Gepubliceerd op · Laatst bijgewerkt op

Wat betekent ‘eigen oorspronkelijk karakter’ bij auteursrecht?

Gepubliceerd · bijgewerkt

Een werk heeft een eigen oorspronkelijk karakter wanneer de vormgeving niet is ontleend aan een bestaand werk en creatieve keuzes van de maker bevat. Het werk moet het persoonlijk stempel van de maker dragen als eigen intellectuele schepping, waarbij het onwaarschijnlijk is dat iemand anders onafhankelijk tot precies hetzelfde resultaat komt.

Het auteursrecht beschermt makers van creatieve werken automatisch vanaf het moment van creatie. De term eigen oorspronkelijk karakter vormt een belangrijk criterium voor deze bescherming volgens artikel 1 van de Auteurswet. Deze juridische maatstaf bepaalt namelijk of een creatie in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming onder Nederlands recht.

Het begrip “eigen oorspronkelijk karakter” bestaat uit twee afzonderlijke maar verbonden elementen. Daarom moet je bij het creëren of beoordelen van werken rekening houden met beide aspecten om auteursrechtelijke bescherming te verkrijgen.

Hoe bepaal je of een werk een eigen karakter heeft?

Een werk bezit een eigen karakter wanneer de vorm niet direct is afgeleid van reeds bestaand materiaal. Dit betekent echter niet dat je geen gebruik mag maken van algemeen beschikbare elementen. Auteursrechtzaken draaien vaak om de vraag of er voldoende afstand bestaat tussen het nieuwe werk en bestaande creaties.

Creatieve keuzes vormen de kern van het eigen karakter. Bij het ontwikkelen van een website bijvoorbeeld kunnen verschillende elementen elk afzonderlijk niet beschermd zijn, maar de specifieke selectie en combinatie ervan wél auteursrechtelijke bescherming genieten. Hierbij komt het aan op de manier waarop je elementen selecteert, ordent en integreert tot een geheel.

Het Europees Hof van Justitie hanteert de formulering dat sprake moet zijn van “een eigen intellectuele schepping van de auteur”. Dit houdt in dat je werk het resultaat moet zijn van scheppende menselijke arbeid. Bovendien moet het werk zich onderscheiden van wat anderen binnen dezelfde context logischerwijs zouden creëren.

Banale of triviale elementen krijgen geen bescherming. Een standaard functionaliteit op een website, zoals een zoekvak of navigatiemenu, kan daarom geen auteursrecht claimen. Echter, de specifieke visuele uitwerking en unieke combinatie van dergelijke elementen kan wél bescherming genieten wanneer dit voldoende originaliteit toont.

Technische beperkingen verkleinen de ruimte voor auteursrechtelijke bescherming. Als je vormgeving voornamelijk wordt gedicteerd door technische vereisten, vermindert dit de mogelijkheid voor creatieve keuzes. Desondanks kunnen zelfs binnen technische kaders originele oplossingen ontstaan die bescherming verdienen.

Wat houdt het persoonlijk stempel van de maker in?

Het persoonlijk stempel verwijst naar de unieke, herkenbare handtekening van de maker in het werk. Bij een succesvolle auteursrechtclaim kan de maker aantonen dat het werk kenmerken draagt die specifiek aan hem zijn toe te schrijven.

Individuele creativiteit moet zichtbaar zijn in het eindresultat. Dit betekent dat je specifieke manier van werken, je ontwerpkeuzes of je inhoudelijke aanpak merkbaar moet zijn. Bij fotografie bijvoorbeeld kunnen de gekozen belichting, compositie en moment samen het persoonlijk stempel vormen.

De maker moet daadwerkelijk creatieve beslissingen hebben genomen tijdens het scheppingsproces. Louter mechanisch kopiëren of toepassen van standaardtechnieken levert geen persoonlijk stempel op. Echter, het combineren van bestaande elementen op een originele manier kan wel degelijk je persoonlijk stempel dragen.

Professionele context speelt een rol bij de beoordeling. In een zakelijke omgeving, zoals bij het ontwerpen van bedrijfsmaterialen, moet je aantonen dat je werk meer is dan standaard branchepraktijk. Tevens moet duidelijk zijn dat creatieve keuzes mogelijk waren en daadwerkelijk zijn gemaakt.

Wil je zekerheid over de auteursrechtelijke bescherming van je werken? Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren je specifieke situatie en adviseren over de juridische positie van je creaties.

Welke praktijkvoorbeelden illustreren eigen oorspronkelijk karakter?

Een relevant voorbeeld uit de rechtspraak betreft de zaak tussen Philips en Lidl over scheerapparaten. Philips had in 2006 het scheerapparaat Arcitec geïntroduceerd, gevolgd door de ST3D als bewerking daarvan in 2010. Lidl bracht vervolgens een Silvercrest scheerapparaat op de markt vanaf juni 2016.

De rechtbank oordeelde dat de ST3D als bewerking afzonderlijk moest worden beoordeeld op eigen oorspronkelijk karakter. Daarbij gold dat elementen overgenomen van de oorspronkelijke Arcitec niet konden bijdragen aan de gestelde oorspronkelijkheid van de bewerking. Alleen de toegevoegde verschillen tussen de ST3D en Arcitec waren relevant voor de beoordeling.

In een zaak over websites tussen twee tuinartikelenleveranciers eiste de eisende partij auteursrechtelijke bescherming voor haar webdesign. De rechtbank verwierp deze vordering echter omdat onvoldoende geconcretiseerd was welke specifieke elementen auteursrechtelijke bescherming genoten. Bovendien bleken veel gebruikte elementen standaard in de branche, zoals fotosliders en bepaalde lay-out keuzes.

Concrete voorbeelden van beschermde werken omvatten romans, muzikale composities, choreografieën, films, schilderijen, architectonische werken, foto’s en software. In al deze gevallen moet per situatie worden beoordeeld of voldoende originaliteit aanwezig is. Een melodie gekrabbeld op een bierviltje kan bescherming genieten, terwijl dezelfde melodie enkel in iemands hoofd nog niet voldoet aan de eis van zintuiglijke waarneembaarheid.

Hoe bewijs je dat een werk eigen oorspronkelijk karakter heeft?

Volgens artikel 150 Rv rust op degene die auteursrecht claimt de stelplicht om aan te tonen dat en waarom het werk aan de werktoets voldoet. in veel gevallen waarin eisers falen, blijkt onvoldoende onderbouwing de doorslaggevende factor.

Je moet per element dat bescherming claimt aannemelijk maken waarom dit element resulteert uit scheppende menselijke arbeid en creatieve keuzes. Algemene bewoordingen zoals “uniek ontwerp” of “originele creatie” volstaan niet. Daarentegen moet je specifiek toelichten welke keuzemogelijkheden bestonden en waarom je specifieke keuzes tot een beschermbaar werk leiden.

Bewijslast kent echter ook een omkering. Wanneer je aantoont dat een ander werk zodanig je auteursrechtelijk beschermde trekken vertoont dat de totaalindrukken te weinig verschillen, ontstaat een vermoeden van ontlening. Vervolgens moet de vermeende inbreukmaker bewijzen dat hij niet heeft ontleend aan je werk, vaak zeer moeilijk te leveren bewijs.

Bij het opbouwen van bewijs helpt het om het creatieproces te documenteren. Schetsen, conceptversies en ontwerpkeuzes kunnen aantonen dat je werkelijk creatieve beslissingen heeft genomen. Bovendien versterkt tijdsregistratie je positie door aan te tonen wanneer je werk ontstond.

Wat gebeurt er met bewerkingen van oorspronkelijke werken?

Artikel 10 lid 2 van de Auteurswet bepaalt dat een bewerking als zelfstandig werk wordt beschermd, onverminderd het auteursrecht op het oorspronkelijke werk. Dit betekent dat zowel de maker van het oorspronkelijke werk als de bewerker rechten kunnen hebben op respectievelijk het origineel en de bewerking.

De bewerker kan echter geen rechten ontlenen aan de auteursrechtelijk beschermde trekken die hij overneemt van het oorspronkelijke werk. Het auteursrecht van de bewerker beperkt zich namelijk tot de elementen die de bewerking toevoegt en die zelfstandig aan de werktoets voldoen. Hierdoor blijft het auteursrecht op het oorspronkelijke werk volledig intact.

Als een bewerking aan de werktoets voldoet én daarnaast voldoende auteursrechtelijk beschermde trekken van het originele werk bevat, ontstaat een dubbele situatie. De bewerking is dan zowel een zelfstandig werk waarop het auteursrecht van de bewerker rust, als een verveelvoudiging van het oorspronkelijke werk waarop het auteursrecht van de oorspronkelijke maker rust.

Wanneer beide auteursrechten in één hand komen, bijvoorbeeld doordat de oorspronkelijke maker later ook de bewerking maakt, kan de rechthebbende beide rechten inzetten tegen derden. Dit betekent echter niet dat het auteursrecht op de bewerking automatisch het auteursrecht op het oorspronkelijke werk omvat, beide blijven juridisch gescheiden rechten.

Welke elementen kunnen geen eigen oorspronkelijk karakter hebben?

Niet alle creaties komen in aanmerking voor auteursrechtelijke bescherming, zelfs wanneer je er tijd en moeite in heeft gestoken. Claims op auteursrecht stranden vaak omdat de gestelde elementen niet aan de werktoets voldoen.

Banale en triviale elementen krijgen geen bescherming. Iets dat zo eenvoudig is dat daarachter geen creatieve arbeid valt aan te wijzen, voldoet niet aan de vereisten. Standaard tekstfragmenten, algemeen gebruikte lay-outs of gangbare ontwerpkeuzes binnen een branche kunnen daarom geen auteursrecht claimen.

Elementen die uitsluitend dienen voor een technisch effect vallen buiten de beschermingsomvang van het auteursrecht. Hiervoor bestaat het octrooirecht. Als je vormgeving louter noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch resultaat, ontbreekt de creatieve vrijheid die nodig is voor auteursrechtelijke bescherming.

Objectieve elementen en openbare bronnen kunnen evenmin beschermd worden. Wanneer je gebruikmaakt van standaard frameworks of algemeen beschikbare templates, genieten deze onderdelen geen auteursrechtelijke bescherming. Alleen je specifieke toevoegingen en originele combinaties kunnen bescherming claimen.

Louter ideeën krijgen geen bescherming onder het auteursrecht. Het werk moet zintuiglijk waarneembaar zijn, wat betekent dat het zichtbaar, leesbaar of hoorbaar moet zijn. Een melodie in je hoofd is niet beschermd, maar wordt dat wel zodra deze op papier staat of is opgenomen.

Hoe werkt overdracht van auteursrecht bij eigen oorspronkelijk karakter?

Een auteursrecht kan worden overgedragen door de auteursrechthebbende, maar dit moet wel in een schriftelijke akte worden vastgelegd. Deze eis waarborgt dat overdracht bewust en weloverwogen gebeurt. Mondelinge afspraken over overdracht van auteursrecht zijn daarom juridisch niet afdwingbaar.

Bij opdrachtsituaties ontstaat regelmatig onduidelijkheid over auteursrechthebbendheid. Wanneer je een ontwerper inhuurt om een logo te creëren, blijft de ontwerper in beginsel auteursrechthebbende. Echter, via contractuele afspraken kunnen partijen regelen dat het auteursrecht overgaat op de opdrachtgever. Dergelijke afspraken moeten expliciet worden gemaakt.

Werknemers vormen een uitzondering op de hoofdregel. Wanneer een werk door een werknemer in het kader van zijn dienstverband wordt gemaakt, rust het auteursrecht automatisch bij de werkgever. Toch verdient het aanbeveling om ook in arbeidsovereenkomsten specifieke bepalingen over auteursrechten op te nemen ter voorkoming van discussies.

Een licentieovereenkomst biedt een alternatief voor volledige overdracht. Hierin verleent de auteursrechthebbende toestemming aan anderen om het werk te gebruiken voor specifieke doeleinden. In een licentie kunnen partijen afspraken vastleggen over gebruiksduur, geografisch bereik en toegestane bewerkingen. Hierdoor behoudt de maker controle terwijl anderen het werk mogen exploiteren.

Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam voor persoonlijk juridisch advies over de auteursrechtelijke bescherming van je werken en de overdracht van intellectuele eigendomsrechten in je specifieke zakelijke situatie.

Wat moet je doen bij inbreuk op eigen oorspronkelijk karakter?

Wanneer een ander zonder toestemming je auteursrechtelijk beschermde werk gebruikt, maakt deze inbreuk op je auteursrecht. Je kunt dan via de rechter vorderen dat deze inbreuk wordt gestaakt. Daarnaast kom je in aanmerking voor een schadevergoeding voor geleden financiële schade en winstderving.

Artikel 1019e Rv biedt de mogelijkheid om bij spoedeisende gevallen snel op te treden. Via een kort geding kun je binnen enkele weken een voorlopige voorziening verkrijgen. in veel gevallen waarin duidelijke inbreuk wordt aangetoond, krijgt de eiser een stakingsbevel toegewezen. Dit maakt snelheid tot een doorslaggevende factor bij intellectuele eigendomszaken.

Bij het constateren van inbreuk moet je zorgvuldig bewijs verzamelen. Screenshots, gedateerde voorbeelden en getuigenverklaringen kunnen je zaak ondersteunen. Bovendien versterkt het je positie wanneer je kunt aantonen dat de totaalindrukken van beide werken te weinig verschillen en ontlening daarom waarschijnlijk is.

De bewijslast ligt in eerste instantie bij je om aan te tonen dat inbreuk plaatsvindt. Je moet aannemelijk maken dat de inbreukmakende werken zodanig de auteursrechtelijk beschermde trekken van je werk vertonen dat ze niet als zelfstandige werken kunnen worden aangemerkt. Algemene gelijkenis volstaat niet; specifieke overeenkomsten in beschermde elementen zijn noodzakelijk.

Preventief optreden verdient de voorkeur boven achteraf procederen. Door duidelijke contractuele afspraken te maken over het gebruik van je werken en actief te monitoren waar je creaties verschijnen, verklein je het risico op inbreuk. Tevens kunnen watermerken, digitale handtekeningen en registratie van publicatiedata je bewijspositie versterken.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?