Levert je bedrijf machines, onderdelen of grondstoffen voordat de afnemer betaalt, dan kun je je eigendom verliezen zodra de afnemer ze inbouwt, vermengt of tot een nieuwe zaak verwerkt. Daarmee vervallen ook je eigendomsvoorbehoud en je recht van reclame, of houd je hooguit een aandeel in mede-eigendom. Bij een faillissement van de afnemer bepaalt dat of je je goederen terugkrijgt. Laat je leverings- en verkoopvoorwaarden toetsen voordat het zover is.
Deze pagina is voor leveranciers en verhuurders van machines, onderdelen, halffabricaten en grondstoffen. Je leest wanneer de wet de eigendom laat overgaan door natrekking, vermenging of zaaksvorming, wat je recht van reclame waard is, wat er gebeurt als je afnemer failliet gaat en wat je contractueel kunt regelen. Hoe je een eigendomsvoorbehoud opstelt, lees je op onze hoofdpagina over het eigendomsvoorbehoud bij levering.
Wanneer verlies je als leverancier je eigendom?
Wanneer je zaak een bestanddeel wordt van een hoofdzaak van een ander (natrekking), wanneer ze onscheidbaar wordt vermengd, of wanneer iemand er een nieuwe zaak van maakt (zaaksvorming). Je eigendomsvoorbehoud gaat dan mee verloren, of je houdt alleen een aandeel in mede-eigendom.
| Situatie | Gevolg | Bron |
|---|---|---|
| Je onderdeel wordt bestanddeel van een machine die als hoofdzaak geldt | de eigenaar van de machine wordt eigenaar van het onderdeel | artikelen 3:4 en 5:14 lid 1 BW |
| Geen van beide zaken is hoofdzaak | mede-eigendom naar verhouding van de waarde | artikel 5:14 lid 2 BW |
| Je machine wordt bestanddeel van een gebouw of wordt zelf duurzaam met de grond verenigd | de machine wordt (deel van een) onroerende zaak en valt toe aan de eigenaar van het gebouw of de grond | artikelen 3:3, 3:4, 5:3 en 5:20 BW |
| Je grondstof wordt met andere stoffen tot één zaak vermengd | dezelfde regels als bij natrekking | artikel 5:15 BW |
| De afnemer maakt van je zaken een nieuwe zaak voor zichzelf | de afnemer wordt eigenaar, tenzij de kosten van de vorming te gering zijn | artikel 5:16 lid 2 BW |
Wanneer is er sprake van natrekking van roerende zaken?
Als je zaak volgens verkeersopvatting onderdeel is gaan uitmaken van een andere zaak, of er zo mee is verbonden dat afscheiden beschadiging van betekenis veroorzaakt. Is die andere zaak de hoofdzaak, dan gaat de eigendom over op de eigenaar daarvan.
Bestanddeel is wat volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt (artikel 3:4 lid 1 BW) en wat zo met de hoofdzaak is verbonden dat het er niet zonder beschadiging van betekenis af kan (artikel 3:4 lid 2 BW). De eigenaar van een zaak is eigenaar van al haar bestanddelen (artikel 5:3 BW). Hoofdzaak is de zaak waarvan de waarde die van de andere aanmerkelijk overtreft of die volgens verkeersopvatting als hoofdzaak geldt (artikel 5:14 lid 3 BW). Voor de verkeersopvatting is van belang of de zaken in constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd en of de hoofdzaak zonder de andere zaak als onvoltooid moet worden beschouwd; de functie van de zaak in het productieproces is daarbij niet beslissend. De Hoge Raad formuleerde die aanwijzingen voor apparatuur in een fabrieksgebouw (HR 15 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0412, Depex/Bergel, rov. 3.7).
Voor een leverancier is het onderscheid praktisch: een aandrijfmotor die met een paar bouten aan een productielijn hangt en zonder schade los kan, blijft meestal een zelfstandige zaak. Een module die constructief speciaal voor die lijn is ontworpen en zonder welke de lijn als onvoltooid geldt, kan bestanddeel zijn geworden, ook als hij technisch los te halen is.
Wanneer wordt een machine onroerend?
Als ze duurzaam met de grond is verenigd, rechtstreeks of via een gebouw. De rechter kijkt of het werk naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven, volgens de naar buiten kenbare bedoeling van de bouwer.
Onroerend zijn onder meer gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd (artikel 3:3 BW), en de eigendom van de grond omvat die gebouwen en werken (artikel 5:20 lid 1 onder e BW). Of iets duurzaam ter plaatse moet blijven, hangt af van de bedoeling van de bouwer of opdrachtgever voor zover die naar buiten kenbaar is; dat het technisch mogelijk is het bouwsel te verplaatsen, doet dan niet ter zake (HR 31 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2478, Portacabin, rov. 3.3). Plaats je bij een afnemer een installatie die ingemetseld of op een eigen fundering komt, dan loop je dus het risico dat ze onroerend wordt en toevalt aan de eigenaar van de grond.
Wat is het verschil tussen vermenging en zaaksvorming?
Bij vermenging worden roerende zaken van verschillende eigenaars onscheidbaar tot één zaak verenigd, zoals vloeistoffen. Bij zaaksvorming maakt iemand uit bestaande zaken een nieuwe zaak met een eigen identiteit, zoals een product uit grondstoffen.
Op vermenging zijn de regels van natrekking van toepassing (artikel 5:15 BW). Bij zaaksvorming wordt de nieuwe zaak eigendom van de eigenaar van de oorspronkelijke zaken; maakt iemand de nieuwe zaak echter voor zichzelf uit zaken van een ander, dan wordt hij eigenaar, tenzij de kosten van de vorming dat wegens hun geringe omvang niet rechtvaardigen (artikel 5:16 BW). Kun je na levering niet meer aanwijzen welke goederen van jou zijn, dan helpt de wet je niet: wie een goed houdt, wordt vermoed het voor zichzelf te houden (artikel 3:109 BW), en de bezitter wordt vermoed rechthebbende te zijn (artikel 3:119 BW). Markeer en registreer je leveringen dus zo dat ze identificeerbaar blijven.
Wat doet een eigendomsvoorbehoud wel en niet?
Het houdt de eigendom bij jou totdat de afnemer heeft betaald, voor vorderingen uit leveringen, bijbehorende werkzaamheden en tekortkomingen daarin. Het beschermt je niet meer als de zaak door natrekking, vermenging of zaaksvorming eigendom van een ander wordt.
Een eigendomsvoorbehoud is een overdracht onder de opschortende voorwaarde van betaling (artikel 3:92 lid 1 BW). Het kan alleen worden bedongen voor de tegenprestatie voor geleverde of te leveren zaken en daarbij verrichte werkzaamheden, en voor vorderingen wegens tekortkoming in die overeenkomsten (artikel 3:92 lid 2 BW). Het voorbehoud werkt alleen als het deel uitmaakt van de overeenkomst, bijvoorbeeld via je algemene voorwaarden; laat die daarom toetsen op onze pagina advocaat algemene verkoopvoorwaarden. Voor nieuwe zaken en doorverkochte goederen heb je aanvullende zekerheid nodig, zoals een pandrecht.
Hoe werkt het recht van reclame?
Is de koopprijs niet betaald, dan kun je een geleverde roerende zaak met een schriftelijke verklaring aan de koper terugvorderen. De koop is dan ontbonden. Het recht vervalt als de zaak niet meer in dezelfde staat is of de termijn is verstreken.
Het recht van reclame staat in artikel 7:39 BW: de verkoper van een roerende zaak die geen registergoed is, kan haar terugvorderen als de prijs niet is betaald en aan de vereisten voor ontbinding is voldaan. Dat kan alleen zolang het afgeleverde in dezelfde staat is als bij aflevering (artikel 7:41 BW), dus niet meer na natrekking, vermenging of zaaksvorming. De bevoegdheid vervalt wanneer zowel zes weken zijn verstreken nadat de koopprijs opeisbaar werd als zestig dagen sinds de zaak bij de koper is opgeslagen (artikel 7:44 BW). Je hoeft het recht van reclame niet in je contract op te nemen; het volgt uit de wet.
Wat gebeurt er als je afnemer failliet gaat?
Je kunt je zaken bij de curator opeisen op grond van je eigendomsvoorbehoud of het recht van reclame, maar de rechter-commissaris kan een afkoelingsperiode van ten hoogste twee maanden afkondigen, eenmaal te verlengen met twee maanden.
Tijdens de afkoelingsperiode kun je zaken die in de macht van de curator zijn, alleen met machtiging van de rechter-commissaris opeisen (artikel 63a Faillissementswet). Roep je het recht van reclame in, dan kan de curator de terugvordering voorkomen door binnen de redelijke termijn die jij in je verklaring stelt de koopprijs te betalen of zekerheid te stellen (artikel 7:40 BW). Tijdens een afkoelingsperiode is die termijn geschorst (artikel 63a lid 3 Faillissementswet). Leg dus direct na het faillissement schriftelijk vast welke goederen van jou zijn, waar ze staan en in welke staat. Hoe een faillissement verloopt, lees je op onze pagina over de faillissementsprocedure.
Dreigt een afnemer niet te betalen of is hij failliet? Leg je vraag dan direct voor aan de advocaten van MAAK. We stellen vast welke goederen nog van jou zijn en welke termijnen lopen.
Praktijkvoorbeeld: transportbanden in een productielijn
Stel: een leverancier levert onder eigendomsvoorbehoud vijf transportbanden aan een voedingsmiddelenbedrijf, dat ze koppelt aan zijn bestaande productielijn. Voor de betaling gaat het bedrijf failliet.
Dit is een fictief, vereenvoudigd voorbeeld. De leverancier stuurt de curator direct een overzicht van de geleverde banden met serienummers en roept zijn eigendomsvoorbehoud in. De curator stelt dat de banden door natrekking bestanddeel van de lijn zijn geworden. De leverancier toont met de montagehandleiding aan dat de banden met standaardkoppelingen zijn bevestigd, zonder schade los te nemen zijn en ook aan andere lijnen kunnen worden gekoppeld. De banden zijn niet constructief op deze lijn afgestemd en de lijn is zonder de banden niet onvoltooid. Daarmee is het aannemelijk dat de banden geen bestanddeel zijn geworden. Na de afkoelingsperiode haalt de leverancier ze op. Had hij een module geleverd die constructief speciaal voor de lijn is ontworpen en zonder welke de lijn onvoltooid is, dan was zijn positie veel zwakker geweest. Voor machinebouwers en metaalbedrijven lees je meer op onze pagina’s over machinebouw en de metaalindustrie.
Veelgestelde vragen over eigendom bij levering
Wat is natrekking?
Het overgaan van de eigendom van een zaak die bestanddeel wordt van een hoofdzaak naar de eigenaar van die hoofdzaak (artikelen 3:4 en 5:14 BW).
Vervalt mijn eigendomsvoorbehoud als de afnemer mijn product inbouwt?
Ja, als het product door de inbouw bestanddeel wordt van een hoofdzaak van de afnemer of een ander. Dan gaat de eigendom over (artikel 5:14 lid 1 BW) en heeft het voorbehoud geen voorwerp meer.
Wat is zaaksvorming?
Het maken van een nieuwe zaak uit een of meer roerende zaken. Wie dat voor zichzelf doet met zaken van een ander, wordt eigenaar, tenzij de kosten van de vorming te gering zijn (artikel 5:16 BW).
Hoe lang kan ik het recht van reclame inroepen?
Totdat zowel zes weken zijn verstreken nadat de koopprijs opeisbaar werd, als zestig dagen sinds de zaak bij de koper is opgeslagen (artikel 7:44 BW).
Wanneer schakel ik een advocaat in over eigendom en levering?
Als je leverings- of verkoopvoorwaarden wilt laten toetsen, als een afnemer niet betaalt of failliet gaat, en als een curator betwist dat je goederen nog van jou zijn.
Primaire bronnen
Laatst gecontroleerd op 28 oktober 2026.
- Burgerlijk Wetboek Boek 3, artikelen 3:3, 3:4, 3:92, 3:109 en 3:119
- Burgerlijk Wetboek Boek 5, artikelen 5:3, 5:14, 5:15, 5:16 en 5:20
- Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikelen 7:39, 7:40, 7:41 en 7:44
- Faillissementswet, artikel 63a
- HR 15 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0412 (Depex/Bergel); HR 31 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2478 (Portacabin)