Handhaving door de NVWA: wat te doen?
Hoe voldoet mijn product aan de compliance vereisten?
Handhaving vorderen tegen een concurrent
Procedure starten bij een internationaal geschil
Nieuwe Europese Batterijenverordening

De informatie op deze pagina vormt geen juridisch advies. Er wordt geen aansprakelijkheid geaccepteerd. Voor advies, neem contact op met ons kantoor.

Nieuws & Artikelen

Waar bent u naar op zoek?