Veiligheidseisen voor kabelbaan­installaties voor personenvervoer

Gepubliceerd · bijgewerkt

Verordening (EU) 2016/424 stelt veiligheidseisen aan nieuwe kabelbaaninstallaties voor personenvervoer, zoals kabelbanen, stoeltjesliften en gondelbanen, en aan de subsystemen en veiligheidscomponenten daarvan. In Nederland is voor bouw en ingebruikname bovendien een kabelbaanvergunning van de minister nodig. Laat je technisch dossier, veiligheidsanalyse en contracten toetsen voordat een installatie of component op de markt komt.

Deze pagina is voor fabrikanten en toeleveranciers van subsystemen en veiligheidscomponenten, voor bouwers en exploitanten van kabelbaaninstallaties en voor opdrachtgevers die een installatie laten bouwen. Je leest welke installaties onder de verordening vallen, wat de fabrikant moet doen, wat de exploitant moet regelen, hoe de Nederlandse vergunning werkt en hoe er wordt gehandhaafd. Voor bijstand in een concrete zaak, zie onze pagina advocaat voor kabelbaaninstallaties.

Wat regelt Verordening (EU) 2016/424?

Het op de markt aanbieden van subsystemen en veiligheidscomponenten voor kabelbaaninstallaties en het ontwerp, de bouw en de ingebruikname van nieuwe installaties. De verordening geldt sinds 21 april 2018 en verving Richtlijn 2000/9/EG.

De verordening is van toepassing op nieuwe kabelbaaninstallaties voor personenvervoer, op wijzigingen waarvoor een nieuwe vergunning nodig is en op subsystemen en veiligheidscomponenten (artikel 2 lid 1). Ze geldt sinds 21 april 2018 (artikel 48 lid 2); Richtlijn 2000/9/EG is per die datum ingetrokken (artikel 47). Componenten die vóór 21 april 2018 volgens de oude richtlijn in de handel kwamen, mogen nog worden aangeboden, en certificaten voor veiligheidscomponenten onder de richtlijn blijven geldig (artikel 46).

BegripBetekenisBron
Kabelbaaninstallatieeen volledig systeem ter plaatse, met infrastructuur en subsystemen, voor personenvervoer, waarbij de tractie wordt geleverd door kabels langs de rijbaanartikel 3 punt 1
Subsysteemeen systeem uit bijlage I, of een combinatie daarvan, bestemd om in een installatie te worden opgenomenartikel 3 punt 2
Veiligheidscomponenteen onderdeel dat een veiligheidsfunctie vervult en waarvan het falen de veiligheid of gezondheid van passagiers, personeel of derden in gevaar brengtartikel 3 punt 4

Welke installaties vallen niet onder de verordening?

Onder meer liften, historische installaties van vóór 1986, installaties voor land- en bosbouw, kermis- en recreatietoestellen die niet voor vervoer zijn bedoeld, industriële installaties en installaties op het water.

Artikel 2 lid 2 sluit uit: liften onder Richtlijn 2014/33/EU; historische of culturele installaties die vóór 1 januari 1986 in gebruik zijn genomen en nog worden geëxploiteerd zonder ingrijpende wijziging; installaties voor land- en bosbouw; installaties voor berghutten die alleen goederen en aangewezen personen vervoeren; toestellen die uitsluitend voor vrijetijdsbesteding en vermaak zijn ontworpen en niet voor personenvervoer; mijnbouw- en andere industriële installaties; en installaties waarbij de gebruikers of de voertuigen zich op het water bewegen. De Wet kabelbaaninstallaties neemt dezelfde uitzonderingen over (artikel 2). Voor liften lees je meer op onze pagina advocaat liften.

Welke plichten heeft de fabrikant van een subsysteem of veiligheidscomponent?

De fabrikant ontwerpt volgens de essentiële eisen van bijlage II, stelt het technisch dossier op, laat de conformiteit beoordelen door een aangemelde instantie en brengt de CE-markering aan. Het dossier en de verklaring bewaart hij 30 jaar.

Artikel 11 legt de fabrikant de plicht op de technische documentatie van bijlage VIII op te stellen en de procedure van artikel 18 te volgen: EU-typeonderzoek (module B) met module D of F, eenheidskeuring (module G) of volledige kwaliteitsborging met ontwerponderzoek (module H1). Daarna volgen de EU-conformiteitsverklaring (artikel 19) en de CE-markering, waarvoor de algemene beginselen van artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 gelden (artikel 20). De bewaartermijn van 30 jaar na het in de handel brengen (artikel 11 lid 3) is veel langer dan bij de meeste productregels. Een importeur of distributeur die onder eigen naam levert of een component zo wijzigt dat de conformiteit in het geding komt, geldt zelf als fabrikant (artikel 15). Meer over CE-markering lees je op onze pagina over productregelgeving en CE-markering.

Wat moet de verantwoordelijke voor de installatie doen?

Een veiligheidsanalyse en een veiligheidsrapport laten maken voor de geplande installatie, en die met de conformiteitsverklaringen en de installatiedocumentatie indienen bij de instantie die de installatie goedkeurt. Een kopie blijft bij de installatie.

De veiligheidsanalyse dekt alle bedrijfstoestanden, volgt een erkende methode, houdt rekening met de stand van de techniek en de omgeving en toont aan dat de veiligheidsvoorzieningen bij een storing in een veilige toestand blijven (artikel 8). Bij de aanvraag horen het veiligheidsrapport, de EU-conformiteitsverklaringen, de documentatie over de installatie met de bedrijfsbeperkingen en de gegevens voor onderhoud en toezicht (artikel 9 lid 2). Een installatie mag alleen in bedrijf blijven als ze voldoet aan de voorwaarden van het veiligheidsrapport (artikel 10 lid 1).

Hoe werkt de kabelbaanvergunning in Nederland?

Voor het bouwen, in bedrijf stellen en hebben van een kabelbaaninstallatie is een kabelbaanvergunning van de minister vereist. Je vraagt die tegelijk aan met de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit.

De vergunning geldt voor iedereen die de installatie bouwt of in bedrijf stelt en houdt, en er kunnen voorschriften en een geldigheidsduur aan worden verbonden (artikel 20 Wet kabelbaaninstallaties). De aanvraag gaat gelijktijdig met die voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, met een kopie daarvan en de documenten van artikel 9 lid 2 van de verordening (artikel 22). De vergunning wordt geweigerd als de installatie niet voldoet aan de verordening of de wet (artikel 23) en kan worden geschorst of ingetrokken, bijvoorbeeld als de installatie gevaar oplevert (artikel 24). Een kopie van de vergunning bewaar je bij de installatie (artikel 25).

Bouw of exploiteer je een installatie, of levert je bedrijf componenten voor een project in Nederland of daarbuiten? Leg je vraag voor aan de advocaten product compliance van MAAK. We kijken eerst naar je rol, het dossier en de vergunningen.

Hoe wordt er gehandhaafd?

De minister kan het gebruik van een subsysteem of veiligheidscomponent verbieden of beperken, terugroepen verplichten en een last onder bestuursdwang opleggen. Bouwen of exploiteren zonder vergunning is verboden.

Ook een component met CE-markering kan worden verboden als het de veiligheid in gevaar kan brengen (artikel 27), net als een component met formele gebreken (artikel 28, verwijzend naar artikel 43 van de verordening). De minister kan een last onder bestuursdwang opleggen (artikel 30). Verboden zijn onder meer het in de handel brengen van niet-conforme componenten (artikel 31) en bouwen of exploiteren zonder of in strijd met de vergunning (artikel 33). Overtreding van de artikelen 31, 32 en 33 is een economisch delict (artikel 1 Wet op de economische delicten). Het toezicht ligt bij ambtenaren die de minister aanwijst (artikel 34); in 2006 zijn daarvoor de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat aangewezen, de voorganger van de huidige ILT. Zij hebben de markttoezichtbevoegdheden van Verordening (EU) 2019/1020. Hoe je reageert op een voornemen tot handhaving, lees je op onze pagina over handhaving en toezicht door de ILT.

Verandert de verordening?

Er ligt een voorstel van de Commissie om onder meer deze verordening aan te passen voor digitale documentatie en gemeenschappelijke specificaties. Tot dat voorstel is aangenomen, geldt de huidige tekst.

Het voorstel COM(2025) 504 van 21 mei 2025 zou naast Verordening (EU) 2016/424 ook andere productregels wijzigen, zoals Verordening (EG) nr. 765/2008, de PBM-verordening en de Machineverordening, op het punt van digitalisering en gemeenschappelijke specificaties. Het is een voorstel en nog geen geldend recht. Houd er rekening mee dat het dossier van een component 30 jaar meegaat; leg digitale en papieren versies dus duurzaam vast.

Praktijkvoorbeeld: een toeleverancier van veiligheidscomponenten

Stel: een Nederlandse machinefabriek levert klemmen en remsystemen voor stoeltjesliften aan een installatiebouwer in Oostenrijk. De klemmen zijn veiligheidscomponenten in de zin van de verordening.

Dit is een fictief, vereenvoudigd voorbeeld. De fabriek is fabrikant van een veiligheidscomponent. Zij laat een aangemelde instantie een EU-typeonderzoek uitvoeren en kiest voor de productie module D, kwaliteitsborging van het productieproces. Zij stelt de EU-conformiteitsverklaring op, brengt de CE-markering aan en bewaart het dossier 30 jaar. In het contract met de installatiebouwer legt zij vast welke gegevens zij levert voor diens veiligheidsanalyse, dat de bouwer de klemmen alleen volgens de montage-instructies inbouwt en hoe de aansprakelijkheid is begrensd. De vergunning voor de installatie zelf is de verantwoordelijkheid van de bouwer of exploitant in Oostenrijk.

Veelgestelde vragen over kabelbaaninstallaties

Sinds wanneer geldt Verordening (EU) 2016/424?

Sinds 21 april 2018 (artikel 48 lid 2). Op die datum is Richtlijn 2000/9/EG ingetrokken (artikel 47).

Valt een lift onder de kabelbaanverordening?

Nee. Liften onder Richtlijn 2014/33/EU zijn uitgezonderd (artikel 2 lid 2 onder a Verordening (EU) 2016/424).

Hoe lang moet een fabrikant het technisch dossier bewaren?

30 jaar na het in de handel brengen van het subsysteem of de veiligheidscomponent (artikel 11 lid 3).

Heb ik in Nederland een vergunning nodig voor een kabelbaan?

Ja, een kabelbaanvergunning van de minister voor het bouwen en in bedrijf stellen en hebben van de installatie, aan te vragen samen met de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (artikelen 20 en 22 Wet kabelbaaninstallaties).

Wanneer schakel ik een advocaat in bij een kabelbaaninstallatie?

Bij contracten over de levering of bouw van een installatie of component, bij een weigering of schorsing van een vergunning en bij maatregelen van de toezichthouder.

Primaire bronnen

Laatst gecontroleerd op 28 oktober 2026.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
Wie ben je?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?