Hoe pak je een geschil over verzekeringsvoorwaarden aan?
Weigert je verzekeraar te betalen, dan kijk je eerst naar de polisvoorwaarden: valt de schade onder de omschrijving van de dekking, en geldt er geen uitsluiting? Is de schade aan een verzekerde zaak veroorzaakt door de aard of een gebrek van die zaak (een eigen gebrek), dan vergoedt de verzekeraar volgens de wet niets (artikel 7:951 BW), tenzij de polis dat anders regelt.
Laat je polis en de afwijzingsbrief beoordelen voordat je berust.
Wat betekent eigen gebrek bij een verzekering?
Een eigen gebrek is een gebrek van de verzekerde zaak zelf. De wet bepaalt dat de verzekeraar geen schade vergoedt aan een verzekerde zaak als die schade is veroorzaakt door de aard of een gebrek van die zaak (artikel 7:951 BW). Dat artikel staat niet in de lijst van bepalingen waarvan niet mag worden afgeweken (artikel 7:963 BW). Een polis kan schade door een eigen gebrek dus wel meeverzekeren. De machineschadeverzekering in de zaak hieronder deed dat uitdrukkelijk. Ook dan moet de schade nog passen binnen de rest van de dekkingsomschrijving, bijvoorbeeld de eis dat de beschadiging plotseling en onvoorzien is.
Hoe worden verzekeringsvoorwaarden uitgelegd?
Over de voorwaarden van een beurspolis wordt in de regel niet onderhandeld. De uitleg hangt dan vooral af van objectieve factoren: de bewoordingen van het beding, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van een eventuele toelichting. Het staat een verzekeraar vrij de grenzen te omschrijven waarbinnen hij dekking verleent, op een wijze die voor de verzekeringnemer op grond van die objectieve factoren voldoende duidelijk kenbaar is (HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2793, r.o. 3.4.2). Heb je de verzekering als consument gesloten, dan geldt bij twijfel over de betekenis van een beding in de polisvoorwaarden de uitleg die voor jou het gunstigst is (artikel 6:238 lid 2 BW).
Polisvoorwaarden zijn in de regel algemene voorwaarden. Een beding daarin is vernietigbaar als het onredelijk bezwarend is, of als de verzekeraar je geen redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de voorwaarden kennis te nemen (artikel 6:233 BW). Bedingen die de kern van de prestaties aangeven, vallen daar niet onder, voor zover zij duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd (artikel 6:231 onder a BW). Geen beroep op vernietiging heeft een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:360 BW die bij het sluiten van de overeenkomst laatstelijk zijn jaarrekening openbaar heeft gemaakt (of waarvoor artikel 2:403 lid 1 BW is toegepast), en een andere partij bij wie op dat moment vijftig of meer personen werkzaam zijn of bij wie dat blijkt uit een opgave in het handelsregister (artikel 6:235 lid 1 BW). Dat geldt ook voor een partij die zelf meermalen dezelfde of nagenoeg dezelfde algemene voorwaarden gebruikt (artikel 6:235 lid 3 BW).
Is een van beide partijen niet in Nederland gevestigd en handelen beide in de uitoefening van een beroep of bedrijf, dan is deze regeling niet van toepassing, ongeacht het recht dat de overeenkomst beheerst (artikel 6:247 lid 2 BW); bepalend is de hoofdvestiging, of de andere vestiging die volgens de overeenkomst de prestatie moet verrichten (lid 3). Is Nederlands recht van toepassing, dan blijft een beding in ieder geval buiten toepassing voor zover toepassing ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (artikel 6:248 lid 2 BW).
Wat besliste de Hoge Raad over “plotselinge en onvoorziene” schade?
Een ondernemer uit de maakindustrie exploiteert een fabriek waarin bandstaal wordt verzinkt (‘Exploitant’). Onderdeel van de productielijn is een voor een zinkbad geplaatste inductieoven die uit vier ovenkasten bestaat. Exploitant heeft een zogenoemde machineschadeverzekering en een bijbehorende bedrijfsschadeverzekering afgesloten bij twee verzekeraars, onder wie de verzekeraar in deze procedure. De verzekeringsvoorwaarden bepalen (onder meer) het volgende (HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1055, r.o. 3.1):
Artikel 2.1:
“Verzekerd wordt tegen iedere plotselinge en onvoorziene materiële beschadiging aan de verzekerde zaak ontstaan door onverschillig welke oorzaak, ongeacht of de beschadiging is veroorzaakt door een eigen gebrek of eigen bederf of uit de aard en de natuur van de verzekerde zaak zelf onmiddellijk is voortgesproten”.
Artikel 3.9:
Van de verzekering is (zijn) uitgesloten: (…)
“slijtage, roest, corrosie, oxidatie e.d. van enig deel van de verzekerde zaak of enig ander geleidelijk bederf, een en ander veroorzaakt door of als natuurlijk gevolg van de gewone werking of het normale gebruik van de verzekerde zaak. Deze uitsluiting strekt zich alleen uit tot dat onderdeel (die onderdelen) van de verzekerde zaak dat (die) direct aan de hiervoor genoemde invloeden heeft (hebben) blootgestaan en is derhalve niet van toepassing op de materiële schade die daarvan het gevolg is.”
Op een zeker moment heeft een lekkage plaatsgehad in de inductieoven. Uit een daartoe opgesteld deskundigenrapport is gebleken dat: “(1) zich scheurvorming voordoet in de inductieoven die het gevolg is van scheurspanningscorrosie en (2) deze scheurspanningscorrosie enkel ontstaat indien gelijktijdig sprake is van een materiaal dat gevoelig is voor dergelijke corrosie, spanningen en een medium dat corrosie teweegbrengt”.
De Exploitant vordert op grond van de verzekeringsvoorwaarden vergoeding van de geleden schade. De verzekeraar heeft, in weerlegging op de gevorderde schadevergoeding door de Exploitant, als verweer onder meer aangevoerd dat de schade niet onder de dekking valt. In de opvatting van de verzekeraar is de schade, kort en zakelijk weergegeven, het gevolg van een geleidelijk proces, waardoor niet kan worden uitgegaan van een plotselinge en onvoorzien optredende materiële beschadiging (art. 2.1 van de verzekeringsvoorwaarden) en de gevorderde (als gevolg van corrosie ontstane) schade van dekking is uitgesloten (art. 3.9 van de verzekeringsvoorwaarden). In deze kwestie staat de uitleg van de hiervoor aangehaalde artikelen (en de samenhang daartussen) centraal.
Hoe verliep de civiele procedure over deze verzekeringsvoorwaarden?
De rechtbank verwierp dit verweer en wees de vordering grotendeels toe. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde dat artikel 2.1 moest worden gelezen in samenhang met de uitsluiting in artikel 3.9. Volgens het hof beoogde artikel 2.1 dekking te bieden voor het spiegelbeeld van de uitgesloten situatie: schade die door iets anders is veroorzaakt dan door de gewone werking of het normale gebruik van de verzekerde zaak. De woorden “plotselinge en onvoorziene materiële beschadiging” zag het hof daarom niet als een afzonderlijke voorwaarde voor dekking (zoals weergegeven in r.o. 3.2.3 van het arrest van de Hoge Raad).
De verzekeraar ging in cassatie. Volgens hem ontnam het hof de woorden “plotselinge en onvoorziene materiële beschadiging” zonder deugdelijke grond hun zelfstandige betekenis. De Hoge Raad vond die klachten gegrond (HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1055, r.o. 3.3.2):
“Art. 2.1 verzekeringsvoorwaarden, dat bepaalt dat verzekerd is “iedere plotselinge en onvoorziene materiële beschadiging aan de verzekerde zaak”, behelst de (primaire) omschrijving van de dekking van de verzekering. Het oordeel van het hof dat de bewoordingen “plotselinge en onvoorziene materiële beschadiging” niet als een afzonderlijke voorwaarde voor dekking moeten worden gezien, is dan ook niet zonder meer begrijpelijk. Dat oordeel kan niet worden gedragen door art. 3.9 verzekeringsvoorwaarden, dat van dekking uitsluit corrosie die is veroorzaakt door de gewone werking of het normale gebruik van de verzekerde zaak. Daaruit volgt nog niet dat corrosie die een andere oorzaak heeft dan de in de uitsluiting genoemde, onder de (hiervoor weergegeven) omschrijving van de dekking van art. 2.1 valt en dat daarom geen afzonderlijke betekenis toekomt aan de bewoordingen “plotseling en onvoorzien”. Dat volgt evenmin uit de door het hof in aanmerking genomen omstandigheid dat niet ervoor is gekozen corrosie in art. 3.9 geheel van dekking uit te sluiten.”
De Hoge Raad vernietigde de arresten van het hof Amsterdam en verwees de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.
Hoe liep de zaak af en wat betekent dat voor een geschil over de dekking?
Na de verwijzing wees het gerechtshof Den Haag de vorderingen van de verzekerde alsnog af en veroordeelde het haar tot terugbetaling van wat de verzekeraar al had betaald (Hof Den Haag 7 mei 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1359). Volgens het hof stond vast dat de corrosie en de lekkages geleidelijk waren ontstaan: volgens de onweersproken stelling van de verzekeraar hadden de eerste kenmerken zich al in 2002 gemanifesteerd, terwijl de lekkage van 2006 tot de schademelding leidde. Daarom was niet voldaan aan de eis van een plotselinge en onvoorziene materiële beschadiging (r.o. 2.28 en 2.30). Het hof oordeelde ook dat de verzekeraar zich in deze zaak naast de uitsluiting van artikel 3.9 op artikel 2.1 mocht beroepen, hoewel hij de claim eerst alleen op artikel 3.9 had afgewezen. Of een verzekeraar later een andere afwijzingsgrond mag aanvoeren, hangt volgens het hof af van de omstandigheden van het geval (r.o. 2.18-2.23).
Deze zaak laat zien dat een verzekeringspolis minder dekking kan bieden dan je denkt. Als advocaat verzekeringsrecht word ik vaak benaderd bij een geschil over de dekking van een verzekering. Lees je polis (nog eens) nauwkeurig, stel vragen bij onduidelijkheden en leg de antwoorden schriftelijk vast. Dat draagt bij aan de zekerheid die je zoekt.
Zijn de verzekeringsvoorwaarden complex, dan vergt dat extra aandacht. In deze zaak dachten de rechtbank en het hof Amsterdam anders over de samenhang tussen de dekkingsomschrijving en de uitsluiting dan de Hoge Raad en het hof Den Haag. Begrijp je je polis niet, vraag dan actief om opheldering en maak zo nodig andere afspraken. Wijst de verzekeraar je claim af, let dan op de verjaring. Een rechtsvordering tot uitkering verjaart drie jaar na de aanvang van de dag volgend op die waarop je met de opeisbaarheid van de uitkering bekend bent geworden. Een schriftelijke mededeling waarin je aanspraak maakt op uitkering stuit de verjaring; een nieuwe termijn van drie jaar begint pas als de verzekeraar de aanspraak erkent of ondubbelzinnig afwijst (artikel 7:942 lid 1 en 2 BW). Bij een aansprakelijkheidsverzekering wordt de verjaring ook gestuit door iedere onderhandeling tussen de verzekeraar en de tot uitkering gerechtigde of de benadeelde; de nieuwe termijn begint dan als de verzekeraar de aanspraak erkent of ondubbelzinnig meedeelt dat hij de onderhandelingen afbreekt (artikel 7:942 lid 3 BW).
Veelgestelde vragen over verzekeringsvoorwaarden
Wat betekent eigen gebrek bij een verzekering?
Een eigen gebrek is een gebrek van de verzekerde zaak zelf. Volgens de wet vergoedt de verzekeraar geen schade aan een verzekerde zaak die is veroorzaakt door de aard of een gebrek van die zaak (artikel 7:951 BW). Van die regel mag de polis afwijken. Of schade door een eigen gebrek gedekt is, lees je dus in de dekkingsomschrijving en de uitsluitingen van je polis.
Wat betekent “plotseling en onvoorzien” in een polis?
Dat hangt af van de uitleg van de polis. De Hoge Raad oordeelde dat het niet zonder meer begrijpelijk was om aan de woorden “plotselinge en onvoorziene materiële beschadiging” in de primaire dekkingsomschrijving geen afzonderlijke betekenis toe te kennen (HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1055, r.o. 3.3.2). Het hof Den Haag oordeelde daarna voor die polis dat “plotseling” een door tijd bepaald, feitelijk element van onzekerheid bevat. Schade door een probleem dat zich gedurende een aantal jaren had ontwikkeld en zichtbaar was geweest, viel daar niet onder (ECLI:NL:GHDHA:2019:1359, r.o. 2.28).
Kun je onredelijk bezwarende polisvoorwaarden laten vernietigen?
Soms. Een beding in algemene voorwaarden is vernietigbaar als het onredelijk bezwarend is of als je geen redelijke mogelijkheid had om er kennis van te nemen (artikel 6:233 BW). Dat beroep staat niet open voor een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:360 BW die bij het sluiten van de overeenkomst laatstelijk zijn jaarrekening openbaar heeft gemaakt (of waarvoor artikel 2:403 lid 1 BW is toegepast), voor een partij bij wie op dat moment vijftig of meer personen werkzaam zijn of bij wie dat blijkt uit een opgave in het handelsregister, en voor een partij die zelf meermalen dezelfde of nagenoeg dezelfde algemene voorwaarden gebruikt (artikel 6:235 lid 1 en 3 BW). Tussen bedrijven die niet beide in Nederland gevestigd zijn, geldt de regeling niet, ongeacht het toepasselijke recht (artikel 6:247 lid 2 BW). Is Nederlands recht van toepassing, dan kan een beding nog buiten toepassing blijven als toepassing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (artikel 6:248 lid 2 BW).
Hoe lang heb je om je verzekeraar aan te spreken?
Een rechtsvordering tot uitkering verjaart drie jaar na de aanvang van de dag volgend op die waarop je met de opeisbaarheid van de uitkering bekend bent geworden. Een schriftelijke aanspraak op uitkering stuit de verjaring; een nieuwe termijn van drie jaar begint als de verzekeraar de aanspraak erkent of ondubbelzinnig afwijst (artikel 7:942 lid 1 en 2 BW). Bij een aansprakelijkheidsverzekering stuit ook iedere onderhandeling met de verzekeraar de verjaring; een nieuwe termijn begint dan als de verzekeraar de aanspraak erkent of ondubbelzinnig meedeelt dat hij de onderhandelingen afbreekt (artikel 7:942 lid 3 BW).
Mag een verzekeraar later een andere reden voor de afwijzing geven?
Dat hangt af van de omstandigheden. Uit de redelijkheid en billijkheid kan voortvloeien dat een verzekeraar die zijn afwijzing op een bepaalde grond heeft gebaseerd, daar niet op kan terugkomen door, als die grond onjuist blijkt, de afwijzing op een andere grond te baseren. Van belang is onder meer hoe precies en stellig de eerste grond was geformuleerd (Hof Den Haag 7 mei 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1359, r.o. 2.18, met verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad van 3 februari 1989). In die zaak mocht de verzekeraar zich wel op een tweede grond beroepen (r.o. 2.23).
Primaire bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikel 6:231, 6:233, 6:235, 6:238, 6:247 en 6:248
- Burgerlijk Wetboek Boek 7: artikel 7:942, 7:951 en 7:963
- HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1055
- Gerechtshof Den Haag 7 mei 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1359 (na verwijzing)
- HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2793 (Chubb/Dagenstaed)
Hulp nodig bij een geschil met je verzekeraar?
Wij helpen je graag bij het inzichtelijk maken van risico’s en het afhandelen van geschillen met verzekeraars. Lees ook onze pagina over de advocaat verzekeringsrecht, met de mededelingsplicht, de meldplicht en de verjaring. We hebben ervaring met uiteenlopende ondernemingen in de maakindustrie, waaronder leveranciers, importeurs, distributeurs en handelsagenten. De advocaten van MAAK Advocaten gaan duurzame relaties aan met hun opdrachtgevers. Heb je verdere vragen, neem dan contact op met een advocaat verzekeringsrecht van MAAK in Amsterdam via of telefonisch via 020 210 31 38.