Beslagleggen en de eis in de hoofdzaak

Gepubliceerd · bijgewerkt

Na conservatoir beslag moet je de eis in de hoofdzaak instellen: de procedure waarin de rechter beslist over de vordering waarvoor je beslag hebt gelegd. Loopt die procedure nog niet, dan begin je haar binnen de termijn die de voorzieningenrechter in het verlof bepaalt, van ten minste acht dagen na het beslag. Begin je te laat, dan vervalt het beslag (artikel 700 lid 3 Rv).

Welke eis volstaat? Daarover ging een arrest van de Hoge Raad over beslagleggen van 25 februari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:298). Een verhuurder had huurpenningen van een vennootschap onbetaald zien blijven en conservatoir beslag gelegd op een pand van de enige bestuurder. In hoger beroep in de hoofdzaak vorderde de verhuurder alleen nog een verklaring voor recht dat de bestuurder hoofdelijk, naast de vennootschap, aansprakelijk was. Volgens de Hoge Raad levert zo’n uitspraak een executoriale titel op als daarmee duidelijk is dat de beslaglegger daadwerkelijk aanspraak kan maken op betaling. Daarmee verduidelijkte de Hoge Raad zijn rechtspraak over de eis in de hoofdzaak bij beslag en executie. Onze advocaten voor procesrecht leggen eerst de regels uit en bespreken daarna het arrest.

Wat is de eis in de hoofdzaak na conservatoir beslag?

Conservatoir beslag legt goederen of tegoeden van je schuldenaar vast, maar geeft je nog geen recht om ze te laten verkopen of uit te laten betalen. Daarvoor heb je een executoriale titel nodig, meestal een vonnis waarin de rechter je schuldenaar veroordeelt tot betaling. De procedure waarin je die titel vraagt, is de hoofdzaak. Meestal begin je haar door een dagvaarding aan je wederpartij te laten betekenen.

Heb je in de hoofdzaak een executoriale titel verkregen die voor tenuitvoerlegging vatbaar is, dan gaat het conservatoir beslag over in een executoriaal beslag. Daarvoor moet je de titel betekenen aan de beslagene en, bij beslag onder een derde zoals een bank, ook aan die derde (artikel 704 lid 1 Rv). Wordt je eis in de hoofdzaak afgewezen en is die afwijzing in kracht van gewijsde gegaan, dan vervalt het beslag van rechtswege (artikel 704 lid 2 Rv).

Binnen welke termijn moet je de eis in de hoofdzaak instellen?

Loopt de hoofdzaak al op het moment dat je verlof krijgt, dan geldt geen termijn. Anders verleent de voorzieningenrechter het verlof onder de voorwaarde dat je de eis in de hoofdzaak instelt binnen een termijn die hij bepaalt, van ten minste acht dagen na het beslag (artikel 700 lid 3 Rv). Hoe de voorzieningenrechter het verzoek om verlof zelf toetst, lees je in onze blog over de toetsingsmaatstaf voor het leggen van conservatoir beslag.

Heb je meer tijd nodig, dan kun je de voorzieningenrechter om verlenging vragen, maar alleen voordat de termijn verstrijkt. Tegen zijn beslissing staat geen hogere voorziening open. Bij beslag onder een derde of op aandelen of effecten op naam werkt de verlenging alleen als zij binnen acht dagen na het tijdstip waarop de termijn zonder verlenging zou verstrijken, schriftelijk is meegedeeld aan de derde of de vennootschap (artikel 700 lid 3 Rv). Het verzoek om verlenging kan ook een deurwaarder indienen (artikel 710a Rv). Heb je beslag onder een derde gelegd en stel je de eis in de hoofdzaak pas na het beslag in, dan moet je binnen acht dagen daarna een afschrift van de dagvaarding (of van het stuk waarmee je de eis instelt) aan de derde laten betekenen, anders is het beslag nietig. De voorzieningenrechter kan die termijn op je verzoek verlengen; de verlenging werkt alleen als je haar binnen acht dagen na het verstrijken van de termijn schriftelijk aan de derde meedeelt (artikel 721 Rv).

Wat gebeurt er als je de eis in de hoofdzaak te laat instelt?

Overschrijd je de termijn, dan vervalt het beslag (artikel 700 lid 3 Rv). Daarnaast kan de beslagene in kort geding opheffing van het beslag vorderen, bijvoorbeeld als summierlijk blijkt dat je vordering ondeugdelijk of het beslag onnodig is (artikel 705 lid 1 en 2 Rv). Of je bij het verzoek om verlof ook de noodzaak van het beslag moet aantonen, bespreken we in onze blog over het noodzakelijkheidsvereiste bij conservatoir beslag. De kosten van het beslag kun je van de beslagene terugvorderen, tenzij het beslag nietig, onnodig of onrechtmatig was (artikel 706 Rv).

Hoe verliep de zaak Lisman tegen Rentec en haar bestuurder?

De partijen in het conflict zijn Lisman en Lisman B.V. (hierna: Lisman) en Rentec B.V. In 2004 verhuurde Lisman een kantoorpand aan Rentec. Rentec betaalde de huur niet. Op 4 oktober 2004 legde Lisman met verlof van de voorzieningenrechter conservatoir beslag op een pand van de enige bestuurder van Rentec, voor een vordering die voorlopig was begroot op € 260.000. Daarna stelde Lisman de eis in de hoofdzaak in, zoals artikel 700 lid 3 Rv vereist: zij liet Rentec en de bestuurder op 18 oktober 2004 dagvaarden voor de kantonrechter, die huurzaken behandelt (artikel 93 onder c Rv). In deze civiele procedure bij de kantonrechter vorderde Lisman ontbinding van de huurovereenkomst. Daarnaast vorderde Lisman, mede op grond van bestuurdersaansprakelijkheid, dat Rentec en haar bestuurder hoofdelijk werden veroordeeld tot betaling (HR 25 februari 2022, r.o. 2.1; hof Arnhem-Leeuwarden 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3417, r.o. 4.1).

Hoe oordelen de kantonrechter en het gerechtshof in de hoofdzaak?

Op 17 januari 2007 ontbond de kantonrechter de huurovereenkomst en veroordeelde hij Rentec tot betaling van € 260.397,82, met contractuele rente en kosten. De vorderingen tegen de bestuurder wees de kantonrechter af. Rentec betaalde niet. Lisman ging tegen het vonnis in hoger beroep bij het gerechtshof, maar betrok daarin alleen de bestuurder. Zij vorderde niet langer zijn veroordeling tot betaling, maar een verklaring voor recht dat hij hoofdelijk aansprakelijk is voor alles waartoe Rentec in eerste aanleg was veroordeeld. Het gerechtshof Arnhem vernietigde op 22 december 2009 het vonnis voor zover het tussen Lisman en de bestuurder was gewezen, en verklaarde dat voor recht (ECLI:NL:GHARN:2009:BM1524; HR r.o. 2.1). Later oordeelde het hof Arnhem-Leeuwarden dat deze eiswijziging minder is dan een vordering tot veroordeling en in feite neerkomt op een vermindering van eis (r.o. 4.4 van de uitspraak uit 2020).

Tijdens het hoger beroep werd het pand van de bestuurder begin 2008 op verzoek van de hypotheekhouder, met toestemming van de voorzieningenrechter, onderhands verkocht. Na aflossing van de hypothecaire lening resteerde ruim € 100.000. Dat bedrag bleef in depot bij de notaris. Lisman en de bestuurder werden het niet eens over de verdeling. In 2017 werd op verzoek van de bestuurder een rechter-commissaris benoemd voor de verdeling (een rangregeling, artikel 552 Rv). Die kon de partijen, onder wie ook andere schuldeisers, niet verenigen en verwees de zaak naar de renvooiprocedure (HR r.o. 2.1). Wat is dat precies?

Wat is een renvooiprocedure?

Een renvooiprocedure is een procedure bij de rechtbank waarnaar de rechter-commissaris partijen verwijst als hij een geschil niet kan oplossen. Bij de verdeling van een executieopbrengst (een rangregeling) gebeurt dat als tegen de staat van verdeling tegenspraak is gedaan en de rechter-commissaris de partijen niet kan verenigen. Hij verwijst hen dan naar een zitting van de rechtbank, zonder dat een dagvaarding nodig is (artikel 486 lid 1 Rv, dat via artikel 552 lid 4 Rv ook geldt voor de rangregeling na executie van een registergoed). In een faillissement bestaat een vergelijkbare renvooiprocedure voor betwiste vorderingen (artikel 122 lid 1 Faillissementswet).

Wat vordert Lisman in deze renvooiprocedure?

In de renvooiprocedure vorderde Lisman een verklaring voor recht dat zij op grond van het arrest in de hoofdzaak een vordering op de bestuurder heeft, en toelating tot de rangregeling voor die vordering. De rechtbank liet Lisman toe voor € 260.000 (HR r.o. 2.2-2.3). In hoger beroep ging het volgens het gerechtshof om de vraag of Lisman na conservatoir beslag op het pand van de bestuurder, gevolgd door een verklaring voor recht in de hoofdzaak, mocht delen in de resterende executieopbrengst. De bestuurder vond van niet: volgens hem had Lisman daarvoor een executoriale titel nodig, en was de verklaring voor recht daarvoor onvoldoende.

Wat is een verklaring voor recht?

Een verklaring voor recht is een uitspraak waarin de rechter, op vordering van iemand die onmiddellijk bij een rechtsverhouding is betrokken, vaststelt hoe die rechtsverhouding is (artikel 3:302 BW). Zo’n uitspraak heet ook wel een declaratoir vonnis of arrest. Vaak wordt een verklaring voor recht gevorderd dat een partij aansprakelijk is, waarna de omvang van de schade later nog moet worden vastgesteld. Een verklaring voor recht bevat geen veroordeling tot betaling. Daarom was in deze zaak de vraag of zij toch als executoriale titel kon dienen.

Vervalt het conservatoir beslag als je je eis vermindert?

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde op 28 april 2020 dat de bestuurder uit de verminderde eis niet mocht afleiden dat Lisman haar eis en beslagvordering niet langer handhaafde of introk. De eiswijziging leidde ook niet tot verval van het conservatoir beslag, en het beslag was evenmin opgeheven (r.o. 4.4). Volgens het hof is in het algemeen geen executoriale titel nodig om tot de verdeling van een executieopbrengst te worden toegelaten. Als conservatoir beslaglegger kon Lisman aanspraak maken op het restant van de opbrengst en toelating tot de rangregeling vragen (artikel 3:270 lid 5 en 3:271 BW in verbinding met artikel 552 Rv; r.o. 4.7). Bij de verdeling van de netto-opbrengst, die geen deel meer uitmaakte van het vermogen van de bestuurder, was volgens het hof een verklaring voor recht waarin de vordering was vastgesteld voldoende (r.o. 4.10). Het hof liet Lisman toe tot de rangregeling voor € 98.693,30, vermeerderd met rente (HR r.o. 2.4).

Wat besliste de Hoge Raad over de eis in de hoofdzaak?

De Hoge Raad herhaalt het uitgangspunt: “Wanneer conservatoir beslag is gelegd voor een vordering, wordt een executoriale titel verkregen doordat de beslagdebiteur [de bestuurder] wordt veroordeeld tot voldoening van die vordering.” (r.o. 3.2.3)

De kernoverweging van de Hoge Raad over de eis in de hoofdzaak luidt: “Niet uitgesloten is echter dat de beslaglegger [Lisman] volstaat met een eis in de hoofdzaak die strekt tot vaststelling van de gegrondheid en de omvang van zijn vorderingsrecht. Bij toewijzing van de eis levert de uitspraak voor het daarin vastgestelde vorderingsrecht dan een executoriale titel op, als met die vaststelling duidelijk is dat de beslaglegger daadwerkelijk aanspraak kan maken op betaling. De vereiste duidelijkheid kan erin bestaan dat in de uitspraak wordt vastgesteld dat de beslagdebiteur [de bestuurder] hoofdelijk aansprakelijk is voor hetgeen waartoe een andere partij [Rentec] al eerder werd veroordeeld.” (r.o. 3.2.3)

Het hof had onbestreden vastgesteld dat de bestuurder uit de verminderde eis niet mocht afleiden dat Lisman haar eis en beslagvordering introk. Volgens de Hoge Raad bracht het hof daarmee tot uitdrukking dat het de bestuurder duidelijk moet zijn geweest dat Lisman wilde laten vaststellen dat zij daadwerkelijk aanspraak kan maken op betaling van de vordering waarvoor zij beslag had gelegd. Het arrest in de hoofdzaak levert daarom een executoriale titel op voor die vordering. Die vordering had ook haar afdwingbaarheid nog niet verloren, gelet op de verjaringstermijn van twintig jaar voor de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken (artikel 3:324 lid 1 BW; r.o. 3.2.4). De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep.

Samengevat, de verklaring voor recht dat de bestuurder hoofdelijk, naast Rentec, aansprakelijk is, levert volgens de Hoge Raad in deze situatie een executoriale titel op. Het was immers duidelijk dat Lisman daadwerkelijk aanspraak kon maken op betaling van de vordering en welk bedrag de bestuurder aan Lisman moest betalen.

Met dit arrest eindigde een geschil dat in 2004 begon met het beslag. De uitkomst hangt sterk af van de feiten van deze zaak. De veiligste weg blijft daarom om in de hoofdzaak een veroordeling tot betaling te vorderen van degene ten laste van wie je beslag hebt gelegd. Volsta je met een verklaring voor recht, zorg dan dat daaruit duidelijk blijkt dat je daadwerkelijk aanspraak kunt maken op betaling, en welk bedrag.

Veelgestelde vragen over beslagleggen en de eis in de hoofdzaak

Wat is de hoofdzaak bij beslag?

De hoofdzaak is de procedure waarin de rechter beslist over de vordering waarvoor je conservatoir beslag hebt gelegd. Daarin vraag je een executoriale titel, meestal een veroordeling tot betaling. Is die titel voor tenuitvoerlegging vatbaar en heb je hem betekend aan de beslagene en, bij beslag onder een derde, ook aan die derde, dan gaat het beslag over in een executoriaal beslag (artikel 704 lid 1 Rv).

Hoe lang heb je om de eis in de hoofdzaak in te stellen?

Je moet de eis instellen binnen de termijn die de voorzieningenrechter in het verlof bepaalt, van ten minste acht dagen na het beslag. Je kunt vóór het verstrijken om verlenging vragen; bij beslag onder een derde of op aandelen of effecten op naam werkt de verlenging alleen als je haar binnen acht dagen na het moment waarop de termijn zonder verlenging zou verstrijken, schriftelijk meedeelt aan de derde of de vennootschap. Loopt de hoofdzaak al bij het verlof, dan geldt geen termijn (artikel 700 lid 3 Rv).

Wat gebeurt er als je de eis in de hoofdzaak niet op tijd instelt?

Dan vervalt het beslag (artikel 700 lid 3 Rv). Ook als je eis later wordt afgewezen en die afwijzing in kracht van gewijsde gaat, vervalt het beslag van rechtswege (artikel 704 lid 2 Rv).

Wat betekent een declaratoir vonnis?

Een declaratoir vonnis is een uitspraak met een verklaring voor recht: de rechter stelt vast hoe een rechtsverhouding is, zonder iemand tot iets te veroordelen (artikel 3:302 BW). Volgens de Hoge Raad kan zo’n uitspraak na conservatoir beslag toch een executoriale titel opleveren, als duidelijk is dat de beslaglegger daadwerkelijk aanspraak kan maken op betaling (HR 25 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:298, r.o. 3.2.3).

Wat is een renvooiprocedure bij beslag?

Een procedure bij de rechtbank waarnaar de rechter-commissaris partijen zonder dagvaarding verwijst als zij het bij de verdeling van een executieopbrengst niet eens worden (artikel 486 lid 1 Rv) of als in een faillissement een vordering wordt betwist (artikel 122 lid 1 Faillissementswet).

Primaire bronnen

Hulp nodig bij beslagleggen en de eis in de hoofdzaak?

MAAK Advocaten heeft een team van advocaten voor vraagstukken over geschillen en procedures en met een sterke focus op de spelers in de maakindustrie. Wil je juridisch advies inwinnen over de wettelijke regelingen met betrekking tot het leggen van conservatoir beslag of het instellen van een eis in de hoofdzaak, het opheffen van beslag of gerelateerde thema’s? Of heeft je onderneming behoefte aan ondersteuning bij het voeren van onderhandelingen met een handelsrelatie, het begeleiden van een vorm van alternatieve geschillenbeslechting zoals mediation of arbitrage, het voeren van een civiele procedure bij de Nederlandse rechtbanken of gerechtshoven in hoger beroep of het starten van een (opheffings)kortgedingprocedure? Neem dan contact op met Max Schwillens, advocaat op het gebied van conservatoir beslag, of met een van onze andere procesrechtadvocaten in Amsterdam.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?