Met conservatoir beslag zet je vermogen van je schuldenaar vast voordat je een vonnis hebt, zodat hij het niet kan wegmaken. Je hebt daarvoor verlof nodig van de voorzieningenrechter (artikel 700 Rv) en je moet de bodemprocedure starten binnen de termijn uit dat verlof. Het voordeel is zekerheid. De nadelen zijn de kosten en het risico dat je de schade moet vergoeden als je vordering wordt afgewezen.
Conservatoir beslag vormt een krachtig juridisch instrument binnen het Nederlandse incassorecht dat schuldeisers beschermt tegen vermogensonttrekking. Je kunt het verlof vragen vóór of tijdens de procedure over je vordering. De voorzieningenrechter beslist na summier onderzoek: hij kijkt of je vordering voldoende aannemelijk is, maar beoordeelt die niet volledig (artikel 700 lid 2 Rv). Wil je beslag leggen op roerende zaken, zoals voorraad of een auto, dan moet je ook aantonen dat er gegronde vrees voor verduistering bestaat (artikel 711 lid 1 Rv).
De gerechtsdeurwaarder legt het beslag direct na het verlof. De schuldenaar hoort er pas van als het beslag ligt: het verlof en het verzoekschrift worden samen met het beslagexploot aan hem betekend (artikel 702 lid 2 Rv). Deze verrassing kenmerkt conservatoir beslag en vergroot de effectiviteit. Echter, aan deze procedure zijn specifieke voorwaarden verbonden die je strikt moet naleven om juridische complicaties te voorkomen.
Welke voordelen biedt conservatoir beslag aan schuldeisers?
Conservatoir beslag voorkomt dat de schuldenaar vermogensbestanddelen verkoopt, overdraagt of bezwaart tijdens de bodemprocedure. Je stelt hiermee zeker dat verhaalsmogelijkheden beschikbaar blijven nadat je een vonnis verkrijgt.
Leg je beslag onder de bank van je schuldenaar (derdenbeslag, artikel 718 Rv), dan moet de bank het tegoed onder zich houden en mag zij niet meer aan de schuldenaar betalen (artikel 475 lid 1 Rv). Dat blijft zo totdat het beslag vervalt, wordt opgeheven of overgaat in executoriaal beslag. Is de schuldenaar een natuurlijk persoon, dan blijft een deel van zijn banktegoed vrij van beslag (artikel 475a lid 5 Rv, van toepassing via artikel 720 Rv).
Verhaalsmogelijkheden veiligstellen vormt het primaire voordeel. Zonder beslag kan je schuldenaar tijdens de procedure vrijelijk beschikken over vermogensbestanddelen. Hij verkoopt mogelijk zijn woning, brengt activa over naar familieleden of legt zijn onderneming stil. Conservatoir beslag voorkomt deze vermogensonttrekking effectief.
Daarnaast creëert beslaglegging psychologische druk op de schuldenaar. Beslagen bankrekeningen maken dagelijkse betalingen onmogelijk, terwijl beslag op onroerend goed verhindert dat hij het pand verkoopt of extra hypotheek verstrekt. Deze beperkingen motiveren schuldenaren vaak tot snelle betaling of schikking.
Derdenbeslag op klanten van je schuldenaar werkt bijzonder effectief. Deze klanten mogen door het beslag niet meer betalen aan de schuldenaar, hoewel hij zijn verplichtingen jegens hen gewoon moet nakomen. Dit cashflowprobleem dwingt ondernemers regelmatig tot onderhandeling.
Krijg je in de bodemprocedure een uitvoerbaar vonnis, dan gaat het conservatoir beslag over in executoriaal beslag zodra je het vonnis aan de beslagene hebt laten betekenen, en bij derdenbeslag ook aan de derde (artikel 704 lid 1 Rv). Je hoeft geen nieuw beslag te leggen. De deurwaarder kan direct overgaan tot openbare verkoping van in beslag genomen goederen of incasso van geblokkeerde tegoeden. Deze naadloze overgang bespaart tijd en kosten.
Wat zijn de belangrijkste nadelen en kosten?
Beslaglegging brengt aanzienlijke kosten met zich mee die slechts gedeeltelijk door de schuldenaar worden vergoed. Je betaalt griffierecht van € 735 voor rechtspersonen of € 341 voor natuurlijke personen (tarief 2026, Wet griffierechten burgerlijke zaken), deurwaarderskosten en advocaatkosten voor het opstellen van het verzoekschrift.
Deze initiële investeringen maken conservatoir beslag economisch alleen zinvol bij substantiële vorderingen. Bij vorderingen onder € 5.000 wegen de kosten vaak niet op tegen de verwachte opbrengst. Bovendien vergoedt de rechter bij toewijzing slechts het liquidatietarief volgens het Besluit proceskosten burgerlijke zaken, dat doorgaans lager ligt dan je werkelijke kosten.
Beslag op bankrekeningen levert regelmatig teleurstellingen op. Veel bedrijven en particulieren beschikken op de dag van beslaglegging over geen of minimaal saldo. Kredietfaciliteiten en doorlopende betalingen zorgen ervoor dat rekeningen zelden substantiële tegoeden bevatten. Deze realiteit maakt derdenbeslag vaak kostenpost zonder opbrengst.
Bij onroerend goed moet overwaarde aanwezig zijn. Wanneer hypotheekschulden de WOZ-waarde benaderen of overtreffen, heeft beslaglegging geen zin. Hypotheekhouders genieten preferentie boven andere schuldeisers. Je ontvangt alleen het resterende bedrag na aflossing van alle voorrangskrediet.
Meerdere beslagleggers delen de opbrengst naar evenredigheid van hun vorderingen (artikel 3:277 lid 1 BW). Als andere schuldeisers eveneens beslag leggen op dezelfde vermogensbestanddelen, deel je de opbrengst uit openbare verkoping. Deze verdeling reduceert je verhaalsmogelijkheden aanzienlijk.
Daarnaast bestaat aansprakelijkheidsrisico bij ten onrechte gelegd beslag. Blijkt je vordering achteraf geheel ongegrond, dan moet je de schade door het beslag vergoeden, ook als je niets te verwijten valt. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is dat een risicoaansprakelijkheid (HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1110). Denk aan gederfde winst of renteverlies. De voorzieningenrechter kan het verlof daarom ook afhankelijk maken van zekerheid voor die schade (artikel 701 lid 1 Rv). Deze claims kunnen je oorspronkelijke vordering overtreffen.
Faillissement na beslaglegging vernietigt je inspanningen volledig. Gelegde beslagen vervallen door de faillietverklaring (artikel 33 lid 2 Faillissementswet). De curator neemt het beheer over alle vermogensbestanddelen. Je bent dan een gewone (concurrente) schuldeiser, tenzij je vordering een wettelijke voorrang heeft. Je gemaakte kosten blijven onvergoed.
Hoe start je de beslagprocedure correct?
Je dient via je advocaat een verzoekschrift in bij de voorzieningenrechter waarin je de vordering omschrijft, bewijs van schuld overlegt; wil je beslag leggen op roerende zaken, dan maak je ook aannemelijk dat er gegronde vrees voor verduistering bestaat (artikel 711 lid 1 Rv). De voorzieningenrechter beslist in de regel zonder de schuldenaar te horen.
In je verzoekschrift vermeld je welk beslag je wilt leggen, op welk recht je je beroept en, bij een geldvordering, het bedrag of het maximumbedrag daarvan (artikel 700 lid 2 Rv). De rechter stelt het bedrag vast waarvoor hij verlof geeft, inclusief de kosten. Leg je beslag op roerende zaken, dan onderbouw je met concrete feiten waarom je verduistering vreest. Vage vermoedens volstaan niet.
Concrete voorbeelden van aannemelijk risico zijn plotselinge bestuurswisselingen, significante waardedalingen, overdracht van activa aan familieleden tegen onrealistische prijzen of eerdere frauduleuze handelingen. Bij een buitenlandse schuldenaar kan ook een rol spelen dat verhaal in zijn land moeilijk is.
De voorzieningenrechter toetst summierlijk of aan wettelijke vereisten wordt voldaan. Hij beoordeelt niet inhoudelijk of je vordering gegrond is. Deze marginale toets verlaagt de drempel voor verlofverlening aanzienlijk. Desondanks moet je je vordering deugdelijk onderbouwen, en bij beslag op roerende zaken ook de vrees voor verduistering.
Daarna moet je de bodemprocedure tijdig starten. De voorzieningenrechter bepaalt de termijn in het verlof; die is ten minste acht dagen na het beslag. Verlenging kan alleen als je die vraagt vóór de termijn verstrijkt. Overschrijding doet het beslag vervallen (artikel 700 lid 3 Rv). Bij derdenbeslag moet je bovendien binnen acht dagen na het starten van de procedure een afschrift van de dagvaarding aan de derde laten betekenen, anders is het beslag nietig (artikel 721 Rv).
De gerechtsdeurwaarder effectueert het beslag onmiddellijk na verlofverlening. Bij derdenbeslag betekent hij een beslagexploot aan de bank of werkgever. Vanaf dat moment mag die derde niet meer aan de schuldenaar betalen. Bij roerende zaken maakt de deurwaarder een proces-verbaal van inbeslagneming op. Bij een woning of ander registergoed wordt het proces-verbaal ingeschreven in de openbare registers (artikel 726 jo. 505 Rv).
Wat zijn je rechten als schuldeiser tijdens de procedure?
Je mag beslag leggen tot de hoogte die de voorzieningenrechter vaststelt in zijn verlof. Dat bedrag omvat ook de kosten waarin de schuldenaar kan worden veroordeeld (artikel 700 lid 2 Rv). De kosten van het beslag kun je van de beslagene terugvorderen, tenzij het beslag nietig, onnodig of onrechtmatig was (artikel 706 Rv).
Zekerheid gedurende de procedure vormt je belangrijkste recht. Gedurende de gehele bodemprocedure blijven de in beslag genomen vermogensbestanddelen geblokkeerd. De schuldenaar kan deze goederen niet verkopen, bezwaren of anderszins onttrekken aan je verhaalsmogelijkheden. Deze bescherming geldt ongeacht de duur van de procedure.
Na toewijzing in de bodemprocedure gaat het conservatoir beslag over in executoriaal beslag zodra je het uitvoerbare vonnis hebt laten betekenen (artikel 704 lid 1 Rv). Je hoeft geen nieuw beslag te leggen. De deurwaarder kan direct overgaan tot gedwongen verkoop van roerende zaken of onroerend goed volgens de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Beslag geeft je geen voorrang boven andere schuldeisers. Andere schuldeisers kunnen op dezelfde goederen beslag leggen. Wie het eerst beslag legde, krijgt niet meer: de opbrengst wordt verdeeld naar evenredigheid van ieders vordering (artikel 3:277 lid 1 BW). Alleen een wettelijke voorrang, zoals een pandrecht, hypotheekrecht of voorrecht, gaat voor (artikel 3:278 lid 1 BW).
Bij derdenbeslag moet de derde-beslagene, zoals de bank, verklaren welke vorderingen en zaken door het beslag zijn getroffen. Die plicht ontstaat zodra twee weken na het beslag zijn verstreken (artikel 476a lid 1 Rv, van toepassing via artikel 720 Rv). De verklaring geeft inzicht in de omvang van het geblokkeerde bedrag. Doet de derde geen verklaring, dan kan hij worden veroordeeld tot betaling alsof hij zelf de schuldenaar is (artikel 477a lid 1 Rv). Bij conservatoir beslag kan dat pas vier weken nadat het vonnis in de hoofdzaak aan de derde is betekend (artikel 723 Rv).
Welke verweren kan de schuldenaar voeren?
De schuldenaar kan in kort geding opheffing van het beslag vorderen bij de voorzieningenrechter die het verlof gaf. De rechter heft het beslag onder meer op bij een vormverzuim, als summierlijk blijkt dat je vordering ondeugdelijk is of dat het beslag onnodig is, of als er voldoende zekerheid wordt gesteld (artikel 705 Rv).
Onnodig beslag is een opheffingsgrond (artikel 705 lid 2 Rv). De schuldenaar kan bijvoorbeeld aantonen dat er zonder beslag voldoende verhaal blijft. Bijvoorbeeld substantieel onbelast vermogen, stabiele inkomsten of andere activa die ruimschoots verhaal bieden.
Daarnaast kan de schuldenaar onevenredigheid aanvoeren. Wanneer het beslag zijn bedrijfsvoering onmogelijk maakt of hem verhindert in zijn levensonderhoud te voorzien, terwijl minder ingrijpende alternatieven beschikbaar zijn, kan de rechter het beslag beperken of opheffen.
Betwisting van de onderliggende vordering vormt een ander verweer. Hoewel de voorzieningenrechter summierlijk toetst, kan de schuldenaar substantiële juridische of feitelijke bezwaren aanvoeren die de rechter doen twijfelen aan de haalbaarheid van de vordering.
Bij beschermde vermogensbestanddelen kan de schuldenaar opheffing vorderen. Bepaalde inkomsten en bezittingen zijn geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van beslag. Denk aan het deel van loon en uitkeringen onder de beslagvrije voet (artikel 475c en 475d Rv) en aan inboedel, kleding en zaken die nodig zijn voor de verwerving van de noodzakelijke middelen van bestaan (artikel 447 Rv). Verlof voor conservatoir beslag op loon geeft de rechter pas nadat de schuldenaar is gehoord of de kans heeft gehad gehoord te worden (artikel 720 Rv).
Zekerheid stellen biedt de schuldenaar mogelijkheid het beslag te laten opheffen. Hij kan bijvoorbeeld een bankgarantie voor het beslagbedrag aanbieden; bij voldoende zekerheid wordt het beslag opgeheven (artikel 705 lid 2 Rv). Deze zekerheid vervangt het beslag en herstelt zijn beschikkingsmacht over de oorspronkelijk beslagen goederen.
Welke veelgemaakte fouten moet je vermijden?
Een onvoldoende onderbouwde vordering is een veelvoorkomende reden voor afwijzing. Bij beslag op roerende zaken moet je bovendien concrete feiten aanvoeren voor de vrees voor verduistering (artikel 711 lid 1 Rv), niet slechts algemene vermoedens of standaardformuleringen.
Zwakke dossieropbouw vormt de meest voorkomende fout. Verzoekschriften die de vordering niet onderbouwen, of bij beslag op roerende zaken de vrees voor verduistering niet concreet maken, overtuigen de voorzieningenrechter zelden. Verzamel vooraf deugdelijk bewijs van gedragingen die duiden op intentie tot vermogensonttrekking.
Termijnoverschrijding bij het starten van de bodemprocedure heeft verstrekkende gevolgen. De termijn in het verlof is strikt; na afloop vervalt het beslag (artikel 700 lid 3 Rv). Administratieve vertragingen, vakantieperiodes of andere omstandigheden vormen geen rechtvaardiging. Plan vooraf zorgvuldig om deze termijn te halen.
Daarnaast leidt beslag op beschermde vermogensbestanddelen tot problemen. Niet alle bezittingen of inkomsten zijn vatbaar voor beslag. Loon is slechts beslagbaar boven de beslagvrije voet die afhankelijk is van gezinssituatie. Werkgereedschap, noodzakelijke kleding en bepaalde sociale uitkeringen genieten bescherming.
Disproportioneel beslag roept juridische bezwaren op. Leg je beslag op een woning met WOZ-waarde van € 400.000 bij een vordering van € 10.000, dan kan dit onevenredig zijn. De rechter kan het beslag beperken tot vermogensbestanddelen die proportioneel zijn aan je vordering.
Ten slotte vormt onvoldoende verificatie van vermogensbestanddelen een praktisch probleem. Beslag op bankrekeningen zonder voorafgaande verificatie dat saldo aanwezig is, levert kostenpost zonder resultaat. Professionele incassokantoren en advocaten beschikken over onderzoeksmogelijkheden om vermogen vooraf te traceren.
Veelgestelde vragen over conservatoir beslag
Wat kost conservatoir beslag?
Je betaalt griffierecht (tarief 2026: € 735 voor rechtspersonen en € 341 voor natuurlijke personen), deurwaarderskosten en advocaatkosten voor het verzoekschrift. De beslagkosten kun je van de beslagene terugvorderen, tenzij het beslag nietig, onnodig of onrechtmatig was (artikel 706 Rv). Wordt je vordering afgewezen, dan blijven de kosten voor jou en loop je het risico de schade van de schuldenaar te moeten vergoeden.
Binnen welke termijn moet je de bodemprocedure starten?
Binnen de termijn die de voorzieningenrechter in het verlof bepaalt. Die is ten minste acht dagen na het beslag. Verlenging is mogelijk als je die vraagt vóór de termijn verstrijkt. Start je te laat, dan vervalt het beslag (artikel 700 lid 3 Rv).
Wanneer vervalt conservatoir beslag?
Het beslag vervalt als je de bodemprocedure niet op tijd start (artikel 700 lid 3 Rv), als je vordering definitief is afgewezen (artikel 704 lid 2 Rv) en als de schuldenaar failliet gaat (artikel 33 lid 2 Faillissementswet). Ook kan de voorzieningenrechter het beslag in kort geding opheffen (artikel 705 Rv). Wordt je vordering toegewezen, dan gaat het beslag na betekening van het vonnis over in executoriaal beslag (artikel 704 lid 1 Rv).
Ben je aansprakelijk als je vordering wordt afgewezen?
Ja, in beginsel wel. Blijkt de vordering waarvoor je beslag legde achteraf geheel ongegrond, dan ben je volgens vaste rechtspraak risicoaansprakelijk voor de schade door het beslag, ook als je niets te verwijten valt (HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1110).
Geeft conservatoir beslag voorrang boven andere schuldeisers?
Nee. Schuldeisers worden uit de opbrengst voldaan naar evenredigheid van hun vorderingen, ongeacht wie het eerst beslag legde (artikel 3:277 lid 1 BW). Voorrang hebben alleen schuldeisers met een pandrecht, hypotheekrecht of voorrecht (artikel 3:278 lid 1 BW).
Primaire bronnen
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: artikel 447, 475, 475a, 475c, 475d, 476a, 477a, 505, 700, 701, 702, 704, 705, 706, 711, 712, 718, 720, 721, 723 en 726
- Burgerlijk Wetboek Boek 3: artikel 3:277 en 3:278
- Faillissementswet: artikel 33
- Wet griffierechten burgerlijke zaken, bijlage (tarieven 2026)
- HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1110
Neem contact op voor juridisch advies over conservatoir beslag
Overweeg je conservatoir beslag te leggen op vermogensbestanddelen van je schuldenaar? Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren je specifieke situatie en adviseren over de haalbaarheid, kosten en risico’s van deze procedure. Wij beoordelen of voldoende bewijs aanwezig is, welke vermogensbestanddelen je het beste kunt beslagen en hoe je procedurele valkuilen vermijdt.
Conservatoir beslag vereist juridische precisie vanaf het eerste verzoekschrift tot aan de bodemprocedure. Fouten in onderbouwing, termijnoverschrijding of onjuiste keuze van beslagobjecten leiden tot kostbare mislukkingen of aansprakelijkheid. Onze ervaring met incassozaken en beslagprocedures bij de Rechtbank Amsterdam garandeert dat je maximale zekerheid krijgt bij minimale risico’s.
Daarnaast begeleiden wij schuldenaren die geconfronteerd worden met onterecht of disproportioneel beslag. Wij beoordelen verweren, vorderen opheffing bij de voorzieningenrechter en regelen alternatieven zoals zekerheidsstelling. Snelle juridische actie voorkomt onnodige schade aan je bedrijfsvoering of financiële positie.
Neem vandaag nog contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam voor persoonlijk juridisch advies over je specifieke situatie met conservatoir beslag. Bel ons direct of plan een eerste consultatie waarin wij je verhaalsmogelijkheden of verweren grondig bespreken. Juridische zekerheid begint met professioneel advies.