Vordering tot schadevergoeding

Gepubliceerd · bijgewerkt

Je kunt schadevergoeding vorderen als een ander aansprakelijk is voor je schade, meestal door een tekortkoming in een overeenkomst (artikel 6:74 BW) of een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Vergoed wordt vermogensschade en, waar de wet dat bepaalt, ander nadeel (artikel 6:95 BW). De vordering verjaart in de regel vijf jaar nadat je schade en aansprakelijke kent (artikel 3:310 BW).

Het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht kent een helder uitgangspunt: iedereen draagt zijn eigen schade, tenzij er een grond is om die schade op een ander af te wentelen. Die grond kan een overeenkomst zijn of de wet. Een leverancier die een overeenkomst niet nakomt en daardoor productieverlies veroorzaakt, is bijvoorbeeld aansprakelijk als de tekortkoming hem kan worden toegerekend en hij, waar dat nodig is, in verzuim is (artikel 6:74 BW).

De wet maakt onderscheid tussen vermogensschade (geleden verlies en gederfde winst, artikel 6:96 lid 1 BW) en ander nadeel, zoals smartengeld, dat alleen in de gevallen van de wet wordt vergoed (artikel 6:106 BW). Let ook op de verjaring: een vordering tot schadevergoeding verjaart in de regel vijf jaar na de dag waarop je zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend bent geworden (artikel 3:310 lid 1 BW). Een advocaat helpt je de juiste grondslag te kiezen en je schade goed te onderbouwen.

Wanneer kun je schadevergoeding vorderen?

Er zijn twee hoofdsituaties waarin je schadevergoeding kunt vorderen: bij wanprestatie (tekortkoming in een overeenkomst) en bij een onrechtmatige daad. In beide gevallen moet de schade in causaal verband staan met de tekortkoming of de daad, en moet zij als gevolg daarvan aan de aansprakelijke kunnen worden toegerekend (artikel 6:98 BW).

Wanprestatie: tekortkoming in nakoming

Wanneer een contractpartij haar verplichtingen niet nakomt, spreekt men van wanprestatie. Denk aan een leverancier die te laat levert, een dienstverlener die het werk niet volgens afspraak uitvoert, of een aannemer die een bouwproject niet volgens de specificaties realiseert. Iedere tekortkoming verplicht de schuldenaar de schade te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend (artikel 6:74 lid 1 BW). Is nakoming nog mogelijk, dan moet hij eerst in verzuim zijn (artikel 6:74 lid 2 BW). Dat verzuim treedt meestal pas in na een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke termijn, als nakoming binnen die termijn uitblijft (artikel 6:82 lid 1 BW). De vergoeding kan ook indirecte schade omvatten, tenzij het contract die geldig uitsluit.

Een fictief voorbeeld: een IT-bedrijf spreekt af dat een nieuw softwaresysteem binnen drie maanden werkt. Na zes maanden werkt het nog steeds niet. Het bedrijf mist daardoor omzet en betaalt voor tijdelijke oplossingen. De kosten van de tijdelijke oplossingen zijn geleden verlies. Van de gemiste omzet vorder je alleen de gederfde winst: de omzet min de kosten die je daardoor bespaart. Was de termijn van drie maanden een fatale termijn, dan is de leverancier zonder ingebrekestelling in verzuim (artikel 6:83 onder a BW).

Onrechtmatige daad als grondslag

Naast contractuele aansprakelijkheid bestaat er ook aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Een onrechtmatige daad is een inbreuk op een recht, of een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, tenzij er een rechtvaardigingsgrond is (artikel 6:162 lid 2 BW). Denk aan een situatie waarin een bedrijf vertrouwelijke informatie lekt, een leverancier opzettelijk een concurrent misleidt, of een aannemer schade toebrengt aan naastgelegen eigendommen.

Ook hier moet de schade in causaal verband staan met de daad en als gevolg daarvan aan de dader kunnen worden toegerekend (artikel 6:98 BW). De daad zelf moet de dader kunnen worden toegerekend: door zijn schuld of door een oorzaak die volgens de wet of de verkeersopvattingen voor zijn rekening komt (artikel 6:162 lid 3 BW). Verder moet de geschonden norm strekken tot bescherming tegen de schade die jij hebt geleden (artikel 6:163 BW). Een aannemer die bij graafwerk door onvoorzichtigheid de kabel van een naastgelegen bedrijf beschadigt, handelt bijvoorbeeld onrechtmatig en is aansprakelijk voor de schade die dat bedrijf daardoor lijdt.

Ontbinding wegens wanprestatie

Schadevergoeding kun je ook vorderen wanneer je een overeenkomst ontbindt wegens een tekortkoming. Je eigen verplichtingen vervallen dan, en de partij wier tekortkoming de grond voor ontbinding was, moet de schade vergoeden die je lijdt doordat de overeenkomst wordt ontbonden in plaats van over en weer nagekomen (artikel 6:277 lid 1 BW). Kan de tekortkoming haar niet worden toegerekend, dan geldt dat alleen in de beperkte gevallen van artikel 6:78 BW (artikel 6:277 lid 2 BW).

Welke schade komt in aanmerking voor vergoeding?

Schadevergoeding omvat vermogensschade en ander nadeel, zoals smartengeld, dit laatste alleen voor zover de wet daarop recht geeft (artikel 6:95 lid 1 BW). Als vermogensschade gelden ook redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade, ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte (artikel 6:96 lid 2 BW).

Vermogensschade: geleden verlies en gederfde winst

Geleden verlies betreft de daadwerkelijke kosten en uitgaven die je maakt als gevolg van de schade. Denk aan reparatiekosten, medische kosten, of vervangingskosten. Gederfde winst is de winst die je misloopt, bijvoorbeeld doordat je tijdelijk niet kunt werken of produceren. Beide elementen samen vormen de vermogensschade (artikel 6:96 lid 1 BW).

Een fictief voorbeeld: een zelfstandig ondernemer wordt op weg naar een klant aangereden. De reparatie van zijn bedrijfsauto van € 8.500 is geleden verlies. Kan hij drie weken niet werken en mist hij daardoor € 6.000 omzet, dan is zijn gederfde winst die omzet min de kosten die hij in die weken bespaart. De totale vermogensschade is dus de reparatie plus die gederfde winst.

Immateriële schade: smartengeld

Immateriële schade, ook wel smartengeld genoemd, is nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, zoals pijn of de aantasting van je goede naam. De wet geeft daarop alleen recht in bepaalde gevallen: bij lichamelijk letsel, bij aantasting in je eer of goede naam, als je op andere wijze in je persoon bent aangetast en bij aantasting van de nagedachtenis van een overleden naaste (artikel 6:106 onder b en c BW). Naasten van iemand met ernstig en blijvend letsel of van een overledene hebben recht op een wettelijk vastgesteld bedrag aan affectieschade (artikel 6:107 en 6:108 BW).

Daarnaast heb je recht op smartengeld wanneer de aansprakelijke persoon het oogmerk had je zulk nadeel toe te brengen (artikel 6:106 onder a BW). Dat komt in zakelijke geschillen zelden voor. De rechter stelt smartengeld naar billijkheid vast en kijkt daarbij in de praktijk ook naar bedragen in vergelijkbare zaken.

Begroting van de schade

De rechter begroot de schade op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Kan de omvang niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat (artikel 6:97 BW). Bij vermogensschade geven facturen, offertes en administratie meestal een goed beeld. Immateriële schade stelt de rechter naar billijkheid vast.

Bovendien kan de vergoeding lager uitvallen. Heeft dezelfde gebeurtenis je naast schade ook voordeel opgeleverd, dan wordt dat voordeel verrekend voor zover dat redelijk is (artikel 6:100 BW). Is de schade mede het gevolg van een omstandigheid die aan jou kan worden toegerekend (eigen schuld), dan wordt de schade verdeeld (artikel 6:101 BW). En zou volledige vergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen leiden, dan kan de rechter haar matigen, maar niet tot onder het verzekerde bedrag (artikel 6:109 BW).

Hoe start je een procedure tot schadevergoeding?

Je start een procedure met een dagvaarding die een gerechtsdeurwaarder aan de wederpartij betekent. Daarin staan onder meer je eis en de gronden daarvan (artikel 111 Rv). Bij de kantonrechter mag je zelf procederen; bij de rechtbank in andere zaken heb je een advocaat nodig (artikel 79 Rv).

Dagvaarding als uitgangspunt

Een schadevergoedingsprocedure begint met een dagvaarding waarin je de andere partij oproept om voor de rechter te verschijnen. Je bent dan de eiser. De gerechtsdeurwaarder zorgt voor de betekening (uitreiking) aan de gedaagde. De dagvaarding vermeldt onder meer je gegevens, de eis en de gronden daarvan. Neem daarin ook je bewijsstukken en je bewijsaanbod op, zodat de rechter direct ziet waarop je claim steunt.

Vorderingen tot en met € 25.000, inclusief de rente tot de dag van dagvaarding, behandelt in de regel de kantonrechter. Dat geldt ook voor onder meer huur-, arbeids- en consumentenkoopzaken, ongeacht het bedrag (artikel 93 Rv). Bij de kantonrechter is een advocaat niet verplicht, maar wel aan te raden. Andere zaken behandelt de rechtbank; daar kun je alleen procederen via een advocaat (artikel 79 lid 2 Rv).

Reactie van de gedaagde

De gedaagde krijgt de mogelijkheid om te reageren op je dagvaarding. Dit gebeurt via een conclusie van antwoord, waarin de gedaagde zijn verweer en eventuele tegenargumenten naar voren brengt. Ook kan de gedaagde een tegenvordering (eis in reconventie) instellen, bijvoorbeeld voor schade die hij zelf stelt te hebben geleden (artikel 136 Rv).

Verschijnt de gedaagde niet, dan verleent de rechter verstek en wijst hij de vordering toe, tenzij die hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). Je krijgt dus niet automatisch gelijk. Wie in het ongelijk wordt gesteld, wordt in de regel in de proceskosten veroordeeld (artikel 237 Rv). Die omvatten onder meer het griffierecht, de kosten van de dagvaarding en een forfaitaire vergoeding voor het salaris van de advocaat of gemachtigde.

Schriftelijke ronde en zitting

Na de conclusie van antwoord beveelt de rechter in de regel een mondelinge behandeling, tenzij hij de zaak daarvoor niet geschikt vindt (artikel 131 Rv). Komt er geen mondelinge behandeling, dan volgt een schriftelijke ronde met een conclusie van repliek van de eiser en een conclusie van dupliek van de gedaagde. Ook na een mondelinge behandeling kan de rechter repliek en dupliek toestaan als dat nodig is (artikel 132 Rv).

Tijdens de zitting krijg je de kans om je zaak mondeling toe te lichten en vragen van de rechter te beantwoorden. De rechter kan daarbij ook een schikking beproeven (artikel 87 lid 2 onder c Rv). Lukt dat, dan eindigt de zaak zonder eindvonnis.

Hoe wordt de hoogte van schadevergoeding bepaald?

De rechter begroot de schade op basis van concrete bewijsstukken zoals facturen, contracten en salarisspecificaties. Kan de omvang niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan schat hij de schade (artikel 6:97 BW). Eigen schuld of voordeel uit dezelfde gebeurtenis kunnen de vergoeding verminderen (artikelen 6:100 en 6:101 BW).

Bewijslast en bewijs

Je draagt als eiser in de regel de bewijslast (artikel 150 Rv): je moet aantonen dat de schade is ontstaan, welke omvang deze heeft, en dat er een causaal verband bestaat met de schadeveroorzakende gebeurtenis. Bewijsstukken zoals facturen, expertiserapporten, contracten, getuigenverklaringen en correspondentie zijn hierbij belangrijk. Hoe beter je bewijs, hoe groter de kans op een volledige toewijzing.

Wanneer de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, maakt de rechter een schatting. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij gederfde winst waar geen exacte cijfers beschikbaar zijn. De rechter baseert zich dan op vergelijkbare situaties, branchegegevens, en redelijke aannames.

Vermindering van schadevergoeding

De rechter kan de schadevergoeding verminderen wanneer dezelfde gebeurtenis je ook voordeel heeft opgeleverd, voor zover verrekening redelijk is (artikel 6:100 BW). Denk aan kosten die je door de gebeurtenis hebt bespaard. Een uitkering van je eigen schadeverzekeraar wordt in de regel niet verrekend: de verzekeraar neemt dan je vordering op de aansprakelijke over (artikel 7:962 lid 1 BW).

Bovendien speelt eigen schuld een rol. Is de schade mede het gevolg van een omstandigheid die aan jou kan worden toegerekend, dan wordt de schade verdeeld naar de mate waarin ieders omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. De billijkheid kan een andere verdeling eisen, bijvoorbeeld als de fouten sterk verschillen in ernst (artikel 6:101 lid 1 BW). Stel dat je als opdrachtgever een onrealistische deadline stelt, waardoor een leverancier in tijdnood fouten maakt. De rechter kan dan bijvoorbeeld oordelen dat je voor 30% zelf verantwoordelijk bent en de vergoeding met dat deel verlagen.

Proceskosten en griffierechten

Naast de schadevergoeding zelf veroordeelt de rechter de partij die ongelijk krijgt in de regel in de proceskosten (artikel 237 Rv). Daartoe horen het griffierecht en de kosten van de dagvaarding. Het griffierecht bedraagt in 2026 voor een rechtspersoon € 139 bij de kantonrechter voor vorderingen tot en met € 500 of van onbepaalde waarde, oplopend tot € 10.487 bij de rechtbank voor vorderingen boven € 1 miljoen (€ 7.062 als een natuurlijk persoon partij is, artikel 3 lid 6 Wgbz; tabel bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken). Voor het salaris van de advocaat kent de rechter een vast bedrag per proceshandeling toe volgens het liquidatietarief; dat is meestal minder dan de werkelijke kosten.

Omdat proceskosten bij een langdurige procedure snel oplopen, kan het financieel aantrekkelijk zijn om tijdig een schikking te treffen.

Wat is een schadestaatprocedure?

Kan de rechter de schade nog niet begroten, dan veroordeelt hij de aansprakelijke tot schadevergoeding op te maken bij staat (artikel 612 Rv). De omvang van de schade wordt dan in een aparte procedure vastgesteld.

De rechter die een veroordeling tot schadevergoeding uitspreekt, begroot de schade zo mogelijk direct in het vonnis. Lukt dat niet, bijvoorbeeld omdat de schade nog niet is uitgekristalliseerd, dan verwijst hij naar de schadestaatprocedure. Voor zo’n veroordeling is voldoende dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is (HR 8 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7435).

De schadestaatprocedure begint met de betekening van een staat waarin je het bedrag van de schade gespecificeerd opgeeft. Bevoegd is de rechter die in eerste aanleg over de hoofdzaak oordeelde (artikel 613 Rv). Je kunt daarin ook nieuwe schadeposten opnemen (artikel 615 Rv) en vergoeding in een andere vorm dan geld vorderen (artikel 614 Rv).

Wat zijn de termijnen voor schadevergoeding?

Een vordering tot schadevergoeding verjaart vijf jaar na de dag volgend op die waarop je zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend bent geworden, en in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis die de schade veroorzaakte (artikel 3:310 lid 1 BW). Dat geldt zowel bij wanprestatie als bij onrechtmatige daad. Een vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen verjaart vijf jaar na de dag volgend op die waarop zij opeisbaar werd (artikel 3:307 lid 1 BW).

Verjaringstermijnen in het Nederlands recht

De verjaringstermijn voor schadevergoeding bedraagt in de regel vijf jaar. Deze termijn begint op de dag na die waarop je als benadeelde bekend bent geworden met zowel de schade als de persoon die daarvoor aansprakelijk is. Ontdek je op 1 maart 2024 dat een leverancier je heeft benadeeld en weet je dan ook wie aansprakelijk is, dan verjaart de vordering zonder stuiting na 1 maart 2029.

Daarnaast verjaart de vordering in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt, ook als je de schade pas veel later ontdekt. Daarop bestaan uitzonderingen. Bij schade door verontreiniging van lucht, water of bodem, door gevaarlijke stoffen (artikel 6:175 BW) en door bepaalde bodembeweging geldt in plaats van twintig jaar een termijn van dertig jaar (artikel 3:310 lid 2 BW). Is de gebeurtenis een strafbaar feit, dan verjaart de vordering tegen de dader niet zolang het recht tot strafvordering bestaat (lid 4). Bij schade door letsel of overlijden geldt alleen de termijn van vijf jaar na bekendheid (lid 5).

Rechtsverwerking en vervalbedingen

Naast verjaring kan rechtsverwerking een rol spelen. Je verliest dan je recht omdat je je hebt gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het alsnog geldend maken ervan. Enkel tijdsverloop is daarvoor onvoldoende. Er moeten bijzondere omstandigheden zijn waardoor de wederpartij erop mocht vertrouwen dat je je aanspraak niet meer zou geldend maken, of waardoor haar positie onredelijk zou worden verzwaard (HR 12 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:24).

Bovendien kunnen partijen in een contract vervalbedingen opnemen met kortere termijnen voor het indienen van claims. Staat zo’n beding in algemene voorwaarden, dan kan het vernietigbaar zijn als het onredelijk bezwarend is (artikel 6:233 onder a BW). Tegenover een consument geldt een beding dat een wettelijke verjarings- of vervaltermijn verkort tot minder dan een jaar als onredelijk bezwarend (artikel 6:236 onder g BW). Daarbuiten kan een beroep op het beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (artikel 6:248 lid 2 BW). Ook aanbestedingsstukken bevatten vaak een vervaltermijn waarbinnen een gepasseerde inschrijver bezwaren tegen de gunning in een kort geding moet voorleggen.

Stuiting van verjaring

Je stuit de verjaring door een eis in te stellen, bijvoorbeeld met een dagvaarding (artikel 3:316 BW), door een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin je ondubbelzinnig je recht op nakoming voorbehoudt (artikel 3:317 lid 1 BW; vgl. HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:766), of doordat de schuldenaar je recht erkent (artikel 3:318 BW). Na een stuiting door aanmaning, mededeling of erkenning begint de volgende dag een nieuwe termijn, gelijk aan de oorspronkelijke maar niet langer dan vijf jaar; de verjaring treedt nooit eerder in dan bij de oorspronkelijke termijn (artikel 3:319 BW). Stuur je op 1 januari 2025 een schriftelijke aanmaning, dan loopt vanaf 2 januari 2025 een nieuwe termijn van vijf jaar. Let op: leidt een ingestelde eis niet tot toewijzing, dan is de verjaring alleen gestuit als je binnen zes maanden na het einde van die procedure een nieuwe eis instelt die wel wordt toegewezen (artikel 3:316 lid 2 BW).

Daarom is het raadzaam om bij twijfel tijdig actie te ondernemen. Wacht niet tot het laatste moment met het dagvaarden van de wederpartij, omdat procedurele vertragingen je claim kunnen laten verjaren. Een gespecialiseerde advocaat kan je adviseren over de juiste timing en strategie.

Welke rol speelt een advocaat bij schadevergoeding?

Een advocaat analyseert je zaak, bepaalt de juridische grondslag, verzamelt bewijs, stelt de dagvaarding op, en vertegenwoordigt je tijdens de procedure. Bij de kantonrechter mag je zelf procederen; in andere zaken, zoals bij de rechtbank buiten de kantonrechter en in hoger beroep, is een advocaat verplicht (artikel 79 Rv).

Juridische expertise en strategie

Het vorderen van schadevergoeding is aan strikte voorwaarden verbonden. Een advocaat met specialisatie in aansprakelijkheidsrecht of contractenrecht kent de wet- en regelgeving, de jurisprudentie, en de processuele vereisten. Hierdoor maximaliseer je je kansen op succes en voorkom je procedurele fouten die je claim kunnen ondermijnen.

Bovendien bepaalt een advocaat de juiste juridische grondslag. Moet je procederen op basis van wanprestatie, onrechtmatige daad, of beide? Welke bewijsstukken zijn nodig? Welke schadeposten kun je claimen? Een advocaat beantwoordt deze vragen en stelt een effectieve processtrategie op.

Procesvertegenwoordiging en onderhandeling

Tijdens de procedure vertegenwoordigt je advocaat je belangen tegenover de wederpartij en de rechter. Hij stelt de dagvaarding op, reageert op verweer, voert het woord tijdens zittingen, en onderhandelt over eventuele schikkingen. In veel gevallen leidt vakkundige onderhandeling tot een snellere en goedkopere oplossing dan een langdurige procedure.

Daarnaast zorgt een advocaat voor naleving van alle procesregels en termijnen. Bijvoorbeeld, een conclusie van antwoord moet binnen een bepaalde termijn worden ingediend, en bewijs moet tijdig worden overgelegd. Hierdoor voorkom je dat je zaak op procedurele gronden wordt afgewezen.

Kosten van rechtsbijstand

De kosten van een advocaat hangen af van de complexiteit van de zaak, de duur van de procedure en het uurtarief. Vaak is ook een vast tarief voor bepaalde werkzaamheden mogelijk. Vraag vooraf om een inschatting van de kosten.

Krijg je gelijk, dan veroordeelt de rechter de wederpartij in de regel in de proceskosten (artikel 237 Rv). Voor het salaris van je advocaat is dat een vast bedrag volgens het liquidatietarief, meestal maar een deel van de werkelijke kosten. Bespreek vooraf de kostenstructuur met je advocaat om financiële verrassingen te voorkomen.

Hoe verloopt hoger beroep en cassatie?

Binnen drie maanden na het vonnis kun je hoger beroep instellen bij het gerechtshof, waarbij de zaak opnieuw inhoudelijk wordt behandeld (artikel 339 Rv; in kort geding vier weken). Tegen een arrest van het gerechtshof staat binnen drie maanden cassatieberoep open bij de Hoge Raad (artikel 402 Rv).

Hoger beroep bij het gerechtshof

Wanneer je het niet eens bent met het vonnis van de rechtbank of de kantonrechter, kun je binnen drie maanden hoger beroep instellen. Dit doe je door de wederpartij te dagvaarden voor het gerechtshof. Het gerechtshof behandelt de zaak opnieuw, waarbij je in je memorie van grieven ook nieuwe feiten en argumenten kunt aanvoeren; later in de procedure kan dat in beginsel niet meer, behalve bijvoorbeeld als de wederpartij ondubbelzinnig instemt, als de aard van het geschil dat meebrengt of bij feiten die pas later zijn voorgevallen of gebleken, mits dat niet in strijd is met de eisen van een goede procesorde (HR 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8771, r.o. 2.4.2-2.4.4). Ook het gerechtshof toetst of de rechtbank de juiste afwegingen heeft gemaakt.

Let op: hoger beroep is niet mogelijk als de vordering in eerste aanleg niet meer bedroeg dan € 1.750, inclusief de rente tot de dag van dagvaarding, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 332 lid 1 Rv). In hoger beroep is een advocaat altijd verplicht.

Cassatie bij de Hoge Raad

Ben je het niet eens met het arrest van het gerechtshof, dan kun je binnen drie maanden cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad. Let op: cassatie is geen derde behandeling van de zaak. De Hoge Raad toetst of het gerechtshof het recht juist heeft toegepast en geen vormen heeft verzuimd (artikel 79 Wet op de rechterlijke organisatie), en daarbij ook of de beslissing begrijpelijk is gemotiveerd. Feiten worden niet opnieuw vastgesteld.

Cassatie is daarom vooral relevant wanneer je meent dat het gerechtshof een onjuiste rechtsregel heeft toegepast of een wettelijke regel verkeerd heeft geïnterpreteerd. Ook hiervoor is een gespecialiseerde advocaat nodig, aangezien cassatieprocedures complex en technisch zijn. De kosten zijn navenant hoger dan bij een reguliere procedure.

Verzet tegen verstekvonnis

Heeft de rechter een verstekvonnis gewezen omdat je als gedaagde niet verscheen? Dan kun je verzet doen door de eiser te dagvaarden voor dezelfde rechter. De termijn is vier weken na betekening van het vonnis aan jou in persoon of na een daad waaruit volgt dat je het vonnis kent; woon je in het buitenland, dan acht weken (artikel 143 Rv). In andere gevallen loopt de termijn vanaf de tenuitvoerlegging. In de verzetdagvaarding neem je je bezwaren op, waarna de rechter de zaak alsnog inhoudelijk behandelt.

Daarom is het belangrijk om altijd tijdig te reageren op een dagvaarding. Laat je niet verrassen door korte termijnen. Neem bij twijfel direct contact op met een advocaat die je kan adviseren over de beste aanpak.

Veelgestelde vragen over schadevergoeding vorderen

Wat is het verschil tussen wanprestatie en onrechtmatige daad bij schadevergoeding?

Bij wanprestatie schiet je contractpartij tekort in de nakoming van de overeenkomst; zij moet de schade vergoeden tenzij de tekortkoming haar niet kan worden toegerekend, en zo nodig moet zij eerst in verzuim zijn (artikel 6:74 BW). Een onrechtmatige daad is een inbreuk op een recht of een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of het ongeschreven recht (artikel 6:162 BW). Beide kunnen naast elkaar bestaan. In beide gevallen moet de schade als gevolg van de gebeurtenis kunnen worden toegerekend (artikel 6:98 BW).

Welke schade krijg je vergoed?

Vermogensschade, dus geleden verlies en gederfde winst, plus redelijke kosten om schade te beperken, schade en aansprakelijkheid vast te stellen en buiten rechte betaling te krijgen (artikelen 6:95 en 6:96 BW). Smartengeld alleen in de gevallen van de wet, zoals letsel of aantasting van je eer of goede naam (artikel 6:106 BW).

Hoe lang heb je de tijd om schadevergoeding te vorderen?

In de regel vijf jaar vanaf de dag na die waarop je zowel de schade als de aansprakelijke persoon kent, en uiterlijk twintig jaar na de schadeveroorzakende gebeurtenis (artikel 3:310 lid 1 BW). Bij letsel- en overlijdensschade geldt alleen de termijn van vijf jaar (artikel 3:310 lid 5 BW). Een schriftelijke aanmaning stuit de verjaring; daarna begint een nieuwe termijn van ten hoogste vijf jaar (artikelen 3:317 en 3:319 BW).

Wat als de omvang van mijn schade nog niet vaststaat?

Dan kan de rechter de aansprakelijke veroordelen tot schadevergoeding op te maken bij staat (artikel 612 Rv). Daarvoor is voldoende dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is (HR 8 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7435). De hoogte stel je daarna vast in de schadestaatprocedure, waarin je ook nieuwe posten kunt opnemen (artikelen 613 en 615 Rv).

Wordt mijn schadevergoeding lager als ik zelf fouten heb gemaakt?

Ja, dat kan. Is de schade mede het gevolg van omstandigheden die aan jou kunnen worden toegerekend, dan wordt de schade verdeeld naar ieders bijdrage, tenzij de billijkheid een andere verdeling eist (artikel 6:101 lid 1 BW). Ook voordeel uit dezelfde gebeurtenis kan worden verrekend, voor zover dat redelijk is (artikel 6:100 BW).

Primaire bronnen

Lees ook

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?