Gepubliceerd op · Laatst bijgewerkt op

Mededelingsplicht en onderzoeksplicht

Gepubliceerd · bijgewerkt

Bij een koop gaat de mededelingsplicht van de verkoper in beginsel vóór de onderzoeksplicht van de koper. Verzwijgt de verkoper een gebrek dat hij kent en had moeten melden, dan kan hij de koper niet verwijten dat die te weinig onderzocht. Dat speelt bij dwaling (artikel 6:228 lid 1 onder b BW) en bij non-conformiteit (artikel 7:17 BW). Bijzondere omstandigheden kunnen een uitzondering rechtvaardigen.

Bij de koop van een zaak mag een koper uitgaan van de juistheid van de mededelingen van de verkopende partij. De verkoper moet ook de juiste informatie verschaffen aan de koper die van belang kan zijn bij de aanschaf. Dat noemen we de mededelingsplicht. Wanneer er bij de koper een zekere twijfel ontstaat over de eigenschappen van de zaak, óf wanneer hij bepaalde informatie wenst te verkrijgen die voor de beslissing om tot de koop aan te gaan van belang kan zijn, dient de koper onderzoek te doen. Dat noemen we de onderzoeksplicht. De mededelingsplicht en onderzoeksplicht zijn communicerende vaten en onze advocaat contractenrecht krijgt vaker vragen op dit punt; of het nu gaat over de koop van onroerend goed, schepen, of andere zaken. In een uitspraak van 16 december 2022 van de Hoge Raad over de koop van een zeilcharterschip zijn de mededelingsplicht en onderzoeksplicht opnieuw onderwerp van discussie. Onze advocaat contractenrecht Remko Roosjen, bespreekt deze zaak van de Hoge Raad. Ons team adviseert ook over bodemprocedure.

Wat is belangrijker: de mededelingsplicht of de onderzoeksplicht?

De mededelingsplicht en onderzoeksplicht zijn geen nieuw fenomeen. Een terugkerende vraag is altijd of de mededelingsplicht of de onderzoeksplicht belangrijker is. Een van de klassieke arresten op het terrein van de mededelingsplicht en de onderzoeksplicht is het arrest Van Geest/Nederlof (HR 21 december 1990, NJ 1991, 251). In deze zaak kocht mevrouw Van Geest een tweedehandsauto die, nadat een ANWB-keuring is uitgevoerd, betrokken blijkt te zijn geweest bij een eerder auto-ongeluk. De gevolgen daarvan waren niet deugdelijk hersteld. De verkoper (Nederlof) was hiermee bekend, maar heeft dit verzwegen. Uiteindelijk is er een teleurstellende koper en speelt de vraag op of hier gedwaald is ten tijde van de koop?

Wat besliste de Hoge Raad in Van Geest/Nederlof?

De Hoge Raad oordeelde: had een partij vóór het sluiten van de overeenkomst bepaalde inlichtingen moeten geven om te voorkomen dat de wederpartij zich een onjuiste voorstelling van zaken maakte, dan verzet de goede trouw zich er in het algemeen tegen dat zij een beroep op dwaling afweert met het argument dat de wederpartij de dwaling aan zichzelf heeft te wijten (HR 21 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0088, rov. 3.2). Die regel beschermt juist ook de onvoorzichtige koper (rov. 3.4). Het enkele feit dat een koper ondeskundig is, verplicht hem bovendien niet om de auto eerst door een deskundige te laten keuren (rov. 3.3). Het hof had dus niet mogen afwegen welke partij het meest te verwijten viel. Kortom: een koper mag in beginsel afgaan op de mededelingen van de verkoper, en de mededelingsplicht van de verkoper gaat vóór de onderzoeksplicht van de koper.

Wanneer is een zaak non-conform?

Wanneer een zaak niet beantwoordt aan de overeenkomst dan spreken we in juridisch jargon over een non-conformiteit. Volgens artikel 7:17 BW beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst wanneer zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.

Mededelingsplicht en onderzoeksplicht bij koop

Remedies tegen non-conformiteit

Beantwoordt de zaak niet aan de overeenkomst, dan kun je aflevering van het ontbrekende, herstel of vervanging eisen (artikel 7:21 lid 1 BW). Je kunt de overeenkomst ook geheel of gedeeltelijk ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis dat niet rechtvaardigt (artikel 6:265 lid 1 BW). Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, moet de verkoper dan eerst in verzuim zijn (artikel 6:265 lid 2 BW). Een gedeeltelijke ontbinding komt neer op een evenredige vermindering van de prestaties, zoals een lagere prijs (artikel 6:270 BW). Daarnaast kun je schadevergoeding vorderen, tenzij de tekortkoming de verkoper niet kan worden toegerekend (artikel 6:74 BW). Heb je gedwaald, dan kun je de overeenkomst ook vernietigen (artikel 6:228 BW). Let op: je moet de verkoper binnen bekwame tijd nadat je het gebrek hebt ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken op de hoogte stellen, anders verlies je je beroep op non-conformiteit (artikel 7:23 lid 1 BW).

Wat houdt de mededelingsplicht in?

Bij de vraag of een koper juist is geïnformeerd, kijken onze advocaten contractenrecht eerst naar de mededelingsplicht. De verkoper moet de koper inlichten over wat hij weet of behoort te weten en wat naar de verkeersopvattingen voor de koper van belang is (artikel 6:228 lid 1 onder b BW). Weet de verkoper van een gebrek (er zit bijvoorbeeld asbest in een woning, een auto heeft een ongeluk gehad, of de grond is vervuild), dan moet hij dat in de regel actief melden. Laat hij dat na en sluit de koper daardoor de koop onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken, dan kan de koper de overeenkomst wegens dwaling vernietigen. Ook kan de zaak dan niet aan de overeenkomst beantwoorden (artikel 7:17 BW).

Hoe ver reikt je onderzoeksplicht?

Tegenover de mededelingsplicht staat de onderzoeksplicht. Een koper die twijfelt aan de eigenschappen van de zaak, moet dat nader onderzoeken. Een dwaling die door de aard van de overeenkomst, de verkeersopvattingen of de omstandigheden voor rekening van de koper hoort te blijven, geeft geen recht op vernietiging (artikel 6:228 lid 2 BW). En wist de koper bij het sluiten van de koop dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, of kon hij dat redelijkerwijs weten, dan kan hij zich niet op non-conformiteit beroepen (artikel 7:17 lid 5 BW). Hoe ver de onderzoeksplicht reikt, verschilt per geval, onder meer naar de deskundigheid van partijen en de aard en ouderdom van de zaak. Schendt de verkoper zijn mededelingsplicht, dan weegt een gebrekkig onderzoek van de koper in de regel niet mee.

De koop van een schip

De zaak van de Hoge Raad uit 2022 gaat over de koop van een schip (HR 16 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1870). De Hoge Raad herhaalt (in lijn met Van Geest/Nederlof) het uitgangspunt dat de mededelingsplicht van de verkoper voorgaat op de onderzoeksplicht van de koper. Het hof had dat uitgangspunt miskend of een uitzondering onvoldoende gemotiveerd. Daarnaast staat een geringe omvang van gebreken op zichzelf niet in de weg aan non-conformiteit, evenmin als de omstandigheid dat de gebreken zijn verholpen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Den Haag.

In deze zaak hebben partijen een koopovereenkomst gesloten voor een zeilschip. Het schip is een in 1910 gebouwde Koftjalk. De overeenkomst bevat onder andere de volgende bepalingen over het risico van mogelijke gebreken en de onderzoeks- en mededelingsplicht van de koper respectievelijk de verkopers:

“Artikel 5

De feitelijke levering van het verkochte aan koper zal geschieden in de staat waarin het zich bij het tot stand komen van deze overeenkomst bevindt (…).

Koper wordt voor de levering in de gelegenheid gesteld om het schip droog te zetten voor keuring van het onderwaterschip, kosten van droogzetten, de schoonmaak, de expertise, en de keuringskosten zijn voor rekening van Koper.

Kosten van eventueel door deze expert voorgeschreven herstellingen van of aan het onderwaterschip zijn voor rekening en risico van Verkoper (…).

Artikel 6

(…) Koper is voornemens het verkochte te gebruiken als zeegaand zeilcharterschip.

Aan Koper kenbare gebreken die daaraan in de weg kunnen staan, komen voor zijn risico. (…)

Koper heeft het recht het verkochte voor de feitelijke levering in- en uitwendig te inspecteren. Het verkochte zal worden overgedragen met alle daarbij behorende rechten en aanspraken, zichtbare en onzichtbare gebreken (…).

Artikel 11

Afgezien van het hiervoor bepaalde, staat Verkoper ervoor in aan Koper met betrekking tot het verkochte die informatie te hebben gegeven die naar geldende verkeersopvattingen door hem ter kennis van de Koper dient te worden gebracht.

Koper aanvaardt dat de resultaten van het onderzoek naar die feiten en omstandigheden die naar geldende verkeersopvattingen tot zijn onderzoeksgebied behoren, voor zijn risico komen.”

Vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling en ontbinding

Op enig moment blijkt er roestvorming op te treden en leidt dit tot lekkages. De koper stelt de verkopers hiervoor aansprakelijk. Hij vordert betaling en schadevergoeding, en daarnaast een verklaring voor recht dat hij de koopovereenkomst heeft vernietigd dan wel ontbonden, op grond van dwaling (art. 6:228 BW) en non-conformiteit (art. 7:17 BW). Samengevat: de verkopers zouden hem niet juist hebben geïnformeerd over de gebreken.

Wat oordeelden rechtbank en hof?

De rechtbank wees de vorderingen af en het hof bekrachtigde dat vonnis. Volgens het hof had de koper zijn onderzoeksplicht geschonden: hij had geen gebruikgemaakt van de mogelijkheid uit artikel 5 van de koopovereenkomst om het ruim honderd jaar oude schip vóór de levering droog te zetten en te laten keuren. Een eventuele onjuiste voorstelling van zaken moest daarom op grond van art. 6:228 lid 2 BW voor zijn rekening blijven. Of de verkopers een mededelingsplicht hadden over de lekkage die de kapitein in 2016 had gemeld, liet het hof in het midden; ook als die er was, ontsloeg dat de koper volgens het hof niet van zijn onderzoeksplicht. De gebreken aan de scheepshuid die in april 2017 aan het licht kwamen, waren volgens het hof van te geringe omvang voor non-conformiteit.

Wat oordeelde de Hoge Raad?

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof met een verwijzing naar vaste rechtspraak over de verhouding tussen mededelingsplicht en onderzoeksplicht. In een arrest van 14 november 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BF0407) overwoog de Hoge Raad al het volgende (in die zaak liet de Hoge Raad overigens het oordeel van het hof in stand dat het uitgangspunt door bijzondere omstandigheden van het geval uitzondering leed):

“Uitgangspunt is dat in het algemeen aan een koper, ook een onvoorzichtige koper, niet zal kunnen worden tegengeworpen dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de eigenschappen van het gekochte, wanneer de verkoper dienaangaande naar de in het verkeer geldende opvattingen een mededelingsplicht had maar heeft nagelaten de koper op de hoogte te stellen van bij de verkoper bekende feitelijke gegevens die relevant zijn voor de beantwoording van de vraag welke eigenschappen de koper met het oog op de beoogde bestemming van het gekochte mocht verwachten”.

De achtergrond is dat de verkoper de eventuele gebreken aan een zaak die hij verkoopt het beste kent en de goede trouw dan meebrengt dat hij daarover oprecht is tegenover de koper.

De Hoge Raad overweegt (rov. 3.1.5):

“Het hof heeft ofwel miskend dat in het algemeen aan een koper, ook een onvoorzichtige koper, niet zal kunnen worden tegengeworpen dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de eigenschappen van het gekochte, wanneer de verkoper dienaangaande naar de in het verkeer geldende opvattingen een mededelingsplicht had maar heeft nagelaten de koper op de hoogte te stellen van bij de verkoper bekende feitelijke gegevens die relevant zijn voor de beantwoording van de vraag welke eigenschappen de koper met het oog op de beoogde bestemming van het gekochte mocht verwachten, ofwel zijn oordeel dat het bedoelde uitgangspunt in het onderhavige geval uitzondering lijdt onvoldoende gemotiveerd. In het laatste geval had het hof immers de bijzondere omstandigheden van het geval in zijn motivering moeten betrekken. Onderdeel 2 klaagt in dit verband terecht dat het hof geen kenbare aandacht heeft besteed aan het beroep van [de koper] op (i) het door [verweerders] voorafgaand aan de koop aan [de koper] overhandigde vlakdikterapport, (ii) de omstandigheid dat het schip bij de aankoop ‘onder Klasse’ voer en de in dat verband door [de koper] ingenomen stelling dat de klassecertificering zou zijn vervallen als [verweerders] ter zake van de melding van [de kapitein] zouden hebben voldaan aan hun meldplicht en (iii) art. 11 van de koopovereenkomst (zie hiervoor in 2.1 onder (ii)). Evenmin heeft het hof in dit verband voldoende aandacht besteed aan (iv) het betoog van [de koper] ten aanzien van de oorzaak van de in 2018 geconstateerde gebreken en de onjuistheid van de verklaringen van [verweerders] daarover en (v) de mate van deskundigheid van partijen.”

Ook de afwijzing van het beroep op non-conformiteit houdt geen stand. Volgens de Hoge Raad heeft het hof ofwel miskend dat een geringe omvang van gebreken op zichzelf niet in de weg staat aan non-conformiteit, evenmin als de omstandigheid dat de gebreken zijn verholpen en de koper daarna het hele seizoen met het schip heeft gevaren, ofwel zijn oordeel daarover onvoldoende gemotiveerd.

De Hoge Raad overweegt (rov. 3.2):

“Onderdeel 4 bestrijdt het oordeel van het hof in rov. 3.7 dat de gebreken aan de scheepshuid in het vlak van het schip die aan het licht zijn gekomen tijdens de keuring op 2 april 2017, gelet op de geringe omvang, het feit dat ze zijn verholpen en de omstandigheid dat vervolgens het hele seizoen met [het zeilcharterschip] is gevaren, geen non-conformiteit opleveren in de zin van art. 7:17 BW. Het onderdeel treft doel. Het betoogt terecht dat het hof ofwel heeft miskend dat een geringe omvang van gebreken op zichzelf niet in de weg staat aan non-conformiteit, evenmin als de omstandigheid dat de gebreken zijn verholpen en dat [de koper] daarna het hele seizoen met het schip heeft gevaren, ofwel zijn oordeel dienaangaande onvoldoende heeft gemotiveerd.”

Veelgestelde vragen over mededelingsplicht en onderzoeksplicht

Wat is de mededelingsplicht van de verkoper?

De plicht van de verkoper om de koper in te lichten over feiten die hij kent en die naar de verkeersopvattingen voor de koper van belang zijn, zoals een verborgen gebrek. Schendt de verkoper die plicht en sluit de koper daardoor een overeenkomst die hij anders niet had gesloten, dan kan de koper die wegens dwaling vernietigen (artikel 6:228 lid 1 onder b BW).

Gaat de mededelingsplicht altijd voor op de onderzoeksplicht?

In beginsel wel: een koper, ook een onvoorzichtige, kan niet worden tegengeworpen dat hij onvoldoende heeft onderzocht als de verkoper hem bekende relevante feiten niet heeft gemeld (HR 21 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0088; HR 16 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1870). Bijzondere omstandigheden kunnen een uitzondering rechtvaardigen; de rechter moet die dan wel motiveren (HR 14 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0407).

Moet ik als koper een keuring laten doen?

Dat hangt af van de omstandigheden, zoals de aard en ouderdom van de zaak en je eigen deskundigheid. Het enkele feit dat je ondeskundig bent, verplicht je niet tot een keuring door een deskundige (HR 21 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0088, rov. 3.3). Wist je bij de koop van het gebrek of kon je het redelijkerwijs weten, dan kun je je niet op non-conformiteit beroepen (artikel 7:17 lid 5 BW).

Wat kan ik doen als de gekochte zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt?

Je kunt aflevering van het ontbrekende, herstel of vervanging eisen (artikel 7:21 BW), de overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbinden, meestal pas na verzuim en niet bij een tekortkoming van geringe betekenis (artikel 6:265 BW), en schadevergoeding vorderen (artikel 6:74 BW). Bij dwaling kun je de overeenkomst ook vernietigen (artikel 6:228 BW).

Hoe snel moet ik een gebrek bij de verkoper melden?

Binnen bekwame tijd nadat je het gebrek hebt ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken. Gaat het om feiten die de verkoper kende of behoorde te kennen maar niet heeft gemeld, dan loopt die termijn pas vanaf de ontdekking. Bij een consumentenkoop is melding binnen twee maanden na ontdekking op tijd (artikel 7:23 lid 1 BW). Rechtsvorderingen wegens non-conformiteit verjaren twee jaar na die melding (artikel 7:23 lid 2 BW).

Primaire bronnen

Wanneer schakel je een advocaat contractenrecht in?

Wil je advies inwinnen over de mededelingsplicht en onderzoeksplicht, of heb je gedwaald bij de koop van een schip? Neem dan contact op met onze advocaat contractenrecht Remko Roosjen. Samen met jou bekijkt hij de zaak en brengt hij je juridische positie in kaart. Een advocaat inschakelen is altijd eerst vrijblijvend en we maken graag een afspraak met je.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?