Is iemand zonder redelijke grond ten koste van jou verrijkt, dan moet hij je schade vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking, voor zover dat redelijk is (artikel 6:212 lid 1 BW). Je krijgt dus nooit meer dan het laagste van twee bedragen: je schade of de verrijking. De vordering verjaart in beginsel na vijf jaar (artikel 3:310 lid 1 BW).
Wat is ongerechtvaardigde verrijking?
Uit artikel 6:212 lid 1 BW volgen de vereisten: de ander is verrijkt, die verrijking gaat ten koste van jou (je lijdt schade), de verrijking is ongerechtvaardigd en vergoeding is redelijk. Toegelicht:
1. Ongerechtvaardigdheid: De verrijking moet ongerechtvaardigd zijn, wat betekent dat er geen redelijke oorzaak of rechtvaardigingsgrond voor de verrijking bestaat. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de verrijking niet voortvloeit uit een rechtshandeling zoals een schenking, kwijtschelding van een schuld, of een vaststellingsovereenkomst.
2. Verarming van de ander: De verrijking moet ten koste gaan van een ander, die daardoor verarmd is. Dit wordt beoordeeld door een vergelijking van de vermogenssituatie van de verarmde voor en na de gebeurtenis die de verrijking heeft veroorzaakt.
3. Redelijkheid: de verplichting tot vergoeding bestaat alleen voor zover dat redelijk is. De vergoeding is volgens de wet bovendien nooit hoger dan het bedrag van de verrijking. Is de verrijking verminderd door een omstandigheid die de verrijkte niet kan worden toegerekend, dan telt dat deel niet mee (artikel 6:212 lid 2 en 3 BW).
4. Rechtsgevolg: wordt de vordering toegewezen, dan moet de verrijkte schadevergoeding betalen. Die wordt in beginsel in geld voldaan; op jouw vordering kan de rechter vergoeding in een andere vorm toekennen (artikel 6:103 BW).
Wat zijn de gevolgen?
Wanneer ongerechtvaardigde verrijking wordt vastgesteld, is de verrijkte partij verplicht de schade van de verarmde partij te vergoeden, voor zover dit redelijk is (artikel 6:212 lid 1 BW). De schadevergoeding is beperkt tot het laagste bedrag van:
1. De verrijking
2. De verarming/geleden schade
Welke voorbeelden zijn er?
Enkele voorbeelden van situaties waarin ongerechtvaardigde verrijking kan optreden:
– Een schilder die per ongeluk het verkeerde huis schildert
– Bodemsanering waarbij een erfpachter profiteert van de werkzaamheden betaald door de eigenaar
Hoe wordt het in de praktijk toegepast?
Ongerechtvaardigde verrijking vult andere rechtsfiguren aan, zoals overeenkomst en onrechtmatige daad. Artikel 6:212 BW noemt de vordering niet subsidiair. Wel is een verrijking niet ongerechtvaardigd als een overeenkomst of de wet haar rechtvaardigt. Bevat een wet een gesloten stelsel van vergoedingen, dan is daarnaast in beginsel geen plaats voor een algemene vordering uit ongerechtvaardigde verrijking (HR 24 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9600).
Bij complexe situaties van mogelijke ongerechtvaardigde verrijking is het raadzaam juridisch advies in te winnen om de rechten en plichten van alle betrokken partijen te bepalen.
Wat is het verschil met onverschuldigde betaling en zaakwaarneming?
Ongerechtvaardigde verrijking staat in dezelfde titel als twee verwante regelingen. Ga eerst na of een van deze regelingen van toepassing is:
- Onverschuldigde betaling: heb je zonder rechtsgrond iets gegeven, bijvoorbeeld een betaling op een verkeerd rekeningnummer, dan vorder je het terug als onverschuldigd betaald. Bij een geldsom vorder je een gelijk bedrag terug (artikel 6:203 BW).
- Zaakwaarneming: behartig je willens en wetens en op redelijke grond het belang van een ander, zonder dat daarvoor een rechtsverhouding bestaat, dan is dat zaakwaarneming (artikel 6:198 BW). De belanghebbende moet je schade vergoeden voor zover zijn belang naar behoren is behartigd (artikel 6:200 lid 1 BW).
Ongerechtvaardigde verrijking komt in beeld als iemand anders profiteert zonder dat jij hem iets hebt gegeven of zijn belang bewust hebt behartigd, zoals de schilder die per ongeluk het verkeerde huis schildert.
Hoe hoog is de vergoeding?
Bij ongerechtvaardigde verrijking wordt de hoogte van de schadevergoeding begrensd door twee factoren:
1. De omvang van de verrijking
2. De omvang van de verarming/geleden schade
De schadevergoeding kan niet hoger zijn dan het laagste bedrag van deze twee. Dit betekent concreet:
– Als de verrijking groter is dan de geleden schade, is de schadevergoeding beperkt tot de hoogte van de schade.
– Als de geleden schade groter is dan de verrijking, is de schadevergoeding beperkt tot het bedrag van de verrijking.
Hoe pakt dat uit in een concrete zaak?
Stel dat iemand ongerechtvaardigd verrijkt is met €500, maar de andere partij heeft slechts €300 schade geleden. In dit geval zou de schadevergoeding maximaal €300 bedragen.
Omgekeerd, als de verrijking €300 is, maar de geleden schade €500, dan is de schadevergoeding beperkt tot €300.
Waar moet je verder op letten?
– De rechter kan de schadevergoeding verder beperken op grond van redelijkheid.
– Als de verrijking is verminderd door omstandigheden die niet aan de verrijkte kunnen worden toegerekend, blijft dit buiten beschouwing bij het bepalen van de schadevergoeding (artikel 6:212 lid 2 BW).
– Indien de verrijking is afgenomen in een periode waarin de verrijkte redelijkerwijs geen rekening hoefde te houden met een verplichting tot schadevergoeding, wordt dit niet aan de verrijkte toegerekend. Daarbij tellen ook uitgaven mee die zonder de verrijking zouden zijn uitgebleven (artikel 6:212 lid 3 BW).
De vordering verjaart vijf jaar na de dag waarop je bekend bent geworden met je schade en met de persoon die is verrijkt, en in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis waardoor de schade is ontstaan (artikel 3:310 lid 1 BW; zie ook de conclusie A-G van 9 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:139). Voor een vordering uit onverschuldigde betaling geldt een vergelijkbare termijn van vijf en twintig jaar (artikel 3:309 BW). Je stuit de verjaring met een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin je je recht ondubbelzinnig voorbehoudt (artikel 3:317 lid 1 BW).
Hoe hoog de vergoeding precies wordt, hangt sterk af van de omstandigheden van het geval.
Veelgestelde vragen over ongerechtvaardigde verrijking
Wat is het verschil tussen ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling?
Bij onverschuldigde betaling heb je zelf iets gegeven zonder rechtsgrond en vorder je dat terug (artikel 6:203 BW). Bij ongerechtvaardigde verrijking vorder je vergoeding van je schade, tot het bedrag van de verrijking van de ander en voor zover dat redelijk is (artikel 6:212 lid 1 BW).
Hoeveel kan ik vorderen bij ongerechtvaardigde verrijking?
Nooit meer dan het laagste van twee bedragen: je eigen schade of de verrijking van de ander. De vergoeding kan lager uitvallen als volledige vergoeding niet redelijk is of als de verrijking is verminderd door een omstandigheid die de verrijkte niet kan worden toegerekend (artikel 6:212 lid 1 tot en met 3 BW).
Kan ik me op ongerechtvaardigde verrijking beroepen als er een overeenkomst is?
Meestal niet. Regelt een geldige overeenkomst de vermogensverschuiving, dan is de verrijking niet ongerechtvaardigd. Is de overeenkomst nietig of vernietigd, dan kan het verrichte als onverschuldigd betaald worden teruggevorderd (artikel 6:203 BW) en kan ongerechtvaardigde verrijking aanvullend een rol spelen.
Wanneer verjaart een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking?
Vijf jaar nadat je bekend bent geworden met de schade en met de verrijkte persoon, en in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis die de schade veroorzaakte (artikel 3:310 lid 1 BW). Met een schriftelijke aanmaning of een ondubbelzinnig voorbehoud stuit je de verjaring (artikel 3:317 lid 1 BW).
Is ongerechtvaardigde verrijking hetzelfde als zaakwaarneming?
Nee. Bij zaakwaarneming behartig je bewust en op redelijke grond het belang van een ander (artikel 6:198 BW) en heb je recht op vergoeding van je schade voor zover dat belang naar behoren is behartigd (artikel 6:200 lid 1 BW). Bij ongerechtvaardigde verrijking is dat bewuste handelen voor een ander geen vereiste.
Primaire bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 3: artikel 3:309, 3:310 en 3:317
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikel 6:103, 6:198, 6:200, 6:203 en 6:212
- HR 24 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9600 (gesloten stelsel Landinrichtingswet)
- Conclusie A-G Hartlief 9 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:139 (verjaring verrijkingsvordering, art. 3:310 BW)
Wanneer schakel je een advocaat in?
MAAK Advocaten behartigt graag je belangen en onze advocaten hebben de kennis en ervaring die je zoekt. Door cliënten worden we aanbevolen vanwege onze daadkrachtige, to-the-point en praktische oplossingen. Voor al je vragen rondom ongerechtvaardigde verrijking staan we je dan ook graag bij met advies en juridische ondersteuning. Onze ervaren advocaat commercial law, Remko Roosjen, sta je graag als eerste te woord en hij bespreekt met je de zaak en de uitdagingen die voorliggen.