Verpakkingenrichtlijn

Gepubliceerd · bijgewerkt

De Verpakkingenrichtlijn, officieel Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval, harmoniseerde sinds 1994 de nationale regels voor verpakkingen. Per 12 augustus 2026 is die richtlijn ingetrokken. Sindsdien geldt de Verpakkingsverordening (EU) 2025/40 (PPWR) rechtstreeks in alle lidstaten (artikel 70 en 71 PPWR). Enkele bepalingen van de richtlijn gelden tijdelijk nog. In Nederland staan aanvullende regels in het Besluit beheer verpakkingen 2014.

De richtlijn wilde een hoog niveau van milieubescherming bereiken en tegelijk handelsbelemmeringen en concurrentieverstoringen in de interne markt voorkomen (artikel 1 lid 1). Ze bevatte de volgende belangrijke elementen:

  1. Definitie van verpakking: volgens artikel 3 punt 1 van de richtlijn was verpakking elk product, van welk materiaal ook, voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren en aanbieden van goederen, van grondstoffen tot afgewerkte producten. Sinds 12 augustus 2026 geldt de definitie van artikel 3 lid 1 punt 1 PPWR. Kort gezegd is verpakking nu een voorwerp dat bestemd is om door een marktdeelnemer te worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, hanteren, afleveren of presenteren van producten.
  2. Preventie en vermindering: de richtlijn stelde zogenaamde wezenlijke eisen aan de samenstelling van verpakkingen, om de schadelijkheid in het afvalstadium en de hoeveelheid verpakkingsafval te beperken (artikel 9 en bijlage II). Die eisen staan nu in de PPWR, onder meer over stoffen in verpakkingen (artikel 5) en over het minimaliseren van verpakkingen (artikel 10).
  3. Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV, Engels: EPR): de richtlijn legde zelf geen plichten op aan producenten. Zij verplichtte de lidstaten om uiterlijk 31 december 2024 voor alle verpakkingen een UPV-regeling in te voeren (artikel 7 lid 2, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/852). Producenten kregen hun plichten dus via het nationale recht. Sinds 12 augustus 2026 gelden de plichten rechtstreeks: een producent registreert zich in elke lidstaat waar hij verpakkingen voor het eerst aanbiedt en draagt daar de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 44 en 45 PPWR).
  4. Recyclingdoelstellingen: Richtlijn (EU) 2018/852 voegde recyclingdoelen per materiaal toe, bijvoorbeeld voor ferrometalen en aluminium, en een nieuwe rekenmethode voor die percentages (artikel 6 lid 1 en artikel 6a van de richtlijn).
  5. Wegwerpplastic: de maatregelen tegen wegwerpplastic staan niet in de Verpakkingenrichtlijn, maar in een aparte richtlijn, de SUP-richtlijn (EU) 2019/904. Die verbiedt onder meer bestek, borden, rietjes en roerstaafjes van eenmalig kunststof vanaf 3 juli 2021 (artikel 5 en bijlage deel B). Sinds 3 juli 2024 moeten doppen en deksels vastzitten aan drankverpakkingen van eenmalig kunststof tot 3 liter (artikel 6 lid 1 en bijlage deel C). In Nederland staat die laatste regel in artikel 15c Besluit beheer verpakkingen 2014.

Welke recyclingdoelen gelden voor verpakkingsafval?

De richtlijn (artikel 6 lid 1, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2018/852) en nu artikel 52 lid 1 PPWR stellen recyclingdoelen. Het zijn doelen voor de lidstaten, geen rechtstreekse plichten voor bedrijven:

  • uiterlijk 31 december 2025 wordt ten minste 65% van al het verpakkingsafval gerecycled;
  • uiterlijk 31 december 2030 is dat ten minste 70%.

Daarnaast gelden doelen per materiaal, bijvoorbeeld (eind 2025 / eind 2030):

  • kunststof: 50% / 55%
  • glas: 70% / 75%
  • papier en karton: 75% / 85%

In Nederland legt het Besluit beheer verpakkingen 2014 wel rechtstreeks recyclingpercentages op aan de producent of importeur, per kalenderjaar (artikel 5a en artikel 6). Zo moet per kalenderjaar ten minste 70 gewichtsprocent worden gerecycled van de verpakkingen die hij in dat jaar heeft gebruikt voor producten die hij in de handel bracht en die afval zijn geworden (artikel 6 lid 1).

Welke eisen gelden voor verpakkingen?

De richtlijn stelde zogenaamde “wezenlijke eisen” aan verpakkingen (artikel 9 en bijlage II). Een deel daarvan blijft tot 31 december 2029 gelden (artikel 70 PPWR). De wezenlijke eisen waren:

  • Beperking van gewicht en volume tot het minimum noodzakelijke
  • Ontwerp gericht op hergebruik en recycling
  • Minimalisering van gevaarlijke stoffen
  • Geschiktheid voor terugwinning van materialen

Sinds 12 augustus 2026 staan de eisen in de PPWR (artikel 5 tot en met 12). De meeste ontwerpeisen gelden pas later. Een overzicht:

  • sinds 12 augustus 2026: de fabrikant brengt alleen verpakkingen in de handel die aan de artikelen 5 tot en met 12 voldoen, voert de conformiteitsbeoordeling uit en stelt technische documentatie en een EU-conformiteitsverklaring op (artikel 15);
  • sinds 12 augustus 2026: verpakkingen voor contact met levensmiddelen met PFAS boven de grenswaarden mogen niet op de markt (artikel 5 lid 5);
  • vanaf 12 februari 2028: wie verkoopverpakkingen vult, beperkt de lege ruimte tot het minimum (artikel 24 lid 4);
  • vanaf 12 augustus 2028 of later: een geharmoniseerd materiaaletiket voor sortering door consumenten (artikel 12 lid 1);
  • vanaf 1 januari 2030: gewicht en volume tot het noodzakelijke minimum, zonder dubbele wanden of valse bodems (artikel 10), en een verbod op de formaten en toepassingen uit bijlage V (artikel 25);
  • vanaf 1 januari 2030 of later: alle verpakkingen recyclebaar (artikel 6), een minimumaandeel gerecycled materiaal in kunststof delen (artikel 7 lid 1) en maximaal 50% lege ruimte in verzamel-, transport- en e-commerceverpakkingen (artikel 24 lid 1).

Welke verpakkingsregels gelden in Nederland?

De Verpakkingenrichtlijn is in Nederland uitgevoerd in de Wet milieubeheer en het Besluit beheer verpakkingen 2014, dat grotendeels sinds 1 januari 2015 geldt (artikel 20). Het besluit richt zich vooral tot de “producent of importeur”. Daaronder valt ook een buitenlandse onderneming die verpakte producten via overeenkomsten op afstand rechtstreeks aan consumenten in Nederland verkoopt (artikel 1 lid 1 onder g). Naast de recyclingpercentages geldt onder meer een maximum van 100 ppm voor lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom in verpakkingen, met enkele uitzonderingen (artikel 2). Op kunststof flessen water en frisdrank en op metalen drankverpakkingen tot 3 liter rust statiegeld (artikel 12 en 13).

De nieuwe Europese Verpakkingsverordening (PPWR) is geen plan meer. Verordening (EU) 2025/40 is vastgesteld op 19 december 2024 en geldt sinds 12 augustus 2026 rechtstreeks (artikel 71). Zij vervangt de richtlijn (artikel 70). Strengere eisen, zoals een verplicht minimumaandeel gerecycled kunststof, gelden vanaf 1 januari 2030 of later (artikel 7).

Let op: de tekst van het Besluit beheer verpakkingen 2014 verwijst nog naar Richtlijn 94/62/EG. Een aanpassing aan de PPWR was bij raadpleging op 25 oktober 2026 nog niet in werking getreden. Waar het besluit strijdig is met de PPWR, gaat de verordening voor. Het oudere Besluit beheer verpakkingen en papier en karton is ingetrokken (artikel 19 lid 1).

Welke plichten heb je als producent onder de PPWR?

De PPWR verdeelt de plichten over de marktdeelnemers in de keten:

  • Fabrikant: brengt alleen conforme verpakkingen in de handel en bewaart de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring 5 jaar (eenmalig gebruik) of 10 jaar (herbruikbaar) (artikel 15). Wie verpakkingen onder eigen naam of merk verkoopt, geldt als fabrikant (artikel 21).
  • Producent: registreert zich in elke lidstaat waar hij verpakkingen voor het eerst aanbiedt en mag zonder registratie niet aanbieden (artikel 44 lid 2 en 4). Wie in een lidstaat producent is, hangt af van wie de verpakking daar beschikbaar stelt en waar die gevestigd is (artikel 3 lid 1 punt 15 onder a tot en met e). Een leverancier die niet in die lidstaat is gevestigd, is daar in de regel alleen producent als hij rechtstreeks aan eindgebruikers levert; anders is dat in de regel de in die lidstaat gevestigde partij die de verpakking als eerste beschikbaar stelt.
  • Buitenlandse producent: wie rechtstreeks aan eindgebruikers in een andere lidstaat levert, wijst daar een gemachtigde voor de UPV aan (artikel 45 lid 3).
  • Distributeur: controleert vóór het aanbieden of de producent in het producentenregister staat en of het etiket klopt (artikel 19 lid 2).
  • Fulfilmentdienstverlener en onlineplatform: de fulfilmentdienstverlener controleert de registratiegegevens van de producent en schort zo nodig zijn dienst op (artikel 20 en 45 lid 7-8); een onlineplatform vraagt het registratienummer en een zelfcertificering op (artikel 45 lid 4).

Veelgestelde vragen over de Verpakkingenrichtlijn

Geldt de Verpakkingenrichtlijn 94/62/EG nog?

Nee. De richtlijn is per 12 augustus 2026 ingetrokken (artikel 70 lid 1 PPWR). Enkele bepalingen gelden tijdelijk nog, bijvoorbeeld artikel 5 lid 2 en 3, artikel 6 lid 1 onder d en e en artikel 6a tot 31 december 2028, en de wezenlijke eisen van artikel 9 lid 1 en 2 gedeeltelijk tot 31 december 2029. Verwijzingen naar de richtlijn gelden als verwijzingen naar de PPWR (artikel 70 lid 5).

Wat is het verschil tussen de Verpakkingenrichtlijn en de Verpakkingsverordening (PPWR)?

Een richtlijn richt zich tot de lidstaten. Bedrijven kregen hun plichten daarom via nationale regels, zoals het Besluit beheer verpakkingen 2014. De PPWR is een verordening en geldt sinds 12 augustus 2026 rechtstreeks voor bedrijven: ontwerpeisen in artikel 5 tot en met 12 en registratie en producentenverantwoordelijkheid in artikel 44 en 45.

Wat is producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen?

Onder de PPWR registreert de producent zich in elke lidstaat waar hij verpakkingen voor het eerst aanbiedt en draagt hij daar de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 44 lid 2 en 45 lid 1). Wie rechtstreeks aan eindgebruikers in een andere lidstaat levert, wijst daar een gemachtigde aan (artikel 45 lid 3). In Nederland legt het Besluit beheer verpakkingen 2014 daarnaast recyclingpercentages op aan de producent of importeur (artikel 5a en 6).

Welke recyclingdoelen gelden voor verpakkingsafval?

Ten minste 65% van al het verpakkingsafval moet uiterlijk 31 december 2025 worden gerecycled en ten minste 70% uiterlijk 31 december 2030, met aparte doelen per materiaal (artikel 52 lid 1 PPWR). Dat zijn doelen voor de lidstaten. In Nederland moet de producent of importeur per kalenderjaar ten minste 70 gewichtsprocent van zijn verpakkingen die afval zijn geworden laten recyclen (artikel 6 lid 1 Besluit beheer verpakkingen 2014).

Welke eisen gelden voor verpakkingen van voedingsmiddelen?

Sinds 12 augustus 2026 mogen verpakkingen voor contact met levensmiddelen geen PFAS boven de grenswaarden van artikel 5 lid 5 PPWR bevatten. Vanaf 1 januari 2030 of later gelden ook minimumpercentages gerecycled materiaal voor kunststof delen, met aparte percentages voor contactgevoelige verpakkingen (artikel 7 lid 1). De regels over materialen die met levensmiddelen in contact komen, blijven daarnaast gelden (artikel 1 lid 3 Besluit beheer verpakkingen 2014).

Primaire bronnen

Zoek je een advocaat voor de Verpakkingenrichtlijn en de PPWR?

MAAK Advocaten behartigt graag je belangen en onze advocaten hebben de kennis en ervaring die je zoekt. Door cliënten worden we aanbevolen vanwege onze daadkrachtige, to-the-point en praktische oplossingen. Voor al je vragen over de Verpakkingenrichtlijn en de Verpakkingsverordening (PPWR) staan we je dan ook graag bij met advies en juridische ondersteuning. Onze ervaren advocaat commercial law, Remko Roosjen, sta je graag als eerste te woord en hij bespreekt met je de zaak en de uitdagingen die voorliggen.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
Wie ben je?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?