Gepubliceerd op · Laatst bijgewerkt op

Onderzoeksplicht bij de koop van een paard

Gepubliceerd · bijgewerkt

Koop je een paard met een verborgen gebrek, dan kun je de koop soms ongedaan maken: door ontbinding als het paard niet aan de overeenkomst beantwoordt (artikel 7:17 BW) of door vernietiging wegens dwaling (artikel 6:228 BW). Je moet zelf redelijk onderzoek doen, maar de verkoper moet hem bekende, relevante feiten in beginsel uit zichzelf melden. Meld een gebrek tijdig (artikel 7:23 BW).

De onderzoeksplicht bij de koop van een paard is belangrijk wanneer je als koper een paard koopt. Omgekeerd is de mededelingsplicht bij de verkoop van een paard minstens zo belangrijk. Hoe deze twee plichten zich tot elkaar verhouden, bepaalt de positie van zowel de verkoper als de koper. In een uitspraak van 16 december 2022 van de Hoge Raad over de verkoop van een in 1910 gebouwd zeilcharterschip ging het precies over die verhouding. Onze specialist hippisch recht Puck Hoendervanger ziet dat deze uitspraak óók relevant is voor een verkoper van een paard. De Hoge Raad herhaalde het uitgangspunt dat een koper, ook een onvoorzichtige koper, in het algemeen niet kan worden tegengeworpen dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan, als de verkoper een mededelingsplicht had maar hem bekende, relevante feiten niet heeft gemeld. In die zaak bood de koopovereenkomst de koper uitdrukkelijk de mogelijkheid het schip te laten keuren, en had het hof geoordeeld dat de koper zijn onderzoeksplicht had geschonden. De Hoge Raad vernietigde dat oordeel: het hof had het uitgangspunt ofwel miskend, ofwel een uitzondering onvoldoende gemotiveerd (ECLI:NL:HR:2022:1870, rov. 3.1.5). Een uitzondering is dus mogelijk bij bijzondere omstandigheden, maar de rechter moet die dan motiveren. Trekken we die lijn door naar de paardenkoop, dan kan een verkoper die relevante feiten heeft verzwegen, zich in beginsel niet verweren met het argument dat de koper het paard niet door een dierenarts heeft laten keuren, ook als de koper daartoe wel in de gelegenheid was.

In deze blog legt onze specialist hippisch recht daarom aan de hand van een voorbeeld uit dat met name (professionele) verkopers van paarden baat hebben bij een vertaling van deze uitspraak naar de hippische praktijk. Uiteraard volgt hierna ook een korte uitleg van de mededelingsplicht en onderzoeksplicht. Daarnaast worden de mogelijke gevolgen genoemd van een eventuele niet-naleving van de mededelingsplicht. Want als een koper terecht naar de rechter stapt, zijn de (financiële) gevolgen groot.  Ons team adviseert ook over schadevergoeding vorderen.

Wat houden mededelingsplicht en onderzoeksplicht in bij paardenkoop?

Bij de koop van een paard mag een koper in beginsel uitgaan van de juistheid van de mededelingen van de verkoper. Daarnaast moet de verkoper de koper inlichten als hij, gelet op wat hij over diens onjuiste voorstelling wist of behoorde te weten, de koper had behoren in te lichten (artikel 6:228 lid 1 onder b BW). Volgens de Hoge Raad gaat het dan om bij de verkoper bekende feitelijke gegevens die relevant zijn voor de vraag welke eigenschappen de koper met het oog op het beoogde gebruik mocht verwachten (HR 14 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0407, rov. 3.4.2). Dat noemen we de mededelingsplicht.

Wanneer er bij de koper twijfel ontstaat over de eigenschappen van een paard, of wanneer hij informatie wil hebben die voor zijn beslissing om het paard te kopen van belang kan zijn, ligt het op zijn weg om onderzoek te doen. Dat noemen we de onderzoeksplicht bij de koop van een paard. Die plicht staat niet met zoveel woorden in de wet, maar volgt uit de regels over dwaling en non-conformiteit. Een dwaling kan voor rekening van de koper blijven, bijvoorbeeld op grond van de in het verkeer geldende opvattingen (artikel 6:228 lid 2 BW). En een koper die bij de koop wist of redelijkerwijs kon weten dat het paard niet aan de overeenkomst beantwoordt, kan zich daar niet op beroepen (artikel 7:17 lid 5 BW).

De mededelingsplicht en onderzoeksplicht staan dus met elkaar in verbinding. De vraag of een koper van een paard te weinig onderzoek heeft gedaan naar de eigenschappen (of gezondheid) van een paard, of dat een verkoper ten onrechte bepaalde informatie niet met de koper heeft gedeeld, speelt bij de koop en verkoop van paarden een grote rol. 

Het komt namelijk vaak voor dat een koper van een paard teleurgesteld is. Dan zou men kunnen stellen dat het paard niet aan zijn gerechtvaardigde verwachtingen voldoet of dat de koper een onjuiste voorstelling van de eigenschappen van het paard had. De koper stelt dan dat het paard niet aan de overeenkomst beantwoordt of dat hij heeft gedwaald ten aanzien van de eigenschappen van het paard. In dat geval speelt dus vaak de vraag of partijen hebben voldaan aan hun mededelingsplicht en onderzoeksplicht. In een gerechtelijke procedure zal de rechter over die specifieke vraag moeten oordelen.

Wat gaat voor: mededelingsplicht of onderzoeksplicht?

De Hoge Raad (de hoogste rechter in Nederland) oordeelde al in 1990: had een partij vóór het sluiten van de overeenkomst bepaalde inlichtingen moeten geven om te voorkomen dat de wederpartij zich een onjuiste voorstelling van zaken maakte, dan verzet de goede trouw zich er in het algemeen tegen dat zij een beroep op dwaling afweert met het argument dat de wederpartij de dwaling aan zichzelf heeft te wijten (HR 21 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0088, Van Geest/Nederlof, rov. 3.2). Die regel beschermt juist ook de onvoorzichtige koper (rov. 3.4). Kortom, een koper mag in beginsel afgaan op de juistheid van de mededelingen van de verkoper, en de mededelingsplicht van de verkoper gaat in beginsel vóór de onderzoeksplicht van de koper. Wanneer een koper twijfel heeft, of iets zeker wil weten, dan ligt het op zijn weg om verder onderzoek te doen. Er moet dus niet worden afgewogen welke partij het meest te verwijten valt; dat had het hof in de zaak Van Geest/Nederlof gedaan, en de Hoge Raad vond dat onjuist. Bijzondere omstandigheden kunnen wel een uitzondering rechtvaardigen (HR 14 november 2008, rov. 3.4.2).

Wanneer is een paard non-conform?

Een paard is juridisch geen zaak, maar de regels over zaken, zoals die over koop, gelden in beginsel ook voor dieren (artikel 3:2a BW). Het paard moet daarom aan de overeenkomst beantwoorden: het moet de eigenschappen bezitten die je als koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten, mede gelet op de aard van het paard en de mededelingen die de verkoper erover heeft gedaan. Je mag verwachten dat het paard de eigenschappen heeft die nodig zijn voor een normaal gebruik en waarvan je de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen, en ook de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de koop is voorzien, zoals dressuur (artikel 7:17 lid 1 en 2 BW). Wist je bij de koop van de afwijking, of kon je die redelijkerwijs weten, dan kun je je er niet op beroepen (artikel 7:17 lid 5 BW).

Koop je als particulier van een handelaar of manege, dan is het in de regel een consumentenkoop (artikel 7:5 lid 1 onder a BW). Openbaart een afwijking zich dan binnen een jaar na aflevering, dan wordt vermoed dat het paard al bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of van de afwijking zich daartegen verzet (artikel 7:18a lid 2 BW). Bij een koop tussen twee particulieren geldt dat vermoeden niet.

Welke remedies heb je bij een non-conform paard?

Onze specialist hippisch recht Puck Hoendervanger verwacht dat deze uitspraak over de mededelingsplicht en onderzoeksplicht van de Hoge Raad gevolgen zal hebben voor discussies over de non-conformiteit van een paard. In de kern herhaalt de Hoge Raad dat de mededelingsplicht van de verkoper in beginsel vóórgaat op een eventuele onderzoeksplicht van de koper. In beginsel dus ook als een koper een paard niet voorafgaand aan de koop door een dierenarts laat keuren, terwijl de verkoper de koper daartoe wel in de gelegenheid stelt.

Stel:

De koper van een jong paard van bijna 4 jaar oud laat het paard niet voorafgaand aan de koop keuren. Het paard was toen het drie jaar oud was volledig (zowel klinisch als röntgenologisch) gekeurd en geschikt voor het beoogde doel (dressuur) bevonden. Nadat het paard een aantal maanden bij de koper is, blijkt dat het paard een ernstige blessure heeft aan de nek en dat dit gebrek mogelijk op het moment van de koop met een röntgenologische keuring had kunnen worden vastgesteld.

Uiteindelijk blijkt dat de ruiter die het paard in opdracht van de verkoper zadelmak heeft gemaakt, aan de verkoper heeft meegedeeld dat het paard een keer zwaar in zijn halster heeft gehangen toen het op de poetsplaats stond. Het paard heeft vervolgens tijdens het rijden veelvuldig met het hoofd geschud en had duidelijk extra moeite met het behouden van aanleuning. Het paard heeft toen op verzoek van de verkoper een aantal maanden rust gekregen op het land en aansluitend werd het paard verkocht.

In dit geval gaat de mededelingsplicht dus in beginsel vóór de onderzoeksplicht bij de koop van een paard. Het incident en het hoofdschudden zijn belangrijke informatie voor de koper, en het is aannemelijk dat de koper op basis van die mededeling het paard bijvoorbeeld opnieuw röntgenologisch zou laten keuren of zelfs van de koop zou afzien. Dit betekent dat de verkoper het incident en het hoofdschudden aan de koper had moeten melden: de mededelingsplicht. Nu de verkoper dit niet heeft gedaan, kan hij zich in beginsel niet verweren met de stelling dat de koper het paard niet heeft laten keuren (en dus niet aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan) en dat de onjuiste voorstelling van zaken daarom voor risico van de koper moet komen. Met andere woorden: de koper kan in beginsel een beroep doen op non-conformiteit of dwaling, ook al heeft hij het paard niet voorafgaand aan de koop laten keuren en zou de blessure op röntgenfoto’s wel aan het licht zijn gekomen, tenzij bijzondere omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen. Hij moet het gebrek wel tijdig aan de verkoper melden (zie uitleg remedies hieronder).

Deze uitspraak van de Hoge Raad is dus een belangrijke reminder voor verkopers van paarden om kopers goed te informeren en die mededelingen ook duidelijk vast te leggen in de koopovereenkomst. 

Zo kan worden voorkomen dat de koper later betwist dat de verkoper bepaalde feiten of omstandigheden heeft meegedeeld. Kan de verkoper dat niet aantonen, dan staat hij in een procedure zwak.

Er zijn verschillende acties die een koper kan ondernemen wanneer hij meent dat een paard non-conform is. Hij kan nakoming eisen, zoals herstel (bijvoorbeeld een behandeling) of vervanging, voor zover dat bij een paard redelijkerwijs mogelijk is (artikel 7:21 BW). Hij kan de koop ook geheel of gedeeltelijk ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding niet rechtvaardigt. Is herstel nog mogelijk, dan moet de verkoper eerst in verzuim zijn, meestal na een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke termijn (artikel 6:265 BW en 6:82 BW). Een gedeeltelijke ontbinding komt neer op een evenredige vermindering van de prijs (artikel 6:270 BW). Bij een consumentenkoop gelden voor ontbinding en prijsvermindering de regels van artikel 7:22 BW. Na ontbinding moeten de prestaties ongedaan worden gemaakt: het paard gaat terug en de verkoper betaalt de koopprijs terug (artikel 6:271 BW). Heeft de koper gedwaald, dan kan hij de koop vernietigen (artikel 6:228 BW); de vernietiging werkt terug tot het moment van de koop (artikel 3:53 BW). Let op: wie niet binnen bekwame tijd klaagt nadat hij het gebrek heeft ontdekt of had behoren te ontdekken, kan zich niet meer op non-conformiteit beroepen (artikel 7:23 lid 1 BW).

In een aantal gevallen kan een koper ook schadevergoeding vorderen, als de tekortkoming de verkoper kan worden toegerekend en, zolang nakoming niet blijvend onmogelijk is, de verkoper in verzuim is (artikel 6:74 BW). Denk aan kosten die de koper voor het paard heeft gemaakt, zoals pensionstal, dierenarts, hoefsmid en voer. Onder omstandigheden kan een koper ook vergoeding vorderen van nodeloos gemaakte kosten, zoals inschrijfgeld voor een wedstrijd of clinic. Het gaat alleen om schade die zo nauw samenhangt met de tekortkoming dat zij de verkoper als gevolg daarvan kan worden toegerekend (artikel 6:98 BW). De koper moet de schade bovendien kunnen aantonen, bijvoorbeeld met facturen.

Kortom, er zijn verschillende remedies mogelijk tegen een non-conformiteit van een paard en de verkoper kan door een rechter veroordeeld worden tot het betalen van schadevergoeding.  

Veelgestelde vragen over de koop van een paard

Kan ik de aankoop van een paard ongedaan maken?

Ja, in een aantal gevallen. Beantwoordt het paard niet aan de overeenkomst, dan kun je de koop ontbinden, tenzij de afwijking gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis dat niet rechtvaardigt (artikel 7:17 en 6:265 BW); bij een consumentenkoop gelden de regels van artikel 7:22 BW. Heb je gedwaald, bijvoorbeeld doordat de verkoper relevante feiten verzweeg, dan kun je de koop vernietigen (artikel 6:228 BW). Alleen omdat het paard je tegenvalt, kun je de koop in beginsel niet ongedaan maken. Spreek daarom eventueel een proefperiode af in de koopovereenkomst.

Wat doe je als je een paard hebt gekocht met een verborgen gebrek?

Meld het gebrek aan de verkoper binnen bekwame tijd nadat je het hebt ontdekt of had behoren te ontdekken (artikel 7:23 lid 1 BW). Ontbreekt een eigenschap die het paard volgens de verkoper had, of gaat het om feiten die hij kende of behoorde te kennen maar niet heeft gemeld, dan telt de termijn vanaf de ontdekking. Bij een consumentenkoop is een melding binnen twee maanden na ontdekking op tijd. Laat het gebrek door een dierenarts vastleggen. Je rechtsvorderingen en verweren op grond van het gebrek verjaren twee jaar na je melding, al kun je tegen een vordering tot betaling van de prijs ook daarna nog prijsvermindering of schadevergoeding inroepen (artikel 7:23 lid 2 BW); die termijn loopt niet zolang je je rechten door opzet van de verkoper niet kunt uitoefenen (lid 3).

Wat is de onderzoeksplicht van de koper?

Twijfel je over de eigenschappen van het paard, of wil je iets zeker weten, dan ligt het op jouw weg om onderzoek te doen. Doe je dat niet, dan kan een dwaling voor jouw rekening blijven (artikel 6:228 lid 2 BW), en wat je bij de koop wist of redelijkerwijs kon weten, kun je later niet als gebrek aanvoeren (artikel 7:17 lid 5 BW). Heeft de verkoper relevante feiten verzwegen, dan kan hij je in beginsel niet tegenwerpen dat je te weinig hebt onderzocht (HR 21 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0088; HR 16 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1870).

Moet ik een paard laten keuren bij aankoop?

De wet verplicht je niet tot een keuring. Of van een koper een keuring door een deskundige mag worden verwacht, hangt af van de omstandigheden; het enkele feit dat je ondeskundig bent, verplicht je daar niet toe (HR 21 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0088, rov. 3.3, over een tweedehands auto). Zonder keuring loop je wel het risico dat een gebrek dat je bij een keuring had kunnen ontdekken, voor jouw rekening blijft, zoals het hof in de scheepszaak van 2022 oordeelde voordat de Hoge Raad dat oordeel vernietigde: het hof had het uitgangspunt over de mededelingsplicht miskend of een uitzondering onvoldoende gemotiveerd.

Wat zet je in een koopcontract voor een paard?

Leg in ieder geval vast: de identiteit van het paard (naam, paspoort- en chipnummer), de prijs en de betaling, het beoogde gebruik (bijvoorbeeld dressuur of springen), wat de verkoper heeft gemeld over gezondheid, blessures en gedrag, de uitslag van een eventuele keuring en wie die betaalt (de wet regelt dat niet), het moment van aflevering, waarna het paard voor risico van de koper is (artikel 7:10 lid 1 BW; bij een consumentenkoop waarbij het paard bij je wordt bezorgd, pas vanaf het moment dat je het ontvangt, artikel 7:11 BW), en eventueel een proefperiode. Bij een consumentenkoop kun je de rechten van de koper bij een tekortkoming niet beperken of uitsluiten (artikel 7:6 lid 1 BW).

Primaire bronnen

Wanneer schakel je een advocaat paardenrecht in?

Wil je (algemeen) advies inwinnen over de mededelingsplicht en onderzoeksplicht bij de koop van een paard, of ben je als verkoper aangesproken door een teleurgestelde koper? Schakel dan onze specialist hippisch recht in (Puck Hoendervanger). Samen met jou bekijkt zij de zaak en brengt zij je juridische positie in kaart. Ons advocatenkantoor in Amsterdam helpt je graag verder.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?