Gepubliceerd op · Laatst bijgewerkt op

Wettelijke verplichtingen voor vuurwerk en pyrotechnische artikelen

Gepubliceerd · bijgewerkt

Pyrotechniek wordt in de maakindustrie toegepast in artikelen die een explosieve stof of mengsel bevatten met als doel het produceren van warmte, licht, geluid, gas, rook of een combinatie van deze effecten. Hierbij kun je denken aan artikelen ter vermaak zoals vuurwerk of voor het creëren van speciale effecten tijdens theatervoorstellingen. Maar ook in artikelen voor technische doeleinden, zoals in airbags of in gordelspanners in voertuigen, wordt deze techniek gebruikt. Door de inherente gevaren van deze artikelen bestaan zowel op Europees als nationaal niveau belangrijke veiligheidseisen. Deze zien op het ontwerp en productieproces, de constructie, de handel, de installatie, het gebruik, de opslag en het onderhoud. De wettelijke verplichtingen bij pyrotechnische artikelen zijn onder meer vastgelegd in de Europese Richtlijn 2013/29/EU (hierna: de Richtlijn). Onze advocaten productregelgeving (CE-markering) krijgen in toenemende mate vragen over de wettelijke eisen en over hoe om te gaan met de toezichthouder. In dit artikel enige belangrijke inzichten met betrekking tot de pyrotechniek.

Welke eisen stelt Richtlijn 2013/29/EU?

Pyrotechniek wordt in de maakindustrie toegepast in artikelen die een explosieve stof of mengsel bevatten met als doel het produceren van warmte, licht, geluid, gas, rook of een combinatie van deze effecten. Hierbij kun je denken aan artikelen ter vermaak zoals vuurwerk of voor het creëren van speciale effecten tijdens theatervoorstellingen. Maar ook in artikelen voor technische doeleinden, zoals in airbags of in gordelspanners in voertuigen, wordt deze techniek gebruikt. Door de inherente gevaren van deze artikelen bestaan zowel op Europees als nationaal niveau belangrijke veiligheidseisen. Deze zien op het ontwerp en productieproces, de constructie, de handel, de installatie, het gebruik, de opslag en het onderhoud. De wettelijke verplichtingen bij pyrotechnische artikelen zijn onder meer vastgelegd in de Europese Richtlijn 2013/29/EU (hierna: de Richtlijn). Onze advocaten productregelgeving (CE-markering) krijgen in toenemende mate vragen over de wettelijke eisen en over hoe om te gaan met de toezichthouder. In dit artikel enige belangrijke inzichten met betrekking tot de pyrotechniek.

Het doel van de Richtlijn is om te waarborgen dat pyrotechnische artikelen voldoen aan de noodzakelijke veiligheids- en gezondheidseisen, zodat consumenten en professionele (eind)gebruikers, maar ook andere algemene belangen zoals het milieu op hoog niveau worden beschermd en ongevallen worden voorkomen. Bovendien heeft de Richtlijn als doel om de wetgevingen van de EU-lidstaten te harmoniseren, zodat de handel en werking van de interne EU-markt niet wordt belemmerd en het vrije verkeer van pyrotechnische artikelen wordt gewaarborgd.

Buiten het toepassingsbereik van de Richtlijn vallen pyrotechnische artikelen die bestemd zijn voor (i) niet-commercieel gebruik door strijdkrachten, politie of brandweer, (ii) de uitrusting van zeeschepen, (iii) de lucht- en ruimtevaartindustrie, (iv) klappertjes ontworpen voor speelgoed, (v) explosieven, (vi) munitie en (vii) vuurwerk dat door een fabrikant voor eigen gebruik in de lidstaat waar de fabrikant is gevestigd is vervaardigd en goedgekeurd.

Ook is de Richtlijn niet van toepassing op het vervoer van pyrotechnische artikelen. De veiligheidsvoorschriften die gelden voor het vervoer zijn vastgelegd in internationale verdragen. Hieronder vallen ook de aanbevelingen van de Verenigde naties voor het vervoer van gevaarlijke goederen.

Welke wezenlijke veiligheidseisen gelden?

Om een hoog beschermingsniveau te waarborgen, wordt in de Richtlijn onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën pyrotechnische artikelen. Bij artikelen voor theatergebruik kun je bijvoorbeeld denken aan het verschil tussen artikelen met een gering gevaar (T1) en artikelen die uitsluitend zijn bestemd voor professioneel gebruik (T2). Fabrikanten zijn verantwoordelijk voor de classificatie van hun product. De categorie is afhankelijk van de toepassing, het doel, het gevaar en het geluidsniveau van het betreffende pyrotechnische artikel.

Daarnaast zijn er minimumleeftijdsgrenzen vastgesteld om het gebruik en de verkoop van bepaalde pyrotechnische artikelen aan het publiek te beperken. De minimumleeftijdsgrenzen variëren van 12 tot 18 jaar en corresponderen met de categorie waarin een pyrotechnisch artikel is ingedeeld. Zo is de minimumleeftijd voor het gebruik van artikelen met een gering gevaar in het theater (T1) 18 jaar. Bepaalde pyrotechnische artikelen met een hoog risico mogen alleen ter beschikking worden gesteld aan personen die over de benodigde kennis, vaardigheden en ervaring beschikken.

De belangrijke veiligheidseisen voor pyrotechnische artikelen zijn opgenomen in Bijlage I van de Richtlijn. Samengevat zien de algemene bepalingen op: 

  • het leveren van de door de fabrikant opgegeven prestaties om maximale veiligheid en betrouwbaarheid te garanderen;
  • het ontwerp en de fabricage, zodat het product veilig en met minimale gevolgen voor het milieu kan worden afgevoerd;
  • het correct functioneren van het product wanneer het wordt gebruikt voor het doel waarvoor het is bestemd;
  • het testen van bepaalde gegevens en eigenschappen van het product onder realistische omstandigheden en
  • de samenstelling van de detonatie-explosieven en de voorwaarden waaraan deze moeten voldoen.

Ook bestaan er specifieke bepalingen die betrekking hebben op vuurwerk, ontstekers en bepaalde andere pyrotechnische artikelen.

Om bovenstaande noodzakelijke veiligheidseisen om te zetten in gedetailleerde technische specificaties zijn geharmoniseerde normen vastgesteld. De geldende Nederlandse, Europese en internationale normen in een specifieke situatie kun je raadplegen bij het Nederlandse normalisatie-instituut (NEN) of op de betreffende website van de Europese Commissie. Wanneer pyrotechnische artikelen voldoen aan de toepasselijke geharmoniseerde normen wordt vermoed dat deze in overeenstemming zijn met de wezenlijke veiligheidseisen uit Bijlage I van de Richtlijn. Dit wordt ook wel een conformiteitsvermoeden genoemd.

Als pyrotechnische artikelen voldoen aan de belangrijke veiligheidseisen onder de Richtlijn mogen de EU-lidstaten het vrije verkeer niet verbieden, beperken of belemmeren.

Welke verplichtingen hebben fabrikanten, importeurs en distributeurs?

Fabrikanten, gemachtigden, importeurs en distributeurs zijn er gezamenlijk verantwoordelijk voor dat hun pyrotechnische artikelen voldoen aan de geldende noodzakelijke veiligheidseisen uit Bijlage I van de Richtlijn en dienen passende maatregelen te nemen om dit te waarborgen. De mate van verantwoordelijkheid en de verdeling van verplichtingen zijn afhankelijk van de rol die de marktdeelnemer inneemt in de toeleverings- en distributieketen.

Daarnaast gelden verschillende wettelijke verplichtingen voor fabrikanten, gemachtigden, importeurs en distributeurs van pyrotechnische artikelen. Deze bestaan onder andere uit:

  • het opstellen, ter beschikking hebben en bewaren van de vereiste technische documentatie (Bijlage II Richtlijn);
  • het uitvoeren van de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure door een notified body (artikel 17 en Bijlage II Richtlijn);
  • het opstellen, ter beschikking hebben en bewaren van de EU-conformiteitsverklaring (artikel 18 en Bijlage III Richtlijn);
  • het aanbrengen van de CE-markering (artikel 19 en 20 Richtlijn);
  • het verschaffen van veiligheidsinstructies en -informatie;
  • het aanbrengen van het productidentificatienummer en de contactgegevens van de fabrikant en/of importeur en
  • het nemen van corrigerende maatregelen wanneer het pyrotechnisch artikel een risico vormt of non-conform is.

Marktdeelnemers in de toeleverings- en distributieketen moeten er daarnaast rekening mee houden dat afhankelijk van het product ook (gedeeltelijk) andere EU-wetgeving van toepassing kan zijn op pyrotechnische artikelen.

Hoe verloopt het markttoezicht?

In Nederland zijn de regels, normen en voorschriften uit de Richtlijn opgenomen in het Vuurwerkbesluit, de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk en de Regeling overige pyrotechnische artikelen.

De nationale controlerende instantie die markttoezicht houdt op de naleving hiervan is de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

Hoe pak je een geschil met de toezichthouder aan?

Ook nu het einde van het jaar nadert en de voorwaarden voortdurend wijzigen, zal er in de industrie weer het nodige te doen zijn over de producteisen bij vuurwerk. Ook het mogelijke vuurwerkverbod zal een wezenlijk rol spelen. Raak je in conflict met een concurrent of andere partij, of heb je een geschil met de toezichthouder over vuurwerk, aarzel dan niet contact op te nemen.

Wanneer schakel je een advocaat vuurwerkregelgeving in?

De specialisten van ons advocatenkantoor in Amsterdam worden geregeld benaderd voor advies over (grensoverschrijdende) juridische vraagstukken met betrekking tot de wettelijke verplichtingen bij pyrotechnische artikelen. Onze advocaten ondersteunen maakbedrijven bij het uitonderhandelen en opstellen van contracten met handelsrelaties in de toeleverings- en distributieketen. Ook staat MAAK Advocaten ondernemingen in de maakindustrie bij in aansprakelijkheids- of ondernemingsrechtelijk gerelateerde vraagstukken, kwesties op het gebied van het transportrecht of afval en verwerking en, indien nodig, in discussies met nationale markttoezichtautoriteiten of in geschillen en procedures.

Wil je juridisch advies inwinnen over de toepasselijkheid van Richtlijn 2013/29/EU, de wezenlijke veiligheidseisen die op je producten van toepassing zijn of de verplichtingen die voor je onderneming als fabrikant, gemachtigde, importeur of distributeur gelden? Of heb je behoefte aan ondersteuning bij een handelsgeschil met een andere marktdeelnemer of een discussie met de ILT? Neem dan contact op met Sander van Someren Gréve of Max Schwillens, advocaat voor pyrotechnische artikelen, of met een van onze andere advocaten productregelgeving & CE-markering in Amsterdam.

Wat regelen het Vuurwerkbesluit en de Nederlandse vuurwerkregels?

In de Richtlijn wordt vuurwerk gedefinieerd als een pyrotechnisch artikel ter vermaak.

Buiten het toepassingsbereik van de Richtlijn valt vuurwerk dat door een fabrikant voor eigen gebruik is vervaardigd. De voorwaarde voor deze uitzondering is dat dit vuurwerk door de EU-lidstaat waarin de fabrikant is gevestigd uitsluitend voor gebruik op zijn grondgebied is goedgekeurd en op het grondgebied van die EU-lidstaat blijft. In dat geval wordt aangenomen dat het vuurwerk niet op de interne EU-markt is aangeboden.

Op basis van de toepassing, het doel, het gevaar en het geluidsniveau wordt vuurwerk door de fabrikant in een van de volgende categorieën ingedeeld:  

  • categorie F1:
    vuurwerk met zeer weinig gevaar en een gering geluidsniveau dat bestemd is voor gebruik in een besloten ruimte, bijvoorbeeld binnenshuis (fop- en schertsvuurwerk);
  • categorie F2:
    vuurwerk met weinig gevaar en een laag geluidsniveau dat bestemd is voor gebruik buitenshuis (geschikt voor particulier gebruik);
  • categorie F3:
    vuurwerk met middelmatig gevaar en een niet schadelijk geluidsniveau voor de menselijke gezondheid dat bestemd is voor gebruik buitenshuis in een grote open ruimte (meestal alleen geschikt voor professioneel gebruik);
  • categorie F4:
    vuurwerk met veel gevaar en een niet schadelijk geluidsniveau voor de menselijke gezondheid dat uitsluitend bestemd is voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis (vuurwerk voor professioneel gebruik).

In overeenstemming met deze categorieën, gelden leeftijdsgrenzen voor de personen waaraan het vuurwerk mag worden aangeboden. Zo is de minimumleeftijdsgrens 12 jaar voor categorie F1, 16 jaar voor categorie F2 en 18 jaar voor categorie F3. Vuurwerk van categorie F4 mag uitsluitend aan personen met specialistische kennis worden aangeboden.

Met betrekking tot de etikettering van vuurwerk gelden ook specifieke wettelijke verplichtingen die corresponderen met bovenstaande categorieën. Afhankelijk van het type vuurwerk dienen op het etiket bijvoorbeeld de minimumleeftijdsgrenzen, de desbetreffende categorie, de gebruiksaanwijzingen, het productiejaar, de minimale veiligheidsafstand en de hoeveelheid aan explosieve stoffen te worden vermeld.

De belangrijke veiligheidseisen waaraan vuurwerk moet voldoen, zijn opgenomen in Bijlage I van de Richtlijn. Bijlage I bevat algemene bepalingen en specifieke productveiligheidsvereisten voor vuurwerk. Deze laatste betreffen onder meer eisen aan het detonatie-explosief, de materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging, de ontstekingsmethode en de bescherming tegen onbedoelde ontsteking.

De gedetailleerde technische specificaties om te testen of het vuurwerk veilig is en voldoet aan de noodzakelijke veiligheidseisen, zijn uitgewerkt in geharmoniseerde normen. Voor particulier en professioneel gebruik bestaan verschillende geharmoniseerde normen. De geldende en toepasselijke Nederlandse, Europese en internationale normen in een specifieke situatie kun je raadplegen bij het Nederlandse normalisatie-instituut (NEN) of op de website van de Europese Commissie.

Daarnaast is de conformiteitsbeoordelingsprocedure die moet worden uitgevoerd, afgestemd op de categorie waarin het vuurwerk is ingedeeld. De verschillende procedures zijn uitvoerig opgenomen in Bijlage II van de Richtlijn. Voor categorie F4 geldt bijvoorbeeld de volledige productkwaliteitsborgingprocedure van module H.

Het vuurwerkbesluit en de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk

Binnen de EU-lidstaten bestaan grote verschillen in culturele gebruiken en tradities met betrekking tot vuurwerk. EU-lidstaten mogen met het oog op de openbare orde, gezondheid, veiligheid en milieubescherming daarom nationale maatregelen nemen om het bezit, gebruik en de verkoop van vuurwerk te verbieden of te beperken. Hierdoor wisselen de wettelijke verplichtingen voor vuurwerk per lidstaat.

Om de doelstellingen van de Richtlijn te bereiken en de daarin opgenomen bepalingen om te zetten in nationaal recht zijn in Nederland ook het Vuurwerkbesluit en de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk (RACT) van belang. Deze wet- en regelgeving bevat onder andere bepalingen ten aanzien van de import en export, het opslaan, bewerken, afleveren, voorhanden hebben en afsteken van vuurwerk.  

Het Vuurwerkbesluit maakt onderscheid tussen vuurwerk voor particulier en professioneel gebruik. Samengevat ziet het Vuurwerkbesluit op de registratieplicht bij de productie of het voorhanden hebben van vuurwerk voor handelsdoeleinden in Nederland, de traceerbaarheid van vuurwerk, de voorafgaande elektronische meldingsplicht om vuurwerk binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen of ter beschikking te stellen en de toepassingsvergunning voor het bedrijfsmatig afsteken van vuurwerk. Ook zijn de verplichtingen van fabrikanten, importeurs, distributeurs en andere marktdeelnemers in het Vuurwerkbesluit nader uitgewerkt.

In de kern bepaalt RACT welke soorten vuurwerk ter beschikking mogen worden gesteld aan consumenten.

Geschil met de toezichthouder over vuurwerk?

De nationale controlerende instantie die markttoezicht houdt op de naleving van bovenstaande wettelijke verplichtingen voor vuurwerk en handhavend optreedt, is in Nederland de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De ILT beschikt over zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke handhavingsbevoegdheden wanneer vuurwerk niet aan de geldende wettelijke (productveiligheids)eisen voldoet. Hierbij kun je denken aan het opleggen van herstel- of vernietigingsverplichtingen of het geven van een waarschuwing of last onder dwangsom.

De inspectie leefomgeving en transport (ilt) bij vuurwerk

Doel van de ILT is om de veiligheid voor consumenten te bevorderen en om het aanbieden van gevaarlijk of illegaal vuurwerk op de markt te voorkomen. Om dit doel te bereiken voert de ILT gedurende het jaar door het hele land inspecties uit. Deze zien bijvoorbeeld op de productveiligheid, de classificatie, naleving van de meldingsplicht bij de import, export en het ter beschikking stellen, het transport over de weg, het spoor of binnenwateren, de binnen- en buitenverpakking en het voorhanden hebben van vuurwerk.

Om de productveiligheid vast te stellen, beoordeelt de ILT de kwaliteit van vuurwerk. Onderdeel van deze beoordeling zijn onder meer de soort en hoeveelheid kruit, de stabiliteit, de schiethoek, het geluidsdrukniveau, de ontsteekvertraging en de CE-markering. Daarnaast is met betrekking tot de op het vuurwerk vermelde classificatie van belang of deze in overeenstemming is met de eigenschappen van het vuurwerk.

Contact opnemen met een advocaat voor vuurwerk

Zoek je een advocaat voor vuurwerk of daaraan verbonden zaken? De specialisten van ons advocatenkantoor in Amsterdam hebben ruime ervaring in het ondersteunen en adviseren van bedrijven in de maakindustrie bij uiteenlopende productregelgeving & CE-markering gerelateerde vraagstukken. Onze advocaten worden regelmatig geconfronteerd met (grensoverschrijdende) juridische vraagstukken met betrekking tot de wettelijke verplichtingen voor vuurwerk.

Wil je juridisch advies inwinnen over de (wezenlijke) veiligheidseisen of geharmoniseerde normen die voor vuurwerk en dus mogelijk ook voor je als fabrikant, gemachtigde, importeur of distributeur gelden? Of heb je behoefte aan ondersteuning bij het uitonderhandelen of opstellen van contracten, bij aansprakelijkheids- of ondernemingsrechtelijk gerelateerde vraagstukken met betrekking tot vuurwerk? Neem dan contact op met onze specialisten voor vuurwerkzaken: Sander van Someren Gréve of Max Schwillens, of met een van onze andere advocaten productregelgeving & CE-markering in Amsterdam.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?