De rechter kan een contractuele boete op verzoek van de schuldenaar matigen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 lid 1 BW). Volgens de Hoge Raad mag dat pas als de boete tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Hij weegt de verhouding tussen schade en boete, de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.
Een boetebeding verplicht je tot betaling van een geldsom wanneer je tekortschiet in je contractuele verplichtingen. Deze clausules komen regelmatig voor in zakelijke contracten, arbeidsovereenkomsten en algemene voorwaarden. De rechter mag een boete verlagen, maar alleen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist. Matigt de rechter, dan krijgt de schuldeiser nooit minder dan de schadevergoeding waarop hij volgens de wet recht heeft (artikel 6:94 lid 1 BW). Van deze matigingsbevoegdheid kunnen partijen niet afwijken (artikel 6:94 lid 3 BW).
Wat is een boetebeding precies?
Een boetebeding is een beding waarbij de schuldenaar, als hij tekortschiet in de nakoming van zijn verbintenis, een geldsom of een andere prestatie moet voldoen. Dat geldt ongeacht of de boete dient als schadevergoeding of alleen als aansporing om na te komen (artikel 6:91 BW). Een boetebeding is accessoir: de boete is verschuldigd als een prestatie waartoe de schuldenaar verplicht is, uitblijft.
Kan de tekortkoming de schuldenaar niet worden toegerekend, dan is geen boete verschuldigd (artikel 6:92 lid 3 BW). Een aanmaning is nodig in dezelfde gevallen als bij het vorderen van schadevergoeding (artikel 6:93 BW). Meestal moet de schuldeiser dus eerst schriftelijk een redelijke termijn geven om alsnog na te komen (artikel 6:82 lid 1 BW). Een vaste termijn van veertien dagen staat niet in de wet. Boetebedingen dienen meerdere doelen: zij fixeren vooraf de schadevergoeding, vermijden discussies over de precieze omvang van de schade en zijn een prikkel om na te komen.
Daarnaast onderscheidt het recht eigenlijke en oneigenlijke boetebedingen. Bij een eigenlijk boetebeding verbind je je tot twee prestaties: de hoofdprestatie en de boete als je de hoofdprestatie niet nakomt. Bij een oneigenlijk boetebeding verbind je je tot een prestatie voor het geval je een andere prestatie niet verricht, zonder dat je je tot die andere prestatie hebt verplicht. Artikel 6:94 lid 1 BW kan ook op een oneigenlijk boetebeding van toepassing zijn, maar of dat zo is, hangt af van de omstandigheden van het geval (HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8098).
Hoe matigt de rechter een contractuele boete?
Een boete matigen kan alleen de rechter. In een bodemprocedure beslist hij daar definitief over. In een kort geding kan de voorzieningenrechter alleen voorlopig beoordelen of de boete waarschijnlijk zal worden gematigd. De rechter hanteert de maatstaf van artikel 6:94 lid 1 BW: matiging is mogelijk als de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Volgens de Hoge Raad betekent dit dat de rechter pas mag matigen als de toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt (HR 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638, Intrahof/Bart Smit).
Volgens de Hoge Raad let de rechter daarbij op:
- de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete;
- de aard van de overeenkomst;
- de inhoud en de strekking van het boetebeding;
- de omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen.
Binnen die factoren kunnen ook andere omstandigheden meewegen, zoals wie het beding heeft opgesteld, of over de hoogte van de boete is onderhandeld en of het om enkele incidenten ging (HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:207).
Een voorbeeld uit de rechtspraak: een uitzendbureau vorderde op grond van een exclusiviteitsbeding € 415.000 aan boetes voor overtredingen met twee werknemers in nog geen drie maanden. De schade bedroeg € 5.906,25. Het hof matigde de boete tot € 21.150, onder meer omdat het uitzendbureau het beding zelf had opgesteld, er niet over de hoogte was onderhandeld en het om enkele incidenten ging. De Hoge Raad liet dat oordeel in stand (HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:207).
Als schuldenaar moet je zelf om matiging vragen: de rechter matigt alleen “op verlangen van de schuldenaar” (artikel 6:94 lid 1 BW). Ben je consument, dan moet de rechter, als hij over de feitelijke en juridische gegevens beschikt, ambtshalve onderzoeken of het boetebeding oneerlijk is (HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691, r.o. 3.9.1; die zaak ging over een rentebeding). Is dat zo, dan laat hij het beding tegenover jou geheel buiten toepassing en mag hij de boete niet alleen matigen (HvJ EU 30 mei 2013, C-488/11, Asbeek Brusse).
Welke rol speelt de verhouding tussen schade en boete?
De verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete is een belangrijk criterium bij het matigen van een boete, maar niet het enige. Een boete die veel hoger is dan de schade, kan wijzen op een buitensporig resultaat (ook in kort gedingen over boetes). De rechter moet ook de andere omstandigheden meewegen.
De Hoge Raad oordeelde in 2000 dat aan de maatstaf voldaan kan zijn als de boete in verhouding tot de schade buitensporig is (HR 11 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4779). In 2007 maakte de Hoge Raad duidelijk dat de rechter niet alleen op die verhouding mag letten. Hij vernietigde een arrest waarin het hof de boete had gematigd vanwege de “al te disproportionele discrepantie” met de schade, omdat het hof de andere omstandigheden niet had meegewogen (HR 27 april 2007, Intrahof/Bart Smit). Ook de functie van de boete als prikkel tot nakoming telt mee.
Boetebedingen dienen namelijk niet alleen ter vergoeding van schade, maar ook als aansporing om na te komen (artikel 6:91 BW). Dat de werkelijke schade lager is dan de boete, is daarom op zichzelf nog geen reden voor matiging. Een boete van 10% van de koopsom is gebruikelijk in de modelkoopovereenkomst voor woningen; of matiging dan mogelijk is, hangt af van alle omstandigheden van het geval.
Rechters hanteren geen vaste rekenformule. Zij beoordelen per geval of de verhouding tussen schade en boete, bezien in de context van het contract, nog aanvaardbaar is.
Waarom maakt het verschil of je particulier of ondernemer bent bij een boete?
Of je als particulier of als ondernemer handelt, telt mee via de aard van de overeenkomst. Daarnaast hebben consumenten extra bescherming: een oneerlijk boetebeding in een consumentenovereenkomst moet de rechter geheel buiten toepassing laten, tenzij de consument zich daartegen verzet (HvJ EU 30 mei 2013, C-488/11; HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691, r.o. 3.8). Staat het beding in algemene voorwaarden, dan geldt bij twijfel de voor de consument gunstigste uitleg (artikel 6:238 lid 2 BW).
Omstandigheden die bij particulieren kunnen meewegen:
- het gebruik van een standaardcontract zonder onderhandelingsruimte;
- een kwetsbare financiële positie;
- de omvang van een boete van 10% van de koopsom van een woning;
- weinig juridische kennis om de gevolgen te overzien.
Kun je als koper van een woning de financiering niet rond krijgen, kijk dan eerst of de koopakte een financieringsvoorbehoud bevat. Is dat niet zo of is de termijn verstreken, dan kun je de rechter om matiging vragen. Je moet dan aantonen dat de boete in jouw omstandigheden tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat leidt.
Tussen ondernemers zal de rechter er eerder van uitgaan dat partijen het risico van de boete bewust hebben aanvaard. Ook dan kun je om matiging vragen, maar je zult de bijzondere omstandigheden goed moeten onderbouwen.
Wil je zekerheid over je juridische positie bij een boetebeding? Onze gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren je situatie en adviseren over de beste strategie voor matiging of naleving van contractuele verplichtingen.
Hoe beïnvloeden contractonderhandelingen de matiging van een boete?
De mate waarin partijen hebben onderhandeld over het boetebeding weegt mee in de matigingsbeoordeling. Wanneer partijen expliciet over de boetehoogte hebben gediscussieerd en deze bewust hebben vastgesteld, gaat de rechter eerder uit van evenwichtige belangen. Het gebruik van standaardvoorwaarden zonder onderhandelingsruimte kan daarentegen wijzen op ongelijkwaardige posities.
Omstandigheden die de Hoge Raad in dit verband liet meewegen:
- de schuldeiser had de overeenkomst zelf opgesteld;
- de schuldeiser had de hoogte van de boetes bepaald en daarover was niet onderhandeld;
- de schuldeiser had niet uitgelegd waarop de hoogte van de boetes was gebaseerd.
Deze omstandigheden mocht het hof meewegen bij zijn oordeel dat de boete moest worden gematigd (HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:207).
Bij zakelijke contracten weegt het argument van onvoldoende onderhandelingsruimte in de regel minder zwaar, zeker als je je bij het sluiten van het contract hebt laten adviseren. Toch blijft matiging mogelijk als de boete in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt.
Staat het boetebeding in algemene voorwaarden, dan kan het bovendien worden vernietigd als het onredelijk bezwarend is (artikel 6:233 onder a BW). Een rechtspersoon die zijn jaarrekening openbaar heeft gemaakt, een partij waar vijftig of meer personen werken en een partij die zelf meermalen dezelfde voorwaarden gebruikt, kunnen zich daarop niet beroepen (artikel 6:235 BW), en tussen bedrijven die niet allebei in Nederland gevestigd zijn, geldt deze regeling niet (artikel 6:247 lid 2 BW). Daarnaast is een regel tussen partijen niet van toepassing voor zover dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (artikel 6:248 lid 2 BW). Zie hierover verderop.
Welke procedures gelden voor het opeisen van boetes?
Voordat je een contractuele boete kunt opeisen, moet je de schuldenaar meestal eerst formeel in gebreke stellen. Dat is nodig in dezelfde gevallen als bij het vorderen van schadevergoeding (artikel 6:93 BW). Het hoeft niet als een fatale termijn is verstreken of als de schuldenaar heeft laten weten dat hij niet zal nakomen (artikel 6:83 BW), of als het contract bepaalt dat de boete zonder ingebrekestelling verschuldigd is. De modelkoopovereenkomst voor woningen werkt met een termijn van acht dagen na de ingebrekestelling.
Aan welke eisen moet je ingebrekestelling voldoen?
De wet eist een schriftelijke aanmaning met een redelijke termijn voor de nakoming (artikel 6:82 lid 1 BW). Verstandig is verder:
- een precieze omschrijving van de tekortkoming;
- een concrete datum waarop alsnog moet zijn nagekomen;
- de mededeling dat je anders de boete vordert of de overeenkomst ontbindt;
- een voorbehoud van je recht op aanvullende schadevergoeding, als het contract dat toelaat;
- verzending op een manier waarmee je de ontvangst kunt bewijzen, bijvoorbeeld aangetekend en per e-mail. Aangetekend of per deurwaarder is niet wettelijk verplicht.
Wat je na afloop van de termijn kunt vorderen, hangt af van je contract. In de modelkoopovereenkomst voor woningen kies je tussen ontbinding met een boete van 10% van de koopsom en nakoming met een boete van 3 promille van de koopsom per dag, tot maximaal 10%. Controleer altijd de tekst van je eigen overeenkomst.
Een voorbeeld uit de rechtspraak: Proximedia sloot met een ondernemer een contract van 48 maanden. Bij voortijdige beëindiging was de klant 60% van de resterende maandtermijnen verschuldigd. Dat beding werd als oneigenlijk boetebeding behandeld. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wees matiging af, omdat uit de kostenstructuur van Proximedia niet bleek dat de vergoeding tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidde (Hof Arnhem-Leeuwarden 27 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:8060).
Hoe verhoudt de boete zich tot schadevergoeding?
Zonder andere afspraak treedt de boete in de plaats van de schadevergoeding waarop je volgens de wet recht hebt (artikel 6:92 lid 2 BW). Je hoeft dan niet te bewijzen welke schade je precies hebt geleden. Is je schade hoger, dan kan de rechter op jouw verlangen naast de boete aanvullende schadevergoeding toekennen, maar alleen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 lid 2 BW).
In een contract kun je drie varianten tegenkomen:
- Boete als volledig schadevergoeding: Partijen spreken af dat de boete de enige vergoeding vormt
- Boete als minimum: De schuldeiser kan daarnaast hogere werkelijke schade vorderen
- Boete naast volledige schade: Zowel boete als integrale schadevergoeding zijn verschuldigd
De modelkoopovereenkomst voor woningen bepaalt dat de boete geldt onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding. Wil je die meerschade vorderen, dan moet je haar wel bewijzen; voor de boete zelf hoef je geen schade te bewijzen.
Bij het matigen van een boete in een contract weegt de inhoud en strekking van het beding mee (HR 27 april 2007, Intrahof/Bart Smit). Is de boete een redelijke inschatting van schade die moeilijk te bewijzen is, dan ligt matiging minder voor de hand dan wanneer de boete vooral als straf is bedoeld.
In zakelijke verhoudingen worden boetes vaak gekoppeld aan concrete schadeposten. Stel (fictief voorbeeld): een afnemer bedingt bij een IT-leverancier € 5.000 boete per dag vertraging, terwijl zijn kosten voor noodoplossingen en andere leveranciers tussen € 3.000 en € 7.000 per dag liggen. Deze realistische verhouding maakt matiging minder waarschijnlijk.
Wat zijn oneigenlijke boetebedingen?
Oneigenlijke boetebedingen verplichten je tot een prestatie voor het geval je een andere prestatie niet verricht, zonder dat je je tot die andere prestatie hebt verplicht. Dit onderscheidt zich van eigenlijke boetebedingen waarbij beide prestaties verschuldigd zijn, zij het niet tegelijk.
Volgens de Hoge Raad is niet uitgesloten dat artikel 6:94 BW ook op een oneigenlijk boetebeding van toepassing is; of dat zo is, hangt af van de omstandigheden van het geval. Die maatstaf brengt mee dat pas onder bijzondere omstandigheden grond is voor matiging van een oneigenlijk boetebeding, en dat aan de motivering daarvan hoge eisen worden gesteld (HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8098, r.o. 3.3.5 en 3.4.3).
Een voorbeeld uit de rechtspraak is een anti-speculatiebeding: een tankstationhouder moest de waardevermeerdering door een gratis bodemsanering terugbetalen als hij het perceel binnen tien jaar verkocht, zonder dat hij zich had verplicht om niet te verkopen. Het hof kwalificeerde dit als een oneigenlijk boetebeding en de Hoge Raad vond dat niet onbegrijpelijk. De matiging door het hof hield echter geen stand, omdat die op een onbegrijpelijke vaststelling berustte (HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8098, r.o. 3.3.4 en 3.4.4).
Ook een opzeg- of beëindigingsvergoeding kan een (oneigenlijk) boetebeding zijn. Wanneer een duurcontract een vergoeding bij vroegtijdige beëindiging stipuleert, kan de rechter deze als (oneigenlijk) boetebeding aanmerken en, onder bijzondere omstandigheden, matigen. Een voorbeeld is de zaak van Proximedia hierboven, waarin het hof matiging overigens afwees.
Waarom is terughoudendheid bij matiging belangrijk?
De rechter moet terughoudend omgaan met zijn matigingsbevoegdheid om de contractsvrijheid en rechtszekerheid te waarborgen. Partijen moeten erop kunnen vertrouwen dat hun afspraken worden gehandhaafd. Het te gemakkelijk matigen van een boete in een contract ondermijnt de preventieve functie van boetebedingen en stimuleert contractbreuk.
Welke belangen dient die terughoudendheid?
- Contractsvrijheid: partijen bepalen zelf hun contractvoorwaarden
- Rechtszekerheid: voorspelbaarheid van juridische consequenties
- Preventieve werking: boetes houden partijen aan hun woord
- Efficiëntie: voorkomt eindeloze schadeberekeningen achteraf
- Commerciële realiteit: ondernemers accepteren bewust risico’s
Het arrest Intrahof/Bart Smit (HR 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638) benadrukt dat de rechter pas mag ingrijpen als de boete tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Deze strenge maatstaf voorkomt dat rechters op basis van subjectieve billijkheidsoordelen contracten herschrijven. Tevens respecteert deze benadering de professionele inschatting van partijen over hun eigen belangen.
In commerciële verhoudingen tussen ervaren ondernemers weegt de terughoudendheid in de regel zwaar. Zij kunnen vaak over het beding onderhandelen en hebben het risico van een boete dan bewust aanvaard.
Toch blijft ruimte voor correctie bij evident excessieve boetes. Stel (fictief voorbeeld) dat een boete van € 100.000 wordt gevorderd voor een tekortkoming die € 500 schade veroorzaakt, zonder dat daar een rechtvaardiging voor is. Dan kan de rechter ingrijpen. Zulke gevallen zijn uitzonderingen op de hoofdregel van terughoudendheid.
Hoe verhouden redelijkheid en billijkheid zich tot matiging?
Artikel 6:248 lid 2 BW biedt een route naast matiging op grond van artikel 6:94 BW. Volgens die bepaling is een tussen partijen geldende regel niet van toepassing voor zover dat in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Een beroep op een boetebeding kan dus onder bijzondere omstandigheden geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt:
- een beroep op een boetebeding kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn, bijvoorbeeld als de schuldenaar het beding schond omdat de onderneming anders failliet zou gaan (HR 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4151, Ampatil);
- een schuldeiser die de schuldenaar op het verkeerde been heeft gezet over de boete, kan zijn recht op de boete voor een periode verliezen (HR 27 april 2007, Intrahof/Bart Smit, r.o. 5.2);
- ook bij artikel 6:248 lid 2 BW is terughoudendheid geboden (HR 17 december 2004, r.o. 3.3.2).
Het verschil tussen beide routes ligt in de toepassingsvoorwaarden. Het matigen van een boete in een contract via artikel 6:94 BW vereist dat de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, terwijl artikel 6:248 lid 2 BW vraagt of het beding in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar is. Beide maatstaven overlappen maar zijn niet identiek.
Let op het verschil met overmacht. Kan de tekortkoming de schuldenaar niet worden toegerekend (artikel 6:75 BW), dan is de boete al niet verschuldigd (artikel 6:92 lid 3 BW), tenzij het contract anders bepaalt. Een beroep op redelijkheid en billijkheid of op matiging is dan niet nodig.
Neem contact op met ons advocatenkantoor in Amsterdam voor persoonlijk juridisch advies over je specifieke situatie met contractuele boetes. Onze expertise in contractenrecht helpt je de juiste strategie te bepalen.
Welke praktische stappen onderneem je bij een boetekwestie?
Wanneer je geconfronteerd wordt met een boetebeding, doorloop je een strategisch stappenplan. Allereerst analyseer je de exacte contractbepalingen en verificeer je of correct in gebreke is gesteld. Vervolgens beoordeel je of de boete proportioneel is en of gronden voor matiging aanwezig zijn.
Je praktische checklist omvat:
- Contractanalyse: Bestudeer de precieze bewoordingen van het boetebeding
- Ingebrekestelling: Controleer of correcte procedure is gevolgd
- Schadevaststelling: Inventariseer werkelijke schade van de schuldeiser
- Toerekenbaarheid: ga na of de tekortkoming je kan worden toegerekend (artikel 6:75 BW); zo niet, dan is geen boete verschuldigd (artikel 6:92 lid 3 BW)
- Financiële impact: Bereken consequenties voor je onderneming
- Onderhandelingspotentieel: Verken mogelijkheden voor minnelijke schikking
- Juridische procedure: Overweeg formeel matigingsverzoek bij rechter
Word je om betaling van een boete gedagvaard, voer dan in je verweer primair aan dat de boete niet verschuldigd is (bijvoorbeeld omdat de ingebrekestelling ontbreekt of de tekortkoming je niet kan worden toegerekend) en vraag subsidiair om matiging. In een kort geding beslist de voorzieningenrechter alleen voorlopig.
Documentatie speelt een belangrijke rol in matigingsprocedures. Verzamel bewijsmateriaal over de werkelijke schade, de totstandkoming van het beding, de onderhandelingen en de omstandigheden waaronder de boete wordt ingeroepen. Daarmee onderbouw je je matigingsverzoek.
Hoe ontwikkelt de rechtspraak zich rond boetebedingen?
De maatstaf voor matiging is in de rechtspraak van de Hoge Raad stap voor stap uitgewerkt.
De belangrijkste uitspraken:
- 2000: een boete die in verhouding tot de schade buitensporig is, kan grond geven voor matiging (HR 11 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4779).
- 2007: matiging alleen bij een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat, met aandacht voor alle omstandigheden (HR 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638).
- 2011: ook een oneigenlijk boetebeding kan worden gematigd, maar alleen onder bijzondere omstandigheden (HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8098).
- 2013: een oneerlijk boetebeding in een consumentenovereenkomst moet geheel buiten toepassing blijven; matigen is dan niet genoeg (HvJ EU 30 mei 2013, C-488/11). De rechter toetst dat ambtshalve (HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691).
- 2018: het hof mocht meewegen dat de schuldeiser het beding had opgesteld en dat over de hoogte niet was onderhandeld (HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:207).
Wil je een boete laten matigen, onderbouw dan concreet waarom de boete in jouw omstandigheden buitensporig is. Wil je juist een boete afdwingen, zorg dan voor een duidelijk beding en een correcte ingebrekestelling.
Veelgestelde vragen over het matigen van een boete in een contract
Wanneer matigt de rechter een contractuele boete?
Alleen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 lid 1 BW). Volgens de Hoge Raad is dat pas zo als de boete in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. De rechter let op de verhouding tussen schade en boete, de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen (HR 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638).
Tot welk bedrag kan de rechter een boete matigen?
De rechter kan de schuldeiser niet minder toekennen dan de schadevergoeding waarop hij volgens de wet recht heeft (artikel 6:94 lid 1 BW). Lager dan die wettelijke schadevergoeding gaat de boete dus niet.
Matigt de rechter een boete uit zichzelf?
Nee, op grond van artikel 6:94 BW alleen op verlangen van de schuldenaar. Bij consumenten moet de rechter wel ambtshalve toetsen of het boetebeding oneerlijk is (HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691). Is het oneerlijk, dan laat hij het beding geheel buiten toepassing.
Kun je afspreken dat een boete niet voor matiging vatbaar is?
Nee. Een beding dat afwijkt van de matigingsbevoegdheid van artikel 6:94 lid 1 BW is nietig (artikel 6:94 lid 3 BW).
Kan een opzeg- of beëindigingsvergoeding worden gematigd?
Soms. Zo’n vergoeding kan een oneigenlijk boetebeding zijn. Artikel 6:94 BW kan dan van toepassing zijn, afhankelijk van de omstandigheden, en matiging is alleen mogelijk onder bijzondere omstandigheden (HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8098).
Primaire bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikel 6:75, 6:82, 6:83, 6:91, 6:92, 6:93, 6:94, 6:233, 6:235, 6:238, 6:247 en 6:248
- Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten
- HR 11 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4779, r.o. 3.5
- HR 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4151 (Ampatil), r.o. 3.3.2
- HR 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638 (Intrahof/Bart Smit), r.o. 5.2-5.3
- HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8098 (Subat), r.o. 3.3.4-3.4.4
- HvJ EU 30 mei 2013, C-488/11 (Asbeek Brusse en De Man Garabito), dictum punt 3
- HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691, r.o. 3.7.1-3.9.1
- Hof Arnhem-Leeuwarden 27 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:8060, r.o. 5.16
- HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:207, r.o. 3.4.1-3.5.2
Advocaten gespecialiseerd in contractuele boetes
Wil je weten of een boete in jouw zaak kan worden gematigd? Onze advocaten beoordelen je contract en je positie, en maken vooraf een prijsafspraak.