Je beëindigt een contract door opzegging, ontbinding, vernietiging of in onderling overleg. Schiet de wederpartij tekort (contractbreuk), dan kun je de overeenkomst ontbinden (artikel 6:265 BW) en, als de tekortkoming haar kan worden toegerekend, schadevergoeding vorderen (artikel 6:74 en 6:277 BW). Kwam het contract tot stand door dwaling, bedrog, bedreiging of misbruik van omstandigheden, dan kun je het vernietigen (artikel 6:228 en 3:44 BW).
Tussen het opzeggen, ontbinden en vernietigen van een overeenkomst bestaan wezenlijke verschillen. Welke route openstaat, hangt af van het contract, de wet en de reden waarom je ervan af wilt. Meer over de afzonderlijke routes lees je in onze artikelen over het opzeggen van een langdurige commerciële overeenkomst, opzegging, ontbinding en vernietiging. Contractgeschillen draaien vaak om de vraag of de gekozen grondslag juist was.
Wanneer je organisatie zich verbindt aan een wederpartij, ontstaan er wederzijdse verplichtingen. Echter kunnen zich talloze situaties voordoen waarin je niet langer aan je verplichtingen wilt of kunt voldoen. Denk bijvoorbeeld aan een leverancier die herhaaldelijk te laat levert, een adviseur wiens dienstverlening niet aansluit bij je verwachtingen, of een distributeur die marktomstandigheden niet heeft voorzien. In dergelijke gevallen zoek je naar een rechtsgeldig ontsnappingsscenario.
Welke algemene regels gelden voor het opzeggen van contracten in Nederland?
In Nederland geldt een ruime contractsvrijheid, begrensd door de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW). Jij en je contractpartner zijn dus in beginsel vrij om afspraken te maken over de beëindiging. Bestudeer daarom eerst je overeenkomst en eventuele algemene voorwaarden. Vaak staan daar opzeggingsclausules met termijnen, voorwaarden en procedures. Je kunt een overeenkomst ook altijd samen beëindigen, op het moment en de voorwaarden die jullie afspreken. Maak je daarmee een einde aan onzekerheid of een geschil over wat tussen jullie rechtens geldt, dan is dat een vaststellingsovereenkomst (artikel 7:900 lid 1 BW).
Hoe zeg je een duurovereenkomst rechtsgeldig op?
Wil je duurovereenkomsten opzeggen, dus contracten waarbij partijen voor langere tijd doorlopende verplichtingen aangaan, dan gelden bijzondere regels. Denk aan distributieovereenkomsten, franchiserelaties, agentuurovereenkomsten of onderhoudscontracten. Voor de agentuurovereenkomst staat de opzegging in de wet. Is die aangegaan voor onbepaalde tijd, of voor bepaalde tijd met recht van tussentijdse opzegging, dan geldt de afgesproken opzegtermijn en zonder afspraak een termijn van vier maanden, vermeerderd met een maand na drie jaar en met twee maanden na zes jaar. De termijn is ten minste een maand in het eerste jaar, twee maanden in het tweede en drie maanden in de jaren daarna, en je zegt op tegen het einde van een kalendermaand (artikel 7:437 BW). Niet elke andere commerciële duurovereenkomst bevat een opzegregeling, en dat leidt regelmatig tot geschillen.
Voorzien de wet en de overeenkomst niet in een regeling van de opzegging, dan is een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan in beginsel opzegbaar. De redelijkheid en billijkheid kunnen, in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, wel meebrengen dat opzegging alleen mogelijk is met een voldoende zwaarwegende grond, dat je een bepaalde opzegtermijn in acht neemt of dat je bij de opzegging een (schade)vergoeding aanbiedt (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854, r.o. 3.5.1). Je positie hangt daarbij sterk af van factoren zoals de investeringen van de wederpartij, de duur van de samenwerking en de mate van afhankelijkheid.
Wanneer kun je een overeenkomst ontbinden wegens tekortkoming?
Ontbinding wegens het schenden van een overeenkomst is het juridische instrument waarmee je een contract beëindigt als de wederpartij tekortschiet. Je ontbindt met een schriftelijke verklaring of via de rechter (artikel 6:267 BW). Iedere tekortkoming geeft je de bevoegdheid de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikel 6:265 lid 1 BW). Vaak gaat aan de ontbinding een ingebrekestelling vooraf.
Voor een rechtsgeldige ontbinding moet dus sprake zijn van een tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt. Een kleine afwijking is daarvoor doorgaans niet genoeg. Is nakoming nog mogelijk, dan moet de wederpartij bovendien in verzuim zijn; dat is niet nodig als nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is (artikel 6:265 lid 2 BW). Verzuim treedt in als je de wederpartij schriftelijk in gebreke stelt met een redelijke termijn voor de nakoming, en nakoming binnen die termijn uitblijft (artikel 6:82 lid 1 BW). Zonder ingebrekestelling treedt verzuim in als een voor de nakoming bepaalde (fatale) termijn verstrijkt, tenzij blijkt dat die termijn een andere strekking heeft, of als je uit een mededeling van de wederpartij moet afleiden dat zij zal tekortschieten (artikel 6:83 onder a en c BW).
Ook bij overmacht kun je een overeenkomst ontbinden, want iedere tekortkoming geeft die bevoegdheid. Kan de tekortkoming de wederpartij niet worden toegerekend, dan hoeft zij in beginsel geen schadevergoeding te betalen (artikel 6:74 lid 1 BW). Schade door de ontbinding vergoedt zij dan alleen tot het voordeel dat zij door de tekortkoming heeft genoten (artikel 6:277 lid 2 en 6:78 BW). Veel contracten bevatten een eigen overmachtsregeling.
Hoe werkt het ontbindingsproces in de praktijk?
Je kunt een overeenkomst buitengerechtelijk ontbinden met een schriftelijke verklaring. Is de overeenkomst langs elektronische weg gesloten, dan kan dat ook met een elektronische verklaring (artikel 6:267 lid 1 BW). Laat je bij twijfel adviseren door een advocaat contractenrecht, want een ontbinding zonder grond kan zelf een tekortkoming opleveren. Ontbinding werkt niet terug in de tijd (artikel 6:269 BW). Partijen worden bevrijd van de verbintenissen die door de ontbinding worden getroffen, en voor wat al is nagekomen blijft de rechtsgrond bestaan.
Wel ontstaat voor beide partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de prestaties die zij al hebben ontvangen (artikel 6:271 BW). Geleverde goederen gaan terug en betaalde bedragen worden terugbetaald. Sluit de aard van de prestatie uit dat zij ongedaan wordt gemaakt, bijvoorbeeld bij verleende diensten of verbruikte goederen, dan vergoed je de waarde ervan op het moment van ontvangst; beantwoordde de prestatie niet aan de overeenkomst, dan alleen de waarde die zij voor de ontvanger werkelijk had (artikel 6:272 BW). Over die waarde ontstaat in de praktijk regelmatig discussie.
Wat zijn de vier wilsgebreken die tot vernietiging leiden?
Vernietiging is een wezenlijk andere route dan ontbinding. Bij vernietiging was je wil om het contract te sluiten niet zuiver gevormd. De wet kent vier wilsgebreken: bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden (artikel 3:44 BW) en dwaling (artikel 6:228 BW). De overeenkomst is dan vernietigbaar: je vernietigt haar met een buitengerechtelijke verklaring of via de rechter (artikel 3:49 BW). De vernietiging werkt terug tot het moment waarop de overeenkomst is gesloten (artikel 3:53 lid 1 BW). Zijn de gevolgen bezwaarlijk ongedaan te maken, dan kan de rechter desgevraagd aan de vernietiging geheel of gedeeltelijk haar werking ontzeggen (artikel 3:53 lid 2 BW).
Hoe bewijs je bedreiging in contractsituaties?
Van bedreiging is sprake als iemand je tot het sluiten van een overeenkomst beweegt door jou of een derde onrechtmatig te bedreigen met enig nadeel in persoon of goed. De bedreiging moet zodanig zijn dat een redelijk oordelend mens daardoor kan worden beïnvloed (artikel 3:44 lid 2 BW). Denk aan een leverancier die midden in je productiepiek dreigt belangrijke leveringen stop te zetten, tenzij je een prijsverhoging van 40% accepteert. Of dat bedreiging is, hangt onder meer af van de vraag of het dreigement onrechtmatig is.
Een overeenkomst die door bedreiging tot stand kwam, is niet vanzelf ongeldig maar vernietigbaar. Je moet dus zelf actie ondernemen: de overeenkomst vernietigen met een schriftelijke verklaring of via de rechter. Doe je niets, dan blijft het contract geldig. De rechtsvordering tot vernietiging verjaart drie jaar nadat de invloed van de bedreiging heeft opgehouden te werken; daarna kun je ook niet meer buitengerechtelijk vernietigen (artikel 3:52 BW). Word je later op grond van het contract aangesproken, dan kun je je ter verweer ook na die drie jaar nog op de vernietigingsgrond beroepen (artikel 3:51 lid 3 BW). Dat kan niet meer als je de overeenkomst inmiddels hebt bevestigd, of als de wederpartij je een redelijke termijn heeft gesteld om te kiezen tussen bevestiging en vernietiging en je binnen die termijn niet hebt gekozen (artikel 3:55 BW).
Wat is het verschil tussen bedrog en dwaling?
Bedrog en dwaling lijken op elkaar omdat in beide gevallen je beslissing gebaseerd was op een onjuiste voorstelling van zaken. Het belangrijke verschil ligt in de opzet. Bedrog is aanwezig als de wederpartij je tot het contract beweegt door een opzettelijk onjuiste mededeling, door het opzettelijk verzwijgen van een feit dat zij had moeten meedelen, of door een andere kunstgreep. Aanprijzingen in algemene bewoordingen zijn op zichzelf geen bedrog, ook als ze onwaar zijn (artikel 3:44 lid 3 BW). Een klassiek voorbeeld is de teruggedraaide kilometerteller bij de verkoop van een auto, of een projectontwikkelaar die opzettelijk verzwijgt dat het aangrenzende perceel een industriële bestemming krijgt.
Bij dwaling is geen opzet vereist. Je sloot het contract onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken, en bij een juiste voorstelling had je het niet gesloten. Dat is alleen een vernietigingsgrond in drie gevallen: (a) de dwaling komt door een inlichting van de wederpartij, tenzij die mocht aannemen dat je het contract ook zonder die inlichting zou sluiten; (b) de wederpartij had je moeten inlichten, gelet op wat zij over de dwaling wist of behoorde te weten; of (c) de wederpartij ging van dezelfde onjuiste veronderstelling uit (wederzijdse dwaling), tenzij zij ook bij een juiste voorstelling niet had hoeven begrijpen dat je het contract dan niet zou sluiten (artikel 6:228 lid 1 BW). Dwaling over een uitsluitend toekomstige omstandigheid telt niet, net als dwaling die gezien de aard van de overeenkomst, de verkeersopvattingen of de omstandigheden voor je eigen rekening komt (artikel 6:228 lid 2 BW). Verkoop je bijvoorbeeld een erfstuk vanwege financiële problemen en win je de volgende dag de loterij, dan kun je de verkoop niet op grond van dwaling vernietigen.
Wanneer is sprake van misbruik van omstandigheden?
Misbruik van omstandigheden betreft situaties waarin een partij profiteert van jouw kwetsbare positie. De wet noemt als bijzondere omstandigheden onder meer noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, een abnormale geestestoestand en onervarenheid. Misbruik is aanwezig als de wederpartij weet of moet begrijpen dat je door zulke omstandigheden tot het contract wordt bewogen, en zij het tot stand komen ervan toch bevordert, terwijl wat zij weet of moet begrijpen haar daarvan had moeten weerhouden (artikel 3:44 lid 4 BW).
Voor een succesvolle vernietiging toon je dus aan: de bijzondere omstandigheid waardoor je kwetsbaar was, dat de wederpartij dat wist of moest begrijpen, dat je daardoor tot het contract werd bewogen, dat de wederpartij het tot stand komen ervan heeft bevorderd en dat wat zij wist of moest begrijpen haar daarvan had moeten weerhouden (artikel 3:44 lid 4 BW).
Waarom is het verschil tussen ontbinding en vernietiging belangrijk voor je rechtspositie?
Het onderscheid tussen ontbinding en vernietiging lijkt misschien theoretisch juridisch, maar heeft ingrijpende praktische consequenties. Vernietiging werkt terug tot het moment van contractsluiting. Ontbinding werkt niet terug: de rechtsgrond voor wat al is gepresteerd blijft bestaan, maar partijen moeten het ontvangene ongedaan maken. Deze technische nuance bepaalt bijvoorbeeld je positie in een faillissementssituatie.
Fictief praktijkscenario: Stel, je exploiteert een meubelzaak in Amsterdam en verkoopt 100 tafels en 400 stoelen aan een man die namens een bv handelt. Hij vertelt een ontroerend verhaal over een kindertehuis en vraagt een korting van 50%, praktisch tegen inkoopprijs. Daarnaast lever je kosteloos. Na levering bij een leeg pand verstrijkt de fatale betalingstermijn van 14 dagen zonder betaling. Een week later lees je dat de bv failliet is en dat de man een fraudeur blijkt. Van je goederen worden slechts 200 stoelen teruggevonden.
Ontbind je de koop op de gewone manier wegens niet-betaling, dan krijgt de bv alleen een verbintenis tot ongedaanmaking (artikel 6:271 BW). Dat is een gewone vordering in het faillissement, waarvoor je opkomt naast alle andere schuldeisers. Als verkoper heb je echter ook het recht van reclame. Is de koopprijs van een geleverde roerende zaak (geen registergoed) niet betaald en is aan de vereisten voor ontbinding voldaan, dan kun je de zaak met een schriftelijke verklaring aan de koper terugvorderen; daardoor wordt de koop ontbonden en eindigt het recht van de koper of zijn rechtsverkrijger (artikel 7:39 lid 1 BW). Dat kan alleen voor zover de zaken zich nog in dezelfde staat bevinden als bij de aflevering (artikel 7:41 BW), en niet meer als de koper ze tegen betaling heeft overgedragen aan een derde die redelijkerwijs niet hoefde te verwachten dat je ze zou terugvorderen (artikel 7:42 lid 1 BW). In een faillissement kan de curator dat voorkomen door binnen een redelijke termijn die jij stelt de prijs te betalen of zekerheid te stellen (artikel 7:40 lid 1 BW). Het recht van reclame vervalt zodra zowel zes weken zijn verstreken nadat de koopprijs opeisbaar werd, als zestig dagen nadat de zaken bij de koper zijn opgeslagen (artikel 7:44 BW).
Vernietig je de koop, bijvoorbeeld wegens bedrog, dan werkt dat terug tot het moment waarop de koop is gesloten (artikel 3:53 lid 1 BW). Er was dan geen geldige titel voor de levering, zodat de eigendom niet is overgegaan (artikel 3:84 lid 1 BW). Je bent eigenaar gebleven en kunt de nog aanwezige stoelen opeisen van ieder die ze zonder recht houdt, ook van de curator (artikel 5:2 BW). Dat geldt niet voor zaken die een derde inmiddels te goeder trouw en tegen betaling heeft verkregen (artikel 3:86 lid 1 BW). Voor wat niet meer aanwezig is, heb je in beginsel alleen een vordering in het faillissement. In faillissementssituaties kunnen vernietiging of het recht van reclame een leverancier dus meer opleveren dan een gewone ontbinding.
Welke bijzondere opzeggingsregels gelden voor specifieke contracttypen?
Het Burgerlijk Wetboek bevat specifieke regelingen voor benoemde overeenkomsten zoals arbeidscontracten, huurovereenkomsten, agentuurovereenkomsten en verzekeringscontracten. Deze regels wijken soms aanzienlijk af van de algemene contractenregels. Sommige contracttypen kennen strenge dwingendrechtelijke bescherming, terwijl andere juist ruime opzeggingsmogelijkheden bieden.
Hoe zit het met opzegging van een overeenkomst van opdracht?
Overeenkomsten van opdracht worden veelvuldig gebruikt bij dienstverlening door accountants, consultants, makelaars, schoonmaakbedrijven, ontwerpbureaus, reclamebureaus, fotografen en webdesigners. De wetgever heeft voor deze contractvorm een opmerkelijk ruime opzeggingsbevoegdheid gecreëerd. Volgens de wet kan een opdrachtgever een overeenkomst van opdracht te allen tijde opzeggen (artikel 7:408 lid 1 BW), ook als partijen een bepaalde duur zijn overeengekomen, tenzij zij die bevoegdheid geldig hebben uitgesloten.
Deze opzegbevoegdheid geldt ongeacht de vraag of de opdrachtnemer zijn werk goed heeft gedaan; je hoeft geen reden te geven. De wet schrijft ook geen opzegtermijn voor. Of de redelijkheid en billijkheid toch een termijn of vergoeding vereisen, is niet in het algemeen te zeggen. Partijen kunnen de opzegbevoegdheid contractueel beperken, behalve ten nadele van een opdrachtgever die een particulier is en niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (artikel 7:413 lid 2 BW). Zo’n particuliere opdrachtgever is bij opzegging ook geen schadevergoeding verschuldigd (artikel 7:408 lid 3 BW). Een opdrachtnemer die de opdracht in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf heeft aangenomen, kan behoudens gewichtige redenen alleen opzeggen als de opdracht voor onbepaalde duur geldt en niet door volbrenging eindigt (artikel 7:408 lid 2 BW). Hangt het loon af van het voltooien van de opdracht of van het verstrijken van de afgesproken tijd, dan heeft hij bij een tussentijds einde recht op een naar redelijkheid vast te stellen deel ervan (artikel 7:411 lid 1 BW). Het volle loon krijgt hij alleen als het einde aan de opdrachtgever is toe te rekenen en volle betaling redelijk is, en dan onder aftrek van wat hij door de voortijdige beëindiging bespaart (artikel 7:411 lid 2 BW).
Deze asymmetrische opzeggingsbevoegdheid plaatst opdrachtnemers in een kwetsbare positie. Dienstverleners krijgen in opdrachtsituaties met enige regelmaat te maken met een onverwachte opzegging. Daarom is het voor dienstverleners belangrijk om vooraf contractuele afspraken te maken over opzegtermijnen, schadevergoeding of minimale vergoedingen bij voortijdige beëindiging. Wens je als dienstverlener meer zekerheid? Overweeg dan alternatieve contractvormen of beding expliciete beschermingsclausules.
Wil je werkelijk volledig van je contract af?
Ondernemers in Amsterdam en heel Nederland grijpen vaak te snel naar ontbinding wanneer een wederpartij zijn verplichtingen niet volledig nakomt. Na een volledige ontbinding moeten de al ontvangen prestaties in beginsel ongedaan worden gemaakt, en dat is vaak niet de bedoeling. Desondanks bestaan er diverse andere juridische instrumenten die je belangen beter kunnen dienen.
Denk aan opschorting van je eigen prestatie totdat de wederpartij alsnog presteert (artikel 6:262 BW); bij een gedeeltelijke of gebrekkige nakoming mag dat alleen voor zover de tekortkoming dat rechtvaardigt. Zo blijft het contract in stand terwijl je druk uitoefent. Je kunt ook nakoming vorderen, waarna de rechter de wederpartij veroordeelt alsnog te presteren (artikel 3:296 BW); hij kan daaraan op jouw vordering een dwangsom verbinden, behalve bij een veroordeling tot betaling van geld (artikel 611a lid 1 Rv). Gedeeltelijke ontbinding is een ander alternatief: de wederzijdse prestaties worden dan evenredig verminderd, wat in de praktijk neerkomt op een prijsvermindering (artikel 6:270 BW). Daarnaast kun je schadevergoeding vorderen voor de schade door de tekortkoming (artikel 6:74 BW).
Een advocaat contractenrecht helpt je de beste strategie te bepalen. Veel contractgeschillen worden opgelost zonder volledige ontbinding, wat voor beide partijen vaak gunstiger uitpakt. De vraag is daarom niet alleen óf je van het contract af wilt, maar vooral wélke rechtspositie je wilt bereiken.
Hoe maximaliseer je contractuele vrijheid bij het opstellen van overeenkomsten?
De Nederlandse wet biedt professionele partijen aanzienlijke vrijheid om beëindigingsmodaliteiten zelf te regelen. Mijn advies is deze vrijheid proactief te benutten door bij het opstellen van overeenkomsten expliciet stil te staan bij toekomstige beëindigingsscenario’s. In sommige situaties is het juist voordelig wanneer geen partij zomaar van het contract af kan, denk aan strategische samenwerkingen waarbij wederzijdse investeringen noodzakelijk zijn. In andere gevallen wens je maximale flexibiliteit.
Bespreek daarom vooraf met een advocaat contractenrecht:
- Welke opzeggingstermijnen zijn redelijk gezien de aard van je overeenkomst?
- Onder welke omstandigheden wens je een versnelde ontbindingsmogelijkheid?
- Welke financiële consequenties verbind je aan voortijdige beëindiging?
- Hoe regel je eigendomsovergangen en ongedaanmaking bij beëindiging?
- Welke geschillenregeling voorkomt kostbare procedures?
Maatwerk in je contractvoorwaarden voorkomt veel beëindigingsconflicten in Nederlandse handelstransacties. Investeer daarom in een zorgvuldig opgesteld contract. Je contractuele positie bij aanvang bepaalt immers je juridische opties bij beëindiging.
Wens je advies over je specifieke contractsituatie? Neem contact op met onze advocaten contractenrecht in Amsterdam voor een analyse van je beëindigingsmogelijkheden en risico’s.
Veelgestelde vragen over het beëindigen van een contract
Hoe claim je schadevergoeding bij contractbreuk?
Schiet de wederpartij toerekenbaar tekort, dan moet zij de schade vergoeden die je daardoor lijdt (artikel 6:74 lid 1 BW). Is nakoming nog mogelijk, dan moet zij eerst in verzuim zijn, meestal na een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke termijn (artikel 6:74 lid 2 en 6:82 lid 1 BW). Ontbind je de overeenkomst, dan kun je ook de schade vorderen die je lijdt doordat het contract niet wordt nagekomen maar ontbonden (artikel 6:277 lid 1 BW).
Kun je een contract voor bepaalde tijd eerder beëindigen?
Een overeenkomst voor bepaalde tijd eindigt in beginsel pas aan het einde van de looptijd, tenzij het contract of de wet tussentijdse opzegging toelaat. Zo kan een opdrachtgever een overeenkomst van opdracht te allen tijde opzeggen (artikel 7:408 lid 1 BW). Daarnaast kun je eerder van het contract af door ontbinding bij een tekortkoming (artikel 6:265 BW), door vernietiging of in onderling overleg.
Hoe ontbind je een contract?
Met een schriftelijke verklaring aan de wederpartij, of via de rechter (artikel 6:267 BW). Je moet een tekortkoming kunnen aanwijzen die de ontbinding rechtvaardigt, en als nakoming nog mogelijk is, moet de wederpartij in verzuim zijn (artikel 6:265 BW). Na de ontbinding maak je ongedaan wat al is ontvangen (artikel 6:271 BW).
Kun je een contract beëindigen met wederzijds goedvinden?
Ja. Jij en de wederpartij kunnen altijd samen afspreken dat het contract eindigt, per een datum en op voorwaarden die jullie zelf kiezen. Leg vast wat er nog moet gebeuren en of jullie elkaar finale kwijting geven. Beëindig je daarmee ook onzekerheid of een geschil, dan is het een vaststellingsovereenkomst (artikel 7:900 lid 1 BW).
Wat zijn de gevolgen van vernietiging van een overeenkomst?
De vernietiging werkt terug tot het moment waarop de overeenkomst is gesloten (artikel 3:53 lid 1 BW). Wat al is gepresteerd, is dan zonder rechtsgrond verricht en kan worden teruggevorderd (artikel 6:203 BW). Zijn de gevolgen bezwaarlijk ongedaan te maken, dan kan de rechter desgevraagd aan de vernietiging geheel of gedeeltelijk haar werking ontzeggen (artikel 3:53 lid 2 BW).
Primaire bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 3: artikel 3:44, 3:49, 3:51, 3:52, 3:53, 3:84, 3:86 en 3:296
- Burgerlijk Wetboek Boek 5: artikel 5:2
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikel 6:74, 6:78, 6:82, 6:83, 6:203, 6:228, 6:248, 6:262, 6:265, 6:267, 6:269, 6:270, 6:271, 6:272 en 6:277
- Burgerlijk Wetboek Boek 7: artikel 7:39, 7:40, 7:44, 7:408, 7:411, 7:413, 7:437 en 7:900
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: artikel 611a
- HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854