Bij een deskundigenonderzoek vraagt de rechter een onafhankelijke deskundige om een oordeel over een technische, medische of financiële vraag in een rechtszaak. Sinds 1 januari 2025 staat dit in artikel 186 tot en met 192 Rv. Wil je vóór een procedure een deskundige laten kijken, dan vraag je een voorlopig deskundigenbericht aan (artikel 196 en 202 Rv). Ons team adviseert ook over civiele procedure in Nederland.
De rechtbank schakelt regelmatig deskundigen in om complexe vraagstukken te beoordelen die specialistische kennis vereisen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om medische expertise, technische analyses of financiële berekeningen. Het deskundigenonderzoek vormt een belangrijk instrument binnen het Nederlands rechtssysteem om juridische procedures te ondersteunen met objectieve feitelijke informatie.
Wanneer schakelt de rechter een deskundige in?
De rechter benoemt een deskundige wanneer specifieke vakkennis nodig is om over een civiele zaak te beslissen. Denk aan psychologie, ICT, bouwkunde, medische disciplines of handschriftonderzoek. De rechter kan een deskundigenbericht ambtshalve of op verzoek van een partij bevelen (artikel 186 lid 1 Rv). De kosten worden in beginsel voorgeschoten door de eisende partij (artikel 187 Rv); zie hieronder bij de kosten.
Partijen mogen gezamenlijk een deskundige voordragen. Daarom bereiken zij vaak overeenstemming over een geschikte kandidaat. Echter lukt dit niet altijd, waarna de rechter zelf een deskundige zoekt en benoemt. Het deskundigenbericht dient als onafhankelijk vaktechnisch advies aan de behandelend rechter.
De rechter benoemt de deskundige na overleg met partijen (artikel 186 lid 2 Rv). Tegen die benoeming staat geen hogere voorziening open. Een kandidaat die partijen samen voordragen, heeft in de praktijk een streepje voor. De deskundige moet deskundig zijn op het relevante vakgebied en de opdracht onpartijdig uitvoeren. Heeft hij banden met een van de partijen, dan kan dat aan zijn onpartijdigheid afdoen.
Wat is het voorlopig deskundigenonderzoek?
Met een voorlopig deskundigenbericht laat je feiten vastleggen voordat je een procedure begint. Zo kun je je kansen inschatten en de zaak voorbereiden. Het is een van de voorlopige bewijsverrichtingen uit artikel 196 en volgende Rv. Iedere belanghebbende kan het verzoek doen voordat een zaak aanhangig is, of nadat is gedagvaard maar voordat de zaak op de rol staat. De wederpartij kan daarop ook zelf voorlopige bewijsverrichtingen vragen. Loopt de procedure al, dan vraag je de rechter in die procedure om een deskundigenbericht (artikel 186 lid 1 Rv).
Ondanks de naam is het oordeel van de deskundige niet voorlopig of tijdelijk. De resultaten dragen bij aan het verzamelen van belangrijk bewijsmateriaal, vooral in zaken waarbij technische, medische of gespecialiseerde kennis vereist is. Vervolgens gebruikt de rechter deze informatie om een gefundeerde beslissing te nemen.
Wanneer wijst de rechter een verzoek af?
De rechter wijst het verzoek in beginsel toe. Hij wijst het alleen af als (artikel 196 lid 2 Rv):
- de verlangde informatie niet voldoende bepaald is;
- onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat;
- het verzoek in strijd is met de goede procesorde;
- sprake is van misbruik van bevoegdheid; of
- andere gewichtige redenen zich tegen de bewijsverrichting verzetten.
Hieronder lichten we drie van deze gronden toe.
Onvoldoende belang: De verzoeker toont geen of onvoldoende belang aan bij het deskundigenonderzoek. Bijvoorbeeld wanneer de uitkomst geen relevante invloed heeft op de rechtspositie van de verzoeker.
Misbruik van bevoegdheid: Het verzoek wordt gebruikt om de tegenpartij te intimideren, onnodig op kosten te jagen of om tijd te rekken zonder rechtmatig doel. Dergelijke verzoeken ondermijnen de doelstellingen van behoorlijke rechtspraak.
Andere gewichtige redenen: Dit komt neer op een belangenafweging. Bijvoorbeeld wanneer een benadeelde al meerdere belastende medische onderzoeken heeft ondergaan en het voorlopig deskundigenonderzoek opnieuw zo’n onderzoek met zich zou brengen. De rechter weegt daarbij proportionaliteit en redelijkheid af.
Doet zich geen van deze gronden voor, dan wijst de rechter het verzoek toe. Zo beschermt de wet de wederpartij tegen onevenredige belasting, terwijl het recht op bewijs gewaarborgd blijft. Tegen de beslissing staat in beginsel geen hoger beroep open, tenzij de rechter anders bepaalt (artikel 200 lid 2 Rv).
Hoe verloopt de procedure tot benoeming?
Wijst de rechter een verzoek om een voorlopig deskundigenbericht toe, dan benoemt hij na overleg met partijen een of meer deskundigen en vermeldt hij de vragen die zij moeten beantwoorden (artikel 202 lid 1 Rv). De regels over deskundigen in een lopende procedure gelden dan overeenkomstig. Het verdere verloop is als volgt.
Benoeming en vraagstelling: De rechter benoemt de deskundige, vaak op voorstel van partijen. De rechter heeft het laatste woord. In het vonnis of de beschikking staan de vragen die de deskundige moet beantwoorden. De rechter kan de deskundige vragen zijn kosten te begroten en een voorschot vaststellen (artikel 187 Rv).
Uitvoering onderzoek: De deskundige voert het onderzoek uit binnen de termijn die de rechter heeft bepaald (artikel 189 Rv). Hij moet de opdracht onpartijdig en naar beste weten volbrengen (artikel 190 lid 1 Rv). Hij moet partijen bij het onderzoek de gelegenheid geven opmerkingen te maken en verzoeken te doen (artikel 190 lid 2 Rv). Partijen zijn verplicht mee te werken; doen zij dat niet, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht (artikel 190 lid 3 Rv).
Rapportage en reactie: In de praktijk stuurt de deskundige partijen eerst een conceptrapport, waarop zij binnen een termijn kunnen reageren. Daarna levert hij het definitieve schriftelijke bericht in bij de griffie. Het bericht is met redenen omkleed, vermeldt de opmerkingen en verzoeken van partijen en wordt door de deskundigen ondertekend. De griffier stuurt partijen een afschrift (artikel 190 lid 2 en 4 Rv).
Wil je zekerheid over de juridische strategie bij een deskundigenonderzoek? Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren je situatie en adviseren over de beste aanpak om je belangen te beschermen tijdens de procedure.
Welke eisen gelden voor het deskundigenonderzoek?
Het deskundigenonderzoek moet voldoen aan strikte eisen van onpartijdigheid en transparantie. De deskundige heeft de plicht om beide partijen gelijk te behandelen en hen in de gelegenheid te stellen om deel te nemen aan het onderzoek. Artikel 190 lid 2 Rv verplicht de deskundige om uit het schriftelijke bericht te laten blijken dat partijen gelegenheid hebben gekregen om opmerkingen te maken en verzoeken te doen.
Overigens hoeven partijen niet gelijktijdig en in elkaars aanwezigheid te worden gehoord. Dit bleek uit de uitspraak in de zaak Fernandes/Oostdam (HR 12 februari 1993, NJ 1993/234), waarin de Hoge Raad oordeelde dat een dergelijk vereiste geen steun vindt in de procesregels betreffende het deskundigenbericht. Echter moet gebruikmaking van een deskundigenrapport wel voldoen aan het beginsel van hoor en wederhoor.
Moet de deskundige literatuurverwijzingen opnemen?
Deskundigen zijn in beginsel niet verplicht om noodzakelijke wetenschappelijke stellingen te onderbouwen met literatuurverwijzingen. Of deskundigen tekortschieten door verwijzingen naar relevante literatuur achterwege te laten, hangt af van de concrete omstandigheden van de zaak.
De rechter mag betekenis toekennen aan het feit dat deskundigen bij uitstek deskundig zijn op hun vakgebied. Met name wanneer partijen vertrouwen in de deskundigen hadden door hun gemeenschappelijke voorstel tot benoeming. Desondanks moeten deskundigen hun bevindingen helder en navolgbaar presenteren voor rechter en partijen.
Wat gebeurt er bij gebreken in het onderzoek?
De rechter beoordeelt uiteindelijk of door de werkwijze van deskundigen enig beginsel is geschonden. Dit betekent dat het de rechter is die, al dan niet na protest van een partij, heeft te beoordelen of bijvoorbeeld het beginsel van hoor en wederhoor is veronachtzaamd of het onderzoek niet onpartijdig is uitgevoerd. Ingeval hiervan kan de rechter het deskundigenrapport terzijde stellen.
Daarnaast biedt de rechter partijen na uitbrenging van het bericht doorgaans gelegenheid om zich over dat bericht uit te laten. Hierdoor krijgen partijen de kans om eventuele bezwaren te uiten. Echter hoeft schending van procedureregels niet altijd te leiden tot onbruikbaarheid van het deskundigenbericht. Bijvoorbeeld niet indien de rechter beide partijen na uitbrenging ruime gelegenheid heeft gegeven tot onderlinge discussie over de inhoud van het rapport.
Kan de rechter nadere vragen stellen?
Ja. De rechter kan de deskundige op verzoek van een partij of ambtshalve een nadere mondelinge of schriftelijke toelichting of aanvulling laten geven (artikel 186 lid 5 Rv). Zo kunnen gebreken worden hersteld zonder een nieuw onderzoek. Pas daarna kan de rechter een andere deskundige benoemen, tenzij hij een aanvulling niet zinvol vindt.
Is een partij echter niet in het deskundigenonderzoek betrokken en heeft zij geen gelegenheid gehad om zich in rechte uit te laten over het bericht, dan komt de rechter al snel in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor. Dit blijkt uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin effectieve deelname aan het proces centraal staat.
Hoe verhouden wettelijke waarborgen zich tot de praktijk?
De beginselen van een goede procesorde hebben betrekking op de procedure voor de rechter en niet rechtstreeks op de werkwijze van door de rechter benoemde deskundigen. Wel moet een partij voldoende in de procedure kunnen participeren, ook wat het deskundigenonderzoek betreft. De Hoge Raad toetste dat in een zaak waarin een beroep werd gedaan op het arrest Mantovanelli/Frankrijk van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (HR 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9636, r.o. 3.6.1-3.6.3). Desondanks mogen deskundigen de verplichtingen van artikel 190 Rv niet negeren.
Noodzakelijk is dat partijen adequaat kunnen participeren in de procedure voor de rechtbank. Wanneer partijen niet effectief hun standpunt kunnen inbrengen voordat de deskundige het bericht uitbrengt, kan dit leiden tot schending van het recht op een eerlijk proces. Met name wanneer het deskundigenrapport naar alle waarschijnlijkheid doorslaggevend zal zijn voor de feitenvaststelling door de rechter.
Welke rol speelt het concept deskundigenbericht?
Het concept deskundigenbericht stelt partijen in staat om vooraf te reageren op de bevindingen van de deskundige. Deze tussentijdse stap vergroot transparantie en geeft partijen controle over het proces. De deskundige verwerkt opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept, waarna het definitieve bericht ontstaat.
Een reactie op het concept kan ertoe leiden dat de deskundige zijn rapport aanpast. Na het definitieve bericht kun je in je memorie of akte na deskundigenbericht alsnog reageren, eventueel met een rapport van een eigen deskundige. De Hoge Raad nam dat mee bij de vraag of een partij voldoende in de procedure had kunnen participeren (HR 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9636).
Wat zijn de kosten van een deskundigenonderzoek?
Benoemt de rechter een deskundige, dan kan hij de deskundige vragen zijn kosten te begroten. De eisende partij stort in de regel een voorschot bij de griffie, tenzij de rechter de wederpartij of beide partijen samen aanwijst (artikel 187 Rv). Betaal je het voorschot niet op tijd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht (artikel 188 lid 2 Rv). Na het onderzoek begroot de rechter het loon van de deskundige en betaalt de griffier dit uit het voorschot (artikel 191 Rv). Heb je een toevoeging of is griffierecht voor onvermogenden geheven, dan wordt geen voorschot opgelegd en betaalt de Staat; dat bedrag wordt voorlopig in debet gesteld. Gaat het om een voorlopig deskundigenbericht en is het bedrag in debet gesteld, dan bepaalt de rechter welk deel daarvan ieder van de partijen moet dragen (artikel 202 lid 2 Rv).
Je kunt ook zelf een deskundige inschakelen, buiten de rechter om. Die kosten betaal je dan zelf. Op jouw verzoek kan de rechter toestaan dat deze partijdeskundige wordt gehoord; de wederpartij mag dan op dezelfde voet een eigen deskundige laten horen (artikel 192 Rv).
Hoe hoog de kosten zijn, hangt af van de omvang en complexiteit van het onderzoek. Je kunt de rechter daarom vragen de deskundige eerst zijn kosten te laten begroten (artikel 187 Rv).
Veelgestelde vragen over deskundigenonderzoek
Wie betaalt het deskundigenonderzoek in een civiele procedure?
In de regel stort de eisende partij een voorschot bij de griffie, tenzij de rechter de wederpartij of beide partijen samen aanwijst (artikel 187 Rv). Heb je een toevoeging of geldt het griffierecht voor onvermogenden, dan wordt geen voorschot opgelegd en betaalt de Staat; dat bedrag wordt voorlopig in debet gesteld (artikel 191 lid 3 Rv).
Kan ik tijdens een lopende procedure nog een voorlopig deskundigenbericht vragen?
Nee, sinds 1 januari 2025 niet meer. Een voorlopige bewijsverrichting vraag je aan voordat de zaak aanhangig is, of voordat de zaak op de rol is ingeschreven (artikel 196 lid 1 Rv). Loopt de procedure al, dan vraag je de rechter om een deskundigenbericht in die procedure (artikel 186 lid 1 Rv).
Moet ik meewerken aan het onderzoek van de deskundige?
Ja. Partijen zijn verplicht mee te werken aan een onderzoek door deskundigen. Werk je niet mee, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht (artikel 190 lid 3 Rv).
Kan ik in hoger beroep tegen de beslissing over een voorlopig deskundigenbericht?
In beginsel niet: tegen de beslissing op een verzoek om een voorlopige bewijsverrichting, anders dan inzage in gegevens, staat geen hogere voorziening open, tenzij de rechter anders bepaalt. In dat geval geldt een termijn van vier weken (artikel 200 lid 2 Rv).
Mag ik een eigen deskundige laten horen?
Ja, als de rechter daarvoor toestemming geeft. De wederpartij mag dan op dezelfde voet een eigen deskundige laten horen (artikel 192 Rv). Je kunt ook schriftelijk reageren op het bericht van de benoemde deskundige, eventueel met een rapport van je eigen deskundige.
Primaire bronnen
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (versie na 1 januari 2025): artikel 186, 187, 188, 189, 190, 191, 192, 196, 200 en 202
- HR 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9636
- HR 12 februari 1993, NJ 1993/234 (Fernandes/Oostdam)
Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam voor persoonlijk juridisch advies over je specifieke situatie. Wij begeleiden je door de gehele procedure en zorgen ervoor dat het deskundigenonderzoek je belangen optimaal dient.