Product Recalls van Consumentenproducten

Gepubliceerd · bijgewerkt

Welke wet- en regelgeving geldt in Nederland en de EU?

Een recall van een consumentenproduct betekent dat je een gevaarlijk product terughaalt dat consumenten al hebben. Sinds 13 december 2024 regelt de Europese Verordening algemene productveiligheid (GPSR) dat: fabrikant, importeur en distributeur zorgen onmiddellijk voor corrigerende maatregelen en informeren de toezichthouders via de Safety Business Gateway (art. 9 lid 8, 11 lid 8 en 12 lid 4 GPSR). In Nederland handhaaft de NVWA via de Warenwet.

Bij een terugroepactie speelt ook de vraag wie aansprakelijk is; dat lees je bij een terugroepactie voor een onveilig product. Voor de onderliggende zorgplichten verwijzen wij naar productgerelateerde milieuwetgeving en zorgvuldigheidseisen en naar het overzicht productregelgeving en CE-markering. Wat een recall in het algemeen voor je onderneming betekent, lees je op onze pagina over product recall. Deze pagina gaat over consumentenproducten onder de GPSR en de rol van de NVWA.

Wat regelt de Verordening algemene productveiligheid (GPSR)?

De Europese richtlijn algemene productveiligheid (Richtlijn 2001/95/EG, GPSD) is met ingang van 13 december 2024 ingetrokken en vervangen door Verordening (EU) 2023/988 inzake algemene productveiligheid, de GPSR (art. 50 GPSR). De GPSR is in werking getreden op 12 juni 2023 en van toepassing sinds 13 december 2024 (art. 52). Producten die vóór 13 december 2024 volgens de oude richtlijn in de handel zijn gebracht, mogen op de markt blijven (art. 51). Als verordening geldt de GPSR rechtstreeks. Nederland voert haar uit via de Warenwet en het Warenwetbesluit uitvoering verordening algemene productveiligheid en verordening inzake accreditatie, dat sinds 13 december 2024 geldt. Dat besluit verbiedt onder meer te handelen in strijd met (onderdelen van) de artikelen 5, 9, 11, 12, 35, 36 en 37 GPSR (art. 2 lid 1).

De kern: alle marktdeelnemers brengen alleen veilige producten in de handel (art. 5). Meent de fabrikant, of heeft hij reden om aan te nemen, dat een product gevaarlijk is, dan neemt hij onmiddellijk corrigerende maatregelen, waaronder het uit de handel nemen of terugroepen als dat passend is. Hij informeert de consumenten en meldt het via de Safety Business Gateway aan de toezichthouders van alle lidstaten waar het product is aangeboden (art. 9 lid 8). Vergelijkbare plichten gelden voor de importeur (art. 11 lid 8) en de distributeur (art. 12 lid 4). De oude Nederlandse meldplicht van art. 21b Warenwet geldt niet voor producten die onder de GPSR vallen (art. 21b lid 4). De GPSR harmoniseert ook de recall zelf: het informeren van consumenten, het terugroepbericht en de remedies (art. 35-37). Voor onder meer levensmiddelen en geneesmiddelen geldt de GPSR niet (art. 2 lid 2). Wij helpen je ook met terugroepactie onveilig product.

Wat regelt EU-Verordening 1025/2012 over standaardisatie?

Deze verordening regelt de totstandkoming van Europese geharmoniseerde normen. Geharmoniseerde normen zijn Europese standaarden die op grond van Verordening 1025/2012 en specifieke productwetgeving worden ontwikkeld. Voor productveiligheid is vooral van belang wat de GPSR met normen doet. Voldoet een consumentenproduct aan een Europese norm waarvan de referentie op grond van art. 10 lid 7 van Verordening 1025/2012 in het Publicatieblad van de EU is bekendgemaakt, dan wordt vermoed dat het voldoet aan de algemene veiligheidseis (art. 7 lid 1 GPSR). Bij gebrek aan zo’n norm gelden de nationale eisen van de lidstaat waar het product wordt aangeboden. Het vermoeden is niet absoluut: toezichthouders kunnen toch maatregelen nemen (art. 7 lid 3 GPSR).

Dit is van belang bij zowel preventie als beoordeling van recalls: producten die niet aan relevante normen voldoen, lopen meer risico als “gevaarlijk” te worden aangemerkt. Verordening 1025/2012 faciliteert ook dat bij opkomende gevaren snelle ontwikkeling of herziening van normen kan plaatsvinden (in samenwerking met CEN/CENELEC) om de veiligheid te verhogen. Kortom, normen vormen een belangrijk referentiekader bij de vraag of een product “veilig” is in de zin van de GPSR.

Hoe werkt het RAPEX-systeem (Safety Gate)?

RAPEX is het EU Rapid Alert System voor gevaarlijke (non-food) consumentenproducten. Het was gebaseerd op art. 12 van de inmiddels ingetrokken Richtlijn 2001/95/EG; onder de GPSR heet het het Safety Gate Rapid Alert System (art. 25 GPSR). Bedrijven melden zelf niet in Safety Gate, maar via de Safety Business Gateway. Via RAPEX wisselen EU-lidstaten en de Europese Commissie razendsnel informatie uit over onveilige producten en genomen maatregelen (zoals recalls of veiligheidswaarschuwingen). In Nederland meldt de NVWA, na ontvangst van een bedrijfsmelding of eigen constatering, gevaarlijke producten in dit systeem. Andere lidstaten kunnen daarop maatregelen nemen als het product ook daar op de markt is.

RAPEX (inmiddels via het online platform Safety Gate) zorgt zo voor EU-brede coördinatie van terugroepacties en waarschuwingen. Daarnaast bestaat er voor voedsel een apart meldsysteem (RASFF), maar voor consumentenproducten is RAPEX het relevante systeem. Voor producten onder EU-harmonisatiewetgeving regelt art. 20 van de Markttoezichtverordening (EU) 2019/1020 het gebruik van het systeem; die regeling stond eerder in Verordening (EG) 765/2008, maar is daaruit geschrapt. Voor ondernemingen betekent dit dat een melding/recall in Nederland niet onder de radar blijft: via RAPEX kan een recall internationale gevolgen hebben (bijvoorbeeld dat een product ook uit buitenlandse schappen wordt gehaald).

Wanneer is een recall vrijwillig en wanneer verplicht?

Vrijwillige recall (terugroepactie)

Vaak neemt een fabrikant of importeur zelf het initiatief tot een recall zodra een serieus veiligheidsprobleem aan het licht komt, bijvoorbeeld na interne tests of consumentenklachten. Vrijwillig betekent hier: op eigen initiatief. De plicht om bij een gevaarlijk product corrigerende maatregelen te nemen, volgt rechtstreeks uit de GPSR (art. 9 lid 8). Ook bij een recall op eigen initiatief geldt een wettelijke meldplicht: via de Safety Business Gateway informeer je de toezichthouders van alle lidstaten waar het product is aangeboden, in Nederland meestal de NVWA (art. 9 lid 8, 11 lid 8 en 12 lid 4 GPSR). De NVWA kan een recall begeleiden, bijvoorbeeld door de waarschuwing op haar website te publiceren, en houdt toezicht op de uitvoering. De verantwoordelijkheid ligt bij de marktdeelnemers: fabrikant, importeur en distributeur. Let op: in het terugroepbericht zelf gebruik je geen woorden die het risico verkleinen, zoals ‘vrijwillig’ of ‘uit voorzorg’ (art. 36 lid 2 GPSR). Recalls op eigen initiatief komen bijvoorbeeld voor als tijdens de productie een fout wordt ontdekt of als achteraf blijkt dat een productnorm niet werd gehaald.

Wanneer legt de toezichthouder een recall op?

Een terugroepactie kan ook door de toezichthouder worden afgedwongen. Neemt een marktdeelnemer zelf geen passende maatregelen, dan kan de minister, voor wie de NVWA optreedt, een zelfstandige last opleggen om gevaarlijke producten uit de handel te nemen of terug te roepen (art. 32h lid 1 Warenwet). Daarnaast kan hij een last onder bestuursdwang opleggen (art. 32 Warenwet) of in plaats daarvan een last onder dwangsom (art. 5:32 lid 1 Awb). De oude grondslag van art. 21 Warenwet geldt niet voor producten die onder de GPSR vallen (art. 21 lid 4 Warenwet). Belangrijk is dat de plicht tot corrigerende maatregelen, waaronder zo nodig een recall, al van rechtswege op de marktdeelnemers rust: op de fabrikant (art. 9 lid 8 GPSR), de importeur (art. 11 lid 8) en de distributeur (art. 12 lid 4). De NVWA hoeft dus geen apart bevel te geven voordat die plicht ontstaat.

Pas als de marktdeelnemer niet of niet voldoende optreedt, grijpt de toezichthouder in met een bindend besluit. Vaak gaat daaraan overleg vooraf over een recall op eigen initiatief. Blijft het gevaar bestaan, dan kan de NVWA de recall afdwingen. Bij een opgelegde recall ziet de NVWA toe op de inhoud en verspreiding van de waarschuwing en op het uit de markt halen van de producten. Wie een last tot uit de handel nemen of terugroepen niet uitvoert, pleegt een misdrijf (art. 32h lid 2 Warenwet). Daarnaast kan een bestuurlijke boete volgen (art. 32a Warenwet).

Welke rol speelt de NVWA bij een product recall?

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit speelt bij beide vormen van recall een centrale rol als toezichthouder op productveiligheid. De NVWA is bevoegd om: (a) meldingen van onveilige producten te ontvangen en te onderzoeken; (b) zelf markttoezicht uit te oefenen (inspecties, productcontroles); en (c) maatregelen op te leggen of te coördineren. Bij vrijwillige recalls beperkt de NVWA zich tot toezicht en ondersteuning, zij publiceert bijvoorbeeld de veiligheidswaarschuwing op haar website en informeert via Safety Gate de andere lidstaten. Voor radioapparatuur is niet de NVWA maar de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur de toezichthouder.

Bij verplichte recalls is de NVWA de initiërende handhavingsautoriteit: zij stelt dan formeel via een beschikking dat het product onveilig is en dat het bedrijf specifieke acties moet uitvoeren (waarschuwen, terughalen, vernietigen, etc.), op straffe van dwangmiddelen. In alle gevallen moet de NVWA op de hoogte worden gebracht van het risico. Samengevat: een vrijwillige recall is meestal door het bedrijf geïnitieerd (maar gemeld bij NVWA), terwijl een verplichte recall een door NVWA afgedwongen terughaalactie is in het kader van haar wettelijke handhavingstaak. Ook bij een verplichte recall liggen de uitvoerende handelingen in de regel bij de fabrikant of importeur; de NVWA treedt coördinerend en controlerend op. Wordt een last onder bestuursdwang niet uitgevoerd, dan kan de toezichthouder de maatregel wel zelf (laten) uitvoeren, op kosten van de overtreder (art. 5:21 en 5:25 lid 1 Awb).

Welke rol hebben producenten, importeurs en distributeurs?

In de productveiligheidsregelgeving hebben verschillende partijen in de toeleveringsketen eigen verplichtingen:

  • Fabrikant: De fabrikant is primair verantwoordelijk voor het ontwerpen en vervaardigen van veilige producten. Hij voert een interne risicoanalyse uit en stelt technische documentatie op, die hij tien jaar bewaart (art. 9 lid 2 en 3 GPSR). Het product draagt een type-, partij- of serienummer en zijn naam en contactgegevens (art. 9 lid 5 en 6). Blijkt een product toch gevaarlijk, dan neemt hij onmiddellijk corrigerende maatregelen, zoals een waarschuwing, aanpassing of recall, en meldt hij dat (art. 9 lid 8). Hij houdt een intern register bij van klachten, recalls en corrigerende maatregelen (art. 9 lid 12). Een importeur of distributeur wordt alleen als fabrikant behandeld als hij het product onder eigen naam of merk verhandelt of het wezenlijk wijzigt (art. 13 GPSR).
  • Importeur: De importeur brengt een product van buiten de EU op de EU-markt. Hij heeft eigen verplichtingen. Hij controleert vooraf of het product veilig is en of de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld en het product van identificatie en contactgegevens heeft voorzien (art. 11 lid 1 GPSR). Voor producten onder harmonisatiewetgeving controleert hij ook of de CE-markering en de documentatie, zoals de EU-conformiteitsverklaring, aanwezig zijn. Bij een gevaarlijk product informeert hij de fabrikant, zorgt hij voor corrigerende maatregelen en neemt hij die zo nodig zelf, informeert hij de consumenten en meldt hij het via de Safety Business Gateway (art. 11 lid 8).
  • Distributeur (groothandel/retail): Distributeurs, zoals groothandels en winkels, moeten er zorg voor dragen dat zij geen producten verhandelen die zij weten of vermoeden onveilig te zijn. Weet of vermoedt een distributeur dat een product gevaarlijk is, dan informeert hij onmiddellijk de fabrikant of importeur, zorgt hij dat corrigerende maatregelen worden genomen, waaronder zo nodig een recall, en zorgt hij dat de toezichthouders onmiddellijk via de Safety Business Gateway worden geïnformeerd (art. 12 lid 4 GPSR). Ook geeft hij het bericht door aan zijn eigen afnemers. Omgekeerd moeten distributeurs informatie van consumenten (klachten, incidenten) onmiddellijk terugrapporteren aan de producent of importeur. De distributeur heeft meestal niet de technische kennis van het productontwerp, maar wel de verantwoordelijkheid om mee te werken aan traceerbaarheid en terughaalacties. Zo zal een distributeur bij een recall zijn voorraad uit de schappen halen en de producent voorzien van de verkoopgegevens zodat klanten benaderd kunnen worden.
  • Detailhandelaar: De detailhandel (winkels) valt in principe onder de brede noemer van distributeur. Hun specifieke verplichting is om consumentenklachten of aanwijzingen van onveiligheid onverwijld te escaleren naar hun leverancier of rechtstreeks naar de fabrikant/importeur. Bij een terugroepactie moeten detailhandelaars stoppen met verkoop, posters ophangen in winkels of informatie op hun website zetten, en meewerken aan het terugnemen van producten van consumenten.

Alle schakels in de keten moeten dus veilige producten leveren en kunnen te maken krijgen met maatregelen om risico’s te beheersen. Van belang is onderlinge communicatie: de fabrikant houdt de rest van de keten op de hoogte (art. 9 lid 10 GPSR). Je kunt onderling afspreken wie de melding in de Safety Business Gateway doet, maar importeurs en distributeurs blijven er zelf verantwoordelijk voor dat de toezichthouders worden geïnformeerd (art. 11 lid 8 en 12 lid 4 GPSR). Kortom: fabrikanten richten zich op risicobeoordeling en actie, importeurs controleren vooraf en zorgen bij gevaar zelf voor maatregelen, en distributeurs geven informatie door, halen producten uit de handel en zorgen dat de maatregelen worden genomen.

Naast deze bestuursrechtelijke plichten kunnen producenten ook privaatrechtelijk aansprakelijk zijn voor schade door een gebrekkig product (art. 6:185 BW). Die aansprakelijkheid kan tegenover de benadeelde niet worden uitgesloten of beperkt (art. 6:192 lid 1 BW). Een terugroepactie neemt de aansprakelijkheid niet weg, maar kan wel verdere schade voorkomen. Voor producten die na 9 december 2026 in de handel worden gebracht, telt een terugroepactie ook mee bij de beoordeling of het product gebrekkig is (art. 7 lid 2 onder g Richtlijn (EU) 2024/2853). Dit onderstreept het belang voor alle betrokken partijen om bij een mogelijk gevaarlijk product meteen in actie te komen en samen te werken.

Hoe verloopt een productterugroepactie stap voor stap?

Wanneer een bedrijf geconfronteerd wordt met een (mogelijk) onveilig consumentenproduct, moeten zij gestructureerd te werk gaan. Onderstaand stappenplan geeft een concreet overzicht van de te nemen stappen, gebaseerd op wettelijke verplichtingen en best practices: Zie in dit verband ook plichten fabrikanten product recall.

  1. Inventariseer het probleem en beoordeel het risico: Zodra er signalen zijn dat een product onveilig kan zijn (bijv. interne kwaliteitstest, klachten van consumenten, ongevallen), moet de fabrikant of importeur een risicobeoordeling uitvoeren. Breng in kaart wat het gevaar inhoudt (bijv. verstikkingsgevaar, brandgevaar, chemisch risico) en hoe ernstig en waarschijnlijk het risico is voor de gebruiker. Raadpleeg waar nodig experts of keuringsinstanties. Leg tevens vast welke wettelijke veiligheidsnormen of specificaties het product mogelijk schendt. Deze eerste analyse bepaalt of een terugroepactie nodig is en hoe urgent maatregelen zijn. Als vuistregel: bij een ernstig risico voor de gezondheid of veiligheid van consumenten is onmiddellijk ingrijpen geboden, inclusief het voorbereiden van een recall.
  2. Identificeer het betrokken product en traceer de distributie: Bepaal precies om welk product (of partij) het gaat. Noteer het producttype, model, batchnummer, productiecode en relevante identificatiekenmerken. Zoek uit hoeveel stuks zijn geproduceerd en vanaf wanneer tot wanneer ze verkocht zijn. Belangrijk is het traceren van de productstroom: waar bevinden de producten zich nu? Zijn ze nog in de fabriek, bij groothandel, in winkels, of al bij consumenten? Deze traceerbaarheid is vaak mogelijk via administraties (leveringsbonnen, magazijnvoorraden, verkoopaantallen per afnemer). Als je bijvoorbeeld importeur bent, neem contact op met de fabrikant voor informatie over mogelijk getroffen series. Dit onderzoek legt de scope van de terugroepactie vast. Indien uit deze stap blijkt dat het product nog niet bij consumenten in huis is (alleen in magazijn/winkel), dan kan men een stille terugroepactie uitvoeren: feitelijk het product uit de distributieketen halen voordat de consument het koopt. De GPSR noemt dit uit de handel nemen (art. 3, punt 26) en niet een recall (art. 3, punt 25). Ook dan meld je een gevaarlijk product via de Safety Business Gateway (art. 9 lid 8 GPSR).
  3. Stop de verkoop en quarantaineer de voorraad: Zet onmiddellijk een verkoop- en distributiestop in werking voor het betreffende product. Instrueer alle distributeurs, detailhandelaren en eventuele webshops per direct te stoppen met de verkoop van het gevaarlijke artikel. Haal beschikbare voorraad uit de schappen (of laat dit doen door je afnemers) en plaats de producten apart (quarantaine) zodat ze niet per abuis toch verkocht of verzonden worden. Bij online verkoop zorg je dat het product offline gehaald wordt (verwijder het van websites). Deze stap voorkomt dat het probleem verergert terwijl je de recall voorbereidt. Documenteer ook deze acties, voor het dossier richting toezichthouders en als bewijs van je adequaat handelen. In deze fase kun je intern alvast een team samenstellen (kwaliteit, legal, PR) dat de terugroepactie gaat coördineren.
  4. Meld het gevaarlijke product bij de toezichthouders: Meen je, of heb je reden om aan te nemen, dat het product gevaarlijk is, dan meld je dat onmiddellijk via de Safety Business Gateway, het online portaal van de Europese Commissie voor bedrijven. De melding gaat naar de toezichthouders van alle lidstaten waar het product is aangeboden; in Nederland is dat meestal de NVWA (art. 9 lid 8, 11 lid 8 en 12 lid 4 GPSR). Zorg dat je paraat hebt: een beschrijving van het risico, ontvangen klachten of incidenten, aantallen en distributie, de productidentificatie uit stap 2 en de maatregelen die je al hebt genomen. Heeft het product geleid tot een ongeval met overlijden of ernstige gezondheidsschade, dan meldt de fabrikant ook dat ongeval via de Safety Business Gateway, zonder onnodige vertraging, bij de toezichthouder van de lidstaat waar het ongeval plaatsvond; importeurs en distributeurs informeren de fabrikant (art. 20 GPSR). Let op: deze meldplichten zijn wettelijk afdwingbaar. Handelen in strijd met onder meer art. 9, 11, 12 en 20 GPSR is verboden (art. 2 lid 1 Warenwetbesluit uitvoering) en kan leiden tot een bestuurlijke boete. Meld daarom tijdig en eerlijk. Je kunt in de keten afspreken dat één partij de melding doet, maar controleer dan onderling dat dit is gebeurd. Bewaar een kopie van de melding en van de correspondentie met de NVWA.
  5. Voer corrigerende maatregelen uit, op eigen initiatief of in opdracht: Na de melding neem je passende maatregelen om het risico weg te nemen. Welke maatregel passend is, hangt af van het geval: de GPSR spreekt van corrigerende maatregelen, waaronder het uit de handel nemen of terugroepen als dat passend is (art. 9 lid 8). Zijn de producten al bij consumenten, dan komt dat vaak neer op een recall of ten minste een waarschuwing aan consumenten. Besluit je zelf tot een recall, dan ga je direct aan de slag met stap 6 en verder. Heeft de NVWA je een last opgelegd om terug te roepen, dan doorloop je dezelfde stappen, onder toezicht van de NVWA. In beide gevallen is het doel hetzelfde: consumenten zo snel mogelijk informeren over het gevaar en het product uit de markt halen. NB: Bij een recall bied je de consument een keuze uit ten minste twee remedies, zoals reparatie of vervanging (art. 37 GPSR, zie stap 8).
  6. Informeer handelspartners en haal producten uit de markt: Breng direct alle schakels in de distributieketen op de hoogte van de terugroepactie. Neem contact op met groothandels, detaillisten, winkelketens, platformen waar het product is verkocht, etc. en geef duidelijke instructies: het product mag niet langer verkocht of aangeboden worden en alle voorraad bij hen moet uit de schappen en terug naar je als producent/importeur. Deze interne terughaalactie bij de tussenhandel is belangrijk om te voorkomen dat nog meer consumenten het product kopen. Coördineer de logistiek voor retourzending van voorraden uit winkels en magazijnen. Documenteer welke aantallen bij elk kanaal uit de handel zijn gehaald. Indien je over contactgegevens van eindklanten beschikt (bijvoorbeeld bij directe online verkoop), dan moet je hen rechtstreeks en zonder onnodige vertraging benaderen, bijvoorbeeld per e-mail of brief, met het verzoek het product niet meer te gebruiken (art. 35 lid 1 GPSR). Online marktplaatsen informeren bij een recall waarvan zij daadwerkelijk kennis hebben de getroffen kopers rechtstreeks en werken mee aan de recall (art. 22 lid 12 GPSR). Maak afspraken met je distributeurs over wie de consumentencommunicatie op zich neemt (veelal doet de fabrikant dit centraal, waarbij winkeliers eventueel doorverwijzen of hun klantenlijst delen).
  7. Waarschuw consumenten publiekelijk: Kun je niet alle getroffen consumenten rechtstreeks bereiken, dan verspreid je een duidelijk terugroepbericht via onder meer je website, sociale media, nieuwsbrieven en winkels, en zo nodig via massamedia (art. 35 lid 4 GPSR). Meld de recall ook op platforms waar het product is verkocht. In Nederland is het gebruikelijk de NVWA te vragen de waarschuwing op haar website te publiceren; de NVWA heeft een pagina met veiligheidswaarschuwingen waar consumenten actuele recalls kunnen zien. De inhoud van het terugroepbericht ligt vast in art. 36 lid 2 GPSR. De kop bestaat uit de woorden ‘Product safety recall’ in de taal van de lidstaat. Het bericht bevat een foto, de naam, het merk en de identificatienummers van het product, en vermeldt waar, wanneer en door wie het is verkocht. Het beschrijft het gevaar zonder termen die het risico verkleinen, zoals ‘vrijwillig’, ‘uit voorzorg’ of ‘geen ongevallen bekend’. En het bevat de opdracht het gebruik direct te staken, de beschikbare remedies, een gratis telefoonnummer of online dienst en een oproep om het bericht te delen. Het bericht verschijnt in de taal of talen van de lidstaten waar het product is aangeboden, in Nederland in elk geval in het Nederlands (art. 3 Warenwetbesluit uitvoering). Houd de boodschap helder en beknopt. Tip: Bekijk op de NVWA-site voorbeelden van andere recalls. Zodra de waarschuwing uit is, monitor je de respons (komen er veel vragen binnen, hoeveel producten worden teruggebracht) en stuur je zo nodig de communicatie bij, bijvoorbeeld met herhaalde oproepen via sociale media voor nog niet bereikte klanten.

Voorbeeld (fictief): een importeur ontdekt dat het scharnier van een klapstoel kan breken. Hij meldt dit via de Safety Business Gateway, stuurt kopers van wie hij gegevens heeft direct een bericht, publiceert een terugroepbericht met de kop uit art. 36 GPSR en laat kopers kiezen tussen kosteloze vervanging en terugbetaling.

  1. Bied consumenten een remedie: Een recall draait zowel om het waarschuwen als om het wegnemen van het gevaar bij consumenten die het product al hebben. De remedie moet doeltreffend, kosteloos en tijdig zijn, of je nu op eigen initiatief terugroept of op bevel van de toezichthouder (art. 37 GPSR). De consument kiest uit ten minste twee van de volgende drie opties: (1) reparatie, (2) vervanging door een veilig product van hetzelfde type en ten minste dezelfde waarde en kwaliteit, of (3) terugbetaling van ten minste de betaalde prijs. Je mag maar één remedie aanbieden als de andere onmogelijk of onevenredig kostbaar zijn. Deze regels volgen uit de GPSR zelf, niet uit een voorschrift van de NVWA. Lukt reparatie of vervanging niet binnen een redelijke termijn, dan heeft de consument altijd recht op terugbetaling. Deelname mag de consument niets kosten: hij draagt geen verzendkosten, en een product dat niet draagbaar is, haal je zelf op (art. 37 lid 5). Vermeld deze praktische punten duidelijk in het terugroepbericht.
  2. Verzamel en verwerk de teruggekomen producten: Zorg voor een veilige afhandeling van de geretourneerde producten. In logistiek opzicht moet je voorbereid zijn om mogelijk grote aantallen teruggezonden artikelen te ontvangen. Richt een centraal inzamelpunt in (magazijn of depot) en administreer hoeveel producten van consumenten en winkels terugkomen. Sla de teruggekomen goederen veilig op, zodanig dat het bekende risico geen verder gevaar oplevert (bijv. ontlaad batterijen als brandgevaar dreigt, of houd chemische producten gescheiden). Vervolgens moet besloten worden wat ermee gebeurt: vaak zullen producten met een veiligheidsgebrek worden vernietigd. Volg daarbij de milieuregels en voer het afval veilig af (schakel gecertificeerde vernietigingsbedrijven in indien nodig). In sommige gevallen kan een product na reparatie of modificatie weer veilig worden gemaakt; dit zou in overleg met de NVWA kunnen gebeuren, waarna het eventueel opnieuw op de markt mag (of voor onderdelen wordt gebruikt). Volg altijd de aanwijzingen van de toezichthouder in deze fase. De NVWA kan bijvoorbeeld eisen dat je bewijs van vernietiging levert of dat eerst een oorzaakonderzoek wordt afgerond. Houd de NVWA op de hoogte van je voortgang en overleg als je bepaalde producten wilt testen om de oorzaak van het defect te achterhalen, soms is dit nodig om rapportage richting de autoriteiten te doen of toekomstige risico’s te voorkomen.
  3. Evalueer de recall en voorkom herhaling: Nadat de acute fase voorbij is, is het voor het bedrijf van belang lering te trekken. Analyseer hoe het gevaar heeft kunnen ontstaan en neem zo nodig preventieve maatregelen (aanpassingen in ontwerp, productieproces, kwaliteitscontrole) om soortgelijke gebreken in de toekomst te voorkomen. Overweeg of interne procedures voor productveiligheid verbeterd kunnen worden. Werk het incident netjes af door ook je verzekeraar en juridische adviseurs te informeren (als dat niet al vanaf begin is gebeurd). Heb je een recallverzekering, controleer dan welke voorwaarden de polis stelt. Soms is er alleen dekking bij een (te verwachten) bevel van de overheid (Rb. Rotterdam 8 april 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:2671). Daarnaast moet je voorbereid zijn op eventuele schadeclaims van consumenten die schade hebben geleden door het product. Hoewel productaansprakelijkheid los staat van de recall-verplichting, kan een goed uitgevoerde recall de schade beperkt houden en laat het zien dat je als producent zorgvuldig handelt. In sommige gevallen kiezen bedrijven ervoor kleine schadeclaims coulant te behandelen (snel vergoeden) om verdere reputatieschade of procedures te voorkomen. Tot slot, zorg dat alle verplichtingen jegens de autoriteiten zijn nagekomen: stuur eventueel een eindrapport naar de NVWA over het verloop van de terugroepactie (aantal teruggebrachte items, oorzaak en gevolgtrekkingen, etc.) als daarom is gevraagd. Leg de recall vast in je interne register van klachten, recalls en corrigerende maatregelen (art. 9 lid 12 GPSR). De technische documentatie bewaar je tien jaar nadat het product in de handel is gebracht (art. 9 lid 3 en 11 lid 6); persoonsgegevens in het register bewaar je niet langer dan vijf jaar (art. 9 lid 13). Een degelijke afsluiting en evaluatie zetten de toon voor vertrouwen van zowel toezichthouder als consumenten in je bedrijf na het incident.

Het bovenstaande stappenplan volgt de verplichtingen uit de GPSR (art. 9, 11, 12, 20 en 35-37) en zou onderdeel moeten zijn van elk intern recall-plan van ondernemingen.

Wat leert de rechtspraak over recalls?

Recalls van consumentenproducten komen regelmatig voor, van speelgoed en elektronica tot huishoudelijke artikelen. De Nederlandse uitspraken hieronder gaan over levensmiddelen; voor levensmiddelen geldt de GPSR niet (art. 2 lid 2 GPSR) maar gelden eigen regels. Ze laten wel zien hoe de bestuursrechter een door de NVWA opgelegde recall of boete toetst.

In een uitspraak van 11 mei 2017 schorste de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam het onderdeel van een last onder dwangsom waarmee de minister een onderneming had opgedragen een recall van vitaminepreparaten in gang te zetten (ECLI:NL:RBROT:2017:3571). De voorzieningenrechter twijfelde of de nationale norm waarop het besluit berustte, verenigbaar was met het Europese recht. In de belangenafweging woog mee dat een recall vergaande inspanningen vergt en de reputatie kan schaden, terwijl de toezichthouder zelf lange tijd geen actieve maatregelen had genomen (r.o. 4.7-4.9). De uitspraak laat zien dat een recallbevel door de bestuursrechter kan worden getoetst en dat een voorlopige voorziening mogelijk is.

Wanneer ben je aansprakelijk bij een recall?

Een recall en civiele aansprakelijkheid staan naast elkaar. Voor schade door een gebrekkig product is de producent aansprakelijk zonder dat schuld nodig is, tenzij hij een van de bevrijdingsgronden bewijst (art. 6:185 lid 1 BW); een terugroepactie neemt die aansprakelijkheid niet weg. Wie een bekend gevaar niet meldt of geen recall uitvoert terwijl de wet dat eist, kan daarnaast onrechtmatig handelen (art. 6:162 BW). Voor producten die na 9 december 2026 in de handel worden gebracht, telt een terugroepactie ook mee bij de beoordeling of het product gebrekkig is (art. 7 lid 2 onder g Richtlijn (EU) 2024/2853). Bestuursrechtelijk kan het niet nakomen van recall- en meldplichten tot een boete leiden. Zo verklaarde de Rechtbank Rotterdam het beroep ongegrond van een vleesverwerker die een bestuurlijke boete van € 504.038 had gekregen. Zij had ondanks verzoeken van de NVWA en een last onder dwangsom geen verdergaande recall uitgevoerd, haar afnemers gevraagd een brief van de NVWA te negeren en niet met de NVWA samengewerkt (Rb. Rotterdam 29 juni 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6494, r.o. 7, 8 en 12). In hoger beroep bevestigde het College van Beroep voor het bedrijfsleven de overtredingen, maar verlaagde het de boete tot € 249.519 (CBb 22 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:388). Ook daar ging het om levensmiddelen.

Kun je de kosten van een recall verhalen op je leverancier?

Verhaal is mogelijk wanneer je aantoont dat het gebrek bij de toeleverancier is ontstaan en niet in je eigen productiefase. Contractuele vrijwaringen en algemene voorwaarden bepalen hoever dat verhaalsrecht reikt.

De bewijslast ligt bij de partij die verhaal zoekt. Leg daarom specificaties, kwaliteitsinspecties en leveranciersgaranties vast, en zorg dat je productie herleidbaar is via batchnummers. Zonder die tracering is de herkomst van het gebrek achteraf lastig aan te tonen.

Let op de termijnen. Heb je de producten of onderdelen gekocht, dan moet je de leverancier binnen bekwame tijd laten weten dat de levering niet aan de overeenkomst beantwoordt, nadat je dat hebt ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken (art. 7:23 lid 1 BW). Ontbreekt een eigenschap die de verkoper had toegezegd, of gaat het om feiten die hij kende of behoorde te kennen maar niet heeft meegedeeld, dan loopt die termijn pas vanaf de ontdekking. Een vordering op die grond verjaart twee jaar na de kennisgeving (art. 7:23 lid 2 BW), maar niet zolang je je rechten niet kunt uitoefenen door opzet van de verkoper (lid 3). Voor andere vorderingen tot schadevergoeding geldt in de regel een verjaringstermijn van vijf jaar nadat je met zowel de schade als de aansprakelijke partij bekend bent geworden, en in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis die de schade veroorzaakte (art. 3:310 lid 1 BW). Bij een buitenlandse leverancier komt daar de vraag bij welk recht van toepassing is en welke rechter bevoegd is. Tussen bedrijven die in verschillende verdragsstaten zijn gevestigd, is op de koop van roerende zaken in beginsel het Weens Koopverdrag (CISG) van toepassing (art. 1 lid 1 onder a CISG).

Wat speelt er bij een recall over de grens?

Binnen de interne markt stopt een recall zelden bij de grens. Toezichthouders stemmen onderling af via Safety Gate, waarmee meldingen over gevaarlijke producten tussen de lidstaten worden gedeeld.

Welk recht van toepassing is op aansprakelijkheid buiten contract, bepaalt de Rome II-verordening. Voor contractuele verhoudingen wijst de Rome I-verordening de weg, en daar kun je binnen grenzen zelf een rechtskeuze maken. Welk recht dat in jouw geval is, hangt af van de omstandigheden; laat dat per zaak beoordelen.

Houd er rekening mee dat een consument niet altijd in jouw land hoeft te procederen; welke rechter bevoegd is, volgt uit Europese bevoegdheidsregels. Geldt Nederlands recht, dan is een arbitragebeding in algemene voorwaarden tegenover een consument onredelijk bezwarend, tenzij de consument ten minste een maand krijgt nadat de gebruiker zich schriftelijk op het beding heeft beroepen, om alsnog voor de bevoegde rechter te kiezen (art. 6:236 onder n BW). Tussen ondernemingen kan een arbitragebeding met zetel in Nederland helpen om procedures in het buitenland te voorkomen.

Veelgestelde vragen over product recalls

Moet je altijd een publieke recall organiseren?

Nee. Heeft het product de consument nog niet bereikt, dan kan het volstaan om het uit de handel te nemen (art. 3, punt 26, GPSR). Een gevaarlijk product meld je wel via de Safety Business Gateway. Hebben consumenten het product al, dan informeer je hen rechtstreeks en waar nodig publiekelijk, en roep je het product terug als dat passend is (art. 9 lid 8 en 35 GPSR).

Wie betaalt de kosten als het gebrek bij je leverancier ligt?

Als marktdeelnemer draag je de recallkosten eerst zelf; voor de consument is de remedie kosteloos (art. 37 GPSR). Verhaal op je leverancier is een aparte stap, die staat of valt met je contractuele afspraken en met bewijs dat het gebrek in diens productie is ontstaan. Meld de afwijking tijdig bij je leverancier (art. 7:23 BW).

Kun je een recall verzekeren?

Dat kan, maar de dekking hangt af van de polis. Let op de dekkingsgrenzen en op de vraag of ook de kosten van de terugroepactie zelf zijn meeverzekerd, en niet alleen de schade die het product veroorzaakt. Sommige polissen dekken een recall alleen als er een bevel van de overheid is of zo’n bevel te verwachten was (Rb. Rotterdam 8 april 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:2671).

Welke sancties riskeer je bij niet-naleven?

De NVWA kan een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen (art. 32 Warenwet en art. 5:32 Awb) en per overtreding een bestuurlijke boete van ten hoogste de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (art. 32a lid 2 Warenwet). Doe je zelf niets, dan kan de minister een last opleggen om gevaarlijke producten uit de handel te nemen of terug te roepen; die last niet uitvoeren is een misdrijf (art. 32h Warenwet). Daarnaast blijf je civielrechtelijk aansprakelijk voor de schade die het product veroorzaakt.

Hoe meld je een recall bij de NVWA?

Via de Safety Business Gateway, het Europese meldportaal voor bedrijven. Daarmee informeer je de toezichthouders van alle lidstaten waar het product is aangeboden, in Nederland meestal de NVWA (art. 9 lid 8, 11 lid 8 en 12 lid 4 GPSR). De oude meldplicht van art. 21b Warenwet geldt niet voor producten onder de GPSR. Ongevallen met overlijden of ernstige gezondheidsschade meldt de fabrikant apart (art. 20 GPSR).

Primaire bronnen

Wanneer schakel je een advocaat in bij een recall?

Tot slot zij opgemerkt dat producenten er goed aan doen vooraf een terugroepactieplan en verzekering te hebben. Dit plan bevat interne procedures (wie beslist, hoe te communiceren) en checklists die overeenkomen met bovengenoemd stappenplan. Zo’n voorbereiding, gecombineerd met kennis van de wettelijke verplichtingen, zorgt dat men bij een incident snel en correct kan handelen, in het belang van consumentenveiligheid én ter beperking van juridische risico’s.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?