Softwarelicentieovereenkomst laten opstellen of toetsen

Gepubliceerd · bijgewerkt

Wat is een softwareovereenkomst?

Een softwarelicentieovereenkomst is het contract waarin de rechthebbende je toestemming geeft om software te gebruiken, met afspraken over gebruiksrechten, prijs, onderhoud en beëindiging. Software is als computerprogramma beschermd (artikel 10 lid 1 onder 12° Auteurswet) en de rechthebbende kan daarvoor een licentie verlenen (artikel 2 lid 2 Auteurswet). Laat het vóór ondertekening opstellen of toetsen. Meer over de contractuele basis lees je bij contractenrecht.

Welke onderwerpen horen in een softwareovereenkomst?

Een softwareovereenkomst is doorgaans een tamelijk uitgebreid contract met diverse bepalingen die van belang zijn. Zo wordt bepaald welk recht van toepassing is en welke rechter bevoegd is bij een geschil, en wordt ingegaan op de verplichtingen van partijen. Hieronder drie belangrijke bepalingen die vaak terugkomen.

Implementatie en onderhoud

Vaak bevat de overeenkomst bepalingen over de implementatie van de software en het onderhoud ervan. Dit kan door de leverancier zelf worden uitgevoerd of door een derde partij.

Geheimhouding

De overeenkomst kan bepalingen bevatten over de geheimhouding van de software en de bijbehorende informatie. Dit is belangrijk om de intellectuele eigendomsrechten van de leverancier te beschermen.

Aansprakelijkheid en garantie

De overeenkomst kan bepalingen bevatten over de aansprakelijkheid van de leverancier voor eventuele gebreken in de software en de garantie die wordt gegeven voor de werking van de software.

Daarnaast horen er afspraken in over de omvang van de gebruiksrechten (aantal gebruikers of installaties), prijs en prijsaanpassing, beschikbaarheid en ondersteuning, de data van de afnemer en wat er gebeurt als de overeenkomst eindigt. Welke wettelijke regels aanvullend gelden, hangt af van het soort overeenkomst: koop, opdracht of een andere overeenkomst (zie hieronder).

Hoe komt een softwareovereenkomst tot stand?

Aanbod en aanvaarding (Art. 6:217 BW)

Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (artikel 6:217 lid 1 BW). Bij softwarelicenties kan het aanbod bijvoorbeeld bestaan uit het presenteren van licentievoorwaarden of een offerte, en de aanvaarding uit het akkoord gaan (bijv. klikken op “Ik ga akkoord”). Aanbod en aanvaarding hoeven niet schriftelijk te zijn: verklaringen kunnen in iedere vorm geschieden en in gedragingen besloten liggen, tenzij anders is bepaald (artikel 3:37 lid 1 BW). Voorbeeld: het installeren en gebruiken van de software nadat de voorwaarden zijn getoond, kan gelden als aanvaarding van de licentievoorwaarden.

Herroepelijkheid van aanbod van een softwareovereenkomst (Art. 6:219 BW)

Een aanbod kan worden herroepen, tenzij het een termijn voor de aanvaarding inhoudt of de onherroepelijkheid er op een andere manier uit volgt. Herroepen kan alleen zolang het aanbod niet is aanvaard en er nog geen aanvaarding is verzonden (artikel 6:219 lid 1 en 2 BW). Bij softwarelicenties (zeker online) staat vaak dat het aanbod vrijblijvend is; dan kan de aanbieder nog onverwijld na de aanvaarding herroepen (artikel 6:219 lid 2 BW). Een schriftelijk aanbod vervalt als het niet binnen een redelijke tijd wordt aanvaard (artikel 6:221 lid 1 BW). De aanbieder kan een te late aanvaarding toch als tijdig laten gelden, mits hij dat onverwijld meedeelt (artikel 6:223 lid 1 BW). Een aanvaarding die van het aanbod afwijkt, geldt als een nieuw aanbod en als verwerping van het oorspronkelijke (artikel 6:225 lid 1 BW).

Wil en vertrouwen bij een softwareovereenkomst (Art. 3:33 en 3:35 BW)

Er moet sprake zijn van wilsovereenstemming: een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard (artikel 3:33 BW). Wijkt de verklaring af van de werkelijke wil, dan kan de verklaarder zich niet op het ontbreken van wil beroepen tegenover iemand die de verklaring redelijkerwijs zo mocht opvatten (artikel 3:35 BW). In de praktijk betekent dit dat duidelijke fouten in het aanbod (zoals een licentie voor €0 door een typfout) niet altijd tot een geldige overeenkomst leiden, omdat de wederpartij daar niet op mag vertrouwen.

Dwaling bij een softwareovereenkomst (Art. 6:228 BW)

Heeft een partij de softwarelicentieovereenkomst gesloten onder invloed van dwaling (een onjuiste voorstelling van zaken) en zou zij die bij een juiste voorstelling niet hebben gesloten, dan is de overeenkomst in drie gevallen vernietigbaar (artikel 6:228 lid 1 BW): (a) de dwaling is te wijten aan een inlichting van de wederpartij, tenzij die mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder die inlichting zou worden gesloten; (b) de wederpartij had de dwalende moeten inlichten, gelet op wat zij over de dwaling wist of behoorde te weten; (c) beide partijen gingen uit van dezelfde onjuiste veronderstelling, tenzij de wederpartij ook bij een juiste voorstelling niet had hoeven begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten zou worden afgehouden. Voorbeeld: stelt de leverancier ten onrechte dat de software een bepaalde functie heeft of aan een bepaalde eis voldoet, en sluit de klant daarom de licentie, dan kan de klant de overeenkomst mogelijk wegens dwaling vernietigen. Let wel: vernietiging is niet mogelijk op grond van een dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft, of die gelet op de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven (artikel 6:228 lid 2 BW).

Bedrog, bedreiging en misbruik van omstandigheden bij een softwareovereenkomst (Art. 3:44 BW)

Naast dwaling zijn dit andere gronden voor vernietigbaarheid (artikel 3:44 lid 1 BW). Bedrog is het bewegen tot de overeenkomst door een opzettelijk onjuiste mededeling, het opzettelijk verzwijgen van een feit dat men moest meedelen of een andere kunstgreep; aanprijzingen in algemene bewoordingen zijn op zichzelf geen bedrog (lid 3). Bedreiging is het onrechtmatig dreigen met nadeel in persoon of goed, zodanig dat een redelijk oordelend mens daardoor kan worden beïnvloed (lid 2). Misbruik van omstandigheden is het bevorderen van de overeenkomst terwijl je weet of moet begrijpen dat de ander daartoe wordt bewogen door bijzondere omstandigheden, zoals een noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, een abnormale geestestoestand of onervarenheid (lid 4). In softwarecontracten komen deze situaties minder vaak voor. Een licentieovereenkomst die zo tot stand is gekomen, is niet vanzelf ongeldig: de benadeelde partij moet de vernietiging inroepen, buiten rechte of via de rechter (artikel 3:49 BW).

Algemene voorwaarden naast een softwareovereenkomst (Art. 6:231–247 BW)

Softwarelicenties bevatten vaak algemene voorwaarden (EULA’s, licentievoorwaarden). Deze bepalingen uit het BW regelen hoe algemene voorwaarden deel gaan uitmaken van de overeenkomst:

  • Terhandstelling (artikel 6:233 onder b jo. 6:234 BW): de gebruiker van de voorwaarden (de softwareleverancier) moet de wederpartij een redelijke mogelijkheid bieden om van de voorwaarden kennis te nemen. Dat doet hij door ze vóór of bij het sluiten ter hand te stellen of, langs elektronische weg, ze zo ter beschikking te stellen dat de wederpartij ze kan opslaan en later kan raadplegen (artikel 6:234 lid 1 en 2 BW). Alleen als dat redelijkerwijs niet mogelijk is, volstaat het om vooraf te laten weten waar de voorwaarden te vinden zijn en dat ze op verzoek worden toegezonden. Komt de overeenkomst niet langs elektronische weg tot stand, dan is voor de elektronische route uitdrukkelijke instemming van de wederpartij nodig (lid 3). Gebeurt dit niet, dan kan de wederpartij de bedingen vernietigen. Dat kan niet een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:360 BW die bij het sluiten laatstelijk zijn jaarrekening openbaar heeft gemaakt of waarvoor laatstelijk artikel 2:403 lid 1 BW is toegepast, en evenmin een partij waar op dat moment vijftig of meer personen werkzaam zijn of waarvoor dat blijkt uit een opgave in het handelsregister (artikel 6:235 lid 1 BW). Ook een partij die zelf meermalen dezelfde of nagenoeg dezelfde voorwaarden gebruikt, kan dat niet (lid 3). In de praktijk betekent dit dat licentievoorwaarden vóór het akkoord toegankelijk en op te slaan moeten zijn (denk aan een scrollbox met de EULA en een downloadlink vóór installatie).
  • Onredelijk bezwarende bedingen (artikel 6:233 onder a BW): is een beding in de licentievoorwaarden onredelijk bezwarend, dan kan de wederpartij het vernietigen. Voor consumenten bevat de wet een zwarte lijst van bedingen die onredelijk bezwarend zijn (artikel 6:236 BW) en een grijze lijst van bedingen die vermoed worden dat te zijn (artikel 6:237 BW). Zo staat een beding dat de bevoegdheid van de consument tot ontbinding uitsluit of beperkt op de zwarte lijst (artikel 6:236 onder b BW); het is daarmee vernietigbaar. De wederpartij moet die vernietiging wel inroepen; zij treedt niet vanzelf in. Ook tussen bedrijven geldt de open norm van artikel 6:233 onder a BW, behalve voor partijen die onder artikel 6:235 BW vallen. Daarnaast is een beding niet van toepassing voor zover dat in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (artikel 6:248 lid 2 BW). Let op: tussen bedrijven die niet allebei in Nederland gevestigd zijn, geldt de wettelijke regeling voor algemene voorwaarden niet, ongeacht het toepasselijke recht; bepalend is de vestiging die de prestatie verricht (artikel 6:247 lid 2 en 3 BW).
  • Battle of forms: verwijzen beide partijen naar hun eigen algemene voorwaarden (bijvoorbeeld een klant met inkoopvoorwaarden en de leverancier met licentievoorwaarden), dan heeft de tweede verwijzing geen werking, tenzij daarbij de toepasselijkheid van de eerst genoemde voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen (artikel 6:225 lid 3 BW). In beginsel gelden dus de voorwaarden waarnaar het eerst is verwezen (‘first shot rule’). Praktijktip: verwijs zo vroeg mogelijk naar je eigen voorwaarden en maak in de offerte of orderbevestiging expliciet welke voorwaarden van toepassing zijn.

Elektronisch contracteren (Art. 6:227a, 6:227b BW)

Veel softwarelicenties worden online gesloten. De wet stelt aanvullende eisen aan overeenkomsten langs elektronische weg. Zo moet de aanbieder vóórdat de overeenkomst tot stand komt duidelijke informatie geven over onder meer de stappen om de overeenkomst te sluiten, het al dan niet archiveren ervan, de manier om invoerfouten te herkennen en te herstellen en de talen waarin de overeenkomst kan worden gesloten (artikel 6:227b lid 1 BW). Dat geldt niet voor overeenkomsten die uitsluitend via e-mail of een vergelijkbare vorm van individuele communicatie tot stand komen (lid 3), en tussen bedrijven kan ervan worden afgeweken (lid 6).

Ook moet de leverancier bij een elektronische overeenkomst de ontvangst van de aanvaarding zo spoedig mogelijk langs elektronische weg bevestigen, bijvoorbeeld met een e-mail die de licentieorder bevestigt. Zolang die bevestiging ontbreekt, kan de klant de overeenkomst ontbinden (artikel 6:227c lid 2 BW); tussen bedrijven kan hiervan worden afgeweken (lid 6). Bij consumentenlicenties op afstand gelden bovendien de regels voor overeenkomsten op afstand (artikel 6:230g e.v. BW), waaronder het recht om de overeenkomst binnen veertien dagen zonder opgave van redenen te ontbinden (artikel 6:230o BW). Voor digitale inhoud die niet op een materiële drager wordt geleverd, vervalt dat recht als de nakoming is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de consument, de consument heeft verklaard daarmee afstand te doen van zijn recht en de handelaar dat heeft bevestigd (artikel 6:230p onder g BW).

Aandachtspunten bij sluiten: Zorg voor een duidelijk aanbod (bijvoorbeeld een offerte of licentieovereenkomst waarin essentialia staan: prijs, duur, gebruiksrechten) en een ondubbelzinnige aanvaarding. Voorkom misverstanden om dwaling te vermijden: informeer de wederpartij correct over functionaliteiten en beperkingen van de software. Neem algemene voorwaarden op de juiste wijze op: verstrek ze tijdig en laat de wederpartij ze uitdrukkelijk accepteren. Bij online licenties: voldoe aan de informatieplichten en bevestig de overeenkomst, om geldige totstandkoming te verzekeren en geschillen over de geldigheid van de EULA te voorkomen.

Wat houdt nakoming in bij levering en gebruik?

Levering van de software

De kernverplichting van de licentiegever (softwareleverancier) is het ter beschikking stellen van de software aan de licentienemer. Bij een koop moet de verkoper de zaak in eigendom overdragen en afleveren (artikel 7:9 lid 1 BW). In het geval van software betekent dit doorgaans het leveren van een kopie of downloadlink, een licentiecode of anderszins toegang geven tot het programma.

Software is geen stoffelijke zaak (artikel 3:2 BW), maar koop kan ook betrekking hebben op een vermogensrecht (artikel 7:47 BW). In het Beeldbrigade-arrest oordeelde de Hoge Raad dat de aanschaf van standaardsoftware, op een gegevensdrager of via een download, voor een niet in tijdsduur beperkt gebruik tegen betaling van een bepaald bedrag binnen het bereik van de kooptitel valt (HR 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1301, r.o. 3.5 en 3.6). Dan gelden onder meer de regels over conformiteit, klachtplicht en verjaring uit titel 7.1 BW, voor zover dat past bij de aard van het recht en de titel over digitale inhoud en digitale diensten voor consumenten (artikel 7:50aa e.v. BW) niet van toepassing is (artikel 7:47 BW). De Hoge Raad liet uitdrukkelijk in het midden hoe de gebruiksrechten zelf moeten worden gekwalificeerd (r.o. 3.4). Het arrest van het hof werd wel vernietigd, maar om een andere reden (stuiting van de verjaring, r.o. 3.9), en de zaak werd verwezen naar het gerechtshof Den Haag. Maatwerksoftware en tijdelijke licenties (abonnementen, SaaS) vallen niet zonder meer onder deze maatstaf.

Levering houdt in de praktijk ook in dat de leverancier ervoor moet zorgen dat de licentienemer de software kan installeren en gebruiken zoals overeengekomen (bijv. het tijdig verstrekken van activatiecodes, opleveren van toegang of installatiebestanden).

Gebruiksrechten en intellectuele eigendom

Een softwarelicentie verleent een gebruiksrecht (licentie) onder bepaalde voorwaarden. Hoewel intellectuele eigendomswetgeving (zoals de Auteurswet) bepaalt dat de auteur exclusieve rechten heeft, is het civielrechtelijke aspect dat de licentiegever contractueel toestemming geeft tot gebruik. Het is een wederkerige overeenkomst: de licentiegever verleent het gebruiksrecht en de licentienemer betaalt of voldoet aan voorwaarden.

Volgens het UsedSoft-arrest van het Hof van Justitie kan een licentie voor onbepaalde tijd tegen betaling de licentienemer onder voorwaarden het recht geven de software door te verkopen, ook als het contract dat verbiedt. Dat staat niet in de Nederlandse wet; of aan de voorwaarden is voldaan, moet per geval worden beoordeeld. Voor de nakoming betekent dit dat de licentiegever moet zorgen dat de licentienemer de overeengekomen gebruiksrechten daadwerkelijk kan uitoefenen (bijvoorbeeld niet intrekken van licentiesleutels tijdens de looptijd zonder grond). Schendt de leverancier de gebruiksrechten (bijv. door de licentie vroegtijdig te beëindigen in strijd met het contract), dan levert dit een tekortkoming in de nakoming op.

Conformiteit van de software (Art. 7:17 BW)

Conformiteitseis: de geleverde software moet aan de overeenkomst beantwoorden. Dit houdt in dat de software de eigenschappen bezit die de licentienemer op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Bij een koop van standaardsoftware wil dat zeggen dat de software geschikt is voor normaal gebruik en de eigenschappen heeft die voor een dergelijk product gebruikelijk zijn, evenals eventuele specifieke eigenschappen die zijn toegezegd. Artikel 7:17 lid 2 BW bepaalt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen van de verkoper, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten: de eigenschappen voor normaal gebruik en voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.

Toepassing bij software

Op grond van het Beeldbrigade-arrest moet standaardsoftware die voor onbepaalde tijd tegen betaling van een bepaald bedrag is aangeschaft, aan deze conformiteitseis voldoen. De software moet dus functioneren zoals beschreven en mag geen gebreken vertonen die normaal gebruik verhinderen. Voorbeelden: staat in de overeenkomst dat de software bepaalde functies heeft (bijv. compatibiliteit met Windows 11 of een bepaalde module), dan moet de software dat ook daadwerkelijk kunnen. Is de software door ernstige bugs of beveiligingsproblemen niet normaal bruikbaar, dan beantwoordt zij niet aan de overeenkomst. De koper kan dan aflevering van het ontbrekende, herstel (bij software: een update of patch, mits de verkoper daaraan redelijkerwijs kan voldoen) of vervanging eisen (artikel 7:21 lid 1 BW). Blijft herstel uit, dan kan hij onder voorwaarden de overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbinden (artikel 6:265 BW). Maatwerksoftware is in de regel geen aanneming van werk, want die vereist een werk van stoffelijke aard (artikel 7:750 lid 1 BW); vaak gaat het om een overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 BW). Dan moet de leverancier de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen (artikel 7:401 BW) en vertaalt conformiteit zich in het voldoen aan de afgesproken specificaties. In alle gevallen is duidelijk afspreken van verwachtingen belangrijk om discussies te voorkomen.

Garanties in de softwareovereenkomst

Soms wordt in softwarecontracten een garantie gegeven (bijv. “90 dagen vrij van materiële gebreken”). Zo’n garantie komt naast de wettelijke conformiteitsregels. Voor consumenten bevat Boek 7 BW een eigen titel over de levering van digitale inhoud en digitale diensten (artikel 7:50aa e.v. BW), met eisen aan onder meer functionaliteit, compatibiliteit, updates en beveiliging (artikel 7:50ae BW).

Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde als de afwijking zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of van de afwijking zich daartegen verzet (artikel 7:18a lid 2 BW). Bij digitale inhoud en digitale diensten voor consumenten moet de handelaar bewijzen dat deze bij levering aan de overeenkomst beantwoordden, voor een gebrek dat binnen één jaar na levering kenbaar wordt, behoudens de uitzonderingen van lid 4 (artikel 7:50af lid 3 BW). Voor zakelijke licenties kunnen garantie en aansprakelijkheid contractueel beperkter zijn; voor het overige blijven de wettelijke regels over conformiteit en wanprestatie gelden.

Aansprakelijkheid bij tekortkoming softwareovereenkomst (wanprestatie)

Als een partij haar contractuele verplichtingen niet nakomt, spreekt men van wanprestatie (tekortkoming in de nakoming). Artikel 6:74 lid 1 BW bepaalt dat elke tekortkoming de schuldenaar verplicht de schade te vergoeden die de schuldeiser daardoor lijdt, tenzij de tekortkoming niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend. Er is pas sprake van schadeplichtigheid bij wanprestatie als de tekortkoming toerekenbaar is (d.w.z. door schuld of risico van de schuldenaar). Voor zover nakoming niet al blijvend onmogelijk is, is daarvoor bovendien verzuim nodig (artikel 6:74 lid 2 BW). Bijvoorbeeld: als de software niet functioneert omdat de leverancier een noodzakelijke module niet heeft geleverd, is dat een toerekenbare tekortkoming die schadevergoeding kan opleveren. De wet onderscheidt verschillende scenario’s:

  • De schuldenaar komt helemaal niet na (bijv. software wordt nooit geleverd).
  • Gedeeltelijke niet-nakoming (een deel van de functionaliteit ontbreekt).
  • Niet behoorlijke nakoming (de software werkt, maar niet zoals overeengekomen of met ernstige gebreken).
    In al deze gevallen is er een tekortkoming. De gedupeerde partij (bijv. de licentienemer die niet krijgt waar hij recht op heeft) kan dan in beginsel schadevergoeding vorderen (Art. 6:74 BW) én eventueel andere remedies zoals ontbinding in gang zetten (zie hieronder bij beëindiging).

Overmacht (Art. 6:75 BW)

Niet elke tekortkoming leidt tot aansprakelijkheid. Een tekortkoming is niet toerekenbaar aan de schuldenaar als sprake is van overmacht. Artikel 6:75 BW bepaalt dat een tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend als zij niet te wijten is aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

Met andere woorden: kan de leverancier niet nakomen door een omstandigheid die hem niet te verwijten is en ook niet voor zijn rekening komt, dan kan hij zich op overmacht beroepen. Of bijvoorbeeld een cyberaanval of een exportverbod overmacht oplevert, hangt af van de omstandigheden, de afspraken en de verkeersopvattingen; storingen bij ingeschakelde hulppersonen, zoals een cloudleverancier, kunnen voor rekening van de leverancier komen (artikel 6:76 BW). Bij overmacht kan de wederpartij geen schadevergoeding eisen (artikel 6:74 lid 1 BW). Let op: overmacht bevrijdt van de plicht tot schadevergoeding, maar laat de bevoegdheid tot ontbinding in beginsel intact (artikel 6:265 lid 1 BW). Zolang de vertraging de leverancier niet kan worden toegerekend, raakt hij niet in verzuim (artikel 6:81 BW); hij moet wel presteren zodra dat weer kan. Contractueel worden vaak overmachtsclausules opgenomen die specifieke gebeurtenissen als overmacht aanmerken (denk aan “force majeure”-clausules voor storingen, pandemieën, etc.).

Risicoaansprakelijkheid voor hulppersonen en zaken (Art. 6:76 en 6:77 BW)

De leverancier kan bij de uitvoering derden inschakelen of zaken gebruiken. Wettelijk geldt dat hij aansprakelijk is voor gedragingen van hulppersonen die hij bij de nakoming gebruikt, op gelijke wijze als voor zijn eigen gedragingen (artikel 6:76 BW). Bijvoorbeeld: de leverancier besteedt het implementeren van de software uit aan een subcontractor; als die wanprestatie pleegt, is de hoofdleverancier aansprakelijk naar de klant.

Artikel 6:77 BW bepaalt voorts dat als bij de uitvoering gebruik wordt gemaakt van een zaak die daartoe ongeschikt is, de tekortkoming die daardoor ontstaat de schuldenaar wordt toegerekend, tenzij dat gelet op de inhoud en strekking van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen en de overige omstandigheden van het geval onredelijk zou zijn. Software zelf is geen zaak in de zin van artikel 3:2 BW; of artikel 6:77 BW op een softwarecomponent of tool van toepassing is (eventueel naar analogie), hangt af van het geval. Voorbeeld: gebruikt de leverancier een externe softwarebibliotheek in het product en blijkt die een ernstig lek te hebben, dan kan het risico daarvan bij hem liggen. De wettelijke toets is daarbij niet of een zorgvuldige leverancier het lek had kunnen voorkomen, maar of toerekening aan hem onredelijk zou zijn.

Specifieke wetsartikelen bij kwalificatie als koop of huur

Zoals genoemd kan een softwarelicentie juridisch gezien soms als koop kwalificeren. In dat geval gelden de regels van koopovereenkomst in Boek 7 BW. Naast conformiteit (7:17) zijn van belang:

  • Onderzoek bij aflevering: de klachttermijn loopt al vanaf het moment waarop de koper het gebrek redelijkerwijs had behoren te ontdekken (artikel 7:23 lid 1 BW). Test en installeer de software daarom direct bij oplevering.
  • Artikel 7:23 BW: de klachtplicht. De koper kan zich niet meer op non-conformiteit beroepen als hij de verkoper niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, heeft ingelicht. Ontbreekt een eigenschap die de software volgens de verkoper had, of gaat het om feiten die de verkoper kende of behoorde te kennen maar niet heeft meegedeeld, dan loopt de termijn pas vanaf de ontdekking. Bij een consumentenkoop is een melding binnen twee maanden na ontdekking tijdig (lid 1). Vorderingen en verweren verjaren twee jaar na de kennisgeving (lid 2). In een softwarecontext: meld bugs en tekortkomingen tijdig en schriftelijk.
  • Artikel 7:21 BW: bij non-conformiteit kan de koper aflevering van het ontbrekende eisen, herstel (mits de verkoper daaraan redelijkerwijs kan voldoen) of vervanging (tenzij de afwijking te gering is om dat te rechtvaardigen). Bij een consumentenkoop heeft de koper alleen geen recht op herstel of vervanging als dat onmogelijk is of niet van de verkoper kan worden gevergd (lid 4). Softwareherstel is meestal het verstrekken van patches of updates.
  • Artikel 7:24 BW: bij een consumentenkoop heeft de koper bij non-conformiteit recht op schadevergoeding volgens de algemene regels van Boek 6 (afdelingen 9 en 10 van titel 1); voor schade door een gebrekkig product in de zin van de productaansprakelijkheid geldt een beperking (lid 2).
  • Artikel 7:15 BW: de verkoper moet de zaak overdragen vrij van bijzondere lasten en beperkingen die de koper niet uitdrukkelijk heeft aanvaard. Wordt tegen de koper een vordering ingesteld tot erkenning van een recht waarmee de zaak niet belast had mogen zijn, dan moet de verkoper in het geding komen om de belangen van de koper te verdedigen (artikel 7:16 BW). Bij software gelden deze regels via artikel 7:47 BW alleen voor zover dat past bij de aard van het recht. Maakt de software inbreuk op rechten van een derde, dan kan de klant het ongestoorde gebruik verliezen en zelf door die derde worden aangesproken. Een zorgvuldig licentiecontract bevat daarom vaak een vrijwaringsbepaling: de leverancier vrijwaart de klant tegen claims van derden wegens IE-inbreuk.

Wat voor type overeenkomst is een softwarecontract?

Daarnaast kan een softwarelicentie op abonnementsbasis (bijv. SaaS of een jaarlijkse licentie) kenmerken van een duurovereenkomst hebben. Sommige juristen vergelijken een tijdgebonden licentie met huur. Huur kan ook betrekking hebben op vermogensrechten; de huurregels gelden dan voor zover de strekking van die bepalingen of de aard van het recht zich daartegen niet verzet (artikel 7:201 lid 2 BW). Of een concrete licentie als huur kwalificeert, hangt af van de afspraken. Het huurrecht is in elk geval leerzaam als vergelijking: artikel 7:204 lid 2 BW omschrijft een gebrek als een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten. Dit begrip is ruimer dan wat in ICT-contracten vaak contractueel als “fout” wordt gedefinieerd. Ook moet de verhuurder op verlangen van de huurder gebreken verhelpen, tenzij dat onmogelijk is of uitgaven vereist die redelijkerwijs niet van hem te vergen zijn (artikel 7:206 lid 1 BW).

Praktijkvoorbeeld: een softwareleverancier stelt een licentie tegen periodieke betaling ter beschikking en de software blijkt een bug te bevatten die normaal gebruik verhindert. Naar analogie van het huurrecht is dat een gebrek dat de leverancier moet verhelpen. Of de huurregels daadwerkelijk van toepassing zijn, hangt af van de kwalificatie van de licentie (artikel 7:201 lid 2 BW). In elk geval kan de licentienemer bij ernstige gebreken nakoming eisen of de overeenkomst ontbinden op grond van de algemene regels (artikel 6:265 BW). Is het huurrecht van toepassing, dan kan hij ook een evenredige vermindering van de huurprijs vorderen (artikel 7:207 BW); ontbinding op grond van artikel 7:210 BW kan bij een gebrek dat de verhuurder niet hoeft te verhelpen en dat het genot geheel onmogelijk maakt.

Welke risico’s loop je bij nakoming?

In de praktijk zien we risico’s als tegenvallende functionaliteit of vertraging in levering. Bijvoorbeeld, een bedrijf sluit een licentie voor boekhoudsoftware, maar bij installatie blijkt het pakket wezenlijke functies te missen of vol bugs te zitten, dat is non-conformiteit, en de afnemer kan herstel eisen. Ook kan het zijn dat de leverancier afhankelijk is van een derde (bijv. een cloudplatform); valt die uit, dan moet de leverancier toch zorgen voor een alternatief of loopt hij risico op wanprestatie (6:76 BW).

Aansprakelijkheid is vaak contractueel beperkt in licenties (denk aan uitsluiting van gevolgschade, plafond op directe schadevergoeding). Tussen bedrijven zijn dergelijke beperkingen in beginsel toegestaan. Tegenover consumenten wordt een beding in algemene voorwaarden dat de gebruiker geheel of ten dele bevrijdt van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding, vermoed onredelijk bezwarend te zijn (artikel 6:237 onder f BW). Zelfs in B2B kunnen bepaalde uitsluitingen onredelijk zijn (Art. 6:233 sub a BW of 6:248 BW). Kortom, de leverancier doet er goed aan zijn verplichtingen na te komen zoals beloofd, omdat bij tekortkoming het wettelijke regime streng kan zijn: bij toerekenbare tekortkoming schadeplicht (6:74), risico van ontbinding (6:265), en mogelijk imagoschade of verlies van klanten.

Hoe eindigt een softwareovereenkomst?

  • “Beëindiging” vs. opzegging/ontbinding – Juridisch gesproken kennen we verschillende manieren waarop een overeenkomst kan eindigen. De term beëindiging op zich is niet strikt gedefinieerd in de wet en kan zowel opzegging als ontbinding inhouden. Het is belangrijk dit te onderscheiden:
    • Opzegging is het beëindigen voor de toekomst door een daartoe bevoegde partij, zonder dat per se een tekortkoming vereist is.
    • Ontbinding is het beëindigen van de overeenkomst, meestal wegens een tekortkoming. Ontbinding heeft geen terugwerkende kracht (artikel 6:269 BW): partijen worden bevrijd van de door de ontbinding getroffen verbintenissen, en wat al is gepresteerd, moet ongedaan worden gemaakt (artikel 6:271 BW).
    • Vernietiging (bijv. wegens dwaling of bedrog) werkt wel terug tot het moment waarop de overeenkomst werd gesloten (artikel 3:53 lid 1 BW), omdat de overeenkomst geacht wordt nooit te hebben bestaan, maar dat valt eigenlijk onder de fase van gebrekkige totstandkoming. In deze context richten we ons op opzegging en ontbinding als wijzen van beëindiging van een geldig tot stand gekomen licentie.

Wanneer mag je een duurovereenkomst opzeggen?

Een softwarelicentie kan voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd zijn aangegaan. Voor overeenkomsten voor bepaalde tijd (bijv. een licentie van 1 jaar) geldt dat deze in principe eindigt na het verstrijken van die termijn. Tussentijdse opzegging is dan in beginsel alleen mogelijk als het contract of de wet dat toestaat.

Soms is in het contract een tussentijdse opzegmogelijkheid bedongen (met bijvoorbeeld een opzegtermijn of opzeggingsvergoeding); zo niet, dan zit men doorgaans vast aan de overeengekomen duur. Voor onbepaalde tijd aangegane licentieovereenkomsten (een duurovereenkomst zonder einddatum) is in de wet geen expliciete algemene opzeggingsregeling opgenomen.

Bevatten wet en overeenkomst geen regeling van de opzegging, dan is een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar. De redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 1 BW) kunnen wel eisen stellen aan die opzegging; de Hoge Raad herhaalde dat in een zaak over een licentieovereenkomst (HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141, r.o. 3.6.2). De opzeggende partij moet dus rekening houden met de belangen van de wederpartij. Aandachtspunten:

  • Vaak moet een redelijke opzegtermijn in acht worden genomen, zodat de wederpartij zich kan aanpassen. Wat redelijk is, hangt af van de omstandigheden (duur van de relatie, gedane investeringen, afhankelijkheid, etc.). Beëindigt een softwareleverancier een abonnementslicentie abrupt per direct, dan kan dat in strijd zijn met de eisen van redelijkheid en billijkheid.
  • In sommige gevallen kan zelfs een voldoende zwaarwegende grond nodig zijn voor opzegging, of moet de opzegging gepaard gaan met een aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854, r.o. 3.5.1; HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141, r.o. 3.6.2). Ook als de overeenkomst wel een opzegregeling bevat, kunnen de redelijkheid en billijkheid nadere eisen stellen, of kan een beroep op die regeling onaanvaardbaar zijn (r.o. 3.6.3 en 3.6.4). Voorbeeld: een distributeur investeert in het opbouwen van een markt voor de software; dan kan het zijn dat de leverancier de distributieovereenkomst niet zonder redelijke termijn of vergoeding mag opzeggen.
  • Voor bepaalde contractstypen heeft de wet wel een opzegregeling. Zo kan de opdrachtgever een overeenkomst van opdracht te allen tijde opzeggen (artikel 7:408 lid 1 BW). De opdrachtnemer die in de uitoefening van een beroep of bedrijf handelt, kan behoudens gewichtige redenen alleen opzeggen als de opdracht voor onbepaalde duur geldt en niet door volbrenging eindigt (lid 2). Hing het loon af van de volbrenging of van het verstrijken van de tijd, dan heeft de opdrachtnemer bij een voortijdig einde recht op een naar redelijkheid vast te stellen deel daarvan (artikel 7:411 BW). Alleen ten nadele van een consument-opdrachtgever kan van artikel 7:408 lid 1 BW niet worden afgeweken (artikel 7:413 lid 2 BW). Is een softwarelicentie onderdeel van een bredere opdracht (bijv. implementatie en gebruiksrecht), dan kunnen deze bepalingen spelen.
  • Automatische verlenging: in softwarelicenties voor bepaalde tijd staat vaak dat de licentie stilzwijgend wordt verlengd, tenzij tijdig opgezegd. Tegenover consumenten is een beding in algemene voorwaarden dat bij een overeenkomst tot het geregeld afleveren van zaken of het geregeld doen van verrichtingen leidt tot stilzwijgende verlenging of voortzetting, onredelijk bezwarend als de consument de voortgezette overeenkomst niet te allen tijde kan opzeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand (artikel 6:236 onder j BW). Een looptijd van meer dan een jaar wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn, tenzij de consument na een jaar te allen tijde kan opzeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand (artikel 6:237 onder k BW). Tussen bedrijven gelden deze lijsten niet; spreek daar een heldere verlengings- en opzegregeling af.

Wanneer kun je een softwareovereenkomst ontbinden?

Ontbinding is de wettelijke remedie bij een tekortkoming in de nakoming. Artikel 6:265 lid 1 BW bepaalt uitdrukkelijk: “Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.”

Met andere woorden: schiet een partij tekort, dan mag de ander de overeenkomst in principe geheel of gedeeltelijk ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Een licentienemer kan dus bijvoorbeeld niet de hele licentie ontbinden vanwege een volstrekt minimaal gebrek (bijv. een kleine bug die vrijwel geen impact heeft).

De wet eist verder dat, voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontbinding pas kan plaatsvinden als de schuldenaar in verzuim is (artikel 6:265 lid 2 BW). In de praktijk moet daarom bij veel tekortkomingen eerst een ingebrekestelling worden gestuurd met een redelijke termijn voor nakoming, en moet die termijn verstrijken voordat je mag ontbinden.

  • Verzuim en ingebrekestelling (Art. 6:81–83 BW) – Verzuim houdt in dat de schuldenaar (de partij die tekortschiet) een extra drempel heeft overschreden: hij is nalatig gebleven na een aanmaning of voldoet aan een van de gevallen van 6:83 BW. Samengevat:
    • Regel (artikel 6:82 lid 1 BW): de schuldeiser (bijv. de licentienemer die levering verwacht) stelt de schuldenaar in gebreke bij een schriftelijke aanmaning met een redelijke termijn voor de nakoming. Blijft nakoming binnen die termijn uit, dan treedt verzuim in. De ingebrekestelling moet duidelijk maken welke prestatie wordt verlangd. Kan de schuldenaar tijdelijk niet nakomen of blijkt uit zijn houding dat aanmaning nutteloos zou zijn, dan volstaat een schriftelijke mededeling dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld (artikel 6:82 lid 2 BW). Bijvoorbeeld: is een softwareleverancier te laat met het opleveren van een module, dan stuurt de klant een ingebrekestelling: “Lever versie X binnen 14 dagen alsnog; doe je dat niet, dan ben je in verzuim en behouden wij ons het recht voor de overeenkomst te ontbinden.”
    • Uitzonderingen (artikel 6:83 BW): in drie gevallen treedt verzuim in zonder ingebrekestelling: (a) een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat is nagekomen, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft (bijv. de licentie moest uiterlijk op 1 januari werken en die datum is verstreken); (b) de verbintenis vloeit voort uit onrechtmatige daad of strekt tot schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:74 lid 1 BW en wordt niet terstond nagekomen; (c) de schuldeiser moet uit een mededeling van de schuldenaar afleiden dat deze in de nakoming zal tekortschieten. In softwarecontracten wordt vaak met opleverdata per fase gewerkt; of zo’n datum een fatale termijn is, hangt af van de afspraken en hun uitleg.
    • Blijvend onmogelijke nakoming: is nakoming blijvend onmogelijk, dan is verzuim niet nodig. De schuldenaar moet dan zonder ingebrekestelling de schade vergoeden als de tekortkoming hem kan worden toegerekend (artikel 6:74 lid 2 BW), en de wederpartij kan direct ontbinden (artikel 6:265 lid 2 BW). Bijvoorbeeld: is de broncode verloren gegaan of kan een bepaalde editie nooit meer worden geleverd, dan heeft aanmanen geen zin.

Wanneer is gedeeltelijke ontbinding mogelijk?

  • Ontbinding kan geheel of gedeeltelijk plaatsvinden (Art. 6:265 lid 1 BW). Gedeeltelijke ontbinding houdt in een evenredige vermindering van wederzijdse prestaties (Art. 6:270 BW). In de praktijk bij software: als de overeenkomst meerdere modules of diensten omvat, kan men ervoor kiezen alleen het deel te ontbinden dat betrekking heeft op het tekortschietende onderdeel. Bijvoorbeeld, een pakketdeal van software + support: bij ernstige tekortkoming enkel in de supportverlening zou men de supportovereenkomst kunnen ontbinden (eventueel met reductie van vergoeding), terwijl de licentie voor de software zelf in stand blijft. Dit moet wel logisch gescheiden kunnen worden. De wet voorziet erin dat de gevolgen proportioneel verdeeld worden.
  • Gevolgen van ontbinding (artikel 6:271 e.v. BW): een ontbinding bevrijdt partijen van de daardoor getroffen verbintenissen. Voor zover die al zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond in stand, maar ontstaat een verbintenis tot ongedaanmaking van de ontvangen prestaties (artikel 6:271 BW). In een softwarelicentie-situatie kan dit inhouden:
    • De licentienemer moet stoppen met het gebruik van de software en eventueel fysieke dragers teruggeven of software deïnstalleren (het gebruiksrecht vervalt).
    • De leverancier moet de ontvangen licentievergoeding (of een evenredig deel) terugbetalen aan de klant.
    • Sluit de aard van de prestatie ongedaanmaking uit (bij diensten of prestaties die al zijn “verbruikt”, zoals onderhoud dat al is gepleegd), dan treedt een vergoeding in de plaats ten belope van de waarde op het tijdstip van ontvangst (artikel 6:272 lid 1 BW). Beantwoordde de prestatie niet aan de verbintenis, dan wordt die vergoeding beperkt tot de waarde die de prestatie voor de ontvanger op dat tijdstip werkelijk heeft gehad (lid 2). In concreto: heeft de klant bijvoorbeeld 6 maanden van een 12-maanden softwareabonnement gebruikt voordat hij ontbond wegens ernstige gebreken, dan hoeft hij wellicht alleen de waarde van de genoten maanden te vergoeden en krijgt hij het overige terug.
    • Vaak wijken contracten hiervan af. Partijen kunnen afspraken maken om bij ontbinding bepaalde gevolgen anders te regelen (tenzij bij consumenten sommige dwingendrechtelijke regels zich daartegen verzetten). In IT-contracten wordt bijvoorbeeld regelmatig bedongen dat wat al geleverd is niet hoeft te worden teruggedraaid, zodat ontbinding in feite werkt als opzegging. Ook kan in de overeenkomst staan dat ontbinding alleen kan na rechterlijke tussenkomst, of dat eerst een escalatieprocedure doorlopen moet worden, dergelijke clausules zijn toegestaan, zij het dat tegenover een consument een beding in algemene voorwaarden dat de bevoegdheid tot ontbinding uitsluit of beperkt, onredelijk bezwarend en daarmee vernietigbaar is (artikel 6:236 onder b BW).

Kun je naast ontbinding schadevergoeding vorderen?

  • Ja. Ontbinding sluit een recht op schadevergoeding niet uit. De partij wier tekortkoming een grond voor ontbinding opleverde, moet de schade vergoeden die de wederpartij lijdt doordat geen wederzijdse nakoming maar ontbinding plaatsvindt (artikel 6:277 lid 1 BW), bijvoorbeeld de meerkosten van vervangende software. Kan de tekortkoming niet worden toegerekend, dan geldt die plicht alleen binnen de grenzen van artikel 6:78 BW: ten hoogste het voordeel dat de schuldenaar door de tekortkoming geniet (artikel 6:277 lid 2 BW). Voor de ontbinding zelf is verzuim nodig, behalve als nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is (artikel 6:265 lid 2 BW). Je kunt eerst ontbinden en daarna schadevergoeding vorderen, of beide tegelijk in rechte vorderen.

Hoe beëindig je een licentie voor onbepaalde tijd?

Dit is grotendeels behandeld onder opzegging. Samenvattend: een overeenkomst voor onbepaalde tijd kan in beginsel worden beëindigd door opzegging met inachtneming van een redelijke termijn en redelijkheid en billijkheid. Indien een licentieovereenkomst stilzwijgend voor onbepaalde tijd doorloopt (bijvoorbeeld na een initiële termijn zonder expliciete verlengafspraak), doet de licentiegever er verstandig aan alsnog contractueel een opzegregeling overeen te komen. Zo niet, dan moet hij terugvallen op de open norm van art. 6:248 BW om te bepalen hoe opzegging mag plaatsvinden.

Is er geen opzegregeling, dan beoordeelt de rechter achteraf of een redelijke opzegtermijn in acht is genomen, gelet op onder meer de duur van de samenwerking en de gedane investeringen, en of de opzegging in een uitzonderlijk geval een voldoende zwaarwegende grond of een aanbod tot vergoeding vereiste. Voor de licentienemer (klant) geldt hetzelfde uitgangspunt: ook hij kan een licentie voor onbepaalde duur in beginsel opzeggen, bijvoorbeeld als hij wil wisselen van leverancier of de software niet meer nodig heeft, met inachtneming van een redelijke termijn. Dit hangt nauw samen met Leverancierscontract laten opstellen door een advocaat.

Hoe verloopt beëindiging in de praktijk?

In softwarelicentiecontracten worden vaak clausules opgenomen die expliciet regelen hoe de overeenkomst eindigt. Voor de inkoopkant, zie ook Algemene inkoopvoorwaarden laten opstellen. Veelvoorkomende clausules zijn:

  • Opzegbedingen: bijvoorbeeld “ieder der partijen kan na het eerste jaar met een opzegtermijn van 3 maanden schriftelijk opzeggen”. Dergelijke bedingen zijn in beginsel leidend. Tegenover consumenten gelden de zwarte en grijze lijst, en ook tussen bedrijven kunnen de redelijkheid en billijkheid nadere eisen stellen of kan een beroep op het beding onaanvaardbaar zijn (HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141, r.o. 3.6.3 en 3.6.4).
  • Ontbindingsclausules (wanprestatie): vaak staat in het contract dat bij bepaalde schendingen de leverancier het recht heeft de licentie te beëindigen (bijv. bij niet-betaling van licentievergoeding of inbreuk op de licentievoorwaarden door de klant, zoals ongeoorloofd kopiëren). Let wel dat zo’n contractuele bepaling de wettelijke ontbinding niet vervangt maar specificeert; in principe blijft Art. 6:265 BW gelden. Tussen bedrijven kan de ontbindingsbevoegdheid contractueel worden beperkt of uitgesloten. Een beroep op zo’n beding kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (artikel 6:248 lid 2 BW), en staat het in algemene voorwaarden, dan kan het onredelijk bezwarend zijn (artikel 6:233 onder a BW).
  • Faillissement: veel EULA’s bepalen dat de licentie eindigt bij faillissement van de licentienemer. Wettelijk eindigt de overeenkomst niet automatisch. Is een wederkerige overeenkomst bij de faillietverklaring door beide partijen niet of slechts gedeeltelijk nagekomen, dan kan de wederpartij de curator schriftelijk een redelijke termijn stellen om te verklaren of hij de overeenkomst gestand doet. Verklaart de curator zich niet binnen die termijn daartoe bereid, dan verliest hij het recht om nakoming te vorderen; verklaart hij zich wel bereid, dan moet hij voor die nakoming zekerheid stellen (artikel 37 lid 1 en 2 Faillissementswet). Daarnaast kan de overeenkomst eindigen door opzegging of ontbinding op grond van de overeenkomst of de wet.
  • Vernietiging achteraf: blijkt later dat de overeenkomst onder dwaling, bedrog of een ander wilsgebrek is gesloten, dan kan vernietiging worden ingeroepen. Dat is zeldzaam bij softwarelicenties, maar denkbaar als bijvoorbeeld blijkt dat de software inbreuk maakt op intellectuele eigendom van een derde en de klant de licentie bij weten daarvan nooit had afgenomen; hij zou dan eventueel dwaling kunnen stellen. Vernietiging werkt terug tot het moment waarop de overeenkomst werd gesloten (artikel 3:53 lid 1 BW); zij berust op een gebrek bij het sluiten, ontbinding op een tekortkoming daarna.

Praktijkvoorbeelden en slotopmerkingen: Bij wanprestatie: Stel een bedrijf huurt een cloudgebaseerde software (SaaS) en de dienst ligt er elke week uren uit, terwijl uptime van 99% was beloofd. Na herhaalde klachten stuurt het bedrijf een ingebrekestelling. De leverancier verhelpt het probleem niet, dit is een ernstige tekortkoming die ontbinding kan rechtvaardigen. Het bedrijf kan de overeenkomst ontbinden en overstappen, en mogelijk schadevergoeding vorderen voor de downtime (bijv. gederfde omzet). Een ander voorbeeld: een licentienemer betaalt de facturen niet tijdig. De leverancier mag dan zijn eigen verplichtingen opschorten (artikel 6:262 lid 1 BW, exceptio non adimpleti contractus) of na ingebrekestelling ontbinden en de licentie intrekken. Bij gedeeltelijke of niet behoorlijke nakoming mag hij alleen opschorten voor zover de tekortkoming dat rechtvaardigt (lid 2). Veel licentieovereenkomsten bevatten ook bepalingen over wat er bij einde moet gebeuren: bijv. verwijdering van vertrouwelijke gegevens, retour sturen van hardware tokens, en het beëindigen van het gebruik van de software. Deze liggen in lijn met het wettelijke beginsel van ongedaanmaking na ontbinding.

Tot slot is het aan te raden bij het opstellen van softwarelicentieovereenkomsten expliciet te regelen hoe sluiting, nakoming en beëindiging verlopen. Gebruik duidelijke juridische terminologie in het contract (onderscheid tussen opzegging en ontbinding) en wees je bewust van de relevante wettelijke kaders: van aanbod tot aanvaarding in de totstandkoming, via conformiteit en aansprakelijkheid in de uitvoeringsfase, tot de rechtsgeldige manieren om de samenwerking te beëindigen. Door de wettelijke bepalingen uit Boek 6 en Boek 7 BW in acht te nemen, en waar nodig contractueel aan te vullen, kunnen partijen hun rechten en plichten rond softwarelicenties duidelijk afbakenen en geschillen voorkomen.

Veelgestelde vragen over softwarelicentieovereenkomsten

Wat is een licentieovereenkomst voor software?

Een overeenkomst waarin de rechthebbende op de software, de maker of zijn rechtverkrijgende, een ander toestemming geeft om de software te gebruiken (artikel 2 lid 2 Auteurswet). Software is als computerprogramma auteursrechtelijk beschermd (artikel 10 lid 1 onder 12° Auteurswet). De licentie regelt onder meer hoeveel gebruikers of installaties zijn toegestaan, de duur, de prijs, onderhoud en wat er bij het einde gebeurt.

Moet een softwarelicentie schriftelijk worden vastgelegd?

Een exclusieve licentie moet schriftelijk worden aangegaan (artikel 2 lid 3 Auteurswet). Voor een niet-exclusieve licentie stelt de Auteurswet die eis niet, maar een schriftelijk contract voorkomt discussie over de omvang van het gebruiksrecht. Tenzij anders is overeengekomen, mag de rechtmatige verkrijger de software verveelvoudigen voor zover dat nodig is voor het beoogde gebruik; laden, in beeld brengen en het verbeteren van fouten kunnen niet bij overeenkomst worden verboden (artikel 45j Auteurswet).

Is een softwarelicentie een koopovereenkomst?

Soms. De aanschaf van standaardsoftware voor een niet in tijdsduur beperkt gebruik tegen betaling van een bepaald bedrag, op een gegevensdrager of via een download, valt onder de kooptitel (HR 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1301, r.o. 3.5; artikel 7:47 BW). Dan gelden onder meer de conformiteitseis (artikel 7:17 BW) en de klachtplicht (artikel 7:23 BW). Levert een handelaar de software aan een consument, dan gelden in plaats daarvan de regels over digitale inhoud (artikel 7:47 en 7:50aa e.v. BW). Bij maatwerk of een tijdelijke licentie ligt dat anders; dan gaat het vaak om opdracht of een andere overeenkomst.

Wat is het verschil tussen een softwarelicentie en een SaaS- of hostingovereenkomst?

Bij een klassieke licentie installeer je de software zelf. Bij SaaS en hosting draait de software op de systemen van de leverancier en krijg je toegang via internet. Het zwaartepunt van het contract ligt dan bij beschikbaarheid, beveiliging, je data en de exitregeling. Voor consumenten gelden de regels over digitale diensten (artikel 7:50aa e.v. BW). Meer daarover lees je bij de SaaS-overeenkomst.

Kan een leverancier een softwarelicentie zomaar opzeggen?

Een licentie voor bepaalde tijd eindigt in beginsel pas aan het einde van de looptijd, tenzij het contract tussentijdse opzegging toestaat. Een licentie voor onbepaalde tijd zonder opzegregeling is in beginsel opzegbaar, maar de redelijkheid en billijkheid kunnen een redelijke opzegtermijn, een zwaarwegende grond of een aanbod tot vergoeding vereisen (HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141, r.o. 3.6.2). Schiet een partij tekort, dan kan ontbinding mogelijk zijn, in de regel na een ingebrekestelling (artikel 6:265 BW).

Primaire bronnen

Hoe helpt een advocaat bij je softwarelicentieovereenkomst?

MAAK Advocaten stelt softwarelicentie-, SaaS- en hostingovereenkomsten op en toetst bestaande contracten en licentievoorwaarden. We kijken onder meer naar de omvang van de gebruiksrechten, beschikbaarheid en onderhoud, aansprakelijkheid en vrijwaring, je data en de exitregeling, en naar de manier waarop algemene voorwaarden van toepassing worden. Loopt een samenwerking vast, dan helpen we bij de ingebrekestelling, opzegging of ontbinding en bij een geschil over de licentie. Zie ook onze pagina over de SaaS-overeenkomst.

Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten en events
Over welke onderwerpen wil je updates ontvangen?
In welke branche of sector ben je actief? (optioneel)

Waar ben je naar op zoek?