Een procesadvocaat is een advocaat die je bijstaat en vertegenwoordigt in een gerechtelijke procedure, zoals een bodemprocedure, een kort geding of een beslagprocedure. Buiten zaken bij de kantonrechter procedeer je in de regel alleen bij advocaat (artikel 79 lid 2 Rv). Bij de kantonrechter mag je zelf procederen, en in kort geding mag de gedaagde ook in persoon verschijnen (artikel 255 lid 1 Rv).
Hoe verloopt een civiele procedure in Nederland?
Een bodemprocedure begint in de regel met een dagvaarding, die de eis en de gronden daarvan vermeldt (artikel 111 Rv). De gedaagde antwoordt met een conclusie van antwoord (artikel 128 Rv). Daarna beveelt de rechter een mondelinge behandeling, tenzij hij de zaak daarvoor niet geschikt vindt (artikel 131 Rv); repliek en dupliek volgen dan alleen als dat nodig is (artikel 132 lid 2 Rv). Daarna wijst de rechter vonnis, zo nodig na bewijslevering. Tegen het vonnis staat in de regel hoger beroep open, binnen drie maanden (artikel 339 lid 1 Rv). Een civiele zaak kan zo in drie instanties worden behandeld.
In ons rechtssysteem beslissen kantonrechters, arrondissementsrechtbanken en gerechtshoven over feiten en omstandigheden, terwijl de Hoge Raad uitspraken over rechtsvragen toetst.
Nederland heeft elf rechtbanken (artikel 1 Wet op de rechterlijke indeling). Binnen de rechtbank behandelt de kantonrechter onder meer vorderingen van ten hoogste € 25.000, inclusief de tot de dag van dagvaarding verschenen rente, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist. Ongeacht het bedrag behandelt de kantonrechter onder meer zaken over een arbeidsovereenkomst, agentuur, huur, consumentenkoop, consumentenkrediet en goederenkrediet (artikel 93 Rv). Bij de kantonrechter mag je in persoon procederen of je laten vertegenwoordigen door een gemachtigde (artikel 79 lid 1 en 80 lid 1 Rv). Laat je wel adviseren voordat je een procedure start.
Andere civiele zaken, waaronder handelsvorderingen van meer dan € 25.000, behandelt de civiele kamer van de rechtbank, met één rechter of met drie rechters, afhankelijk van de zaak. Daar procedeer je in de regel bij advocaat (artikel 79 lid 2 Rv). In kort geding mag de gedaagde ook in persoon procederen, maar niet vertegenwoordigd door een gemachtigde die geen advocaat is (artikel 255 lid 1 Rv).
Hoe is het civiele rechtssysteem in Nederland gestructureerd?
Civiele zaken kunnen in drie instanties worden behandeld. Kantonrechters, arrondissementsrechtbanken en gerechtshoven beslissen over de feiten en omstandigheden, terwijl, in laatste instantie, de Hoge Raad uitspraken alleen toetst op rechtsvragen.
Wat kost een rechtszaak?
De partij die in het ongelijk wordt gesteld, wordt in de proceskosten veroordeeld; de rechter kan de kosten onder meer compenseren als partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld (artikel 237 lid 1 Rv). De kostenveroordeling dekt in de regel niet de werkelijke advocaatkosten: de rechter stelt het bedrag in het vonnis vast (artikel 237 lid 3 Rv), op basis van forfaitaire bedragen. Daarnaast betaal je griffierecht. Bij de rechtbank (geen kantonzaak) bedraagt dat sinds 1 januari 2026 voor niet-natuurlijke personen, zoals een bv of vof, € 3.083 bij een vordering tot en met € 100.000, € 7.062 tot en met € 1.000.000 en € 10.487 daarboven; voor natuurlijke personen gelden lagere bedragen (artikel 3 en de bijlage van de Wet griffierechten burgerlijke zaken). Er is geen wet die het honorarium van een procesadvocaat vaststelt.
Hoe wordt een vonnis ten uitvoer gelegd?
Een vonnis kan pas ten uitvoer worden gelegd nadat de deurwaarder het heeft betekend aan de partij tegen wie de executie zich richt (artikel 430 lid 3 Rv). Je kunt de rechter vragen het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zodat je het al kunt uitvoeren terwijl een rechtsmiddel loopt (artikel 233 lid 1 Rv).
Als de verliezende partij in eerste aanleg hoger beroep instelt tegen het vonnis dat niet uitvoerbaar bij voorraad is, wordt de tenuitvoerlegging geschorst in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep (artikel 350 lid 1 Rv). Dit hangt nauw samen met Procederen als onderneming: kansen, risico’s en kosten.
Hoe lang duren procedures in Nederland?
Veel civiele procedures worden in eerste aanleg binnen een jaar beslist; complexe zaken duren langer. Zie hiervoor Internationaal handelsgeschil: procederen vanuit Nederland.
Waarmee helpt een procesadvocaat in Amsterdam?
Als procesadvocaat in Amsterdam staan wij ondernemers bij in bodemprocedures, kort gedingen, beslagprocedures en hoger beroep, bij rechtbanken en gerechtshoven in heel Nederland. Is er spoed, dan kan de voorzieningenrechter in kort geding een onmiddellijke voorziening bij voorraad geven (artikel 254 lid 1 Rv). Hij kan de dagvaarding toestaan tegen een door hem bepaalde dag en een bepaald uur, de zondag inbegrepen (artikel 254 lid 2 Rv). Voorbeelden van zaken waarin spoed kan bestaan, zijn:
- procedures over geschillen over de overdracht van aandelen in een vennootschap die bij uitvoering een partij benadeelt, of
- zaken waarin de heroverdracht na een gewone procedure vrijwel onmogelijk of moeilijk is,
- zaken over de overdracht van delen van activa die bijvoorbeeld een schuldeiser benadelen.
Wanneer start je een kort geding?
Een onderscheidend kenmerk van het rechtssysteem in civiele zaken, is de specifieke kamer van elke rechtbank voor kort gedingen. Deze kamers worden bemand door één ervaren rechter. Zittingen in kort geding vereisen een spoedeisende beslissing over de geschilpunten en kunnen op zeer korte termijn plaatsvinden, zelfs binnen één dag als het spoedeisende karakter van de zaak dit vereist. Voorbeelden van procedures waarin sprake kan zijn van een hoge mate van spoed zijn:
- procedures over geschillen over de overdracht van aandelen in een vennootschap die bij uitvoering een partij benadeelt, of
- zaken waarin de heroverdracht na een gewone procedure vrijwel onmogelijk of moeilijk is,
- zaken over de overdracht van delen van activa die bijvoorbeeld een schuldeiser benadeelt.
In kort geding beslist de voorzieningenrechter in de regel snel. Hij kan alleen een voorlopige voorziening geven en beslist niet definitief over de rechtsverhouding tussen partijen: zijn beslissing brengt geen nadeel toe aan de zaak ten principale (artikel 257 Rv). Wel kan hij bijvoorbeeld een vordering tot nakoming van een overeenkomst of tot het nalaten van een bepaalde handeling toewijzen. De voorzieningenrechter kan zijn vonnis ook ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren (artikel 258 Rv), zodat het direct kan worden uitgevoerd. Daardoor is een kort geding vaak effectief, en accepteren partijen de uitspraak vaak zonder dat er nog een bodemprocedure volgt. Hoger beroep tegen een kort-gedingvonnis moet binnen vier weken worden ingesteld (artikel 339 lid 2 Rv).
Hoe werkt hoger beroep in civiele zaken?
Tegen een vonnis van de rechtbank of de kantonrechter kun je hoger beroep instellen bij een gerechtshof, tenzij de vordering niet meer beloopt dan € 1.750 (inclusief de tot de dag van dagvaarding verschenen rente) of er bij een vordering van onbepaalde waarde duidelijke aanwijzingen zijn dat zij niet meer waard is, een en ander tenzij de wet anders bepaalt (artikel 332 lid 1 Rv). De termijn is drie maanden na de uitspraak, bij een kort-gedingvonnis vier weken (artikel 339 lid 1 en 2 Rv). Nederland heeft vier gerechtshoven (artikel 2 Wet op de rechterlijke indeling). Een zaak bij een gerechtshof wordt normaal gesproken door drie rechters behandeld. Ook in hoger beroep procedeer je bij advocaat (artikel 79 lid 2 Rv).
Wat doet de Hoge Raad in cassatie?
De Hoge Raad is gevestigd in Den Haag. Hij beoordeelt beslissingen van lagere rechters in cassatie, maar alleen op juridische kwesties. Daarbij is de Hoge Raad gebonden aan wat in de bestreden uitspraak over de feiten is vastgesteld (artikel 419 lid 3 Rv). Een zaak wordt in beginsel behandeld en beslist door vijf leden van een meervoudige kamer; de voorzitter kan bepalen dat een daarvoor geschikte zaak door drie leden wordt behandeld (artikel 75 lid 2 en 3 Wet op de rechterlijke organisatie).
Welke gespecialiseerde rechtbanken en kamers zijn er?
Met betrekking tot procederen is het goed om te weten dat er gespecialiseerde kamers zijn. De bekendste is de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam (artikel 66 Wet op de rechterlijke organisatie). Zij behandelt onder meer het enquêterecht: geschillen over het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon, bijvoorbeeld tussen aandeelhouders of over het bestuur. De Ondernemingskamer bestaat uit drie rechterlijke ambtenaren en twee deskundige leden die geen rechter zijn (artikel 66 lid 2 Wet op de rechterlijke organisatie). Op verzoek van daartoe bevoegde partijen kan zij een of meer personen benoemen om onderzoek te doen naar het beleid en de gang van zaken (artikel 2:345 BW). Dat verzoek wijst zij alleen toe als blijkt van gegronde redenen om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen (artikel 2:350 lid 1 BW). Tijdens de procedure kan zij op verzoek onmiddellijke voorzieningen treffen als de toestand van de rechtspersoon of het belang van het onderzoek dat vereist (artikel 2:349a lid 2 BW). Blijkt uit het onderzoeksverslag van wanbeleid, dan kan zij onder meer bestuurders schorsen of ontslaan en tijdelijk bestuurders aanstellen (artikel 2:355 en 2:356 BW). De verzoekers en de rechtspersoon verschijnen bij advocaat (artikel 2:349a lid 1 BW).
Wanneer procedeer je bij de Netherlands Commercial Court?
Op 1 januari 2019 is de Netherlands Commercial Court (NCC) van start gegaan: de internationale handelskamer van de rechtbank Amsterdam, met in hoger beroep de Netherlands Commercial Court of Appeal van het gerechtshof Amsterdam. Daar procedeer je in het Engels. Dat kan als de rechtbank of het gerechtshof Amsterdam bevoegd is, het geschil gaat over een rechtsbetrekking die ter vrije bepaling van partijen staat, het een internationaal geschil is en partijen dit uitdrukkelijk zijn overeengekomen; die afspraak wordt bewezen door een geschrift (artikel 32a lid 1 Rv). Zaken die tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoren, zijn uitgezonderd. De rechter doet uitspraak in het Engels, tenzij de procedure op verzoek van partijen in het Nederlands is gevoerd (artikel 32a lid 4 Rv). Ook bij de NCC procedeer je bij advocaat (artikel 79 lid 2 Rv).
Wat zijn collectieve acties (WAMCA)?
Op 1 januari 2020 is een nieuwe wet op collectieve schadevergoedingsacties in werking getreden: de Wet Afwikkeling Massaschade in Collectieve Actie (WAMCA), die het mogelijk maakt om collectieve schadevergoedingsacties in te stellen. Vóór de nieuwe wet kon een collectieve actie niet strekken tot schadevergoeding in geld; wel kon bijvoorbeeld een verklaring voor recht worden gevraagd dat een gedraging onrechtmatig was. Een dergelijk vonnis kon vervolgens door de individuen worden gebruikt om in afzonderlijke zaken een schadeclaim in te dienen. Hoewel de procedures voor groepsacties al goed ontwikkeld waren, versterkt de nieuwe wet zeker de positie van benadeelde partijen in groepsacties. Onze Amsterdamse advocaten adviseren je graag over deze kwestie.
Met betrekking tot schikking procedures in collectieve acties moet het volgende worden opgemerkt. Partijen bij een collectieve actie kunnen besluiten een zaak te schikken. Het gerechtshof Amsterdam is bij uitsluiting bevoegd om een verzoek tot verbindendverklaring van zo’n schikkingsovereenkomst te behandelen (artikel 1013 lid 3 Rv). Een dergelijke algemeen bindende schikking wordt in alle lidstaten van de Europese Unie erkend op basis van het toepasselijke EU-recht. Voor dit soort civiele procedures is een procesadvocaat vereist.
Welke rol heeft de rechter in een civiele procedure?
Om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te waarborgen, worden rechters in Nederland bij koninklijk besluit voor het leven benoemd; zij worden ontslagen op eigen verzoek of bij het bereiken van een bij de wet bepaalde leeftijd, en kunnen verder alleen in de gevallen die de wet bepaalt door een daartoe aangewezen gerecht worden geschorst of ontslagen (artikel 117 Grondwet). Een basisbeginsel van het Nederlandse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is dat rechters een passieve houding aannemen in gerechtelijke procedures, vooral met betrekking tot het vaststellen van feiten en het bepalen van de grenzen van het geschil en het juridische debat. Deze kwesties vallen doorgaans onder de partijautonomie, wat van oorsprong een leidend principe is in procesvoering. Tegenwoordig is er echter een tendens naar een actievere rol voor rechters. Dit wordt onder andere weerspiegeld in recente wetgevingsinitiatieven die rechters meer bevoegdheden geven met betrekking tot bewijsverkrijging, het toewerken naar een schikking of bemiddeling, maar ook in de behandeling van gerechtelijke procedures.
Welke verjaringstermijn geldt voor je vordering?
Een rechtsvordering verjaart door verloop van twintig jaar, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 3:306 BW). Voor de meeste vorderingen geldt een kortere termijn van vijf jaar, en wanneer die begint, hangt af van de vordering. Een vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen, zoals betaling, verjaart door verloop van vijf jaar na de aanvang van de dag na die waarop zij opeisbaar is geworden (artikel 3:307 lid 1 BW). Een vordering tot schadevergoeding verjaart vijf jaar na de aanvang van de dag na die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis die de schade veroorzaakte (artikel 3:310 lid 1 BW); bij schade door verontreiniging van lucht, water of bodem, door gevaarlijke stoffen (artikel 6:175 BW) of door bodembeweging is die laatste termijn dertig jaar (lid 2), tegen de dader van een strafbaar feit verjaart de vordering niet zolang het recht tot strafvordering niet is vervallen (lid 4), en voor schade door letsel of overlijden geldt alleen de termijn van vijf jaar (lid 5). Een vordering tot ontbinding wegens een tekortkoming verjaart vijf jaar na de aanvang van de dag na die waarop de schuldeiser met de tekortkoming bekend is geworden, en in ieder geval twintig jaar nadat de tekortkoming is ontstaan (artikel 3:311 lid 1 BW).
Hoe stuit je een verjaringstermijn?
De verjaring van een vordering tot nakoming, waaronder ook een vordering tot schadevergoeding in geld (HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:766), stuit je met een schriftelijke aanmaning of met een schriftelijke mededeling waarin je je recht op nakoming ondubbelzinnig voorbehoudt (artikel 3:317 lid 1 BW). Bij andere vorderingen, zoals een vordering tot ontbinding, stuit een schriftelijke aanmaning alleen als binnen zes maanden een stuitingshandeling volgt, zoals het instellen van een eis (artikel 3:317 lid 2 en 3:316 BW). Leidt een ingestelde eis niet tot toewijzing, dan is de verjaring alleen gestuit als binnen zes maanden na het einde van het geding een nieuwe eis wordt ingesteld die alsnog wordt toegewezen (artikel 3:316 lid 2 BW). Dat geldt niet als de rechter of het scheidsgerecht zich in verband met een (ontbrekende) arbitrageovereenkomst onbevoegd verklaarde: dan is de verjaring wel gestuit en begint een nieuwe termijn na de uitspraak die in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 3:316 lid 4 en 3:319 lid 3 BW). Na stuiting, anders dan door een eis die wordt toegewezen, begint een nieuwe verjaringstermijn. Die is gelijk aan de oorspronkelijke, maar niet langer dan vijf jaar; de verjaring treedt nooit eerder in dan zonder stuiting het geval zou zijn geweest (artikel 3:319 BW). Ook die nieuwe termijn kun je weer stuiten. Verjaring is een verweer dat de gedaagde zelf moet voeren: de rechter mag het middel van verjaring niet ambtshalve toepassen (artikel 3:322 lid 1 BW).
Wat wordt van partijen verwacht vóór de procedure?
Vanuit strategisch oogpunt kan het verstandig zijn om vóór de procedure bewijs veilig te stellen. Voordat een zaak aanhangig is, kan de rechter op verzoek voorlopige bewijsverrichtingen bevelen, zoals een voorlopig getuigenverhoor, een bericht of verhoor van deskundigen, een plaatsopneming of inzage in bepaalde gegevens (artikel 196 lid 1 en 197 lid 3 Rv). De rechter wijst het verzoek toe, tenzij een van de weigeringsgronden van artikel 196 lid 2 Rv zich voordoet. De uitkomst kun je in de latere procedure gebruiken. Soms blijkt daaruit ook dat je eigen positie lastig is of dat een schikking voor de hand ligt, zodat een procedure kan worden vermeden.
De wet voorziet niet in een algemene verplichting om vóór een rechtszaak alle beschikbare stukken en bewijsmateriaal aan de andere partij te verstrekken. Wel heeft een partij bij een rechtsbetrekking die daarbij voldoende belang heeft, recht op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking, tenzij de ander een verschoningsrecht heeft of gewichtige redenen zich daartegen verzetten (artikel 194 Rv). De rechter kan de wederpartij bevelen die gegevens te verstrekken (artikel 195 Rv).
Wanneer leg je beslag vóór de procedure?
Na afloop van een procedure is niet zeker dat de wederpartij nog verhaal biedt. Daarom kun je vooraf conservatoir beslag leggen, bijvoorbeeld op banktegoeden, onroerend goed of voertuigen. Daarvoor heb je verlof nodig van de voorzieningenrechter, die na summier onderzoek beslist (artikel 700 lid 1 en 2 Rv). De wederpartij wordt daarover in de regel niet vooraf gehoord, en het verlof wordt vaak kort na het verzoek gegeven. Is de eis in de hoofdzaak nog niet ingesteld, dan moet dat gebeuren binnen een door de voorzieningenrechter bepaalde termijn van ten minste acht dagen na het beslag; anders vervalt het beslag. De termijn kan worden verlengd als je dat vóór het verstrijken vraagt; bij beslag op aandelen op naam of onder een derde moet de verlenging binnen acht dagen schriftelijk worden meegedeeld aan de vennootschap of de derde (artikel 700 lid 3 Rv). Om bewijs veilig te stellen kun je ook conservatoir beslag tot bescherming van bewijs leggen, eveneens met verlof van de voorzieningenrechter (artikel 205 Rv). De partij onder wie beslag is gelegd, kan in kort geding opheffing vorderen bij de voorzieningenrechter die het verlof gaf (artikel 705 lid 1 Rv). Die heft het beslag onder meer op als summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of als voor een geldvordering voldoende zekerheid wordt gesteld (artikel 705 lid 2 Rv). Een volledige beoordeling van de vordering volgt pas in de hoofdzaak. Wordt de vordering daar afgewezen, dan kan de beslaglegger aansprakelijk zijn voor de schade die de wederpartij door het beslag lijdt.
Hoe start je een civiele procedure?
In dit artikel is ingegaan op de vraag hoe een civiele procedure wordt ingeleid en hoe en wanneer de procespartijen worden geïnformeerd over de inleiding van de procedure. Daarnaast wordt aandacht besteed aan belangrijke aspecten van civiele procedures, zoals de belasting voor de rechter.
Een vordering wordt in de regel ingeleid doordat een deurwaarder de dagvaarding aan de gedaagde betekent. Het geding is aanhangig vanaf de dag van dagvaarding (artikel 125 lid 1 Rv). De dagvaarding vermeldt de roldatum waarop de zaak voor de rechter komt (artikel 111 lid 2 onder f Rv). De eiser moet de dagvaarding uiterlijk op de laatste dag dat de griffie open is vóór die roldatum ter griffie indienen (artikel 125 lid 2 Rv). Het griffierecht is de eiser verschuldigd vanaf de eerste roldatum (artikel 3 lid 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken). Afhankelijk van de tactiek en de belangen van de eiser kan er enige tijd zitten tussen de betekening en de roldatum, zodat partijen nog kunnen onderhandelen over een schikking.
Een dagvaarding vermeldt onder meer de eis en de gronden daarvan (artikel 111 lid 2 onder d Rv). Ook vermeldt zij de verweren die de gedaagde al heeft aangevoerd en de gronden daarvoor, en de bewijsmiddelen en getuigen waarover de eiser beschikt ter staving van de betwiste gronden (artikel 111 lid 3 Rv). Partijen moeten de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren (artikel 21 Rv).
Opgemerkt moet worden dat bepaalde civiele zaken moeten worden ingeleid door het indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank, in plaats van een dagvaarding. De inhoudelijke structuur van een dergelijk verzoekschrift is in wezen hetzelfde als die van een dagvaarding. Nadat het verzoekschrift is ingediend, informeert de rechtbank de betrokken partijen over het verzoekschrift en stelt een termijn vast waarbinnen de verweerders op het verzoekschrift moeten reageren.
Hoe druk zijn de rechtbanken?
De werklast van de rechtbanken is aanzienlijk en problematisch. Dit komt tot uiting in de lengte van gerechtelijke procedures. Vaak duurt het lang voordat er een datum wordt vastgesteld voor een mondelinge zitting of voordat er een uitspraak wordt gedaan. In tegenstelling tot andere rechtssystemen bedraagt de vertraging echter maanden, geen jaren.
Hoelang duurt een Nederlandse rechtszaak?
Hieronder lichten de gespecialiseerde procesadvocaten in Amsterdam van MAAK Advocaten de procedure en duur van een civiele procedure toe.
Een civiele procedure begint met de dagvaarding van de eiser. De gedaagde antwoordt met een conclusie van antwoord op de eerste of een door de rechter nader te bepalen roldatum (artikel 128 lid 2 Rv). Daarin moet hij alle excepties, zoals een beroep op onbevoegdheid van de rechter, tegelijk met zijn verweer ten principale aanvoeren (artikel 128 lid 3 Rv). Partijen kunnen uitstel vragen; een eenstemmig verzoek volgt de rechter, tenzij dat tot onredelijke vertraging leidt (artikel 133 lid 2 Rv). Een incident, zoals een bevoegdheidsincident, kan de procedure verlengen.
Na de conclusie van antwoord beveelt de rechter een mondelinge behandeling, tenzij hij de zaak daarvoor niet geschikt vindt (artikel 131 Rv). Daar kunnen partijen hun standpunten toelichten en kan de rechter vragen stellen, een schikking beproeven en met partijen bespreken hoe de procedure verder verloopt (artikel 87 lid 2 Rv). Repliek en dupliek volgen dan alleen als dat nodig is (artikel 132 lid 2 Rv). Na de mondelinge behandeling wijst de rechter vonnis of laat hij partijen hun standpunten nader toelichten of nader bewijs leveren, bijvoorbeeld met getuigen of een deskundigenonderzoek.
Hoelang duurt een procedure in eerste aanleg?
Veel civiele procedures worden in eerste aanleg binnen een jaar beslist; complexe zaken duren langer.
Hoelang duurt hoger beroep?
Hoger beroep moet je instellen binnen drie maanden na de uitspraak, bij een kort-gedingvonnis binnen vier weken (artikel 339 lid 1 en 2 Rv). Hoe lang het hoger beroep daarna duurt, hangt af van de zaak en het gerechtshof. Ook een cassatieprocedure bij de Hoge Raad neemt doorgaans geruime tijd in beslag.
Wat houdt de versnelde civiele procedure bij de rechtbank Amsterdam in?
De rechtbank Amsterdam voert een pilot uit met een snellere procedure in eenvoudige zaken waarbij geen getuigenverhoor of deskundigenbewijs nodig is. De procedure is vergelijkbaar met een kort geding procedure, maar leidt tot een eindbeslissing. In deze gevallen vindt de hoorzitting meestal plaats binnen zes tot tien weken na het begin van de procedure. Opgemerkt moet echter worden dat zo’n snelle procedure alleen mogelijk is als beide partijen het ermee eens zijn of ermee instemmen.
Hoeveel invloed hebben partijen op het verloop van de procedure?
Een vraag die vaak aan onze procesadvocaat wordt gesteld, is in hoeverre de partijen in civiele procedures controle of invloed kunnen uitoefenen op het verloop van de procedure of het tijdschema ervan.
Het antwoord is dat partijen enige invloed hebben. Vragen zij samen om uitstel, dan volgt de rechter dat verzoek, tenzij het tot onredelijke vertraging van het geding zou leiden (artikel 133 lid 2 Rv). Vooral in complexe procedures kan het zinvol zijn om in overleg met de rechtbank van de gewone termijnen af te wijken.
De rechter stelt de termijnen voor het nemen van conclusies vast (artikel 133 lid 1 Rv). Hoeveel uitstel je kunt krijgen, is nader geregeld in de procesreglementen van de gerechten. Wordt een proceshandeling niet binnen de termijn verricht en kan geen uitstel meer worden verkregen, dan vervalt het recht om die handeling te verrichten (artikel 133 lid 4 Rv). De rechter waakt tegen onredelijke vertraging van de procedure (artikel 20 lid 1 Rv).
Welke documenten gelden als bewijs?
Hieronder leggen onze gespecialiseerde advocaten uit hoe het bewijsrecht in elkaar zit, of er een plicht is om documenten en ander bewijs te bewaren tot de rechtszaak, en of partijen verplicht zijn om relevante documenten uit te wisselen of beschikbaar te stellen aan de wederpartij.
Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren (artikel 21 Rv). Die verplichting is iets anders dan de disclosure-verplichtingen in common-lawlanden. Hoofdregel is dat de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, die feiten of rechten moet bewijzen, tenzij uit een bijzondere regel of uit de redelijkheid en billijkheid een andere verdeling volgt (artikel 150 Rv). Onze procesadvocaten informeren je graag over die uitzonderingen.
De rechter kan in elke stand van de procedure partijen bevelen bepaalde stellingen toe te lichten of bepaalde, op de zaak betrekking hebbende gegevens over te leggen (artikel 22 lid 1 Rv). Een partij kan dat weigeren als daarvoor gewichtige redenen zijn, of meedelen dat alleen de rechter kennis mag nemen van de gegevens (artikel 22 lid 2 Rv). De rechter beslist of dat gerechtvaardigd is. Is het dat niet en blijft de partij weigeren, dan wordt de zaak verwezen naar een andere kamer, die daaruit de gevolgtrekking kan maken die zij geraden acht (artikel 22 lid 3 en 4 Rv).
Het procesrecht kent geen algemene verplichting om documenten of ander bewijs te bewaren tot de zitting. Wel moeten rechtspersonen en ondernemers hun administratie, met de daarbij behorende boeken en bescheiden, zeven jaar bewaren (artikel 2:10 lid 3 en 3:15i BW). Het leveren van bewijs blijft de verantwoordelijkheid van elke partij afzonderlijk. Een algemene openbaarmaking door de wederpartij kun je naar Nederlands recht niet vorderen. Wel kun je inzage, afschrift of uittreksel vragen van bepaalde gegevens over een rechtsbetrekking waarbij je partij bent, als je daarbij voldoende belang hebt (artikel 194 en 195 Rv). Om te voorkomen dat bewijs verdwijnt, kun je met verlof van de voorzieningenrechter conservatoir beslag tot bescherming van bewijs leggen (artikel 205 Rv). Is er nog geen procedure, dan moet je binnen een door de voorzieningenrechter bepaalde termijn een eis in de hoofdzaak instellen; anders vervalt het beslag (artikel 205 lid 4 Rv).
In Nederland bestaat de term “minachting van de rechtbank” niet, maar de rechter kan wel de gevolgtrekking maken die hij geraden acht als een partij de feiten niet volledig en naar waarheid aanvoert (artikel 21 Rv). Ook het vernietigen of achterhouden van bewijs kan in je nadeel worden uitgelegd.
Wat valt onder het verschoningsrecht van de advocaat?
In gerechtelijke procedures waarbij een buitenlandse partij betrokken is, wordt vaak de vraag gesteld of bepaalde documenten beschermd zijn tegen inzage door de wederpartij, of dat een verplichting tot openbaarmaking kan worden opgelegd.
Wie uit hoofde van ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht is, zoals een advocaat, kan zich verschonen van het afleggen van getuigenis over wat hem in die hoedanigheid is toevertrouwd (artikel 165 lid 2 onder b Rv). Een verschoningsrecht is ook een grond om een verzoek om inzage in gegevens te weigeren (artikel 194 lid 2 onder a Rv). Of een bedrijfsjurist zich hierop kan beroepen, hangt af van de vraag of hij uit hoofde van zijn beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht is; een advocaat heeft die plicht wel. Een partij zelf kan bij een bevel tot overlegging gewichtige redenen aanvoeren, zoals de vertrouwelijkheid van juridisch advies (artikel 22 lid 2 Rv). Merk op dat correspondentie tussen advocaten die geen deel uitmaakte van schikkingsonderhandelingen of die onder de reikwijdte van een geheimhoudingsovereenkomst valt, als bewijs kan worden ingebracht in civiele procedures.
Hoe lever je bewijs in een civiele procedure?
Hieronder leggen onze gespecialiseerde procesadvocaten uit hoe bewijs wordt geproduceerd in het civiele proces en of getuigen en deskundigen mondeling kunnen getuigen.
In de civiele procedure ligt de nadruk op schriftelijke stukken. Partijen vermelden hun bewijsmiddelen al in de dagvaarding of de conclusie van antwoord (artikel 111 lid 3 en 128 lid 5 Rv). Stukken worden zoveel mogelijk direct bij dagvaarding of conclusie van antwoord in het geding gebracht en uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling, tenzij de wet een andere termijn voorschrijft; later ingediende stukken laat de rechter in beginsel buiten beschouwing (artikel 87 lid 6 Rv). Vaak beslist de rechter in de eerste plaats op basis van deze stukken.
Wanneer benoemt de rechter een deskundige?
Partijen kunnen schriftelijke rapporten van eigen deskundigen als bewijs overleggen, en met toestemming van de rechter kunnen partijdeskundigen tijdens de mondelinge behandeling worden gehoord (artikel 87 lid 3 Rv). Daarnaast kan de rechter op verzoek van een partij of ambtshalve een bericht of verhoor van deskundigen bevelen en zelf een of meer deskundigen benoemen (artikel 186 Rv). Vooral bij technische geschillen kan een door de rechter benoemde deskundige van belang zijn.
Hoe verloopt een getuigenverhoor?
Schriftelijke getuigenverklaringen komen steeds vaker voor, maar hebben niet dezelfde waarde als een verhoor door de rechter, waarbij getuigen onder ede verklaren (artikel 177 lid 2 Rv). De rechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve getuigen laten horen, op de mondelinge behandeling of op een afzonderlijke zitting. Een verhoor vindt plaats als bewijs door getuigen is toegelaten en een partij bewijs heeft aangeboden van betwiste feiten die tot de beslissing van de zaak kunnen leiden (artikel 166 lid 1 Rv). Na een getuigenverhoor krijgen partijen de gelegenheid om op de verklaringen te reageren.
Welke tussentijdse verzoeken en verweren zijn er tijdens een procedure?
Naast de hoofdzaak kunnen partijen tijdens of rond een procedure ook tussentijdse verzoeken doen of verweren voeren. Zo kun je bijvoorbeeld:
- conservatoir beslag laten leggen op goederen van de andere partij (artikel 700 Rv); vóór de procedure kun je voorlopige bewijsverrichtingen vragen (artikel 196 Rv), en tijdens de procedure een getuigenverhoor (artikel 166 Rv);
- de bevoegdheid van de rechter betwisten, tegelijk met je verweer ten principale (artikel 128 lid 3 Rv); of
- als gedaagde zekerheid vorderen voor de proceskosten en schadevergoeding als de eiser geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Dat moet vóór alle weren, en het kan niet als een verdrag of EG-verordening dat uitsluit, als een kostenveroordeling ten uitvoer kan worden gelegd waar de eiser woont, als verhaal in Nederland redelijkerwijs aannemelijk is of als de toegang tot de rechter effectief zou worden belemmerd (artikel 224 Rv).
Wat kan de rechter toewijzen?
Naast het geven van declaratoire vonnissen over de rechtsverhouding tussen partijen, kan de burgerlijke rechter ook constitutieve vonnissen geven of een partij veroordelen om bepaald gedrag te staken, schadevergoeding te betalen of een ander civiel rechtsmiddel in te stellen. In dat opzicht kunnen partijen bijvoorbeeld de uitvoering van een contract, een verklaring van rechtsgeldige herroeping, de ontbinding van een contractueel beding of de nietigheid van een rechtshandeling vorderen. Wanneer een partij schade heeft geleden, kunnen de voorgaande civiele rechtsmiddelen worden gecombineerd met een vordering tot schadevergoeding op basis van een van de bepalingen over contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid, afhankelijk van de aard van de rechtsverhouding.
Is iemand gehouden een rechtshandeling te verrichten, dan kan de rechter op vordering bepalen dat zijn uitspraak dezelfde kracht heeft als een akte van degene die tot de rechtshandeling gehouden is, tenzij de aard van de rechtshandeling zich daartegen verzet (artikel 3:300 BW). De partij die schadevergoeding vordert, moet in beginsel de schade en de grondslag daarvan bewijzen (artikel 150 Rv).
Om nakoming van het vonnis af te dwingen, kan de eiser een dwangsom vorderen naast de hoofdveroordeling. Een dwangsom kan niet worden opgelegd bij een veroordeling tot betaling van een geldsom, en wordt niet verbeurd vóór de betekening van de uitspraak (artikel 611a lid 1 en 3 Rv). Bij te late betaling van een geldsom bestaat de schadevergoeding uit de wettelijke rente over de tijd dat de schuldenaar in verzuim is (artikel 6:119 lid 1 BW). Bij een handelsovereenkomst loopt de wettelijke handelsrente vanaf de dag na de overeengekomen uiterste betaaldag of, als die niet is afgesproken, in de regel vanaf 30 dagen na ontvangst van de factuur (artikel 6:119a lid 1 en 2 BW). Telkens na een jaar wordt de rente bij de hoofdsom opgeteld (rente op rente; artikel 6:119 lid 2 en 6:119a lid 3 BW).
Hoe leg je een vonnis ten uitvoer?
Een vonnis moet eerst door de deurwaarder worden betekend aan de partij tegen wie de executie zich richt, voordat het ten uitvoer kan worden gelegd (artikel 430 lid 3 Rv). Een partij kan de rechter vragen het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zodat het al kan worden uitgevoerd voordat het onherroepelijk is (artikel 233 lid 1 Rv).
Als de verliezende partij in eerste aanleg hoger beroep instelt tegen het vonnis dat niet uitvoerbaar bij voorraad is, wordt de tenuitvoerlegging geschorst in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep (artikel 350 lid 1 Rv).
Als een partij een vonnis dat voorlopig uitvoerbaar is, ten uitvoer legt, riskeert zij schadevergoeding als de tegenpartij met succes een rechtsmiddel instelt en het gerechtshof de bestreden beslissing vernietigt.
In het geval dat de verliezende partij het vonnis niet naleeft, heeft de winnende partij de mogelijkheid om beslag te leggen op activa van de tegenpartij of, mits deze in het vonnis zijn opgenomen, dwangsommen te eisen.
Zijn rechtszittingen openbaar?
Terechtzittingen zijn openbaar, behalve in de gevallen die de wet bepaalt, en de uitspraak gebeurt in het openbaar (artikel 121 Grondwet). In de regel zijn de pleidooien met bewijsmateriaal niet toegankelijk voor het publiek. De uitspraak in civiele zaken is openbaar (artikel 121 Grondwet). In uitspraken die op rechtspraak.nl worden gepubliceerd, zijn de namen van natuurlijke personen in de regel weggelaten; namen van rechtspersonen worden niet altijd geanonimiseerd. Een groot aantal vonnissen is beschikbaar op de website van de Nederlandse rechterlijke macht: www.rechtspraak.nl.
Wie betaalt de proceskosten?
De partij die in het ongelijk wordt gesteld, wordt in de regel in de proceskosten veroordeeld, inclusief een vergoeding voor de kosten van de advocaat van de winnende partij (artikel 237 lid 1 Rv). Die vergoeding is niet gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten, maar bestaat uit forfaitaire bedragen. De kosten tot de uitspraak stelt de rechter in het vonnis vast; kosten na de uitspraak begroot hij op verzoek bij bevelschrift (artikel 237 lid 3 en 4 Rv). Er is geen wet op de beloning van advocaten.
In vergelijking met andere landen, vooral die met een common-lawsysteem, zijn de griffierechten in Nederland gematigd, vooral bij hoge belangen. Het griffierecht hangt af van de hoogte van de vordering. Bij de rechtbank (geen kantonzaak) betaalt een niet-natuurlijke persoon sinds 1 januari 2026 € 3.083 bij een vordering tot en met € 100.000, € 7.062 bij een vordering tot en met € 1.000.000 en € 10.487 daarboven (bijlage bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken).
Voor de Netherlands Commercial Court gelden hogere griffierechten: sinds 1 januari 2026 € 19.518 bij de rechtbank Amsterdam en € 26.024 bij het gerechtshof Amsterdam (bijlage bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken, zaken als bedoeld in artikel 32a lid 1 Rv). Internationaal gezien zijn ook die bedragen gematigd.
Wanneer financiert een derde je proceskosten?
In principe is financiering van de proceskosten door derden mogelijk. Een dergelijke financiering komt bijvoorbeeld voor bij class actions. In Nederlandse class actions is het vaak het geval dat een (Nederlandse) stichting of vereniging optreedt als belangenbehartiger van de benadeelde partijen en procespartijen.
Oorspronkelijk was de financiering van kosten door derden voor gerechtelijke procedures niet gebruikelijk met betrekking tot individuele vorderingen. De laatste tijd heeft die markt zich echter snel ontwikkeld. Dit geldt zowel voor civiele procedures als voor arbitrageprocedures.
Dekt een buitenlandse rechtsbijstandverzekering een Nederlandse procedure?
Buitenlandse rechtsbijstandverzekeringen met buitenlandse dekking dekken vaak de kosten van Nederlandse gerechtelijke procedures. Het gedekte bedrag hangt af van de verzekeringsvoorwaarden. Daarom adviseren wij cliënten met een buitenlandse rechtsbijstandverzekering contact op te nemen met de verzekeringsmaatschappij en te informeren naar de dekking.
Hoe leg je een EU-vonnis in Nederland ten uitvoer?
Vonnissen uit een lidstaat van de Europese Unie kunnen in Nederland ten uitvoer worden gelegd op grond van Verordening 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking). Voor de tenuitvoerlegging zijn de rechterlijke beslissing, de verklaring van uitvoerbaarheid op grond van Verordening 1215/2012 en, indien van toepassing, een vertaling in het Nederlands vereist.
Hoe leg je een vonnis van buiten de EU ten uitvoer?
Beslissingen van rechters buiten de EU kunnen in Nederland in beginsel niet ten uitvoer worden gelegd, behoudens het bepaalde in de artikelen 985-994 Rv (artikel 431 lid 1 Rv). De zaak kan wel opnieuw aan de Nederlandse rechter worden voorgelegd (artikel 431 lid 2 Rv). Een volledig nieuw proces is dan niet altijd nodig. Volgens de Hoge Raad wordt een buitenlandse beslissing in beginsel erkend als (i) de bevoegdheid van de buitenlandse rechter berust op een naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbare grond, (ii) de beslissing tot stand is gekomen in een procedure die voldoet aan de eisen van een behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging, (iii) erkenning niet in strijd is met de Nederlandse openbare orde, en (iv) de beslissing niet onverenigbaar is met een beslissing van de Nederlandse rechter tussen dezelfde partijen, of met een eerdere, voor erkenning vatbare buitenlandse beslissing tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp en op dezelfde grond. Is aan die voorwaarden voldaan, dan neemt de rechter de gebondenheid van partijen aan die beslissing tot uitgangspunt en is een vordering tot veroordeling tot hetzelfde in beginsel toewijsbaar (HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838, r.o. 3.6.4-3.6.5).
Welke alternatieven zijn er voor de rechter?
Naast de gang naar de rechter beslecht je een geschil via mediation, arbitrage of bindend advies. Mediation levert geen bindend oordeel op maar een oplossing die partijen zelf formuleren; de mediator beslist dus niets. Arbitrage leidt wél tot een bindend vonnis, dat op grond van artikel 1062 lid 1 Rv pas ten uitvoer kan worden gelegd nadat de voorzieningenrechter daarvoor verlof heeft verleend. Bindend advies zit daartussenin: partijen binden zich vooraf aan het oordeel van een deskundige derde.
De keuze hangt vooral af van twee vragen: wil je de relatie behouden, en heb je het oordeel afdwingbaar nodig? Loopt er een langdurige leveranciers- of distributierelatie, dan weegt mediation zwaarder, want een procedure beëindigt die relatie doorgaans. Speelt er daarentegen een technisch geschil waarin je snel een deskundig oordeel wilt, dan biedt arbitrage voordeel. Let echter op de kosten: arbiters worden door partijen zelf betaald, terwijl de overheidsrechter alleen griffierecht vraagt. Meer hierover lees je in ons overzicht van arbitrage in Nederland.
Bevat je contract een arbitragebeding, dan verklaart de overheidsrechter zich onbevoegd als de wederpartij zich vóór alle weren op dat beding beroept, tenzij de arbitrageovereenkomst ongeldig is (artikel 1022 Rv). Een mediationclausule valt niet onder deze regel; wat zo’n clausule voor een procedure betekent, hangt af van wat partijen hebben afgesproken. Laat zo’n beding daarom vooraf toetsen. Weet je welke route je eigen contracten voorschrijven?
Veelgestelde vragen over een procesadvocaat
Wat is een procesadvocaat?
Een procesadvocaat is een advocaat die je bijstaat en vertegenwoordigt in een gerechtelijke procedure: van het opstellen van de dagvaarding of het verweer tot de mondelinge behandeling en een eventueel hoger beroep. In zaken buiten de kantonrechter procedeer je in de regel bij advocaat (artikel 79 lid 2 Rv).
Mag een jurist voor je procederen?
Bij de kantonrechter wel: daar mag je in persoon procederen of je laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, ook als dat geen advocaat is (artikel 79 lid 1 en 80 lid 1 Rv). In andere zaken, zoals bij de civiele kamer van de rechtbank en bij het gerechtshof, procedeer je bij advocaat (artikel 79 lid 2 Rv). In kort geding mag de gedaagde in persoon verschijnen, maar niet vertegenwoordigd door een gemachtigde die geen advocaat is (artikel 255 lid 1 Rv).
Wat kost een bodemprocedure?
Je betaalt griffierecht en je eigen advocaatkosten. Bij de rechtbank (geen kantonzaak) bedraagt het griffierecht sinds 1 januari 2026 voor een niet-natuurlijke persoon € 3.083 bij een vordering tot en met € 100.000 en € 7.062 tot en met € 1.000.000; voor een natuurlijke persoon is dat € 1.414 en € 2.803 (bijlage bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken). Win je de zaak, dan wordt de wederpartij in de regel in de proceskosten veroordeeld (artikel 237 Rv), maar die vergoeding dekt meestal niet alle werkelijke kosten.
Hoe werkt een civiele procedure in Nederland?
De eiser laat een dagvaarding betekenen met de eis en de gronden (artikel 111 Rv). De gedaagde antwoordt met een conclusie van antwoord (artikel 128 Rv). Daarna volgt in de regel een mondelinge behandeling (artikel 131 Rv), eventueel bewijslevering en een vonnis. Tegen het vonnis kun je in de regel binnen drie maanden hoger beroep instellen (artikel 339 lid 1 Rv).
Hoe lang duurt een rechtszaak?
De wet kent geen vaste doorlooptijd. De duur hangt onder meer af van de termijnen en het uitstel voor conclusies (artikel 133 Rv), van de vraag of er bewijslevering nodig is en van een eventueel hoger beroep, dat binnen drie maanden moet worden ingesteld (artikel 339 lid 1 Rv). Een kort geding is in de regel veel sneller dan een bodemprocedure.
Primaire bronnen
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldend vanaf 14-07-2026): artikel 20, 21, 22, 32a, 79, 80, 87, 93, 111, 125, 128, 131, 132, 133, 150, 165, 166, 177, 186, 194, 195, 196, 197, 205, 224, 233, 237, 254, 255, 257, 258, 332, 339, 350, 419, 430, 431, 611a, 700, 705, 1013, 1022, 1062
- Burgerlijk Wetboek Boek 2: artikel 2:345, 2:349a, 2:350, 2:355, 2:356
- Burgerlijk Wetboek Boek 3: artikel 3:300, 3:306, 3:307, 3:310, 3:311, 3:316, 3:317, 3:319, 3:322
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikel 6:119 en 6:119a
- Wet griffierechten burgerlijke zaken, artikel 3 en bijlage (geldend vanaf 1-1-2026)
- Wet op de rechterlijke organisatie: artikel 66 en 75
- Wet op de rechterlijke indeling: artikel 1 en 2
- Grondwet: artikel 117 en 121
- HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838 (erkenning buitenlandse beslissingen, r.o. 3.6.4-3.6.5)
Advocaat gespecialiseerd in procesrecht in Amsterdam
Onze procesadvocaat in Amsterdam kan je vanaf het begin van het proces ondersteunen bij onderhandelingen en op strategisch niveau. Als de zaak escaleert, treedt ons procesadvocatenkantoor in Amsterdam op als je procesadvocaat in de rechtbank. Als je dringend een voorlopige voorziening en een uitspraak van de rechter nodig heeft, kunnen wij namens je een kort geding aanspannen (een spoedprocedure). Onze procesadvocaat in Amsterdam kan in eerste aanleg optreden voor elke civiele rechter in Nederland. Wij helpen ook graag als er hoger beroep wordt ingesteld.
Remko Roosjen is procesadvocaat in Amsterdam en werkt nauw samen met cliënten en biedt pragmatische oplossingen voor zakelijke juridische vraagstukken, inclusief gerechtelijke procedures. Remko is medeoprichter van ons advocatenkantoor in Amsterdam. Als procesadvocaat is hij gespecialiseerd in (internationale) commerciële geschillen en contracten, waaronder civiele procedures, arbitrage en mediation. Daarnaast is Remko gespecialiseerd in het leggen van conservatoir beslag, het voeren van kort gedingen en het indienen van vorderingen. Remko is een scherpe, creatieve Amsterdamse advocaat met ruime ervaring in het vertegenwoordigen van zowel eisers als gedaagden in geschillen. Bezoek Remko’s profiel via de website of via zijn LinkedIn profiel.