Gepubliceerd op

Ketenaansprakelijkheid: risico beperken als aannemer

Gepubliceerd

Ketenaansprakelijkheid betekent dat je als aannemer hoofdelijk aansprakelijk bent voor de loonheffingen die je onderaannemer over jouw werk niet afdraagt. Besteed je werk uit in de bouw, techniek of productie, dan loont het om je onderaannemingsovereenkomst te laten toetsen. Met een g-rekening, een sluitende administratie en heldere contractafspraken beperk je het bedrag waarvoor de Belastingdienst je kan aanspreken.

Wat is ketenaansprakelijkheid?

Ketenaansprakelijkheid houdt in dat je als aannemer hoofdelijk aansprakelijk bent voor de loonbelasting die je onderaannemer verschuldigd is over het werk dat je hebt uitbesteed. Dat geldt ook voor iedere volgende onderaannemer in de keten. De grondslag is artikel 35, eerste lid, van de Invorderingswet 1990.

Onder loonbelasting valt hier meer dan de belasting alleen. De Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 rekent er in artikel 1, onderdeel i, ook de premies voor de sociale verzekeringen toe die de werkgever tegelijk met de loonbelasting afdraagt. De Belastingdienst spreekt daarom van loonheffingen. Voor de bestuurlijke boete die de onderaannemer krijgt, ben je als aannemer niet aansprakelijk; dat staat in de slotzin van artikel 35, eerste lid.

De keten werkt door. Een onderaannemer geldt ten opzichte van zijn eigen onderaannemer als aannemer (artikel 35, derde lid, onderdeel a). Daardoor kan de Belastingdienst iedere schakel boven de wanbetaler aanspreken. Ook een onderneming die zonder opdrachtgever in de normale uitoefening van haar bedrijf een werk uitvoert, de zogenoemde eigenbouwer, staat gelijk aan een aannemer (onderdeel b).

Wanneer is er sprake van een werk van stoffelijke aard?

Een werk van stoffelijke aard is werk dat meestal een tastbaar resultaat oplevert, zoals bouwen, installeren, slopen, onderhouden of produceren. Alleen wie zo’n werk buiten dienstbetrekking uitvoert tegen een te betalen prijs, is aannemer in de zin van artikel 35, tweede lid, Invorderingswet 1990.

Het fiscale begrip is ruimer dan de aanneming van werk uit het contractenrecht (artikel 7:750 BW). De Leidraad Invordering 2008 zegt in onderdeel 35.2.1 dat de wetgever alle sectoren van het economisch leven onder de regeling wilde brengen. Werk dat in hoofdzaak uit geestelijke of intellectuele arbeid bestaat, valt er volgens dezelfde passage niet onder.

Voor vervoer geldt een aparte lijn. Een losse vervoersovereenkomst valt buiten artikel 35, maar vervoer dat ondergeschikt is aan een groter werk, hoort bij dat werk (Leidraad, onderdeel 35.2.2). Of je een vaste aanneemsom of een regieprijs afspreekt, maakt voor de wettekst geen verschil.

Hoe verschilt ketenaansprakelijkheid van inlenersaansprakelijkheid?

Bij ketenaansprakelijkheid besteed je een werk uit; bij inlenersaansprakelijkheid leen je personeel in dat onder jouw toezicht of leiding werkt. Voor inlening geldt artikel 34 Invorderingswet 1990, en die aansprakelijkheid omvat naast loonbelasting ook de omzetbelasting van de uitlener.

KenmerkKetenaansprakelijkheidInlenersaansprakelijkheid
WetsartikelArt. 35 Invorderingswet 1990Art. 34 Invorderingswet 1990
SituatieJe besteedt een werk van stoffelijke aard uitJe laat personeel onder jouw toezicht of leiding werken
BelastingenLoonbelasting en premiesLoonbelasting, premies en omzetbelasting
Bestuurlijke boeteGeen aansprakelijkheidGeen aansprakelijkheid
G-rekeningArt. 35, vijfde lidArt. 34, derde lid

Het onderscheid hangt af van de feiten, niet van de naam van het contract. Voor inleners verandert er bovendien iets. Vanaf 1 januari 2027 vermoedt de wet de hoogte van de inlenersaansprakelijkheid per tijdvak op 35 procent van het factuurbedrag, verminderd met wat je op de g-rekening van de uitlener hebt gestort (nieuw artikel 34a Invorderingswet 1990, Stb. 2025, 431). Wetten.overheid.nl toont die tekst nog als toekomstige tekst.

Welke uitzonderingen kent de ketenaansprakelijkheid?

De wet kent twee uitzonderingen in artikel 35, vierde lid, Invorderingswet 1990: werk dat geheel of grotendeels op de vestigingsplaats van de onderaannemer wordt verricht, en werk dat ondergeschikt is aan de koop van een bestaande zaak. Kleding valt nooit onder de eerste uitzondering.

De eerste uitzondering past bijvoorbeeld bij een timmerfabriek die kozijnen in de eigen werkplaats maakt. De wet noemt geen percentage voor “grotendeels”. Leg daarom vast waar het werk gebeurt, bijvoorbeeld met een urenregistratie per locatie. De tweede uitzondering gaat over koop met bijkomend werk, zoals een leverancier die een bestaand product ook monteert, mits dat montagewerk ondergeschikt blijft aan de koop.

Daarnaast vervalt de aansprakelijkheid als aannemelijk is dat de wanbetaling aan niemand in de keten te wijten is (artikel 35, zesde lid). De Leidraad Invordering 2008 noemt in onderdeel 35.8.2 situaties waarin de ontvanger wél verwijtbaarheid aanneemt. Een voorbeeld: je gunt werk aan een onderaannemer van wie je wist of kon weten dat hij zijn fiscale verplichtingen niet nakomt.

Wie spreekt de Belastingdienst als eerste aan?

De ontvanger spreekt in beginsel eerst de aannemer aan die rechtstreeks met de wanbetaler heeft gecontracteerd, en pas daarna verdere schakels. Die volgorde staat in onderdeel 35.11 van de Leidraad Invordering 2008. De aansprakelijkstelling gebeurt bij beschikking op grond van artikel 49 Invorderingswet 1990.

Van die volgorde mag de ontvanger afwijken. Heeft een aannemer nagelaten redelijke maatregelen te treffen, dan kan de ontvanger hem bij voorrang aanspreken, waar hij ook in de keten staat. Lijkt de schuld anders onbetaald te blijven, dan kan de ontvanger direct de hele keten aansprakelijk stellen.

Twijfel je of jouw keten goed is ingericht, of ligt er al een vraag van de Belastingdienst? MAAK Advocaten bekijkt met je welke contractafspraken je met je onderaannemers kunt maken en waar de risico’s in de keten zitten. Neem contact op over je onderaannemingscontracten.

Hoe werkt een g-rekening bij ketenaansprakelijkheid?

Een g-rekening is een geblokkeerde bankrekening van de onderaannemer waarop jij het loonheffingendeel van de aanneemsom stort. Wat je daar volgens de regels stort, gaat af van het bedrag waarvoor je aansprakelijk bent (artikel 35, vijfde lid, Invorderingswet 1990).

Het saldo op een g-rekening is uitsluitend bestemd voor betaling van loonbelasting en omzetbelasting, en de ontvanger heeft er een pandrecht op (artikel 1, onderdeel k, van de Uitvoeringsregeling). De onderaannemer opent haar met medewerking van de Belastingdienst en zijn bank. Volgens de Belastingdienst krijgt een aanvrager binnen 3 weken bericht. De bescherming vervalt als je wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de onderaannemer het gestorte bedrag niet aan de fiscus zou betalen.

Hoeveel je stort, bepaalt de wet niet met een vast percentage. De Belastingdienst spreekt van het geschatte bedrag aan loonheffingen en raadt aan vooraf afspraken te maken over het gebruik van de g-rekening. Leg die verdeling dus vast in je onderaannemingsovereenkomst. Een zzp’er zonder personeel kan geen g-rekening openen, omdat hij geen inhoudingsplichtige is. Dat geldt ook als de opdrachtgever erom vraagt.

Welke administratie-eisen gelden voor een vrijwarende betaling?

Een storting op de g-rekening telt alleen mee als je voldoet aan artikel 6 van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004. Die eisen gaan over de factuur, de betaling en de inrichting van je administratie. Ontbreekt er iets, dan houdt de ontvanger alleen rekening met wat hem feitelijk heeft bereikt.

  1. De factuur van je onderaannemer voldoet aan artikel 35a Wet op de omzetbelasting 1968 en vermeldt het nummer of kenmerk van de overeenkomst, het tijdvak van de werkzaamheden en de naam of het kenmerk van het werk.
  2. Bij je betaling vermeld je het factuurnummer, zodat de factuur direct terug te vinden is in je administratie.
  3. In je administratie vind je direct de overeenkomst, de gegevens over de uitvoering met een registratie van de ingezette personen en hun gewerkte dagen en uren, en alle betalingen.

Bewaar die stukken zeven jaar; dat is de algemene bewaarplicht van artikel 52, vierde lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen. Werkt een onderaannemer met personeel van wie de identiteit niet vaststaat, dan berekent de Belastingdienst de loonheffingen tegen het hogere anoniementarief. De ontvanger matigt je aansprakelijkheid dan alleen als je de identiteit van die werknemers kunt aantonen met gegevens die je tijdens het werk hebt vastgelegd (Leidraad, onderdeel 35.9).

Wat zegt een verklaring betalingsgedrag wel en niet?

Een verklaring betalingsgedrag ketenaansprakelijkheid laat zien dat je onderaannemer de loonheffingen volgens zijn aangiften en opgelegde naheffingsaanslagen heeft betaald. Je onderaannemer vraagt de verklaring zelf aan bij de Belastingdienst. Zij geeft geen garantie voor de toekomst (Leidraad Invordering 2008, onderdeel 35.12.1).

Er bestaan twee soorten: een schone verklaring en een voorbehoudsverklaring, bijvoorbeeld bij een lopende betalingsregeling. Volgens de Belastingdienst kan de onderaannemer de verklaring elke 3 maanden automatisch ontvangen. De verklaring zelf vermeldt dat zij geen vrijwaring biedt voor de aansprakelijkheid op grond van artikel 35 (Leidraad, onderdeel 35.12.6). Vraag haar daarom op als signaal, niet als vervanging van de g-rekening.

Een zzp’er zonder personeel krijgt geen verklaring. De Belastingdienst stuurt dan een schriftelijke afwijzing waarin staat dat hij geen loonheffingen hoeft af te dragen. Die brief kan hij aan jou laten zien. Een verklaring omtrent het gedrag (VOG) zegt over loonheffingen niets en vervangt dus geen van beide documenten.

Welke afspraken leg je vast in je onderaannemingsovereenkomst?

De wet beschermt je alleen voor zover je aan de voorwaarden voldoet; de rest regel je in je contract. Een goede onderaannemingsovereenkomst koppelt de betaling aan de g-rekening en aan de eisen van artikel 6 Uitvoeringsregeling. Ook geeft zij je verhaal op de onderaannemer als de Belastingdienst jou aanspreekt.

  • Splits elke termijn in een deel voor de g-rekening en een deel voor de gewone rekening, en leg vast hoe je het loonheffingendeel berekent.
  • Verplicht de onderaannemer om facturen op te stellen die aan artikel 6 Uitvoeringsregeling voldoen.
  • Laat hem per periode een personeelslijst, urenregistratie en een recente verklaring betalingsgedrag aanleveren.
  • Verbied verdere uitbesteding of inlening zonder jouw schriftelijke toestemming, zodat je weet wie er op je project werkt.
  • Neem een vrijwaringsclausule op, met het recht om betalingen op te schorten zolang stukken ontbreken.

Stel dat een installatiebedrijf het leidingwerk van een nieuwbouwproject uitbesteedt aan een onderaannemer met acht monteurs. Het contract schrijft voor dat een deel van elke termijn naar de g-rekening gaat en dat de monteurs dagelijks in een urenregistratie staan. Gaat de onderaannemer failliet zonder zijn loonheffingen te betalen, dan heeft het installatiebedrijf zijn aansprakelijkheid verlaagd met de vrijwarende stortingen. Let wel: stortingen die na de faillissementsdatum op de g-rekening binnenkomen, vallen in de boedel en verminderen de aansprakelijkheid niet (Leidraad, onderdeel 35.5.2). Voor het restant heeft het bedrijf een vordering uit de vrijwaringsclausule, die het bij de curator moet indienen. Meer over de bredere risico’s lees je bij aansprakelijkheid bij bouwwerkzaamheden en de aansprakelijkheid van de aannemer. Loopt de samenwerking vast, dan helpt het artikel over een aannemingsovereenkomst beëindigen.

Hoe ga je om met persoonsgegevens en het BSN?

Voor de urenregistratie en een eventuele matiging leg je persoonsgegevens vast van werknemers die niet bij jou in dienst zijn. Het burgerservicenummer is geen bijzonder persoonsgegeven in de zin van artikel 9 AVG, maar een nationaal identificatienummer waarvoor artikel 87 AVG en artikel 46 UAVG gelden.

Artikel 46 UAVG staat het gebruik van zo’n nummer alleen toe ter uitvoering van de wet die het voorschrijft, of voor doeleinden die bij wet zijn bepaald. De Leidraad Invordering 2008 noemt het BSN wel als gegeven waarmee je de identiteit van een werknemer aantoont, en eist een identificatieprocedure die voldoet aan de AVG en de UAVG (onderdeel 35.9). Leg met je onderaannemer vast welke gegevens hij aanlevert, hoe jullie ze beveiligen en wanneer je ze verwijdert, en laat het gebruik van het BSN apart toetsen.

Hoe maak je bezwaar tegen een aansprakelijkstelling?

Tegen een beschikking aansprakelijkstelling op grond van artikel 49 Invorderingswet 1990 kun je bezwaar maken bij de ontvanger. De bezwaartermijn is zes weken (artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht) en begint op de dag na de bekendmaking van de beschikking.

Je kunt bijvoorbeeld aanvoeren dat er geen werk van stoffelijke aard was of dat een uitzondering van artikel 35, vierde lid, geldt. Andere gronden zijn vrijwarende stortingen op de g-rekening en het verweer dat niemand in de keten iets te verwijten valt. Voor de fiscale berekening van de loonheffingen en het anoniementarief schakel je een belastingadviseur in. Voor de contractuele kant, zoals verhaal op je onderaannemer of een geschil over ingehouden termijnen, kun je bij MAAK Advocaten terecht.

Wil je weten of jouw contracten de ketenaansprakelijkheid goed afdekken? MAAK Advocaten adviseert aannemers en onderaannemers over onderaannemingsovereenkomsten, g-rekeningafspraken en vrijwaringsclausules. Laat je onderaannemingsovereenkomst toetsen.

Veelgestelde vragen over ketenaansprakelijkheid

Ben ik aansprakelijk als ik een zzp’er inhuur?

Een zzp’er zonder personeel draagt geen loonheffingen af, dus er is geen loonbelasting waarvoor je via artikel 35 Invorderingswet 1990 aansprakelijk kunt worden. Wel moet je beoordelen of de zzp’er echt buiten dienstbetrekking werkt. Bij het opzeggen van een zzp’er spelen weer andere vragen.

Ben ik ook aansprakelijk voor de omzetbelasting van mijn onderaannemer?

Ketenaansprakelijkheid op grond van artikel 35 Invorderingswet 1990 gaat over loonbelasting en de premies die daarmee worden afgedragen. Omzetbelasting valt onder de inlenersaansprakelijkheid van artikel 34, als je personeel inleent.

Geldt ketenaansprakelijkheid ook voor een buitenlandse aannemer?

Een buitenlandse aannemer is aansprakelijk als zijn onderaannemer het werk in Nederland uitvoert en daarover hier loonheffingen verschuldigd is. Voert de onderaannemer het werk in het buitenland uit, dan is de buitenlandse aannemer niet aansprakelijk op grond van artikel 35 (Leidraad Invordering 2008, onderdeel 35.4).

Kan ik een onderaannemer verplichten een g-rekening te openen?

Je kunt het als contractvoorwaarde opnemen, maar de Belastingdienst beslist over de aanvraag. Een onderaannemer die zijn bedrijf maakt van onderaanneming en inhoudingsplichtig is, komt in aanmerking (artikel 2 Uitvoeringsregeling); een zzp’er zonder personeel niet.

Hoelang moet ik de administratie voor ketenaansprakelijkheid bewaren?

De algemene fiscale bewaarplicht is zeven jaar (artikel 52, vierde lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen). Bewaar contracten, facturen, betaalbewijzen en urenregistraties minstens zo lang.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?