Kun je in hoger beroep tegen een kort geding?

Gepubliceerd · bijgewerkt

Tegen een vonnis in kort geding kun je hoger beroep instellen binnen vier weken na de uitspraak (artikel 339 lid 2 Rv). Je advocaat begint het hoger beroep met een appeldagvaarding bij het gerechtshof (artikel 343 Rv; artikel 353 lid 1 Rv). Blijft je zaak urgent, vraag dan uitdrukkelijk om een spoedappel. Dat gebeurt niet vanzelf.

De mogelijkheid om hoger beroep in te stellen tegen een kort geding uitspraak biedt partijen een belangrijke rechtswaarborg. Echter, de praktijk wijkt op wezenlijke punten af van een regulier hoger beroep. Binnen het Nederlandse procesrecht gelden specifieke regels voor het aanvechten van voorzieningen die een voorzieningenrechter heeft getroffen. Deze regels bepalen zowel de termijnen en formaliteiten als de wijze waarop het gerechtshof je zaak beoordeelt.

Welke termijn geldt voor hoger beroep tegen een kort geding?

De hoger beroepstermijn bedraagt vier weken vanaf de dag van de uitspraak volgens artikel 339 lid 2 Rv. Deze termijn is aanzienlijk korter dan de gebruikelijke drie maanden bij bodemprocedures. Wanneer de voorzieningenrechter mondeling of verkort vonnis wijst, begint deze termijn direct te lopen. Het moment waarop je de schriftelijke uitwerking ontvangt, speelt daarbij geen rol.

Deze korte termijn vereist direct handelen. Neem daarom binnen enkele dagen na de uitspraak contact op met een gespecialiseerde advocaat in Amsterdam die het hoger beroep voor je kan voorbereiden. De advocaat stelt een appeldagvaarding in de kortgedingprocedure op. Dat is het formele processtuk waarmee het hoger beroep begint; de grieven hoeven daar in beginsel nog niet in te staan (artikel 343 Rv), behalve bij een spoedappel. Zonder advocaat kun je geen hoger beroep instellen (artikel 353 lid 1 Rv).

Bij het verstrijken van de vierweekse termijn verlies je definitief je recht op hoger beroep. Gerechtshoven hanteren deze termijn strikt, waarbij uitzonderingen vrijwel uitgesloten zijn. Laat je daarom niet misleiden door de ogenschijnlijk ruime termijn van vier weken. Tussen het moment van uitspraak en het daadwerkelijk indienen van een deugdelijke appeldagvaarding ligt namelijk substantieel juridisch voorbereidingswerk.

Hoe start je een spoedappel bij het gerechtshof?

Een spoedappel vraag je aan wanneer je zaak na het kort geding vonnis nog steeds grote urgentie kent. Het gerechtshof behandelt een kort geding in hoger beroep namelijk niet automatisch met voorrang. Zonder expliciet verzoek tot spoedbehandeling kan je zaak maanden op behandeling wachten, waardoor de oorspronkelijke spoedeisendheid wegvalt.

Voor een spoedappel neemt je advocaat de grieven en de toelichting op in de appeldagvaarding, of laat hij die tegelijk met de appeldagvaarding betekenen. In de dagvaarding en bij het aanbrengen van de zaak vermeldt hij gemotiveerd dat spoedbehandeling wordt verzocht (Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, artikel 9.1.2). Je krijgt dus geen gelegenheid om de grieven later bij memorie van grieven uit te werken. Deze procedure vereist directe juridische precisie, je advocaat moet in één keer alle klachten tegen het vonnis helder verwoorden met onderbouwing waarom spoedbehandeling geboden is.

Het gerechtshof kent verschillende niveaus van spoed:

  • Spoedappel: acht het hof de zaak voldoende spoedeisend, dan krijgt de wederpartij twee weken voor de memorie van antwoord, in plaats van de vier weken die in kort geding gewoonlijk gelden (artikel 9.1.3 en 2.18 van het procesreglement)
  • Bijzondere spoed (ook wel turbospoedappel): in uiterst urgente situaties, zoals dreigende executie, ontruiming of onomkeerbare gevolgen, kan het hof van de regeling afwijken en termijnen verder verkorten (artikel 9.1.12)

Bij turbospoedappel contacteer je het gerechtshof voorafgaand aan het aanbrengen van de zaak met een schriftelijk en gemotiveerd verzoek. Het hof kan dit verzoek echter afwijzen indien de spoedeisendheid onvoldoende wordt aangetoond. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarbij een aangekondige ontruiming van bedrijfspanden binnen 48 uur moet worden voorkomen, of waarbij de executie van een vonnis tot onomkeerbare schade leidt.

Waarom kan het spoedeisend belang in hoger beroep wijzigen?

Het gerechtshof beoordeelt ambtshalve of je op het moment van het wijzen van arrest nog spoedeisend belang hebt bij de gevraagde voorziening. Tijdsverloop na de uitspraak in kort geding kan de feitelijke situatie zodanig wijzigen dat de oorspronkelijke voorziening niet langer relevant of uitvoerbaar is.

Stel dat je in kort geding een verbod hebt verkregen op de verkoop van specifieke bedrijfsinventaris door je schuldenaar. Indien deze inventaris inmiddels is verkocht voordat het hoger beroep dient, ontbreekt spoedeisend belang bij een verbod dat niet meer kan worden uitgevoerd. Het gerechtshof vernietigt dan mogelijk de uitspraak van de voorzieningenrechter, ondanks het feit dat je inhoudelijk gelijk zou kunnen hebben.

De afstemmingsregel speelt hierbij een doorslaggevende rol. Wanneer een bodemrechter reeds vonnis heeft gewezen in de hoofdzaak, moet het hof in beginsel zijn oordeel afstemmen op dat bodemoordeel. Dit geldt ongeacht of het bodemoordeel in een tussentijds of eindvonnis staat vermeld, en zelfs wanneer tegen dat bodemoordeel nog hoger beroep loopt. Deze regel kan ertoe leiden dat een kort geding in hoger beroep strandt, terwijl je mogelijk sterke grieven tegen het oordeel in eerste aanleg had.

Welke procesregels gelden in hoger beroep van een kort geding?

In hoger beroep blijven verschillende bijzondere regels van kort geding van toepassing. Het gerechtshof is evenmin als de voorzieningenrechter gebonden aan de wettelijke bewijsregels. Desondanks bestaat in hoger beroep doorgaans meer ruimte voor bewijslevering dan in eerste aanleg, vooral wanneer geen sprake meer is van groot spoedeisend belang.

Vanaf 1 april 2021 gelden beperkingen voor de omvang van processtukken bij gerechtshoven. Een memorie van grieven (in de wet: conclusie van eis, artikel 347 lid 1 Rv) of memorie van antwoord mag niet meer dan 25 bladzijden beslaan. Voor memories in incidenteel hoger beroep, andere memories (bijvoorbeeld na een getuigenverhoor) en conclusies in incidenten geldt een grens van 15 bladzijden (Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, artikel 2.13.1). Deze beperkingen gelden zowel in reguliere hoger beroepsprocedures als in kort geding procedures. Je advocaat moet dus binnen de gestelde grenzen alle relevante argumenten en wettelijke grondslagen presenteren.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de rechter de omvang van processtukken in hoger beroep mag beperken, ook via een procesreglement, zolang de essentie van het recht op toegang tot de rechter en van hoor en wederhoor niet wordt aangetast (HR 3 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:824). Is een memorie zonder toestemming te lang, dan wordt zij geweigerd. Je kunt dan binnen twee weken een memorie indienen die binnen de grens blijft. Doe je dat niet, dan kun je het recht op die proceshandeling verliezen. Je kunt vooraf gemotiveerd toestemming vragen voor een langer stuk.

Naast de paginabeperkingen gelden in kort geding verkorte termijnen. Voor de memorie van grieven of antwoord geldt een termijn van vier weken in plaats van zes weken. Voor andere memories en aktes bedraagt de termijn twee weken in plaats van vier weken. Het eenmalige ambtshalve uitstel is in kort geding twee weken in plaats van vier weken. Het hof wijst in kort geding in beginsel binnen zes weken arrest, tegenover tien weken in een gewone zaak (procesreglement, artikel 2.18, 2.19 en 5.6).

Kan nieuw bewijs worden ingebracht in hoger beroep?

Hoewel in kort geding de normale bewijsregels niet gelden, accepteert het gerechtshof wel nieuw bewijs in hoger beroep. Dit geldt vooral wanneer in eerste aanleg een voorziening werd afgewezen wegens ontbrekend bewijs of een ontbrekend deskundigenoordeel. De vrijheid van de kortgedingrechter om tot een voorlopig oordeel te komen is weliswaar groot, maar nieuw bewijs kan tot een ander oordeel in hoger beroep leiden.

Getuigenverhoren of deskundigenbenoemingen blijven in kort geding ongebruikelijk, zelfs in hoger beroep. Partijen kunnen echter wel informanten meebrengen naar de zitting die door de advocaten worden ondervraagd. Tevens kunnen schriftelijke verklaringen, deskundigenrapporten of andere bewijsstukken worden overgelegd die in eerste aanleg nog niet beschikbaar waren.

Bewijs van gewijzigde omstandigheden vormt een belangrijk aandachtspunt. Indien de feitelijke situatie na het kort geding vonnis wijzigt, documenteer je deze wijzigingen zorgvuldig. Fotomateriaal, correspondentie, facturen of verklaringen van betrokken partijen kunnen aantonen dat de oorspronkelijke voorziening niet langer passend is, of juist dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn geworden.

Wat gebeurt er met een uitgevoerd kort geding vonnis?

Is het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, dan schorst het instellen van hoger beroep de tenuitvoerlegging (artikel 350 lid 1 Rv). De voorzieningenrechter kan zijn vonnis echter ook zonder vordering uitvoerbaar bij voorraad verklaren (artikel 258 Rv). Dan kan de wederpartij het vonnis ondanks je hoger beroep uitvoeren, tenzij het hof de tenuitvoerlegging op jouw vordering schorst (artikel 351 Rv). Het hof weegt daarbij de belangen van partijen af en gaat uit van het bestreden vonnis. Heeft de voorzieningenrechter de uitvoerbaarheid bij voorraad gemotiveerd, dan moet je in beginsel een kennelijke misslag of nieuwe feiten aanvoeren (HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026).

Executie van een kort geding vonnis gebeurt altijd op eigen risico van de partij ten gunste van wie de uitspraak is gewezen. Wanneer het gerechtshof het vonnis in hoger beroep vernietigt, vervalt het recht op tenuitvoerlegging of invordering van verbeurde dwangsommen met terugwerkende kracht. Alle gevolgen van het vonnis dienen dan ongedaan gemaakt te worden alsof de uitspraak nooit heeft bestaan.

Dwangsommen die reeds zijn verbeurd en betaald, moeten worden terugbetaald na vernietiging van het vonnis. Heeft de wederpartij bijvoorbeeld € 50.000 aan verbeurde dwangsommen betaald, dan moet de eisende partij dat bedrag terugbetalen, vermeerderd met eventuele wettelijke rente, als het hof het vonnis vernietigt.

Deze risico’s maken het belangrijk om voorafgaand aan executie de slagingskans van mogelijk hoger beroep te laten beoordelen door een gespecialiseerde advocaat. In bepaalde gevallen kan het verstandiger zijn om executie uit te stellen tot na afloop van de hoger beroepstermijn of tot na behandeling van het hoger beroep.

Hoe verhoudt hoger beroep zich tot een bodemprocedure?

Het vonnis in kort geding bevat altijd een voorlopige voorziening. De voorziening kan worden doorkruist door een uitspraak in de bodemprocedure, ook wel hoofdzaak genoemd, want de beslissing in kort geding brengt geen nadeel toe aan de zaak ten principale (artikel 257 Rv). Na de uitspraak in kort geding kunnen beide partijen nog een bodemprocedure starten. De bodemrechter mag afwijken van het oordeel van de voorzieningenrechter, aangezien in een bodemprocedure volledige bewijslevering plaatsvindt en de rechter tot een definitief oordeel komt.

Je hebt dus twee mogelijkheden na een ongunstig kort geding vonnis:

  • Hoger beroep instellen binnen vier weken, gericht op vernietiging van de voorlopige voorziening
  • Bodemprocedure starten, waarin je volledige bewijslevering kunt verrichten en een definitief oordeel verkrijgt

In de praktijk blijken beide routes vaak parallel te worden bewandeld. Je stelt hoger beroep in om de onmiddellijke gevolgen van het kort geding vonnis te bestrijden, terwijl tegelijkertijd een bodemprocedure loopt waarin fundamentele juridische vragen worden beantwoord. Echter, in veel gevallen gaan partijen niet meer naar de bodemrechter nadat een vonnis in kort geding is gewezen. De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt dan feitelijk als definitief beschouwd.

Proceskosten vormen een belangrijk aandachtspunt. In kort geding veroordeelt de rechter de verliezende partij in de regel tot betaling van een proceskostenvergoeding (artikel 237 lid 1 Rv), inclusief griffierecht en advocaatkosten volgens het liquidatietarief. Bij een hoger beroep kunnen opnieuw proceskosten worden toegewezen. Verlies je in hoger beroep, dan betaal je zowel je eigen advocaatkosten als een proceskostenvergoeding aan de wederpartij. De totale kosten hangen af van het griffierecht, je eigen advocaatkosten en een eventuele proceskostenveroordeling.

Wanneer vernietigt het gerechtshof een kort geding vonnis?

Het gerechtshof vernietigt het vonnis wanneer het hoger beroep slaagt. Vernietiging betekent dat alle gevolgen van het kort geding vonnis met terugwerkende kracht worden opgeheven. In plaats van volledige vernietiging kan het hof de getroffen voorziening ook wijzigen, bijvoorbeeld door een dwangsom te verlagen of een termijn te verlengen.

Het hoger beroep kan leiden tot drie uitkomsten:

  • Bekrachtiging: het gerechtshof handhaaft de uitspraak van de voorzieningenrechter volledig
  • Vernietiging: het hof vernietigt het vonnis en wijst de oorspronkelijke vordering alsnog toe of af
  • Gedeeltelijke bekrachtiging/vernietiging: het hof bevestigt bepaalde onderdelen en vernietigt andere delen van de uitspraak

Bij vernietiging beoordeelt het gerechtshof de zaak opnieuw. Het hoger beroep in kort geding functioneert daarmee als een nieuwe beoordeling binnen de grenzen van de grieven, waarbij het hof niet gebonden is aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Grieven vormen het uitgangspunt, je advocaat formuleert specifieke klachten tegen de uitspraak, waarna het hof per grief beoordeelt of deze gegrond is.

Veelvoorkomende grieven in hoger beroep richten zich op:

  • Onjuiste juridische interpretatie van contractbepalingen of wettelijke normen
  • Onvoldoende motivering van het oordeel door de voorzieningenrechter
  • Onjuiste waardering van het spoedeisend belang
  • Ontbreken van belangenafweging tussen partijen
  • Onjuiste toewijzing of afwijzing van dwangsommen

Het gerechtshof beoordeelt de grieven die je hebt aangevoerd. Daarnaast controleert het hof ambtshalve of ten tijde van het arrest nog sprake is van spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. Ontbreekt dit belang, dan wijst het hof de vordering in hoger beroep af, ook wanneer de grieven inhoudelijk gegrond zouden zijn.

Welke kosten brengt hoger beroep met zich mee?

Het griffierecht bij het gerechtshof hangt af van de waarde van de vordering en van wie je bent. In 2026 betaal je voor een vordering van onbepaalde waarde of tot € 12.500 als rechtspersoon € 851 en als natuurlijk persoon € 373; bij een vordering van € 12.500 tot € 100.000 is dat € 2.321 respectievelijk € 851 (artikel 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken en bijlage). Ook de verschenen wederpartij betaalt griffierecht. Daarnaast betaal je advocaatkosten voor het opstellen van de appeldagvaarding, het verschijnen op de zitting en eventuele memories.

De proceskosten die je bij verlies aan de wederpartij moet betalen, worden vastgesteld volgens het liquidatietarief. Dit tarief ligt doorgaans aanzienlijk lager dan de werkelijke advocaatkosten. Ook als je wint, krijg je dus meestal maar een deel van je eigen kosten vergoed.

Een kosten-batenanalyse voorafgaand aan het instellen van hoger beroep is daarom noodzakelijk. Bespreek met je advocaat in Amsterdam de reële slagingskans, de te verwachten kosten en de potentiële opbrengsten van een succesvol hoger beroep. In sommige gevallen kan een schikking voordeliger uitpakken dan een langdurige juridische strijd in meerdere instanties.

Veelgestelde vragen over hoger beroep tegen een kort geding

Binnen welke termijn moet je in hoger beroep tegen een kort geding vonnis?

Binnen vier weken, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak (artikel 339 lid 2 Rv). Bij een gewone bodemprocedure is dat drie maanden (artikel 339 lid 1 Rv). De wederpartij kan ook na afloop van de termijn nog incidenteel hoger beroep instellen, bij haar conclusie van antwoord (artikel 339 lid 3 Rv).

Schorst hoger beroep de uitvoering van een kort geding vonnis?

Alleen als het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard (artikel 350 lid 1 Rv). Is het dat wel, dan kan alleen het hof de tenuitvoerlegging op vordering schorsen (artikel 351 Rv). Het hof weegt dan de belangen van partijen af (HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026).

Wat is een spoedappel?

Een hoger beroep dat het hof met voorrang behandelt. Je advocaat neemt de grieven op in de appeldagvaarding of laat ze tegelijk betekenen, en vraagt gemotiveerd om spoedbehandeling. Acht het hof de zaak spoedeisend genoeg, dan krijgt de wederpartij twee weken voor haar antwoord (procesreglement gerechtshoven, artikel 9.1.2 en 9.1.3).

Hoeveel griffierecht betaal je voor hoger beroep tegen een kort geding?

In 2026 betaal je bij het gerechtshof voor een vordering van onbepaalde waarde of tot € 12.500 als rechtspersoon € 851 en als natuurlijk persoon € 373. Bij hogere vorderingen loopt het bedrag op, tot € 14.007 voor een rechtspersoon bij een vordering boven € 1.000.000 (artikel 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken en bijlage).

Kun je na het hoger beroep nog in cassatie?

Ja. Omdat de termijn voor hoger beroep in kort geding vier weken is, is de cassatietermijn het dubbele: acht weken na de uitspraak van het hof (artikel 402 lid 2 Rv).

Primaire bronnen

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten voor succesvol hoger beroep?

Wil je zekerheid over je juridische positie na een kort geding vonnis? Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren je situatie en adviseren over de beste strategie. Een grondige analyse van het vonnis, het identificeren van juridische zwakke punten en het inschatten van de slagingskans in hoger beroep vereisen specifieke expertise in procesrecht en kort geding procedures.

Succesvol hoger beroep begint met tijdig handelen. De vierweekse termijn laat weinig ruimte voor twijfel. Directe actie binnen enkele dagen na de uitspraak voorkomt dat je tegen termijnoverschrijding aanloopt. Schakel daarom onmiddellijk een advocaat in die ervaring heeft met kort geding procedures en hoger beroepszaken.

Let bij de voorbereiding van het hoger beroep op de volgende wezenlijke aspecten:

  • Spoedeisend belang: documenteer waarom je zaak nog steeds urgentie kent en waarom spoedbehandeling noodzakelijk is
  • Gewijzigde omstandigheden: verzamel bewijs van veranderingen in de feitelijke situatie sinds het kort geding vonnis
  • Grieven: formuleer concrete, juridisch onderbouwde klachten tegen het vonnis, met verwijzing naar relevante wetgeving en jurisprudentie
  • Nieuw bewijs: vergaar aanvullende bewijsstukken die in eerste aanleg ontbraken en die je stellingen ondersteunen
  • Procesregels: zorg dat alle processtukken binnen de gestelde termijnen en paginabeperkingen vallen

De uitspraak in hoger beroep blijft een voorlopige voorziening. Overweeg daarom of een bodemprocedure noodzakelijk is om definitieve rechtszekerheid te verkrijgen. In complexe geschillen waarbij fundamentele juridische vragen spelen, biedt een bodemprocedure de mogelijkheid tot uitgebreide bewijslevering en een oordeel ten principale, waartegen in de regel ook weer hoger beroep openstaat (artikel 332 Rv). Tegen het arrest van het hof in kort geding kun je binnen acht weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad (artikel 402 lid 2 Rv).

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
Wie ben je?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?