Tegen een arbitraal eindvonnis staan alleen vernietiging en herroeping open (artikel 1064 Rv). Vernietiging kan alleen op de gronden van artikel 1065 lid 1 Rv, zoals strijd met de openbare orde. Herroeping kan bij na de uitspraak ontdekt bedrog, valse of achtergehouden stukken (artikel 1068 lid 1 Rv). Bedrog dat je tijdens de arbitrage ontdekt, voer je volgens de Hoge Raad in beginsel daar aan.
Arbitrage is een vorm van rechtspraak buiten de civiele rechter om. Arbitrage wordt vaker van toepassing verklaard in algemene voorwaarden of expliciet in een commerciële overeenkomst afgesproken. Dat kan bijvoorbeeld te maken hebben met een specifieke deskundigheid die nodig is bij het beslechten van een zakelijk geschil, maar ook met handelsrelaties tussen Europese en niet-Europese partijen. Een reden kan zijn dat een arbitraal vonnis in een ander land soms gemakkelijker te erkennen en ten uitvoer te leggen is dan een vonnis van de Nederlandse rechter; niet ieder land erkent een Nederlands vonnis als zodanig. Onze advocaten voor arbitrage in Amsterdam adviseren daarom in internationale contracten geregeld over arbitrage. Arbitrale vonnissen kunnen ook vatbaar zijn voor herroeping of vernietiging als aan een aantal vereisten is voldaan. In deze blog wordt in dat verband ingezoomd op een uitspraak van de Hoge Raad van 30 september 2022 over een vordering tot herroeping en vernietiging bij bedrog van een arbitraal vonnis.
Waarover ging het geschil bij de Raad van Arbitrage?
In deze zaak ontstond tussen een onderaannemer (Elite) en een hoofdaannemer een geschil over de levering en montage van systeemplafonds voor een nieuwbouwproject. In hun overeenkomst stond een arbitragebeding, op grond waarvan de Raad van Arbitrage voor de Bouw (RvA) over een geschil zou oordelen (HR 30 september 2022, r.o. 2.1 onder i en ii). De RvA is een arbitrage-instituut voor geschillen in de bouw. Volgens de eigen website zijn de arbiters deels bouwkundigen en deels juristen. Kortom, particuliere rechtspraak buiten de gewone rechter. Het geschil werd behandeld volgens de regels van de RvA.
Hoe verliep de arbitrageprocedure bij het scheidsgerecht?
Elite begon in 2011 een procedure bij de RvA (in algemene zin ook ‘het scheidsgerecht’ genoemd), met een vordering tot betaling van haar eindfactuur. De hoofdaannemer stelde in reconventie dat Elite aansprakelijk was voor vertragingsschade. Bij arbitraal tussenvonnis van 11 december 2012 oordeelde het scheidsgerecht dat Elite niet aansprakelijk was voor de vertraging. Tussen partijen stond vast dat de vertraging was veroorzaakt door een leverancier van Elite. Die leverancier moest worden aangemerkt als een door de hoofdaannemer aangewezen leverancier, en Elite had het redelijkerwijs nodige gedaan om de leverancier tot tijdige nakoming te bewegen. De hoofdaannemer stelde tegen dit tussenvonnis tussentijds arbitraal hoger beroep in. Bij arbitraal vonnis van 7 juli 2014 verwierp het scheidsgerecht in hoger beroep haar grieven.
Herroeping en vernietiging wegens bedrog tijdens de arbitrage procedure?
Daarna verzocht de hoofdaannemer het scheidsgerecht in eerste aanleg terug te komen van zijn beslissingen dat de vertraging door de leverancier was veroorzaakt en dat Elite het redelijkerwijs nodige had gedaan. Zij stelde dat Elite feiten en stukken had achtergehouden. Bij arbitraal eindvonnis van 15 oktober 2015 zag het scheidsgerecht geen aanleiding om van die beslissingen terug te komen. Het overwoog onder meer:
“De brief van 21 oktober 2010 werpt geen nieuw licht op het geschil zodanig dat daardoor een overweging voor heroverweging in aanmerking komt. Dat de leverancier in haar eigen brief meldt dat zij van mening is niet aansprakelijk te zijn voor vertraging, is op zich niet verrassend. Die eigen mededeling levert dan ook geen bewijs op van een feit, laat staan een nieuw feit. (…)
Arbiters hebben bij tussenvonnis overwogen dat uit de uitspraken van de leverancier tijdens die vergadering blijkt dat de leverancier organisatorische en productieproblemen had en zich niet aan de toegezegde levertijd van zes weken kon houden. Daarmee staat vast dat de leverancier vertraging heeft veroorzaakt. Enige vertraging aan de zijde van onderaanneemster heeft hoofdaanneemster daartegenover niet aannemelijk gemaakt. Uit het verslag van de vergadering blijkt met name niet dat de vertragingsoorzaken gelegen zijn in aan onderaanneemster te wijten oorzaken. Arbiters zien derhalve geen aanleiding terug te komen op hun overwegingen in het tussenvonnis.
(…) Ter zitting benadrukte hoofdaanneemster nog dat uit de brief van 21 oktober 2010 voor het eerst blijkt dat de leverancier niet verantwoordelijk is voor het inmeten en dat zij dat uitdrukkelijk van haar opdracht had uitgesloten. Arbiters zijn van oordeel dat daarin niets nieuws besloten ligt. (…) Voor zover hoofdaanneemster meende niet volledig op de hoogte te zijn van de inhoud van de contractuele relatie tussen onderaanneemster en de leverancier, had zij van de standaard uit kunnen gaan. De brief van 21 oktober 2010 meldt in dat opzicht niets bijzonders. (…) ” Dit hangt nauw samen met Onterechte beslaglegging en schadevergoeding.
Ook hiertegen stelde de hoofdaannemer arbitraal hoger beroep in. Bij arbitraal vonnis van 12 december 2016 overwoog het scheidsgerecht in hoger beroep dat het scheidsgerecht in eerste aanleg niet kon terugkomen van beslissingen waartegen in het eerdere hoger beroep niet was gegriefd of die in dat eerdere hoger beroep waren bekrachtigd. Ook als mocht blijken dat Elite feiten en stukken had achtergehouden, kon dat volgens het scheidsgerecht niet leiden tot heroverweging van onherroepelijke bindende eindbeslissingen. Dan restte slechts een vordering tot herroeping op de voet van art. 1068 (oud) Rv. Met “(oud)” is het arbitragerecht bedoeld van vóór de Wet modernisering Arbitragerecht (Stb. 2014, 200). Die wet geldt niet voor arbitrages die vóór de inwerkingtreding op 1 januari 2015 aanhangig zijn gemaakt, en deze arbitrage begon in 2011. De gronden voor vernietiging en herroeping verschillen volgens de advocaat-generaal niet of nauwelijks van het huidige recht (conclusie A-G Vlas, ECLI:NL:PHR:2022:77, nr. 1.2 met voetnoot).
Wanneer kan een arbitraal vonnis worden herroepen?
De hoofdaannemer vorderde vervolgens bij het gerechtshof herroeping, althans vernietiging, van de arbitrale vonnissen in deze zaak. Herroeping kan alleen plaatsvinden op een of meer van deze gronden (artikel 1068 lid 1 Rv):
- het vonnis berust geheel of ten dele op na de uitspraak ontdekt bedrog, door of met medeweten van de wederpartij in de arbitrale procedure gepleegd;
- het vonnis berust geheel of ten dele op bescheiden die na de uitspraak vals blijken te zijn;
- een partij heeft na de uitspraak bescheiden in handen gekregen die op de beslissing van het scheidsgerecht van invloed zouden zijn geweest en door toedoen van de wederpartij zijn achtergehouden.
De vordering tot herroeping moet worden ingesteld bij het gerechtshof van het ressort waarin de plaats van arbitrage ligt, binnen drie maanden nadat het bedrog of de valsheid bekend is geworden of de partij de nieuwe bescheiden in handen heeft gekregen (artikel 1068 lid 2 Rv). Vindt het hof een herroepingsgrond juist, dan vernietigt het het vonnis geheel of gedeeltelijk (artikel 1068 lid 3 Rv). De gevolgen van een geslaagde herroeping zijn dus die van een vernietiging. In deze zaak ging het om gesteld bedrog door het achterhouden van stukken.
Wanneer kan de rechter een arbitraal vonnis vernietigen?
Het gerechtshof van het ressort waarin de plaats van arbitrage ligt (artikel 1064a lid 1 Rv), kan een arbitraal vonnis alleen vernietigen op een of meer van deze gronden (artikel 1065 lid 1 Rv):
- een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbreekt;
- het scheidsgerecht in strijd met de daarvoor geldende regels is samengesteld
- het scheidsgerecht zich niet aan zijn opdracht heeft gehouden;
- het arbitrale vonnis niet overeenkomstig artikel 1057 Rv is ondertekend of niet met redenen is omkleed;
- het arbitrale vonnis, of de wijze waarop dit tot stand kwam, in strijd is met de openbare orde (artikel 1065 lid 1 onder e Rv; in deze zaak gold de gelijkluidende oude tekst).
Die gronden kennen beperkingen. Wie in de arbitrage is verschenen en niet vóór alle weren heeft aangevoerd dat een geldige arbitrageovereenkomst ontbreekt, kan daarop later in beginsel geen vernietiging meer baseren, behalve bij een geschil dat niet vatbaar is voor arbitrage (artikel 1065 lid 2 en 1052 lid 2 Rv). Voor de samenstelling van het scheidsgerecht gelden vergelijkbare beperkingen (artikel 1065 lid 3, 1028 lid 2 en 1052 lid 3 Rv). Het niet houden aan de opdracht leidt niet tot vernietiging als dat niet van ernstige aard is, of als de partij die het aanvoert heeft nagelaten daartegen tijdig bezwaar te maken (artikel 1065 lid 4 en 1048a Rv). De vordering tot vernietiging moet worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van verzending van het vonnis (bij nederlegging: na de dag van nederlegging). Wordt het vonnis met verlof tot tenuitvoerlegging betekend, dan kan het alsnog binnen drie maanden na de betekening (artikel 1064a lid 2 Rv). Alle gronden moeten in de dagvaarding staan, op straffe van verval (artikel 1064a lid 4 Rv). De vordering schorst de tenuitvoerlegging niet, maar de rechter kan de tenuitvoerlegging op verzoek schorsen (artikel 1066 lid 1 en 2 Rv).
De rechter die dit toetst, mag geen verkapt hoger beroep behandelen. Volgens vaste rechtspraak moet hij bij de vraag of er een grond voor vernietiging is terughoudendheid betrachten, ook bij de openbare-ordegrond. Voor terughoudendheid is volgens de advocaat-generaal geen plaats als bij de totstandkoming van het vonnis het fundamentele recht van hoor en wederhoor is geschonden (conclusie A-G Vlas, ECLI:NL:PHR:2022:77, nr. 3.14). In deze procedure vorderde de hoofdaannemer dat de arbitrale vonnissen gedeeltelijk werden herroepen op de voet van art. 1068 (oud) Rv, althans gedeeltelijk vernietigd op de voet van art. 1065 (oud) Rv.
Hoe oordeelden het hof en de rechtbank over herroeping en vernietiging?
Het hof heeft de vordering tot herroeping afgewezen. In de visie van het hof was niet voldaan aan de eis dat het achterhouden van bepaalde documenten en feiten is ontdekt na afloop van de arbitrale procedure. In een overweging ten overvloede heeft het hof als onjuist betiteld het oordeel van het scheidsgerecht in hoger beroep dat ook als mocht blijken dat Elite stukken en feiten heeft achtergehouden, slechts de mogelijkheid van een verzoek tot herroeping openstaat. Het hof heeft zich met betrekking tot de vordering tot gedeeltelijke vernietiging onbevoegd verklaard en heeft de zaak in zoverre verwezen naar de rechtbank. De rechtbank heeft de vordering tot vernietiging afgewezen. Zij heeft geoordeeld dat daargelaten of, indien sprake is van bedrog, dit op zichzelf ertoe kan leiden dat de arbitrale vonnissen in strijd zijn met de openbare orde en dit een grond voor vernietiging oplevert, niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van bedrog aan de zijde van Elite.
De hoofdaannemer stelt daar hoger beroep tegen in. Daarbij wordt aangevoerd dat de arbitrale vonnissen als gevolg van bedrog door Elite op onjuiste feiten zijn gebaseerd en daarom in strijd zijn met de openbare orde als bedoeld in art. 1065 lid 1, onder e, (oud) Rv. Het hof heeft in het bestreden arrest het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het heeft overwogen dat het verwijt dat Elite bedrog heeft gepleegd, indien juist, grond voor herroeping oplevert. Dat daardoor de arbitrale vonnissen op onjuiste feiten zijn gebaseerd, raakt, als juist, op zichzelf niet de openbare orde en levert geen grond op voor vernietiging.
Wat zegt de Hoge Raad over de herroeping en vernietiging?
In cassatie voerde de hoofdaannemer aan dat het hof had miskend dat niet aan de vereisten voor herroeping op de voet van art. 1068 lid 1 (oud) Rv was voldaan, omdat het bedrog al tijdens de arbitrale procedure was ontdekt. Daarnaast betoogde zij dat het oordeel van het hof onjuist was dat het niet de openbare orde raakt, en dus geen grond voor vernietiging oplevert, als de arbitrale vonnissen als gevolg van bedrog op onjuiste feiten zijn gebaseerd.
De Hoge Raad oordeelt als volgt:
“3.2.3 Herroeping op grond van bedrog is blijkens de tekst van art. 1068 lid 1 (oud) Rv alleen mogelijk als het bedrog na de arbitrale procedure is ontdekt. Uit de strekking van de bepaling volgt dat het erom gaat of het bedrog redelijkerwijs nog in de arbitrale procedure aan de orde had kunnen worden gesteld.
3.2.4 Als een arbitraal vonnis tot stand is gekomen onder invloed van bedrog, kan dat grond opleveren voor het oordeel dat het vonnis, of de wijze waarop het vonnis tot stand kwam, in strijd is met de openbare orde zoals bedoeld in art. 1065 lid 1, onder e, (oud) Rv. Een partij kan in een vernietigingsprocedure dus op deze grond vernietiging van een arbitraal vonnis vorderen. Onze advocaten behandelen ook Beslagleggen en de eis in de hoofdzaak.
Als bedrog tijdens een arbitrale procedure wordt ontdekt in een zodanig stadium dat dit redelijkerwijs nog aan de arbiters kan worden voorgelegd, geldt als uitgangspunt evenwel dat de partij die daarbij belang heeft het bedrog in de arbitrale procedure aan de orde moet stellen. Arbiters zijn in zodanig geval immers gehouden het beroep op bedrog op juistheid te onderzoeken, ook indien dat beroep wordt gedaan nadat al een tussenvonnis is gewezen. Dat geldt ook indien het gaat om beslissingen in een tussenvonnis waartegen eerder tussentijds arbitraal hoger beroep is ingesteld. Laat die partij dat na, dan kan het gestelde bedrog in beginsel niet alsnog in een vernietigingsprocedure aan de orde worden gesteld. Hierbij speelt ook Tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis in Nederland een rol.
3.2.5 Indien een partij in een arbitrale procedure stelt dat zij na een tussenvonnis stukken in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij zijn achtergehouden en dat de inhoud daarvan op de beslissing van het scheidsgerecht van invloed zou zijn geweest, zal zij de bedoelde stukken in het geding moeten brengen. Als arbiters het beroep op bedrog na beoordeling van deze stukken hebben verworpen, kan niet na beëindiging van de arbitrale procedure op dezelfde grond vernietiging worden gevorderd. In dat geval kan immers niet meer worden gezegd dat de arbitrale beslissing onder invloed van het achterhouden van stukken tot stand is gekomen en kan op die grond van strijd met de openbare orde geen sprake zijn.”
Waarom bleef het arbitrale vonnis toch in stand?
De Hoge Raad gaf de hoofdaannemer op het eerste punt gelijk: het gestelde bedrog was al tijdens de arbitrale procedure ontdekt, zodat het hof ten onrechte had aangenomen dat herroeping mogelijk was (r.o. 3.3.1). Toch bleef de beslissing van het hof in stand, omdat die zelfstandig werd gedragen door het oordeel dat de openbare orde niet in het geding was. De stukken die volgens de hoofdaannemer waren achtergehouden, waren in de arbitrale procedure ingebracht en door arbiters beoordeeld. Daarom kon niet meer worden gezegd dat de arbitrale beslissing onder invloed van het achterhouden van die stukken tot stand was gekomen. De weigering van het scheidsgerecht om terug te komen van zijn eerdere beslissingen berustte op de waardering van die stukken, en die waardering raakt niet aan de openbare orde. Dat het scheidsgerecht in hoger beroep die beslissing op een onjuiste processuele grond niet opnieuw had beoordeeld, maakte dat niet anders (r.o. 3.3.2). De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep (r.o. 3.4 en beslissing).
Veelgestelde vragen over herroeping en vernietiging van een arbitraal vonnis
Wat is het verschil tussen vernietiging en herroeping van een arbitraal vonnis?
Vernietiging gaat over gebreken in de arbitrage of het vonnis zelf, zoals het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst of strijd met de openbare orde (artikel 1065 lid 1 Rv). Herroeping gaat over bedrog, valse stukken of achtergehouden stukken die pas na de uitspraak aan het licht komen (artikel 1068 lid 1 Rv). Slaagt een herroeping, dan vernietigt het hof het vonnis geheel of gedeeltelijk (artikel 1068 lid 3 Rv).
Binnen welke termijn moet je vernietiging van een arbitraal vonnis vorderen?
Binnen drie maanden na de dag van verzending van het vonnis, of na de dag van nederlegging als partijen dat zijn overeengekomen. Wordt het vonnis met verlof tot tenuitvoerlegging aan je betekend, dan kun je nog binnen drie maanden na die betekening vernietiging vorderen (artikel 1064a lid 2 Rv). Voor herroeping geldt een termijn van drie maanden nadat het bedrog of de valsheid bekend is geworden of je de nieuwe stukken in handen kreeg (artikel 1068 lid 2 Rv).
Is bedrog een grond voor vernietiging van een arbitraal vonnis?
Het kan. Als een arbitraal vonnis tot stand is gekomen onder invloed van bedrog, kan dat volgens de Hoge Raad strijd met de openbare orde opleveren (artikel 1065 lid 1 onder e Rv). Wie het bedrog al tijdens de arbitrage ontdekt in een stadium waarin het redelijkerwijs nog aan de arbiters kan worden voorgelegd, moet het in beginsel daar aanvoeren; anders kan het in beginsel niet alsnog in een vernietigingsprocedure (HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1332, r.o. 3.2.4).
Schorst een vernietigingsprocedure de tenuitvoerlegging van het arbitrale vonnis?
Nee. De vordering tot vernietiging schorst de tenuitvoerlegging niet. De rechter die over de vernietiging oordeelt, kan de tenuitvoerlegging wel op verzoek schorsen totdat onherroepelijk over de vernietiging is beslist, eventueel tegen zekerheid (artikel 1066 lid 1, 2 en 5 Rv). Dat geldt ook bij een vordering tot herroeping (artikel 1068 lid 2 Rv).
Kan een gewoon vonnis van de rechter worden herroepen?
Ja. Een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan op vordering van een partij worden herroepen als het berust op bedrog door de wederpartij in het geding, op stukken waarvan de valsheid na het vonnis is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of als de partij na het vonnis stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden (artikel 382 Rv). Dat moet binnen drie maanden nadat de grond is ontstaan en je daarmee bekend bent geworden, en niet eerder dan nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 383 lid 1 Rv).
Primaire bronnen
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: artikel 382, 383, 1064, 1064a, 1065, 1066 en 1068
- Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1332, r.o. 2.1-2.2.6, 3.2.2-3.4
- Conclusie A-G P. Vlas, ECLI:NL:PHR:2022:77, nr. 1.2 en 3.14 (overgangsrecht Wet modernisering Arbitragerecht en terughoudende toetsing)
Advies nodig over vernietiging of herroeping van een arbitraal vonnis?
Wil je advies inwinnen van een arbitrage advocaat over het thema “Herroeping en vernietiging arbitraal vonnis bij bedrog”? Neem dan contact op met Sander van Someren Gréve. Sander is als advocaat voor arbitrage en procesrecht en werkt op het snijvlak van contractenrecht en procesrecht (litigation).