Gepubliceerd op · Laatst bijgewerkt op

redelijke kosten tot het vaststellen van schade voor rekening verzekeraar?    

Gepubliceerd · bijgewerkt

In de regel wel. Bij een schadeverzekering draagt de verzekeraar de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade, zoals expertisekosten, ook boven de verzekerde som (artikel 7:959 lid 1 BW). Zowel het maken als de omvang van de kosten moet redelijk zijn. Ben je consument, dan mag de polis daar tot de verzekerde som niet in je nadeel van afwijken (artikel 7:963 lid 6 BW).

Heb je schade geleden, dan schakel je vaak een deskundige in om de schade vast te stellen, bijvoorbeeld een schade-expert, een medisch adviseur of een advocaat. Zijn de redelijke kosten daarvan voor rekening van je verzekeraar? Tegenover een aansprakelijke partij gelden redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als vermogensschade die voor vergoeding in aanmerking komt (artikel 6:96 lid 2 onder b BW). Bij je eigen schadeverzekering regelt artikel 7:959 lid 1 BW de vergoeding. Toch wordt regelmatig geprocedeerd over deze kosten, vooral over advocaatkosten. In een zaak tegen verzekeraar NH1816 concludeerde advocaat-generaal Lindenbergh op 21 januari 2022 dat in het licht van de polis moet worden beoordeeld of deze kosten gedekt zijn (conclusie bij de Hoge Raad, ECLI:NL:PHR:2022:42). De Hoge Raad volgde hem op dat punt niet (HR 9 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1174). In deze blog bespreekt onze advocaat contractenrecht de zaak. Ons team adviseert ook over schadevergoeding vorderen.

Wie betaalt de kosten van het vaststellen van schade?

Bij een schadeverzekering komen de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade ten laste van de verzekeraar, ook al zou daardoor, samen met de vergoeding van de schade, de verzekerde som worden overschreden (artikel 7:959 lid 1 BW). Het gaat om het vaststellen van de omvang van de schade die de verzekering dekt. Ook kosten die je als verzekerde zelf maakt, kun je voor rekening van de verzekeraar brengen (HR 9 september 2022, r.o. 3.2-3.3). Daarvoor geldt een dubbele redelijkheidstoets: zowel het maken van de kosten als de omvang ervan moet redelijk zijn (HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:81, r.o. 3.2.2).

Is de verzekeringnemer een natuurlijk persoon die de verzekering niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gesloten, dan kan de polis hiervan niet in zijn nadeel afwijken, voor zover de kosten niet hoger zijn dan de verzekerde som (artikel 7:963 lid 6 BW). Bij een zakelijke verzekering mag de polis wel afwijken. Een beding in algemene voorwaarden kan dan nog vernietigbaar zijn als het onredelijk bezwarend is (artikel 6:233 onder a BW), tenzij artikel 6:235 BW je dat beroep ontzegt, bijvoorbeeld als rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:360 BW die bij het sluiten van de overeenkomst laatstelijk zijn jaarrekening openbaar had gemaakt (of waarop toen laatstelijk artikel 2:403 lid 1 BW was toegepast), of als partij waar op dat moment vijftig of meer personen werkzaam waren of waarvoor dat uit een opgave in het handelsregister bleek (artikel 6:235 lid 1 BW).

Waar ging de zaak over de na-u-clausule van NH1816 over?

In deze zaak gaat het om een verzekerde die op zijn motor is aangereden door een automobilist. De verzekerde heeft door dit ongeval lichamelijk letsel opgelopen. Ten tijde van het ongeval had de verzekerde een Combipolis Particulieren bij NH1816. Daaronder vielen onder meer een motorverzekering met een schadeverzekering voor inzittenden (SVI) en een rechtsbijstandverzekering die werd uitgevoerd door ARAG.

Na het ongeval heeft de verzekerde contact gehad met ARAG. Daarna heeft hij zich tot een advocaat gewend, die op zijn beurt contact opnam met NH1816. NH1816 verwees naar artikel 5 lid 3 van haar polisvoorwaarden, een zogenoemde ‘na-u-clausule’ (ook wel non-contribution clause genoemd). Die bepaalt: als de verzekerde geheel of gedeeltelijk recht heeft op vergoeding krachtens een andere verzekering of op uitkeringen of verstrekkingen uit anderen hoofde, kan voor dat deel geen beroep worden gedaan op deze verzekering. Volgens NH1816 betekende dit dat de verzekerde recht had op juridische bijstand via de rechtsbijstandverzekering bij ARAG, en dat zij de advocaatkosten niet zou vergoeden.

De verzekerde vorderde daarom van NH1816 betaling van de buitengerechtelijke advocaatkosten, ruim € 13.864. De rechtbank wees de vordering af. Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde dat vonnis (tussenarrest 19 november 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4124; eindarrest 19 januari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:70). De overwegingen van het hof lichten we hieronder toe.

Wat oordeelde het hof over artikel 7:959 lid 1 BW?

Artikel 7:959 lid 1 BW bepaalt dat de redelijke kosten voor het vaststellen van de schade ten laste van de verzekeraar komen. De verzekerde meent dat daarmee alle kosten die door de advocaat zijn gemaakt onder dit artikel vallen en daardoor ten laste van NH1816 moeten komen. Volgens het hof is dit echter onjuist.

Blijkens de parlementaire geschiedenis van totstandkoming van dit artikel worden met de kosten tot het vaststellen van de schade de zogenoemde expertisekosten bedoeld. De verzekerde moet derhalve aantonen dat en waarom de door de advocaat gemaakte kosten door NH1816 dienen te worden gedragen als (redelijke) kosten tot het vaststellen van de schade die de verzekerde als gevolg van het ongeval heeft geleden. Aan deze stelplicht heeft de verzekerde volgens het hof niet voldaan. Zo heeft de verzekerde volstaan met het overleggen van declaraties van de advocaat, zonder die declaraties (afzonderlijk) in de processtukken te bespreken. Het hof miste een toelichting op welke werkzaamheden de advocaat precies had verricht, in welke context, en waarom de kosten redelijk waren. De Hoge Raad vond dit oordeel later onbegrijpelijk voor de gedeclareerde posten voor medisch advies en het opstellen van een schadestaat (HR 9 september 2022, r.o. 4.2).

Uitleg en toepassing van artikel 5 lid 3 van de polisvoorwaarden

Volgens de verzekerde heeft deze bepaling als kennelijk doel te voorkomen dat hij zijn kosten dubbel vergoed zou krijgen en is daarvoor onvoldoende dat er een andere vergoeding is waarop hij aanspraak had kunnen maken. Het hof is echter met NH1816 van oordeel dat dit artikel van de polisvoorwaarden ertoe strekt geen uitkering te doen als uit anderen hoofde aanspraak bestaat op vergoeding.

Het hof meent dat zelfs als rekening wordt gehouden met het uitgangspunt dat in geval van twijfel de voor een consument zoals verzekerde gunstigste interpretatie prevaleert (de zogenoemde uitleg contra proferentem; het hof noemde daarbij geen wetsartikel, en volgens de A-G is artikel 6:238 lid 2 BW hier niet van toepassing, omdat het hof het beding als kernbeding en dus niet als algemene voorwaarde aanmerkte: conclusie, punten 5.21-5.22), brengt een redelijke uitleg van artikel 5 lid 3 van de polisvoorwaarden mee dat dit beding de betekenis heeft die NH1816 daaraan geeft.

Uit de bewoordingen van de bepaling, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel, volgt namelijk dat dit beding ertoe strekt geen uitkering te doen als uit anderen hoofde aanspraak bestaat op vergoeding. Het beding, beoordeeld vanuit het perspectief van een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument, is duidelijk en begrijpelijk: de aanspraak op een andere verzekeringsovereenkomst is relevant, en niet of de verzekerde die aanspraak verzilvert. De verzekerde heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die tot een andere uitleg nopen.

Was de na-u-clausule oneerlijk of onaanvaardbaar?

De verzekerde vond artikel 5 lid 3 van de polisvoorwaarden een oneerlijk beding, of in elk geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (artikel 6:248 lid 2 BW). In het tussenarrest kwam het hof voorshands tot het oordeel dat het beding niet oneerlijk is. In het eindarrest oordeelde het hof dat artikel 5 lid 3 een kernbeding is dat duidelijk en begrijpelijk is geformuleerd. Het valt daarom buiten de Europese richtlijn oneerlijke bedingen (Richtlijn 93/13/EEG) en is geen algemene voorwaarde (artikel 6:231 onder a BW). De onaanvaardbaarheid had de verzekerde volgens het hof onvoldoende onderbouwd (zoals weergegeven in de conclusie van de A-G, punten 3.16-3.21).

Wat concludeerde advocaat-generaal Lindenbergh?

De verzekerde kwam in cassatie op tegen het oordeel over zijn stelplicht. Volgens advocaat-generaal Lindenbergh slaagt die klacht, voor zover de declaratie van de advocaat betrekking heeft op medisch advies en het opstellen van een schadestaat. In het incidentele cassatieberoep bestreed NH1816 dat de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade op grond van artikel 7:959 lid 1 BW altijd gedekt zijn. Ook die klacht leek de A-G te slagen. Hij meende dat in het licht van de verzekeringsovereenkomst moet worden beoordeeld of de kosten gedekt zijn. In deze zaak was de ‘na-u-clausule’ relevant en had het hof niet vastgesteld dat die clausule in strijd is met dwingend recht. Daarom had het hof volgens hem niet mogen aannemen dat artikel 7:959 lid 1 BW een toereikende grondslag oplevert zonder de clausule erbij te betrekken.

Alhoewel het hof niet expliciet heeft geoordeeld dat uit artikel 7:959 lid 1 BW voortvloeit dat de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade altijd (moeten) zijn gedekt, ligt dit volgens Lindenbergh wel besloten in haar oordeel. Het hof heeft namelijk eerst onderzocht of er kosten tot het vaststellen van de schade in de zin van artikel 7:959 lid 1 BW zijn gemaakt. De verzekerde heeft volgens het hof echter niet voldaan aan zijn stelplicht. Pas daarna is het hof toegekomen aan de uitleg en toepassing van de polisvoorwaarden. Hieruit kan volgens Lindenbergh worden afgeleid dat artikel 7:959 lid 1 BW volgens het hof ongeacht (de uitleg en toepassing van) de polisvoorwaarden een toereikende grondslag oplevert voor vergoeding van de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade.

Volgens Lindenbergh was relevant dat vaststond dat de verzekerde een rechtsbijstandverzekering had die zijn advocaatkosten (in natura) dekte, en dat ARAG ook daadwerkelijk dekking bood. Hij achtte zowel het principale als het incidentele cassatieberoep daarom gedeeltelijk gegrond.

Lindenbergh adviseerde de Hoge Raad dus om de klacht van NH1816 te laten slagen. De Hoge Raad deed dat niet.

Wat besliste de Hoge Raad op 9 september 2022?

De Hoge Raad verwierp het standpunt van NH1816 dat de kosten alleen ten laste van de verzekeraar komen als en voor zover de polis daarop aanspraak geeft, en dat artikel 7:959 lid 1 BW alleen ziet op kosten die de verzekeraar zelf maakt. Het artikel gaat over het vaststellen van de omvang van de gedekte schade. De verzekerde kan de kosten daarvan voor rekening van de verzekeraar brengen, zodat hij ook in dit opzicht schadeloos wordt gesteld. Het artikel sluit aan bij artikel 6:96 lid 2 onder b BW, en voor consumenten is het tot de verzekerde som dwingend (ECLI:NL:HR:2022:1174, r.o. 3.2-3.6).

De klacht van de verzekerde slaagde: de posten voor medisch advies en het opstellen van een schadestaat konden volgens de Hoge Raad niet anders zien dan op het vaststellen van de hoogte van de letselschade (r.o. 4.2). De Hoge Raad vernietigde de arresten van het hof Amsterdam en verwees de zaak naar het gerechtshof Den Haag. Op de na-u-clausule zelf ging de Hoge Raad niet afzonderlijk in.

Voor de praktijk: wil je kosten van een expert, medisch adviseur of advocaat als kosten tot het vaststellen van de schade vergoed krijgen, licht dan per post toe welke werkzaamheden zijn verricht, in welke context en waarom de kosten redelijk zijn. Op dat punt liep de vordering bij het hof vast.

Veelgestelde vragen over de kosten van het vaststellen van schade

Wat zijn expertisekosten?

Expertisekosten zijn kosten om de omvang van de schade vast te stellen, bijvoorbeeld van een schade-expert. Volgens het hof Amsterdam bedoelt artikel 7:959 lid 1 BW met kosten tot het vaststellen van de schade de expertisekosten. Ook kosten van medisch advies en van het opstellen van een schadestaat kunnen eronder vallen (HR 9 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1174, r.o. 4.2).

Wie betaalt de expertisekosten?

Bij je eigen schadeverzekering betaalt de verzekeraar de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade, ook boven de verzekerde som (artikel 7:959 lid 1 BW). Zowel het inschakelen van de expert als de hoogte van de kosten moet redelijk zijn. Is een ander aansprakelijk voor je schade, dan kun je redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid van die partij vorderen (artikel 6:96 lid 2 onder b BW).

Wat staat er in artikel 7:959 BW?

Lid 1 bepaalt dat de bereddingskosten (artikel 7:957 BW) en de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade ten laste van de verzekeraar komen, ook als daardoor samen met de schadevergoeding de verzekerde som wordt overschreden. Lid 2 regelt de bereddingskosten bij onderverzekering. Van lid 1 kan niet ten nadele van een consument worden afgeweken, voor zover de kosten niet hoger zijn dan de verzekerde som (artikel 7:963 lid 6 BW).

Kun je advocaatkosten verhalen?

Op een aansprakelijke partij kun je redelijke buitengerechtelijke kosten verhalen, zoals kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (artikel 6:96 lid 2 onder b en c BW). Voor werkzaamheden die onder de proceskosten vallen, gelden de regels over proceskosten (artikel 6:96 lid 3 BW en artikel 241 Rv). Op je eigen schadeverzekeraar kun je advocaatkosten verhalen voor zover het gaat om redelijke kosten tot het vaststellen van de schade (artikel 7:959 lid 1 BW).

Wat is een na-u-clausule?

Een na-u-clausule bepaalt dat de verzekering niet uitkeert voor zover je recht hebt op vergoeding uit een andere verzekering of uit anderen hoofde. Het hof Amsterdam legde de clausule van NH1816 zo uit dat het gaat om de aanspraak op die andere vergoeding, en niet om de vraag of je die aanspraak ook gebruikt. Bij een consumentenverzekering mag de polis tot de verzekerde som niet ten nadele van de verzekerde afwijken van artikel 7:959 lid 1 BW (artikel 7:963 lid 6 BW).

Primaire bronnen

Wanneer schakel je een advocaat verzekeringsrecht in?

Ons advocatenkantoor heeft een team van ervaren advocaten dat je graag kan helpen bij het inzichtelijk maken van risico’s en bij het afhandelen van geschillen omtrent de vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Neem hiervoor contact op met Remko Roosjen, advocaat gespecialiseerd in het verzekeringsrecht, of met een van onze andere advocaten.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?