Speelgoed mag alleen op de markt als het geen risico oplevert voor de veiligheid of gezondheid van kinderen bij normaal en voorzienbaar gebruik. De nieuwe Speelgoedverordening (EU) 2025/2509 vervangt de speelgoedrichtlijn per 1 augustus 2030, met strengere chemische eisen en een digitaal productpaspoort. Laat je productdossier en leverancierscontracten toetsen voordat je een nieuwe collectie lanceert.
Deze pagina is voor fabrikanten, importeurs, merkhouders, webwinkels en distributeurs van speelgoed. Je leest welke veiligheidseisen gelden, wat de Speelgoedverordening verandert, vanaf wanneer, en wat je nu in je contracten regelt. De regels van de huidige richtlijn 2009/48/EG staan op onze pagina over de speelgoedrichtlijn.
Welke veiligheidseisen gelden voor speelgoed?
Speelgoed mag geen risico opleveren voor de veiligheid of gezondheid van gebruikers of anderen bij gebruik zoals bedoeld of op een voorzienbare manier, rekening houdend met het gedrag van kinderen. Daarnaast gelden bijzondere eisen voor onder meer fysische, chemische en elektrische eigenschappen.
Onder de nieuwe verordening is speelgoed elk product dat ontworpen of bestemd is om door kinderen jonger dan 14 jaar bij het spelen te worden gebruikt, ook als dat niet het enige doel is (artikel 2 lid 1 van Verordening (EU) 2025/2509). Bijlage I noemt producten die er niet onder vallen. De algemene veiligheidseis staat in artikel 5 lid 2, de bijzondere eisen in bijlage II. Speelgoed moet aan die eisen blijven voldoen gedurende de voorzienbare gebruiksduur (artikel 5 lid 3).
| Onderwerp | Speelgoedrichtlijn 2009/48/EG | Speelgoedverordening (EU) 2025/2509 |
|---|---|---|
| Soort regeling | richtlijn, in Nederland omgezet in het Warenwetbesluit speelgoed 2011 | verordening, geldt rechtstreeks in alle lidstaten |
| Chemische stoffen | verbod op CMR-stoffen met uitzonderingen | ook verbod op o.a. hormoonverstoorders, bepaalde sensibilisatoren, PFAS en de tien bisfenolen van deel D van het aanhangsel (bijlage II, deel III, punten 4 tot en met 6) |
| Conformiteitsverklaring | EG-verklaring van overeenstemming | digitaal productpaspoort met gegevensdrager (artikel 19) |
| Onlineverkoop | geen aparte regels | plichten voor onlinemarktplaatsen; waarschuwingen zichtbaar vóór de aankoop (artikelen 6 en 14) |
| Fulfilment | geen aparte regels | eigen plichten voor fulfilmentdienstverleners (artikel 11) |
Wat verandert er met de nieuwe Speelgoedverordening?
Drie dingen vooral: een breder verbod op schadelijke chemische stoffen, een digitaal productpaspoort voor elk speelgoedmodel en strengere regels voor onlineverkoop, met de douane die controleert of een paspoort bestaat.
Speelgoed mag geen stoffen bevatten met een geharmoniseerde indeling in bijlage VI, deel 3, van CLP als CMR-stof (categorie 1A, 1B of 2), hormoonverstoorder voor de menselijke gezondheid (categorie 1 of 2), stof met specifieke doelorgaantoxiciteit (categorie 1), sensibiliserend voor de luchtwegen (categorie 1) of sensibiliserend voor de huid (categorie 1A), met beperkte uitzonderingen (bijlage II, deel III, punt 4). Het opzettelijk gebruik van PFAS is verboden (punt 5), net als de aanwezigheid van de bisfenolen uit deel D van het aanhangsel (punt 6). De fabrikant maakt vóór het in de handel brengen een digitaal productpaspoort, brengt een gegevensdrager aan en laadt de identificatiecodes op in het register (artikelen 7 lid 2 en 19). Het paspoort moet tien jaar beschikbaar blijven, ook bij faillissement (artikel 19 lid 2 onder g). Het paspoort is opgezet naar het model van de ecodesignregels; zie onze pagina over de ESPR.
Vanaf wanneer geldt de Speelgoedverordening?
De verordening is op 12 december 2025 gepubliceerd en op 1 januari 2026 in werking getreden. De meeste regels gelden vanaf 1 augustus 2030; vanaf die datum is ook de speelgoedrichtlijn ingetrokken.
| Moment | Datum | Bron |
|---|---|---|
| Publicatie in het Publicatieblad | 12 december 2025 | PB L, 2025/2509 |
| Inwerkingtreding; regels over aangemelde instanties en gedelegeerde handelingen, ECHA-adviezen en sancties (artikelen 28-44 en 49-55) | 1 januari 2026 | artikel 59 |
| Lidstaten melden hun sanctieregels | uiterlijk 1 augustus 2028 | artikel 55 |
| Algemene toepassing; intrekking van Richtlijn 2009/48/EG | 1 augustus 2030 | artikelen 56 en 59 |
| EG-typeonderzoekscertificaten onder de richtlijn blijven geldig tot | 1 februari 2031, tenzij eerder verlopen | artikel 57 lid 3 |
Speelgoed dat vóór 1 augustus 2030 volgens de richtlijn in de handel is gebracht, mag daarna nog op de markt worden aangeboden (artikel 57 lid 1). Het gaat om het moment van in de handel brengen per exemplaar, niet per model. Tot 1 augustus 2030 blijft in Nederland het Warenwetbesluit speelgoed 2011 gelden, met onder meer de eis dat instructies en veiligheidsinformatie in het Nederlands zijn (artikel 3 lid 2).
Welke plichten hebben fabrikant, importeur en distributeur?
De fabrikant ontwerpt en maakt het speelgoed volgens de veiligheidseisen, voert de veiligheidsbeoordeling en conformiteitsbeoordeling uit en brengt de CE-markering aan. Importeurs en distributeurs controleren vóór de verkoop of dat is gebeurd.
| Rol | Belangrijkste plicht onder de verordening | Artikel |
|---|---|---|
| Fabrikant | veiligheidseisen, technische documentatie, conformiteitsbeoordeling, digitaal productpaspoort, CE-markering, documentatie 10 jaar bewaren | 7, 19, 25 tot en met 27 |
| Importeur | alleen conform speelgoed in de handel; paspoort, gegevensdrager, CE-markering en waarschuwingen controleren | 9 |
| Distributeur | zorgvuldig handelen; waarschuwingen, gegevensdrager en CE-markering controleren; bij risico melden | 10 |
| Fulfilmentdienstverlener | zorgvuldig handelen bij opslag, verpakking en verzending; meewerken aan terugroepacties | 11 |
| Wie onder eigen naam of merk verkoopt of ingrijpend wijzigt | wordt fabrikant met alle plichten van artikel 7 | 12 |
| Onlinemarktplaats | interface die CE-markering, waarschuwingen en paspoortlink toont | 14 |
Heeft de fabrikant geharmoniseerde normen of gemeenschappelijke specificaties toegepast die alle relevante veiligheidseisen dekken, dan volstaat interne productiecontrole; anders is een EU-typeonderzoek door een aangemelde instantie nodig (artikel 26). Een EU-typeonderzoekscertificaat wordt in elk geval elke vijf jaar herzien (artikel 26 lid 4). Ontbreekt de CE-markering, lees dan onze pagina over een gebrekkig product door het ontbreken van CE-markering.
Wil je weten wat de nieuwe regels voor jouw collectie betekenen? De advocaten voor speelgoed van MAAK kijken naar je rol in de keten en naar de contracten met je leveranciers.
Welke waarschuwingen moeten op speelgoed staan?
Waar dat voor veilig gebruik nodig is, moet speelgoed waarschuwingen dragen met gebruiksbeperkingen, zoals een minimumleeftijd. Voor bepaalde categorieën gelden vaste waarschuwingen uit bijlage III. Bij verkoop op afstand moeten ze vóór de aankoop zichtbaar zijn.
Een waarschuwing noemt ten minste de minimumleeftijd van de gebruiker en waar nodig de vereiste vaardigheden, het maximale of minimale gewicht en de noodzaak van toezicht door een volwassene (artikel 6 lid 1). Een waarschuwing uit bijlage III mag je niet aanbrengen als die in strijd is met het beoogde of redelijkerwijs voorzienbare gebruik van het speelgoed (artikel 6 lid 2). De fabrikant brengt ze duidelijk zichtbaar, leesbaar en begrijpelijk aan op het speelgoed, een etiket of de verpakking (artikel 6 lid 3). Een webwinkel moet ze dus op de productpagina tonen.
Wat regel je nu in je contracten met leveranciers?
Leg vast wie fabrikant is, wie het digitale productpaspoort maakt en bijhoudt, welke stoffen verboden zijn, wie test en wie betaalt als een partij wordt tegengehouden of teruggeroepen. Contracten die doorlopen na 1 augustus 2030 moeten de nieuwe regels al bevatten.
- Benoem de fabrikant per product; verkoop je onder eigen merk, dan heb jij de plichten van de fabrikant (artikel 12).
- Leg een stoffenlijst vast met de verboden van bijlage II, inclusief PFAS en bisfenolen, en een recht op testen.
- Spreek af wie het digitale productpaspoort maakt en tien jaar beschikbaar houdt.
- Regel aanlevering van waarschuwingen en instructies in het Nederlands, ook voor de webwinkel.
- Verdeel de kosten van tegenhouden door de douane, uit de handel nemen en terugroepen.
- Leg vast welke partijen vóór 1 augustus 2030 in de handel komen en dus nog onder de richtlijn vallen.
Praktijkvoorbeeld: een webwinkel die speelgoed importeert
Stel: een Nederlandse webwinkel koopt houten speelgoed met gelakte onderdelen in bij een fabrikant buiten de EU en verkoopt het onder eigen merk. De webwinkel is dan fabrikant en importeur tegelijk.
Dit is een fictief, vereenvoudigd voorbeeld. Tot 1 augustus 2030 gelden de richtlijn en het Warenwetbesluit speelgoed 2011. Exemplaren die vanaf die datum in de handel komen, hebben een digitaal productpaspoort nodig, en de lak mag geen verboden stoffen bevatten. De webwinkel laat de fabrikant daarom de samenstelling van lak en lijm leveren, regelt testen per productiepartij en legt vast dat de fabrikant meewerkt aan het paspoort. Op de productpagina staan de waarschuwingen, zodat de koper ze vóór de aankoop ziet (artikel 6 lid 3). Verkoopt de webwinkel ook via een onlinemarktplaats, dan moet die marktplaats ruimte bieden voor de CE-markering, de waarschuwingen en de link naar het paspoort (artikel 14 lid 3). Bij een melding van de NVWA weet de webwinkel zo direct welke partij het betreft.
Wanneer schakel je een advocaat in?
Als je onder eigen merk speelgoed gaat verkopen, als je leveranciers of je webwinkel moet aanpassen aan de Speelgoedverordening, als de NVWA een partij tegenhoudt of maatregelen eist, of als een afnemer een partij weigert.
| Situatie | Wat er juridisch op het spel staat | Wat MAAK doet |
|---|---|---|
| Je verkoopt speelgoed onder eigen merk | plichten van de fabrikant (artikelen 7 en 19) | rol en contract met de producent vastleggen |
| De NVWA eist maatregelen voor een partij | uit de handel nemen, terugroepen, boete | reactie, zienswijze, bezwaar |
| Een afnemer weigert speelgoed zonder juiste waarschuwingen | non-conformiteit (artikel 7:17 BW) | positie bepalen, onderhandelen, procedure |
| Je collectie loopt door na 1 augustus 2030 | paspoort en chemische verboden | contracten en planning aanpassen |
Over een boete van de NVWA lees je meer op onze pagina over het betwisten van een NVWA-boete. Voor consumentenproducten buiten de speelgoedregels geldt de GPSR.
Veelgestelde vragen over veiligheidseisen voor speelgoed
Wanneer geldt de nieuwe Speelgoedverordening?
Verordening (EU) 2025/2509 trad op 1 januari 2026 in werking en geldt grotendeels vanaf 1 augustus 2030. Op die datum vervalt de speelgoedrichtlijn 2009/48/EG (artikelen 56 en 59).
Mag ik speelgoed onder de oude richtlijn na 2030 nog verkopen?
Ja, als het vóór 1 augustus 2030 in overeenstemming met de richtlijn in de handel is gebracht (artikel 57 lid 1 Verordening (EU) 2025/2509).
Is PFAS in speelgoed verboden?
Ja. Het opzettelijk gebruik van PFAS in speelgoed is onder de Speelgoedverordening verboden (bijlage II, deel III, punt 5).
Wat is het digitale productpaspoort voor speelgoed?
Een digitaal document per speelgoedmodel waarin de fabrikant verklaart dat het speelgoed aan de eisen voldoet, bereikbaar via een gegevensdrager en tien jaar beschikbaar (artikel 19).
Wanneer schakel ik een advocaat in over speelgoed?
Bij verkoop onder eigen merk, bij aanpassing van contracten aan de nieuwe verordening, bij maatregelen van de NVWA en bij een geschil over een geweigerde partij.
Primaire bronnen
Laatst gecontroleerd op 28 oktober 2026 · volgende relevante datum: 1 augustus 2028 (melding van de nationale sanctieregels).