De Machineverordening (EU) 2023/1230 is van toepassing vanaf 20 januari 2027. Op die datum vervangt zij de Machinerichtlijn 2006/42/EG (artikel 51 lid 2 en artikel 54 Machineverordening). De verordening geldt rechtstreeks in alle lidstaten. Nieuw zijn onder meer eisen voor cyberbeveiliging en zelflerende software, digitale gebruiksaanwijzingen en een strengere conformiteitsbeoordeling voor machines in bijlage I.
De verordening is op 19 juli 2023 in werking getreden. Fabrikanten hebben dus ongeveer 42 maanden om hun processen en documentatie aan te passen. De regels over aangemelde instanties (artikelen 26 tot en met 42) gelden al sinds 20 januari 2024 (artikel 54, zoals gerectificeerd). Anders dan de richtlijn hoeft de verordening niet in nationale wetgeving te worden omgezet. De lidstaten moeten wel zelf onder meer de sancties vaststellen (artikel 50) en bepalen in welke taal de gebruiksaanwijzing moet zijn (artikel 10 lid 7).
Voor machines die al op de markt zijn, geldt overgangsrecht. Lidstaten mogen het op de markt aanbieden van producten die vóór 20 januari 2027 in overeenstemming met Richtlijn 2006/42/EG in de handel zijn gebracht, niet belemmeren. EG-typeonderzoekcertificaten en goedkeuringsbesluiten op grond van de richtlijn blijven geldig tot ze verlopen (artikel 52).
Waarom wordt de Machinery Directive vervangen?
De implementatie van de Machinery Directive 2006/42/EC in nationale wetgeving heeft geleid tot inconsistenties tussen lidstaten. Verschillende interpretaties van de regelgeving resulteerden in ongelijkheden bij productdekking, conformiteitsbeoordelingsprocedures en belangrijke gezondheids- en veiligheidseisen. De Europese Commissie identificeerde concrete tekortkomingen die aanpassing noodzakelijk maakten.
Technologische ontwikkelingen hebben nieuwe risico’s geïntroduceerd die de oude richtlijn onvoldoende adresseerde. Machine learning, kunstmatige intelligentie en autonoom werkende machines vragen om specifieke veiligheidsvereisten. Daarnaast creëerden digitale verbindingen tussen machines en externe systemen cybersecurity-risico’s die destijds niet voorzien waren.
De keuze voor een verordening in plaats van een richtlijn beperkt interpretatieverschillen tussen lidstaten, omdat er geen nationale omzetting meer nodig is. Machinefabrikanten in Amsterdam en andere Europese steden krijgen hierdoor te maken met uniforme regelgeving. Dat moet situaties voorkomen waarin een machine die conform is in Nederland, alsnog problemen ondervindt bij export naar Duitsland of Frankrijk vanwege afwijkende nationale interpretaties.
Hoe ziet de structuur van de nieuwe Machinery Regulation eruit?
De structuur van de verordening verschilt aanzienlijk van de vorige richtlijn. Waar fabrikanten gewend waren aan de volgorde van Annexen in Directive 2006/42/EC, presenteert de Machinery Regulation een volledig herziene indeling. Deze herstructurering verbetert de logische flow van informatie.
Noodzakelijke gezondheids- en veiligheidseisen zijn verplaatst van Annex I naar Annex III. Deze centrale vereisten vormen het fundament waaraan alle machines moeten voldoen. De verplaatsing maakt de structuur overzichtelijker voor juristen en technici die regelmatig met de regelgeving werken.
Annex I bevat nu de categorieën gevaarlijke machines, verdeeld in Deel A en Deel B. Deze tweedeling heeft directe consequenties voor de conformiteitsbeoordelingsprocedure. Machines in Deel A vereisen altijd betrokkenheid van een aangemelde instantie, ongeacht of geharmoniseerde normen volledig zijn toegepast.
Welke annexen zijn er precies?
De verordening omvat twaalf annexen die verschillende aspecten van machineconformiteit regelen. Annex IV specificeert de eisen voor technische documentatie, terwijl Annex V de structuur bepaalt voor de EU-conformiteitsverklaring en de inbouwverklaring voor onvolledige machines.
Conformiteitsbeoordelingsprocedures staan in de bijlagen VI tot en met X. Bijlage VI regelt de interne productiecontrole (module A), bijlage VII het EU-typeonderzoek (module B), bijlage VIII de conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole (module C) en bijlage IX de conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging (module H).
Bijlage X bevat de eenheidskeuring (module G), waarbij een aangemelde instantie elke afzonderlijke machine beoordeelt. Die procedure is vooral relevant voor maatwerk of kleine series. Bijlage XI bevat de eisen voor de montage-instructies van niet voltooide machines.
Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in de wezenlijke veiligheidseisen?
De essentiële gezondheids- en veiligheidseisen in bijlage III bevatten belangrijke toevoegingen. Volgens punt 1.1.2, onder e), moet de gebruiker de veiligheidsfuncties waar van toepassing kunnen testen. De fabrikant levert daarvoor de speciale uitrusting en, waar passend, een beschrijving van de functionele testprocedures.
Cyberbeveiliging is nieuw. Volgens punt 1.1.9 van bijlage III (bescherming tegen corruptie) mag de verbinding van een ander apparaat met de machine, ook via een apparaat op afstand, niet tot een gevaarlijke situatie leiden. Software en data die kritiek zijn voor de naleving van de essentiële eisen moeten als zodanig zijn aangemerkt en voldoende zijn beschermd tegen onbedoelde of opzettelijke corruptie.
De machine moet bewijs verzamelen van elke rechtmatige of onrechtmatige ingreep in de software of de configuratie (punt 1.1.9). Daarnaast moet het besturingssysteem een traceerlog mogelijk maken van de gegevens over een ingreep en van de versies van veiligheidssoftware die na het in de handel brengen zijn geüpload. Dat log moet vijf jaar na de upload beschikbaar zijn, uitsluitend om op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit de conformiteit aan te tonen (punt 1.2.1, onder f).
Welke nieuwe eisen gelden voor machine learning en AI?
Volgens punt 1.2.1, onder d), van bijlage III stelt de fabrikant de grenzen van de veiligheidsfuncties vast in zijn risicobeoordeling. Instellingen of regels die de machine of de operator genereert, mogen niet worden gewijzigd als dat tot gevaarlijke situaties kan leiden. Dat geldt ook tijdens de leerfase van de machine.
Software met zelflerend gedrag brengt eigen risico’s mee. Voor besturingssystemen van machines met volledig of gedeeltelijk zelflerend gedrag geldt dat de machine geen handelingen mag verrichten buiten haar vastgestelde taak- en bewegingsruimte. Gegevens over het veiligheidsgerelateerde besluitvormingsproces moeten worden vastgelegd en één jaar na het verzamelen worden bewaard, uitsluitend om op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde autoriteit de conformiteit aan te tonen (punt 1.2.1 van bijlage III).
Systemen met gedeeltelijk zelflerende eigenschappen mogen de inherente veiligheid van de machine niet compromitteren. Het moet te allen tijde mogelijk zijn de machine te corrigeren om de inherente veiligheid te handhaven (bijlage III, punt 1.2.1). Deze eisen weerspiegelen de groeiende rol van kunstmatige intelligentie in industriële automatisering.
Hoe werkt de conformiteitsbeoordeling onder de nieuwe verordening?
De conformiteitsbeoordelingsprocedure hangt af van het type machine en de toegepaste normen. Machines in bijlage I, deel A, volgen altijd een procedure waarbij een aangemelde instantie betrokken is (artikel 25 lid 2 Machineverordening). Fabrikanten kiezen tussen EU-typeonderzoek gevolgd door conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole (module B+C), volledige kwaliteitsborging (Module H), of eenheidskeuring (Module G).
Voor machines in bijlage I, deel B, mag de fabrikant ook kiezen voor interne productiecontrole (module A). Dat kan alleen als de machine is ontworpen en gebouwd volgens geharmoniseerde normen of gemeenschappelijke specificaties die specifiek zijn voor die categorie en alle relevante essentiële eisen dekken. Is dat niet zo, dan is een procedure met een aangemelde instantie verplicht: module B+C, H of G (artikel 25 lid 3). Machines die niet in bijlage I staan, volgen de interne productiecontrole (artikel 25 lid 4).
De Commissie kan bijlage I met gedelegeerde handelingen aanpassen: categorieën toevoegen, schrappen of van deel A naar deel B verplaatsen (artikel 6 lid 2). De lidstaten leveren daarvoor uiterlijk 20 juli 2025 en daarna elke vijf jaar gegevens aan (artikel 6 lid 9). De Commissie brengt uiterlijk 20 juli 2026 en daarna elke vijf jaar verslag uit over de lijst in bijlage I (artikel 53 lid 3; data volgens de rectificatie van 4 juli 2023).
Welke machines vallen onder Annex I Deel A?
Deel A van bijlage I telt zes categorieën: afneembare mechanische transmissie-inrichtingen met hun afschermingen, afschermingen voor die inrichtingen, hefbruggen voor voertuigen, draagbare schiethamers en andere slagmachines, en de twee categorieën met zelflerend gedrag hieronder.
Innovatieve technologie krijgt bijzondere aandacht. Veiligheidscomponenten met volledig of gedeeltelijk zelflerende eigenschappen die machine learning gebruiken voor veiligheidsfuncties, zijn toegevoegd aan Deel A. Hetzelfde geldt voor ingebouwde systemen in machines die dergelijke eigenschappen bezitten maar niet afzonderlijk op de markt worden gebracht.
Fabrikanten die systemen met kunstmatige intelligentie voor veiligheidstoepassingen ontwikkelen, moeten dus rekening houden met strengere conformiteitseisen. Daarnaast moet de Commissie sinds Verordening (EU) 2026/1744 bij gedelegeerde handeling eisen voor AI-systemen met een hoog risico aan bijlage III toevoegen. Die eisen gaan uiterlijk 2 augustus 2028 gelden (artikel 8 Machineverordening, zoals gewijzigd).
Wat betekent ‘substantiële wijziging’ volgens de nieuwe verordening?
De Machinery Regulation introduceert voor het eerst een wettelijke definitie van substantiële wijziging. Artikel 3, punt 16, omschrijft dit als een fysieke of digitale modificatie van een machine na het op de markt brengen of in gebruik nemen, die niet voorzien was door de fabrikant en die de veiligheid beïnvloedt door een nieuw gevaar te creëren of een bestaand risico te verhogen.
De definitie noemt twee situaties, die elk afzonderlijk volstaan. Het gaat om een wijziging die een nieuw gevaar creëert of een bestaand risico vergroot, waardoor (a) afschermingen of beveiligingsinrichtingen moeten worden toegevoegd en daarvoor het bestaande veiligheidsbesturingssysteem moet worden aangepast, of (b) aanvullende beschermingsmaatregelen nodig zijn voor de stabiliteit of mechanische sterkte. Wie een substantiële wijziging aanbrengt, geldt als fabrikant en moet de conformiteitsbeoordeling doorlopen. Dat geldt niet voor een niet-professionele gebruiker die zijn eigen machine voor eigen gebruik wijzigt (artikel 18).
De wettelijke definitie geeft meer houvast dan de richtlijn, die geen definitie kende. Of een wijziging substantieel is, blijft wel afhangen van een risicobeoordeling per geval.
Wanneer is een aanpassing geen substantiële wijziging?
Wijzigingen die de fabrikant al heeft voorzien of heeft meegenomen in het ontwerp, kwalificeren niet als substantieel. Wanneer een machine ruim is gedimensioneerd voor toekomstige uitbreidingen of opties, blijft gebruik binnen deze ontwerpcapaciteit buiten de definitie van substantiële wijziging.
Risicoanalyse bepaalt de classificatie. Als een wijziging geen nieuwe gevaren introduceert en bestaande risico’s niet verhoogt, geldt deze niet als substantieel. Het toevoegen van noodstopknoppen aan een machine, waarbij deze aangesloten worden op het bestaande noodstop-circuit zonder aanpassing van de veiligheidsbesturing, is in de regel geen substantiële wijziging.
Verbeteringen die de veiligheid verhogen zonder een nieuw gevaar te creëren of een bestaand risico te vergroten, vallen buiten de definitie. Plaatst een bedrijf na een risico-inventarisatie extra afschermingen, dan is dat in beginsel geen substantiële wijziging, zolang aan die voorwaarde is voldaan.
Hoe werken digitale gebruiksinstructies volgens de verordening?
Artikel 10 lid 7 staat fabrikanten toe de gebruiksaanwijzing in digitale vorm te leveren. De gebruiksaanwijzing moet duidelijk vermelden voor welk model zij geldt.
Drie voorwaarden gelden voor een digitale gebruiksaanwijzing. De fabrikant vermeldt op de machine, of als dat niet kan op de verpakking of in een begeleidend document, hoe de gebruiker de digitale instructies kan raadplegen. De gebruiker moet de instructies kunnen afdrukken, downloaden en opslaan, zodat hij er altijd bij kan, ook bij een storing. En de instructies blijven online beschikbaar tijdens de verwachte levensduur van de machine en ten minste 10 jaar na het in de handel brengen (artikel 10 lid 7, onder a tot en met c).
Hoe die toegang technisch wordt geregeld, bijvoorbeeld met een QR-code of internetadres, schrijft de verordening niet voor. De gebruiksaanwijzing en de veiligheidsinformatie moeten wel zijn opgesteld in een taal die gebruikers gemakkelijk begrijpen, zoals bepaald door de betrokken lidstaat, en moeten duidelijk en leesbaar zijn.
Welke uitzonderingen gelden voor digitale instructies?
Machines voor niet-professionele gebruikers vormen een belangrijke uitzondering. Wanneer een machine bedoeld is voor consumenten of onder redelijkerwijs voorzienbare omstandigheden door consumenten gebruikt kan worden, moet de fabrikant wezenlijke veiligheidsinformatie in papieren vorm leveren. Deze informatie omvat minimaal instructies voor veilige ingebruikname en gebruik.
Op verzoek van de gebruiker bij aankoop levert de fabrikant binnen één maand kosteloze papieren instructies. Deze verplichting geldt voor alle machines, ook professionele machines. De termijn van één maand kan lastig zijn voor op maat gemaakte machines waarbij de productietijd maanden of jaren bedraagt.
Ook een gebruiksaanwijzing die in de software van de machine is ingebouwd, moet aan de eis van afdrukken, downloaden en opslaan voldoen (artikel 10 lid 7, onder b). Aanvullende middelen zoals video’s of augmented reality kunnen de instructies verrijken, maar vervangen die niet.
Wat moet de EU-conformiteitsverklaring bevatten?
Bijlage V, deel A, geeft de inhoud van de EU-conformiteitsverklaring. Een nummer voor de verklaring is facultatief. Waar dat nodig is om de machine te identificeren, kan een voldoende duidelijke kleurenafbeelding worden opgenomen.
Bij verwijzing naar geharmoniseerde normen vermeldt de verklaring ook de datum waarop de referentie van de norm in het Publicatieblad is bekendgemaakt. Is een norm slechts gedeeltelijk toegepast, dan vermeldt de verklaring welke delen zijn toegepast (punt 7).
Ook een substantieel gewijzigde machine moet in de verklaring worden geïdentificeerd met product, type, model en partij- of serienummer (punt 1). Voor hijswerktuigen die blijvend in een gebouw worden geïnstalleerd en alleen op de plaats van gebruik kunnen worden gemonteerd, vermeldt de verklaring het adres van die plaats (punt 3).
Hoe verschilt de inbouwverklaring van de conformiteitsverklaring?
Onvolledige machines krijgen een inbouwverklaring in plaats van een conformiteitsverklaring. De inbouwverklaring vermeldt welke essentiële eisen uit bijlage III zijn toegepast en vervuld (bijlage V, deel B, punt 5). De verklaring vermeldt ook dat de niet voltooide machine niet in bedrijf mag worden gesteld totdat de machine waarin zij wordt ingebouwd, conform de verordening is verklaard (punt 8).
Montage-instructies vormen een belangrijk onderdeel. Annex XI specificeert uitgebreide eisen voor deze instructies. Ze bevatten zowel informatie over correcte montage als over het beoogde gebruik na integratie in de definitieve machine. De fabrikant van onvolledige machines moet informatie leveren die de fabrikant van de complete machine in staat stelt geschikte gebruiksinstructies voor eindgebruikers op te stellen.
De eisen in Annex XI omvatten technische beschrijvingen, tekeningen, waarschuwingen, installatie-instructies, en onderhoudsrichtlijnen. Voor onvolledige machines bestemd voor integratie in machines uit Annex III hoofdstukken 2 tot 6, moet relevante informatie worden verstrekt voor de gebruiksinstructies van deze machines.
Welke technische documentatie moet worden bijgehouden?
Annex IV specificeert de eisen voor technische documentatie. Deze documentatie, bekend als het technische dossier, moet aantonen dat de machine voldoet aan alle toepasselijke noodzakelijke gezondheids- en veiligheidseisen. Fabrikanten houden de documentatie en de EU-conformiteitsverklaring ten minste 10 jaar na het in de handel brengen of in bedrijf stellen beschikbaar voor de markttoezichtautoriteiten (artikel 10 lid 3).
De risicoanalyse vormt het fundament. Het dossier bevat een lijst van toepasselijke wezenlijke eisen, beschrijvingen van geïmplementeerde beschermingsmaatregelen, en indicaties van restrisico’s. Ontwerp- en fabricagetekeningen, schema’s van componenten, subassemblages en circuits completeren de documentatie.
Rapportages van uitgevoerde berekeningen, tests, inspecties en onderzoeken tonen conformiteit aan. Voor machines geproduceerd in series beschrijft het dossier interne maatregelen om continue conformiteit te waarborgen. De broncode of programmeerlogica van veiligheidsgerelateerde software moet op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit beschikbaar worden gesteld, als die autoriteit dat nodig heeft om de naleving te controleren.
Wat zijn de specifieke eisen voor software-documentatie?
Veiligheidsgerelateerde software krijgt bijzondere aandacht. Het technisch dossier moet op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde autoriteit de broncode of programmeerlogica van de veiligheidsgerelateerde software bevatten, voor zover dat nodig is om de naleving te controleren (bijlage IV, deel A, onder m).
Voor sensor-gevoede, op afstand bestuurde of autonome machines beschrijft de documentatie de algemene kenmerken, mogelijkheden en beperkingen van het systeem. Data, ontwikkelings-, test- en validatieprocessen worden gedocumenteerd wanneer veiligheidsgerelateerde handelingen door sensordata worden gestuurd.
Bij machines met zelflerend gedrag moet de besturing gegevens over veiligheidsgerelateerde beslissingen vastleggen en die één jaar na het verzamelen bewaren (bijlage III, punt 1.2.1). Deze eisen weerspiegelen de complexiteit van moderne besturingen en de behoefte aan transparantie bij AI-gestuurde veiligheidssystemen.
Wat zijn de gevolgen van niet-naleving?
Artikel 50 verplicht de lidstaten om sancties vast te stellen voor overtredingen door marktdeelnemers. Die sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en kunnen bij ernstige overtredingen strafrechtelijk zijn. De verordening noemt zelf geen boetebedragen.
Markttoezichtautoriteiten kunnen ingrijpen bij niet-naleving. Bij formele non-conformiteit, zoals een ontbrekende CE-markering, een onjuiste EU-conformiteitsverklaring of onvolledige technische documentatie, eist de lidstaat dat de marktdeelnemer dit herstelt. Blijft de non-conformiteit bestaan, dan beperkt of verbiedt de lidstaat het aanbieden van de machine of zorgt hij voor terugroeping of uit de handel nemen (artikel 46).
De lidstaten moesten hun sanctieregels uiterlijk 20 oktober 2026 aan de Commissie melden (artikel 50 lid 2, zoals gerectificeerd). Welke sancties in Nederland gelden, volgt uit de nationale uitvoeringswetgeving.
Hoe voorkom je juridische problemen met de nieuwe verordening?
Proactieve compliance begint met grondige kennis van de verordening. Fabrikanten downloaden Regulation (EU) 2023/1230 en analyseren welke wijzigingen hun specifieke machines betreffen. Bijzondere aandacht gaat uit naar de nieuwe eisen voor cyberbeveiliging, machine learning en digitale documentatie.
Risicoanalyse vormt de basis van elke compliance-strategie. Fabrikanten beoordelen of hun huidige machines voldoen aan de nieuwe belangrijke veiligheidseisen in Annex III. Specifieke aandacht gaat uit naar punt 1.1.9 van bijlage III (bescherming tegen corruptie) en punt 1.2.1 (veiligheid en betrouwbaarheid van besturingssystemen).
Voor bedrijven met netwerkverbindingen tussen machines geeft een kwetsbaarheidsanalyse inzicht in cyberbeveiligingsrisico’s. Implementatie van geschikte mitigatietechnologie volgt uit deze analyse. Beleidsdocumenten over cyberbeveiliging worden herzien of opgesteld, mogelijk met ondersteuning van externe consultants.
Veelgestelde vragen over de Machineverordening
Vanaf wanneer geldt de Machineverordening?
De Machineverordening (EU) 2023/1230 is van toepassing vanaf 20 januari 2027. Op die datum wordt de Machinerichtlijn 2006/42/EG ingetrokken. Enkele onderdelen gelden al eerder, zoals de regels over aangemelde instanties sinds 20 januari 2024 (artikel 51 lid 2 en artikel 54, zoals gerectificeerd).
Mag ik een machine die onder de Machinerichtlijn is goedgekeurd na 20 januari 2027 nog verkopen?
Ja, als die machine vóór 20 januari 2027 in overeenstemming met Richtlijn 2006/42/EG in de handel is gebracht. Lidstaten mogen het verder aanbieden daarvan niet belemmeren. EG-typeonderzoekcertificaten blijven geldig tot ze verlopen (artikel 52). Een machine die je na die datum in de handel brengt, moet aan de verordening voldoen.
Welke machines vallen onder bijlage I?
Bijlage I bevat categorieën met een ernstig inherent risico. Deel A noemt onder meer hefbruggen voor voertuigen, draagbare schiethamers en veiligheidscomponenten met zelflerend gedrag; daarvoor is altijd een aangemelde instantie nodig (artikel 25 lid 2). Deel B noemt onder meer cirkelzagen, persen en logische eenheden voor veiligheidsfuncties.
Mag ik de gebruiksaanwijzing alleen digitaal leveren?
In beginsel wel (artikel 10 lid 7). Vraagt de gebruiker bij aankoop om een papieren versie, dan lever je die binnen een maand kosteloos. Is de machine bedoeld voor of redelijkerwijs bruikbaar door niet-professionele gebruikers, dan lever je de essentiële veiligheidsinformatie altijd op papier.
Wanneer word ik fabrikant als ik een machine aanpas?
Als je een substantiële wijziging aanbrengt in de zin van artikel 3, punt 16. Dan geld je als fabrikant en moet je de conformiteitsbeoordeling doorlopen (artikel 18). Een niet-professionele gebruiker die zijn eigen machine voor eigen gebruik wijzigt, valt daar niet onder.
Primaire bronnen
- Verordening (EU) 2023/1230 betreffende machines: artikelen 3, 6, 8, 10, 18, 25, 46, 50 tot en met 54 en bijlagen I, III, IV, V en XI
- Rectificatie van Verordening (EU) 2023/1230, PB L 169 van 4 juli 2023 (data in artikelen 6, 50, 51, 52, 53 en 54)
- Verordening (EU) 2026/1744 (Digital Omnibus on AI), artikel 3 (wijziging artikel 8 Machineverordening)
Hoe bereid je je organisatie voor op 20 januari 2027?
Wil je juridische zekerheid over je positie onder de nieuwe Machinery Regulation? Gespecialiseerde advocaten in Amsterdam analyseren je specifieke situatie en adviseren over de optimale strategie. Van risicoanalyse tot documentatie-eisen, professionele begeleiding voorkomt kostbare fouten.
De transitieperiode tot januari 2027 biedt tijd voor grondige voorbereiding. Organisaties starten met een gap-analyse: welke aspecten van de huidige compliance voldoen niet aan de nieuwe eisen? Deze analyse identificeert prioriteiten en vormt de basis voor een implementatieplan.
Medewerkers betrekken bij de transitie vergroot het draagvlak. Technische teams, kwaliteitsmanagers en juridische adviseurs werken samen aan een gecoördineerde aanpak. Regelmatige updates over ontwikkelingen in geharmoniseerde normen en guidance documents houden de organisatie voorbereid.
Leveranciers en partners spelen een belangrijke rol. Fabrikanten van onvolledige machines moeten tijdig inbouwverklaringen en montage-instructies aanpassen aan de nieuwe eisen in Annex XI. Dialoog met leveranciers waarborgt dat de gehele toeleveringsketen gereed is voor de transitie.
Neem contact op met een gespecialiseerd advocatenkantoor in Amsterdam voor persoonlijk juridisch advies over implementatie van de Machinery Regulation in je organisatie. Proactieve voorbereiding voorkomt discontinuïteit in je productie en markttoegang.