Dwangarbeidverordening: wat je als importeur nu regelt

Gepubliceerd

De dwangarbeidverordening verbiedt vanaf 14 december 2027 producten die geheel of gedeeltelijk met dwangarbeid zijn vervaardigd op de EU-markt, ook als je ze alleen importeert of doorverkoopt. Het bewijs dat je dan nodig hebt, zit nu al in je inkoop en je contracten. Martin Krüger, advocaat bij MAAK Advocaten in Amsterdam, helpt importeurs, groothandels en merkeigenaren dat bewijs op orde te brengen.

Officieel is dit Verordening (EU) 2024/3015, in het Engels de forced labour regulation. Hoe zij past naast andere ketenregels, lees je bij milieuwetgeving en zorgvuldigheidseisen voor producten en in het overzicht productrecht.

Valt jouw bedrijf onder het verbod op dwangarbeid?

Elke marktdeelnemer valt onder het verbod: wie producten in de EU in de handel brengt, op de markt aanbiedt of uitvoert, ongeacht omvang of plaats in de keten (artikel 2 punt 9 en artikel 3 Verordening (EU) 2024/3015).

Importeur, groothandel, webwinkel en merkeigenaar vallen er dus allemaal onder, ook bij verkoop op afstand gericht op eindgebruikers in de Unie (artikel 4). Het verbod raakt een product als in enig stadium van winning, oogst, productie of vervaardiging geheel of gedeeltelijk dwangarbeid is gebruikt, ook verderop in de toeleveringsketen (artikel 2 punt 7). Dwangarbeid is gedwongen of verplichte arbeid zoals omschreven in artikel 2 van IAO-Verdrag nr. 29, inclusief gedwongen kinderarbeid; ook door de overheid opgelegde dwangarbeid valt eronder (artikel 2 punten 1 en 2). Volgens de richtsnoeren van de Commissie maakt het aandeel niet uit en vallen ook grondstoffen en landbouwproducten eronder; diensten zoals vervoer en opslag niet.

Je leverancier buiten de EU valt niet onder het verbod zolang hij zijn producten niet zelf in de EU in de handel brengt of aanbiedt, ook niet online (artikel 4). De autoriteit kan hem wel als leverancier van een product om informatie vragen (artikel 17 lid 1).

“Geldt dit al voor ons?” Met die vraag komen bedrijven nu bij mij bij MAAK Advocaten. Het verbod zelf geldt pas vanaf 14 december 2027. Maar de vraag die de autoriteit dan stelt, gaat over wat je hebt gedaan om dwangarbeid in je keten te vinden en aan te pakken. Dat antwoord bouw je niet in 30 werkdagen op. Daarom begin ik met een eenvoudige vraag terug: weet je bij je belangrijkste producten wie de grondstoffen en onderdelen maakt?

Mag je je voorraad na 14 december 2027 nog verkopen?

Alleen als die voorraad niet met dwangarbeid is vervaardigd. De verordening is van toepassing met ingang van 14 december 2027 (artikel 39 Verordening (EU) 2024/3015), en volgens de richtsnoeren geldt het verbod dan ook voor producten die vóór die datum zijn gemaakt of ingevoerd.

Wat de eindgebruiker al heeft bereikt, valt erbuiten (artikel 1 lid 2). Producten in je schappen en je magazijn vallen er volgens de richtsnoeren wel onder.

Wat ik vaak verkeerd zie gaan: bedrijven denken dat het pas in 2027 iets wordt. De keten die je in december 2027 verkoopt, koop je nu in. En voorraad die dan nog in je magazijn ligt, valt volgens de richtsnoeren van de Commissie ook onder het verbod. Het tweede is dat men alleen naar de directe leverancier kijkt. Het verbod geldt ook als dwangarbeid in een grondstof of onderdeel verderop in de keten zit.

Moet je nu een zorgvuldigheidsonderzoek inrichten?

De verordening schept geen aanvullende verplichtingen tot passende zorgvuldigheid (due diligence) naast wat Unie- of nationaal recht al voorschrijft (artikel 1 lid 3 Verordening (EU) 2024/3015). Zorgvuldigheid is wel je beste middel om een onderzoek te voorkomen.

De autoriteit vraagt namelijk eerst welke maatregelen je hebt genomen tegen dwangarbeidrisico’s (artikel 17 lid 1). Ziet zij daarna geen gegrond vermoeden meer, bijvoorbeeld omdat je zorgvuldigheid het risico beperkt, voorkomt en beëindigt, dan opent zij geen onderzoek (artikel 17 lid 5). Volgens de richtsnoeren ben je vrij in je aanpak, tenzij andere EU-wetgeving je een zorgvuldigheidsplicht oplegt; het zesstappenkader van de OESO is een aanbeveling.

Valt je bedrijf ook onder andere ketenregels, lees dan over de CSDDD en de EUDR, en over een product op de Europese markt brengen.

Wie onderzoekt, en hoe loopt een onderzoek?

Gaat het om vermoede dwangarbeid buiten de EU, dan is de Commissie de leidende bevoegde autoriteit; gebeurt het in een lidstaat, dan een bevoegde autoriteit van die lidstaat (artikel 15 Verordening (EU) 2024/3015). Het onderzoek verloopt in fasen met vaste termijnen.

De autoriteit werkt risicogericht: zij kijkt naar omvang en ernst van de vermoede dwangarbeid, de hoeveelheid producten op de EU-markt en het aandeel van het verdachte onderdeel (artikel 14 lid 2). Een gegrond vermoeden is een redelijke indicatie, op basis van objectieve, feitelijke en verifieerbare informatie, dat een product waarschijnlijk met dwangarbeid is vervaardigd (artikel 2 punt 16). Je hebt in alle stadia het recht om te worden gehoord (artikel 16 lid 2).

FaseWat de autoriteit doetTermijnArtikel
Inleidende fasevraagt wat je deed tegen dwangarbeidrisico’sjij antwoordt binnen 30 werkdagen; zij rondt af binnen 30 werkdagen na je antwoordart. 17 lid 2–3
Onderzoekmeldt het onderzoek, de producten en de redenen; vraagt informatiemelding binnen 3 werkdagen; informatietermijn 30–60 werkdagenart. 18 lid 1 en 4
Besluitverbiedt, laat uit de handel nemen en verwijderenstreeft naar 9 maanden; naleving minstens 30 werkdagen (bederfelijk: 10)art. 20 lid 1; art. 22 lid 1 sub b
Herzieningbeslist op je verzoek met nieuwe wezenlijke gegevensbinnen 30 werkdagenart. 21 lid 2
Douaneschorst vrijgave of uitvoervrijgave na 4 werkdagen zonder verzoek tot handhaving (bederfelijk: 2)art. 28; art. 29 lid 1

Wat geldt er in Nederland?

Elke lidstaat, ook Nederland, wijst bevoegde autoriteiten aan; de Commissie publiceert de lijst op het centraal portaal dwangarbeid (artikel 5 leden 1 en 4 Verordening (EU) 2024/3015). Een verbodsbesluit uit een andere lidstaat wordt hier erkend en gehandhaafd voor producten met dezelfde identificatie-informatie uit dezelfde toeleveringsketen (artikel 20 lid 8).

Kan een product onder een verbodsbesluit vallen, dan schorst de douane de vrijgave; vrijgave is geen bewijs dat je product voldoet (artikelen 28 en 29 lid 2). Sancties bij niet-naleving van een besluit stellen de lidstaten vast; zij melden die uiterlijk 14 december 2026 aan de Commissie (artikel 37).

Wat regel je nu al?

Je regelt nu het bewijs dat je in de inleidende fase binnen 30 werkdagen moet kunnen geven (artikel 17 lid 2 Verordening (EU) 2024/3015): een ketenkaart, contractafspraken, leveranciersverklaringen en audits, een dossier en één vaste contactpersoon.

Vier dingen, in deze volgorde. Eén: breng voor je belangrijkste producten de keten in kaart, zo ver als je kunt komen. Twee: zet in je inkoopcontracten dat dwangarbeid verboden is, dat je informatie mag opvragen en dat de leverancier meewerkt als een autoriteit vragen stelt. Drie: bewaar wat je doet: verklaringen, auditrapporten, correspondentie. Vier: wijs één persoon aan die een verzoek van de autoriteit oppakt. Dan heb je een dossier als de vraag komt. Laat niet de hele keten in één keer auditen, maar begin bij de producten en grondstoffen met het hoogste risico en breid dan uit. De verordening werkt zelf risicogericht, en een kleiner bedrijf kan niet alles tegelijk.

  1. Kies je prioriteiten volgens de criteria van de autoriteit: producten met veel volume op de EU-markt, met een groot aandeel van een risicovol onderdeel en waar de risico’s op dwangarbeid het ernstigst zijn (artikel 14 lid 2).
  2. Breng per product de fabrikanten, producenten en leveranciers van de belangrijkste productiefasen in kaart, met locaties (richtsnoeren punt 4.7.3).
  3. Neem in je inkoopcontracten een verbod op dwangarbeid op (richtsnoeren punt 4.7.1), en spreek informatie- en auditrechten en een plicht tot medewerking af.
  4. Vraag leveranciersverklaringen en, waar het risico hoog is, onafhankelijke auditrapporten, en bewaar ze met contracten, inkooporders en vervoersdocumenten per product op één plek.
  5. Wijs één contactpersoon aan voor de autoriteit, zoals de richtsnoeren aanmoedigen (punt 4.7).

Welke afspraken zet je in je inkoopcontracten?

Zet in je inkoopcontracten afspraken voor een onderzoek: een verbod op dwangarbeid, informatie- en auditrechten, medewerking aan de autoriteit en wat er gebeurt bij een verbod. De verordening schrijft dat niet voor; volgens de richtsnoeren van de Commissie kan de autoriteit naar zulke bepalingen vragen.

Ik kies voor afspraken die je later ook kunt gebruiken. Een verbod op dwangarbeid in de keten, het recht om informatie en audits te vragen, een plicht om mee te werken binnen een redelijke termijn als een autoriteit vragen stelt, en wat er gebeurt als een product wordt verboden: wie neemt de voorraad terug, wie draagt de kosten van verwijdering. Maak die afspraken redelijk: een leverancier die alles moet garanderen wat hij niet kan controleren, tekent het, maar je hebt er weinig aan.

Een besluit kan je namelijk bevelen producten uit de handel te nemen en te laten verwijderen: recyclen, of als dat niet kan onbruikbaar maken (artikel 20 lid 4, artikel 25). Doe je dat niet binnen de termijn, dan zorgen de bevoegde autoriteiten dat de producten uit de handel worden genomen en op jouw kosten worden verwijderd (artikel 23 lid 1).

Wil je je inkoopcontracten afstemmen op het verbod op dwangarbeid? Laat je clausules en leveranciersafspraken toetsen via de pagina advocaat product compliance in Amsterdam.

Wat doe je als je een informatieverzoek krijgt?

Leg eerst de termijn vast: in de inleidende fase antwoord je binnen 30 werkdagen na ontvangst van het verzoek (artikel 17 lid 2 Verordening (EU) 2024/3015). Je mag daarbij ook andere informatie geven die je nuttig vindt.

Eerst de termijn vastleggen: in de inleidende fase heb je 30 werkdagen om te antwoorden. Dan lezen we samen precies wat er wordt gevraagd, en verzamelen we wat er al is: contracten, verklaringen, audits, ketengegevens. Wat ontbreekt, vragen we direct bij de leveranciers op. Lukt dat niet binnen de termijn, dan melden we dat vóór de termijn afloopt. Beantwoord wat er gevraagd wordt en laat uit jezelf zien wat je aan zorgvuldigheid hebt gedaan. Juist die informatie kan het gegronde vermoeden wegnemen. Een volledig en eerlijk antwoord is de beste kans dat er geen onderzoek volgt; wie niet antwoordt, laat de autoriteit beslissen op andere feiten.

Bij een contactpunt kun je ondersteuning vragen over hoe je contact opneemt met de autoriteit; die contactpunten zijn er vooral voor kmo’s (artikelen 17 lid 2 en 10). Volgens de richtsnoeren garandeert het geven van informatie niet dat je bent vrijgepleit of dat er geen verbod volgt.

Wat doe je bij een verbodsbesluit?

Leef het besluit na binnen de termijn die erin staat: minstens 30 werkdagen, bij bederfelijke goederen, dieren en planten minstens 10. Vraag tegelijk herziening met nieuwe wezenlijke gegevens (artikel 22 lid 1 sub b en artikel 21 lid 1 Verordening (EU) 2024/3015).

Het besluit verbiedt de producten en beveelt je ze uit de handel te nemen en te verwijderen, of alleen een vervangbaar onderdeel (artikel 20 lid 4). Toon je aan dat je het besluit hebt nageleefd en de dwangarbeid uit je keten hebt gehaald, dan trekt de autoriteit het voor de toekomst in (artikel 21 lid 3). Tegen een besluit van een lidstaatautoriteit kun je naar de rechter; nationaal recht kan eerst een administratieve beroepsprocedure voorschrijven (artikel 21 leden 5 en 6). Tegen besluiten van de Commissie is volgens de richtsnoeren het Hof van Justitie van de Europese Unie bevoegd.

Dan zijn er twee sporen tegelijk. Het eerste is naleven: het besluit noemt termijnen om producten uit de handel te nemen en te laten verwijderen, en wie dat niet doet, riskeert sancties. Het tweede is eruit komen: je kunt op elk moment herziening vragen met nieuwe informatie, en als je aantoont dat je het besluit hebt nageleefd én de dwangarbeid uit de keten hebt gehaald, moet de autoriteit het besluit voor de toekomst intrekken. Daarnaast kun je naar de rechter. Welke route het snelst werkt, hangt af van wat je kunt aantonen.

Praktijkvoorbeeld: een groothandel krijgt een informatieverzoek

Stel: een groothandel in huishoudtextiel koopt handdoeken bij een fabrikant buiten de EU. In 2028 vraagt de Commissie hem om informatie; zij treedt op omdat de vermoede dwangarbeid buiten de EU zit (artikel 15 lid 1, artikel 17 lid 1).

Hij heeft 30 werkdagen. Zijn ketenkaart toont de fabrikant, de spinnerij en de katoenleverancier. Zijn inkoopcontract verplicht de fabrikant mee te werken, dus die levert verklaringen, een auditrapport en transactiedocumenten. Eén stuk van de spinnerij komt later; dat meldt hij vóór de termijn afloopt.

Ziet de Commissie daarna geen gegrond vermoeden meer, dan opent zij geen onderzoek (artikel 17 lid 5); anders volgt een onderzoek (artikel 18).

Wanneer schakel je een advocaat in?

Op drie momenten: als je inkoopcontracten en leveranciersafspraken herziet, direct na een informatieverzoek, omdat de termijn van 30 werkdagen dan loopt, en na een verbodsbesluit, voor herziening of toetsing door de rechter (artikelen 17 lid 2 en 21 Verordening (EU) 2024/3015).

Je keten in kaart brengen en verklaringen opvragen kun je zelf. Wij stellen contractclausules en leveranciersafspraken op en toetsen of je dossier de vragen uit de richtsnoeren dekt. Na een informatieverzoek leggen we in de eerste dagen de termijn vast, lezen we het verzoek en verzamelen we met jou de stukken. Na een besluit begeleiden we de naleving, het verzoek om herziening en de stap naar de rechter.

Veelgestelde vragen over de dwangarbeidverordening

Geldt de dwangarbeidverordening al?

Het verbod geldt vanaf 14 december 2027 (artikel 39 Verordening (EU) 2024/3015). Enkele bepalingen, zoals die over de databank en de richtsnoeren, gelden al sinds 13 december 2024. Volgens de richtsnoeren van de Commissie vallen producten die je vóór 14 december 2027 hebt ingevoerd en daarna nog aanbiedt, ook onder het verbod.

Wat als je leverancier buiten de EU niet meewerkt?

De verordening richt zich op jou als marktdeelnemer. Kan de autoriteit geen informatie verzamelen, dan kan zij op basis van andere beschikbare gegevens beslissen (artikel 20 lid 2). Leg medewerking daarom contractueel vast. Volgens de richtsnoeren is terugtrekking uit de relatie met de leverancier het laatste middel.

Geldt een verbod uit een andere lidstaat ook in Nederland?

Een verbodsbesluit van een autoriteit van een lidstaat wordt in de andere lidstaten erkend en gehandhaafd voor producten met dezelfde identificatie-informatie uit dezelfde toeleveringsketen (artikel 20 lid 8).

Moet je voor de dwangarbeidverordening due diligence doen?

De verordening schept geen nieuwe zorgvuldigheidsplicht (artikel 1 lid 3). Passende zorgvuldigheid helpt wel: de autoriteit vraagt in de inleidende fase wat je hebt gedaan, en opent geen onderzoek als er geen gegrond vermoeden meer is (artikel 17 lid 5).

Wanneer heb je een advocaat nodig bij de dwangarbeidverordening?

Bij het herzien van inkoopcontracten, direct na een informatieverzoek van de autoriteit en na een verbodsbesluit. Bij MAAK Advocaten in Amsterdam stellen wij clausules op, bereiden we het antwoord binnen de termijn van 30 werkdagen voor en begeleiden we herziening en de stap naar de rechter.

Primaire bronnen

Laatst gecontroleerd op 5 november 2026 · volgende relevante datum: 14 december 2026 (kennisgeving nationale sancties) en 14 december 2027 (verbod van toepassing).

Koop je buiten de EU in, of heb je een informatieverzoek of verbodsbesluit gekregen? Leg je situatie aan mij voor: bel 020 210 31 38 of stuur je vraag via de pagina advocaat product compliance in Amsterdam. — Martin Krüger

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
Wie ben je?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?