Krijg je een claim over misstanden of schade in je toeleveringsketen, of wil je er zelf een instellen? In Nederland loopt zo’n claim nu via het gewone contracten- en aansprakelijkheidsrecht: wanprestatie tussen ketenpartners en onrechtmatige daad tegenover benadeelden. De Europese CSDDD voegt daar vanaf 26 juli 2029 een due-diligenceplicht voor zeer grote ondernemingen aan toe. Laat je positie toetsen voordat je reageert.
Deze pagina is voor inkopers, merkeigenaren, importeurs en producenten met productie of toelevering in het buitenland, en voor leveranciers die schade lijden door hoe een afnemer de samenwerking afbouwt. Je leest welke claims in de praktijk voorkomen, wat de rechter in de G-Star-zaak en de Shell Nigeria-zaak oordeelde, wat de gewijzigde CSDDD regelt en hoe je je voorbereidt. Wat de CSDDD van bedrijven vraagt, staat op onze pagina over de CSDDD; het bredere ESG-kader op onze hoofdpagina over juridische en fiscale aspecten van ESG.
Wat is de zorgplicht in de supply chain juridisch?
Er is in Nederland nog geen algemene wettelijke ketenzorgplicht. De zorgplicht volgt uit je contracten, uit de redelijkheid en billijkheid tussen contractpartijen en uit de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm van de onrechtmatige daad (artikelen 6:248 en 6:162 BW).
Tussen contractpartijen bepalen de afspraken én de redelijkheid en billijkheid je verplichtingen (artikel 6:248 lid 1 BW). Tegenover anderen, zoals werknemers bij een leverancier of omwonenden van een fabriek, kan handelen in strijd met “hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt” een onrechtmatige daad zijn (artikel 6:162 lid 2 BW). Eigen gedragscodes en MVO-beleid zijn daarbij geen wet, maar de rechter kan ze meewegen bij de vraag wat je wederpartij van je mocht verwachten.
| Soort claim | Wie claimt tegen wie? | Grondslag |
|---|---|---|
| Contractuele claim in de keten | Leverancier tegen afnemer, of afnemer tegen leverancier | Wanprestatie en redelijkheid en billijkheid (artikelen 6:74 en 6:248 BW) |
| Claim van benadeelden | Werknemers, omwonenden of organisaties tegen een (moeder)onderneming | Onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW), of buitenlands recht als dat van toepassing is |
| CSDDD-aansprakelijkheid (vanaf 26 juli 2029) | Benadeelden tegen een onderneming die onder de CSDDD valt | Nationaal recht dat artikel 29 CSDDD omzet |
Wat oordeelde de rechter in de G-Star-zaak?
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat G-Star tekortschoot tegenover haar Vietnamese leverancier Vert door in augustus 2020 plotseling aan te kondigen dat zij in 2021 vrijwel niets meer zou bestellen. G-Star moest ruim 2,5 miljoen dollar schadevergoeding betalen (eindvonnis 22 november 2023).
Vert produceerde jarenlang vrijwel alleen voor G-Star. Eind 2018 spraken partijen af dat Vert in 2019, 2020 en 2021 alle winterjassen van één type zou maken. In augustus 2020 liet G-Star weten in 2021 vrijwel niets meer te bestellen, ook die jassen niet. De rechtbank noemde dat “een evidente en grove schending” van de driejaarsafspraak. Hoewel de raamovereenkomst geen afnameplicht bevatte, mocht G-Star ook de gewone orders niet plotseling stoppen: zij moest rekening houden met de belangen van Vert, met de langdurige en intensieve samenwerking én met haar eigen CSR-beleid, dat in de leveringsovereenkomst was opgenomen (Rb. Amsterdam 22 maart 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1913, r.o. 4.20-4.21).
In het eindvonnis stelde de rechtbank de schade vast op USD 2.547.972,40 met wettelijke rente vanaf 1 januari 2021. De waarde van de onderneming schatte zij aan de hand van twee scenario’s, sluiting (45%) en doorstart (55%) (Rb. Amsterdam 22 november 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:7299). Het is een uitspraak in eerste aanleg. De les voor afnemers: je eigen MVO-beleid kan in een geschil met een leverancier tegen je werken als je de relatie abrupt beëindigt. Lees ook over het opzeggen van een langdurige commerciële overeenkomst.
Kan een moedermaatschappij aansprakelijk zijn voor schade in het buitenland?
Ja, dat kan. Het gerechtshof Den Haag oordeelde in 2021 dat de moedervennootschap van Shell Nigeria een zorgplicht had geschonden en veroordeelde beide vennootschappen om een lekdetectiesysteem aan te brengen op een pijpleiding (ECLI:NL:GHDHA:2021:132).
De zaak ging over een olielekkage in 2005 bij het dorp Oruma. Het hof paste Nigeriaans recht toe en vond sabotage niet bewezen. Met een lekdetectiesysteem had de olietoevoer eerder stilgelegd kunnen worden (Hof Den Haag 29 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:132). Zo’n procedure tegen een Nederlandse moeder voor schade bij een buitenlandse dochter is mogelijk, maar de uitkomst hangt sterk af van het toepasselijke recht en de feiten. Voor een afnemer zonder zeggenschap over zijn leverancier ligt de lat anders dan voor een moedermaatschappij.
Wat regelt de CSDDD over aansprakelijkheid na Omnibus I?
Na de wijziging door Richtlijn (EU) 2026/470 schept de CSDDD geen eigen Europese aansprakelijkheidsgrond meer. Is een onderneming naar nationaal recht aansprakelijk voor schade door het niet naleven van de due diligence, dan heeft de benadeelde recht op volledige vergoeding, zonder punitieve schadevergoeding.
Omnibus I schrapte het eerste lid van artikel 29 van de CSDDD, de Europese aansprakelijkheidsregeling, om meer ruimte te laten aan nationaal recht (overweging 49 Richtlijn (EU) 2026/470). Het nieuwe artikel 29 lid 2 bepaalt dat benadeelden recht hebben op volledige vergoeding als een onderneming naar nationaal recht aansprakelijk is, en dat dit niet tot overcompensatie mag leiden. Ondernemingen die meededen aan brancheinitiatieven, externe verificatie of contractuele clausules gebruikten, kunnen toch aansprakelijk zijn (artikel 29 lid 4). De aansprakelijkheid van de onderneming laat die van dochters en zakenpartners onverlet (artikel 29 lid 5). Ook de eis dat lidstaten deze regels als dwingend recht moeten aanmerken bij een buitenlands toepasselijk recht, is geschrapt.
De CSDDD geldt na de wijziging voor Europese ondernemingen met gemiddeld meer dan 5.000 werknemers en meer dan 1,5 miljard euro wereldwijde netto-omzet (artikel 2 lid 1 onder a). Lidstaten moeten haar uiterlijk 26 juli 2028 omzetten en vanaf 26 juli 2029 toepassen (artikel 37 lid 1). Als laatste middel moet een onderneming geen nieuwe relaties aangaan of bestaande verlengen met een partner bij wie een potentieel negatief effect niet te voorkomen of voldoende te beperken bleek, de relatie opschorten als het recht dat de relatie beheerst dat toelaat, en een versterkt preventieplan uitvoeren (artikel 10 lid 6, zoals gewijzigd). Een verplichte beëindiging staat er niet meer in.
Krijg je als leverancier of afnemer een claim of sommatie over misstanden in je keten? Leg de brief voor aan onze advocaat ESG en duurzaamheid voordat je inhoudelijk reageert.
Welke claims komen nu al voor in de keten?
De meeste zaken zijn contractueel: een afnemer die de relatie abrupt beëindigt, een leverancier die een gedragscode schendt, of een boete op grond van een duurzaamheidsclausule. Claims van benadeelden tegen Nederlandse ondernemingen zijn zeldzamer, maar mogelijk via de onrechtmatige daad.
- Beëindiging van een afhankelijke leverancier zonder overgangstermijn, zoals in de G-Star-zaak.
- Ontbinding of een boete wegens schending van een ESG-clausule of gedragscode; zie onze pagina over ESG-clausules.
- Verhaal van een afnemer op zijn leverancier nadat hij zelf is aangesproken, bijvoorbeeld via een vrijwaringsbeding.
- Claims van benadeelden of belangenorganisaties tegen een moederonderneming wegens schade bij een buitenlandse dochter.
Bij die contractuele claims gelden de normale regels voor wanprestatie: tekortkoming, toerekening en meestal verzuim na een ingebrekestelling (artikel 6:74 BW). Welke bepalingen gangbaar zijn, lees je op onze pagina over ESG-clausules in commerciële contracten.
Hoe beperk je het risico op een ketenclaim?
Door je afspraken, je beleid en je praktijk met elkaar in lijn te brengen. Leg vast wat je van leveranciers vraagt, wat je zelf belooft en hoe je een relatie afbouwt, en bewaar bewijs van wat je daadwerkelijk doet.
- Breng in kaart welke leveranciers sterk van jou afhankelijk zijn en welke toezeggingen (volumes, looptijd) je hebt gedaan.
- Lees je eigen gedragscode en MVO-beleid als contractstuk: wat beloof je leveranciers en werknemers in de keten?
- Leg in raamovereenkomsten een opzegtermijn of afbouwregeling vast die past bij de afhankelijkheid.
- Regel informatieplichten, audits en herstel in verhouding tot wat je leverancier aankan.
- Neem een vrijwaring en verzekeringsplicht op voor schade die bij de leverancier ontstaat.
- Documenteer je due diligence: welke risico’s je zag, welke maatregelen je nam en waarom.
Praktijkvoorbeeld: een afnemer wil de productie verplaatsen
Stel: een Nederlands kledingmerk laat al zes jaar 80% van zijn productie maken bij één fabriek in Azië en wil naar een andere leverancier. In de raamovereenkomst staat geen afnameplicht, maar wel een gedragscode waarin het merk belooft “verantwoord om te gaan met de gevolgen van inkoopbeslissingen voor werknemers”.
Het merk kiest niet voor een directe stop. Het kondigt de verplaatsing schriftelijk aan, bouwt de orders in twaalf maanden af en spreekt met de fabriek een overgangsregeling af voor lopende orders en voorraad. Zo beperkt het merk het risico op een claim als in de G-Star-zaak, en kan het later laten zien dat het zijn eigen beleid heeft nageleefd.
Wanneer schakel je een advocaat in bij een ketenclaim?
Zodra je een sommatie of claim ontvangt, en vóór je een afhankelijke leverancier opzegt of een gedragscode invoert. Een vroege toets van je contracten en beleid bepaalt hoe sterk je staat als het tot een procedure komt.
MAAK Advocaten in Amsterdam adviseert en procedeert over geschillen in toeleverings- en distributieketens, van opzegging en wanprestatie tot aansprakelijkheid voor schade bij leveranciers. We beoordelen je contracten en gedragscode, voeren de correspondentie en procederen bij de Nederlandse rechter. Zie ook onze pagina’s over onrechtmatige daad en een schadeclaim tegen een bedrijf instellen.
Veelgestelde vragen over claims en de zorgplicht in de keten
Ben ik als afnemer aansprakelijk voor misstanden bij mijn leverancier?
Niet automatisch. Een afnemer kan aansprakelijk zijn als hij contractuele toezeggingen schendt of zelf onzorgvuldig handelt (artikel 6:162 BW). Voor zeer grote ondernemingen komt daar vanaf 26 juli 2029 de due-diligenceplicht van de CSDDD bij.
Telt mijn eigen MVO-beleid mee in een geschil?
Ja, dat kan. In de G-Star-zaak woog de rechtbank het CSR-beleid dat in de leveringsovereenkomst stond mee bij het oordeel dat G-Star de bestellingen niet plotseling mocht stoppen (ECLI:NL:RBAMS:2023:1913).
Vanaf wanneer geldt de CSDDD?
Lidstaten moeten de CSDDD, zoals gewijzigd door Richtlijn (EU) 2026/470, uiterlijk 26 juli 2028 omzetten en vanaf 26 juli 2029 toepassen. Ze geldt dan voor Europese ondernemingen met meer dan 5.000 werknemers en meer dan 1,5 miljard euro omzet.
Beschermt een contractclausule met mijn leverancier mij tegen aansprakelijkheid?
Niet tegenover benadeelden. Volgens artikel 29 lid 4 CSDDD, zoals gewijzigd, kan een onderneming aansprakelijk zijn ook als zij contractuele clausules gebruikte. Tussen jou en je leverancier kan een vrijwaring wel regelen wie de schade uiteindelijk draagt.
Mag ik een afhankelijke leverancier zomaar opzeggen?
Een raamovereenkomst zonder afnameplicht kan in de regel worden beëindigd, maar de redelijkheid en billijkheid kunnen een overgangstermijn eisen (artikel 6:248 BW). In de G-Star-zaak moest de afnemer met gewone orders de periode tot de laatste toegezegde order overbruggen; daarna stond beëindiging vrij.
Primaire bronnen
Laatst gecontroleerd op 28 oktober 2026 · volgende relevante datum: 26 juli 2028 (omzettingstermijn CSDDD-wijzigingen).
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikel 6:74, 6:162 en 6:248
- Rechtbank Amsterdam 22 maart 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1913 (tussenvonnis Vert/G-Star)
- Rechtbank Amsterdam 22 november 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:7299 (eindvonnis Vert/G-Star)
- Gerechtshof Den Haag 29 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:132 (Oruma, Shell Nigeria)
- Richtlijn (EU) 2024/1760 (CSDDD), artikelen 2, 10, 29 en 37
- Richtlijn (EU) 2026/470 (Omnibus I), artikelen 4 en 5 en overweging 49