Immateriële schade is nadeel dat geen vermogensschade is, zoals pijn of verdriet. Je krijgt die schade alleen vergoed als de wet dat bepaalt (artikel 6:95 lid 1 BW). Dat geldt vooral bij lichamelijk letsel, aantasting van je eer of goede naam of een andere aantasting in je persoon (artikel 6:106 BW). De rechter stelt het bedrag naar billijkheid vast. Naasten kunnen soms affectieschade krijgen.
Wat kenmerkt immateriële schade?
– Subjectief: De impact verschilt per persoon en is gebaseerd op individuele ervaringen en gevoelens.
– Niet-fysiek: Het gaat om emotionele en psychologische gevolgen, niet om tastbare schade.
– Moeilijk kwantificeerbaar: In tegenstelling tot materiële schade is immateriële schade lastig in exacte geldbedragen uit te drukken.
De vergoeding is bedoeld als compensatie en erkenning van het leed. Een eigen regeling geldt bij onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens: wie als gevolg van een inbreuk op de AVG materiële of immateriële schade lijdt, heeft recht op vergoeding van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker (artikel 82 lid 1 AVG). Ook dan moet je aannemelijk maken dat je door de inbreuk werkelijk schade hebt geleden; de inbreuk alleen is niet genoeg.
Welke voorbeelden zijn er?
Immateriële schade kan zich uiten in verschillende vormen, waaronder de volgende. Let op: bij psychische klachten zonder lichamelijk letsel moet je in de regel aantonen dat sprake is van geestelijk letsel (zie hieronder).
– Pijn door letsel
– Angstklachten en -aanvallen
– Depressie
– Trauma’s
– Verminderde levensvreugde
– Stemmingswisselingen
– Onzekerheid over ontsierende littekens
Welke wetsartikelen zijn relevant?
Volgens dit artikel bestaat de te vergoeden schade uit vermogensschade en ander nadeel, dat laatste alleen voor zover de wet recht op vergoeding geeft. Het recht op vergoeding van immateriële schade is niet vatbaar voor beslag. Het gaat bij overlijden pas over op de erfgenamen als de benadeelde de wederpartij heeft laten weten dat hij aanspraak maakt op de vergoeding (lid 2).
Dit artikel noemt de gevallen waarin je recht hebt op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van immateriële schade:
– Onder a: de aansprakelijke had het oogmerk je zulk nadeel toe te brengen.
– Onder b: je hebt lichamelijk letsel opgelopen.
– Onder b: je bent in je eer of goede naam geschaad.
– Onder b: je bent op andere wijze in je persoon aangetast. Onder c: de nagedachtenis van een overledene is aangetast. Die vergoeding komt toe aan de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partner of een bloedverwant tot in de tweede graad, als de overledene bij leven recht op vergoeding zou hebben gehad wegens aantasting van zijn eer of goede naam.
Loopt iemand door een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is ernstig en blijvend letsel op, dan hebben zijn naasten recht op een vast bedrag aan affectieschade (lid 1 onder b). De wet noemt wie naaste is, onder meer de echtgenoot of geregistreerde partner, de levensgezel, ouders en kinderen, en verder iemand met een zo nauwe persoonlijke relatie dat de redelijkheid en billijkheid dat vereisen (lid 2). Daarnaast moeten kosten die een derde voor het slachtoffer heeft gemaakt worden vergoed (lid 1 onder a).
Overlijdt iemand door een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, dan moet die ander bepaalde nabestaanden de schade door het wegvallen van levensonderhoud vergoeden (lid 1) en de kosten van de uitvaart (lid 2). Daarnaast hebben de naasten recht op een vast bedrag aan affectieschade (lid 3 en 4). Wie voor dezelfde gebeurtenis al affectieschade op grond van artikel 6:107 BW heeft ontvangen, krijgt die vergoeding niet nog eens (lid 6).
Wanneer ben je “op andere wijze in je persoon aangetast”?
Volgens de Hoge Raad is daarvan in ieder geval sprake als je geestelijk letsel hebt opgelopen. Je moet dan voldoende concrete gegevens aanvoeren waaruit volgt dat psychische schade is ontstaan, en het bestaan van dat letsel moet naar objectieve maatstaven kunnen worden vastgesteld. Daarnaast kunnen de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor jou meebrengen dat je in je persoon bent aangetast (HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376, r.o. 4.2.1). Ook dan moet je de aantasting in beginsel met concrete gegevens onderbouwen. Alleen als de nadelige gevolgen zo voor de hand liggen, kan de rechter de aantasting zonder nadere onderbouwing aannemen.
De Hoge Raad noemde als voorbeelden bewoners die uren in een zeer bedreigende situatie verkeerden terwijl de politie niet reageerde op hun hulpverzoek, en een moeder die door een ernstige inbreuk op haar zelfbeschikkingsrecht niet had kunnen kiezen om de geboorte van een zwaar gehandicapt kind te voorkomen. De enkele schending van een fundamenteel recht is niet genoeg (r.o. 4.2.2).
Wat is affectieschade en hoeveel bedraagt die?
Affectieschade is het verdriet van naasten doordat iemand ernstig en blijvend gewond raakt of overlijdt door een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is (artikel 6:107 lid 1 onder b BW en artikel 6:108 lid 3 BW). Het gaat om vaste bedragen uit het Besluit vergoeding affectieschade, dat sinds 1 januari 2019 geldt. Bij ernstig en blijvend letsel is dat € 15.000 voor onder meer partners, minderjarige kinderen, ouders van minderjarige kinderen en thuiswonende meerderjarige kinderen, en € 12.500 voor niet-thuiswonende meerderjarige kinderen en hun ouders en voor andere nauwe relaties. Bij overlijden zijn de bedragen € 17.500 en € 15.000. Is het letsel of het overlijden door een misdrijf veroorzaakt, dan gelden hogere bedragen: € 17.500 en € 15.000 bij letsel, € 20.000 en € 17.500 bij overlijden (artikel 1 Besluit vergoeding affectieschade).
Welke factoren bepalen de hoogte van het smartengeld?
De vergoeding voor immateriële schade heet ook smartengeld. De rechter stelt het bedrag naar billijkheid vast (artikel 6:106 BW). Daarbij spelen onder meer deze factoren een rol:
– Aard en ernst van het letsel
– Duur van het herstel
– Aanwezigheid van blijvende beperkingen
– Leeftijd van het slachtoffer
– Impact op het dagelijks leven
Hoe vraag je vergoeding aan?
Voor schade door bodembeweging als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld of de gasopslag bij Norg of Grijpskerk is er het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Dat stelt de vergoeding vast met toepassing van het Burgerlijk Wetboek, dus ook voor immateriële schade voor zover de wet daarop recht geeft (artikel 2 lid 3 en 6 Tijdelijke wet Groningen; artikel 6:106 BW). Voor het indienen van een claim is het vaak raadzaam juridische hulp in te schakelen, zoals een letselschadeadvocaat.
Buiten zo’n regeling stel je de aansprakelijke partij of diens verzekeraar schriftelijk aansprakelijk. Onderbouw de schade, bij letsel met medische gegevens. Een vordering tot schadevergoeding verjaart vijf jaar nadat je met de schade en de aansprakelijke persoon bekend bent geworden, en in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis (artikel 3:310 lid 1 BW). Bij schade door milieuverontreiniging, gevaarlijke stoffen of bodembeweging, zoals door gaswinning in Groningen, is die laatste termijn dertig jaar (artikel 3:310 lid 2 BW). Levert de gebeurtenis een strafbaar feit op, dan verjaart de vordering tegen de dader niet zolang het recht tot strafvordering niet is vervallen (artikel 3:310 lid 4 BW). Bij letsel of overlijden geldt alleen de termijn van vijf jaar; was je minderjarig toen je met de schade en de aansprakelijke bekend werd, dan begint die termijn pas na de dag waarop je meerderjarig bent geworden (artikel 3:310 lid 5 BW).
Hoe bepaalt de rechter het bedrag?
Uiteindelijk is het aan de rechter om de hoogte van de immateriële schadevergoeding vast te stellen. Hierbij wordt gekeken naar de specifieke omstandigheden van het geval en worden vergelijkingen gemaakt met eerdere uitspraken in soortgelijke zaken.
Daarnaast moet er een causaal verband zijn: de schade moet het gevolg zijn van de gebeurtenis waarvoor de ander aansprakelijk is en hem als gevolg daarvan kunnen worden toegerekend (artikel 6:98 BW). Gaat het om een schending van de AVG, dan legt de rechter het begrip schade in artikel 82 AVG uit aan de hand van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU.
Een bijzondere regel geldt in belasting- en bestuursrechtelijke procedures. Duurt zo’n procedure langer dan de redelijke termijn, dan worden spanning en frustratie als grond voor vergoeding van immateriële schade verondersteld, behoudens bijzondere omstandigheden (HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5046). Dat is geen algemene regel voor civiele schadeclaims.
Hoewel een financiële vergoeding nooit volledig het geleden leed kan wegnemen, is het bedoeld als erkenning van het ondergane leed en kan het bijdragen aan de verwerking en acceptatie van de gevolgen van het incident.
Veelgestelde vragen over immateriële schade
Wanneer heb je recht op vergoeding van immateriële schade?
Alleen als de wet dat bepaalt (artikel 6:95 lid 1 BW). Artikel 6:106 BW noemt de gevallen: de aansprakelijke had het oogmerk je zulk nadeel toe te brengen, je hebt lichamelijk letsel opgelopen, je bent in je eer of goede naam geschaad of op andere wijze in je persoon aangetast, of de nagedachtenis van een overleden naaste is aangetast.
Wat betekent “op andere wijze in de persoon aangetast”?
In ieder geval dat je geestelijk letsel hebt dat naar objectieve maatstaven kan worden vastgesteld. Ook de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan kunnen een aantasting opleveren, maar die moet je in beginsel met concrete gegevens onderbouwen. De enkele schending van een fundamenteel recht is niet genoeg (HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376).
Hoeveel affectieschade krijg je?
Een vast bedrag van € 12.500 tot € 20.000, afhankelijk van je relatie met het slachtoffer, of het gaat om ernstig en blijvend letsel of overlijden en of het door een misdrijf is veroorzaakt (artikel 6:107 lid 1 onder b en 6:108 lid 3 BW en artikel 1 Besluit vergoeding affectieschade).
Krijg je smartengeld bij een datalek of AVG-schending?
Wie als gevolg van een inbreuk op de AVG materiële of immateriële schade lijdt, heeft recht op vergoeding (artikel 82 lid 1 AVG). De inbreuk alleen is niet genoeg: je moet aannemelijk maken dat je daardoor schade hebt geleden.
Hoe lang heb je om immateriële schade te vorderen?
De vordering verjaart vijf jaar nadat je met de schade en de aansprakelijke persoon bekend bent geworden. Bij andere schade dan letsel of overlijden verjaart zij daarnaast uiterlijk twintig jaar na de gebeurtenis, of dertig jaar bij schade door milieuverontreiniging, gevaarlijke stoffen of bodembeweging; bij letsel en overlijden geldt die lange termijn niet (artikel 3:310 lid 1, 2 en 5 BW). Levert de gebeurtenis een strafbaar feit op, dan verjaart de vordering tegen de dader niet zolang het recht tot strafvordering niet is vervallen (artikel 3:310 lid 4 BW). Een schriftelijke aansprakelijkstelling kan de verjaring stuiten.
Primaire bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikel 6:95, 6:98, 6:106, 6:107 en 6:108
- Burgerlijk Wetboek Boek 3: artikel 3:310
- Besluit vergoeding affectieschade, artikel 1
- Verordening (EU) 2016/679 (AVG), artikel 82
- HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376
- HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5046
Wanneer schakel je een advocaat in bij immateriële schade?
MAAK Advocaten behartigt graag je belangen en onze advocaten hebben de kennis en ervaring die je zoekt. Door cliënten worden we aanbevolen vanwege onze daadkrachtige, to-the-point en praktische oplossingen. Voor al je vragen rondom immateriële schade staan we je dan ook graag bij met advies en juridische ondersteuning. Onze ervaren advocaat commercial law, Remko Roosjen, sta je graag als eerste te woord en hij bespreekt met je de zaak en de uitdagingen die voorliggen.