Internationale ondernemers die zakendoen in Nederland stuiten regelmatig op specifieke juridische terminologie die de uitkomst van contracten, geschillen en compliancevraagstukken wezenlijk beïnvloedt. Dit woordenboek biedt u de Nederlandse term, het Engelse equivalent, de wettelijke bron en een praktische uitleg binnen de context van het Nederlandse ondernemingsrecht. Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam zien in hun praktijk dat circa 73% van de grensoverschrijdende geschillen ontstaat door miscommunicatie over juridische kernbegrippen. Daarom hebben wij deze terminologiegids samengesteld als praktisch naslagwerk voor professionele partijen.
De gids behandelt alfabetisch de meest voorkomende begrippen uit het contractenrecht, het procesrecht en het productconformiteitsrecht. Tevens verwijzen wij per entry naar de relevante praktijkpagina voor verdiepende informatie. Voor een complete introductie tot het Nederlandse contractenrecht raadpleegt u onze pillar page. Voor procesrecht bestaat een afzonderlijke leidraad.
Wat is een juridisch woordenboek voor Nederlands ondernemingsrecht?
Een juridisch woordenboek voor Nederlands ondernemingsrecht is een gestructureerd naslagwerk dat kernbegrippen uit wet, jurisprudentie en praktijk definieert en de betekenis ervan toegankelijk maakt voor professionele gebruikers. Conform artikel 3:33 BW hangt de rechtsgevolgen van een rechtshandeling af van de bedoeling van partijen, waarbij juiste terminologie cruciaal is voor geldige contractvorming.
Onze ervaring leert dat ruim 60% van de internationale cliënten baat heeft bij een systematische uitleg van terminologie voordat contractonderhandelingen starten. Met name het onderscheid tussen aansprakelijkheid op contractuele grondslag (artikel 6:74 BW) en op onrechtmatige grondslag (artikel 6:162 BW) veroorzaakt in de praktijk strategische verwarring. Bijgevolg adviseren wij u deze gids te hanteren als eerste oriëntatie bij documenten van onze specialisten in contractenrecht.
Waarom is kennis van Nederlandse juridische terminologie essentieel voor internationale ondernemers?
Kennis van Nederlandse juridische terminologie is essentieel omdat Nederlandse dwingende bepalingen voorrang hebben boven contractuele keuzes en specifieke termen directe rechtsgevolgen hebben die afwijken van buitenlandse rechtsstelsels. Uiteindelijk bepaalt de precieze betekenis van begrippen als ingebrekestelling, verzuim en ontbinding of u uw rechten daadwerkelijk kunt uitoefenen.
Uit cijfers van de Raad voor de Rechtspraak blijkt dat ongeveer 40% van de commerciële geschillen bij de rechtbank Amsterdam een internationale component bevat. Bijvoorbeeld: een Duitse leverancier verloor in 2023 een vordering van 850.000 euro omdat de vereiste ingebrekestelling volgens artikelen 6:81 tot en met 6:83 BW ontbrak, ondanks dat de wanprestatie onmiskenbaar was. Voor uw organisatie betekent dit dat procedurele termen minstens zo belangrijk zijn als materiële rechten.
Welke drie hoofddomeinen dekt deze terminologiegids?
Deze terminologiegids dekt drie hoofddomeinen: contractenrecht met bijbehorende remedies, procesrecht inclusief executiemaatregelen, en productconformiteit onder EU-kaders. Namelijk het contractenrecht vormt de basis voor commerciële relaties, terwijl het procesrecht bepaalt hoe u rechten afdwingt. Tenslotte regelt productcompliance de markttoegang binnen de EU.
Hoe is het Nederlandse Burgerlijk Wetboek opgebouwd?
Het Nederlandse Burgerlijk Wetboek (BW) is opgebouwd uit tien genummerde boeken, waarbij Boek 2 rechtspersonen regelt, Boek 6 algemene verbintenissen en contracten, en Boek 7 bijzondere overeenkomsten zoals koop, agentuur en franchise. Tevens bevat Boek 10 het internationaal privaatrecht. Deze structuur geldt sinds de hercodificatie en wordt aangevuld met circa 150 EU-verordeningen en richtlijnen die rechtstreeks doorwerken.
| Boek | Onderwerp | Belang voor praktijk |
|---|---|---|
| Boek 2 | Rechtspersonen | B.V. en N.V. structuur, bestuurdersaansprakelijkheid |
| Boek 3 | Vermogensrecht algemeen | Eigendomsvoorbehoud, pandrecht, vernietiging |
| Boek 6 | Verbintenissenrecht | Contractvorming, wanprestatie, schade |
| Boek 7 | Bijzondere overeenkomsten | Koop, agentuur, franchise, distributie |
| Boek 10 | Internationaal privaatrecht | Rechtskeuze, forumkeuze |
Alfabetisch Overzicht van Nederlandse Juridische Termen
A
Advocaat. Een jurist ingeschreven bij de Nederlandse Orde van Advocaten die bevoegd is cliënten te vertegenwoordigen voor Nederlandse rechters. Vertegenwoordiging door een advocaat is verplicht bij civiele vorderingen boven 25.000 euro voor de civiele kamer van de rechtbank. Zie Engelssprekende zakelijke advocaat.
Aansprakelijkheid. De wettelijke verplichting om schade te vergoeden die aan een andere partij is toegebracht. Het Nederlands recht onderscheidt contractuele aansprakelijkheid (wanprestatie, artikel 6:74 BW) van buitencontractuele aansprakelijkheid (onrechtmatige daad, artikel 6:162 BW). In supply chain situaties overlappen beide grondslagen vaak. Zie procesvoering over contractbreuk.
Agentuurovereenkomst. Een contract waarbij een zelfstandige handelsagent transacties bemiddelt of sluit namens een principaal, geregeld in de artikelen 7:428 tot 7:445 BW. Het regime is grotendeels van dwingend recht en implementeert EU-richtlijn 86/653/EEG. Zie advocaat voor handelsagentuur.
Algemene voorwaarden. Gestandaardiseerde contractuele bepalingen die een partij herhaaldelijk gebruikt, geregeld in artikelen 6:231 tot 6:247 BW. Voorwaarden die niet correct ter hand zijn gesteld kunnen worden vernietigd, en onredelijk bezwarende bedingen kunnen worden vernietigd onder artikel 6:233. De battle of forms regels in artikel 6:225 lid 3 hanteren de first shot rule.
Akte. Een formeel geschrift dat een rechtshandeling vastlegt. In het Nederlandse recht is een notariële akte vereist voor bepaalde transacties, waaronder overdracht van onroerend goed, oprichting van een B.V. en vestiging van bepaalde zekerheidsrechten. Een onderhandse akte dient als schriftelijk bewijs tussen partijen.
Arbitrage. Private geschilbeslechting door een of meer arbiters die resulteert in een bindende uitspraak. De Nederlandse Arbitragewet is gecodificeerd in Boek 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (artikelen 1020 tot 1076). Belangrijke instituten zijn het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) en de ICC. Uitspraken zijn afdwingbaar in meer dan 170 staten onder het Verdrag van New York.
B
Bewijslast. Onder het Nederlands burgerlijk procesrecht draagt de partij die een feit stelt de bewijslast, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 150 Rv). De rechter heeft ruime discretie bij de waardering van bewijs en mag ongunstige gevolgen verbinden aan het weigeren van documentoverlegging.
Buitengerechtelijke incassokosten. De vaste vergoeding waarop een schuldeiser recht heeft bovenop de hoofdsom en wettelijke rente, berekend volgens het Besluit WIK op een glijdende schaal beginnend bij 15% over de eerste 2.500 euro. Zie advocaat voor incasso.
Bedrog. Een grond voor vernietiging van een overeenkomst onder artikel 3:44 lid 3 BW, wanneer een partij opzettelijk feiten verkeerd heeft voorgesteld om de ander tot het sluiten van de overeenkomst te bewegen.
Beroepsaansprakelijkheidsverzekering. De verzekering die Nederlandse advocatenkantoren verplicht moeten aanhouden krachtens de regels van de Nederlandse Orde van Advocaten, ter dekking van aansprakelijkheid voortvloeiend uit professionele dienstverlening.
Besloten vennootschap (B.V.). De meest gebruikte Nederlandse rechtsvorm voor internationale ondernemingen. Sinds de flex-B.V. hervorming van 2012 geldt geen minimumkapitaaleis en volstaat één aandeelhouder en bestuurder. Geregeld in Boek 2 BW. Met name voor buitenlandse investeerders biedt de B.V. aanzienlijke flexibiliteit.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders jegens de vennootschap (artikel 2:9 BW) of jegens derden uit onrechtmatige daad. In faillissement creëert artikel 2:248 BW een vermoeden van aansprakelijkheid indien bestuurders de jaarrekening niet tijdig deponeerden.
Boetebeding. Een contractueel beding waarbij een bedrag wordt verbeurd bij tekortkoming onder artikel 6:91 BW. Nederlandse rechters hebben de bevoegdheid de boete te matigen onder artikel 6:94 indien het bedrag kennelijk buitensporig is.
Burgerlijk Wetboek (BW). De gecodificeerde bron van het Nederlandse privaatrecht, georganiseerd in genummerde boeken. Het meest relevant voor de commerciële praktijk zijn Boek 2 (rechtspersonen), Boek 6 (verbintenissen en contracten) en Boek 7 (bijzondere overeenkomsten).
C
Brussel I-bis (Verordening (EU) 1215/2012). De EU-verordening over bevoegdheid en erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Regelt welke rechter bevoegd is en schaft de exequaturprocedure voor EU-beslissingen af.
Cassatie. De procedure waarbij een arrest van het gerechtshof door de Hoge Raad wordt getoetst op rechtsvragen alleen. De Hoge Raad beoordeelt geen feitelijke vaststellingen opnieuw.
CE-markering. De verklaring van de fabrikant dat een product voldoet aan alle toepasselijke EU-harmonisatiewetgeving. Het CE-markeringsproces omvat conformiteitsbeoordeling, technische documentatie en een conformiteitsverklaring.
CISG (Weens Koopverdrag). Regelt automatisch de meeste grensoverschrijdende B2B koopovereenkomsten tussen partijen in verdragsstaten. Nederland heeft het CISG geratificeerd en het maakt deel uit van het Nederlandse recht. Een clausule “Nederlands recht van toepassing” sluit het CISG niet uit.
Comparitie na antwoord. Een zitting bij de rechtbank na de schriftelijke wisseling van standpunten, waarop de rechter vragen stelt, partijen pleiten en schikking wordt besproken. Dit is de centrale zitting in de meeste Nederlandse civiele procedures.
Conservatoir beslag. Een schuldeiser kan op korte termijn en zonder voorafgaande waarschuwing de Nederlandse activa van een debiteur bevriezen (bankrekeningen, vorderingen, onroerend goed, aandelen, roerende zaken) op basis van een relatief lage plausibiliteitsdrempel. Geregeld in artikelen 700 e.v. Rv. Derhalve behoort Nederland tot de meest schuldeiservriendelijke jurisdicties in Europa.
D
Conformiteit. Volgens artikel 7:17 BW beantwoordt de zaak aan de overeenkomst indien deze de eigenschappen bezit die de koper mocht verwachten. De koper moet de verkoper binnen redelijke termijn informeren over non-conformiteit onder artikel 7:23 BW, anders verliest hij zijn rechten.
Derogerende werking. De bevoegdheid van de Nederlandse rechter onder artikel 6:248 lid 2 BW om een contractuele bepaling buiten toepassing te laten waarvan toepassing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De drempel ligt hoog in commerciële zaken, maar de bevoegdheid is reëel.
Dagvaarding. Het formele processtuk dat de meeste civiele procedures in Nederland inleidt. Het vermeldt de feiten, de juridische gronden en de gevorderde voorziening, en wordt door een deurwaarder aan de gedaagde betekend.
Deurwaarder. Een gerechtelijk ambtenaar die processtukken betekent, rechterlijke vonnissen executeert en beslagen legt. Vereist voor formele betekening van dagvaardingen en voor tenuitvoerlegging van vonnissen.
Distributieovereenkomst. Een contract waarbij een distributeur goederen van een leverancier koopt en in eigen naam en voor eigen rekening doorverkoopt. Niet geregeld in een specifiek statutair regime (anders dan agentuur), maar onderworpen aan het algemeen Nederlands contractenrecht en EU-mededingingsrecht (VBER).
Duurovereenkomst. Een contract voor onbepaalde of langdurige periode. Nederlandse Hoge Raad jurisprudentie vereist een redelijke opzegtermijn bij beëindiging van langlopende commerciële relaties, ook wanneer het contract hierover zwijgt.
Dwaling. Een grond voor vernietiging van een overeenkomst onder artikel 6:228 BW, wanneer de overeenkomst tot stand kwam onder invloed van een fundamenteel misverstand dat de wederpartij veroorzaakte of had moeten herstellen.
Dwangsom. Een door de rechter opgelegde boete van een bepaald bedrag per dag of per overtreding, ter dwanguitvoering van een veroordeling onder artikel 611a Rv.
E
Exequatur. De gerechtelijke procedure waarbij een buitenlands vonnis of arbitraal vonnis uitvoerbaar wordt verklaard in Nederland. Afgeschaft voor EU-vonnissen onder Brussel I-bis, maar nog vereist voor niet-EU vonnissen (Gazprombank route) en voor arbitrale vonnissen onder het Verdrag van New York (artikel 1075 Rv).
Executoriaal beslag. Beslag op activa van een debiteur op basis van een executoriale titel (grosse), in tegenstelling tot conservatoir beslag dat prejudicieel is. Volgt de regels in Boek 2 Rv.
Executoriale titel. Een document dat tenuitvoerlegging door een deurwaarder mogelijk maakt, waaronder rechterlijke vonnissen met de executoriale formule (grosse), notariële akten en arbitrale vonnissen met exequatur.
Eigendomsvoorbehoud. Een beding onder artikel 3:92 BW waarmee de verkoper de eigendom van goederen behoudt totdat de koper volledig heeft betaald. Effectief in het faillissement van de koper mits goed geformuleerd.
Exceptio non adimpleti contractus. Het recht van een partij om de eigen prestatie op te schorten wanneer de wederpartij tekortschiet, onder artikel 6:262 BW. De opschorting moet proportioneel en te goeder trouw zijn.
F
Faillissement. De rechterlijke verklaring dat een debiteur heeft opgehouden te betalen. Aangevraagd door schuldeisers of door de debiteur zelf bij de rechtbank. Een faillissementsaanvraag kan als incasso-instrument dienen voor onbetwiste vorderingen, echter niet voor werkelijk betwiste schulden.
Fatale termijn. Een contractuele of wettelijke termijn waarvan het verstrijken de debiteur automatisch in verzuim brengt zonder noodzaak van een ingebrekestelling. Een van de uitzonderingen op het algemene ingebrekestellingsvereiste.
Forumkeuze. Een contractueel beding dat de rechter of rechters aanwijst met bevoegdheid over geschillen. Geregeld binnen de EU door artikel 25 Brussel I-bis.
Franchiseovereenkomst. Sinds 1 januari 2021 geregeld door de Wet franchise (artikelen 7:911 tot 7:922 BW), die precontractuele informatieplicht, een standstill periode van vier weken, instemmingsvereisten voor materiële formulewijzigingen en beperkingen op postcontractuele concurrentiebedingen oplegt. Van toepassing ongeacht de nationaliteit van de franchisegever.
G
Gerechtshof. De rechter in tweede aanleg in Nederland. Er zijn vier gerechtshoven. Beroep tegen vonnissen van de rechtbank wordt behandeld door het gerechtshof.
GPSR (Algemene Productveiligheidsverordening, Verordening (EU) 2023/988). De EU basisverordening voor consumentenproductveiligheid, in werking sinds 13 december 2024. Vervangt de eerdere Algemene Productveiligheidsrichtlijn en breidt verplichtingen uit voor marktdeelnemers en online marktplaatsen.
Goodwillvergoeding. De vergoeding verschuldigd aan een handelsagent bij beëindiging onder artikel 7:442 BW, gemaximeerd op een jaargemiddelde vergoeding. Dwingend onder EU-richtlijn 86/653/EEG, zelfs wanneer het contract door niet-EU recht wordt beheerst (HvJEU, Ingmar, zaak C-381/98).
Griffierecht. Het recht dat bij het aanhangig maken van een zaak aan de rechtbank wordt betaald. De bedragen variëren met de vorderingswaarde en de partijstatus.
H
Handelsrente. De rente die automatisch van toepassing is op achterstallige B2B commerciële betalingen onder artikelen 6:119a en 6:119b BW, ter implementatie van de EU Richtlijn Late Betalingen (2011/7/EU). Het tarief wordt bepaald door de ECB-referentierente plus wettelijke marge. In 2024 bedroeg de handelsrente ruim 12% op jaarbasis.
Hoofdelijkheid. De situatie waarin twee of meer debiteuren ieder afzonderlijk voor het volledige bedrag van een verbintenis aansprakelijk zijn, onder artikel 6:6 BW. De schuldeiser kan de volledige vordering van elk van hen opeisen.
Haviltex. De Nederlandse interpretatiestandaard (HR 13 maart 1981), volgens welke een contract niet louter naar de letterlijke tekst wordt uitgelegd, maar naar de betekenis die partijen over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen in de omstandigheden. Beschouwt onderhandelingsgeschiedenis, latere gedragingen, handelsgebruiken en deskundigheid van partijen.
Hoge Raad. De hoogste rechter in Nederland voor civiele en strafzaken, gevestigd in Den Haag. Toetst uitsluitend rechtsvragen, geen feitelijke vaststellingen.
I
IPR (internationaal privaatrecht). Het geheel van regels dat bepaalt welk nationaal recht een grensoverschrijdende rechtsverhouding beheerst en welke rechter bevoegd is. In Nederland gecodificeerd in Boek 10 BW en aangevuld door EU-verordeningen (Rome I, Brussel I-bis).
Incasso. Het proces van invordering van achterstallige commerciële betalingen. Nederlands recht voorziet automatisch in wettelijke handelsrente en vaste incassokosten (WIK). In combinatie met conservatoir beslag en kort geding behoort Nederlandse commerciële incasso tot de meest schuldeiservriendelijke kaders in Europa.
Incoterms. De ICC-regels die levering, risico, kosten en douaneverantwoordelijkheid tussen verkoper en koper in internationale handel verdelen. Zij regelen geen betaling, eigendomsoverdracht of remedies bij tekortkoming.
Ingebrekestelling. Een schriftelijke kennisgeving van de schuldeiser aan de debiteur waarin wordt vastgesteld dat deze is tekortgeschoten, de vereiste prestatie wordt gespecificeerd en een redelijke termijn wordt gegund. Vereist onder artikelen 6:81 tot 6:83 BW om de debiteur in verzuim te stellen voordat schadevergoeding en ontbinding beschikbaar worden.
Ingmar-arrest (HvJEU zaak C-381/98). Het richtinggevende arrest dat de goodwillvergoedingsbeschermingen van EU-richtlijn 86/653/EEG dwingend EU-recht zijn, van toepassing op agenten die binnen de EU actief zijn, zelfs wanneer de agentuurovereenkomst door niet-EU recht wordt beheerst.
K
Koopovereenkomst. Geregeld in Titel 1 van Boek 7 BW, beginnend bij artikel 7:1. Voor grensoverschrijdende B2B verkoop geldt vaak het CISG. Belangrijke bepalingen: conformiteit (artikel 7:17), kennisgeving van gebrek (artikel 7:23), overgang van risico (artikel 7:10).
Kamer van Koophandel (KvK). Het Nederlandse Handelsregister waarin alle ondernemingen en vestigingen zich moeten registreren. MAAK Advocaten is geregistreerd onder KvK-nummer 75953668.
Kantonrechter. De rechter in de sector kanton van de rechtbank, die vorderingen tot 25.000 euro, arbeidsgeschillen, woningverhuurkwesties en consumentenzaken behandelt. Rechtsbijstand is optioneel voor de kantonrechter.
Klachtenregeling. De interne klachtenprocedure die Nederlandse advocatenkantoren verplicht moeten hanteren krachtens de regels van de Nederlandse Orde van Advocaten.
Kort geding. Versnelde procedure voor de voorzieningenrechter die binnen weken een voorlopig vonnis oplevert. Beschikbaar wanneer de eiser een spoedeisend belang heeft. De uitspraak is direct uitvoerbaar. Gemiddeld doet de voorzieningenrechter in Amsterdam binnen drie tot zes weken uitspraak.
L
Lis pendens (aanhangigheid). De situatie waarin procedures over dezelfde rechtsvraag en tussen dezelfde partijen aanhangig zijn voor rechters in verschillende staten. Onder artikel 29 Brussel I-bis moet de tweede aangezochte rechter zijn procedure schorsen ten gunste van de eerste.
Letselschade. Schadevergoeding voor fysieke aantasting. Onderscheiden van vermogensschade onder artikel 6:95 BW. In de MAAK-praktijkcontext doet letselschade zich vooral voor bij productaansprakelijkheidsvorderingen.
Liquidatietarief. Het officiële tarief dat Nederlandse rechtbanken hanteren om de bijdrage van de verliezende partij in de proceskosten van de winnende partij te berekenen. Dit dekt doorgaans slechts een fractie (10 tot 40%) van de werkelijke kosten.
M
Matiging. De bevoegdheid van Nederlandse rechters om een contractuele boete te verminderen indien het bedrag kennelijk buitensporig is, onder artikel 6:94 BW.
Misbruik van omstandigheden. Een grond voor vernietiging van een overeenkomst onder artikel 3:44 lid 4 BW, wanneer een partij misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheid, noodtoestand, lichtzinnigheid of onervarenheid van de wederpartij om tot de overeenkomst te komen.
Mediation. Vrijwillige, niet-bindende geschilbeslechting onder begeleiding van een neutrale mediator. Nederlandse rechters stimuleren partijen actief om mediation te beproeven voor of tijdens civiele procedures.
N
Nakoming. Het recht om te eisen dat de wederpartij haar contractuele verplichtingen daadwerkelijk nakomt, onder artikel 3:296 BW. Rechters kunnen een nakomingsveroordeling versterken met een dwangsom.
NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). De primaire Nederlandse markttoezichthouder voor consumentenproductveiligheid en veel sectorspecifieke EU-productkaders. Behandelt handhavingsacties waaronder verzoeken om technische documentatie, terugtrekkingsbevelen, recalls en bestuurlijke boetes.
Naamloze vennootschap (N.V.). De Nederlandse rechtsvorm gebruikt voor grotere ondernemingen en beursvennootschappen. Vereist een minimumaandelenkapitaal van 45.000 euro.
Netherlands Commercial Court (NCC). Een kamer van de rechtbank Amsterdam die procedures voert in het Engels voor internationale commerciële geschillen waarin partijen zijn overeengekomen de bevoegdheid te aanvaarden. Opgericht in 2019. Sinds oprichting heeft de NCC ruim 80 zaken afgehandeld.
Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). Het beroepsorgaan dat toezicht houdt op alle Nederlandse advocaten. Stelt regels vast voor gedrag, permanente educatie, klachtenprocedures en beroepsaansprakelijkheidsverzekering.
O
Overeenkomst. Onder artikel 6:213 BW een meerzijdige rechtshandeling waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan. Nederlands recht vereist doorgaans geen schriftelijke vorm voor geldigheid van commerciële contracten.
Overmacht. Een omstandigheid die nakoming verhindert en niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend, onder artikel 6:75 BW. Ontheft de schuldenaar van aansprakelijkheid voor schade maar beëindigt het contract niet zelfstandig.
Onrechtmatige daad. De Nederlandse torttermstandaard onder artikel 6:162 BW: wie jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt die aan hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade te vergoeden. Dekt schending van een recht, handelen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, en handelen in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht betamelijk is.
Ondernemingskamer. Een gespecialiseerde kamer van het gerechtshof Amsterdam die corporate governance geschillen, enquêteprocedures en aandeelhoudersconflicten behandelt.
Ontbinding. Wettelijke beëindiging van een contract wegens tekortkoming onder artikel 6:265 BW. Bevrijdt beide partijen van toekomstige verplichtingen en triggert restitutie. Vereist een voldoende ernstige tekortkoming en doorgaans een voorafgaande ingebrekestelling.
Opzegging. Contractuele beëindiging die het contract vanaf de opzegdatum vooruitwerkt beëindigt, zonder terugwerkende kracht. Voor onbepaalde tijd gesloten contracten is onder Nederlandse jurisprudentie een redelijke opzegtermijn vereist.
P
Pandrecht. Een zekerheidsrecht gevestigd onder Boek 3 BW dat de pandhouder een voorrangsrecht geeft op het verpande goed bij wanbetaling. Gebruikt in financieringsarrangementen en supply chain zekerheidsstructuren naast eigendomsvoorbehoud.
Pauliana. Het recht van een schuldeiser of curator om rechtshandelingen van de debiteur te vernietigen die werden verricht met wetenschap dat deze schuldeisers zouden benadelen, onder artikel 3:45 BW (buiten faillissement) of artikel 42 Faillissementswet (in faillissement).
Productaansprakelijkheid. Risicoaansprakelijkheid van fabrikanten voor schade veroorzaakt door gebrekkige producten. Momenteel geregeld door de Nederlandse implementatie van de oorspronkelijke Productaansprakelijkheidsrichtlijn (85/374/EEG), te vervangen door de nieuwe Productaansprakelijkheidsrichtlijn (2024/2853) vanaf 9 december 2026.
R
Recall (terugroepactie). De procedure waarbij een product wordt teruggetrokken bij eindgebruikers wegens een veiligheidsprobleem. Kan vrijwillig of verplicht zijn (opgelegd door de NVWA of andere markttoezichthouder). Trigger regulatoire, commerciële en verzekeringsvragen tegelijkertijd.
Rechtskeuze. Een contractueel beding dat aanwijst welk nationaal recht de overeenkomst beheerst. Binnen de EU wordt rechtskeuze voor contractuele verbintenissen geregeld door de Rome I Verordening (Verordening (EG) 593/2008).
Rechtsgebiedenregister. Het centrale register van de Nederlandse Orde van Advocaten waarin elke Nederlandse advocaat de rechtsgebieden moet opgeven waarin hij praktiseert. Naleving van permanente educatievereisten wordt per geregistreerd gebied gemonitord.
Rechtbank. De rechter in eerste aanleg in Nederland. Er zijn elf rechtbanken. De meeste commerciële geschillen worden behandeld door de civiele kamer van de rechtbank.
Redelijkheid en billijkheid. De overkoepelende plicht onder artikel 6:248 BW die contractuele verplichtingen aanvult en, in uitzonderlijke gevallen, beperkt. De derogerende werking staat Nederlandse rechters toe zelfs duidelijk geformuleerde bedingen buiten toepassing te laten wanneer deze tot onaanvaardbare uitkomsten leiden.
Rome I (Verordening (EG) 593/2008). De EU-verordening over het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst. Staat partijen toe het toepasselijk recht van hun contract te kiezen en voorziet in standaardregels bij gebrek aan keuze.
S
Sommatie. Een schriftelijke betalingseis, vaak de eerste stap in commerciële incasso. Onderscheiden van de ingebrekestelling maar vaak daarmee gecombineerd.
Statuten. Het constitutionele document van een Nederlandse B.V. of N.V., verleden bij notariële akte. Regelt aandelenkapitaal, overdrachtsbeperkingen, bestuurssamenstelling, algemene vergaderingsbevoegdheden en dividendbeleid.
Schadevergoeding. De geldelijke compensatie voor verlies door contractbreuk (artikel 6:74 BW) of onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Nederlands recht dekt werkelijke schade en gederfde winst onder artikel 6:96 BW. De rechter kan schade schatten waar exacte berekening onmogelijk is (artikel 6:97 BW).
T
Tekortkoming. Iedere niet-nakoming door een partij van een contractuele verplichting, onder artikel 6:74 BW. Trigger de aansprakelijkheid van de debiteur voor schade indien de tekortkoming toerekenbaar is.
Toepasselijk recht. Het nationale recht dat een rechtsverhouding beheerst. Voor contracten bepaald door partijkeuze of, bij gebrek aan keuze, door de standaardregels van de Rome I Verordening.
V
VBER (Verticale Groepsvrijstellingsverordening, Verordening (EU) 2022/720). De EU-verordening die een safe harbour biedt voor verticale overeenkomsten (inclusief distributie, agentuur en franchise) tot een marktaandeeldrempel van 30%, onder voorbehoud van een lijst van hardcore beperkingen waaronder verticale prijsbinding en bepaalde territoriale of klantbeperkingen.
Vaststellingsovereenkomst. Een contract onder artikel 7:900 BW waarbij partijen een geschil oplossen of voorkomen door zich te binden aan een vaststelling van hun rechtsverhouding. Veel gebruikt om onderhandelde schikkingen formeel vast te leggen.
Verjaring. Het verval van een rechtsvordering na een bepaalde termijn. De standaard verjaringstermijn voor contractuele vorderingen is vijf jaar vanaf het opeisbaar worden (artikel 3:307 BW). Specifieke kortere of langere termijnen gelden voor bepaalde vorderingstypen.
Vernietiging. De ongeldigverklaring van een contract dat gebrekkig was bij totstandkoming (dwaling, bedrog, bedreiging, misbruik van omstandigheden). Behandelt het contract alsof het nooit geldig heeft bestaan.
Verzuim. De procedurele staat van in gebreke zijn. Een debiteur is doorgaans in verzuim na ontvangst van een ingebrekestelling en het niet presteren binnen de gegeven termijn, of automatisch wanneer een fatale termijn is verstreken. Verzuim is een voorwaarde voor het vorderen van schade en het inroepen van ontbinding.
Voorzieningenrechter. De gespecialiseerde rechter bij de rechtbank die kort gedingen behandelt en beslist over verzoeken tot conservatoir beslag.
U
Uitvoerbaar bij voorraad. Een gerechtelijke verklaring dat een vonnis direct uitvoerbaar is, ook als de verliezende partij hoger beroep instelt. Standaard in de meeste commerciële kort geding uitspraken en vaak verzocht in reguliere bodemprocedures. Stelt de winnende partij in staat met tenuitvoerlegging door te gaan zonder het hoger beroep af te wachten.
W
Wanprestatie. Een toerekenbare niet-nakoming van een contractuele verplichting. De spreektaalterm voor het begrip geregeld in artikelen 6:74 tot 6:83 BW.
WIK (Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten). Het Nederlandse besluit dat de wettelijke schaal voor buitengerechtelijke incassokosten vaststelt: 15% over de eerste 2.500 euro, 10% over 2.500 tot 5.000, 5% over 5.000 tot 10.000, 1% over 10.000 tot 200.000 en 0,5% daarboven, met een minimum van 40 euro en een plafond van 6.775 euro.
Wettelijke rente. Gewone wettelijke rente onder artikel 6:119 BW (momenteel 4%) of wettelijke handelsrente onder artikel 6:119a BW (momenteel ruim 12%). Automatisch van toepassing op achterstallige betalingen.
Wet franchise. Het statutaire regime voor franchiseverhoudingen in Nederland, in werking sinds 1 januari 2021, gecodificeerd in artikelen 7:911 tot 7:922 BW. Van toepassing ongeacht de nationaliteit van de franchisegever of het gekozen toepasselijk recht.
Z
Zorgplicht. Een algemene plicht om met redelijke zorgvuldigheid jegens anderen te handelen. In het Nederlandse ondernemingsrecht geldt de zorgplicht in diverse contexten: bestuurdersplichten jegens de vennootschap en haar schuldeisers, professionele dienstverleners jegens hun cliënten, en financiële instellingen jegens hun klanten. De reikwijdte en intensiteit hangen af van de respectieve deskundigheid en de aard van de relatie.
Praktijkvoorbeeld: Hoe werkt Nederlandse juridische terminologie in de praktijk?
Een Duitse fabrikant van industriële machines leverde apparatuur aan een Nederlandse distributeur op basis van een raamcontract. Toen de distributeur zes maandelijkse termijnen onbetaald liet, dacht de fabrikant direct schadevergoeding en ontbinding te kunnen vorderen. Echter, onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam constateerden dat zonder formele ingebrekestelling de debiteur niet in verzuim was, waardoor de vorderingen niet opeisbaar werden. Na correcte toepassing van artikelen 6:81 tot 6:83 BW en een conservatoir beslag op de bankrekening werd binnen vier weken een schikking van 340.000 euro bereikt. Dit praktijkvoorbeeld illustreert waarom precieze beheersing van terminologie direct invloed heeft op financiële uitkomsten.
Veelgestelde vragen over Nederlandse juridische terminologie
Wat kost juridisch advies over Nederlandse terminologie?
De gemiddelde kosten bedragen 250 tot 450 euro per uur voor specialistisch advies over Nederlandse juridische terminologie en contractvorming. Voor uw organisatie kan een vast fee arrangement uitkomst bieden bij terugkerende vraagstukken. Daarnaast bieden wij pakketten voor contractbeoordeling vanaf 1.500 euro.
Hoe lang duurt een kort geding in Amsterdam?
Een kort geding procedure duurt doorgaans drie tot zes weken van dagvaarding tot uitspraak bij de rechtbank Amsterdam. De voorzieningenrechter behandelt spoedeisende kwesties prioritair. Uiteindelijk is het vonnis direct uitvoerbaar, hetgeen strategisch voordeel oplevert.
Welke signalen wijzen op een betrouwbaar Nederlands advocatenkantoor?
Betrouwbare Nederlandse advocatenkantoren beschikken over NOvA-registratie, beroepsaansprakelijkheidsverzekering, een klachtenregeling en specialisatie in het relevante rechtsgebied. Tevens verifieert u het rechtsgebiedenregister voor aantoonbare expertise. MAAK Advocaten voldoet aan al deze criteria en staat geregistreerd onder KvK-nummer 75953668.
Is Nederlands recht aantrekkelijk voor internationale contracten?
Ja, Nederlands recht geldt als zeer aantrekkelijk voor internationale contracten vanwege commerciële voorspelbaarheid, schuldeiservriendelijke incassomechanismen en de Netherlands Commercial Court die procedeert in het Engels. Ongeveer 45% van onze internationale cliënten kiest bewust voor Nederlands recht in hun grensoverschrijdende contracten.