Een distributieovereenkomst voor onbepaalde tijd is in beginsel opzegbaar, ook als het contract geen opzegregeling bevat. De eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW) kunnen wel meebrengen dat je een redelijke opzegtermijn in acht neemt, een (schade)vergoeding aanbiedt of in bijzondere gevallen een zwaarwegende grond nodig hebt (HR 28 oktober 2011). Een overeenkomst voor bepaalde tijd is in de regel niet tussentijds opzegbaar.
Een distributieovereenkomst is een duurovereenkomst zonder eigen wettelijke regeling. Onze advocaat voor distributiecontracten bespreekt hieronder de voornaamste zaken. Ons team adviseert ook over opzeggen importeursovereenkomst.
Wat is de definitie van een distributieovereenkomst?
Een distributieovereenkomst kan het beste worden gedefinieerd als een overeenkomst tussen een fabrikant en een distributeur over de verkoop en levering van producten of diensten. De distributeur verkoopt vervolgens diensten of producten voor eigen rekening en onder eigen naam aan afnemers. De distributieovereenkomst is een onbenoemde overeenkomst naar Nederlands recht. In een distributieovereenkomst is veel vastgelegd, denk hierbij aan: de duur van de overeenkomst, het toepasselijk recht, de bevoegde rechter, maar ook de exclusiviteit van een bepaald contractgebied, verkoopdoelen etc.
Welke regels gelden voor het beëindigen van een distributiecontract?
Stel, je gaat als fabrikant, leverancier, bemiddelaar, distributeur, handelsagent een samenwerking aan die gericht is op een voortdurende prestatie (je sluit bijvoorbeeld herhaaldelijk koopovereenkomsten of biedt herhaaldelijk diensten aan). In het juridisch jargon spreken we dan over een duurovereenkomst. Onder die paraplu van een samenwerking, kunnen bijvoorbeeld meerdere koopovereenkomsten worden gesloten, of het aangaan van diensten als bijvoorbeeld handelsagent. Onze distributierecht specialist zal ingaan op het gegeven dat het opzeggen van een distributieovereenkomst of agentuurovereenkomst is gebonden aan juridische kaders. Voor een agentuurovereenkomst ligt dat in Nederland iets meer vast, omdat het Burgerlijk Wetboek daarvoor een eigen afdeling kent (artikel 7:428 en verder BW), met onder meer een wettelijke opzegtermijn (artikel 7:437 BW).
Hoe werkt de opzegging van een distributieovereenkomst?
Vaak wordt er in het distributiecontract een zogenoemde opzegregeling overeengekomen. Hierin staat de looptijd van het distributiecontract, maar ook de termijn die in acht moet worden genomen om een opzegging aan te kondigen. Dat kan bijvoorbeeld 6 of 12 maanden zijn. Wanneer er niets is geregeld, kijken we bij het opzeggen van een distributieovereenkomst in Nederland meer naar de jurisprudentie, oftewel wat de rechters in Nederland ‘redelijk en billijk’ vinden bij het opzeggen van een duurovereenkomst. Het begrijpen van de complexiteit rondom de beëindiging van dergelijke overeenkomsten is belangrijk voor beide partijen, i.e. fabrikant en distributeur, om hun belangen te beschermen en een harmonieuze zakelijke relatie te behouden. In deze blog informeert onze advocaat contractenrecht over het op juiste wijze opzeggen van een duurovereenkomst.
Wat is het verschil tussen ontbinden en opzeggen?
Allereerst informeren we je er graag over dat er een verschil bestaat tussen het ‘ontbinden’ en het ‘opzeggen’ van een distributieovereenkomst. Die terminologie zien wij in de handelspraktijk veelvuldig door elkaar lopen, maar er zijn verschillen. Wees altijd terughoudend met het ‘beëindigen’ van een distributieovereenkomst, omdat je daarmee juridisch minder zegt. Dat kan namelijk zowel een ontbinding als een opzegging inhouden.
Kort samengevat: je kunt een distributieovereenkomst ontbinden als de andere partij tekortschiet in de nakoming (artikel 6:265 BW). Die tekortkoming hoeft niet toerekenbaar te zijn. Ontbinding is wel uitgesloten als de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding niet rechtvaardigt. Is nakoming nog mogelijk, dan moet de andere partij eerst in verzuim zijn. Bij het opzeggen van een distributieovereenkomst respecteer je de contractuele opzeggingsgronden, dan wel de termijn die staat voor een (regelmatige) opzegging, al dan niet door het voorstellen van een bijkomende (schade)vergoeding.
Welke rol spelen redelijkheid en billijkheid bij de opzegging?
Bij de opzegging van een duurovereenkomst kunnen de redelijkheid en billijkheid een belangrijke rol vervullen. Heeft een distributieovereenkomst bijvoorbeeld tientallen jaren geduurd, dan kan een langere opzegtermijn nodig zijn. Is de afhankelijkheid beperkt of is de schade door de opzegging klein, dan kan een kortere termijn volstaan. We noemen dat de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, zie artikel 6:248 lid 1 BW.
Tegelijkertijd kan het ook zo zijn dat de distributieovereenkomst voorziet in een tamelijk korte opzegtermijn, maar dat het onaanvaardbaar is dat er op die korte termijn een beroep wordt gedaan. Het kan namelijk zo zijn dat er direct een probleem optreedt in de relatie van de distributeur met zijn afnemers, of dat de distributeur door deze korte termijn dreigt om te vallen. Er kan dan een beroep gedaan worden op de beperkende (of derogerende) werking van de redelijkheid en billijkheid, zie artikel 6:248 lid 2 BW.
Kortom, of er nu iets wél of niet in een contract is opgenomen kan worden gecorrigeerd op grond van de redelijkheid en billijkheid. Het is daarom belangrijk alle feiten en omstandigheden van het geval te betrekken bij een opzegging van een distributieovereenkomst, of bij het voeren van verweer tegen een opzegging (een zogeheten vordering tot nakoming (artikel 3:296 BW) van de contractuele prestaties).
Is de distributieovereenkomst wettelijk geregeld?
Het Burgerlijk Wetboek kent geen bijzondere regeling voor distributieovereenkomsten. Anders dan de agentuurovereenkomst (artikel 7:428 en verder BW) en de franchiseovereenkomst (artikel 7:911 en verder BW) heeft de distributieovereenkomst in Nederland geen eigen wettelijke basis. Je valt daarom terug op de algemene regels van het verbintenissen- en overeenkomstenrecht, op het distributiecontract zelf en op uitspraken van de Nederlandse rechter, de NCC of arbitrage-instituten (voor zover gepubliceerd).
Aan welke eisen moet een opzegging voldoen?
In beginsel opzegbaar
In de regel kan een distributieovereenkomst voor onbepaalde tijd worden opgezegd, ook als het contract niets over opzegging zegt. Dat is het vertrekpunt. De vraag is dus niet of een opzegging van een distributiecontract maatschappelijk aanvaardbaar is, maar wat de redelijkheid en billijkheid in het concrete geval vragen. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kunnen de “eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat” (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854).
Redelijke opzegtermijn
Daarnaast kan uit dezelfde eisen voortvloeien dat je een bepaalde opzegtermijn in acht neemt (HR 28 oktober 2011). Zeker wanneer partijen al vele jaren zaken met elkaar doen, is een abrupte opzegging riskant. Een vaste rekenregel bestaat niet. De termijn hangt af van de omstandigheden van het geval, zoals de afhankelijkheid van de distributeur en zijn investeringen.
Een derde element is dat de opzegging soms gepaard moet gaan met een aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. Dat kan het geval zijn als de opzegging direct tot schade leidt, bijvoorbeeld omdat de distributeur investeringen heeft gedaan die nog moeten worden terugverdiend, en het redelijk is die schade te vergoeden.
Zwaarwegende grond
Ten slotte kan in bijzondere gevallen een zwaarwegende grond nodig zijn voor de opzegging. Volgens vaste rechtspraak kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid, gelet op de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, dat meebrengen (HR 28 oktober 2011; HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4163). De lat ligt hoog: dat een distributeur voor een groot deel van zijn omzet afhankelijk is en de relatie al jaren duurt, maakt een zwaarwegende grond niet zonder meer nodig. Die omstandigheden kunnen wel leiden tot een langere opzegtermijn of een vergoeding.
Kortom, bij de opzegging moet altijd worden getoetst of gegeven de omstandigheden:
• daarvoor een zwaarwegende grond nodig is
• een (langere) opzegtermijn nodig is
• het betalen van een schadevergoeding nodig is
Is opzegging mogelijk? Bij distributieovereenkomsten voor bepaalde tijd kan er in principe niet tussentijds worden opgezegd, tenzij dat is overeengekomen of uit de wet volgt. Bij distributieovereenkomsten voor onbepaalde tijd is opzegging in principe wel mogelijk. Een beroep op een opzeggingsbevoegdheid kan onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (artikel 6:248 lid 2 BW). Dat je geen bijzondere reden voor de opzegging hebt, maakt de opzegging op zichzelf niet ongeldig; een zwaarwegende grond is alleen nodig als de omstandigheden dat meebrengen. Onze distributieadvocaten bij distributieconflicten kunnen je hierover ondersteunen.
Wat besliste de Hoge Raad in SMQ/Goglio?
Een leidend arrest bij de opzegging van een duurovereenkomst is het arrest SMQ/Goglio (HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141), waarin de Hoge Raad het volgende heeft uitgemaakt:
Of en, zo ja, onder welke voorwaarden een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan, opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Indien wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is.
Op grond van art. 6:248 lid 1 BW kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat.
Die eisen kunnen voorts in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.
Ook als de wet of een duurovereenkomst wel voorziet in een regeling van de opzegging, kunnen, indien de wet en hetgeen tussen partijen is overeengekomen daarvoor ruimte laten, de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval op grond van art. 6:248 lid 1 BW meebrengen dat aan de opzegging nadere eisen gesteld worden.
Een beroep op een uit de wet of een overeenkomst voortvloeiende bevoegdheid om de overeenkomst op te zeggen kan op grond van art. 6:248 lid 2 BW onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.
Opmerking verdient dat het hiervoor in 3.6.2 overwogene niet wegneemt dat het mogelijk is dat een voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomst naar de bedoeling van partijen niet-opzegbaar is. De wederpartij van degene die zich op de niet-opzegbaarheid beroept, kan daartegen, overeenkomstig het hiervoor in 3.6.4 overwogene, onder omstandigheden een beroep doen op, kort gezegd, de art. 6:248 lid 2 BW en 6:258 BW
Welke opzegtermijnen moeten in acht worden genomen?
Resumerend, als er geen opzegtermijn is overeengekomen in een distributieovereenkomst, wordt in de literatuur wel betoogd dat een opzegtermijn van drie maanden het minimum is. Bij een looptijd van meer dan twee jaar zou deze termijn moeten worden verlengd tot zes maanden. Bij een looptijd van meer dan vier jaar kan de termijn variëren van acht tot twaalf maanden. Bij een looptijd van tien jaar of langer kan de termijn zelfs één tot drie jaar bedragen.
Let wel: deze termijnen zijn indicaties uit de literatuur en de praktijk, geen regels uit wet of rechtspraak, en ze lopen onderling uiteen. Alle omstandigheden van het geval spelen een rol. Per casus moet worden bezien wat redelijk is.
Wat zijn de gevolgen van ondeugdelijke opzegging met een te korte opzegtermijn?
Het is onduidelijk wat de gevolgen zijn van opzegging met een te korte opzegtermijn. Soms kan dit ertoe leiden dat er opnieuw moet worden opgezegd met inachtneming van de juiste termijn. In andere gevallen kan de rechter besluiten de opzegtermijn te verlengen of een schadevergoedingsverplichting op te leggen.
Een risico bij het in acht nemen van een té korte opzegtermijn van de distributieovereenkomst, is dat de distributieovereenkomst doorloopt en opnieuw moet worden opgezegd. Tegelijkertijd kan het voorkomen dat bijvoorbeeld een leverancier al met een andere distributeur in zee is gegaan en de distributieovereenkomst wordt geschonden. Dat kan leiden tot schadeposten.
Welke omstandigheden wegen mee bij opzegging?
Bij het overwegen van opzegging van een distributieovereenkomst zijn er verschillende aspecten die een rol kunnen spelen:
Belang van de leverancier: Is het belang van de leverancier bij opzegging groter dan het belang van de distributeur bij voortzetting van de distributieovereenkomst?
Schending van belangen: Heeft de distributeur de belangen van de leverancier geschonden of is dit te verwachten in de nabije toekomst?
Afhankelijkheid: Is de distributeur sterk afhankelijk van de leverancier? Heeft de leverancier klachten over de distributeur? Is de relatie tussen beide partijen ernstig verstoord?
Financiële gevolgen: Zou de distributeur in financiële problemen komen als de distributieovereenkomst per direct of op korte termijn wordt beëindigd?
Alternatieve mogelijkheden: Heeft de distributeur de mogelijkheid gehad om een vergelijkbare positie op te bouwen of wordt dit op korte termijn haalbaar geacht?
Voorraden en leveranciers: Heeft de distributeur al verkopen gedaan van producten die hij in de nabije toekomst verwacht van de leverancier te kunnen kopen en afnemen? Zijn er andere leveranciers waar de distributeur producten van zou kunnen afnemen om aan zijn verplichtingen jegens zijn klanten te voldoen?
Alternatieve aanbodkanalen: Als de distributeur geen producten meer van de leverancier ontvangt, zijn er dan andere manieren waarop de distributeur aan de vraag kan voldoen?
Gemaakte investeringen: Welke investeringen heeft de distributeur gedaan om specifiek de betreffende producten in zijn territorium te kunnen verkopen? Zijn deze investeringen nog bruikbaar voor andere doeleinden als de distributieovereenkomst eindigt?
Redelijke opzegtermijn verplicht
Kortom, bij de beëindiging van een distributieovereenkomst is het belangrijk om goed de eigen positie te bepalen voordat tot opzegging en/of ontbinding van de overeenkomst wordt overgegaan. Als je vragen heeft over kwesties met betrekking tot distributieovereenkomsten en de redelijke opzegtermijn, staan wij je uiteraard graag bij. Een redelijke opzegtermijn kan soms als leverancier niet eenvoudig zijn om te bepalen. Onze advocaten voor distributieovereenkomst kunnen je daarin wegwijs maken.
We kunnen ook ondersteuning bieden bij het opstellen van duidelijke opzeggingsclausules in distributieovereenkomst. Onze advocaat contractenrecht Remko Roosjen begeleidt maakbedrijven bij de opzegging van distributieovereenkomsten of bij het voortzetten van een distributierelatie. De lijn die daarvoor moet worden getrokken is niet altijd even eenvoudig. MAAK Advocaten adviseert maakbedrijven over hun positie en voert dan vaak de onderhandelingen om bij een opzegging zonder te veel kleerscheuren afscheid te nemen.
Kun je een distributieovereenkomst voor bepaalde tijd opzeggen?
Een distributieovereenkomst is in de regel niet tussentijds opzegbaar wanneer voor een bepaalde periode een overeenkomst is aangegaan. Denk aan de distributie van je Nederlandse producten door een buitenlandse handelspartner, waarin je hebt geïnvesteerd in een overeenkomst voor vijf (5) jaar. Het zou bepaald onwenselijk zijn als je distributeur, nadat zij van je kennis als fabrikant bepaalde voordelen heeft genoten, de samenwerking zomaar kan stoppen. Omgekeerd kan het ook voor een distributeur van groot belang zijn de samenwerking voor een vaste termijn aan te gaan, zonder dat er tussentijds afscheid kan worden genomen. Als distributeur ga je in eigen naam verplichtingen aan tegenover je afnemers, waarbij je van de fabrikant verwacht dat deze ook gedurende die termijn kan en zal blijven presteren (en je dit zonodig kan afdwingen). Laat je hier door ervaren distributieadvocaten voor distributiegeschillen over adviseren.
Twee belangrijke uitzonderingen:
1. Let op dat uit de wet andere opzegmogelijkheden kunnen volgen. Is je samenwerking (ook) een overeenkomst van opdracht, dan kan de opdrachtgever die te allen tijde opzeggen (artikel 7:408 lid 1 BW). Veel dienstverleners zijn zich daar niet van bewust. In zakelijke overeenkomsten mag je van die regel afwijken; alleen ten nadele van een opdrachtgever die als consument handelt, kan dat niet (artikel 7:413 lid 2 BW). Zo kun je contractueel vastleggen dat de vaste periode (bijvoorbeeld vijf jaar) blijft gelden.
2. Een ander punt waarop je moet letten is of de duurovereenkomst die je gaat sluiten niet zélf in een tussentijdse opzegclausule voorziet. Ook dat is namelijk een grond om toch korter te contracteren (en voor de slimme contractant soms een escape om niet te lang gebonden te zijn aan bijvoorbeeld een distributieovereenkomst). Een voorbeeld is bijvoorbeeld een zogeheten ‘change of control’ bepaling (stel het bedrijf wordt overgenomen, dan mag deze de distributieovereenkomst direct opzeggen). Een ander voorbeeld is wanneer een andere partij conservatoir beslag legt bij je bedrijf (ook dan kan een clausule worden opgenomen dat de andere partij de distributieovereenkomst mag opzeggen).
Kortom, de opzegging van een duurovereenkomst voor bepaalde tijd is aan tamelijk strakke eisen onderworpen. Toch kan de wet of de overeenkomst een opening bieden; laat je daarover goed informeren door bijvoorbeeld een advocaat contractenrecht. Daarnaast kan een overeenkomst worden ontbonden als de andere partij tekortschiet (artikel 6:265 BW). Bij onvoorziene omstandigheden kan de rechter de overeenkomst op vordering van een partij wijzigen of ontbinden (artikel 6:258 BW). Volgens de Hoge Raad kan tegen een beroep op niet-opzegbaarheid onder omstandigheden een beroep worden gedaan op artikel 6:248 lid 2 BW en artikel 6:258 BW (HR 2 februari 2018, SMQ/Goglio). De lijn in de rechtspraak is daarin terughoudend.
Leverancier schadeplichtig?
Anders dan voor een agentuurovereenkomst en inmiddels ook voor franchiseovereenkomsten (artikel 7:911 en verder BW), kennen we voor distributieovereenkomsten geen wettelijke regels. We noemen dat ‘onbenoemd’. De wettelijke klantenvergoeding (artikel 7:442 BW) is geschreven voor de handelsagent; de wet kent geen vergelijkbare regeling voor de distributeur. Wel kunnen investeringen die de distributeur nog moet terugverdienen meewegen bij de vraag of een langere opzegtermijn of een vergoeding nodig is.
Voor een distributieovereenkomst die al jaren loopt, dien je goed te weten welke consequenties je daarmee (al dan niet ongewild) in het leven hebt geroepen.
Tot de kern teruggebracht kun je als leverancier een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd opzeggen. Natuurlijk speelt een rol onder welke condities je die bent aangegaan. Houd je daar geen rekening mee, dan ben je als leverancier mogelijk schadeplichtig. Zijn er bijvoorbeeld afspraken gemaakt om op enig moment met een korte termijn te mogen opzeggen? Of is er een wettelijke regel die een snellere opzegging rechtvaardigt?
Ook hier spelen de drie elementen die we eerder bespraken. Namelijk: kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid, in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat? En verder: moet er een bepaalde opzegtermijn in acht worden genomen wanneer partijen al onbepaalde tijd met elkaar zaken doen en ten slotte, is in deze situatie een aanvullende schadevergoeding op zijn plaats?
Op dergelijke wijze moet een afweging worden gemaakt hoe je als fabrikant, distributeur, handelsagent of andere afnemer opzegt. Je doet er verstandig aan hierover na te denken en in je opzegbrief een goed doordacht voorstel te doen. Doe je dat niet, dan kun je in een procedure worden veroordeeld tot schadevergoeding en de proceskosten. Vaak draait het geschil uiteindelijk om de financiële afwikkeling, maar in kort geding kan de rechter ook bevelen dat de samenwerking voorlopig doorloopt: in de zaak Auping/Beverslaap gebood de voorzieningenrechter de leverancier de dealer een distributieovereenkomst aan te bieden. De Hoge Raad vernietigde later het arrest waarin het hof dat bekrachtigde (HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4163). Wanneer je niet zorgvuldig hebt nagedacht over het uit elkaar gaan, levert dat processuele risico’s op.
Wanneer is opzegging van een distributieovereenkomst onterecht?
Een distributieovereenkomst voor onbepaalde tijd waarin wet noch contract een opzeggingsregeling kent, is in beginsel opzegbaar. Onterecht is de opzegging pas wanneer de eisen van redelijkheid en billijkheid in dat geval meer verlangden dan de leverancier heeft geboden.
De Hoge Raad zette die maatstaf uiteen in de zaak Auping/Beverslaap: beddenfabrikant Auping kromp zijn distributienet in en zegde de overeenkomst met dealer Beverslaap op. Uit de eisen van redelijkheid en billijkheid kan, gelet op de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat opzegging alleen mogelijk is bij een voldoende zwaarwegende grond, dat een bepaalde opzegtermijn geldt, of dat de opzegging gepaard gaat met het aanbod van een (schade)vergoeding (HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4163). Het hof had in die zaak ten onrechte een zwaarwegende grond geëist: dat de dealer voor een groot deel van zijn omzet afhankelijk was en de relatie 8,5 jaar had geduurd, rechtvaardigde die eis op zichzelf niet, maar kon wél leiden tot een langere opzegtermijn of een vergoeding.
Voor je als distributeur betekent dat het volgende. Bestrijd niet de bevoegdheid tot opzegging als zodanig, maar de termijn en de vergoeding. Beide kunnen in kort geding aan de orde komen: in die zaak vorderde de dealer in kort geding dat de leverancier de opzegging introk en alsnog een distributieovereenkomst aanbood, en subsidiair verlenging van de opzegtermijn.
Veelgestelde vragen over het opzeggen van een distributieovereenkomst
Kun je een distributieovereenkomst voor onbepaalde tijd zomaar opzeggen?
In beginsel wel, als wet en overeenkomst geen opzegregeling bevatten. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen wel meebrengen dat je een redelijke opzegtermijn in acht neemt, een (schade)vergoeding aanbiedt of in bijzondere gevallen een zwaarwegende grond nodig hebt (artikel 6:248 lid 1 BW; HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854).
Welke opzegtermijn geldt als er niets is afgesproken?
De wet noemt voor distributieovereenkomsten geen termijn. De termijn moet redelijk zijn gelet op de omstandigheden, zoals de duur van de relatie, de afhankelijkheid van de distributeur en zijn investeringen. De wettelijke opzegtermijn van artikel 7:437 BW is geschreven voor de agentuurovereenkomst.
Heeft een distributeur recht op een klantenvergoeding?
Niet op grond van de wet: de klantenvergoeding van artikel 7:442 BW geldt voor de handelsagent. Een distributeur kan wel betogen dat de opzegging gepaard moet gaan met een aanbod tot (schade)vergoeding, bijvoorbeeld voor investeringen die nog niet zijn terugverdiend.
Kan een distributieovereenkomst voor bepaalde tijd tussentijds worden opgezegd?
In de regel niet, tenzij de overeenkomst of de wet dat toelaat. Schiet de andere partij tekort, dan kan ontbinding mogelijk zijn (artikel 6:265 BW). Bij onvoorziene omstandigheden kan de rechter de overeenkomst wijzigen of ontbinden (artikel 6:258 BW).
Wat kun je als distributeur doen tegen een opzegging met een te korte termijn?
Je kunt vorderen dat de opzegtermijn wordt verlengd of dat een (schade)vergoeding wordt betaald, zo nodig in kort geding. Volgens de Hoge Raad wegen afhankelijkheid en duur van de relatie vooral mee bij de lengte van de opzegtermijn en een eventuele vergoeding, en vereisen ze niet zonder meer een zwaarwegende grond (HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4163).
Primaire bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 3: artikel 3:296
- Burgerlijk Wetboek Boek 6: artikel 6:248, 6:258 en 6:265
- Burgerlijk Wetboek Boek 7: artikel 7:408, 7:413, 7:428, 7:437, 7:442 en 7:911
- HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854 (Gemeente De Ronde Venen/Stedin)
- HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4163 (Auping/Beverslaap)
- HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141 (SMQ/Goglio)
Advocaten bij geschil over opzegging distributieovereenkomsten
Opzeggen van een distributieovereenkomst is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de duur van de overeenkomst en de redelijkheid en billijkheid van de opzegging.
Samengevat gelden de voornaamste aspecten:
- Bij distributieovereenkomsten voor bepaalde tijd kan er in principe niet tussentijds worden opgezegd, tenzij dat is overeengekomen of de wet dat toelaat
- Bij distributieovereenkomsten voor onbepaalde tijd kan er in beginsel wel worden opgezegd, maar opzegging kan in strijd komen met de redelijkheid en billijkheid
- Bij opzegging van een distributieovereenkomst kunnen er verschillende zaken spelen, zoals opzegtermijnen, schadevergoeding en nakoming
- Het is belangrijk om bij het aangaan van een distributieovereenkomst na te denken over de wijze van beëindiging
- Het opzeggen van een distributieovereenkomst kan leiden tot procedures, omdat er geen wettelijke regeling over deze contracten bestaat
Het is daarom aan te raden om bij het opzeggen van een distributieovereenkomst een gespecialiseerde distributieadvocaat voor distributiegeschillen te raadplegen om de specifieke situatie te bespreken en de beste aanpak te bepalen. Wanneer je advies wilt inwinnen over het opzeggen van een distributieovereenkomst, dan biedt ons kantoor daartoe mogelijkheden.